Kunst en muziek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Allebei zijn ze een manier voor een artiest om zich te uiten. Kruisbestuivingen vinden dan ook regelmatig plaats. Of neem een Herman Brood: een zanger die ook achter de schildersezel stond. Kunstenaars laten zich inspireren door muziek en andersom zijn er ook muzikanten hun inspiratie uit de kunst halen. In de schilderijen-battle zoomen we in op die laatste categorie: muzikanten die zich hebben laten inspireren door kunst, en dan in het bijzonder door schilderijen. Een bloemlezing.

Keuze Lenny Vullings: Jaco Pastorius – Portrait Of Tracy (1965)

Virtuoze verhaling op één basgitaar

Soms zijn er artiesten in je muzikale bibliotheek waarvan je nog precies weet hoe je ze hebt gevonden: zo weet ik nog precies het moment waarop ik tijdens een autorit met m’n vader bij een live versie van Black verliefd werd op Pearl Jam, hoe ik op de gok een plaat van Bob Dylan kocht en m’n leven nooit meer hetzelfde was na het horen van It’s All Over Now, Baby Blue, of hoe ik door een komische sketch van Bill Bailey ging luisteren naar Arvo Pärt. Grappig, hoe dit soort kleine momenten een enorme impact kunnen hebben op hoe je gaat kijken naar muziek en het leven.

Hoe de legendarische bassist Jaco Pastorius mijn leven in is geslopen kan ik niet met zekerheid zeggen. Ik weet niet meer of ik hem eerder hoorde op platen van Joni Mitchell, in een filmpje van Thundercat, of dat de bassist van mijn eigen band er over begon… Hoe dan ook, de ware realisatie van zijn genie in de compositie Portrait Of Tracy is me wel altijd helder bijgebleven. Ik heb het grote geluk om al zeven jaar met een waanzinnig goede bassist (Luc Peeters) in Noah’s Orc te mogen spelen, die me elke repetitie en elk optreden opnieuw kan verrassen met een breed scala aan invloeden, technieken, en kennis. Wanneer hij iets aanbeveelt op bas dan weet ik dat het goed is. Het onderwerp was Jaco Pastorius, en ik weet niet meer wie van ons er over begon, maar zijn gezichtsuitdrukking sprak boekdelen: het moest wel geniaal zijn. Ik kom thuis en ik luister nog eens goed naar Portrait Of Tracy, en inderdaad: zulk basspel heb ik nooit eerder gehoord. Pastorius doet ongelooflijke dingen met het instrument: harmonisch, ritmisch, melodisch, allemaal tegelijkertijd. Ik ben compleet ontdaan, en emotioneel gesloopt.

In Portrait Of Tracy wordt ongekende virtuositeit achteloos gecombineerd met de grootste schoonheid en melancholie. Het is vernoemd naar zijn vrouw, en de liefde druipt er vanaf. Ik zie bij het luisteren voor me hoe Pastorius met zijn bas een portret schildert van zijn vrouw, op een manier waar Dorian Gray schrik van zou krijgen. Elk detail zit erin, en niet alleen uiterlijke details. Elke wandeling die ze samen hebben gemaakt, elke dag dat ze ooit verdrietig is geweest, elke grap waar ze samen om hebben gelachen, en de dag waarop ze onvermijdelijk afscheid moeten nemen zijn erin geschilderd: een compleet portret van de geschiedenis, het heden, en de toekomst van zijn liefde voor het leven.

En dat op één basgitaar.

Keuze Alex van der Heiden: Emerson, Lake & Palmer – Promenade Pt. 2 (1971)

Er is altijd reden om naar ELP te luisteren

Vorige week schreef ik over een slaapliedje van Emerson, Lake & Palmer (ELP). Deze week meteen weer een blog over ELP, gewoon omdat het kan, maar vooral omdat ELP (behalve Lucky Man) vrijwel nooit gedraaid wordt op de radio; te ingewikkeld. Wanneer we kijken naar de ongekende populariteit van ELP in hun actieve jaren, dan is het nog bijzonderder dat zij zo weinig te horen zijn. Het waren écht album-artiesten en daar is Pictures At An Exhibition een heel goed voorbeeld van.

Pictures At An Exhibition was een klassiek muziekstuk van Modest Moessorgski, die dat had geschreven voor zijn vriend en landgenoot Viktor Hartmann. Hartmann was architect en schilder waarover na diens overlijden in 1873 een expositie kwam met veel van zijn schilderwerken. Over deze expositie schrijft Moessorgski zijn muziekstuk. Het begint met een muzikaal thema dat Promenade heet en dit thema komt in veel stukken terug, zo ook in het slotstuk The Great Gates Of Kiev dat meteen de absolute apotheose van het geheel is. Willem belicht dit stuk in deze battle middels de uitvoering van Tomita.

Greg Lake zijn vocalen zijn altijd luids en meeslepend en soms heel fragiel, maar op dit album vooral meeslepend. Op dit album is de muziek bij vlagen erg druk en experimenteel waardoor het lijkt dat Lake zijn zang het maar net kan bijbenen. Juist dat maakt het zo knap hoe dit live album in elkaar zit en hoe dit drietal op elkaar is ingespeeld. Het rustmoment keert iedere keer terug in Promenade en dat beschrijft de korte wandelingen die Moessorgski maakt van het ene naar het andere schilderij. De tweede Promenade heeft Lake op tekst gezet. Geniet hoe mooi deze fantastische stem past op dit thema.

Keuze Tricky Dicky: The Band – When I Paint My Masterpiece (1972)

Meesterwerk

Anno 2022 is de Nederlandse taal verengelst, en tegelijkertijd denken sommigen dat het gebruik van ‘poëtische’ bewoordingen de gebruiker een bepaalde ‘standing’ geeft. Denk aan ‘schilderen met woorden’ om uit te leggen dat de tekst indruk maakt. Maar schilderen doe je met een penseel, verven met een kwast en schrijven met een pen. Nou ja, tegenwoordig op het toetsenbord van een tekstverwerker. Gebruik dan (bijvoorbeeld): de tekst maakt diepe indruk en getuigt van realiteitszin of zoiets. Er kan natuurlijk best een (diepere) gedachte achter de tekst zitten en in de muziek zijn er tal van voorbeelden te bedenken, maar behalve bijvoorbeeld Herman Brood zijn er maar weinig musici die tegelijkertijd de penseel gebruik(t)en.

Afijn, een van de beste liedjes over schilderen is natuurlijk Vincent van Don McLean, maar die is niet echt ondergewaardeerd. Anno nu hoort daar in mijn opinie Paint My Heart van de Teskey Brothers bij. Maar je kan wel een hartje schilderen, maar niet jouw hart en dus besloot ik van keuze te veranderen. Terug naar mijn allereerste idee: When I Paint My Masterpiece van The Band. Eigenlijk wilde ik deze vermijden, omdat ik nu al een paar weken steeds iets uit de zestiger of zeventiger jaren gekozen had. Voor je weet ben je een ‘one trick pony’ waarvoor geen goede  Nederlandse vertaling is. Bovendien als excuus (die ik met beide handen aanpak); er is hier pas een keertje over The Band geblogd (en door mij) en dat is echt te weinig voor een band van hun statuur.

Iedereen heeft een meesterwerk in zich. Tegeltjeswijsheid. Elk meesterwerk is afhankelijk van degenen die het beziet, leest, hoort of bewondert. Wat voor de één het summum is is voor de andere kliederwerk. When I Paint My Masterpiece is een Americana meesterwerk in de handen The Band geworden. Het origineel van Bob Dylan is bij lange na niet zo goed, maar dat heeft ook met het nasale zeurtoontje van oom Bob te maken. Hou mij ten goede, ik vind dat hij hele goede muziek gemaakt heeft en ik heb een behoorlijk rijtje in de kast staan, maar soms…. Het origineel is ook wat trager, wat het luisterplezier niet verbeterd. Tekstueel gaat het in mijn beleving over de verwachting dat alles beter zal worden wanneer je jouw hoogtepunt bereikt.

Keuze Willem Kamps: Tomita – The Great Gate Of Kiev (1975)

Je eigen tentoonstelling

Een schilderij in muziek vangen. Het is een minder gebruikelijke inspiratie dan een voorbije liefde, een protest of een maatschappelijke tendens. Modest Moessorgski deed het, een kleine 150 jaar geleden. Hij had een tentoonstelling bezocht van de overleden schilder Viktor Hartmann, een goede vriend van hem. Het had hem behoorlijk aangegrepen, want hij liet het niet bij één schilderij, nee, hij deed er meteen tien en maakte er een suite van: schilderijen van een tentoonstelling. Dat nog uitgebreid met zes korte stukken met verbindend leidmotief, promenade, de wandeling van het ene naar het andere doek. Overigens zijn alle stukken van Hartmann later verloren gegaan.

Emerson, Lake and Palmer maakten er zo’n honderd jaar later een rockversie van. Zij speelden het al kort na hun start in 1970 op het Isle of Wight Festival. Een groot succes. Pas twee jaar later werd het na nieuwe opnames in de Newcastle City Hall uitgebracht als een live-album: Pictures At An Exhibition. Drie jaar later perste de Japanner Isao Tomita het onder dezelfde Engelse titel eveneens op vinyl, nadat zijn album Snowflakes Are Dancing, met een bewerking van Claude Debussy’s Arabesque Nr 1, de kassa flink had laten rinkelen. Er zouden meerdere bewerkingen van klassieke componisten volgen, van Stravinsky, Ravel en Holst. Alles op de Moog synthesizer; als een volledig elektronisch orkest.

Tomita was op zijn beurt sterk beïnvloed door Switched On Bach, een baanbrekende plaat uit ’68, een klassieker van synthesizerpionier Walter Carlos (Walter is overigens al vijftig jaar Wendy. Nu 82). Met alle bliepjes, strings, koren en wat er nog meer mogelijk is met alle oscillatoren, filters en generatoren van de Moog, maakte Tomita een geheel elektronische expositie. Topstuk is de afrondende climax The Great Gate of Kiev. In oorsprong niet zozeer een schilderij van Hartmann maar meer een architectonisch ontwerp voor een nooit gebouwde poort in Kiev. Het enige voordeel daarvan is dat deze niet door de Russische troepen kan worden vernietigd, zoals Oekraïne elke dag dat deze krankzinnige oorlog duurt, steeds verder tot puin wordt geschoten. Het is alsof een doorgeslagen gek, Poetin zelf, met een mes door het museum rent en alle schilderijen te lijf gaat, zonder dat een suppoost hem kan stoppen.

Luister naar Tomita en probeer een beeld te vormen van de verdwenen schilderijen. Begin met The Great Gate Of Kiev als inspiratiebron voor je eigen tentoonstelling.

Keuze Karst van Helmond: Tomita – Ballet Of The Unhatched Chicks In Their Shells (1975)

Beter dan origineel

Tijdens Beethoven was het klaarblijkelijk dat de symfonie op zijn hoogtepunt was aangekomen. Beethovens symfonieën waren niet te overtreffen. Hierdoor durfde geen enkele componist het nog aan om symfonieën te schrijven, men moest namelijk niet sollen met de perfectie van het genie. Deze klassiek Romantische gedachtegang is nu natuurlijk niet meer te rijmen met onze hedendaagse postmodernistische kunstfilosofie. Toch, bracht het toen iets goeds. Componisten gingen namelijk opzoek naar alternatieven voor symfonieën, of, zoals ik graag wil denken, redenen om toch een symfonie te schrijven zonder dat deze in het daglicht van Beethoven kwamen te staan. Zo kreeg de inspiratiebron een groter belang en werd in ruil daarvoor de vorm van de symfonie steeds meer losgelaten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de symfonische gedichten van Frans Liszt, bijvoorbeeld: Symfonisch Gedicht No. 3 S.97.

Dankzij het geëxperimenteer op de klassieke symfonische vorm is er een machtig kunstwerk op aarde gezet door de Russische componist Modest Moessorgski: Pictures At An Exhibition. Dit werk is gebaseerd op een tentoonstelling van de schilderijen van Viktor Hartmann, een Russische kunstenaar, tevens een vriend van Moessorgski. Moessorgski schreef Pictures at an Exhibition ter ere van het overlijden van Hartmann. Deze compositie is enorm bekend in de klassieke wereld, mede doordat Maurice Ravel in het begin van de twintigste eeuw zijn eigen orkestratie op de thema’s van Moessorgski heeft gemaakt. Er is hier dus helaas niks ondergewaardeerds aan.

In 1975 maakte Isao Tomita een versie voor synthesizers van Pictures At An Exhibition. Deze versie is naar mijn mening wél ondergewaardeerd. Tomita is namelijk buiten de ingewijden om niet bijster bekend. Enfin, het stuk: Moessorgski probeerde de kleuren en de vormen van de schilderijen van zijn vriend Hartmann om te zetten in de melodieën en harmonieën van de muziek, van doek tot geluidsgolf. Tomita probeerde de organische klanken van het orkest over te zetten tot de analoge klanken van de synthesizer, van snaar tot elektrische golf. Tomita gaf de geluidsgolven van Moessorgski de benodigde hoeveelheid elektriciteit om de schilderijen van Hartmann leven in te blazen, alsof Tomita dr. Frankenstein is. Dit was Moessorgski nog niet gelukt. Luister bijvoorbeeld naar The Ballet Of The Chicks In Their Shells. Doordat Tomita geluiden uit zijn synthesizers kon halen, brengt hij de kuikentjes uit Hartmanns schilderij daadwerkelijk tot leven. In de originele versie van Moessorgski zijn deze kuikentjes levend, maar niet meer als op het schilderij. Dit komt natuurlijk door de limitatie van de klassieke orkestrale instrumentatie en van de classistische Westerse kunstfilosofie; met alleen wat fluiten en een heleboel regeltjes krijg je geen kuikentjes.

In The Gnome en The Old Castle brengt Tomita onaardse en mysterieuze texturen naar voren, alsof zij uit een sci-fi film komen. De melodieën van Moessorgski nemen gepast afstand, maar blijven genoeg aanwezig om de luisteraar een goed gebalanceerd mengsel van stevig twintigste-eeuws sounddesign en Romantisch negentiende-eeuws compositiewerk voor te schotelen. Dat, en het feit dat Tomita zo goed was in zijn sounddesign, maakt Pictures at an Exhibition van Isao Tomita een briljant werk. Ik vind hem zelfs beter dan het origineel.

Oja, luister ook nog eens naar Isao Tomita – Suite Bergamasque No. 3 Claire de Lune. Nog beter dan de originele versie voor piano. Je hoort hier namelijk daadwerkelijk het licht van de maan.https://www.youtube.com/watch?v=er5pVjWSAuY

Keuze Guido Antunes: MAM – Maternité (Boterham Met  Kaas) (1986)

Pindakaas

Zoals menig tiener in de jaren ’80 kreeg ik mijn muzikale opvoeding luisterend naar de avondspits en de verrukkelijke 15 en bij het lezen van de muziekkrant OOR. Nederlandstalige pop was een noviteit, maar zeker bij Frits Spits was hier aandacht voor. Daar maakte ik ook kennis met dit nummer van de groep Mam.

Een band die volgens ons aller Wikipedia ontstaan was uit Sammy America’s Gashpetti. Een naam die me een belletje deed rinkelen door het spellen van de Oor. Later begreep ik dat Hennie Vrienten hier actief in was geweest en dat de zanger hiervan een aantal albums maakte die tot mijn favorieten behoorden. Hobbel, Ontwik en zeker ook het onvolprezen Tjielp Tjielp met het gedicht van Jan Hanlo ‘de Mus’ op muziek gezet. Verder graven naar een muzikant deed je toen in de platenzaak. Nu hebben we internet. Goh wat vliegt de tijd.

Terug naar de Avondspits. Daar zette de DJ voor mij een nummer op waarvan ik dacht: wat hoor ik nu? Iets over kaas. Wel een leuke melodie. En die vrouw die er ineens doorheen praat, hoort dat echt op het singletje?

Op naar de platenzaak om te kijken of ik het op vinyl aan kon schaffen. En natuurlijk kom je daar zonder de titel te kennen van dat liedje. Gewoon maar roepen dat nummer over pindakaas, dan komt het vast goed. En ja hoor, ik kreeg een album in handen met allemaal nummers die gebaseerd zijn op een schilderijententoonstelling. Niet die van Moussorgsky die ik kende van Kitaro (en later pas leerde waarderen als klassiek stuk), maar een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam waarvan Henk Hofstede van de Nits een begeleidend album had laten maken. Allemaal Nederlandse artiesten speelden op La Grande Parade (ondertitel: 11 Songs Based On 10 Paintings Played By 39 Musicians From The Netherlands). Een van die ‘paintings’ was dus Maternité van Pablo Picasso. Het schilderij kende ik niet maar het nummer herkende ik dus van de Avondspits.

Maaaaaam, weet jij nog wanneer ik voor het eerst een boterham met kaas gegeten heb?

Keuze Naomi Mertens: Teenage Fanclub – Escher (1993)

Mijmeren

Op Thirteen, het vierde album van Teenage Fanclub vinden we het nummer Escher. Het lijkt misschien een onbeduidend liedje, op een plaat die in 1993 door de critici maar matig ontvangen werd, maar luister er eens goed naar!

Je hoort natuurlijk onmiskenbaar de invloeden van Big Star, maar de riff in de opening van het nummer roept ook associaties op met Day Tripper van The Beatles. Dat andere (power)popbands zich hierdoor weer hebben laten inspireren, lijkt ook zeer aannemelijk (Johan!). De tekst van het refrein heeft op het eerste gezicht ook niet veel om het lijf: And I don’t know if I’m going up or down, with you. Don’t know if I’m coming. But I don’t mind. Het is een vrij letterlijke beschrijving van het schilderij Relativiteit van M.C. Escher, dat op dat moment 40 jaar oud is. Het beeldt een wereld af waarin de normale wetten van de zwaartekracht niet gelden. Hoewel de band desgevraagd over de teksten zegt dat ze niet zoveel betekenen, is het spelen met perspectiefwisseling en met de relativiteit van het spelen in een band erg herkenbaar in hun verhalen, ook in interviews die de band geeft in die tijd.

Raymond McGinley, de auteur van de tekst en ook kunstfotograaf, laat zich bij zijn fotografie herkenbaar inspireren door Escher. Je ziet het voor je, dat hij in zijn doka staat te mijmeren bij het ontwikkelen van zijn foto’s: Wet turns to blue when my thoughts are all over going up or down, with you…

Wat fijn dat deze band nog toert en dat we nog even van hun kleine schilderijtjes kunnen genieten!

Keuze Quint Kik: The Cramps – Naked Girl Falling Down The Stairs (1994)

In de war

Een avond die ik niet snel zal vergeten: The Cramps in Paradiso, voorjaar 1995. Zanger Erick Lee Purkhiser alias Lux Interior, die met ontbloot bovenlijf en een microfoon weggestopt in het kruis van zijn strakke leren broek het publiek met huid en haar leek te willen opvreten en een torenhoge luidspreker bedwong om ook bij concertbezoekers op het balkon te geraken. Tussendoor kon ik mijn ogen niet afhouden van zijn wederhelft: gitariste Kristy Wallace a.k.a. Poison Ivy Rorschach en haar eindeloze laarzen, die ze bij gelegenheid liet schoonlikken door vriendje Lux. Hij mocht dan die intens maniakale zanger en publieksmenner zijn, zij was het onbetwiste boegbeeld van de band. Kijk er die hoezen van Smell Of Female, A Date With Elvis of de single Bikinigirls With Machine Guns maar op na.

Die eerste keer vond ik de Cramps nogal overweldigend – een beetje eng zelfs – maar de Psychobilly van het echtpaar Rorschach-Interior bleek een blijvertje in mijn platenkast. Voor het eerst werd ik die avond blootgesteld aan klassiekers als Human Fly, Can Your Pussy Do The Dog en hun cover van Hasil ‘The Haze’ Adkins’ She Said (over wiens Chicken Walk collegablogger Willem Kamps recent een smakelijke, niet te missen bijdrage schreef voor de Benenwagen-battle). Het lenen van een originele riff of complete cover was The Cramps in het geheel niet vreemd, Ivy en Lux hadden een neus voor ondergewaardeerde rariteiten uit de hoek van Rhythm & Blues, garagerock en rockabilly. Het moment dat Lux de liftende Ivy oppikte, betekende niet alleen het begin van hun onafscheidelijkheid, maar ook de aftrap van een gezamenlijke singlescollectie. De hoogtepunten werden samengebracht op de Born Bad-reeks en voorzien van geniaal grappige annotatie, een must voor iedere Cramps-fan.

Een groot deel van voornoemde avond was echter gewijd aan het een jaar eerder verschenen album Flame Job (1994). Naast covers van minder bekende en vergeten grootheden als Slim Harpo (Strange Love) en een spannende versie van Bobbie Troup’s Route 66 (beter bekend in de uitvoering van Nat King Cole) bevat de plaat een handvol sterke originelen. De leukste daarvan is vernoemd naar Nu Descendant un Escalier, No. 2, een schilderij van Marcel Duchamp dat nogal wat stof had doen opwaaien toen het in 1912 voor het eerst tentoongesteld werd. Lux zingt over de keer dat hij ermee werd geconfronteerd en helemaal in de war raakte van die Naked Girl Falling Down The Stairs:

A naked girl right in my face
High class culture all over the place
My watch stopped tickin’…shoes came unlaced […]
I fell in love at a terrible pace
When someone gave her a shove down a staircase

Het kubistische hoogstandje van Duchamp werd in zijn tijd nauwelijks begrepen, weggehoond zelfs, maar leverde de artiest instant geld, bekendheid en een plaatsje onder de Avantgardisten op. The Cramps schopten het niet veel verder dan cult-fenomeen, maar van die Halfnaked Man Almost Falling Down a Stack of Speakers en zijn ijskoningin-met-Gretch raakte ik op mijn beurt danig in de war, een ervaring die ik nog altijd niet te boven ben. En dat is wat goede kunst vermag: ontregelen.

Keuze Guido de Greef: Jewel – Painters (1995)

Echte liefde

‘Cause they were painters and they were painting themselves a lovely world

In m’n eindexamenjaar deed ik mee aan een theaterproject. De student van de toneelschool die ons begeleidde had als input van de leerlingen gevraagd liedjes over echte liefde aan te dragen. Dat bleek lastig. Er zijn ontelbaar veel liedjes geschreven over gebroken of onmogelijke liefdes, maar liedjes over nouja, gewoon gelukkig samenzijn zijn zeldzaam. Het dichtste bij kwamen Morning Song en Painters van Jewel, en ze eindigden met een aantal andere liedjes op een cassettebandje.

Bij de volgende bijeenkomst bleek ik de enige die z’n huiswerk had gemaakt, en dus was het meteen duidelijk wiens bijdragen werden besproken. Ik schaamde me daar een beetje voor. Het was eind jaren negentig en de populairste muziek in mijn klas was hiphop en metal, of de Backstreet Boys. Kwam ik aanzetten met m’n lieve meisjesmuziek.

Maar ik mocht Jewel wel. Ook al werd haar debuutalbum Pieces Of You badinerend schoolmeisjesromantiek genoemd. Daar is iets voor te zeggen. Er zit een zekere naïviteit in liedjes als Morning Song, dat gaat over het geluk in kleine dingen, of het liefdesverdriet in You Were Meant For Me. Maar een liedje als Painters nam me enorm voor Jewel in. Het verhaal van een oude vrouw die terugkijkt op haar leven, in de vorm van een liedje van bijna zeven minuten. Het heeft geen standaard opbouw, en de muziek dient puur ter illustratie voor het verhaal van twee geliefden. Een stel dat met schilderen een mooiere wereld wil creëren.

They thought blueprints were too sad so they made them yellow

Die schilderijen zijn natuurlijk niet echt. Wat de hoofdpersonen uit Painters proberen te vangen, is de tijd. Deze stilzetten en de kleur van hun verbeelding meegeven. De liefde die ze voor elkaar voelen vasthouden tot in de eeuwigheid, liefde die de dood overwint. Iets dat – spoiler alert – natuurlijk niet lukt.

Jewel kwam niet in de voorstelling terecht, maar ze maakte wel indruk. Voor een leuk meisje dat bij het project betrokken was maakte ik een cassettebandje. Het belandde via-via bij haar omdat ik met m’n eindexamens bezig was. Pas een paar maanden later zag ik haar weer, in de fietsenstalling van het station, onderweg naar m’n nieuwe studie. Ze omhelsde me. Pas toen besefte ik wat die schoolmeisjesromantiek voor haar betekende.

Keuze Freek Janssen: Editors – Eat Raw Meat = Blood Drool (2009)

Het beeld van hebzucht

Al 23 keer hebben we een Ondergewaardeerde Playlist samengesteld. Elke aflevering is het weer een ontdekkingsreis om door het oeuvre van een artiest heen te struinen en een lijst samen te stellen met de meest ondergewaardeerde liedjes uit het oeuvre van…

Wat vaak opvalt: sommige liedjes overleven beter de tand des tijds dan andere. Ook als je dat juist niet had verwacht. Het Editors-album In This Light And On This Evening (2009) bleef eigenlijk moeiteloos overeind na al die jaren.

Na een paar keer terugluisteren bleef met name Eat Raw Meat = Blood Drool hangen. Destijds sprong het nummer er nooit heel erg bovenuit, maar nu des te meer. Het pompen, ruwe van het liedje; het nestelt zich meteen in je hoofd. Later kwam ik er pas achter dat het nummer is geschreven als reactie op een schilderij van Banksy: Devolved parliament.

Devolved parliament.jpg

Het idee van een Lagerhuis vol met apen inspireerde Tom Smith, zo verwoordde hij in een interview (waarin hij verwees naar de kredietcrisis, een jaar eerder): Na de gebeurtenissen van vorig jaar hebben we allemaal een gebrek aan vertrouwen gekregen in de machthebbers. Het idee dat me aan het lachen maakte was de hebzucht van deze mensen en het idee dat ze manisch op rauw vlees aan het kauwen waren. Dat beeld werd de kern van het lied.

Keuze Erwin Herkelman: Aurélie – Meisje Met De Parel (2015)

Niet voor de hand liggend

Geen idee hoe het nummer in mijn Discover Weekly terecht kwam. Maar vermoedelijk had het iets te maken met mijn voorliefde voor jaren ’90 dance én popmuziek uit de Lage Landen. Twee liefdes kwamen prachtig samen in Meisje Met De Parel.

Spotify had mij goed ingeschat, want het beklijfde. Sterker nog, om het een keertje onder de aandacht te kunnen brengen bij een groter publiek besloot ik zelfs deze battle op Ondergewaardeerde Liedjes voor te stellen. Al duurde het even voordat het onderwerp uiteindelijk aan bod kwam. Ik moest dan ook weer even graven toen de battle werd gelanceerd en ík de initiatiefnemer bleek te zijn.

Tijd dus om het weer eens terug te luisteren. En inderdaad… het liedje had nog niet aan kracht ingeboet. Het is dan ook een bijzonder nummer dat opvalt. De prachtige stem, die lieflijke tongval, de poëtische tekst en dát dan ondersteund door een nostalgische beat. Een combinatie die op het eerste gezicht niet echt voor de hand ligt, maar ontzettend goed uitpakt in dit liedje.

De Belgische Aurélie bracht het in 2015 uit. Een jaar nádat ze het in The Voice van Vlaanderen tot de liveshows schopte. Diverse televisieoptredens volgden en uiteindelijk stootte ze door tot de 17de plek in de Vlaamse Ultra Top 50. Maar hier bleef het volledig stil rondom de zangeres. Jammer, want ook in óns land had ze op zijn minst de aandacht verdiend die ze bij onze zuiderburen kreeg.

Keuze Marco Groen: Meshuggah – The Sleep Of Reason  (2016)

Mesjokke

Als laatbloeier op allerlei gebieden was het pas in het jaar 2016 dat ik een concert van Meshuggah bezocht. Het was typisch zo’n concert waarbij je achteraf zoiets hebt van waar heb ik naar staan kijken? Een oefensessie met publiek? Hoewel publiek; de Zweedse muziekmakers hebben absoluut niet in de gaten dat er een zaal met mensen voor hun neus staat. Of ze negeren het. Vergeleken met  Meshuggah is Pixies een band die de zaal leuk meekrijgt. Ter illustratie: Frank Black besteedt gemiddeld drie woorden per concert aan een volgelopen zaal. Jens Kidman van Meshuggah zit een heel eind onder dat gemiddelde. Het al genoemde publiek weet dat, en speelt daarop in. In de praktijk komt het erop neer dat het grootste deel van de zaal bestaat uit manvolk van de gemiddelde leeftijd die met de armpjes over elkaar probeert te ontdekken of de band iets menselijks heeft. Dat de een van de Zweden een foutje maakt of zo. Maar dat schijnt de afgelopen 25 jaar niet te zijn voortgekomen. Meshuggah is zo’n band waarvan je de foto zou kunnen plaatsen op de wikipedia-pagina van het onderwerp ‘perfectie’. Het is strak, hard en goed.

Nu is Meshuggah sowieso een wat moeilijke te begrijpen band, al is het alleen al voor de complexe muziek, een stijl die ze ook wel ‘djent’ noemen. Maar daar blijft het niet bij. Ook de bezongen onderwerpen in de liederen overstijgen het gebruikelijke ‘ik hou van jou, ik blijf je trouw’. Het is drummer Tomas Haake die de meeste teksten voor zijn rekening neemt. Zijn inspiratie haalt hij voornamelijk uit films en de wat lastigere boeken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan The Cosmic Serpent van Jeremy Narby, een boek waarin wordt gezocht naar een link tussen moleculaire biologie en sjamanisme, of Cyclonopedia van de Iraanse filosoof Reza Negarestani. Precies het type literatuur die je niet zo snel in een gemiddelde Vinex-wijk zal vinden.

In een enkel geval zet Haake de boeken weer in de kast en gaat hij schilderijen bekijken, wat natuurlijk niet voorkomt dat de neuronen alsnog aan het werk worden gezet. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij El Sueño de la Razón Produce Monstruos oftewel The Sleep of Reason Produces Monsters van Francisco Goya, een ets dat de Spaanse kunstenaar tussen 1797 en 1799 vervaardigde. Goya is het archetype van de gestoorde artiest. Een mens die op gedachtensporen terecht komt waar nog geen mens is geweest. Zowel gek als geniaal, zoals ook te zien is in bovengenoemd kunstwerk. Wat gebeurt er wanneer een mens de rede onderdrukt? Dan krijg je toestanden zoals Goya laat zien in dit zelfportret: terwijl je zelf in een soort contemplatieve toestand zit, wordt je geteisterd door demonen in de vorm van uilen en vleermuizen, die respectievelijk symbool staan voor wijsheid en onwetendheid. Voor een band als Meshuggah vanzelfsprekend een dankbaar onderwerp. Ze gaven zowel bijbehorende album als het nummmer een titel die vrijwel hetzelfde is als de ets van Goya: Violent Sleep of Reason. De reden hiervoor trekt Haake naar de actualiteit: The whole idea of why we chose the title is to connect with the lyrical content of the album, which is to a fair degree about current events and what you see going on such a terrorism and extremist views on ideals and religious dogma, and the violent implications that you get from being asleep or not acting or reacting to what’s going on in the proper way.

In 2016 stond Violent Sleep Of Reason op de playlist, wat natuurlijk niet zo gek is, daar de tour in het teken van dat album stond.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.