Wie kent Klaus Schulze niet? Nou bijna niemand zoals het blijkt. En dat is best knap. En jammer. Zeker met zo’n 100 albums achter je naam. Gaat u mee op reis?
Er zijn muzikanten die liedjes schrijven van drie minuten over liefdesverdriet. En dan heb je Klaus Schulze. Een man die dacht: “Wat als één nummer gewoon een LP-kant duurt en klinkt alsof het heelal langzaam bewustzijn ontwikkelt?”
En eerlijk? Gelukkig maar.
Klaus Schulze begon zijn carrière eind jaren zestig als drummer. Niet eens als toetsenist. Hij speelde kort bij het legendarische Tangerine Dream tijdens de vroege, chaotische periode van de band. Hij is te horen op het legendarische debuutalbum Electronic Meditation uit 1970. Dat album klinkt alsof psychedelica, free jazz en een kapotte stofzuiger ruzie kregen in een kelder. Fantastisch spul, maar toegankelijk is anders.
Daarna richtte hij samen met Manuel Göttsching Ash Ra Tempel op. Daar begon Schulze al duidelijk richting de kosmische elektronica te bewegen. Lange hypnotische tracks, improvisatie en muziek die vooral niet geïnteresseerd was in hitparades. Terwijl de rest van de wereld “lalala baby” zong, zaten de Duitsers ruimteschepen te bouwen met tape echo’s en modulair geweld.
Begin jaren zeventig begon Schulze aan zijn solocarrière. Albums als Irrlicht, Cyborg en later Timewind maakten hem een van de grondleggers van de Berlijnse School. Dat genre draait om analoge synthesizers, repetitieve sequencers, gigantische soundscapes en het volledig verliezen van tijdsbesef. De absolute piek van die periode? Voor veel fans is dat het album Moondawn uit 1976.
Dit was ook mijn eerste kennismaking met Klaus Schulze. Ik zal 14 zijn geweest. Mijn moeder komt mijn kamer op gerend met een plaat in haar handen. “Dit moet je horen, dit is geweldig” De plaat had ze van een vriend geleend. Ik legde de plaat op mijn eigen pickup, zette mijn koptelefoon op, ogen dicht en ik dreef weg. De verliefdheid was er meteen. Dit was zo anders dan wat ik tot toen had gehoord. Dit was de muziek die ik wilde horen, waar ik aan toe was. Dit was magisch.
Moondawn bestaat uit slechts twee nummers: Floating en Mindphaser. Dat was toen heel normaal in de wereld van progressieve elektronische muziek. Waarom tien nummers schrijven als je ook twee buitenaardse marathons kunt opnemen die je complete woonkamer in een planetarium veranderen?
Het bijzondere aan Moondawn was dat Schulze hier voor het eerst een echte drummer gebruikte: Harald Grosskopf. En dat hoor je meteen. Waar eerdere Schulze-albums vaak volledig zweefden op sequencers, krijgt Moondawn ineens een enorme menselijke drive. Die drums geven de muziek iets fysieks. Alsof een machine eindelijk een hartslag krijgt.
Het openingsnummer Floating is misschien wel een van de mooiste stukken elektronische muziek uit de jaren zeventig. Het begint langzaam. Heel langzaam. Schulze had geen haast. Tijd was voor hem meer een suggestie dan een regel. Zachte synthesizerlagen bouwen zich op terwijl de sequencers voorzichtig beginnen te pulseren. En dan komen die drums erin. Niet bombastisch, niet rock-’n-roll-achtig. Meer alsof iemand op de maan voorzichtig een groove probeert te vinden. “Floating” voelt precies zoals de titel klinkt: gewichtloos, dromerig en eindeloos. Het nummer groeit constant zonder ooit echt naar een traditionele climax toe te werken. Geen couplet-refreinstructuur. Geen zang. Geen “handjes in de lucht”. Gewoon pure hypnotische beweging.
En toch blijft het boeiend. Dat is de magie van Schulze. Hij kon dertig minuten lang kleine veranderingen laten voelen als enorme gebeurtenissen. Een extra filterbeweging op een synthesizer voelt bij hem alsof continenten verschuiven. Dus zet Floating eens op. Liefst ’s avonds. Lampen uit. Goede koptelefoon.
In de jaren tachtig veranderde Schulze van stijl. De warme analoge sequencers maakten langzaam plaats voor digitale synthesizers, sampling en MIDI-technologie. Albums als Dig It en Trancefer klinken strakker, klinischer en soms kouder. Schulze was namelijk niet het type artiest dat veilig hetzelfde bleef doen. Hij wilde nieuwe technologie ontdekken, zelfs als sommige oude fans daar zenuwtrekjes van kregen. Hij was ook een van de eerste elektronische artiesten die echt experimenteerde met digitale opnameapparatuur en sampling. Tegenwoordig sleept iedere puber samples in TikTok-video’s alsof het niks is, maar Schulze deed dat al toen computers nog klonken alsof ze elk moment konden ontploffen.
Vanaf de jaren negentig werd Schulze steeds atmosferischer. Meer ambient, meer texturen, minder ritmische sequencer-aanvallen. Hij werkte samen met artiesten als Pete Namlook en bracht enorme hoeveelheden muziek uit. En met enorm bedoel ik écht enorm.Zijn archiefreleases, liveboxen en speciale edities vormen inmiddels een soort muzikale Himalaya. Je begint eraan met goede moed en drie maanden later zit je nog steeds ergens in een obscure live-opname uit 1981 waarin een Mellotron langzaam demonische walvisgeluiden produceert.
Klaus Schulze overleed in 2022, maar zijn invloed zit overal: ambient, techno, trance, filmische elektronische muziek, dungeon synth en moderne space ambient. Vrijwel iedereen die vandaag de dag “epische atmosferische synthesizermuziek” maakt, staat ergens in zijn schaduw.
Wilt u meer horen dan kan ik de volgende stukken aanraden: Bayreuth Return van het album Timewind, Crystal Lake van het album Mirage en Sense van het album …Live…
