Het album als kunstwerk is op zijn retour. Leuk dat je als artiest met je laatste plaat een zorgvuldig uitgebalanceerde op- en afbouw in gedachten had, maar daar hebben die kinders op TikTok dus geen boodschap aan. De aandachtspanne van de drie minuten-popsong is tegenwoordig al te veel gevraagd, laat staan dat een album op Spotify helemaal uitgeluisterd wordt. Wat dat doet met de receptuur – een paar kneiters van hits aan het begin, een handje deep cuts in het middenpaneel en die onweerstaanbare afsluiter die je adem naar adem doet happen (waarna je de plaat als vanzelf opnieuw opzet) – laat zich raden. De laatste doet het licht uit is een ode aan die hekkensluiter.

Keuze Leendert Douma: T.C. Matic – Pitié Pour Lui (1981)

Heer, heb meelij

Toedoek táng, toedoek táááánngg. Met een bas als een hydraulische hamer start de uitsmijter van het titelloze debuutalbum van T.C. Matic. Meteen daarna valt een gitaar in. Is het wel een gitaar? Wat Jean-Marie Aerts hier doet, klinkt als een kruising tussen een blender en een cirkelzaag. Wiiiiiieeeeennnngggg… wiiiiiieeeeennnngggg! Als je dacht dat je na negen nummers Arno Hintjens en kornuiten wel alles voor je kiezen hebt gehad, dan staat Pitié Pour Lui nog te beginnen. Amai, wat hard en abstract! Wat swingend en stoempend gaan die Belgen hier tekeer. Mon dieux, a pitié! (Heer, heb meelij.) Arno Hintjes, ‘le jeune motherfucker’, gilt en gromt. Hij schreeuwt een oerschreeuw. Iets over dat het lullig is voor die ander, want zij houdt van Arno. A-ooh ooh! A-ooh ooh! En die gitaar maar krijsen en blenderen. Alle energie culmineert in een regeltje Beatles-pastiche op het eind. Heel hard en koud stotterschreeuwt onze motherfucker: SHE LOVES YOU. YEAH! YEAH! YEAH!.

En dan is het afgelopen.

Dit is echt zo’n nummer dat je dan naar je pick-up rent, de plaat omdraait en opnieuw opzet. Vreemd genoeg krijgt het eerste nummer van T.C. Matic’s eerste plaat de titel Bye Bye Till The Next Time. Niks daarvan! Eerst klinken klassiekers als Viva Boema, L’Union Fait La Force en uiteraard hun allergrootste hit Oh La La La. Waarna we meteen weer loos kunnen gaan op Pitié Pour Lui. En daarna gaan die hele 36 minuten en 1 seconde opnieuw aan. Op volume tien! Sorry buren.

Het is een soort industriële funk dat die gaosten uut Oostend hier brouwen, van eenzelfde soort waar later in de jaren tachtig Utrecht/Amsterdam patent op gaat krijgen middels de Urban Dance Squad. (Het is niet voor niets dat Jean-Marie Aerts achter de knoppen zit bij UDS’ debuutplaat Mental Floss For The Globe.) Een droge duider zou T.C. Matic misschien in het rijtje A Certain Ratio en Gang Of Four plaatsen. Maar dankzij wildebrassen Aerts en Hintjens is er veel meer aan de hand. Dit is een energie-explosie zonder medelijden! Achteraf lijkt het niet zo gek dat ze dit maar vier albums volhouden. Maar die kun je keer op keer op keer weer opzetten.

Keuze Vincent van der Vlies: Metallica – Dyers Eve (1988)

Vet

Toevallig valt deze battle mooi samen met mijn persoonlijke voorbereiding op de Ondergewaardeerde podcast over Metallica. Dit bandje heeft natuurlijk ettelijke miljarden streams maar desalniettemin zijn er altijd nog nummers die te weinig gedraaid worden. In dit geval is dat Dyers eve wat mij betreft, afsluiter van …And Justice For All.

Voor het waarom moeten we wel eerst even terug naar het verhaal achter de productie van dit album. Ben je een muzieknerd dan ken je het waarschijnlijk al en zo niet, verbaas je dan even over wat ego’s kunnen doen met de productie van een album. Ride The Lightning en Master Of Puppets zijn net als dit album geproduceerd door de Deen Flemming Rasmussen. En daarop hoor je duidelijk een geweldig basgitaar geluid van held Cliff Burton. Na zijn tragische dood kwam Jason Newsted als vervanger (eveneens een held als je het mij vraagt), maar die had nog niet zo’n hoge plek in de vierkoppige Metallica hiërarchie. Dus bij het opnemen van de nummers was er nog niet veel aan de hand, maar bij het mixen daarentegen kwamen de ego’s van de andere drie heren opzetten en is het bassgeluid van Newsted bijna naar onhoorbaar teruggedraaid. En dat hoor je duidelijk terug op dit album. Waar bij eerdere albums bijvoorbeeld For Whom The Bell Tolls of bij het instrumentale Orion geweldig verstoorde basgitaar geluiden en solo’s te horen zijn, is …And Justice For All vooral een gitaar en drum feestje.

Hé, en het feestje is zeker niet slecht natuurlijk. Het is niet voor niks dat het album alleen al in de V.S. meer dan acht miljoen keer verkocht is. En was One niet al jarenlang vaste klant in de Top 30 van de Top 2000? Maar hoe zit het met de rest van de nummers? Want het start geweldig wat mij betreft met Blackened (qua drum intro geniaal in z’n eenvoud). Een paar nummers later komt One en na One nemen ze met Shortest Straw en Harvester Of Sorrow een voorschotje op de koers die ze varen bij The Black Album, maar daarna kakt het gewoon wat in. To Live Is To Die is exemplarisch voor mij waar het misgaat. Want eigenlijk is het qua concept een kopie van Orion op Master Of Puppets in de zin van: laten we het een na laatste nummer van het album instrumentaal maken! Want dat is exact wat we vorig album ook deden en waar het wél werkte! En ik erger mij daarbij ook aan de fade in met de akoestische gitaar die ook helemaal niet mooi is gemixt. Waarom hadden ze dat niet gewoon net zo kunnen doen als bij de intro van Battery?

Dus ja, dan wil je eigenlijk het album alweer gaan afzetten. Maaaaar wat doen die slimmeriken dan? Dan komen ze ineens met een afsluitend nummer dat zowaar geweldig blijkt en ondanks de fletse productie van de rest van het album uit je speakers knalt. De intro met de breaks schudden je wakker uit je slaap en gaan dan over in riffs van het Metallica dat bekend is geworden met de snelle polsbewegingen en aanslagen op de gitaar die de speed in de speedmetal gestopt hebben. Wanneer James dan begint te zingen (over zijn relatie met zijn ouders of ouders in het algemeen die alleen maar zaken afkeuren en kinderen niet de vrijheid geven die ze nodig hebben) komt een relatief eenvoudige riff die de tekst super goed naar voren laat komen en met snelle drums en eenvoudig aangeslagen akkoorden en dan weer kneiters van breaks en een tering lekkere solo en aaaaaaaargh vuist in de lucht, spullen kapot in de woonkamer en de katten in paniek!!

Ik kan het niet aan om dit soepel en prozaïsch verantwoord op te schrijven want het staat as we speak hard op de speakers en het is gewoon zo’n vette track! En wanneer het nummer en daarmee het album dan afgelopen is vergeef ik die vier gasten dat de productie eigenlijk niet goed is en draai de plaat gewoon weer om naar Blackened waar het mee begon. Dat dus. Super vette afsluiter van een legendarisch album dat best wat minpunten heeft, maar waarbij ik ook helemaal dwaas wordt (in positieve zin) van het slotnummer.

Keuze Alex van der Heiden: Michael Nyman – Miserere (1989)

Masochistisch luistergenot

Afgelopen week werd op Twitter de vraag gesteld: Wat waren de 5 meest belangrijke albums voor jou in je leven? Niet persé de beste albums. Voor de oprichter van deze website was vijf veel te weinig en een onmogelijke opgave. Net zo goed als het voor mij een onmogelijke opgave was om voor deze blog een nummer te verzinnen. Dus ik ging toch nog eens nadenken over die vijf albums en op het moment dat deze tot stand kwamen met daarin Michael Nyman, bedacht ik mij dat Michael Nyman weliswaar enkele keren is genoemd op Ondergewaardeerde Liedjes, zoals in de Kate Bush battle, maar dat er nog nooit over is geschreven.

Eind vorige eeuw werd ik liefhebber van Nyman en de eerste ceedee die ik luisterde was The Cook, The Thief, His Wife And Her Lover. Een heerlijke cadans in het openingsnummer die ik nog vaak terug hoor als achtergrondmuziek in televisieprogramma’s. Dan de tussenliggende nummers vol melancholie en wisselende stemmingen. Eindigend met het nummer Miserere. Miserere brengt je in een hele vreemde staat vanwege de constante hoge falsetto die op haast hypnotiserende wijze medelijden afroept. In de gelijknamige film The Cook, The Thief, His Wife And Her Lover hoor je dit stuk vanuit de keuken waar zich allerlei absurdistische scenes afspelen waaronder de bereiding van een man die in zijn geheel ook wordt opgediend. Peter Greenaway heeft de film gemaakt en het blijft zeker niet bij deze ene samenwerking met Nyman. De twee passen goed bij elkaar vanwege het absurdistische in zowel film als muziek.

Mocht je Nyman niet bewust kennen, dan ken je zijn muziek ongetwijfeld onbewust uit andere films, zoals The Piano of zoals gezegd wordt zijn muziek te pas en te onpas gebruikt in televisieprogramma’s en documentaires.

Terugkomend op waar ik mee begon: ik kon niet direct een nummer kiezen omdat vrijwel ieder laatste nummer uit mijn album Top 10 in aanmerking zou komen. Toch is dit de beste keuze, omdat het niet echt in het standaard popgenre valt en dus per definitie ondergewaardeerd is op deze site. Maar meer nog door de hypnose, de herhaling en omdat je aan het eind van het nummer ook een soort van verlost bent en snel weer bij het begin wil beginnen als was het een vorm van masochisme.

Keuze Freek Janssen: The Black Crowes – Mercy, Sweet Moan (1990)

1:10 minuten met fade in en fade out; genoeg om je te laten grijpen naar de repeatknop

Shake Your Moneymaker van The Black Crowes heb ik, letterlijk, grijs gedraaid. Het schijfje heeft zo vaak in mijn stereotoren rondjes zitten draaiden dat zowel de (ooit zwarte bovenkant) als de (ooit metallic glimmende) onderkant een bepaalde grijstint had.

Achteraf noemen we het album Americana, ik weet niet of dat toen ook al zo was. Feit is wel dat de broertjes Robinson en hun band op een hele aantrekkelijke, slimme manier oer-Amerikaanse genres in de mixer hadden gestopt. Van blues-rock Jealous Again tot soul-cover Hard To Handle en country-ballad She Talks To Angels; de Crowes deden het allemaal en ze deden het zó goed.

Als je nu op Spotify kijkt, dan zou je denken dat Stare It Cold de laatste track was van Shake Your Moneymaker. Ceçi n’est pas de laatste track. Dat was Mercy, Sweet Moan. Het liedje bungelde er een beetje als een hidden track achteraan. Maar ik vond het me toch een partij onweerstaanbaar… De blue notes die Chris eruit kermde, de zielenpijn; prachtig. Het liedje begint met een hele langzame fade in en zakt al gauw weer terug in een fade out. Het geheel duurt 1:10, maar je hoort veel minder. Maar net genoeg om je te laten grijpen naar de repeatknop.

Geef mij dit alles nog een keer!

Overigens is er ook een live-versie waarin de band het liedje helemaal speelt, dan heet het Live Too Fast Blues – Mercy, Sweet Moan. Daar doet het vaag denken aan de Red Devils, de blues-revival-band die twee jaar later furore zou maken. Ik hou het liever op die gekoesterde 1:10, met fade in en fade out.

Keuze Erwin Tijms: Slint – Good Morning, Captain (1991)

I miss you

Afgelopen week zag ik toevallig de aflevering van Anthony Bourdain’s No Reservations waarin hij voor een laatste keer op bezoek gaat bij Ferran Adrià’s El Bulli. Er was een stuk gewijd aan de volgorde waarin je gerechten presenteert. Want starten met het digestief en de nagerechten levert een heel andere, lees mindere, ervaring op dan een opbouw waarin je het nagerecht opdient na het hoofdgerecht. En zo is het ook met de volgorde van nummers op albums en in playlists. Te weinig afwisseling of een onlogische volgorde maken een rommeltje van je muziek of laten de spanningsboog inzakken. En dat wil je natuurlijk niet als artiest. Voor je het weet, haakt je publiek af.

Het album Spiderland van Slint heeft gelukkig een prima spanningsboog. Langzaamaan kruipt de plaat via vijf lange, weergaloze nummers naar de afsluiter Good Morning, Captain. Soms snel en heftig zoals in bijvoorbeeld Breadcrumb Trail en soms wat rustiger, zoals in Washer en For Dinner…  Om in het allerlaatste nummer nog een keer voorzichtig op te bouwen tot een hoogtepunt, waarna je het hele album direct nog een keer wilt horen.

Het is een plaat die anno 2022 als uitermate belangrijke en invloedrijk album wordt gezien. Misschien wel een eerste post-rockalbum, een voorbode van de latere Mathrock. Mogwai en Explosions In The Sky gaven later toe dat dit album ze beïnvloedde. En voor PJ Harvey was het een van haar favoriete platen. Sterker nog: ze beweert dat ze ooit heeft gesolliciteerd op de vacature van zangeres van de band, die op de album art te vinden was. Geen idee of het waar is, maar het is slechts een van de vele verhalen die aan dit album kleven. Een verhaal dat in ieder geval waar lijkt te zijn, is dat zanger Brian McMahan fysiek onwel werd tijdens de opnames van Good Morning, Captain. Hij zou een out of-body-experience hebben gehad. Vlak voor de release van het album liet hij zich in een kliniek opnemen wegens angststoornissen en depressie. Het is een van de redenen dat de plaat weinig bekend werd in 1991. Na de opnames van Spiderland viel de band uit elkaar, zonder dat er een tour met de plaat was geweest of dat Slint kans had om ruchtbaarheid aan hun muziek te geven en er publiek was om aan te haken.

Toch heeft Slint in de jaren erna een mythische status opgebouwd. Verdiend, en dat is te horen in Good Morning, Captain. McMahan fluistert soms, draagt daarna de teksten voor alsof het spoken word is en later is er die legendarische schreeuw: I MISS YOU! Het lijkt een nummer over coming of age te zijn, waarin de hoofdpersoon afscheid moet nemen van zijn jongere ik, al zijn er ook mensen die een relatie leggen met The Rhyme Of The Ancient Mariner, zelfmoord of een relatie tussen vader en zoon. Zware kost, net als de andere nummers op het album. Het eerder genoemde Washer gaat bijvoorbeeld over een depressie. Muzikaal klotst de dynamiek over de plinten. Waar het rustig begint, met een rustig gitaar- en basloopje, ontspoort het later in stevige noisy, overstuurde gitaarpartijen.

Onder de muzieksnobs is Good Morning, Captain na 31 jaar wel redelijk bekend. Het stuitert al jaren door de Snob 2000, waar het hopelijk dit jaar eens doorbreekt naar de hogere regionen. Zet vooral ook na het beluisteren van deze afsluiten het hele album Spiderland nog eens op!

Keuze Lido Schuffelers-Bron: A Tribe Called Quest – Scenario (1992)

A Tribe Called Quest – Scenario

Halverwege het eten wordt er bij ons thuis wel eens gevraagd of er nog een toetje is. Dit is vooral om te kijken of er ruimte moet worden bewaard. Meestal is dit als het eten juist lekker is, de grote vraag eet ik me helemaal vol of gaan we toch nog een plekje bewaren?

Het in 1991 verschenen tweede album van A Tribe Called Quest is zo’n heerlijke maaltijd. De ene hap smaakt nog beter dan de andere hap. Van de door Q-Tip geschreven opening Excursions via Check The Rhime met de geweldige Average White Band blazers Sample en het relaxte Jazz (We’ve Got). Je zit heerlijk te eten en dan opeens vraag je je af moet ik nog ruimte overlaten?

De kok van dienst heeft uitgepakt en er is zelfs hulp ingeroepen om er een onvergetelijk einde van te maken. De laatste vier minuten plus van The Low End Theory zijn gereserveerd voor Scenario, een samenwerking met Leaders Of The New School van wie het debuut enkele maanden eerder is verschenen. En het woord samenwerking doet Scenario misschien niet genoeg eer aan in Hip Hop termen mogen we dit een Pose Cut noemen.

Het nummer start direct met het refrein waarna rappers Phife Dawg en Q-Tip van A Tribe Called Quest en collega’s Charlie Brown en Dinco D van Leaders Of The New School ieder een eigen couplet krijgen. Netjes verdeeld en een perfect einde maar dan volgt er toch nog een verassing een soort van extra nagerecht als Q-Tip een 19-jarige Busta Rhymes introduceert. Het moment dat Busta Roar, Roar Like a Dungeon Dragon op je los laat weet je dat het een goed idee was om een plekje over te laten.

En wat met eten meestal niet maar met een album wel kan is gewoon direct weer van voren af aan beginnen, meteen weer toewerken naar dat laatste ultieme hapje.

Keuze Quint Kik: The Posies – Coming Right Along (1993)

Blog

Tijd voor een korte geschiedenisles: in de jaren ’50 en vroege jaren ’60 regeerde het format van de single en de drie minuten popsong. In de tweede helft van dat decennium won het album echter aan importantie, waarna ook de individuele nummers in de jaren ’70 een stuk langer leken te worden. Helemaal toen progrock de wind in de zeilen kreeg, al leek dat tijdelijk te worden afgestopt met de komst van punk en een heropleving van puntige liedjes. Parallel met punk zorgde disco voor de integratie van de hitlijst met de dansvloer, in de maxi-single werd lengte gevierd als nooit tevoren.

In de late jaren ’80 werd vinyl overvleugeld door de techniek van de compact disc, met veel ruimere opslagmogelijkheden. Dat zilveren schijfje bleek de nagel aan de doodskist van ‘het album als kunstwerk’: In plaats van een klein doosje eieren (30 à 40 minuten muziek uitgesmeerd over twee plaatkanten), kon je er als artiest nu een klein dozijn kwijt. Daarmee was quality control ineens geen issue meer, want luister: die nummers die je voor de komst van de cd niet goed genoeg vond en delegeerde naar B-kantjes van singles, kon je nu alsnog een plek geven op je artistieke statement.

Een verdubbeling van de lengte van een album naar 70-80 minuten bleek echter wel iets te doen met de flow. In plaats van de zorgvuldig opbouw van de aloude LP – ergens aan het begin die knaller van een eerste hit om gelijk je aandacht te grijpen, waarna single-kandidaten 2 en 3 werden afgewisseld met deep cuts (die pas naar meerdere luisterbeurten hun geheim prijs gaven), culminerend in een overdonderend finale (het lekkerste bewaar je naar goed gebruik voor het laatst) – werd op CD al ergens halverwege een verzadigingspunt bereikt.

Slotnummers waren halverwege de jaren 60/70 grandioos: A Day In The Life, Sympathy For The Devil, When The Levee Breaks, Gold Dust Woman – stuk voor stuk stunners! De laatste die het licht uitdeed deed het eigenlijk juist aan: eenmaal bekomen van de luistertrip, draaide je snel de plaat om. Van de CD’s die ik in de jaren ’90 kocht, ken ik de tweede helft minder goed dan de eerste. Ik had namelijk de gewoonte om een album op te zetten en vervolgens wat te gaan doen; bij zo’n lange zit liep ik mijn studentenkamertje uit, om bij terugkomst niet eens te merken dat CD afgelopen was.

Achteraf bleken veel artiesten in de jaren ’90 minstens zulke grandioze slotakkoorden aan te kunnen slaan. Een vriendin die wèl het geduld had om een plaat uit te zitten, wees me op de hekkensluiter van één van mijn favorieten uit de die tijd: Frosting On The Beater. Een juweel van een powerpopplaat van Big Star-nazaten The Posies, die destijds onder mijn aandacht werd gebracht door Henk Westbroek op Radio 3. Draaide Henk de single Flavor Of The Month’, het sluitstuk Coming Right Along was pas echt een nummer om stil van te worden. Het maakt dat ik geregeld mijn CD’s uit de jaren ’90 afspeur naar zulk moois dat ik kennelijk de eerste keer jammerlijk over het hoofd zag.

Keuze Marco Groen: Franz Ferdinand – 40 Feet (2004)

Twaalf meter (en een beetje)

Na jarenlange toewijding, eindeloze oefening en het aflopen van verschillende bands heb je dan eindelijk de juiste combinatie gevonden. Er is een band geboren. Alles klopt. Maar dan… de naam: hoe gaan je jezelf noemen? Het is een ding dat niet altijd goed gaat, getuige het feit dat er bands geboren zijn met namen als Hoobastank, Limp Bizkit en Nickelback. Een veilige en beproefde manier is om gewoon een naam te kiezen van iets of iemand dat al bestaat. Iets historisch. Dat hebben meerdere bands gedaan, waardoor we nu bij namen als Jethro Tull, Kasabian en Crazy Horse eerder een link met muziek zullen leggen, in plaats van te denken aan respectievelijk een landbouwwetenschapper, een gestoord meisje uit een sekte of een voormalig opperhoofd van de Lakota-indianen.

Het is de weg die de band Franz Ferdinand ook nam. Waarschijnlijk vonden ze het gewoon een coole naam. Eenieder die de Habsburgers een warm hart toedraagt zal wellicht wat minder enthousiast zijn; bij de historische Franz was het ooit de bedoeling dat hij de keizer zou worden van Oostenrijk-Hongarije. Dat werd helemaal niets. In 1914 werd hij doodgeschoten, wat tevens het startsignaal van de Eerste Wereldoorlog was. Toen de rook was opgetrokken was Europa grondig verbouwd en bestond het rijk waarover Franz de baas zou gaan spelen helemaal niet meer. Bezwaar maken tegen een paar Schotse jochies die veel later zijn naam zouden adopteren zat er ook niet meer in. Het zou best nog wel eens kunnen dat deze Franz Ferdinand het ‘origineel’ qua bekendheid is voorbijgestreefd. In ieder geval in muziekkringen. Als dat zo is dan hebben ze dat voornamelijk te danken aan hun eerste -briljante- album. Een zeldzaam geval van een album dat in zijn geheel goed is. Het woordje perfect gebruik ik liever niet, maar het album Franz Ferdinand van de gelijknamige band tipt daar wel tegenaan. Neem nu bijvoorbeeld liedjes als Take Me Out, This Fire of het iets minder bekende Dark Of The Matinee; stuk voor stuk vernuftig in elkaar zittende meezingers die een enigszins normaal mens onmogelijk niet goed kan vinden. Zoals gezegd: elk nummer ontstijgt het normale. Het begint al bij Jacqueline, gaat -buiten bovengenoemde nummers om- verder met Tell Her Tonight, Auf Achse, Cheating On You, Darts of Pleasure, Michael, Come On Home en eindigt met 40 Feet. En daarna zet je ‘m (dus) opnieuw aan. Jacqueline was 17, working on a desk…

Met de afsluiter 40 Feet (40”) is iets vreemds aan de hand. In tegenstelling tot alles dat daarvoor kwam, is hierin een jazzy geluid te vinden. Bovendien is de tekst helemaal niet zo positief. Het is niet helemaal duidelijk of dit nu gaat over gedachten over zelfmoord of de dood van Piggy (een personage uit het boek Lord Of The Flies van William Golding). Wat wel duidelijk is dat het bij welke interpretatie dan ook een naargeestige tekst is. Maar ook daar hadden de heren een oplossing voor: je zet er gewoon een vrolijk deuntje onder en zingt de helft van de tijd simpelweg lalalala, lala lalalaah. En op die wijze heeft eigenlijk vrijwel niemand door wat hij of zij staat mee te gillen tijdens een concert. Het werkt als een tierelier. Zelf wanneer je ‘m voor de allereerste keer hoort, kan je het nummer meezingen. Niemand heeft de behoefte om er een pistool bij te pakken.

Over dat laatste; wellicht is het wel een keertje aardig om de Servische punkband Gavrilo Princip in het voorprogramma van Franz Ferdinand te zetten. Hopelijk durft die laatste dan wel het podium op te komen.

Keuze Remco Smith: Wilco – On And On And On (2007)

Troost

Beetje een vreemde plaat, Sky Blue Sky. Conventioneler dan van Wilco gewend. Vermoedelijk zijn A Ghost Is Born en Hotel Yankee Foxtrot betere platen. En toch pak ik van alle Wilco-platen Sky Blue Sky het vaakste uit de kast. Waar hem dat in zit? Geen idee eigenlijk. Sky Blue Sky begint nogal ingetogen. Muzikaal gezien zijn Either Way en You Are My Face niet de liedjes die je meteen de plaat intrekken. Bedachtzaam. Beetje aarzelend. Waar hem dan toch de aantrekkingskracht zit?

Voor Wilco is het denk ik een belangrijke plaat. Het is de eerste plaat met meestergitarist Nels Cline, die zo stevig zijn stempel op Wilco heeft gezet. Thematisch vind ik de plaat heel mooi. Althans thematisch zoals ik dat zie: ik heb altijd gedacht dat Sky Blue Sky een breakup plaat was. In Either Way klinkt Maybe you just need some time alone. Hate It Here is overduidelijk een liedje over een man die zijn leven weer oppakt nadat zijn lief er niet meer is. On And On And On sluit Sky Blue Sky op een prachtige manier af, met troost. Althans dat is mijn interpretatie. Ik heb in interviews gezocht naar aanwijzingen voor de door mij gehoorde thematiek maar niet gevonden. Jeff Tweedy en zijn vrouw zijn al sinds 1995 bij elkaar dus ook dat is geen aanwijzing.

Later las ik dat On And On And On gaat over de overleden moeder van Tweedy, bezongen vanuit het perspectief van zijn vader.

On and on and on
We’ll be together, yeah

Voor Wilco heeft On And On And On sinds November 2016 een extra lading gekregen. Tot veler verbijstering had Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen. Wilco stond een dag later op het podium van festival Le Guess Who in Utrecht. Het eerste liedje van de setlist was On And On And On. In plaats van een liedje van troost voor de achtergebleven man na het overlijden van zijn vrouw, was het opeens een universeel troostliedje. Zoals Wilco wel vaker liedjes live een nieuwe lading en thematiek geeft dan hoe die ooit op plaat zijn gezet. Een liedje met een boodschap: wij zijn samen, jij en ik. Wij blijven samen, samen kunnen we ook dit weer aan.

Keuze Tricky Dicky: Ad Vanderveen – Still Now (2008)

Klassieker

Geen gemakkelijke opdracht; voornamelijk omdat ik al over heel veel laatste tracks van een album geblogd heb. Ik wist bijvoorbeeld wel direct welk album afviel. Niet omdat het slecht was….zekers niet. Het was zelfs een geweldig album, maar juist die laatste was net even minder; ik heb het over Genesis met And Then There Were Three en laat dat nu net de grote hit zijn.

Ik had ook geen zin om mijn hele collectie door te worstelen, dus ik deed gewoon een greep en toen had ik Still Now van Ad Vanderveen en Run Devil Run van Paul McCartney in mijn handen. Twee geweldige, zij het totaal verschillende albums, maar de keuze werd bepaald door de afsluiter. Ad Vanderveen dus. Ik heb al eens eerder over hem geblogd; de man is ondergewaardeerd met een hoofdletter ‘O’. Een singer-songwriter van het vlakke land met dezelfde kwaliteiten als Neil Young.

In 2008 kwam het album Still Now uit; een dubbelalbum met een schijfje The Garage (rock) en akoestisch op de andere (The Living). Beiden zijn waanzinnig goed, maar ik kies voor de elektrische schijf. Stevig met veel Young-achtige geluiden. Zelfs de stem heeft er wel iets van weg, zij het beter. Misschien moet ik anders zeggen, want niemand heeft zo’n krassende stem als Young en bovendien is Ad Vanderveen een mega-fan van de Canadese dwarskont. Tien heerlijke tracks met hoogtepunten als Middle Ground, Good Mourning (dé reden dat ik het schijfje kocht) en de afsluiter Still Now. Rauwe emotie met een gevoelige tekst. Een rustige start met scherp gitaarwerk in het midden om weer af te sluiten met een rustpunt. Net lang genoeg om de replayknop in te drukken.

Keuze Reimer Ikink: Run The Jewels – A Few Words For The Firing Squad (Radiation) (2020)

Het bloedige einde van een dystopisch avontuur

RTJ4 is, zoals de titel doet vermoeden, het vierde album van hiphop-superduo Run The Jewels. Het eerste nummer Yankee And The Brave (EP. 4) is een verwijzing naar de twee leden; rapper-producer EL-P heeft dezelfde thuisbasis als de New York Yankees, en rapper Killer Mike’s thuisteam is de Atlanta Braves. This week on yankee and the brave is de eerste tekst die voorbij komt op het album. Het album is als het ware de vierde aflevering van een televisieserie. In deze aflevering zijn EL-P en Killer Mike op de vlucht zijn van de politie, die zelden zo onpopulair was in de V.S. als in 2020.

Deze aflevering werd uitgezonden te midden de periode van hevige sociale onrust die in de V.S. heerste na de moord op George Floyd door een politieagent. RTJ4 is doordrenkt van deze sociale onrust. Onrecht wordt vrijwel constant aan de kaak gesteld, evenals de grote maatschappelijke problemen waar de V.S. mee heeft te kampen. De machthebbers van de wereld staan op RTJ4 niet bepaald in een rooskleurig daglicht. Maar afijn, als je precies wilt weten wat EL-P en Killer Mike te zeggen hebben, zou je het hele album natuurlijk moeten beluisteren. Het draait hier immers om de afsluitende nummers van albums.

Op RTJ4 is dat A Few Words For The Firing Squad (Radiation) het bloedige einde van een dystopisch avontuur. EL-P en Killer Mike wisselen verses af over de erbarmelijke staat van de wereld.

You ever notice that the worst of us have all the chips?
It really kinda takes the sheen off people gettin’ rich

zegt EL-P. Killer Mike vertelt over zijn overleden moeder, maar ook over zijn rol enerzijds als activist en anderzijds als man van zijn vrouw. Friends tell her, He could be another Malcolm, he could be another Martin. She told her partner, ‘I need a husband more than the world need another martyr’. Dit alles terwijl instrumentaal steeds meer spanning wordt opgebouwd. Een stijgend motief in de bas herhaalt en herhaalt en herhaalt zich, strijkers zorgen voor de atmosfeer. Daaroverheen is met vlagen een huilende saxofoon te horen. Drum-fills klinken wanneer EL-P en Killer Mike de microfoon aan elkaar doorgeven. In hun laatste coupletten keren de rappers zich ditmaal niet tot de daders van onrecht, maar naar de slachtoffers. Killer Mike sluit af:

This is for the do-gooders that the no-gooders used and then abused
For the truth tellers tied to the whippin’ post, left beaten, battered, bruised
For the ones whose body hung from a tree like a piece of strange fruit
Go hard, last words to the firing squad was, ‘Fuck you too’

Daarna een korte stilte gevolgd door violen en cello’s die de wereld laten imploderen, en de saxofoon die het nu uitkrijst. Een denderend einde.

Maar een televisieaflevering kan natuurlijk niet op zo’n sombere toon eindigen. Een kort country/hiphop outro klinkt nog, en een voice-over die niet zou misstaan in The A-Team laat weten dat onze helden nog steeds op de vlucht zijn. En Yankee And The Brave geven zich echt niet zo makkelijk gewonnen.

Keuze Alex van der Meer: Reigning Sound – On And On (2021)

De laatste

De band Reigning Sound ontstond in 2001. De frontman was zanger/gitarist Greg Cartwright, wellicht ook beter bekend als Greg Oblivion, de zanger/gitarist die al vanaf de jaren negentig actief was in een aantal belangwekkende Garagerock-bands, zoals The Compulsive Gamblers, The Oblivions, en Greg Oblivion & The Tip Tops. Reigning Sound ontstond omdat hij ook graag meer ruimte wilde hebben voor de nummers die hij schreef die wat meer melancholisch en gevoelig waren. De bron van de eerlijke sound van Reigning Sound was wel nog de garagerock maar langzamerhand werd deze verrijkt met warme Pop- en Soul-invloeden, met ook her en der vleugjes Blues, Gospel en Americana.

Ondanks verschillende incarnaties gedurende het bestaan van de band was naast de heerlijke sound ook het songmateriaal altijd van uitzonderlijk hoog niveau. Vorig jaar kwam het laatste reguliere album uit: A Little More Time With Reigning Sound. Wederom een prachtig en zeer verslavend werkstuk. Voor de gelegenheid had Cartwright de originele bandleden waarmee hij was begonnen in 2001 weer uitgenodigd om dit album te maken. Dit jaar was er echter slecht nieuws. Drie maanden geleden stond op de Facebookpagina van de band te lezen dat Cartwright definitief was gestopt met deze zeer gewaardeerde band.

Het nummer On And On is in alle opzichten een meer dan passende afsluiter van het laatste album, A Little More Time With. Niet alleen omdat er een zweem van melancholie en nostalgie omheen hangt. Maar zeker ook omdat het – net als alle andere tracks van het album – gewoonweg zeldzaam goed is. Zodra het nummer is afgelopen realiseer je je dat het nog wel even had mogen doorgaan. Net als het album zelf; je had zo graag nog een beetje extra tijd gehad met Reigning Sound. Gelukkig kun je de plaat opnieuw opzetten. Sterker nog, je hebt zelfs de neiging om gewoon (weer opnieuw) het hele oeuvre te beluisteren.

Keuze Noah Lefébure: Gang Of Youths – Goal Of The Century (2022)

Een notendop met een zeer diep en gevoelig verhaal

Na het luisteren van Goal Of The Century heb ik het gevoel dat ik het hele album in een notendop heb gehoord, maar wel een notendop met een zeer diep en gevoelig verhaal. Ik wil hierdoor alleen maar meer leren over dit ongelofelijke verhaal en alle verwijzingen, zowel tekstueel als muzikaal, terugvinden.

Met een paar minuten lange, instrumentale introductie geeft dit nummer op het eerste gezicht het gevoel dat je naar een heel nieuw nummer luistert, niet een herinnering dat het leven gewoon doorgaat, wat het uiteindelijke wel blijkt te zijn. Regelmatig kan je melodieën herkennen uit voorgaande nummers op het album, voornamelijk het nummer Hand Of God. Deze twee nummers hadden origineel één moeten zijn, maar de band heeft er voor gekozen ze apart op het album te plaatsen.

Op het moment dat de prachtige stem van zanger Dave Le’aupepe van Gang Of Youths inzet wordt er al meer duidelijk gemaakt over de gedachte van dit nummer, hij zingt namelijk: Ah shit I know this one…. Wat natuurlijk kan slaan op zowel de herkenbare momenten uit het nummer, maar ook de herkenbare momenten uit het alledaagse leven. Het hele album heeft deze gedachte en dit laatste nummer versterkt dit alleen maar.

Rond 5:53 begint het voor mij sterkste gedeelte van het nummer. Een opsomming van allerlei dingen die het leven kunnen vormen, bijvoorbeeld dat het warm is waar hij is, dat een familie lied aan het groeien is of zelfs dan een bekende Australische formule 1 coureur aan het racen is (F1 coureur Daniel Ricciardo wordt hiermee bedoelt, wie overigens op twee tracks gecredit staat voor achtergrond zang en percussie). Maar daarentegen ook zeer intieme zaken zoals bij de zin: My brothers are calling. Deze zin lijkt niet erg diep, maar de context wordt uitgebreid uitgelegd in het nummer Brothers, waar Le’aupepe verteld dat hij pas leerde dat hij broers had nadat zijn vader overleed.

Dit nummer houdt me nieuwsgierig naar de lagen die deze band aan hun kunst toevoegen. Het zorgt ervoor dat ik aandachtig luister naar stemmen die een verhaal te vertellen hebben. En hoewel dit nummer niet op een alledaags album staat komt de boodschap hard binnen. Dus dan zet ik de plaat maar al te graag nog een keertje aan.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.