Het zou allemaal begonnen zijn met Bryan Ferry en de zwanenzang van diens bandje Roxy Music. Het overgestileerde Avalon en Ferry’s eigen albums uit de jaren tachtig zouden onbedoeld een nieuw subgenre in leven groepen hebben: sophisticated pop, kortweg sophistipop. Enige raakvlakken met de hier eerder besproken New Romantics zijn de sophistipop niet vreemd (een prominente saxofoon!), al ligt er door de bank genomen een wat zwaarder accent op jazz- , funk- en soulelementen. De mannen met maatpakken van de sophistipop namen midden jaren tachtig langzaam maar zeker het stokje over van de jongens met eyeliner. Veel van onze bloggers – lang niet alle – staken in die tijd door van de bassischool naar het voorgezet onderwijs en gingen (on)bedoeld (?) naar serieuze muziek luisteren, die in deze periode de hitlijsten gijzelde. Of het nadien nog goed met hen kwam, lees je hieronder.
Keuze Patrick Schellen: 52nd Street – Express (1982)
Sophie Wie???
Sophisti-pop. Ik moet eerlijk zijn, voor de aankondiging van deze battle had ik er nog nooit van gehoord. Maar met wat hulp van Wikipedia en tips van mede-blogger Quint had ik al snel een idee. Met de omschrijving “New wave, met invloeden uit (smooth) soul, funk en jazz, waarbij de blazers nogal eens uit een kastje kwamen.” kon ik wel uit de voeten. En ik bleef vooral even hangen bij New Wave… Factory Records… Zou er iets staan op de Fac. Dance compilatie wat hierbij past?
En jawel, bingo! De Britse band 52nd Street, omschreven als een jazz-funk band uit de jaren ’80 staat daarop met Express. Het nummer is oorspronkelijk de b-kant van debuutsingle Look Into My Eyes. Het is dan ook een tikkeltje ongebruikelijk nummer wat gaat over een (uiterst beleefde) ontmoeting in de trein. Waarbij dialoog en gedachten van twee personen elkaar afwisselen. Erg sophisticated in elk geval.
Keuze Jeroen Mirck: Gazebo – I Like Chopin (1983)
Meer sophisticated wordt het niet
Muziekstromingen zijn een bitch. We hebben er te veel bedacht, ze zijn te vaag en ze overlappen te vaak. New wave kennen we allemaal, maar toen we twee jaar geleden een battle hielden over New Romantics moesten veel bloggers eerst even een wetenschappelijke studie doen om te weten wat hiermee nu precies werd bedoeld. Dat gevoel heb ik ook met sophisti-pop, dat min of meer in dezelfde hoek te vinden is en dus ook veel dezelfde bands beslaat.
Daarom kies ik er bewust voor om deze stroming breder te trekken. Popmuziek was in de jaren tachtig per definitie sophisticated oftewel: verfijnd. Dat decennium klonk gelikter dan de jaren zeventig, met name dankzij de doorontwikkeling van de synthesizer. Deze elektronica ging steeds nadrukkelijker de concurrentie aan met de traditionele (rock)gitaar. Dit veranderde het geluid van de popmuziek fundamenteel.
Sophisti-pop wordt sterk gekoppeld aan de Britse new wave, maar is wat mij betreft ook al goed hoorbaar in de europop van begin jaren tachtig. Het meest verfijnde nummer uit die tijd is wat mij betreft I Like Chopin van de Italiaanse artiest Gazebo. Een al dan niet door Chopin geïnspireerde pianolijn (fijnproevers weten zeker dat het géén Chopin is) wordt door deze in Libanon geboren Paul Mazzolini naadloos gemixt met elektronische eighties-klanken. Het is pop, jazz, soul en klassiek tegelijk. Hoeveel meer sophisti-pop wil je het hebben?
Keuze Klaas Kloosterman: The Pale Fountains – Faithful Pillow, Part 1 & 2 (1984)
Een wereld aan percussie-instrumenten, een zonnebril en een cocktail
Het absolute hoogtepunt van de so-called sophistipop is toch wel kant 2 van het debuutalbum Pacific Street van The Pale Fountains. Hoewel het geen concept(half)album is, worden de vier nummers van de tweede plaatkant omsloten door Faithful Pillow (Part 1 & 2). Omdat ik onmogelijk kon kiezen uit een van de vier nummers ben ik gegaan voor de muzikale lijst (Part 1 & 2). Nu eerst deel 1.
Nog even over de sophistipop, wikipedia noemt ‘een overwegende rol die is weggelegd voor de synthesizer’. Dat lijkt me niet juist. Meestal spelen ‘ouderwetse’, vaak akoestische instrumenten de hoofdrol: piano, gitaartje, een wereld aan percussieinstrumenten, een zonnebril, een cocktail, een asbak op de vleugel met omhoog cirkelende sigarettenrook.
Sophistipop is (what’s in a name) vooral cool, relaxt, inderdaad soms wat jazzy of zoals bij The Pale Fountains onder invloed van de rumba. Maar het aller, allerbelangrijkste zijn de buitengewoon muzikale vaardigheden die nodig zijn om (goede) sophistipop te kunnen spelen.
Zonder die kwaliteiten en een excellerende producer geen sophistipop.
Keuze Alex van der Heiden: Matia Bazar – Aristocratica (1984)
Italiaanse passie
Waar het genre New Romantics stopt en Sophistipop start is waarschijnlijk zeer troebel. Gevoelsmatig heb ik het meeste met het eerstgenoemde genre en ik vond ook niet zo veel muziek dat mij past in de sophistipop. Totdat Ti Sento van Matia Bazar weer eens voorbij kwam op de radio. Ik heb aan A.I. gevraagd of Matia Bazar in het genre past….en ja hoor. Uitstekend zelfs, dus mijn keuze was gemaakt.
Ik heb gekozen voor de titelsong van het album Aristocratica, omdat deze een mooie opmaat is naar het volgende album waar ook Ti Sento op staat. Het album Aristocratica is meer doorspekt met écht Italiaanse muziek. Een paar albums verder gaan ze zelfs wat meer de jazz richting op. Maar in het nummer Aristocratica mooie jaren 80 pop dat netjes gepolijst is en toch die vleug Italiaanse passie in zich heeft. Zangeres Antonella Ruggiero zal de band eind jaren 80 helaas verlaten en daarmee is het geluid een beetje verdwenen uit de band vind ik. Reden temeer om die midden jaren 80 Matia Bazar wat vaker terug te horen.
Keuze Remco Smith: Matt Bianco – Whose Side Are You On? (1984)
Ahhhh yow, ba do da do da do / Ba do da do da
De contrabas maakt van zichzelf al een heel sexy geluid. Alsof die je besluipt, stilletjes benadert. Theme van de Pink Panther-films-vibes. Dan een ratel (prachtinstrument) en zanger Mark Reilly met een onvervalst Koude Oorlog verhaal. Over een contact dat is gemaakt door de agent in Rome, in een Rendez-vous hotel. Over een leugendetector, over spionnen, koffie die voorzien is van drugs. De lyrics lezen als een John le Carre-boek.
Reilly was slechts 23 toen hij met zijn bandleden de debuutplaat van Matt Bianco opnam. En dan komen met zo’n mooi en rijk gearrangeerd album, waarvan ik met gemak nog vier à vijf andere tracks had kunnen kiezen. Get Out Of Your Lazy Bed mag in dat kader niet onvermeld blijven, zeg ik als ochtendmens met huisgenoten die makkelijk tot na tienen kunnen slapen. Ongekend.
Maar het is het titelnummer geworden en dat is vooral te danken aan de contrabas en aan Basia Trzetrzelewska, de zangeres van het refrein. Basia is Pools, wat in het licht van het onderwerp van het liedje en de periode dat het is gemaakt best pikant is. Onweerstaanbaar vind ik haar stem, verliefdmakend. Met een dwang in haar stem die geen tegenspraak duldt. Het refrein zingt ze al heerlijk, en dan moet de brug nog komen.
Ba do do do do do do do do do
Do da da do da
Ba da do da dah
Keuze Quint Kik: Scritti Politti – Wood Beez (1984)
Filosoof van de drumcomputer gedreven sophistipop
Ooit viel mijn oog op de term New Pop in Simon Reynolds standaardwerk over postpunk. Een heel hoofdstuk van Rip It Up And Start Again wijdde hij aan de volgens hem onterechte aanname dat de door punk herwonnen muzikale vrijheid zou zijn verkwanseld door Engelse popsterren als Paul Young, Annie Lennox en Boy George. Daarbij zouden zij ook nog de zwarte muziek hebben misbruikt, puur voor commercieel gewin!
Niets is minder waar: de door Reynolds uitverkoren vaandeldragers van New Pop herverpakten simpelweg Amerikaanse jazz, funk en soul en gaven die terug aan een gretige MTV-generatie, compleet met bont gekleurde video’s die de Amerikanen zelf nog moesten leren maken. De soundtrack van mijn basisschooljaren bleek bovendien grotendeels afkomstig van veteranen die wortels in punk veelal ontbeerden.
Al blijven er altijd uitzonderingen: ex-kraker Green Gartside van Scritti Politti was een ouwe communist, die zijn postpunk placht in te steken vanuit dubreggae. Dat uitgerekend hij zijn filosofische getinte teksten wist om te bouwen tot drumcomputer gedreven sophistipop, zag waarschijnlijk niemand aankomen. Gezongen met een falsetto waarvan het glazuur van je tanden springt, maar laat de tandarts maar komen; ik kan er geen genoeg van krijgen!
Keuze Carlo Deuten: Prefab Sprout – When Love Breaks Down (1985)
Sophistipop grootmeester(s)
Verfijnd. De letterlijke vertaling van sophisticated. Verfijnde popmuziek! Het perfecte popplaatje? Voor sommige muziekliefhebbers wellicht te clean en muziek die teveel binnen de lijntjes kleurt. Ik zoek zelf ook regelmatig de rafelrandjes op. Muziek die uit de bocht vliegt, het couplet-refrein-couplet principe overboord gooit en/of ongepolijst en rauw is. Een portie sophistipop op z’n tijd is echter ook erg fijn.
Onlosmakelijk verbonden met de jaren 80. Jazz en soul gecombineerd met de synths uit het new wave– en synthpop tijdperk. Paddy McAloon en Paul Buchanan zijn, in mijn ogen, twee sophistipop grootmeesters. Respectievelijk frontman van Prefab Sprout en The Blue Nile. Beide verdienen een plek in deze battle. Ik ga uiteindelijk voor Paddy McAloon: songschrijver pur sang. Nummers die op het eerste gehoor bedrieglijk eenvoudig klinken maar vernuftig in elkaar zitten. Tekstueel en muzikaal. Melodieus en melancholisch. De vocale blending tussen McAloon en zangeres Wendy Smith. Subliem en subtiel. Dat komt duidelijk naar voren op het album Steve McQueen (1985). De rol van producer Thomas Dolby mag niet onvermeld blijven. Een frisse, heldere en gedetailleerde productie. Gedateerd? Anno 2026 voor mij nog steeds een tijdloos album met When Love Breaks Down als één van de hoogtepunten. Terwijl ik dit schrijf geniet ik van een kersvers vinyl exemplaar. Verfijnde muzikale klanken vullen mijn muziekhok. Zoals ze hier in Groningen zeggen: kon minder!
Keuze Mers: The Lover Speaks – Face Me And Smile (1986)
Stekende pijn
The Lover Speaks is onterecht (bijna) helemaal vergeten. Men hoort de naam vooral voorbijkomen als het gaat over No More I Love You’s van Annie Lennox. Dat is namelijk een cover van The Lover Speaks. In dit gezelschap is daar al eens over geschreven.
Het duo bestond uit David Freeman (vocalen) en Joseph Huges (arrangeur en componist). Een demo van het debuutalbum in wording werd naar Dave Stewart van Eurythmics gestuurd. Het kwam bij Jimmy Iovine terecht en er volgde een platencontract bij A&M Records. The Lover Speaks zou ook toeren met Eurythmics.
In 1986 volgde het debuutalbum van het duo: The Lover Speaks. Er zou nooit een ander album volgen want het platenlabel hield dit tegen, waarop het duo in 1988 uit elkaar ging. Maar wat we hebben is een pareltje: stijlvol gecreëerde, soulvolle pop, versterkt door Freemans krachtige stem.
Op Face Me And Smile, geschreven door Freeman en Hughes, zingt Freeman met stekende pijn over ontrouw. Dit nummer blijft hangen. De prachtige achtergrondvocalen zijn voor zover ik weet van June Miles-Kingston. Voor het album werden verschillende sessiemuzikanten en achtergrondvocalisten ingeschakeld. Op dit moment bestaat er helaas geen officieel YouTube of Spotify kanaal van The Lover Speaks.
Keuze Michiel Borst: Swing Out Sister – Breakout (1987)
Sophisti Swing Out Pop Sister
Ik was midden jaren ’80 instant fan van Swing Out Sister. Deze battle is dan ook een goede reden om de band eens even het welverdiende podium te geven. Lekker in het gehoor liggende muziek, afwisselende up- en mid-tempo liedjes, soepele kenmerkende zang, zeg maar lekkere Sophistipop.
Opgericht door 2 instrumentalisten uit de London scene, maken ze een demo met de zangeres van 52nd Street. Het levert ze een platencontract op en bij toeval ontmoeten ze Corinne Drewery die net is afgestudeerd aan St Martin’s College en daar nog samen les had met ene Sade Adu. De link naar andere acts in deze battle is dus nooit ver weg. De timing van hun eerste album lijkt perfect. Eens even iets anders dan alle – hoe goed ook – overgeproduceerde pop van Stock, Aitken & Waterman De liedjes slaan aan bij een breed publiek en de eerste single Breakout bereikt de top 5 in de UK. Het debuutalbum It’s Better To Travel wordt zelfs de nummer 1 van de Britse album charts.
Begin jaren ’90 maken ze een geweldige cover van Am I The Same Girl, een soulhit uit de jaren ’60 van Barbara Acklin. Die bewaren we echter voor een cover story.
Voor deze battle koos ik aanvankelijk voor Surrender. Een heerlijk mid-tempo nummer van het eerste album uit 1987 dat de sfeer van Sophistipop naar mijn bescheiden mening het beste laat horen. Smoothy, licht jazzy, goed geproduceerd en de kenmerkende zang van Corinne Drewery maken het nummer compleet. Daar is echter al eens over geblogd, dus voor deze battle doen we het met niets minder dan hun grootste hit Breakout.
Keuze Martijn Vet: Curiosity Killed the Cat – Free (1987)
Vijftig tinten sophistipop
Zo verfijnd als sophistipop is, zo subtiel is ook het verschil tussen de vertegenwoordigers van het, eerlijk is eerlijk, wat lastig definieerbare subgenre. Wet Wet Wet? Niet te doen. Prefab Sprout? Credible as hell. Alles daartussenin? Lastig… Vooral vanwege de opspelende gevoelens van nostalgie.
Stel dat je in een ver verleden Spandau Ballet de beste band ooit vond. Stel dat je avond aan avond met de cassetterecorder in de aanslag klaar zat in de hoop dat The Blow Monkeys of Johnny Hates Jazz nog eens langskwamen in de Avondspits. Dan kun je veertig jaar later toch niet doen alsof die bands nooit hebben bestaan.
Nostalgie of niet, het genre heeft heus wel wat pareltjes opgeleverd. Deze geflopte single van het Britse Curiosity Killed the Cat bijvoorbeeld. Geproduceerd door Sly and Robbie, hoe credible is dat!
Keuze Marco Groen: Laid Back – Bakerman (1990)
Sagabona kunjani wena
Bakerman is het ideale liedje voor de stiekeme reggae-luisteraar. Want, hoewel ingekleed als een synthpopsong, zijn er voor het geoefende oor typische reggae-klanken te ontwaren. Dit in een toch al vrij laid-back-song. Volgens het gerucht zou het nummer zelfs over het roken van cannabis gaan. Hoe reggae wil je het hebben?
Het kan natuurlijk ook gewoon over helemaal ‘zen’ met je dagelijkse activiteiten gaan, maar dat laat ik aan de openlijke Laid Back-luisteraar over.
Het persoonlijke aspect zit ‘m in het woordje Bakerman. In mijn militaire diensttijd hadden we in het peloton een M113-chauffeur (soldaat Bakker) die deze bijnaam had geadopteerd/opgedrongen had gekregen. Dit was dus ‘zijn’ liedje. Tussen het geratel van de rupsbanden door was het nummer vaak te horen in de cabine. Het beluisteren van Bakerman brengt mij dan ook in gedachten weer terug naar de zandvlaktes van Noord-Duitsland en Denemarken. Een vrij succesvolle periode overigens, want in die tijd zijn de Russen West-Europa niet binnengevallen. Een d(r)ankje lijkt mij op z’n plaats.
Nu we het toch over Denemarken hebben: een bijzonder aspect van Bakerman (het liedje, niet de soldaat) is de videoclip. Die is geregisseerd door de door mij bewonderde Lars von Trier. Je kent deze Deen wellicht van films als Idioterne, Nymphomaniac en Antichrist. Het leuke van Lars is dat hij een nogal zieke bovenkamer heeft, wat geweldige en bovenal originele films heeft opgeleverd. Zo ook de clip van Bakerman. Naar mijn weten heeft een band nooit eerder een nummer gespeeld terwijl ze aan het skydiven waren. Laid Back zelf heeft trouwens ook een vrij sterke connectie met Denemarken, ze komen namelijk uit Kopenhagen.
Keuze Hans Dautzenberg: Shack – Comedy (1999)
Verfijnd
Verfijnd, geraffineerd, hoogwaardig zijn de termen die opduiken als Nederlandse vertaling van het begrip ‘sophisticated’. Kijkend naar de artiesten die zoal tot het genre worden gerekend, blijk ik daarvan een groot liefhebber. Over liedjes van bijvoorbeeld Orange Juice en Prefab Sprout heb ik al eens geschreven. Niet op het lijstje, maar zeker een geweldige vertegenwoordiger van het genre is The Pale Fountains. Ik heb over deze ondergewaardeerde band uit Liverpool al een tijdje een blog in de steigers staan, maar voor nu kan ik verwijzen naar de bijdrage hierboven van Klaas Kloosterman.
Ik zet hier een liedje in de schijnwerpers van het vervolg op The Pale Fountains: de band Shack , opgericht in 1987. Ook in deze band trakteert voorman Mick Head ons op prachtige, verfijnde, zeer verzorgde, lekker klinkende popliedjes. Comedy is zo’n liedje dat je, zoals iemand schijft, opeens kunt ontdekken, ook al is het al 20 jaar een stille favoriet. Een liedje dat op een dag weer als nieuw voelt, ook al ken je het al jaren. Alsof je opnieuw verliefd bent op iemand die al 20 jaar je geliefde is.
De NME had in 1999 zeker een punt toe ze Mick Head op de cover zetten met kop This man is our greatest songwriter. Recognise him? De jaren erna heeft hij daarvoor alleen maar meer bewijzen aangevoerd met albums vol geraffineerde hoogwaardige muziek met The Strands en met The Red Elastic Band (van Broken Beauty).
Keuze Leendert Douma: Sade – Young Lion (2024)
Sade stal de show
De koningin van de sophistipop is natuurlijk de Nigeriaans-Engelse Helen Folasade Adu, kortweg Sade. Mijn oudere broer kocht haar album Diamond Life in juli 1984, maar ik sleepte de plaat meteen naar mijn kamer om weg te zwijmelen bij nummers als Smooth Operator, When Am I Going To Make A Living? en vooral Your Love Is King. Ik werd op slag verliefd op die stem, maar ook op de verschijning van Sade. Wat een schoonheid! Wat een elegantie!
Al gauw bleek er onder de sophisticated popjazz van mevrouw een laag maatschappelijke en politieke bewustzijn te liggen. Niet heel uitgesproken, noem het eerder ingetogen betrokkenheid. (Pas rond de eeuwwisseling werd ze heel direct in nummers als Slave Song en het solidaire By Your Side.)
Why Can’t We Live Together zong ze in 1985 voor de ogen van de hele wereld. Vanuit diezelfde betrokkenheid stond Sade op het Wembley-podium bij Live Aid en ze stal daar de show! Tijdens die bloedhete dag bleef zij de coolness herself. Mijn bewondering werd alleen maar groter. Met Is It a Crime? gaf ze ook een prachtige preview van haar nieuwe album Promise.
Daarna raakte Sade bij mij wel een beetje buiten beeld, moet ik eerlijk bekennen. Maar toen was er in 2024 opeens de driedubbelbenefietplaat TRAИƧA (in de ‘Red Hot + Blue’ reeks), ditmaal om aandacht te vestigen op de rechten en de struggles van transpersonen. En wederom stal Sade de show! Het meest opvallende – en het meest ontroerende – nummer is haar Young Lion. Het is haar eerste nieuwe materiaal sinds jaren. Sade schreef het nummer voor haar transzoon Izaak. Ze heeft spijt dat ze er niet altijd voor hem was. Met haar even loepzuivere als zwoele stem zingt Sade:
Young man, it’s been so heavy for you
You must have felt so alone
The anguish and the pain, I should have known
Haar carrière liep van ingetogen naar uitgesproken naar moederlijke emotionele betrokkenheid. Mijn liefde voor Sade Adu is alleen maar gegroeid.
