Franstalige muziek hangt voor veel Nederlanders samen met de Nederlandse successen in de Tour de France in de jaren ’70 en ’80. Legendarische wielrenners als Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann boekten grote successen in De Tour, en daarvoor luisterde het ganse land iedere zomer drie weken lang naar Hilversum 1, zoals NPO Radio1 toen nog heette. Want live tv was er nauwelijks, en internet al helemaal niet. Het format van dit radioprogramma schreef zichzelf bijna: korte ‘tourflitsen’ – in de vorm van een enorm opgewonden Theo Koomen die achterop een motor gezeten geregeld live verslag deed van het verloop van de etappe van die dag – werden afgewisseld met vrolijke, zomerse, veelal Franstalige muziek.

Het zal u uiteraard niet verbazen dat deze muziek met het verstrijken van de jaren een beetje voorspelbaar werd, zo erg zelfs dat er inmiddels een Tour Top 100 bestaat. En jawel, die is als playlist op Spotify beschikbaar. Maar gelukkig is Frankrijk méér dan een wielerronde van 100 chansons, wat onderstaande battle haarfijn aantoont.

Keuze Quint Kik: Nino Ferrer – Mirza (1965)

Vloervuller

Voor dit blog had ik eigenlijk gekozen voor een hier te lande onontdekt meesterwerk van het onbegrepen genie Nino Ferrer en zijn muze Radiah. Nog net op tijd las ik ‘Franstalig’; het album dat ik op het oog had, is namelijk grotendeels in het Engels gezongen. Op die ene grote (Franse) hit na dan: Le Sud (1974), een nummer waarvan een Engelse versie (South) het album opent. Dat het Ferrer een hit opleverde, vormde voor hem zelf overigens een steen des aanstoots; net als bij die andere grote Franse hit La Maison Près De La Fontaine (van Métronomie, 1970) waren ze A-typisch voor het artistieke statement dat hij met de bijbehorende albums probeerde te maken. Van het geld dat hij overhield aan Le Sud/South kon hij zich weliswaar een kasteel veroorloven, maar op zijn 64ste verjaardag zou hij zich in een nabijgelegen maisveld op dramatische wijze van het leven beroven. Dat is allemaal voor een latere blogreeks over Franse visionairs, waar deze battle me toe inspireerde.

Ferrer trapte zijn carrière af in zijn moerstaal, maar wel met een wat ongebruikelijk twist: Je Veux Être Noir. Ray Charles, James Brown, Wilson Pickett: wat is jullie geheim? Waar een collega als Johnny Hallyday rock ’n roll-helden uit de jaren ’50 probeerde te evenaren, koos Ferrer voor Southern Soul. Op de EP Mirza werd hij bijgestaan door een maatje uit zijn eerdere bandje Les Gottamou: Bernard Estardy, bijgenaamd Le Baron. Diens uit de bocht gierende Hammond B3-orgel droegen bij aan een instant singlesuccces, waarop Ferrer voortbouwde met zijn albumdebuut Enrégistrement Public (1966): een originele en overtuigende soulklassieker, zij het volledig gezongen in het Frans. In Frankrijk zelf konden ze daar alleen geen chocolat van maken en werd Ferrer – mede dankzij nummers als Le Téléfon (1967) – ingedeeld bij collega-exentriekelingen als Jacques Dutronc. Het hielp daarbij niet dat hij al een stukje ouder was en zijn eerste tournee als een ware gruwel ervaarde.

Ferrer dook onder in zijn andere moederland Italië (zijn moeder was Italiaans), waar hij zich stortte op het presenteren van televisieprogramma’s als Lo, Agate E Tu, samen met de vorig jaar overleden Raffaella Carra (hier in Nederland bekend van de discoklassieker A Far l’Amore Comincia Tu = Chic meets de mariachi-trompetten uit Ring of Fire van Johnny Cash). Het bloed kroop echter waar het niet gaan kan en al gauw dook hij de studio weer in voor het eerder genoemde Métronomie en een album met Marc Bolan’s rechterhand Mickey Finn en arrangeur J.C. Vannier (Nino et Leggs, 1971). Bij de zwarte muziek zou hij pas terugkeren met Nino And Radiah (1974), zij het in een meer laidback funky gedaante, maar dat is als gezegd voor een later blog. Eerst eens maar weer eens Mirza opzetten; een vloervuller in een rechtvaardiger wereld, die met zijn puike blazers en de moddervette orgelklanken van Le Baron haast niet verder verwijderd kon zijn van het traditionele Franse chanson.

Keuze Mersad Rebronja: Patachou – Les Amants De Paris (1968)

Liefde

Patachou, wiens echte naam Henriette Ragon was, behoorde tot de beroemdste naoorlogse artiesten in Frankrijk. Ze was een arbeidersdochter en werkte eerst als typiste, fabrieksarbeidster, schoenverkoopster en banketbakster. Ook handelde ze in antiek. In Montmartre opende ze een eigen cabaret/theater met aangrenzend restaurant, Chez Patachou, waar onder meer Jacques Brel en George Brassens hun carrière begonnen. Charles Aznavour, Michel Sardou, Hugues Aufray, Claude Nougaro en Édith Piaf traden er  allemaal op. Ook Amerikaanse artiesten zoals Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis Jr. zouden er samen met Patachou optreden. Het werd een beroemde uitgaansgelegenheid in Parijs en een trekpleister voor artiesten in opkomst. In de jaren ’70 zou het sluiten en tegenwoordig word je alleen nog aan Chez Patachou herinnerd door een gedenkplaat aan de muur, waar ooit het theater gevestigd was.

Zanger Maurice Chevalier spoorde Patachou aan om serieus zangeres te worden. Uiteindelijk zou ze een heleboel platen verkopen. Later speelde Patachou veel in films. In Europa vergat men haar een beetje maar in de Verenigde Staten was ze erg populair.

Gelukkig is ze aangespoord om zangeres te worden want met een dergelijk mooie en heldere stem moet je volgens mij ook wel. Elk woord dat Patachou zingt is verstaanbaar, vanwege haar uitstekende dictie. Ze zong veel covers van andere grote artiesten maar gaf hier altijd haar eigen, kenmerkende draai aan. Een van deze covers is Les Amants De Paris. Erg veel kan ik niet over het nummer vinden maar voor zover dat gelukt is, is het naar mijn weten geschreven door Eddy Marnay en Léo Ferré en als eerste opgenomen door Édith Piaf. Édith is natuurlijk geweldig, maar de winnares hier is toch wel Patachou. Het nummer drukt uit wat liefde in de stad Parijs is en het schreeuwt simpelweg Parijs en Frankrijk. De combinatie van Patachou’s zang en de instrumentalen voelen enorm warm aan en is tijdloos mooi. Je waant je meteen in Parijs.

Keuze Erik Bevaart: Kevin Ayers & The Whole World – Puis-je? (1970)

Aandoenlijk en melancholiek

De keuze voor een Franstalig nummer, ja, het is toch even zoeken. Kies ik voor de eigenzinnige Franse progrock-band Ame Son of voor een Franstalige versie van Dusty Springfield of voor Blues Trottoir? Toch geen van drieën. De keuze viel bij mij uiteindelijk op Kevin Ayers & The Whole World met Puis-je?. Het is de achterkant van de single Butterfly Dance. Eigenlijk is dit sfeervolle, melancholieke nummer bekender onder de oorspronkelijke Engelse titel May I?

De song gaat erover dat hij, Kevin Ayers, een café binnenstapt om wat te gaan eten, een meisje ziet en aan haar vraagt of hij naast haar mag zitten om haar even aan te staren. Hij wil in gezelschap van haar glimlach zijn. Op zich heeft dit iets aandoenlijks of is het juist de baritonstem van Kevin Ayers die dit nummer charme geeft?

De band Kevin Ayers & The Whole World heeft maar kort bestaan en slechts één studioalbum gemaakt, Shooting At The Moon, in 1970. Deze band bestond uit David Bedford (toetsen/accordeon), Mick Fincher (drums), Lol Coxhill (saxofoons) en de 17-jarige Mike Oldfield (bas). Er zouden vele jaren later nog wel twee live opnamen op CD verschijnen. Saxofonist Lol Coxhill zou overigens in 1972 met de Nederlandse drummer Pierre Courbois en pianist Jasper van ‘t Hof de elpee Toverbal Sweet opnemen, live in Maassluis.

Al met al is de in 2013 in Frankrijk overleden zanger Kevin Ayers meer dan een voetnoot in de muziekgeschiedenis. Dat is niet op basis van hits, ook niet op grond van ongekende verkoopcijfers en ook niet als gevolg van songs van zijn hand die veelvuldig gecoverd zijn. Nee, niets van dat al, de Australische groep The Church heeft het nummer Decadence gecoverd op hun album A Box Of Birds en is een uitzondering op de regel. Dat Ayers deel uitmaakte van de zogeheten Canterbury scene, maakt hem voor bepaalde liefhebbers al bijzonder. Zo was hij lid van de eerste bezetting van Soft Machine, maar heeft ermee slechts één album gemaakt. Wel toerde hij in de V.S. met Soft Machine samen met onder andere Jimi Hendrix.

Waarom Ayers meer dan een voetnoot is, is vanwege een mijlpaal in zijn carrière: samen met John Cale, Nico en Brian Eno nam hij in 1974 een zeer opmerkelijk album op onder de titel June 1, 1974. Door de medewerking van onder andere Mike Oldfield, Robert Wyatt en Ollie Halsall krijgt dit in de Rainbow Theatre opgenomen live-album de status van document van een all-star bezetting. Dit album bevat – niet geheel onlogisch – een prima vertolking van May I? dat overgaat in Puis-je?

Keuze Marcel Klein: Serge Gainsbourg – Cargo Culte (1971)

Spijt

Ik hou ervan als mensen gepassioneerd over muziek kunnen vertellen. Alleen daarom kijk ik al het programma Chanson! Matthijs en Rob weten elke keer met veel enthousiasme het Franse chanson onder de aandacht te brengen en daar haal ik zelfs nog wel een paar mooie nummers uit, alhoewel het chanson nu niet mijn favoriete genre is. Mooi om te zien hoeveel ze er over weten, aan elkaar vertellen en dat dit leidt tot een mooie vriendschap.

Zelf heb ik wat minder met het Frans. Op de middelbare school had ik niet de meest inspirerende leraar (en dat is een understatement), dus heb ik het vak zo snel mogelijk laten vallen. Laat ik nu ruim tien jaar voor een Frans bedrijf hebben gewerkt en dat ik daar toen wel spijt van had. Maar goed…. met Engels kwam ik wellicht nog verder. Ondanks een stevige cursus toen heb ik mij nooit echt vrij gevoeld om het te spreken. Ja, een beetje op vakantie, maar meer niet. En dat is jammer, want het is een mooie taal.

Ook zitten er niet heel veel Franse nummers bij mijn favorieten. Ik heb daar wellicht wat minder mee dus, maar er zijn altijd uitzonderingen en een uitzondering is Serge Gainsbourg. Enkele jaren geleden heb ik een aantal albums beluisterd uit eind jaren ’60, begin jaren ’70 en die waren fantastisch.

In 1971 kwam hij zelfs met een conceptplaat op de proppen, Ballade De Melody Nelson. Een verhaal over de protagonist die in een Rolls Royce een meisje op de fiets aanrijdt. Melody dus. Melody en de zanger krijgen een verhouding en het leven lacht hem toe, totdat zij hem niet alleen verlaat, maar ook nog omkomt. En dan eindigt het verhaal toch treurig. Het album duurt nog geen half uur en in die tijd wordt dit verhaal bezongen. Een fantastisch uitgewerkt muziekstuk, waar de stem van Gainsbourg (die wel wat minder is overigens) goed bij past.

Cargo Culte is het sluitstuk van het album en gaat over de rouw na het overlijden van Melody. Wat mij betreft muzikaal het hoogtepunt van het album. Een strakke baslijn, waar gedurende het nummer steeds meer aan toegevoegd wordt. De stem van Gainsbourg klinkt somber en verdrietig, de emoties voel je. Naar mate het nummer vordert wordt de muziek steeds harder en steviger en eindigt het nummer vol emotie. En daarmee het album.

Niet alleen een hoogtepunt in het oeuvre van Gainsbourg, maar in mijn verzameling liedjes voor mij ook een hoogtepunt bij een Franstalig nummer. Hier zou ik Matthijs en Rob wel eens wat over willen horen zeggen.

Keuze Erwin Herkelman: Michel Fugain & Le Big Bazar – Le Printemps (1976)

Bak energie

Natuurlijk, dit plaatje had veel beter gepast aan de ándere kant van de winter. Maar nu de dagen grauwer en grijzer worden, de nachten langer en de kou steeds harder op onze deuren bonkt is het misschien juist fijn om nog even een shot vitamine D aan te bieden.

Want met dit nummer breekt gegarandeerd de zon door in je kamer en is het éven alsof alles om je heen lacht. Wát een energie spat eraf van Le Printemps! En dat heeft alles te maken met het ensemble dat Michel Fugain om zich heen had verzameld. Le Big Bazar was een hippieachtige groep van getalenteerde jonge artiesten die met elkaar zongen, dansten, acteerden, samenleefden en muziek maakten. Mensen die duidelijk plezier hadden in de dingen die ze deden. En dát hoor je terug.

Fugain begon eind jaren ’60 als solozanger en behoorde tot de generatie chansonniers die in die jaren ook vaak op de Nederlandse radio te horen waren. Maar zijn carrière nam pas echt een vlucht toen hij in 1972 Le Big Bazar oprichtte. Het idee pikte hij op toen hij kennismaakte met Les Humphries Singers. Hij besloot vervolgens om zelf een dergelijk collectief op te zetten. Een aantal audities later was Le Big Bazar geboren.

En met hun eerste single schoten zij direct in de roos. Une Belle Histoire is veelvuldig gecoverd en is al jaren een vaste waarde in de Top 2000. Zonder meer een prachtig liedje. Maar als je even een boost nodig hebt, dan is Le Printemps hét stukje positiviteit dat je daarbij gaat helpen.

Keuze Willem Kamps: Atoll – Paris, C’est Fini (1976)

Mijn Frans is kut

Ik ben geen Amazing Stroopwafel. Ik ga weliswaar naar Frankrijk, maar kom altijd weer terug. Graag zelfs. Gelukkig weer thuis. Zo vaak heb ik het land overigens niet bezocht en het heeft heus wel iets, maar nee, het is niet echt mijn land. Dat geldt ook voor de taal. Mijn Frans is kut, ook al was het een van mijn keuzevakken op de M.A.V.O. Een zesje op m’n eindlijst; avec les talons sur le fossé ofwel met de hakken over de sloot. Blij word ik wel van Franse films en nog meer van Franse actrices: Isabelle Adjani, Emmanuelle Seigner, Juliette Binoche. En dan nog de Franse muziek, het chanson en prog, jawel, Franse prog.

In les années soixante-dix was ik heel erg gericht op progrock, en elke landsgrens werd daarbij overschreden, op zoek naar meer. Naast Engeland was in Italië veel te vinden, in West Duitsland, Scandinavië, Polen en Hongarije zelfs, Japan, maar in Frankrijk kon je ook terecht. Zoals bij Ange dat werd vergeleken met Genesis. Verder had je Magma (zingend in een eigen taal), Gong, Jean Luc Ponty (meer jazz georiënteerd), Clearlight, Pulsar en Atoll. Daar werd evenals bij Ange in hun moertaal gezongen. Met mijn matige Frans was het weliswaar lastig te volgen, mais la Musique, oh lala!

Wanneer de band uit Metz niet meerdere keren was gestopt, had hij dit jaar vijftig jaar bestaan. Het was een doorgangs- en sterfhuis met zelfs een kort bezoek van John Wetton. Op zeker moment waren er twee versies van Atoll: André Balzer’s Atoll en Christian Beya’s Atoll. De eerste van de zanger, de tweede van de gitarist, al zijn ze nu weer samengegaan. Zeventigers inmiddels, kennelijk oud en wijs genoeg om alles weer bij te leggen. Ah oui, tout va bien. Alors. De muziek kenmerkt zich door complexe structuren met barokke en jazzy elementen. En dus Franstalige zang.

Overigens ben ik niet zo’n tekstvorser. Een mooi liefdeslied of een wat ingewikkelder boodschap, het maakt me weinig uit. Soms lees ik mee, vaak niet. Bij Atoll is er helaas weinig te lezen. Van hun eerste drie albums zijn alleen bij het derde, Tertio, teksten toegevoegd. Op die plaat opener Paris, C’est Fini, ook uitgebracht als singel. Elf jaar eerder, op Capri, was het ook al Fini, maar dat vond Hervé Vilard. Op het eiland bij Napels wilde zijn meisje hem niet meer zien. In het Parijs van Atoll gaat het om de liefde voor de stad, daar waar alles draait om geld verdienen en – actueel – luchtvervuiling door de koolmonoxide. Paris, C’est  Fini: een vroeg milieuprotest in liedvorm, nu zou iemand zich vastlijmen aan de Mona Lisa. Want straks is alles Fini.

Keuze Jasmijn Godding: Jacques Brel – Jojo (1977)

Zes voet onder de aarde, Jojo, ben jij niet dood

Call me a snob, maar over het algemeen heb ik niet veel op met Frankrijk. Ik was nooit goed in Frans op de middelbare school. Ik drink liever Portugese wijnen. Ik ga liever naar de Italiaanse kust en bergen. En ik geniet meer van de Thaise keuken. Echter is er een onderdeel van de Franse cultuur dat me absoluut wel kan bekoren, en dat zijn de chansons. Die voeren je mee naar een ritje in een cabrio op het platteland in de jaren ’50. Nostalgisch, lieflijk, droevig. Opeens is de taal poëtisch, de wijn en keuken heerlijk, de kust en bergen prachtig.

Mijn favoriete chansonnier komt zelf niet uit Frankrijk, al was hij wel dol op het land en de cultuur; Jacques Brel. Geboren in Vlaanderen in 1929, (enorm) succesvol geworden in Parijs rond 1955, en veel te jong gestorven in Bobigny in 1978. Ik groeide op met Ne Me Quitte Pas en Mijn Vlakke Land en Brel is een van de weinige artiesten waar ik als kind, tiener, en ‘volwassene’ met evenveel verwondering naar luister. Toen ik mijn vinyl-collectie begon heb ik daarom een aantal Brel-LP’s aangeschaft. En op een daarvan (een verzamel-LP die geen drol kostte, de naam weet ik eigenlijk niet eens) kwam ik het nummer Jojo tegen. Een verborgen pareltje dat me de naald drie keer achter elkaar deed terugzetten. Ik heb nooit begrepen dat het niet bekender is geworden. De dromerige gitaar, met daaroverheen hoog gespeelde, bijna spookachtige melodieën, in combinatie met Brel’s diepe, warme stem ligt heel aangenaam in het gehoor. Daarnaast voel je dat het over iets belangrijks gaat, zelfs als je er geen fluit van verstaat.

Technisch gesproken is het heel toepasselijk om juist vandaag over Jojo te schrijven, aangezien het Halloween is en het nummer gaat over een man (Jojo) die onder de grond nog doorleeft; six pied sous terre, Jojo, tu n’es pas morte. Echter is Jojo geen zombie, geest, mummie, Upyr of ander mythisch wezen, maar Georges Pasquier; Brel’s manager, chauffeur en beste vriend. Hij overleed in 1974, daarom brengt Brel op zijn laatste album dit nummer uit als ode aan hun vriendschap. Hij bezingt zijn herinneringen en verdriet en hoe Jojo voor hem nog altijd verder zingt, hoopt, broedert en leeft. Een poëtisch, droevig meesterwerkje dat mijn liefde voor de Franse taal en haar chansons telkens opnieuw doet opleven.

Keuze Annemarie Broek: France Gall – Il Jouait De Piano Debout (1980)

Het recht om anders te zijn

France Gall was ooit één van Serge Gainsbourg’s zuchtmeisjes. In 1965 won ze het Eurovisie songfestival met het door Gainsbourg geschreven Poupée De Cire, Poupée De Son. Daarvoor en daarna scoorde zij in Frankrijk ook wat hits, maar haar carrière ging langzaam maar zeker bergafwaarts.

Na verbroken relaties met collega’s Claude François en Julien Clerc leerde zij  zanger/componist Michel Berger kennen. In 1976 trouwden zij en kregen twee kinderen. Berger had al een aantal albums opgenomen met zijn eigen composities en begon toen ook mooie nummers voor France Gall te schrijven. Daarnaast trad hij op als haar zangcoach, waarbij hij haar stemtechniek op een hoger plan wist te brengen. In 1980 schreef hij voor haar Il Jouait Du Piano Ddebout. In Frankrijk een grote hit maar buiten Frankrijk werd het alléén in Nederland een bescheiden hit.

Het nummer heeft als onderwerp een pianist, die zijn instrument staande (debout) bespeelt. De tekst heeft grosso modo als thema hij was niet als alle anderen en wij voelen ons ongemakkelijk bij mensen die ‘anders’ durven zijn. Maar France zingt ik ben blij dat hij ondanks alles staande piano bleef spelen. Volgens velen was dit bedoeld een hommage aan Elton John, maar Elton, Michel en France waren goeie collega’s die ook vaak samenwerkten. Zo iemand bewieroken ligt psychologisch echt niet voor de hand. Volgens Berger was Jerry Lee Lewis’ manier van piano spelen het symbool voor het recht om ‘anders’ te zijn. En daar houd ik het bij.

Berger is lang geleden overleden, France Gall stierf in 2018 en sinds 28 oktober van dit jaar is Jerry Lee Lewis ook niet meer onder ons. Daarom viel mijn keuze op juist dit nummer.

Keuze Hans Dautzenberg: Sapho – Carmel (1985)

Er zijn negen Muzen, zeggen sommigen – hoe kortzichtig: er is ook nog Sappho van Lesbos, de tiende.

Tegenwoordig kennen we het Griekse eiland Lesbos voornamelijk als de locatie van het vluchtelingenkamp Moria. Ooit was het bekend als de herkomstplaats van de dichteres Sappho (Nederlandse uitspraak ‘Sapfo’) die hier rond 630 voor Christus moet zijn geboren. Sappho was ook in de Oudheid al een beroemdheid. Geen dichter in het oude Griekenland is zo vaak op vazen afgebeeld als zij. Daarop is ze ook wel te zien met een lier, wat bewijst dat ze meer was dan een dichter. Tegenwoordig zou ze waarschijnlijk als singer-songwriter door het leven gaan.

Sappho staat bekend om haar lyrische gedichten waarin ze persoonlijke ervaringen en gevoelens verwerkte. Ook liefde tussen vrouwen was een thema in haar werk. Dat betekent overigens niet dat ze zelf homoseksueel was, zoals lang is verondersteld, maar zegt meer over de wijze waarop in het oude Griekenland (geen) onderscheid werd gemaakt tussen homo- en heteroseksualiteit.

Danielle Ebguy, in 1950 geboren in Marrakesh, verhuist als tiener ze naar Frankrijk. Op haar 18de trekt ze naar Parijs om een theateropleiding te volgen. Ook volgt ze muzieklessen. Na verloop van tijd laat ze haar toneelambities varen en concentreert zich op de muziek. Ze adopteert de artiestennaam Sapho, vernoemd naar de beroemde Griekse muze. Het lukt Sapho om een platencontract te scoren en in 1977 verschijnt haar eerste album Le Balayeur Du Rex. Het album wordt gevolgd door nog vier albums, waarop haar aanvankelijk vooral rock georiënteerde muziek een steeds moderner geluid krijgt en tegelijk steeds meer invloeden uit de Arabische muziek. Haar 5de album Passions, Passons (1985) verkent Sapho haar Marokkaanse wortels nog verder. Het album klinkt enerzijds erg ‘jaren ’80’ vooral door de synthesizers en drumcomputers, maar combineert dat met invloeden uit niet-westerse muziek, met name uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Daarmee wordt ze een representant van de stroming die destijds als ‘wereldmuziek’ bekend wordt, een term die werd bedacht door (westerse) platenmaatschappijen en die vooral in de jaren 1980 als marketing-aanduiding van niet-westerse traditionele muziekuitingen. Tegenwoordig wordt op allmusic.com ‘internationaal’ gehanteerd als aanduiding van die categorie.

Een belangrijke invloed voor Sapho is de Egyptische diva Oum Kalsoum (of Umm Kulthum), van wie ze ook als eerbetoon nummers speelt tijdens live optredens. Vanuit die wortels verbreedt ze haar muzikale oorsprong verder, waarbij ze nooit haar aan activisme grenzende politieke engagement (zie ook hier) en haar gevoeligheid voor de problemen van armoede, mensenrechten en vrouwenrechten loslaat. La Chanteuse Du Monde, zoals ze zichzelf noemt, treedt veelvuldig op in het Midden-Oosten, inclusief Israël en Irak, maar ook in Marokko, Senegal, Mauretanië en Guinee. De joodse Sapho is al vele jaren een activist voor de Israëlisch-Palestijnse toenadering en treedt in 1998 op in Gaza, wat tot bijzondere taferelen leidt aldus een verslag in de Volkskrant.

Zoals de oorspronkelijke muze Sappho met lyrische poëzie haar wereld veroverde – zie het citaat van Plato bovenaan in het subhoofd -, zo weet Sapho met haar bezwerende ritmes en meeslepende stemgeluid werelden te verbinden. Mooi voorbeeld is het nummer Carmel uit 1985 dat vrij goed de tand des tijds heeft doorstaan.

Keuze Leendert Douma: Young Gods – Longue Route (1989)

Liever beuken

De Zwitserse muziekscene is niet om over naar huis te schrijven. Goed, buitenlandse artiesten gingen er graag opnemen. Frank Zappa & The Mothers en Deep Purple kwamen bijvoorbeeld naar het meer het Meer van Geneve: Daar is nog een liedje over geschreven dat zo hoog in de Top 2000 staat dat het nooit op dit blog zal worden genoemd. En het is een publiek geheim dat David Bowie grote delen van zijn Berlijnse platen (Low, “Heroes”, Lodger) én van Let’s Dance in Montreux heeft opgenomen. Maar Zwitserse bands? Laat staan avant-garde bands uit de jaren tachtig? Daarover hoefde je geen brief of fax naar huis te sturen. Het begon en het eindigde met – het overigens briljante – Yello.

Het was niet anders. We haalden er onze schouders over op. Totdat ergens in 1986/87 via VPRO-radioprogramma’s als de Wilde Wereld en Frontlijn het trio Young Gods uit Freiburg onze kamertjes binnen knalden. C’était fantastique! Drummer Frank Bagnoud stond standaard op standje beuken, Cesare Pizzi voedde zijn samplers met flarden hardrockgitaar en daaroverheen brulde zanger Franz Treichler zijn romantisch hemelbestormende teksten vol pijn en afzien. Zo creëerden ze een soort proto-industrial rock – nog voordat we van de Ministry en Nine Inch Nails hadden gehoord. Luister maar eens naar hun lekkere titelloze debuutalbum uit 1987. Hun tweede plaat, L’Eau Rouge uit 1989, is nog een stuk completer en rijker van geluid. Hele orkesten worden erbij gesampled en ook – hoe Zwitsers! – accordeons en koeienbellen. (De plaat doet een beetje denken aan Hole of Nail van Scraping Foetus Off The Wheel, maar ook aan Locust Abortion Technician van de Butthole Surfers. Heerlijk dus.)

Twee nummers verschenen op single: L’Amourir en Longue Route. Die laatste is een ‘banger’ van jewelste! De jonge goden gaan hier helemaal loos. Dur! Dur! Dur! De drums zijn hard en snel. De samples idem dito, maar ook spookachtig subtiel. En ‘der Franz’ brult hier zijn Zwitserse variant op the-long-and-winding-road. Délicieux!

Het was meteen de laatste keer dat de Young Gods zo knalden. Bagnoud en Pizzi verlieten de band. Treichler ging zich richten op Kurt Weill. Dat leverde in 1991 nog een mooi cover-album op, maar daarna raakten de Zwitsers een beetje uit beeld. Dit jaar kwamen ze met hun versie van het beroemde werk In C van minimal-componist Terry Riley. Boeiend, maar lang niet zo lekker als Longue Route. We horen de Young Gods toch liever beuken.

Keuze Remco Smith: Mano Negra – Pas Assez De Toi (1990)

Gemiste kans

Zeventien was ik. Met drie jongens van het V.W.O. in Almelo naar Parkpop. Voor mij voor de tweede keer, ik was in 1989 als vijftienjarige ook al eens geweest.

Behoorlijk bleu en met grote verwachtingen. Een maand of twee later zou mijn studie in Tilburg beginnen en dan zou treinreizen wel gebruikelijker worden. Nu was dat toch wat minder. En vanaf het Zuiderpark, waar Parkpop toen nog was, was het nog een eind naar Den Haag Centraal. Parkpop 1989 was al het festival van de gemiste kansen: ik had Living Colour in één van de eerste optredens in Nederland kunnen zien.

Maar ook Parkpop 1991 mocht er zijn. Waarom ik zo vroeg weg ging, weet ik niet. Zoals gezegd: toch nog bleu. Misschien had het te maken met eindexamen of zo, ik weet het niet. Die editie van Parkpop heb ik Willy DeVille deels gemist en Mano Negra volledig. Willy DeVille heb ik nog ingehaald, twee keer zelfs. Mano Negra niet. Ik zou nog wel eens een kans hebben, dacht ik, om die te zien. Mooi niet. Het openbaar vervoer riep. De hele reis naar Vriezenveen moest nog komen. Eén van de best vele gemiste kansen op de festivals waar ik in al die jaren ben geweest. Het wat melancholische Pas Assez De Toi van Puta’s Fever, de klassieke Mano Negra plaat uit 1989, stond niet op de setlist. Die heb ik uiteindelijk dus niet gemist.

Keuze Jeroen Mirck: Les Inconnus – C’est Toi Que Je T’aime (1991)

Melig maar leuk

Wil je uit je dak gaan? Draai dan dit nummer. Hard, heel hard. En zing mee. Ook hard. En vals. Beetje punk, beetje Beastie Boys. Beroemde band? Wel beroemd, maar eigenlijk geen band. Les Inconnus zijn drie Franse cabaretiers. Om precies te zijn Didier Bourdon, Bernard Campan en Pascal Légitimus.

Les Inconnus begon als grap, maar was een groot succes in de jaren negentig. Nog steeds, want toen ik deze zomer trouwde met mijn half-Franse vrouw was C’est Toi Que Je T’aime een enorme hit op de dansvloer van ons bruidsfeest. Mijn Franse schoonfamilie ging helemaal uit zijn dak – en wij als bruidspaar ook. Heerlijk melige tekst ook: ik hou zo ontzettend veel van jou dat ik stop met bier drinken, geen sekslijnen meer bel, op Jacques Chirac ga stemmen, naar Demis Roussos ga luisteren, een pak aantrek, naar Roland Garros ga en niet meer in de wasbak zal pissen. Sè twa ku ju tèèèème!

Keuze Guido Antunes: Alain Bashung – Madame Rêve (1992)

Filmisch

Alain Bashung was een eendagsvlieg uit 1992. Althans, in Nederland is hij een eendagsvlieg. In thuisland Frankrijk wordt hij gezien als een van de twee beste rockmusici na de onovertroffen Serge Gainsbourg. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de Franse editie van Rolling Stone in 2010 zijn album Osez Joséphine koos als beste Franse rockalbum aller tijden en er nog twee albums van hem in de Top 10 staan. Wanneer je de namen van de mensen leest die op dit album meewerken merk je ook dat dit geen gewoon doordeweeks album is. Sonny Landreth (werkte met Clifton Chenier, John Mayall en John Hiatt), Bernie Leadon (bekend van Eagles), Roland Vancampenhout (heeft gewerkt met Rory Gallagher en Mauro Pavlowski), zijn zeker namen die op veel meer bekendere albums voorkomen.

Wat maakt dit dan zo een goed nummer? Het was niet de eendagsvlieg in onze hitparade maar wel een van de singles die in Frankrijk van dit album getrokken werden. Voor iemand die geen Frans spreekt boven zijn twee middelbaar komt het uiteindelijk neer op de zang, muziek en sfeer. De zang is bijna gedragen. De muziek is spaarzaam met veel strijkers en een beetje toetsen maar zeker niet bombastisch. Heel filmisch. Mij greep dit nummer in 1992 en nog steeds 30 jaar later.

Keuze Jan-Dick den Das: Zazie – Rue De La Paix (2001)

Monopoly

Rue De La Paix is gelegen in een wijk in Parijs die we zonder overdrijven prestigieus en welvarend kunnen noemen. De straat herbergt juweliers, luxe winkels en hotels waar de echte snobs hun kamer boeken. In de Franse versie van het Monopolyspel is het dan ook de duurste straat. Zazie zingt in het nummer Rue De La Paix over de sociale ongelijkheid, de armoede, de effecten van het kapitalisme.

Tijdens een interview werd haar de vraag gesteld; in Rue De La Paix claim je een andere wereld, is dat niet utopisch? Haar antwoord: ik teken het cynisme van de situatie. Als je zegt dat je een hotel koopt aan de RRue De La Paix in Parijs dan is dat het  beeld van kapitalisme. Het is niet anekdotisch om dat te schrijven. Anders had ik gezegd: ik koop een wereld waar vrede is. Daar het is iets dat mensen laat betalen. Een kasteel in Spanje is hetzelfde. Dit lied is ook een aanfluiting van een deel van mij dat in dit systeem leeft, dat er zelfs van profiteert. Schrijven is niet oplossen, het is proberen waakzaam te zijn over een deel van jezelf dat zelfgenoegzaam zou kunnen zijn, terwijl je je bewust bent van de gebreken van het systeem. 

Pour mettre un hôtel, rue de la paixPour mettre un hôtel, rue de la paixUn monde où tout le monde s’aimeraitEnfinJ’achète un château en EspagneJ’achète un château en EspagneJ’achète un monde où tout le monde gagneÀ la fin

Een zangeres, liedjesmaker die er over nadenkt en dat prachtig weet te vangen in woorden en muziek.  Zazie die van geboorte Isabelle Marie Anne de Truchis de Varennes heet dankt haar bijnaam aan de hoofdpersoon van de roman Zazie Dans Le Metro. Een boek geschreven door Raymond Queneau. In de Franse muziekwereld is Zazie een grote, zij schrijft niet alleen voor zichzelf, maar heeft ook hits geschreven voor de bijvoorbeeld de onvolprezen Johnny Hallyday, Jane Birkin en Patricia Kaas om er maar een paar te noemen. Kortom een dame die niet mag ontbreken in een Franse battle.

Opkomen voor minder bedeelde en sociale ongelijkheid aan de kaak stellen, Zazie doet het. Geëngageerd maar vooral gepassioneerd en gezegend met het talent om daar hele mooie liedjes van te maken. J’aime Zazie.

Keuze Marco Groen: Placebo – Protège Moi (2004)

Neerslachtigheid

Protège Moi van Placebo is een nummer dat ook zomaar had kunnen deelnemen aan de battle van vorige week. Het is namelijk een alternate take van Protect Me From What I Want, dat al eerder verscheen op het album Sleeping With Ghosts uit 2002. In 2004 verscheen de (grotendeels) Franse versie van het nummer op Once More With Feeling: The Singles 1996-2004. Een best tof best off album.

Britten die Frans proberen te zingen. Je hoort het niet vaak en ziet het vrijwel nooit. Toch is dit niet zo’n groot probleem voor zanger Brian Molko. De Schots/Amerikaase frontman van de band is geboren in Brussel, maar groeide grotendeels op in de Belgische provincie Luxemburg. In theorie woonden hij en zijn ouders in een gebied dat Luxemburgstalig was, maar hij zal genoeg Frans of Waals hebben opgepikt om op fatsoenlijke wijze in Perpignan een broodje te kunnen bestellen. Het Engels zal verder de hoofdmoot geweest zijn voor Molko, zowel thuis als de internationale school waar hij op zat.

Protège Moi is volgens Molko geïnspireerd op werk van de contraceptionele kunstenares Jenny Holzer. Het is een lied dat zijn zelfdestructieve gedrag bezingt en het deprimerende onvermogen om normale relaties te kunnen hebben. Eenieder die de wandelgangen van de band een beetje gevolgd heeft, weet dat dit Molko wel toevertrouwd is. Qua gevoel drijft de band op melancholie, seksualiteit, genderproblematiek en psychische stoornissen. Deze gezellige onderwerpen worden doorgaans verpakt in een muziekstijl die vrijwel ondefinieerbaar is, waardoor het eigenlijk in geen enkel laatje te stoppen is. Hoewel… misschien voldoet de sectie goed tot zeer goed wel als de plek waarin je Placebo kan plaatsen.

Hoe en waarom dat zo werkt is mij niet duidelijk (ik kan nauwelijks een broodje bestellen in het Frans), maar deze niet-Engelstalige versie van het nummer zorgt ervoor dat het nummer nóg indringender wordt dan dat het al was. De noodschreeuw dat het nummer eigenlijk is, komt om een of andere reden sterker naar voren in het Frans dan in het Engels.

De officiële clip die Placebo had laten opnemen voor Protège Moi is helaas nooit uitgekomen. De clip was namelijk té seksueel getint, vond iemand met een Tipper Gore-achtige aandoening. In de video was naar verluidt naaktheid, fellatio en cunnilingus te zien. Geen idee wat dat allemaal betekent; misschien kan de lezer zelf maar even googelen wat daarmee bedoeld wordt. In plaats daarvan kwam er een laffe live-video uit.

Keuze Der Webmeister: The Madd – Je Suis Parti (2008)

Les Trente Glorieuses

Na de Tweede Wereldoorlog kende West-Europa een periode van economische voorspoed: in Nederland de Wederopbouw geheten, in Duitsland het Wirtschaftswunder, en in Frankrijk staat deze periode bekend als Les Trente Glorieuses: de glorieuze dertig, de periode van grofweg 1945-1975. Frankrijk deed het economisch goed, mede geholpen door de eerste golven van massatoerisme die in Frankrijk neerstreken. Qua film en muziek stond het ook hoog aangeschreven in deze periode, je zou dus kunnen zeggen dat het Frankrijk ook cultureel gezien dertig jaar lang voor de wind ging. Het land was enorm hip, en iedereen hield van Frankrijk. En de geest van de jaren zestig was natuurlijk het meest tastbaar in Frankrijk, in mei 1968.

In de loop van jaren zestig verschoof het muzikale zwaartepunt langzaam richting Engeland, het land van The Beatles. Uiteraard ging Frankrijk mee in de moderne popmuziek van dat decennium, maar Franse popmuziek uit die periode klinkt toch wat minder oppervlakkig, wat meer existentialistisch, als het ware. Waar Engelstalige muziek nogal eens blijft hangen in het thema Love, weiden de Franstalige beatniks graag uit over de diepgang van Het Leven zelf.

Mijn persoonlijke held Dave von Raven, die u hoort te kennen van onder andere The Kik en The Madd, en van zijn onberispelijke, smaakvolle en jaloersmakende kledingkeuze, bezit een verfijnde voorkeur voor vintage garagerock uit het midden van de jaren ’60. Maar daarnaast heeft hij volgens mij ook een passie voor Les Trente Glorieuses, want zo heel af en toe perst hij er een Franstalig sixties-klinkend nummer uit, en dan het liefst Franstalig met een vet Rotterdams accent, zoals alleen Dave dat kan. De keuze voor Franstalig laat zien dat The Madd de tijdgeest van 1967 uitstekend aanvoelt, want de Franse taal, zoals gezegd, deed volop mee, en in onze Top 40 stond aanzienlijk meer Franstalig werk dan tegenwoordig.

Beide albums van The Madd eindigen met zo’n Frans retro-beat nummer: Pretty Quick sluit of met Ce Soir Je Vais Boire , een geniale cover van het origineel van Claude François uit 1967. Maar in deze battle-bijdrage graag uw aandacht voor het slotnummer van Ongeneeselijke Beat, al was het maar omdat er een fijne video van bestaat: Je Suis Parti, dat een Franse vertaling is van I’m Gone van The Magic Mushrooms, ook al uit 1967.

Keuze Tricky Dicky: M. Pokara – Si Tu Pars (2012)

Vlieg met me mee

Ergens in 2012 stond ik een Franse supermarkt en warenhuis; natuurlijk in de multimedia-afdeling op zoek naar interessante CD’s toen op de vele schermen ineens Si Tu Pars voorbijkwam. Het lied gaat over het verdriet van het verlies van een geliefde, omdat ze een ander prefereert. Het werd met heel veel emotie gebracht en het sprak bij enorm aan.

Er komen gemiddeld genomen hele goede liedjes uit La Douce France, maar ik heb iets tegen de zuchtmeisjes en hoge stemmetjes van de heren. Si Tu Pars valt eigenlijk ook in die categorie, maar de rustige opbouw en het bombastische trok mij toch aan. Afijn, de CD ging mee naar de kassa. Het is een aardig album, maar uiteindelijk te poppy naar mijn smaak. Ik draai het niet vaak.

De zanger is M. Pokora oftewel Matthieu Pokora, maar zijn geboortenaam is Tota. Zijn ouders scheidde toen hij 13 jaar was. Toen hij een artiestennaam zocht kwam tijdens een gesprek met zijn oma (van Poolse afkomst) bescheidenhied ter sprake. Hij vroeg haar de vertaling van dat woord in het Pools: pokora. In 2003 komt hij in een boyband (Linkup) terecht, die groot succes zouden hebben, maar een jaar later valt het ensemble uit elkaar en gaat hij solo.

À La Poursuite Du Bonheur met daarop Si Tu Pars is zijn vijfde album. Tegelijkertijd maakt hij een single met Tal (Benyezri); een in Israël geboren zangeres die sinds haar eerste levensjaar in Parijs woont. Evole-moi wordt een megahit en wordt later op de re-release van het album toegevoegd. De single overschaduwt het album en Si Tu Pars komt niet hoger dan de 137ste plek.

Keuze Alex van der Meer: La Femme – Sur La Planche (2013)

Parbleu! Wat een prettige potpourri!

Ik zat te denken aan La Femme. En dan bedoel ik dit keer de Franse band. Stiekem ben ik aardig fan van het debuutalbum van deze act, Psycho Tropical Berlin uit 2013. Een plaat om te zoenen (al is het nog niet op z’n Frans, zo pervers ben ik niet). Wat hoor je als je de plaat beluistert? Nou, alsof The Velvet Underground een baby heeft gemaakt met Kraftwerk, en dat dan is opgegroeid in Frankrijk in de swingende jaren zestig. Het geluid is niet alleen erg aanstekelijk, dit album heeft ook een hoes met een juiste mate van functioneel naakt. Iets wat we veelal moeten missen in onze duistere en hypocriet preutse tijden. Eén van de singles van Psycho Tropical Berlin is Sur La Planche. Het moet één van de eerste tracks van de band zijn geweest, er staat namelijk ook versie op de debuut EP van een paar jaar daarvoor. Het is een nummer waar je zeker eens kennis mee moet maken mocht je geïnteresseerd zijn in La Femme.

En dan de Franse taal. Zelf spreek of schrijf ik nog niet eens Beulemans Frans, dus de meeste nummers van deze battle zullen tekstueel boven mijn pet gaan. Gelukkig is de tekst van Sur La Planche buitengewoon eenvoudig. Mooi, want je wil kunnen meezingen.

Sur la plage, dans le sable
Je recherche des sensations
Sur la planche, sur la vague
Je ressens des sensations

Sur La Planche gaat dus over een plank, waar je op staat als je surft. En eerlijk, La Femme slaat de plank niet mis met dit nummer. Niets is met de Franse slag gedaan wat dat betreft. Het nummer kent een blijmoedig geluid maar heeft toch ook een duistere ondertoon. Leve dit veelzijdige muziekfeestje dus wat mij betreft. Wat een prettige potpourri van elektro, psych, funk, yéyé, en surf is dit toch: onweerstaanbaar, uitstekend, en lekker. En daar is wat mij betreft geen woord Frans bij.

Keuze Natasha Cloutier: Christine Tassan & Les Imposteures – Entre Félix Et Django (2016)

Jazz manouche

Niets is meer ‘jaren dertig Frans’ als jazz manouche. Ik kan er uren naar luisteren, maar vind het vreemd dat deze muziek vrijwel altijd wordt gespeeld door mannen. De vrouwen die deze muziekstijl spelen zijn op een hand de tellen. Daarom graag aandacht voor deze uitzondering: Christine Tassan & Les Imposteures is een groep uit Québec met vier vrouwen die swingen en zingen als geen ander. Ze hebben veel muziekprijzen gewonnen en kunnen ook meerdere kanten op in verschillende talen en muziekstijlen. Tassan komt zelf uit Frankrijk, maar inmiddels woont ze al sinds 1994 in Montréal.

Christine Tassan & Les Imposteures spelen covers en eigen liedjes, zoals Entre Félix Et Django uit 2016. Het liedje gaat over een naoorlogse ontmoeting tussen twee muzikale grootheden in Parijs. Félix is Félix Leclerc, dé pionier van de poëtisch chanson in Québec. Hij heeft zelfs Jacques Brel geholpen met liedjes schrijven in het begin van diens carrière. Leclerc heeft ook George Brassens ontmoet en beïnvloed, zoals de oude meester zelf heeft bevestigd in een televisie-interview. Django verwijst naar de legendarische Django Reinhardt, een van de meeste bekende ‘jazz manouche’ gitaristen ooit.

Goed om te weten: Christine Tassan & Les Imposteures hebben ook een kerstalbum opgenomen, Django Belles.

Keuze Vincent van der Vlies: Angèle – La Thune (2018)

Platina

Het gebeurt me niet zo vaak meer dat ik een artiest of nummer hoor en even de oren spits met een ‘wtf wat ik hoor nu‘ gevoel. Maar soms heb je dat nog wel eens. Het zal een paar jaar geleden zijn geweest dat ik dit nummer voorbij hoorde komen, wellicht op de radio in België, misschien omdat ik een tijdje Stromae heb geluisterd in Spotify en dat dit als alternatief voorbij kwam. Geen idee meer, maar ik was in mijn hoofd direct op weg naar mooie oorden, meegevoerd op de zachte klanken van het nummer en een engelenstem.

Voor wie haar niet kent: Angèle komt uit een muzikale familie: broer rapt als Roméo Elvis, haar vader is bekend als singer-songwriter onder de naam Marka en haar moeder is actrice en stand-up comedian Laurence Bibot. Er zijn slechtere voedingsbodems voor een carrière in de muziek, maar zij heeft wel zelfstandig de grootste schare fans opgebouwd, waaronder een paar miljard streams, twee keer het record gebroken met de langste nummer één in Wallonië (waarvan eentje met Dua Lipa) en een paar miljoen volgers op Instagram en TikTok. Haar debuutalbum Brol (waar dit het openingsnummer van is) kreeg vijf keer platina in België en twee keer diamant in Frankrijk. Niet onaardig toch?

Het is een nummer dat zich het best laat samenvatten als een dromerig Reggae-esque nummer met een licht orgeltje en dat gezongen wordt met een klassieke Franstalige zucht. Ik vind het persoonlijk een licht seksistische term, zuchtmeisje, maar het niet benoemen zou wat ridicuul zijn, want haar zang voldoet er wel aan. Het nummer geeft het gevoel van het online leven weer van een een onzekere generatie: Wel iets plaatsen op Insta? Of toch niet? Maar wat zullen anderen ervan denken als ik iets plaats?, Weet je ik doe er niet meer aan mee, of nee wacht ik doe het toch wel. En vooral dat dat wat je plaatst niet direct waar of de beste/ meest eerlijke versie van jezelf is.

In dat opzicht gaat het nummer ook over haarzelf, omdat zij natuurlijk ook zichzelf op social media moet vermarkten. Het lijkt mij ook heel vermoeiend, maar met de klanken van La Thune maakt Angèle het voor de neutrale luisteraar wel meer dan de moeite waard (en check ook zeker de ironische clip even).

Keuze Freek Janssen: Angèle – Balance Ton Quoi (2018)

Mix van Stromae en Christine And The Queens, maar dan helaas onbekend in Nederland

Wij Nederlanders prefereren Engels- en Nederlandstalige muziek in onze Top 40, dat is duidelijk. De Franstalige liedjes die het halen om airplay te krijgen op onze radiostations, dat is, zou je zeggen, de crème de la crème van wat Frankrijk en Franstalig Engeland en Canada te bieden hebben.

Dat betekent niet dat alles wat de moeite waard is ook daadwerkelijk naar Nederland doorsijpelt. Stromae en Christine And The Queens deden dat wel, maar de Belgische Angèle niet. En dat terwijl ze erg pleasing to the ear is voor iedereen die van Stromae en Christine houdt. De hiphop-pop-vibe van Christine, de speelsheid en muzikale finesse van Stromae. Voor meer achtergrondinformatie: leest het stukje hierboven van Vincent :).

Angèle is fukking groot, inmiddels niet meer alleen in België; dankzij een duet met Dua Lipa is ze wereldwijd bekend. Balance Ton Quoi was een van mijn favoriete tracks uit 2018. In het liedje stelt ze de vrouwonvriendelijkheid van hiphop aan de kaak. Met een onweerstaanbaar lekker deuntje.

Keuze Erwin Tijms: Charlotte Adigéry – Huile Smisse (2022)

Tekst

Het mooie van zo’n wereldtaal als Frans is dat je er nog eens ergens mee terecht kunt. Niet alleen in Frankrijk, maar ook in Luxemburg, Zwitserland, delen van Afrika en in delen van de Caraïben kan je proberen om er een gesprek mee aan te knopen. En natuurlijk net over de grens, bij onze Zuiderburen.

Daar brachten zangeres Charlotte Adigéry en producent Bolis Pupul eerder dit jaar het album Topical Dancer uit. Een heerlijk album vol met elektronica (soms bijna new beat), scherpe en geëngageerde teksten en knappe muzikale vondsten. De meeste nummers zijn in het Engels, maar er staan gelukkig voor deze battle ook nummers met Franse teksten op, zoals Huile Smisse. Rare titel? Het is de manier waarop Franstaligen de naam Will Smith uitspreken. En die is dan weer een voorbeeld van een gespreksonderwerp voor mensen die zichzelf graag horen praten.

Charlotte en Bolis hebben de goede gewoonte om zelf op YouTube video’s te plaatsen met de teksten van hun nummers, dus het is ook nog eens redelijk goed te volgen. En dat is toch eigenlijk geen overbodige luxe bij Franstalige nummers.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.