Een battle hoort eigenlijk wel heel erg bij Japan. We kunnen zo een aantal Japanse strijders noemen: samurai, ninja’s. Dat niet alleen, ook op muzikaal vlak is het een rijk land. Muzikaal vermaak als karaoke is wellicht niet meteen het wapenfeit waar je mee te koop zou willen lopen, maar het land kent juist ook mooie muziekstromingen: gagaku, onkyo, J-pop, of bijvoorbeeld Japanoise.

Japan is ook een land van tegenstellingen. Op bepaalde gebieden is het meer dan modern, en op andere gebieden juist weer heel erg traditioneel. Of dat wel zen is? Het biedt wat ons betreft genoeg spanning voor een heel interessante battle. Dus schenk ceremonieel een kop thee in en geniet van de verhalen en van de muziek, van en over het land van de rijzende zon. Luidkeels vals meezingen mag.

Keuze Erwin Herkelman: The Shoes – Osaka (1970)

Niet die miljoenenstad

Iedereen kent hem natuurlijk van zijn ongezouten commentaar op voetballend maar ook op niet-voetballend Nederland. Johan Derksen is beroepschagrijn, geliefd maar ook verfoeid en verguisd, maar in elk geval authentiek. De laatste jaren heeft hij ook zijn ándere passie niet onder stoelen of banken gestoken. Tot vorig jaar toerde hij zelfs het land rond met zijn theaterprogramma’s over onder andere de Nederblues, maar ook over de Nederpop. Shows waarin hij de aandacht eens niet puur op zijn persoontje vestigt.

En zo kwam het dat mijn vader en ik ergens in 2019 naar ‘Pioniers van de Nederpop’ ging. De show waarin Johan Derksen de Nederlandse Beatmuziek uit de jaren ’60 weer opnieuw een podium geeft. Letterlijk een podium. Want de helden van weleer staan, zover zij daar nog toe in staat zijn, gewóón op de planken: in ons geval Frans Krassenburg, oud-zanger van Golden Earrings, de charmante Rudy Bennett van The Motions en… Theo Vaness, zanger van The Shoes.

Zelf had ik wel eens van ze gehoord, maar kende ik het repertoire van de band nog niet. In de periode van 1963 tot 1975 scoorden The Shoes echter diverse hits waarvan de bekendste waarschijnlijk Na Na Na is. Een van hun grootste, samen met Osaka. Een melodramatische meezinger die in 1970 tot een 6de plaats in de Nederlandse Top 40 kwam. Een nummer dat uitkwam in het jaar dat de Wereldtentoonstelling in de Japanse stad werd georganiseerd.

Maar… daar houdt de connectie met Japan ook gelijk op. Want de Osaka die The Shoes bezingen is namelijk niet die miljoenenstad. Het nummer is een lofzang op een prachtige vrouw die dezelfde naam draagt. Toch mocht dit pareltje niet ontbreken in deze Japan-battle. Stel je voor, zo’n donkere, rokerige jaren ’60 jeugdsoos ergens in de kelder, en dan…

Keuze Marco Groen: Deep Purple – Woman From Tokyo (1973)

Een kind van de tijd

In de tijd toen we in Nederland nog de keuze hadden uit twee tv-zenders, telefooncellen wijdverspreid waren en het nog volkomen sociaal aanvaardbaar was om met het hele gezin het Eurovisie Songfestival te kijken, kreeg ik van een neef een cassettebandje. Voor de jeugdige lezers: een cassettebandje is een analoge geluidsdrager waar je door middel van magnetisme muziek op kon zetten en afspelen. Op dit specifieke cassettebandje had hij voor mij Made In Japan van Deep Purple gezet. Zelf had hij de langspeelplaat. Een langspeelplaat is een analoge geluidsdrager; een grote schijf waar groeven in gekrast zijn, die door middel van trillingen geluid voortbrengen. Na verloop van tijd kon ik alles dat op dit bandje stond ‘meezingen’ en op mijn luchtorgeltje redelijk meespelen. Zelfs het geouwehoer tussen de nummers door kon ik letterlijk meepraten, hoewel ik soms geen idee had wat Ian Gillan precies zei. Nodeloos om te zeggen dat dit album voor mij de standaard werd. Al het andere kwam pas veel later.

Het viel de jonge versie van deze oude blogger toen al op hoeveel muzikale vrijheid Deep Purple op Made In Japan nam. De nummers verschilden op bepaalde punten van de versies zoals ze op de studio-albums te vinden waren. Dit was met name het geval bij het beste nummer van het album Space Truckin’, maar ook bij Strange Kind Of Woman en Lazy. Het publiek in Osaka en Tokio werd in mijn ogen maar verwend. Als kind had ik via mijn walkman het gevoel alsof ik erbij was, bij deze unieke live-belevenis. Een ding viel mij wel op: het nummer Woman From Tokyo, wat toch erg van toepassing was, stond er niet op! Hoe kan dit? Wat een misser! Het duurde jaren voordat ik de reden hiervan ontdekte: het werd een jaar na de tour in Japan opgenomen en was bedoeld als een soort ode aan de reeks concerten in het land van de rijzende zon. Toch was het niet alleen deze chronologische onhandigheid die ervoor zorgde dat het nummer niet op het live-album te vinden was. De band speelt Woman From Tokyo vrijwel nooit live. Ze vinden het simpelweg niet goed genoeg om op een setlist te zetten. Drank en drugs doen rare dingen met de geest, een gegeven waar ik, in tegenstelling tot de leden van Deep Purple, op die leeftijd weinig tot geen last van had. Mijn beoordelingsvermogen was in mijn optiek dan ook  beter dan de schrijvers van het werk. Tot op de dag van vandaag ben ik  het nog steeds ronduit oneens met de heren. Het nummer verdient absoluut een plekje op welke setlist dan ook!

Decennia later maakte ik een reisje naar Japan. Nu is de gewoonte dat, voordat ik op reis ga, ik mezelf behoorlijk verdiep in het te bezoeken land. Zo leer ik alles over de geschiedenis, doe een poging de taal onder de knie te krijgen en maak een overzicht  van de dingen waar ik echt heen wil. Daarbovenop zoek ik ook uit  of er interessante bands zijn die op de te bezoeken locaties spelen. Op die manier ontdekte ik dat halverwege de eerste week Deep Purple een concert gaf in Osaka! Niet dat ik daar op dat moment in de beurt zat, maar ik ging toch even uitzoeken hoe ik daar het snelste kon komen met het openbaar vervoer. Dit was helaas geen reële optie. Maar misschien treden ze nog wel op andere plekken op. Dat deden ze. Sterker nog: op de avond van mijn aankomst in Japan speelden ze in Fukuoka, de stad als waar ik op dat moment verbleef! Het vliegtuig kwam ‘s ochtends aan, dus dat moest ik makkelijk redden. Er werd een (erg duur) kaartje gekocht, waarna ik stond te springen van vreugde in de huiskamer. Deep Purple live zien in Japan! Made In Japan; de moeder aller concerten! Ter voorbereiding liet ik mij in de voorafgaande middag goed vollopen in een nabije Ierse pub. Dat was verstandig, want in de concertzaal waren alleen maar frisdrankapparaten te vinden. Buiten, voordat het concert van start ging, maakte ik nog even kennis met medewerkers en familie van de band, wat iets ‘vertrouwds’ had: wanneer je na zo’n eind vliegen Engelsen tegenkomt, is het net alsof je buren zijn. Dat gevoel. Nu we het toch over gevoel hebben: het gelukzalige gevoel en de bijbehorende kippenvel toen ik de eerste tonen van Highway Star hoorde, is niet te beschrijven. Mijn duurste, maar tevens meest bijzondere en persoonlijke concert ooit. Precies zoals de traditie voorschrijft werd  Woman From Tokyo niet gespeeld. Want dat hoort nu eenmaal zo.

Keuze Willem Kamps: Osamu – Benzaiten (1976)

Ho ho ho

Ik zal er vermoedelijk nooit komen. Geen liefhebber van verre en dus lange reizen, en dit ligt zo ongeveer aan de andere kant van de wereld. Begin ik niet aan. Voor mij dus geen Japan. Hoe mooi en apart het ongetwijfeld is. Ik beperk me daarom maar tot af en toe een hap sushi en voor de rest luister ik naar muziek uit dat verre land, want daarin ben ik grenzeloos. Mijn eerste plaat van een Japanse muzikant was in 1975 Pictures At An Exhibition van Isao Tomita. Ik was nou eenmaal gek van synthesizers, kende de muziek van Modest Moessorgski al via de versie van Emerson, Lake & Palmer en ja, ook de uitvoering van Tomita mocht er zijn. Ik kocht vervolgens meer albums van hem en werd zo getriggerd om te kijken wat er nog meer uit dat verre land kwam.

De bekendste namen: Stomu Yamashta, Yellow Magic Orchestra en Kitaro. One hit wonder Kyu Sakamoto was al opgehouden, al heeft ie het toch nog geschopt tot enkele jaren Top 2000. Onbekend is of Kyu familie was van Ryuichi Sakamoto van het YMO en bekend van zijn samenwerking met David Bowie en David Sylvian. Een achterneef misschien. Mijn oor viel ook op The Far East Family Band, waar Kitaro eerst deel van uitmaakte. Een band die sterk door Pink Floyd geïnspireerd was, en dat was vermoedelijk een beetje hun makke. In die tijd werd Japan vooral gezien als het land waar veel werd nagemaakt, maar dan goedkoper. Elektronica, auto’s en, met de Far East Family Band, dus ook muziek. Geen eigenheid, al hoorde je bij hen toch zeker ook lokale invloeden. De Japanse sound kwam echter het sterkst tot uiting bij Osamu Kitajima.

Ook Osamu luisterde eerst goed naar de westerse popmuziek. Sterker, hij reisde ervoor af naar Engeland en bracht daar een album uit onder het pseudoniem Justin Heathcliff, met typisch Britse pop.  Na terugkeer in Japan was ie gewoon weer Osamu Kitajima en als Osamu staat ie tot nog toe op 24 platen. Daarvan heb ik er twee: Benzaiten en Osamu. Het is niet alleen de naam die verschilt van Justin. Ook het geluid. Osamu is veel oorspronkelijker, authentieker. Je weet meteen: dit is het verre Oosten. De zang, de instrumentatie, waaronder de koto en biwa, de nadruk op ritmiek en het relaxte zengevoel dat door de muziek is verweven. Neem bijvoorbeeld Yesterday And Karma. De titletrack van zijn eerste Japanse soloalbum Benzaiten is iets meer up tempo maar heeft ontegenzeggelijk die Oosterse sfeer. Het zal mijn beperkte Japanse blik zijn, maar hier zie ik de Sumoworstelaars om elkaar heen draaien, de voeten om en om omhoog en dan de clash. Ho ho ho. Zit ik toch in Japan, zonder de deur er voor uit te gaan.

Keuze Alex van der Meer: Yellow Magic Orchestra – Tong Poo (1978)

Legendarisch en invloedrijk

Een muzikale battle over Japan? Dan mag Yellow Magic Orchestra absoluut niet ontbreken. YMO is legendarisch en invloedrijk. Als het gaat om de de ontwikkeling van techno, synthpop, en electro zou je deze band heel hoog mogen inschatten. In Japan is menig artiest beïnvloed door de magische muziek van het trio. Ongetwijfeld had J-pop anders geklonken zonder YMO.

De band begon in 1978. De individuele bandleden waren toen echter geen groentjes meer. De alchemisten konden direct overgaan tot het maken van goud. Haruomi Hosono (bass, keyboards), Yukihiro Takahashi (drums, zang) en Ryuichi Sakamoto (keyboards) waren los van elkaar namelijk al actief sinds het begin van de jaren zeventig. De band ontving vanaf het begin veel waardering. Niet alleen in eigen land, ook in het buitenland was er snel sprake van naamsbekendheid en verkoopsucces.

Het nummer Tong Poo komt van het debuutalbum van het trio, het is een compositie van Sakamoto. Hij zou vooral geïnspireerd zijn geweest door Chinese muziek toen hij het schreef. Tong Poo wordt dan zelf aangehaald als inspiratiebron voor veel videogame muziek, zoals voor de game Tetris. Het is voor de luisteraar van nu dan ook direct herkenbaar, maar dat heb je vaker bij invloedrijke muziek. De elementen vallen direct goed op de plek. Het is funky, dansbaar, cool, en super aanstekelijk.

Na het debuut werd de ontwikkeling en de mythevorming nog behoorlijk voortgezet. De band kreeg op een gegeven ogenblik een Beatles-status in eigen land. Daar bleef het niet bij. Sakamoto kreeg bijvoorbeeld ook al snel nog verdere wereldfaam als componist van de muziek van Merry Christmas, Mr. Lawrence. Hij acteerde ook in die film, onder andere met David Bowie. Zo zijn er nog genoeg mooie verhalen, en zo ontdek je nog veel meer prachtige en interessante muziek als je eenmaal begint aan een YMO discovery. Al met al loont het zeer de moeite uitgebreid in de magische muzikale avonturen van dit orkest en diens individuele leden te duiken.

Keuze Tricky Dicky: Kitaro – Silk Road (1980)

Klein

In 1980 was ik op uitnodiging voor een werkbezoek naar Japan van de nationale luchtvaartmaatschappij Japan Airlines ingegaan. Tokyo, Kioto en Fukuoka met een trip naar Nagasaki. Het grappige was dat ik met mijn 1,83 meter de kleinste en de enige niet hoogblonde van de mannen was, maar wanneer een van ons moest urineren leek er wel een plaag te zijn. Kleine mannetjes die ook ineens dringend moesten en stiekem over de tussenschotten in de urinoirs heen probeerden te kijken of de verhalen over grote blanke mannen op waarheid berusten.

Japan is een mooi goed georganiseerd land. In Kioto overnachtten we in een traditionele ryokan; een bed & breakfast of herberg, inclusief theeceremonie. In de meeste ryokans slaap je op een futonbed op de grond en dat bleek heel comfortabel. De seksen worden wel gescheiden, en helemaal voor het gemeenschappelijke bad. Uitstekend gegeten, maar als enige wees ik het traditionele ontbijt af en koos voor Westers. Goede keuze bleek, want de anderen mochten zich verlekkeren aan misosoep met zeewier, sashimi, natto (gefermenteerde sojabonen), tofu en gepekelde groenten. Prima voedsel, maar niet op een lege maag. Er werd met jaloerse blikken naar mijn ontbijt gekeken.

Japanners hebben nooit excuses gemaakt voor hun deel in de Tweede Wereldoorlog en dat bleek toen we bij het monument voor de oorlogsslachtoffers van de atoombom op Nagasaki stonden. De gids beklaagde zich dat de Amerikanen deze bom nooit hadden mogen gooien. Alsof zij de agressors waren. Hey, they didn’t start the war, was mijn opmerking. Your government and emperor could’ve surrendered. Het werd mij niet in dank afgenomen.

In de lente van 1980 werden de eerste delen van de televisiedocumentaire The Silk Road uitgezonden over de oude zijderoute van Xi’an tot Rome met beschrijving van de geschiedenis, archeologie, cultuur, religie en kunst. Maar het mooiste was de soundtrack door Masanori Takahashi, beter bekend als Kitaro. Ik had in mijn lokale platenzaak het album Oasis van hem in mijn handen gedrukt gekregen: esoterische New Age. Mooi en rustgevend. De opvolger was de soundtrack van Silk Road  die in de live-uitvoering dankzij de toevoeging van een vol orkest nog magistraler werd.

Keuze Alex van der Heiden: Anthem – Wild Anthem (1985)

Je verstaat er sowieso niks van

De uitverkoopbak. De Dijk schreef er al eens een mooi liedje over. Ik heb er best wat mooie platen vandaan gegraaid. Zo ook Anthem. Waarschijnlijk werd ik getriggerd door de mooie hoes en zal ik door deze typische metal hoes getriggerd zijn om het debuut van deze band te kopen. Alleraardigste heavy metal uit de jaren ’80, heel veel meer kan ik er niet over zeggen.

Toen de plaat op de draaitafel ging en nadere studie volgde, bleek dit overduidelijk een Japans werk. Een binnenhoes voor de liedteksten zat er niet bij en ik kon nauwelijks het verschil tussen de Japanse en Engelse teksten ontwaren. Je verstaat er sowieso niks van, dus ze kunnen net zo goed alles in het Japans doen. Enfin, luister zelf, het is gewoon lekkere heavy metal en de energie spat eraf. Ze bestaan nog steeds overigens en ook hun muziek is in de loop der jaren wat gegroeid en volwassener geworden. Echter niet zo overtuigend dat ik ben meegegroeid, het is bij het debuutalbum gebleven. Dit album opent met een lied over een Japans volkslied, heel veel verder dan dat kom ik niet qua uitleg.

Keuze Jeroen Mirck: Tom Waits – Big In Japan (1999)

Surrural

Zes jaar lang hadden we weinig van hem gehoord. Was hij gestopt? Was hij de muziekbusiness zat? Leefde hij liever in alle rust op zijn boerderij? Lekker bieten verbouwen en whiskey drinken in de schaduw van de veranda. Hij was ook niet de jongste meer. Was het misschien voorbij met de carrière van Tom Waits?

Het antwoord op al die vragen kwam in het laatste jaar van het vorige millennium. En wat voor antwoord! Waits snoerde alle critici en sceptici de mond met het meesterlijke album Mule Variations. Beter had de oude meester ze zelden gemaakt. Zestien tracks, de ene nog krachtiger dan de andere. Een pure, rauwe sound. Blues in een modern maar toch ook tijdloos jasje. Alsof Howlin’ Wolf een duet zong met Ol’ Dirty Bastard van Wu-Tang Clan.

Over rockartiesten die uit beeld raken, werd vroeger nog wel eens gezegd: ja, maar ze zijn groot in Japan! Aanvankelijk was dat wellicht nog bedoeld als compliment, later werd het vooral leedvermaak. Voor zijn terugkeer in de schijnwerpers koos Waits met gezond gevoel voor ironie voor die befaamde obligate oneliner. De rocksong Big In Japan maakt een onuitwisbare indruk als openingsnummer en eerste single van Mule Variations. Muziekarchief Genius.com omschrijft de track heel treffend als een klaagzaag over eigen tekortkomingen, verpakt in een variatie van losse metaforen.

I got the style, but not the grace
I got the clothes, but not the face
I got the bread, but not the butter
I got the window, but not the shutter
But hey, I’m big in Japan

Het nummer dankt zijn kracht aan het dreigende staccato ritme en de dreigende staccato tekst. Het is blues in de meest pure vorm, maar wel op een manier zoals alleen Waits die kan laten klinken. De sleutel tot het succes zijn de ongepolijste geluiden aan begin en eind. Het is een oude opname die Waits jaren eerder maakte, maar die hij slim toevoegde aan deze nieuwe compositie. Over het hoe en waarom vertelde hij ooit het volgende: I was in Mexico in a hotel, and I only had this little tape recorder. I turned it on, and I started screaming and banging on this chest of drawers really hard, till it was kindling, trying to make a full sound like a band. And I saved that. That was years ago. I had it on a cassette, and used to listen to it and laugh. It sounded like some guy alone in a room, which it was, trying his hardest to sound like a big, loud band. So we stuck that in the front.

Het vervreemdende geluid van die bandrecorder geeft Big In Japan de authenticiteit die het hele album kenmerkt. Waits klinkt ruraal en tijdloos, maar absoluut niet gedateerd. Hij was al lang niet meer de verlopen barpianist die zijn instrument de schuld gaf van zijn dronkenschap, maar had zich in de loop der jaren ontpopt tot een muzikale avantgardist. Met Mule Variations slaagt hij erin om zijn unieke sound te polijsten tot iets dat nog veel nieuwe decennia mee kan. Waits is er nog. Waits is er weer. In Amerika, in Europa en ongetwijfeld ook in Japan. Zelf formuleert hij dat uiteraard vele malen poëtischer: I see myself in the harbor, ripping up the electrical towers, picking up cars, going in like Godzilla and levelling Tokyo. There are people that are big in Japan, and are big nowhere else. It’s like going to Mars. It’s also kind of a junkyard for entertainment. You can go over there and find people you haven’t heard of in twenty years, that have moved over there, and they’re like gods. And then there are all those people that don’t do any commercials, they have this classy image. And over there, they’re hawking cigarettes, underwear, sushi, whiskey, sunglasses, used cars, beach blankets.

Gevraagd naar het ontstaan van dit belangrijke album na zo’n lange stilte, gaf Waits als antwoord dat de enige reden om nieuwe songs te schrijven schuilt in het feit dat je de oude songs beu bent. Blues is een basis waar hij altijd weer terugkeert, vanwege de oneindige mogelijkheden, maar ditmaal wilde hij muziek maken ‘between surreal en rural’. Dat werd de eigen vondst ‘surrural’. That’s what these songs are: surrural. There’s an element of something old about them, and yet it’s kind of disorienting, because it’s not an old record by an old guy.

Keuze Joop Broekman: Cornelius – Point Of View Point (2001)

Scherp gevonden

Japan staat niet hoog op het lijstje om eens te bezoeken. En dat heeft niks met mogelijke natuurrampen te maken. Ik bedoel, ik ben ook naar San Francisco en Hawaii geweest. Dat zijn toch wel twee perfecte frontrow plekken voor een aardbeving of tsunami, net als het land van de rijzende zon. Nee, het trekt me gewoon niet. Alhoewel ik het land prima zou durven verkennen met die snelle trein.

Muzikaal gezien heb ik heel lang slecht gedacht over Japan. Ryuichi Sakamoto, daar kende ik wel wat van. En verder vond ik dat er alleen maar acts waren die slechts klakkeloos en harteloos kopieerden wat anderen al deden. Van punk tot salsa. Maar dat harde oordeel moest ik bijstellen toen ik via Kink FM voor het eerst Cornelius en de single Point hoorde. Een nummer dat nogal tegendraads voort dreinde en tegelijkertijd intrigeerde als een gek. Het gelijknamige album moest dus wel even beluisterd worden bij de platenboer. En dat viel niet mee, maar ik besloot het een kans te geven. Mee naar huis, dus. In die twintig jaar heb ik Point vrij weinig gedraaid. Dat het tot nu toe verschillende opruimrondes heeft overleefd, komt omdat ik na al die tijd een zwak bleef houden voor dit werk. Keigo Oyamada had niet zo maar wat stijlen bij elkaar geplukt, hij maakte er een prachtig geluidskunstwerk van. Bij voorkeur beluister je dit met een koptelefoon of via een goede kwaliteit speakers. Rock, pop, bossanova en zelfs metal komen voorbij, afgewisseld met natuurlijke geluiden (de waterdruppels in het zalige Drop). En met hier en daar wat elektronica.

Muziek met een spanningsboog? Zeker wel. Voor deze battle draaide ik het album twee keer volledig af om in de juiste stemming te komen. Want het lag eigenlijk wel heel erg voor de hand om over Babymetal te schrijven (een album leuk, daarna meer van hetzelfde). Maar Cornelius won het dik.

Keuze Remco Smith: Electric Eel Shock – Rock ‘n’ Roll Can Rescue The World (2004)

Remedie tegen lamlendigheid

Er is een reden dat ik met de jaren minder drink en dat is dat het lamlendige gevoel de dag daarna mij gestolen kan worden. Ik trek dat gewoon niet meer. Werk, gezin, dan is een kater gewoon niet meer te doen. Ergens wel jammer want daarmee gun ik mezelf de lol van lamlendigheid niet meer. De lol van met vrienden een hele dag onzin-TV  kijken, met de gordijnen dicht, in de hoop dat daarmee de watten het hoofd verlaten.

Dat brengt me terug naar het weekend van 14 december 2003. Stappen met zijn drieën, op zaterdag in Tilburg, mijn studentenstad, waar inmiddels een goede vriend van mij woonde. Veel te laat thuis, om half vier ’s nachts pizza shoarma laten brengen, bij voorbaat al een hopeloos weekend. De volgende dag waren we geen van allen wat waard. MTV aangezet: die zond achter elkaar alle afleveringen van The Trip uit. Twee vrienden reisden van Gibraltar naar de Noordkaap, twee andere vrienden de omgekeerde route. Met voice-over van Giel Beelen. Nutteloze televisie. Televisie waar je niets van opsteekt, die je niet verrijkt. Ideale TV voor een lamlendige katterige dag. De dag was ongetwijfeld in totale lethargie geëindigd, als ik niet samen met mijn beste vriend die avond niet naar de Effenaar in Eindhoven was gegaan. Danko Jones trad daar op. Danko Jones was op dat moment echt een grote act. In 2002 was zijn geweldige plaat Born A Lion uitgekomen, opgevolgd door het eveneens niet misselijke We Sweat Blood. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen en die maakte Danko Jones waar.

Wat de avond afmaakte was het voorprogramma. Veelal een zanger of band die de gelegenheid geeft voor een sanitaire stop of het halen van bier, maar dat was buiten Electric Eel Shock gerekend. Een lekker rammelend Japans trio. Garagerock. Punk. Messcherp als het moet. Cartoonesk tussen de liedjes door. Met gebroken Engels het publiek opzwepend. En met het venijn waardoor de deken van lamlendigheid snel van ons was weggerukt. Een tik tegen de kanis waardoor de watten tussen de oren binnen mum van tijd verdwenen waren. Japans garagerock. Heerlijk.

Keuze Mersad Rebronja: Hikaru Utada – Passion (2005)

Eén van de beste nummers in de geschiedenis van de videogames

Aangezien ik een enorme anime fan en een groot liefhebber van Japan in het algemeen ben kan het niet anders dan dat ik aan deze battle meedoe. Keuzestress was er wel, want er zijn een heleboel Japanse artiesten waar ik graag naar luister. Kyary Pamyu Pamyu, Sakanaction, Seiko Oomori, Leo Ieiri, Ichiko Aoba, Perfume, Shinsei Kamattechan, Tricot, Ayumi Hamasaki. Het is maar een kleine greep uit de Japanse artiesten met geweldige muziek op hun naam.

En dan is er nog die prachtige muziek uit de vele anime series. Hikaru Utada is een van de meest invloedrijke en best verkopende artiesten uit Japan en ze brak daar dan ook vele muzikale records. Ze is een getalenteerd singer/songwriter en ze is sinds 1999 een constante factor aan de top van de hitlijsten. Met recht is ze dan ook één van de iconen van de Japanse pop (J-pop) te noemen. Over de J-pop wordt niet altijd heel positief gedacht, maar net zoals ik al beschreef in mijn K-pop bijdrage is het een diverse muzikale stroming waarin veel mooie muziek wordt gemaakt.

In 2006 bracht Hikaru het album Ultra Blue uit: Passion is de single die eind 2005 uitkwam. Het nummer is samen met de Engelse versie, Sanctuary, gebruikt voor de game Kingdom Of Hearts II. Hikaru schreef het nummer al voordat de game uitkwam en heeft naderhand de songtekst iets aangepast. Het nummer is een combinatie van alternatieve Rock en Ambient en het voelt direct vanaf het mooie intro prachtig hemels en dromerig aan. Hikaru’s vocalen zijn schitterend en het geheel van de muziek en zang maken het tot een indrukwekkend nummer. Passion wordt dan ook gezien als één van de beste nummers in de geschiedenis van de videogames. Het thema van het nummer is nostalgie en bespreekt omstandigheden uit het verleden, het heden en de toekomst. Met je gedachten en fantasieën kun je heerlijk mee zweven met het nummer, ook al begrijp je niet alle woorden. Een prachtig nummer uit het uitgebreide repertoire van één van J-pop’s grootste artiesten.

Keuze Der Webmeister: Haru Nemuri – Kick In The World (2018)

Moderne mix van oost en west

Van alle invalshoeken waarmee je naar Japan kunt kijken, is de culinaire kant er eentje die me momenteel het meest bezighoudt. De Japanse keuken heeft eeuwen geleden de basis van grote buur China goed afgekeken, en er vervolgens een extreem verfijnde, op zichzelf staande, eigen geheel van gemaakt. Japans koken is niet even snel iets in elkaar flansen, maar vergt uren aan voorbereiding en hoogwaardige kooktechnieken, die mij soms de moed in de schoenen doen zinken. Het resultaat zijn uiterst delicate gerechten waar je de tijd voor moet nemen en niet moet wegschrokken.
Het industriële Wirtschaftswunder van Japan in de jaren ’60 en ’70 was in feite hetzelfde: de basis van Electronica- en andere producten eerst goed afkijken en er een superieure eigen draai aan geven. Of dat met Japanse muziek allemaal ook het geval is moet uit deze battle blijken.

Wie wat mij betreft douze points scoort voor Japan is deze rappende en zingende juffrouw genaamd 春ねむり, maar wij mogen gelukkig Haru Nemuri zeggen. En wat van ver komt is lekker, zo blijkt maar weer eens. Voor de gelegenheid moet u ook maar eens de YouTube ondertiteling aanzetten, met de kanttekening dat Hari Nemuri haar teksten hoogstpersoonlijk hiervoor naar het Engels heeft vertaald.

Kick In The World als een J-Pop niemendalletje afdoen zou niet terecht zijn. Nemuri’s verschijning mag daar wellicht aanleiding toe geven, onder de J-Pop oppervlakte horen we flinke porties Hiphop, Noise en een snufje punk, en om de vergelijking met de Japanse keuken nog maar eens te maken: dit is heel spannende fushion cooking. Hier is iemand vol passie bezig met leuke grensverleggende kruisbestuivingen, en dit experiment mag behoorlijk geslaagd worden genoemd. Fijne melodieën, fijne tempowisselingen, misschien even wennen voor uw tere oortjes als u alleen maar naar Saairadio luistert. Check ook haar debuutalbum Haru To Syura, dat een heerlijke moderne mix van oost en west is.

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.