Wilco; you hate them or you love them. Tenminste, dat lijkt zo te zijn in de bloggersgroep van Ondergewaardeerde Liedjes. Regelmatig proberen liefhebbers de hardnekkige Wilco-onwetenden te overtuigen. Vele artiesten weten de optredens van Jeff Tweedy en zijn band te vinden en worden door hem geïnspireerd. Ook andersom is dat het geval: de band speelt vaak covers van andere ondergewaardeerde bands zoals Television, Grateful Dead en Velvet Underground, maar ook van bands uit het land waarin ze optreden, zoals Q65 (Tivoli Utrecht, 2026). Het is eigenlijk nog een wonder dat deze battle er nu pas is. Mocht je nog niet tot het geloof gekomen zijn: hierna kun je niet meer zeggen dat je niet op de hoogte was van deze ondergewaardeerde pareltjes!

Keuze Sander Bouwman: Via Chicago (1999)

Een gecontroleerde inzinking

Augustus 2012, Biddinghuizen, in een half lege festivaltent. Ik sta vooraan, de band komt op, ik kijk Jeff Tweedy recht in zijn ogen. Hij start Via Chicago in: een breekbaar folknummer dat gaandeweg ontspoort in een perfect geregisseerde explosie van noise en chaos. Het is geen muzikale gimmick, maar een gecontroleerde inzinking. De zanger blijft zingen, terwijl de wereld om hem heen instort. Precies dát is de kern van het lied.

Tweedy schreef Via Chicago in een periode van migraine, verslaving en psychische ontregeling. De tekst klinkt als een koortsdroom vol schuld, vervreemding en het verlangen om thuis te komen. I’m coming home / Via Chicago is geen routebeschrijving, maar een poging om zichzelf terug te vinden.

November 2016, Utrecht, TivoliVredenburg. Er hangt een voelbare zwaarte boven de zaal, na de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De band is zichtbaar aangedaan. We ruiken de as van Amerikaanse vlaggen. Ook nu staat Via Chicago op de set.

I printed my name on the back of a leaf
And watched it float away
The hope I had in a notebook full of white dry pages
Was all I tried to save

Via Chicago krijgt een extra laag: de laag van een land dat zichzelf kwijt lijkt te zijn. Net als in het lied blijft de melodie overeind, terwijl alles eromheen uit elkaar lijkt te vallen.

Keuze Jeroen Mirck: I Am Trying To Break Your Heart (2002)

Veelzeggende nonsens

Veel muziek wordt pas later geprezen. Een goed voorbeeld is het Wilco-album Yankee Hotel Foxtrot uit 2002. Pas nadat platenlabel Reprise de muziek had geweigerd uit te brengen (want niet commercieel genoeg) en het contract met de band in de prullenbak verdween, kwam de lof. Eerst via gratis streaming door Wilco zelf, later door de ‘heruitgave’ via Warner-zusje Nonesuch Records.
Naar verluidt contracteerde Nonesuch-platenbaas David Bither de band direct na het horen van de eerste tonen van openingstrack I Am Trying To Break Your Heart. Een moeilijk nummer, dat heel aarzelend en rafelig op gang komt. Zowel muzikaal als tekstueel lijkt Wilco zoekende. Na wat zwevende synths, dolende distortion en een onzeker drumroffeltje zingt Jeff Tweedy aarzelend:

I am an American aquarium drinker
I, assassin, down the avenue
I’m hiding out in the big city, blinking
What was I thinking when I let go of you?

Waar gaat dit over: verloren liefde, woede, eenzaamheid, zelfhaat? Tijdens een podiuminterview in Connecticut erkende Tweedy dat de liedtekst voornamelijk nonsens is, maar dat het voor hemzelf iets betekent dat hij in die periode van zijn leven niet op een andere manier kon uitdrukken. De Wilco-voorman schrijft liedjes om zijn publiek in het hart te raken en om dat te kunnen doen moet hij hun hart eerst breken. Ja, dat doet pijn. Die levenspijn sijpelt door elke toon van dit nummer. Bepaald geen easy listening dus, maar een luisterervaring die het gemiddelde popliedje overstijgt.

Keuze Naomi Mertens: At Least That’s What You Said

Wat Wilco wel of niet is

Iemand overtuigen van Wilco, hoe doe je dat? Hoe raakte ik zelf eigenlijk meegenomen in het oeuvre? Net als veel anderen hier door muziekvrienden die zeiden: Whaaatt… ken je dit niet, dit moet je echt luisteren! Deze battle doet hopelijk een beetje hetzelfde. Maar wat is het onmogelijk om te kiezen uit het complete werk van Jeff Tweedy of het werk dat hij met andere artiesten en met Wilco heeft gemaakt. Op elk album staat wel een pareltje. Zelf hield (en hou) ik niet zo van de Americana-kant van Wilco, dus nam ik de indie-pop ingang in zijn werk (met Jesus, Etc., Art of Almost, Impossible Germany) en werd ik weggeblazen bij live optredens waar het héle publiek keihard stond mee te zingen met Misunderstood (terwijl de overwegend in zwarte bandshirts geklede 45+ers de rest van de tijd het liefst met hun armen over elkaar bij de geluidstafel staan). Maar Wilco is nog veel meer: het is ook experimenteel, met vlagen post-rock en Radiohead-achtig met geluidscollages en explosieve gitaarsolo’s.

Een nummer waar dit allemaal in samenkomt, is At Least That’s What You Said, van de plaat A Ghost is Born uit 2004. Het nummer begint heel rustig, als een indie-folk-achtig en breekbaar liefdesliedje, maar dan steekt ineens een experimentele gitaarstorm op, die het hele verhaal in een nieuw licht zet. Live raast dit nummer nog meer over je heen dan op de plaat. Daarom raad ik je aan om dit nummer te beluisteren in de live versie die je vindt op Kicking Television, Live in Chicago (2005). Het gitaarspel van Nels Cline is ongeëvenaard!

Keuze Quint Kik: Theologians (2004)

Troost

Met doop, heilige communie en vormsel op zak mag ik me in naam goed katholiek noemen. Na mijn twaalfde zag ik echter zelden nog een kerk van binnen, hooguit als verdwaalde toerist. Als je eenmaal geschiedenis gestudeerd hebt zoals ik, valt het zwaar iets goeds te bespeuren in georganiseerde religie. Al kan ik oprecht troost putten uit een bezoek aan de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Sterre-Der Zee in Maastricht.

Vele malen meer troost put ik uit muziek. Dat het op de schouders van Wilco’s Jeff Tweedy goed uithuilen is, ondervond ik circa Yankee Hotel Foxtrot (2002). Een nummer als Jesus Etc. – de op één na hoogst genoteerde van de band in onze Snob 2000 – tikte me onverwachts op de schouder na het einde van een lange relatie: Laat ze maar op de loop jongen, die waterlanders.

Inlitterati lumen fidei
God is with us everyday
That illiterate light
Is with us every night

In Theologians van opvolger A Ghost Is Born (2004) zingt een kalme en vastberaden Tweedy dat je geen Schriftgeleerden nodig hebt om te begrijpen wat er in je omgaat. Vanaf de eerste keer dat ik het hoorde, nestelde dit geruststellende liedje zich in mijn bovenkamer. Af en toe glipt het naar buiten, als ik behoefte heb aan troost (en Onze Lieve Vrouwe even niet binnen handbereik is). En voelt mijn geest nadien weer als herboren.

Keuze Remco Smith: Hate It Here (2007)

Break up plaat, een genre op zich

Het verschil tussen gevoel en verstand. Ik kan beredeneren dat Yankee Hotel Foxtrot het beste album is van Wilco. Meermalen heb ik Wilco live gezien en was iedere keer overdonderd door de percussie in I Am Trying To Break Your Heart (hierboven terecht door Jeroen besproken), door de lading van Ashes of American Flags. Ik kan wel bezig blijven maar het is gewoon echt een knap album.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik Sky Blue Sky uit 2007 het vaakste opzet. Er zijn genoeg minpunten te noemen aan deze plaat (Either Way is nou niet de knaller om een plaat mee te openen) maar Sky Blue Sky raakt mij meer. Ik heb altijd gedacht dat het een break-up plaat was. Break-up platen, een genre op zichzelf. Ik heb later begrepen dat het overlijden van de moeder van Tweedy in 2006 van grote invloed is geweest. Mogelijk dat die plaat mij meer doet, dan sommige andere veel knappere platen van Wilco. A Ghost is Born zal ik bijvoorbeeld niet snel opzetten, net zoals The Whole Love.

Sky Blue Sky dus, waarvan Hate it Here overduidelijk wel een breakup song is. Over een man die overleeft, die de was doet, bezig probeert te blijven, zijn huis wat netjes probeert te houden. En dan opeens de uitbarsting: “Ik haat het hier, ik haat het hier.” De man die de moeder van zijn ex nog belde, nee die dochter is niet thuis. Maar hou je haaks hè. “Haat het hier, haat het hier!”

Keuze Patrick Schellen: One Wing (2009)

Pas met Nels Cline in volle vlucht

Jeff Tweedy is een geweldig zanger en songschrijver en ook solo bewijst hij dat inmiddels vele jaren. Toch is Wilco voor mij van een andere orde. En dat komt maar door één man: Nels Cline. De gitarist die de band vleugels geeft. En ja, de anderen zijn ook heus topmuzikanten, daar wil ik zeker geen afbreuk aan doen. Maar wie op setlist.fm kijkt, ziet dat er een nummer eigenlijk nooit op de setlijst ontbreekt: Impossible Germany. En daar is maar een reden voor: De Solo.

Het nummer is een albumtrack van Sky Blue Sky uit 2007 dat bij het grote publiek nooit een grote hit was. Toch kent iedere fan het nummer en is vol verwachting voordat het nummer gespeeld wordt. Wat volgt is een minutenlange improvisatie, waarbij de muzikanten elk hun kracht laten zien. Maar vooral Cline mag zich uitleven en zijn talent etaleren. Toen ik de band zag, nam zelfs Tweedy er na afloop van het nummer zijn hoed voor af.

Maar goed, dat nummer kan ik dus onmogelijk ondergewaardeerd noemen. Kom ik uit bij One Wing, een andere persoonlijke favoriet. Hoewel het nummer verhaalt over een mislukte liefde, is het voor mij ook wel een mooie metafoor voor het belang van Cline voor de band. Hij is die andere vleugel waardoor ze écht gaan vliegen.

Keuze Erwin Tijms: Art of Almost (2011)

Proeve van bekwaamheid van Wilco 2.0

Meestal maant Jeff Tweedy zijn bandleden tot beheerst spelen. De band is een motor die vaak ingetogen loopt. Het openingsnummer van het prima album The Whole Love, Art of Almost, zit anders in elkaar. En het is er een meesterwerk van ruim zeven boeiende minuten door geworden.

Het begint al bij de opbouw: Art of Almost start met wat afwijkende geluiden van een harddisk, met elektonica, en bouwt langzaam op naar een meer traditioneel liedje. Om na viereneenhalve minuut compleet wild en explosief los te gaan met de fel rockende gitaar van Cline. En dan de rest van de instrumentatie: elektronica, strijkers, de traditionele gitaar en ritmesectie, het werkt allemaal goed bij elkaar. Vooral de drums zijn onnavolgbaar goed. Hoe krijgt Kotche het voor elkaar?

Tweedy´s melancholieke stem maakt dit nummer helemaal af. Tekstueel gaat het over jezelf saboteren en het geluk op die manier ontlopen. Over relaties waarin je niet de stap naar voren durft te zetten, waarin bijna iets fantastisch gebeurt, maar het uiteindelijk toch net niet lukt. De kunst van het telkens weer bijna voor elkaar krijgen. Hij weet het ingetogen te brengen en het komt hard binnen.

I heard a faint olé, true love
But I had other ways to hurt myself
Like calling I could open up my heart and fall in
I could blame it all on dust

Na afloop blijft er dan altijd de hoop dat het daarna een keer beter gaat. I’ll have all the love I could ever ache and I’ll leave almost with you, zingt hij. Maar zo werkt het niet, Jeff: ook al is het eerste deel geheel voor elkaar, het tweede deel zal je nooit helemaal lukken.

Art of Almost is een proeve van bekwaamheid: Wilco 2.0 kon anno 2011 nog steeds een meesterwerk afleveren.

Keuze Gerlof du Bois: Bird Without a Tail / Base of my Skull (2022)

Muzikale proefnotitie van een (muziek)vriend

Natuurlijk had ik Wilco al vaker geluisterd en het was voor mij geen onbekende band, maar niet een band die ik actief volgde en daarmee zijn vrienden en familie jarenlang gespaard gebleven van mijn (over)enthousiaste aanbevelingen. Dat is al een paar jaar voorbij. Ik was namelijk nog nooit naar een Wilco liveoptreden geweest totdat (muziek)vriend Rob mij onomwonden tipte dat ik toch echt mee moest naar het concert in TivoliVredenburg in 2023. Want ja, je kan Wilco pas echt beoordelen als je ze live hebt gezien; dan is het een band van een andere orde. Al lange tijd geleden geleerd de Rob-recensies serieus te nemen en ook deze keer had hij het bij het rechte eind! Dus met een Wilco-battle in het verschiet natuurlijk input gevraagd aan deze ‘hulplijn’ wat een mooi ondergewaardeerd nummer zou zijn – het aantal uitroeptekens in de apps waren voor mij meer dan subtiele hints – Bird Without a Tail / Base of my Skull moest het worden.

Het nummer is zowel tekstueel als muzikaal enorm boeiend. De tekst is niet, zoals de meeste Wilco nummers, geschreven Wilco’s leadzanger Jeff Tweedy maar is gebaseerd op een gedicht uit 1784, auteur onbekend. Alhoewel het positief begint met iets moois te zaaien eindigt het, na de over elkaar heen tuimelende dramatische tussenstappen, met de dood. Misschien niet het vrolijkste thema voor een nummer maar het wil ons denk ik laten zien wat de gevolgen zijn als we er een dubbele moraal op nahouden. En zo is een gedicht uit de 18e eeuw ook nu weer heel erg actueel.

Muzikaal heeft het dezelfde opbouw, vooral dan in de live uitvoeringen. Dan worden er zomaar twee minuten aan het nummer toegevoegd. Na de eerste doorloop van het gedicht wordt er weer zo’n kenmerkend muzikaal hoofdgerecht geserveerd, gedomineerd door het gitaarspel van Nils, Pat en Jeff. Prachtige opbouw en, zoals in het gedicht, wordt de spanning flink opgevoerd. Let speciaal ook op het prachtige drumwerk van Glenn! Alles loopt prachtig in elkaar over en door elkaar heen en chef-kok Wilco maakt er een heus sterrenmaal van!

Het nummer eindigt voor mijn gevoel altijd te abrupt na een paar oplopende akkoorden en met de bemoedigende woorden:

When my heart began to bleed
Was death and death indeed

Gelukkig is ook deze outro weer wonderschoon en geeft het, net als bij veel andere Wilco nummers, tegelijkertijd een gevoel van voldoening en gemis dat het nummer alweer voorbij is. Evenals na een fantastisch diner. Dat smaakt dus naar meer, en ik kijk dus alweer uit naar de volgende app van Rob waarin weer een nieuwe muzikale verrassing wordt geserveerd!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.