Het is een typisch verschijnsel uit het Spotify-tijdperk. Fans zijn altijd op zoek naar nieuw werk, maar er zijn van die artiesten die geen (of weinig nieuw werk meer uitbrengen). Het eerste foefje dat de streamingdienst uit de kast haalde, zo rond 2012/2013, was de ‘remastered version’. Van elk klassiek album verscheen opeens een versie die opnieuw langs een producer was gehaald.

De laatste jaren is de alternate take ineens in zwang. Hoe het werkt; je kiepert de doos met bandrecorders van originele studio-opnames nog eens om, beluistert alles en zet de opnames die het nét niet tot het album hebben gered online. Klinkt misschien als een hele cynische omschrijving, maar het levert wel heel veel moois op. Als fan ben je al je hele leven gewend aan een bepaalde uitvoering van een liedje. Je kent de track van binnen en van buiten; elk pingeltje, zanglijn en roffel. Als je dan een alternate take hoort, dan lijkt het net alsof je een parallel universum binnenloopt. Zo had het dus ook kunnen klinken!

Overigens zijn er natuurlijk ook alternate takes die niet uit dezelfde studiosessie komen, maar misschien wel jaren eerder of later zijn opgenomen. Die zijn natuurlijk nét zo interessant; hieronder een bloemlezing van de mooiste alternate takes die wij kennen.

Keuze Remco Smith: The Beatles – Glass Onion (1968)

Waterscheiding

Eén van de mysteries van de popmuziek is de ontwikkeling die The Beatles heeft doorgemaakt. De muziek tot en met Help (augustus 1965) is wat mij betreft behoorlijk gedateerd. De allereerste liedjes vind ik nog wel leuk (Money, Mr. Postman, zeg maar de muziek zoals die ook is verschenen op de Back Beat soundtrack. De muziek daarna is echt van toen. Vast baanbrekend op dat moment, maar voor mij werkt het niet. Bijvoorbeeld The Animals vind ik uit die tijd leuker.

Vanaf Rubber Soul (december 1965) verandert dat spectaculair. Norwegian Woods (Rubber Soul), Eleanor Rigby (Revolver), A Day In Aa Life (Sgt. Pepper), Helter Skelter (The White Album), Here Comes The Sun (Abbey Road). Zo tijdloos, het werkt nu nog steeds. Thuis werd al gevraagd naar aanleiding van de film Yesterday: zou een band als The Beatles, indien die nu muziek zou maken, nog steeds groot zijn? Uiteraard niet zo groot als in de jaren ’60 maar liedjes als Eleanor Rigby of Something zouden ook nu hits worden. Daar ben ik van overtuigd. Die waterscheiding tussen gedateerd en tijdloos is heel opvallend en draagt zeker bij aan de magie van The Beatles.

Van The Beatles zijn op Spotify ontelbaar veel alternatieve tracks, demo’s enzovoort te vinden. Ik heb gekozen voor de demo van Glass Onion, van The Beatles (uit 1968). Befaamd om de zin Well here’s another clue for you all, The walrus was Paul wat mede voeding gaf aan de mythe dat Paul bij een auto-ongeluk zou zijn overleden waarna The Beatles zonder de dood van Paul publiek te maken zou zijn doorgegaan. De demo is interessant, omdat die duidelijk maakt dat de door mij geconstateerde waterscheiding misschien wel niet zo groot is. Glass Onion op plaat is voor mij een tijdloos liedje, dat nu ook zou werken. In de demo is de jubelende samenzang te horen die juist de muziek tot 1966 zo kenmerkend maakt. Beetje gedateerd, maar toch ook wel weer fraai.

Keuze Quint Kik: The Byrds – One Hundred Years From Now (1968)

Een venster op een alternatieve werkelijkheid

Eigenlijk had ik wegens desinteresse al direct besloten om deze battle te skippen. Zijn alternate takes eigenlijk niet gewoon oefenrondjes, bedoeld om warm te lopen voor die ene versie die uiteindelijk het album wèl haalt? Interessant voor überfans en archivarissen, maar verder een handige verkooptruc die zich aandient wanneer er weer een 20ste, 25ste, 30ste etc. verjaardag te vieren valt. Naarmate de cd-verkoop rond 2000 begon te stagneren als gevolg van illegale downloaddiensten leek deze herkauw-reflex uit te groeien tot de norm. Net als al die leuk bedoelde toevoegingen op dvd’s kijk ik zelden om naar de extra’s op die handvol deluxe, expanded of collector’s editions cd’s die mijn collectie rijk is. Dat doe ik dan hoofdzakelijk voor de b-kantjes, beslist niet voor outtakes.

Toch schoot me afgelopen week één uitzondering te binnen, eentje waar ook voormalige Free Record Shop-collega en Gasoline Brother Roel ongeveer op hetzelfde moment aan moest denken (en me op Twitter aan herinnerde): de Legacy Edition van Sweetheart Of The Rodeo (1968) van The Byrds, met als zeer terechte bijtitel: The Ultimate Fan Experience. Dat was destijds niet aan dovenmansoren gericht: ik ben altijd behoorlijk verslaafd geweest aan de band, die zichzelf in eerste instantie positioneerde als een kruising tussen de Beatles en Dylan. Hoewel niet mijn favoriete album – die eer valt te beurt aan het voorafgaande The Notorious Byrd Brothers (1967) – komt Sweetheart héél dicht in de buurt. Een drietal bijzondere outtakes op de heruitgave dragen daar in belangrijke mate aan bij.

Op de legacy edition uit 2003 figureren namelijk drie nummers in hun oorspronkelijk versie, met Gram Parsons op vocalen. Voor wie niet is ingewijd: deze gevallen engel zingt zo onbeschrijflijk mooi, dat hij je zelfs aan het huilen zou krijgen als hij het KvK-register zou inzingen. De countryrock-visonair maakte weliswaar kortstondig deel uit van de band, maar fungeerde als vliegwiel voor een nieuwe muzikale richting. Gram’s bijdragen werden echter ten tijde van de release van Sweetheart gedwarsboomd door Lee ‘These Boots Are Made for Walking’ Hazlewood, bij wiens label LHI hij nog onder contract stond. Naast twee covers (The Christian Life van The Louvin Brothers en You Don’t Miss Your Water van William Bell) werd ons de door Parsons geschreven Byrds-orginal One Hundred Years From Now onthouden. Een fenomenale alternate take die een venster biedt op een alternatieve werkelijkheid; wat zou er van The Byrds geworden zijn wanneer Gram niet weggevlogen was?

Keuze Tricky Dicky: Mick Jagger – Memo From Turner (1968)

Wie o wie?

Persoonlijk vind ik het slidewerk van Ry Cooder op de originele release meer dan uitstekend; dat is ook de versie die in de film Performance gebruikt is en waar Mick Jagger een hoofdrol had als een kerel genaamd Turner. Het is geen beste film en Jagger zal nooit een groot acteur worden, en feitelijk is Memo From Turner het hoogtepunt in de film. Jagger zingt het sleepend en de solo-single zou een stevige hit worden. Memo from Turner is like watching a total kind of video, a foreshadowing of MTV. It’s very cleverly done, although at the time I quite understand what Don wanted in that scene when he told me – it was sort of thrown in a bit last minute and wasn’t in the original parts of the scripts. It was a sequence that he added later.

Keith Richards wilde niet aan de opname van het lied meewerken, want hij was ontevreden over de liefdesscene van zijn toenmalige vriendin Anita Pallenberg. Het gerucht wil dat producer Jack Nitzsche in Los Angeles het instrumentale deel door Russ Titelman (gitaar), Randy Newman (piano), Jerry Scheff (bass) en Gene Parsons (drums) en natuurlijk Ry Cooder heeft laten inspelen en de stem van Jagger van een demo heeft genomen. Met andere woorden, het is zelfs waarschijnlijk dat hij nooit bij de opname aanwezig was.

Maar er zijn diverse opnamen van Memo From Turner:
Op Metamorphosis (1975) met opnamen uit 1968 staat een versie waarvan lijkt alsof The Stones even geen zin hadden en de boel afraffelden. Hier zijn Steve Winwood en Jim Capaldi naar alle waarschijnlijkheid de instrumentalisten, maar minimaal het achtergrondkoortje. Het is absoluut mijn minst favoriete versie van Memo From Turner.
Op de verzamelaar Singles Collection: The London Years (1989) staat een versie die rauw is, maar het gitaarwerk van Ry Cooder niet weet te evenaren.

En dan is er eentje die gedurende een jamsessie met Brian Jones en Al Kooper op de piano opgenomen is. Deze staat bekend onder de subtitel Keef Affair. Het is vermoedelijk opgenomen op 17 november 1968 in de Olympic Sound Studios in Londen. Jagger zingt smerig en het lied is rockeriger dan het origineel.

Keuze Marco Groen: The Clash – Bankrobber (1980)

The Willie Sutton rule

Een punkrockband die regelmatig Reggae speelt. Het klinkt absurd en indien The Clash nooit bestaan had, dan hadden we het waarschijnlijk altijd als een anomalie blijven beschouwen. Nu wil het geval dat The Clash wél heeft bestaan en het  tegenwoordig voor soortgelijke artiesten niet ongewoon is om dat soort muzikale uitstapjes te maken. Rancid doet het, Sublime deed het en zelfs Generation X was er niet vies van. Gezien het maatschappijkritische karakter van de beide muziekstromingen is het eigenlijk ook niet zo’n vreemd gegeven, hoewel ik -andersom- niet zo snel een reggaeband kan bedenken die een paar punknummers gemaakt heeft. Maar die zullen heus wel bestaan. The Clash nam regelmatig het muzikale pad richting Jamaica, wat een aantal zeer fraaie nummers heeft opgeleverd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan pareltjes als Armagideon Time, Police & Thieves en het fenomenale Guns Of Brixton. Een andere juweeltje uit dezelfde schatkist is Bankrobber, een nummer dat vreemd genoeg niet verschenen is op het eveneens uit 1980 afkomstige album Sandinista!, maar aanvankelijk alleen in Groot-Brittannië als single uitkwam.

De tekst van Bankrobber is nogal eens letterlijk genomen: een enthousiaste bankrover die tijdens zijn ‘werk’ niemand iets aan wil doen. Hier klopt niet veel van. Wie de band een beetje kent heeft inmiddels geleerd dat er vrijwel altijd een diepere laag onder de tekst zit. Dat is ook hier het geval. In werkelijkheid gaat de tekst over de onderdrukte working class. De – in de ogen van frontman Strummer – onderdrukte massa die maar met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen en daarbij de nodige vernederingen moet ondergaan. Een opmerkelijk inzicht voor een diplomatenzoontje.

Bankrobber is uiteindelijk wel op Black Market Clash, een compilatiealbum uitgekomen, zij het in gewijzigde vorm. Het tweede deel van het nummer is vervangen door een typische Jamaicaanse ‘dub’; een remix waarbij eigenlijk alleen de drums en de bass prominent aanwezig zijn. Zang en gitaar ontbreken vrijwel geheel.

In 2008 kwam Bankrobber opnieuw onder de aandacht. Het nummer verscheen als een aangename verrassing in de film RocknRolla van Guy Ritchie, waarmee het dus opnieuw op een album terecht is gekomen. Namelijk de bijbehorende soundtrack. Bijkomend voordeel hiervan is dat hierbij meteen een betere videoclip dan de oorspronkelijke geboren was. Het origineel was nogal low-budget, waarbij de heren van The Clash zelf de regie in handen hadden. En dat is duidelijk te zien.

Keuze Alex van der Heiden: Metallica – Sad But True (1991)

Triest maar waar

Sad But True hoort wat mij betreft niet bij de selectie ‘ondergewaardeerde liedjes’, integendeel misschien zou ik het nummer zelfs wel waarderen als een beetje overgewaardeerd binnen het Metallica genre. Net zoals Nothing Else Matters overigens, maar daar heb ik genoeg over gezegd. Want… ja, ik blijf een liefhebber van Metallica, ook al was het zwarte Metallica album wel mijn laatste aankoop op vinyl en dat zegt eigenlijk genoeg. Zeker, ik heb daarna nog vele ceedees gekocht van de band, maar dat ik ze later niet vervangen heb voor vinyl, zegt ook genoeg over mijn liefde voor het latere werk. In de Kink Podcast kun je mijn mening en die van collega-bloggers horen over het diverse werk van Metallica.

Sad But True en het Black Album zijn uiteraard prima werken en dit nummer zit meesterlijk in elkaar met zijn (voor Metallica) wat trage riffs. De bombast van de eindmix vult het nummer helemaal op en daar waar de bas op het voorgaande album ….And Justice For All nagenoeg weggemixt was, is deze hier in volle hevigheid te horen en zelfs wat ‘overgemixt’ wat mij betreft. Ook de opvulling die bijna op synthesizer lijkt, maar volgens experts toch de gitaar van Hammet is, vind ik persoonlijk erg overdadig. Wanneer je al deze opsmuk weg laat dan kom je uit bij muziek die lijkt op de Sad But True opname 36 die te horen is op een speciale bonuseditie van het Black Album.

Bonusedities van al dan niet klassieke albums. Ik heb een rothekel aan dit fenomeen. De reden is dat ik het vooral voor de fans je reinste geldklopperij vind. Als liefhebber ben je er vroeg bij om meteen een nieuw album te kopen van een favoriete artiest en dan een aantal lustrums later komt dezelfde plaat opnieuw uit, maar omdat er dan toch een paar nieuwe nummers of live uitvoeringen zijn toegevoegd, moet je zo’n album wederom kopen en kost zo’n grap uiteindelijk het driedubbele voor (meestal) een paar nodeloos overbodige tracks. Metallica heeft er ook een handje van, denk alleen al aan het totaal overbodige S&M2, waarvan we meer dan de helft al gehoord hebben op S&M1. Ik stel bij dezen voor dat bij vertoon van een origineel album, iedere heruitgave voor de helft of minder over de toonbank gaat, maar ik gok dat mijn voorstel het niet zal halen. Lang leve Spotify in dezen, de huidige streamingdiensten voorkomen voor mij de noodzaak van aanschaf van zo’n jubileumalbum.

Ondanks mijn aversie tegen bonus- en jubileumedities, kom je soms wel hele leuke dingen tegen op dergelijke albums. Zo ook op de Remastered Deluxe Boxset van het Black Album waarop heel veel liveversies, alternatieve opnames en demo’s te vinden zijn. Van het nummer Sad But True kun je heel goed meekijken hoe de ontwikkeling van zo’n nummer gaat; Het begint bij een tape met riffs van in dit geval James Hetfield en ontwikkelt zich vervolgens tot demo 1 en daarna een volgende demo en tenslotte worden er heel veel ‘takes’ opgenomen om te komen tot een mooie albumversie.  De 36ste opname van Sad But True is op de een of andere manier boven komen drijven als zijnde ‘authentiek’ en dat is ook precies wat deze take is. Qua opbouw is deze opname vrijwel identiek aan het origineel, maar het is helemaal ontdaan van extra’s zoals de echo in de teksten en de instrumentale opvullingen. Eigenlijk een soort soundcombinatie van het eerste album Kill ‘em All en ….And Justice For All en dat brengt voor mij toch iets terug van de jeugdige rauwheid. Door de opvulling van al die nummers op het Black Album is dat misschien ook wel het moment geweest dat ik Metallica een beetje ben kwijt geraakt: het is triest maar waar.

Keuze Leendert Douma: David Bowie – Suite 2: Leon Takes Us Outside (1994)

Horrorachtige cybersuite

Tot nu toe heb je hier prachtige outtakes van liedjes kunnen horen, maar in 2003 kwam een outtake van een heel album op de bootlegmarkt. Alhoewel outtake? De Leon Suites zijn eigenlijk een voorstudie uit 1994 voor wat uiteindelijk de plaat 1. Outside zou worden. De ideeën die je hier hoort worden letterlijk hergebruikt in verschillende nummers en de zogeheten ‘segues’ waarin de hoofdrollen uit het verhaal (Ramona A. Stone, de vermoorde Baby Grace, Algeria Touchshriek en detective Nathan Adler – allemaal gespeeld door Bowie) aan bod komen. En natuurlijk Leon Blank, door David Bowie zelf omschreven als een kruising tussen muzikant Tricky en schilder Jean-Michel Basquiat.

Het project begon als een hernieuwde samenwerking tussen David Bowie en Brian Eno, na hun Berlijnse trilogie (de albums Low, “Heroes” en Lodger) in de jaren zeventig. Ter voorbereiding bezochten Bowie en Eno de Gugging psychiatrische kliniek bij Wenen, beroemd vanwege de ‘outsider-kunst’ die de patiënten maakten. Vervolgens gingen ze met vier vaste krachten uit Bowie’s oeuvre de studio in om dagenlang te jammen. De zanger improviseerde zijn teksten en personages, gebruik makend van de cut-up techniek van schrijver William S. Burroughs maar dan via een programmaatje op zijn Apple Macintosh. De sfeer deed denken aan de serie Twin Peaks en films als The Silence Of The Lambs. De bizarre verhaalflarden gingen over een rituele kunstmoord, over een minotaurus, over ‘rejects from the internet’, het jaar 2000-paniek, automutilatieperformances, ‘datafluids’, DNA-prints en wat niet meer. Het is allemaal terug te lezen in The Diary Of Nathan Adler Or The Art-Ritual Murder of Baby Grace Blue, A Non-linear Gothic Drama Hyper-Cycle dat later is afgedrukt op de hoes van 1. Outside.

De chaotische improvisaties en teksten leverden uren aan materiaal op, dat in eerste instantie werd teruggebracht tot een uur opgedeeld in drie ‘suites’. Die wilden Bowie en Eno uitbrengen, maar de platenmaatschappij stak daar een stokje voor. Dus heeft David Bowie de suites in stukjes gehakt, verwerkt tot luisterbare proporties en aangevuld met toegankelijker werk – alhoewel 1. Outside een van zijn meest moeilijke en dus ondergewaardeerde platen bleef.

De suites zitten zo bomvol wilde ideeën dat het eigenlijk geen zin heeft om er hier eentje uit te lichten. Ik kies toch voor Suite 2: Leon Takes Us Outside, omdat hiervan de meeste stukjes herleidbaar zijn tot nummers die de definitieve plaat hebben gehaald. Maar één passage helaas niet. Ergens halverwege de horrorachtige cybersuite breekt er een prachtige melodie door en begint Bowie op zijn meest dramatisch te zingen: We’ll creep together you and I / Under a bloodless chrome sky. Kippenvel! Zó bizar en zó mooi tegelijk, dat is David Bowie op zijn allerbest. De magie duurt maar een heel kort moment. Wat jammer dat hij dit niet verder heeft uitgewerkt voor 1. Outside.

Wat jammer ook dat het bij 1. Outside is gebleven. Er stonden meer platen op de planning. Voor de volgende was al een naam bedacht: 2. Contamination. Maar Bowie’s interesse ging alweer een andere kant op (drum & bass dit keer). Nu zullen we nooit weten hoe het afloopt met Leon Blank, Ramona A. Stone en Algeria Touchshriek. Of wie Baby Grace Blue heeft vermoord.

Keuze Freek Janssen: Pearl Jam – Corduroy (1994)

Eddie is de tekst nog aan het improviseren

Vitalogy is misschien wel het beste rockalbum van de 90s. There, I’ve said it. Beter dan Ten en Vs., interessanter en grilliger dan Nevermind, urgenter dan alles van The Pumpkins. Corduroy was altijd al een beetje mijn favoriete track van mijn favoriete Pearl Jam-album. Hoekig en melodieus. Boos en pleasing tegelijkertijd.

Toen ik niet zo lang geleden de Release Radar afstruinde (de playlist die Spotify voor je samenstelt met nieuwe muziek van artiesten die je vaak luistert) kwam deze alternate take van Corduroy voorbij. Normaal gesproken kun je altijd wel horen waarom deze take uiteindelijk het album niet heeft gehaald, maar hier is dat anders. Essentiële elementen zijn hier anders; basloopjes, de balans tussen de instrumenten, zelfs de tekst van Eddie Vedder verschilt op een aantal punten wezenlijk van de versie die uiteindelijk op Vitalogy terecht is gekomen.

Het lijkt zelfs alsof hij de tekst mompelend nog aan het afmaken is tijdens de opname, net als bij Yellow Ledbetter. Dat zou bij veel bands een diskwalificatie zijn, maar Eddie brengt zelfs dit er goed van af.

Keuze Joop Broekman: R.E.M. – Leave (1997)

Een fijnere versie

Ex-geliefden komen heel soms nog wel eens in mijn hoofd voorbij, maar zitten (terecht) niet meer in mijn hart. Bij muziek bekijk ik dat anders. R.E.M. is een band die voor eeuwig een plek in mijn hart én mijn hoofd heeft. Hoe diep de liefde zat, beschreef ik in de regenbattle in een stukje over het schitterende So. Central Rain.

Ik koester geen wrok, integendeel. Het was leuk, er waren diepe dalen en een opleving. En een einde, omdat het gewoon klaar was. Nee, er zal nooit een heroprichting komen. Het stoppen van de band had ik in 2011 al meteen geaccepteerd. Het was goed zo.

Maar wat hebben ze me op de proef gesteld. Ik bedoel dan niet die mindere periode met de albums Up, Reveal en Around The Sun. En er was nog wel die prachtige single The Great Beyond, waarin Micheal Stipe zo mooi over innerlijke triestheid zingt in een zonnig verpakte song. Nee, het begon al wat eerder. Begin jaren ’90 was de band internationaal doorgebroken. Op Automatic For The People waren de experimenten nog mooi verwerkt en weggestopt en pakte het goed uit. Bij Monster begint het al wat te schuren (net als tussen de bandleden onderling) en op New Adventures In Hi-Fi gaat het meerdere keren niet de goede kanten op. Trouwens het laatste album met Bil Berry achter de drumkit.

Het kost me nog steeds moeite om dit album als een geheel te beluisteren. En dat komt vooral door het nummer Leave dat na een mooi orgelintro ontsierd wordt door een gierende elektronische sirene. Stipe bleek achteraf toch niet zo erg blij met zijn vocalen. Toen bekend werd dat het nummer in een remix op de soundtrack van de film A Life Less Ordinary zou komen, zong hij het opnieuw in. En deze versie vind ik nog steeds een stuk prettiger in het gehoor liggen.

Keuze Vincent van der Vlies: NOFX – Linewleum (2021)

Evergreen

Radiohead speelt Creep niet meer, Nirvana zou Smells Like Teen Spirit gehaat hebben na een tijdje en Wonderwall was überhaupt nooit Oasis’ favoriet. Ik heb me ook altijd afgevraagd wat het zou moeten doen met een band die z’n bekendste nummers een miljoen-miljard keer gespeeld zou hebben. Enter Fat Mike van NOFX die na 1800 shows zich afvroeg of het allemaal nog wel de moeite waard was met hun bekendste nummer Linoleum. Maar eerst even naar het begin.

In de hausse aan grunge was ook punkrock aan een opmars bezig begin jaren ’90 met Greenday, The Offspring en wat later Blink 182. Major labels, dure auto’s, veel geld en populariteit. In die hausse was NOFX al een tijdje aan de weg aan het timmeren: vier albums uit via een deal bij Epitaph Records van Bad Religion’s Brett Gurewitz. Toen nog als 3de of 4de band die getekend werd door het toen nog onbekende label. Flauw grappend en grollend en punkrockend hebben ze bijgedragen aan de groei van het label en hadden ze een stevige fanschare opgebouwd toen ze hun echte doorbraak beleefden met hun meest succesvolle album Punk In Drublic.

Linoleum is het openingsnummer van dit album en start met een heel herkenbaar intro waarin een akkoord snel aangeslagen wordt en dat overgaat in drums met bas en een korte melodie. Kort, krachtig, heerlijk. De tekst oogt wat warrig wellicht, maar er zit een eenvoudige boodschap in en behandelt de verheerlijking van het punk leven. Minimalistisch, niet materialistisch, op de straat muziek maken en met als beste vriend de linoleum vloer die je hoofd ondersteunt als je veel gedronken hebt en in je afgeragde kleren er op in slaap valt. Hoort erbij nietwaar?

Linoleum is hiermee een evergreen geworden in de scene en een signature nummer van de band, zonder dat het ooit een single geweest is. Opvallend is wel dat het niet eens een refrein, maar alleen een paar coupletten en een brug en dat was het. En dat zeg niet ik alleen, nee dat zegt ook zanger/ bassist Fat Mike in de remake. En daarom moest het nummer volgens hem na 25 jaar uit z’n lijden verlost worden en hebben ze van Linoldleum (sic) Linewleum gemaakt.

In de basis is het een nummer dat zeker anders is dan het origineel: tekst is anders, muziek is anders (langer ook vooral), maar er zitten heel veel herkenbare dingen in het nummer, zoals de melodie in de intro en in de coupletten en een handvol verwijzingen en verbasteringen van de originele tekst. Tegelijkertijd zitten er in het nummer een aantal diepere lagen die je makkelijk mist als je de punkrock scene gemist hebt. De clip is bijvoorbeeld een eerbetoon aan de vele bands die het nummer gecoverd hebben en laat allerlei shots van YouTube opnames zien. Hierbij heeft de band Avenged Sevenfold een speciale rol, omdat zij (beetje à la Paul Simon en Chevy Chase) de hoofdrol in de clip hebben. Vooral mooi is de zin in het nieuwe nummer over Tony Sly, zanger van punkrockband No Use For A Name, terwijl een shot van zijn laatste optreden getoond wordt waar hij Linoleum akoestisch covert. Als allerlaatste nummer van zijn allerlaatste concert, twee dagen voor zijn veel te vroege dood. Maar ook gaat het over de doorgroei van een punkrocker die op vloeren in slaap viel, maar die vader werd en van wie zijn dochter moet lezen in memoires dat hij een voorliefde voor SM heeft en die urine drinkt.

Kortom: er zit heel veel in die paar minuten. Met het ouder worden, worden keuzes wellicht anders, wat ooit geliefd was wordt wellicht minder aantrekkelijk en kan eindigen. Of zoals ze zelf vrij vertaald in het nummer zeggen: I’m taking our one well known song and trying to make it not very good. De punkrock opstandigheid blijft hiermee wel voortbestaan. Ik vind de nieuwe versie misschien niet beter dan het origineel, maar die gelaagdheid in deze alternate take op het origineel maakt het wel veel interessanter.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.