Festivalplezier gaat in drie golven. In januari zitten we midden in Golf 1: welke act, welke zanger of zangeres, welke band staat op welk festival? Wanneer vindt wel festival plaats? Wat past in je agenda? Op www.festileaks.com wordt al maanden gespeculeerd wie hopelijk waar zal staan. Golf 2 is de tijd dat de festivalkaarten in de pocket zijn. Playlist luisteren, blokkenschema bestuderen en invullen. Voorpret. Golf 3 is de dag of het weekend zelf.

Vooruit: Golf 4. Wanneer stond je op welk festivalterrein en welk liedje heeft voor eeuwig indruk gemaakt?

Keuze Quint Kik: Happy Mondays – Loose Fit (1990)

Keuzestress

Niet te doen, dacht ik op voorhand: hoe ga ik ooit mijn festival-favoriet ‘ever’ terugvinden? Ik bezocht er meer dan ik aanvankelijk dacht: Le Guess Who (2018 & 2014), North Sea Jazz (2010, 2003, 2001), Crossing Border (2008 & 1998), Lowlands (2006, 2005 & 2003), Metropolis (2005) Rock Werchter (2004), Parkpop (2004), Drum Rhythm Festival (2002), Dynamo Open Air (2000 & 1995) en Pink Pop (1993, 1992 & 1991). My First Festival in Tivoli Vredenburg met de kinderen, telt dat ook? Uitgesmeerd over een dusdanige lange periode van bijna 30 jaar, dat ik niet één act kan bedenken die ik twee of meer keer zag (een belangrijk criterium bij deze battle leek, me). Dan maar terug naar het begin en de band die mijn allereerste festival ooit afsloot, me in opperste verwarring achterlatend.

In 1991 ging ik naar Pinkpop om de headliners Living Colour en Lenny Kravitz in levende lijve mee te mogen maken. Hun sophomore efforts, respectievelijk Time’s Up en Mama Said had ik in de daaraan voorafgaande maanden grijs gedraaid. In een poging dichtbij het podium te komen, besefte ik voor het eerst van mijn leven wat een moshpit inhield; bij Living Colour werd ik als vanzelf naar voren geduwd. Waarbij je af en toe om je heen kijkt met een gelukzalige grijns (gaaf hèh?), maar eigenlijk denkt: Als dit maar goed komt… De dag begon al niet misselijk, met The Tragically Hip en later op de middag  An Emotional Fish, waarvan ik de single Celebrate in de dagrotatie van MTV had opgepikt. En toch: behalve Luka Bloom op een driewieler kan ik me verder bar weinig van Pinkpop ’91 herinneren.

Op de dagafsluiting na dan: suf gebeukt door mede-festivalgangers en doorweekt van al die tegen elkaar aangedrukte, zweterige lijven, keken we met zijn allen reikhalzend uit naar het toetje. In mijn herinnering was het een tijdje onduidelijk óf er überhaupt nog iets kwam. Na een half uur wachten werd er op de achtergrond een band aangezet en kijk nou: na nog eens een kwartier kwam er vanuit de coulissen een mannetje het podium opgelopen, die heel druk begon te doen met sambaballen en maniakaal uit zijn ogen keek.  Aan de sambaballensamba van sidekick Bez leek geen einde te komen, maar uiteindelijk kreeg hij gezelschap van een zangeres (ik vermoed Rowetta Idah). Na wat nog een eeuwigheid leek te duren kwamen ook de broertjes Ryder en de rest van band erbij: Hallelujah!

Wat volgde moet een geweldige set zijn geweest van Happy Mondays (als ik de setlist van de daaropvolgende show in Leeds mag geloven), maar ook hier staat me weinig van bij (ik moest geloof ik nog de trein naar Eindhoven halen). Niettemin voor altijd in mijn geheugen gegrift, het soort van hallucinante cooling down die je iedere bezoeker van haar of zijn eerste festival van harte gunt!

Keuze Tricky Dicky: Monti Amundson – Lesson Or Two (1996)

Marginaal

Je favoriete concert….onmogelijk te kiezen. Ik had natuurlijk voor Frank Zappa kunnen kiezen, want die stelde nooit teleur. Maar die komt al regelmatig uit mijn pen. In de jaren negentig heb ik heel veel Bluesconcerten en festivals gezien. Vaak bekende artiesten, maar evenzo vaak onbekenden die de sterren van de hemel speelden. Ik moet dit nuanceren: ik kende ze (vanwege mijn Bluesprogramma bij de regionale radio), maar voor gemiddeld Nederland waren het vreemden. Buddy Guy en Julian Sas deden heel misschien nog belletjes rinkelen, maar bijvoorbeeld Monster Mike Welch, Melvin Taylor, Michael Katon, Susan Tedeschi en Monti Amundson kregen (toen) geen grote getallen naar hun optreden.

Elk jaar organiseren ze in Leiden een blues- en jazzweek. Een week lang in diverse zalen, kroegen tot zelfs een kerk treden tegenwoordig minder bekende namen op, maar medio en eind jaren negentig werd regelmatig de portemonnee getrokken om Amerikaanse artiesten te laten komen. Zo waren dus mijn vrouw en ik in de Leidse kerk bij Monti Amundson met op de drums Boyd Small. Het trieste was dat er slechts vier personen stonden te luisteren naar een geweldig concert, want beide mannen deden net om het een uitverkocht stadion was. De vier aanwezigen compenseerden het gebrek aan belangstelling door zeer luid te applaudisseren en te fluiten, hetgeen door de geweldige akoestiek versterkt werd. Monti en Boyd konden het waarderen.

We zijn circa 25 jaar verder en tegenwoordig heet hij Big Monti Amundson, want hij is iets in de breedte gegroeid. Het doet geen enkele afbreuk aan zijn muziek; een gelijkenis met wijlen Stevie Ray Vaughan dringt zich op. Overigens zijn beiden bijna tegelijkertijd begonnen, maar waar SRV tot grote hoogte steeg bleef Amundson in de marge werken. Dat had ook te maken met het gebrek aan distributie door de Nederlandse platenmaatschappij in de V.S.

Keuze Jeroen Mirck: The Posies – Please Return It (1996)

Toegift

Misschien niet het eerste festival waar je aan denkt, maar The Posies waren ooit de afsluiter van een muziekavond tijdens Stripdagen Haarlem, het toonaangevende tweejaarlijkse festival over het beeldverhaal dat in tegenstelling tot de meeste stripbeurzen een hoog snobgehalte heeft.

Muziek en strips gaan goed samen, dus traden die avond in Patronaat ook veel bands van en met stripmakers op. De uitsmijter was wel echt een relatief grote naam. The Posies leken begin jaren negentig groot te kunnen worden, maar platenmaatschappij Geffen besloot al zijn marketingbudget te pompen in een bandje genaamd Nirvana.

Groot of niet, The Posies hadden er zin in, die juni-avond in 1996. Ze speelden een vlammende set met een lange toegift, maar daarna gingen ze pas echt goed los. De tweede toegift werd een eindeloze medley van rockklassiekers. Vergeef me dat ik ze niet allemaal meer weet (ik word oud), maar denk in de categorie Smoke On The Water. Inclusief stagediven en gegooi met gitaren.

Het speelplezier spatte eraf en de zaal ging helemaal bazerk. Precies zoals een fijn festival hoort te eindigen. Van dit concert staan helaas geen beelden op YouTube, daarom kies ik voor een eigen video die ik een paar jaar later maakte tijdens een intiem concert in Melkweg. Jon Auer en Ken Stringfellow (ditmaal zonder hun bandmaten) speelden veel van hun album Amazing Disgrace uit 1996, inclusief de fanfavoriet Please Return It. Wow, wat gaven ze veel terug aan hun publiek. Zeker tijdens Stripdagen Haarlem.

Keuze Henk Tijdink: Arid – Too Late Tonight (1999)

Muse of Arid?

Het leven hangt van keuzes (en een beetje toeval) aan elkaar. Elke dag weer. Honderden keuzes. Zo is het morgenochtend opstaan uit bed, nadat de wekker is gegaan, een keuze. En het vanavond zetten van diezelfde wekker is dat overigens ook.

Het lezen van dit stukje is ook een keuze. En je hebt het volste recht om nu wat anders te gaan doen. Het zou wel jammer zijn, want dan lees je niet verder over mijn (verkeerde) keuze op Pinkpop in het jaar 2000. Dat jaar bezocht ik met een groep vrienden het Limburgse festival en zoals ieder weet is het onmogelijk om alles te zien, al is het maar vanwege het logische feit dat er af en toe wat gegeten en gedronken moet worden. Hoe groter een festival, hoe meer er ook een parallelle programmering is. Dat heeft als voordeel dat er enorm veel keus is. Het grote nadeel: er moeten dan ook keuzes gemaakt worden!

Het was een fijn festival dat jaar. Warm ook, als ik het me goed herinner. Een aantal optredens van dat jaar zijn me bijgebleven: Krezip (waar hun verovering van het land is begonnen), Live (wel aardig), Pearl Jam (beangstigend druk, maar geen negen doden zoals drie weken later op Roskilde), Oasis (slecht!) en afsluiter Moby (geweldig optreden!).

Er is alleen één band die ik achteraf graag had willen zien. En dat is Muse; destijds nog gewoon in de middag geprogrammeerd in de 3FM tent. Maar het was óf Muse óf Arid.  En het werd Arid, een band waarin ik destijds ook meer potentie in hoorde. Helaas is dat er nooit echt uit gekomen.

Arid mag overigens best wel even in het spotlicht mag staan. Nog nooit is er over ze geblogd op Ondergewaardeerde Liedjes. En ook de zanger van de band, Jasper Steverlinck, heeft slechts één keer de eer gekregen. Het debuutalbum Little Things Of Venom uit 1999 ligt nog altijd prima in het gehoor en zeker Too Late Tonight is een nummer dat meer aandacht verdiend dan het heeft gedaan. De keus is aan jou: luister het…. of niet.

Keuze Noah Lefébure: De Staat – Make Way For The Passenger (2013)

Het hoge tempo, de galopperende drums en simpele, agressieve gitaren maken dit een heuse live knaller

16 jaar oud. Eerste festival. Je beste vriend neemt je mee naar een dagje Paaspop, voornamelijk om zijn favoriete voor het eerst live te gaan zien daar. Hij had me geïntroduceerd tot De Staat door direct Witch Doctor te laten horen. Het was even schrikken voor iemand die niet enorm gewend was aan ‘harde’ muziek, maar toen ik daarna Make The Call, Leave It All hoorde was ik toch wel enorm geïnteresseerd.

Paaspop 2017 was mijn allereerste festival ervaring. Het heeft geleid tot een zeer grote, en soms vrij prijzige, hobby. Ondertussen ben ik naar zeven grote festivals geweest heb aardig wat acts kunnen zien, maar nog niks is in de buurt gekomen bij de shows die De Staat weet neer te zetten. Ik weet dat ik niet de eerste of de enige ben die beweert dat De Staat de beste Nederlandse festival band is, maar ik kan moeilijk iets anders beweren na ze acht keer live gezien te hebben, zes keer daarvan op festivals. Helaas zit Make The Call niet meer in de setlijst van de band en hoewel het live misschien wel mijn favoriete nummer is, kan ik er niet onderuit dat er één ander nummer is wat live iedereen aan zet en dan bedoel ik niet Witch Doctor.

Het begin van hun set over het algemeen best wel in your face. De staat komt het podium op en dan zijn ze er ook echt. Toch gebeurd het bij het festival publiek regelmatig dat het even inkomen is wanneer de staat begint te spelen. Dit is, tenminste, tot ongeveer op de helft van de show, wanneer ze Make Way For The Passenger in starten. Bij iedere show van De Staat waar ik tot nu tot ben geweest was dit het moment dat de eerste, grote, moshpit ontstond. Aan de hand van de reactie van het publiek bij dit nummer vind ik het ook vaak al goed in te schatten hoe de rest van het optreden gaat verlopen.

Eigenlijk verbaasd het me wel een beetje dat het precies dit nummer is wat altijd zo ontzettend goed werkt. Het is relatief eentonig met weinig dynamiek tot wat later in het lied. Maar het hoge tempo, de galopperende drums en simpele, agressieve gitaren maken dit een heuse live knaller.

Keuze Remco Smith: King Gizzard & The Lizard Wizard – Rattlesnakes (2017)

Australische bulldozer

Gek ben ik van festivals. De voorpret, de verrassing in de muziek. Stiekem ook wel een beetje uit financiële overwegingen: voor een dikke honderd euro (exclusief reiskosten, eten en schreeuwend dure drankjes) een hele dag muziek. Ik ben op meerdere festivals geweest en ik vind het steeds weer een feest. Parkpop was mijn eerste en er volgenden er veel meer. Het fijnste festival vind ik Best Kept Secret in Hilvarenbeek. Qua grootte, qua festivalterrein en qua line-up. Als de programmering tijdens Golf 1 (zie de inleiding) bekend is, blijkt steeds dat ik zeker twee derde van de aangekondigde acts niet ken. Verrassing gegarandeerd!

Bij ons thuis ben ik degene die het blokkenschema invult en zo bepaalt naar welke acts mijn lief en ik gaan. Ik kan mij herinneren dat we bij alle festivalbezoeken maar één keer er niet uit kwamen: Editors en Low stonden in 2016 tegenover elkaar geprogrammeerd. Daar kwam een halfbakken en niet werkend compromis (beiden de helft) uit. In 2017 vond ik de invulling van de vrijdagavond ingewikkeld. Op podium 2 stond namelijk een volgens de beschrijving nogal ingewikkelde band. Drie platen per jaar. Eén plaat met alleen maar liedjes van exact tien minuten. Een plaat die, als die als CD op repeat staat, precies doorloopt. Het klonk allemaal nogal vermoeiend. Met scepsis en aarzeling stonden wij deze act op te wachten.

Die scepsis walste King Gizzard & Lizard Wizard als een Australische bulldozer weg. Howyadoin’? This is Rattlesnakes awwight. Met twee drummers, veel te veel gitaristen en spacey visuals, Rattlesnakes Rattlesnakes Rattlesnakes en de hele tent ontplofte. Een uur lang keken en luisterden wij met enige verbazing en veel enthousiasme naar dit wonderlijke gezelschap. Wat King Gizzard voor mij helemaal een ideale festivalband maakte, is dat ik de muziek thuis op Spotify niet eens geweldig vind. Alsof er te veel over is nagedacht. Live was het een verpletterende ervaring.

Keuze Freek Janssen: Vampire Weekend – White Sky (2019)

Instant klassieker in mijn hoofd

Het is fantastisch om je te vergissen in artiesten. Als in: je had er niet zo veel mee, maar je ontdekt dat ze toch wel heel tof zijn.

Had ik met Vampire Weekend. Ik kende ze van A Punk, Holiday; aardige radiohitjes, zeker opzwepend, maar niet iets wat ik snel op zou zetten. En toen kwamen ze met Father of the Bride in 2019. Mijn hemel, wat een dijk van een plaat; veel beter en gevarieerder dan ik had verwacht van de band.

Toen ik naar Down The Rabbit Hole ging, stond dat album al op repeat, de rest van het oeuvre liet ik nog even voor wat het was. Daar was het dat ik met terugwerkende kracht onder de indruk was van hun eerdere werk. Cape Cod Kwassa Kwassa, Step, maar vooral White Sky: instant klassiekertjes geworden in mijn hoofd.

De opname is niet geweldig, maar wel leuk dat die beschikbaar is:

One comment

  1. Zo herkenbaar van King Gizzard. Thuis draaien: niks. Live op LL 2018 en BKS 2022: KABOOM 💥!

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.