Gary Moore is alweer elf jaar geleden overleden, maar vandaag (4 april) in 1952 werd in Belfast de toekomstige gitaargod geboren. Ergo, vandaag zou hij bij leven 70 jaar geworden zijn en had hij ongetwijfeld zijn snaren nog op het podium beroerd.

Moore begon zijn carrière in Skid Row (niet te verwarren met de Amerikaanse hardrockband) samen met Phil Lynott. In 1971 volgt hij zijn maatje naar Thin Lizzy, maar maakt daarnaast ook soloalbums en neemt deel aan diverse projecten.

Keuze Willem Kamps: Colosseum II – The Inquisition (1977)

Messcherp

Het zal ergens in ’76 0f ’77 zijn geweest. Ik zat nog middenin m’n progtijd, al luisterde ik met een schuin oor naar wat die rare punks uitvraten, en vond dat best wel lekker. Toch, in de platenzaak liet ik ze aanvankelijk links liggen, totdat ik voor het lokale jongerencentrum wekelijks vers vinyl mocht aanschaffen. Daar vond – zonder echte kleerscheuren – een amicale stammenstrijd plaats tussen de progs en de punks. Ik kocht daarom van alles wat en zolang de DJ voldoende variatie aanbracht ging het goed. Alleen wanneer er teveel van hetzelfde werd gedraaid, bijvoorbeeld omdat er die avond een punkband speelde, kon de andere zijde flink mokken. Maar och, er zijn nooit lange haren uitgetrokken of veiligheidsspelden in ogen gedrukt.

Bij mijn wekelijkse gang naar Supertracks in de Haagse Nieuwstraat liep ik standaard door de nieuwbak voor verse vangst. Daar vond ik – ja, voor mijzelf – Strange New Flesh, het debuut van Colosseum II. Colosseum, zonder I, had in ’71 het leven gelaten. Drummer Jon Hiseman begon vervolgens Tempest met niemand minder dan Allan Holdsworth op gitaar, maar na twee albums was het alweer over. Hiseman maakte daarop een herstart met Colosseum. II dus, met een heel andere bezetting dan I zonder I. Op toetsen Don Airey, de latere opvolger bij Deep Purple van Jon Lord. Gitarist was ene Gary Moore. Het zei me niet zoveel. Wel hoorde ik dat ie een aardig moppie kon spelen. Vingervlug, stevige riffs en bovenal een messcherp geluid.

Colosseum II maakte jazzrock, met de nadruk op rock. Dat de bandleden stuk voor stuk virtuoze musici waren, is terug te horen in de solo’s, de thema’s en de idiote breaks en ritmes, van vierentwintig-zeven-achtste tot een gewone, maar sporadische vierkwartsmaat. Airey en Moore krijgen alle ruimte om hun kunsten te vertonen. Helaas heeft Hiseman de verkeerde zanger gevraagd: Mike Starrs. Veel gegier met een onhebbelijke vibrato. Wegwezen dus en op de twee albums van II die nog volgden nam gitarist Moore ook de vocals voor zijn rekening. Nochtans, Gary gedenken wij vooral vanwege zijn sublieme gitaarspel, vandaar een instrumentaaltje van War Dance: The Inquisition. Of het de Spaanse was weet ik niet (trokken overigens ook geen haren maar wel nagels en tanden en staken ogen uit), maar Gary bespeelt naast de elektrieke ook nog even de Spaanse gitaar.

Keuze Jan-Dick den Das: Gary Moore – Parisienne Walkways (1978)

Wandelen

Gary Moore zou vandaag dus 70 jaar zijn geworden; hij werd slechts 58 jaar, en dat is niet oud. In mijn jeugd speelde Gary Moore zeker op muzikaal gebied een rol. Bands waar hij een leidende rol speelde werden vaak gedraaid, Colosseum II, G-Force, Thin Lizzy en natuurlijk zijn solowerk. Een geweldige gitarist kan je wel stellen zonder te overdrijven, een man die veel kon met de gitaar. Het was dus ook weer twijfelen welk nummer hier centraal zou moeten staan. Ik heb getwijfeld tussen White Knuckles/Rockin’ And Rollin’ van G-Force, maar het werd uiteindelijk toch Parisienne walkways samen met Phil Lynott.

Het intro is meteen al prachtig en het nummer kent geen enkel zwak moment. De stem van Lynott neemt je mee in de straten van Parijs.

I remember Paris in ’49
The Champs-Élysées, Saint Michelle and old Beaujolais wine
And I recall that you were mine
In those Parisienne days

Looking back at the photographs
Those summer days spent outside corner cafes
Oh, I could write you paragraphs
About my old Parisienne days

Zeker in deze live uitvoering laat Gary Moore zien waar hij toe in staat was. Een Ierse grootheid die zijn gitaar op fenomenale manier kon laten spreken, vol passie, vol emotie. Het is toch een groot gemis dat deze man zo vroeg van ons heen is gegaan. De kracht van zijn gitaarspel zat niet zozeer in zijn techniek maar vooral in zijn vingers. De vingers die in staat waren het juiste gevoel aan te spreken. Prachtige melodielijnen uit zijn Gibson toverend, tot op de dag van vandaag geniet ik er nog steeds van zoals op de manier toen ik nog een puber was. Zo’n puber die met tennisracket voor de spiegel zich net zo’n groot gitarist waande als dat Gary Moore was. Tijdloos mooi dat is het. En dat Moore meer kon dan alleen Rocken blijkt uit zijn eerdere werk waar het ook jazzy was en later natuurlijk de Blues. Parisienne Walkways; ik blijf ze graag lopen samen met Phil en Gary.

Keuze Remco Smith: Gary Moore & Phil Lynott – Out In The Fields (1985)

Guilty Pleasure?

The Guilty Pleasure-battle is net geweest; die was vorige week. Als het aan mijn gezin lag had ik de afgelopen keer over Gary Moore geschreven. Mijn liefde voor Moore kan steevast op wenkbrauwfronsen en hoongelach rekenen. Sjeezus papa, een liedje hoeft toch niet met een gitaarsolo te beginnen!? Uit welk jaar komt dit in vredesnaam!? is de reactie thuis op bijvoorbeeld Still Got The Blues. Ik overweeg onterven.

Ja, veel muziek van Gary Moore is ‘van dik hout zaagt men planken’. Maar is dat zo erg? Moet muziek over beperking gaan, over liedjes die kaal ook nog steeds tot hun recht komen? Hou toch op. Dat gedoe van ‘less is more’. Calvinistisch gedoe. Moore is more! Alleen daarom al vind ik Out In The Fields zo lekker. Het is allemaal wellicht een beetje tè. De elektronica. De opgewonden-standjes-toon. De solo met zoveel mogelijk noten. Maar wat is het toch een geweldig liedje. Prachtige melodie. Heerlijk refrein. En ik vind het eigenlijk ontroerend om drinkebroeders Lynott en Moore samen hun longen uit het lijf te horen zingen. Guily pleasure? No way, just pleasure.

Keuze Joop Broekman: Ferry Aid – Let It Be (1987)

Die solo

De muziek van Gary Moore doet me tot op vandaag nog steeds erg weinig en ik denk dat dat zo blijft. Door zijn Still Got The Blues kreeg ik zelfs een gierende bloedhekel aan Bluesmuziek. Saa-haai! Later kreeg ik het advies me beter in zijn oudere werk te gaan verdiepen. Het stevigere rockwerk. Mweh. Leuk voor in een bruine kroeg, ongeveer een uur….

Wat mij betreft blijft Gary Moore dan weer wel de artiest die het Let It Be van Ferry Aid nog een beetje redde met zijn gitaarwerk. Voor de jongere lezers onder ons: op 6 maart 1987 kapseisde de veerboot naar Dover vlak na vertrek uit Zeebrugge. Achteraf bleek aan de boot technisch het nodige te mankeren, fataal in combinatie met een reeks menselijke fouten. 193 voornamelijk Britse passagiers overleefden de ramp niet.

Dus het was niet zo vreemd dat Ferry Aid dan ook uit bijna alleen maar Britse artiesten bestond. Sir Paul McCartney regelde in een paar dagen tijd een muzikaal collectief. Onnodig te vermelden dat het uiteraard een dikke hit werd. Voor het saaie getokkel tussendoor werd Mark Knopfler opgetrommeld. Wat een contrast met de scheurende solo van Moore die daar overheen kwam denderen als een dikke Ferrari waarvan het gaspedaal vol ingetrapt wordt. Ruim 35 jaar later valt dat me dus nog steeds op.

Keuze Marcel Klein: Gary Moore – The Loner (1987)

Instrumentaal genot

Vaak bij een battle ben ik wel even aan het nadenken over een juiste track. Niet deze keer. Gary Moore blijft voor mij toch synoniem met heerlijke gitaarklanken. Het laatste deel van zijn loopbaan ging hij meer de Blueskant op en dat heeft nooit echt mijn interesse gehad. En alhoewel zijn stem in veel nummer prima klinkt, kies ik in deze battle voor een instrumentale track.

In The Loner heeft Moore niet veel meer nodig dan zijn gitaar. Nu ik nummer vandaag weer eens luisterde valt mij wel de typische jaren ’80 productie van de andere instrumenten op. Zo begint het nummer ook en gelijk sla ik aan het twijfelen. Is dit wel een nummer wat ik wil bespreken? Maar als de gitaar van Moore invalt weet ik weer genoeg.

Gitaren. Ik kom er steeds meer achter dat mijn favoriete nummers altijd wel stevige gitaarsolo’s bevatten. En alhoewel ik over het algemeen iets minder met instrumentale nummers heb, trekt de gitaar van Moore dit nummer naar een hoog niveau. Een thema wat steeds weer terugkomt, maar wat ook alles heeft wat een goede solo maakt.

Halverwege de 80-er jaren kom ik in aanraking met het solowerk van Moore. Natuurlijk kende ik hem van Thin Lizzy, maar zijn album Wild Frontier sprak mij wel aan. Geen dertien in een dozijn rockliedjes, maar verschillende stijlen en aparte nummers.  Helaas bleek dit al bijna het einde te zijn van deze kant van zijn loopbaan, want toen hij richting de Blues ging, was het voor mij al gauw afgelopen.

The Loner is een nummer waarbij Moore zijn gitaarkunsten werkelijk uit de kast haalt. Bijna zes minuten lang genieten van een instrumentale track. En dan niet de andere instrumenten, maar de gitaar! Heerlijk!

Keuze Kari-Anne Fygi: Gary Moore – Johnny Boy (1987)

Dode vriend

Liedjes over vriendschap zijn eigenlijk altijd wel mooi. Maar een liedje over een vriend die dood is, is vaak nog mooier. Want triester en melancholisch. En dat werkt altijd.

Gary Moore zat, zoals jullie ongetwijfeld weten, in twee bands met de legendarische Phil Lynott. En vooral Thin Lizzy is nog altijd een van de meest epische bands in de rockgeschiedenis. Moore verliet de band niet op een hele nette manier, namelijk midden in een Amerikaanse tournee in 1979. Reden? Het drugs- en alcoholgebruik was te veel voor hem. Het beïnvloedde volgens Moore de band op een negatieve manier. Moore bleek gelijk te hebben. Lynott bleek te zwaar verslaafd aan drank en drugs en overleed eind 1986 aan een overdosis heroïne.

Een jaar later maakte Gary Moore zijn beste album uit zijn gehele carrière, The Wild Frontier. In 21ste-eeuwse oren klinkt het wellicht gedateerd, maar de mix van traditionele Keltische muziek, vette gitaarmuziek, en ja ook blues, spreekt tot het hart en de ziel. En dan niet in de laatste plaats vanwege Johnny Boy, een hommage aan Lynott, de eerste zwarte Ier die het maakte in de muziekwereld. Het klinkt als een traditioneel nummer dat net zo goed al honderden jaren had kunnen bestaan. Net als de tekst:

When I hear that wind blow
All across the Wicklow mountains
Is it you, I hear a calling
Johnny boy, oh Johnny boy

When I look to the west
All across the River Shannon
I can still see you smiling
Johnny boy, oh Johnny boy

When the leaves have turned to brown
And winter’s due
As I watch the sun goes down
I’ll think of you

When I hear that wind blow
All across the Wicklow mountains
Sure it’s you, I’ll hear a calling
Johnny boy, oh Johnny boy

Drank en drugs zouden zowel bij Lynott als Moore een rol blijven spelen.

Op video-opname die je hier ziet van Montreux Jazz-festival in 2010 is helaas al te zien dat de meestergitarist reeds getekend was door de alcohol dat hem een jaar later in een hotelkamer in Spanje zijn leven zou kosten. Hij overleed aan een hartaanval als gevolg van excessief alcoholgebruik.

Keuze Alex van der Heiden: Don Airey Ft. Gary Moore – Song For All (1989)

Triomfen en tragedies

Ik stond niet direct vooraan bij deze battle. Echter heb ik zeker geen hekel aan Gary Moore. Met name zijn hardrock repertoire kan ik goed waarderen. Het Bluesrepertoire van Moore kan me minder bekoren en ik zou daar een volledige blog aan wijden, maar dat doet geen recht aan de kunsten van Moore.

Ik heb gekozen voor een samenwerking met Don Airey en het is haast zeker dat er in deze battle meer samenwerkingen met Airey staan. Don Airey is een veelgevraagde sessiemuzikant die zijn sporen rijkelijk heeft verdiend in bands als Rainbow en Deep Purple, maar ook in diverse begeleidingsbands, waaronder dus ook Gary Moore. Sterker nog hij schreef diverse arrangementen voor Moore uit en de meest bekende daarvan is Still Got The Blues. Wanneer Airey terugblikt op zijn samenwerking met Gary Moore, spreekt hij over een zeer gedisciplineerde muzikant die niet toestond dat er gedronken werd tijdens de opnames en ook een strak tijdschema aanhield, zodat er regelmaat was om optimaal te presteren. Dit gegeven staat wat haaks op het overlijden van Moore, waar helaas wel een overdosis alcohol wordt genoemd als belangrijke katalysator van zijn hartstilstand.

Toen Don Airey zijn eerste solo-album K2 ging maken heeft hij zich omringt met een aantal muzikale vrienden en één daarvan is Gary Moore, die op drie nummers meespeelt. Het is een conceptalbum dat gaat over een heroïeke beklimming van de berg K2 in Afghanistan. Uiteindelijk komen er dertien mensen om tijdens deze beklimming in 1986. Eigenlijk ben ik van mening dat je niet een los nummer van dit album kunt luisteren, omdat het een muzikaal verhaal is dat begint met een ouverture en er volgen stukken tekst die de aankondiging doe van de verschrikkingen die gaan komen. Je wordt vervolgens in het album gezogen en meegenomen in triomfen en tragedies, dat is tevens de subtitel van het album.

Omdat we het hebben over Gary Moore heb ik gekozen voor de instrumentale versie van Song For All die ik persoonlijk ook sterker vind dan de gezongen versie die wat zeikerig klinkt, maar nogmaals; het is een album dat je het beste als geheel kunt luisteren. Daarom is het jammer dat hij niet op de meest bekende streamingdienst staat en we moeten het dus doen met enkele losse nummers her en der. De gitaarpartijen in Song For All zijn onmiskenbaar Moore en zo bewijst hij een wederdienst aan een artiest die misschien iets minder bekend (bij non-snobs), maar zeker niet minder gehoord is.

Keuze Erwin Herkelman: Gary Moore ft. Albert King – Oh Pretty Woman (1990)

Zelfbenoemde broer

Het moet verwarrend zijn geweest voor de generatiegenoten van Albert Nelson. Hij noemde zich Albert King en beweerde bij hoog en bij laag dat hij de broer van B.B. King was. Ook de meester zelf was dit niet ontgaan en die vond dat behoorlijk irritant. Totdat de mannen elkaar beter leerden kennen. He called his guitar Lucy, (de gitaar van B.B. King heette Lucille) and for a while he went around saying he was my brother. That bothered me until I got to know him and realized he was right; he wasn’t my brother in blood, but he sure was my brother in the blues.

Zijn carrière begon dus niet met de meest chique move, maar het legde wel de basis voor de Blueslegende waar hij uiteindelijk tot zou uitgroeien. Ooit begonnen met een gitaar gemaakt van een sigarendoos, een stukje struik en wat sprieten van een bezem, werd hij in 1983 opgenomen in de Blues Hall of Fame waarna in 2013, postuum, een vermelding in de Rock and Roll Hall of Fame volgde.

Een legende, die in de jaren ’90 werd opgepikt door Gary Moore. Voor het album Still Got The Blues tapte de hardrock/metal-held daarop muzikaal uit een geheel ander vaatje. Hij ging op zoek naar de roots van zijn muziek en kwam uit bij de blues.

Oh Pretty Woman is origineel van Albert King en stamt uit 1963. Gary Moore overgoot het met een elektronisch sausje en scoorde met deze ode een van zijn grootste hits. En natuurlijk, Still Got The Blues is fantastisch, maar ook de samenwerking met Albert King bevat net zo goed virtuoos gitaarwerk en verdient daarom óók een plekje in de Top 2000.

Het nummer haalde de rangschikking tot mijn verbazing echter nóóit. Vreemd, want het was namelijk best een flinke hit. De single wist zelfs door te dringen tot de bovenste vijf in de Nederlandse Top 40. En dat, in combinatie met een genre dat door muziekkenners toch behoorlijk hoog wordt aangeslagen, zou hét recept moeten zijn voor een notering in de Lijst der Lijsten. Maar met liefde adopteren we het voor de Lijst der Lijsten der Lijsten: de Snob 2000.

Keuze Marco Groen: Gary Moore – Texas Strut (1990)

WD-40 voor een vastgeroeste weeffout

Bij het voorstel om iets te schrijven voor de Gary Moore-battle kwam bij mij meteen het idee op om een leuk bedoeld stukje te tikken over de band Skid Row. Mijn broertje heeft sinds mensheugenis daarvan een ceedee staan in zijn kast en daar staat best leuke muziek op. En, belangrijker: Gary Moore heeft in Skid Row gezeten! Het sommetje was snel gemaakt: dit was een mooie gelegenheid om Skid Row in het zonnetje te zetten. Welk nummer zal ik nemen? Vanzelfsprekend het nummer waarop meneer Moore de grootste bijdrage levert, zo redeneerde ik.

Een blik op de tracklist van het gelijknamige album verbijsterde mij. De naam Moore was nergens te vinden? Huh?! Hoe zit dat? En wie zijn Dave Sabo en Rachel Bolan? Nou moe… Een uitgebreid onderzoek van een kwartiertje zorgde ervoor dat de schellen van mijn ogen vielen, om maar een Bijbelse uitdrukking te gebruiken. Het grootste deel van mijn leven (en dat is best lang) was ik ervan overtuigd dat Gary Moore meespeelde op dat album, maar nu kwam ik tot de ontdekking dat er niet een, maar twee bands waren die de naam Skid Row droegen. Een Amerikaanse en een Ierse, die helemaal niets met elkaar te maken hebben. Behalve dan dat ze muziek maken op gitaren natuurlijk. Gary Moore zat (hoe kan het ook anders) in de Ierse variant. De Ierse Skid Row lijkt ook in muzikaal opzicht in niets op hun meer bekende Amerikaanse naamgenoot. Psychedelische Blues versus typisch Amerikaanse heavy metal.

Het besef dat ik er tientallen jaren naast heb gezeten betreffende de vroege muziekcarrière van Moore bezorgde mij onmiddellijk de Blues. De bijbehorende nostalgie bracht mij al snel weer terug naar de jaren ’90, 1990 om precies te zijn. Ondergetekende zat als dienstplichtige in het Nederlandse leger te Duitsland en de anders zo muzikaal verdeelde net-geen-pubers-meer hadden een gemeenschappelijke hype gevonden: I Still Got The Blues (For You). Nu was het sowieso al geen slecht muziekjaar, maar het was Gary Moore die met zijn album het desolate leven op de Noord-Duitse vlakten verdraagbaar maakte. Een zeldzaam voorbeeld van een album dat in zijn geheel goed is. Het Crossroads van de nineties.

Nu is het natuurlijk lastig om er een nummer tussenuit te pikken van dat geweldige album. Wat helpt is dat er een aantal covers op staan (Oh Pretty Woman, Walking By Myself, Too Tired, As the Years Go Passing By), dus die konden worden weg gefilterd. Daarna viel de keuze al snel op Texas Strut, al was het alleen al vanwege de aanwezigheid van Don Airy, de linksdraaiende toetsenist die tegenwoordig zijn centen bij Deep Purple verdient. Alhoewel het begin van het nummer wat moeizaam begint (de intro suggereert een langdradig zeiknummer), is Texas Strut precies het type nummer dat ook zomaar door ZZ Top geschreven had kunnen zijn. Het zit vol energie. Zet ‘m aan op je radio en laat Texas aan je voorbij glijden. De Chihuahuawoestijn of Noord-Duitsland kan niet groot genoeg zijn. You just can’t lose with the Texas blues!

Keuze Tricky Dicky: Gary Moore – Cold Day In Hell (1992)

Live live live

Zoals veel rockgitaristen is ook Gary Moore een Bluesman. Ik vind Thin Lizzy een prima band (met name de livealbums) en ook zijn zachtere rocktracks (Parisienne Walkways, Over The Hills And Far Away en Empty Rooms) hoor ik graag evenals het geweldige BBM, maar voor Still Got The Blues en helemaal het ongelofelijk fantastische livealbum Blues Alive gaan de geluidsknoppen helemaal open.

Vanwege het megasucces van Still Got The Blues werd het daaropvolgende album overschaduwd, maar After Hours is minstens zo goed. Schitterende Blues met blazers en het snerpende gitaarwerk van Moore. In de negentiger jaren presenteerde ik een wekelijks Bluesprogramma bij een regionale radiozender en Gary Moore kwam zeer regelmatig voorbij. En dan achter het bedieningspaneel luchtgitaar spelen, terwijl het volume de studio zowat opblies. Bluesmuziek moet je voelen, want het vibreert.

Vele onwetenden halen hun neus op voor de Blues, maar dit genre is de bakermat van de hedendaagse rockmuziek. In 1978 zei Bluesbrother John Belushi op het livealbum A Briefcase Full Of Blues: I don’t know. I suggest you buy as many Bluesalbum as you can. Die raad heb ik opgevolgd en deze wijsheid geef ik nu weer door, maar ik voeg er wat aan toe. Koop zoveel mogelijk live Bluesalbums, want in de regel worden ze in de studio een beetje geknepen en op de radio hebben ze de vervelende neiging om een single edit te draaien waardoor de gitaarsolo en vaak de ziel uit het lied getrokken wordt. O ja, koop nooit – echt nooit – remastered versies. In vrijwel alle gevallen verkloten de producers de tracks met onzinnig gefriemel mede doordat ze met geluid en niet met emotie bezig zijn.

En mocht je mijn raad ten harte willen nemen is hier een lijstje met verschrikkelijk goede livealbums in alfabetische volgorde: Live At Chicago (Luther Allison), Live At The Fillmore (Allman Brothers Band), Muddy Wolf At Red Rocks (Joe Bonamassa), Live At The Fillmore (Tommy Castro), 24 Nights (Eric Clapton), Travelling With The Blues (Cuby + Blizzards), Live (Fabulous Thunderbirds), Live In Boston (Fleetwood Mac), Live At Montreux (Rory Gallagher), Real Deal: Live (Buddy Guy), Live At Berkeley (Jimi Hendrix), Live In Ireland (Juke Joints), Live At The Regal (B.B. King), In Session (Albert King), Live At Monterrey (Little Jimmy King), Shoutin’ In Key Live (Taj Mahal), Blues Alive (Gary Moore), Live At The Pub (Mr. Boogie Woogie), Live At Paradiso (Omar & The Howlers), Million Mile Club (Paladins), Live At The 55 Arts Club Berlin (Lucky Peterson), Live @ Wolf Trap (Roomful Of Blues), Live Rounds From Seattle (Smokin’ Gun), Live At Montreux (Stevie Ray Vaughan), At Newport (Muddy Waters).

Keuze Eric van den Bosch: BBM – Waiting In The Wings (1994)

Nee, het is geen Cream!

Gary Moore was muzikaal vrij rusteloos. Ook in zijn solocarrière bleef hij steeds andere paden opzoeken. Poprock met G-Force, hardrock op After The War, Keltische invloeden op Wild Frontier, terug naar Blues met Still Got The Blues, met drumprogramming op A Different Beat. Pas in het laatste decennium van zijn carrière leek hij de mix van Blues en Rock gevonden te hebben die hem bleef inspireren en waren uitstapjes niet meer nodig. Gelukkig voor ons waren die er eerder wel, waaronder het leukste van die uitstapjes: het album Around The Next Dream met BBM, een band met Jack Bruce en Ginger Baker van Cream.

Met Jack Bruce had hij eerder gewerkt op Corridors Of Power en later zou hij ook weer op soloplaten van Bruce opduiken. De onzekere factor was Ginger Baker. Hij was altijd al een redelijk onhandelbaar tiepje geweest, maar tot opluchting van iedereen ging het eigenlijk heel soepeltjes bij de opnamen van het album in 1994. Het meeste materiaal was door Moore aangeleverd en daarnaast waren er twee Albert King-covers op te vinden, High Cost Of Loving en I Wonder Why (Are You So Mean to Me?). Moore en Bruce deelden de leadvocalen en de herkenbare ritmesectie van Bruce en Baker kreeg een opppepper met de moderne studiofaciliteiten.

Toch was het na een UK tour en een paar Europese festivals afgelopen. Niet dankzij botsende ego’s, maar dankzij de pers. Moore en Bruce werden doodziek van de vragen of ze Clapton niet hadden kunnen krijgen voor een Cream-reünie. Het wás geen Cream-reünie – wat al bleek uit het feit dat Moore het meeste materiaal geschreven had én dat Baker de laatste was die erbij kwam. Ze hadden ook gewoon kunnen luisteren naar het materiaal. Bruce en Baker waren herkenbaar als altijd, maar Moore óók. De hardrockedge die BBM kreeg was te danken aan het regelmatig scheurende gitaarwerk van Moore.

Helaas betekende het gezeur wel het voortijdige einde van BBM. Gelukkig hebben we dat ene geweldige album nog.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.