We had met Strangelove when they toured with us back in 1995. They had been a fantastic support band, one of those whose dramatic, emotional songs come alive on stage. Their singer Patrick Duff was a brilliant performer – confrontational and utterly engaging – and between soundchecks and tour dead-time he had revealed himself as a surprisingly warm and lovely man and one with whom I am glad to say I am still friends today.

Ineens waren ze daar weer, kortstondig figurerend op de bladzijden van het tweede deel van de biografie van Brett Anderson van Suede: het hemelbestormende Strangelove. Afternoons With The Blinds Drawn verhaalt over de periode die volgde op de totstandkoming van criticifavoriet Dog Man Star en het vertrek met slaande deuren van gitarist Bernard Butler. Tijdens de tournee voor dit derde album namen ze de band van Patrick Duff mee op sleeptouw en belandde het relatief onbekende Strangelove in de Royal Albert Hall.

Via het majestueuze Love And Other Demons vond Strangelove dertig jaar geleden zijn weg naar mijn trommelvliezen. Laaiend enthousiast was Free Record Shop-collega Arnée over dit album, dat die maand door de inkoopafdeling van de alomtegenwoordige winkelketen geselecteerd was voor de niet goed, geld terug-formule No Risk Disk. Hun lang niet misselijke debuut Time For The Rest Of Your Life lag al enige tijd te wachten in ons laatje op een volgende ronde afprijzingen voor de fameuze Knakendagen. Love And Other Demons ging echter zonder omkijken voor de volle mep mee naar huis. In de hoogtijdagen van Britpop tierden de zoveelste next big things welig; wekelijks liep ik vol verwachting mijn filiaal in het Eindhovense winkelcentrum De Heuvelgalerie binnen. Met zijn tweede album – een meeslepend en emotioneel verpletterend meesterwerk – bleek Strangelove zichzelf te hebben overtroffen. Jammer alleen, dat niemand bezig was met opletten. Ook niet over de plas.

Alleen al het contrast tussen die titel en de grofkorrelige foto van een dolgelukkig bruidskoppel op de albumcover; het had iets onderhuids naargeestigs en was genoeg om direct mijn aandacht te vangen. De tracklisting voorspelde met Beautiful Alone, She’s Everywhere en Casualties weinig opbeurends, maar volgens NME hadden we hier van doen met a refreshing counterfoil to the current dizzgo pop Bis-ness, it’s reason enough to occasionally stop the gladness. De review op AMG was minder vleiend: the equivalent of a dormitory’s ubiquitous sourpuss reading Proust only when other people are watching. Bij mij kwamen die lyrics juist heel hard binnen; mijn eigen demonen (hormonen!) speelden in die periode hevig op. Ik kon me dan ook beter vinden in wat The Observer (a series of exorcisms) en The Times (it’s emotional strength lies in a certain heroic despair) destijds neerpenden. Moet ik hem voor u inpakken mijnheer?, vroeg de verkoopster. Nee hoor, ik eet hem hier wel op.

Behalve ex-Teardrop Explodes toetsenist David Balfe, die de band tekende voor zijn Food Records (waar Blur onder contract stond), waren de Manic Street Preachers en Radiohead onder de indruk. Anderson had het goed gezien: Strangelove was verre van een doorsnee britpopband, eerder een gelukkig huwelijk tussen punk, glam en Suede op zijn gitzwartst. Een en al bewondering, leende hij zijn achtergrondvocalen voor het nummer She’s Everywhere. Helaas werd de release van Love And Other Demons – en daarmee de opmars van de band – opgehouden door een verblijf van Duff in een afkickkliniek. Ook hij had wat uit te vechten met demonen, demon alcohol om precies te zijn. Na verschijning, verdween het album vrijwel onmiddellijk in een groot zwart gat. Strangelove had jammerlijk naast zijn momentum gegrepen. Na een derde, commerciëler klinkend album (gemaakt door een sobere Duff) viel het doek. Bevroren in de tijd: 20th Century Cold, zou je haast zeggen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.