Voorafgaande aan deze battle (de vijfde in haar reeks in elf jaar Ondergewaardeerde Liedjes) werd er druk gediscussieerd wat nu eigenlijk een guilty pleasure is en in het verlengde hiervan ‘foute muziek’. Want feitelijk wordt dit bepaald door de luisteraar; waar de één gruwelt zal de ander het geluid opdraaien. Ergo, maak gebruik van het stemrecht onderaan de pagina en bepaal welke liedjes helemaal geen guilty pleasures zijn, maar uit volle borst meegezongen dienen te worden.

Keuze Willem Kamps: Walker Brothers – My Ship Is Coming In (1966)

Pompeuze pathetiek

Praesumptio innocentiae. Je bent onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Dat denk ik dan altijd maar wanneer mij om een guilty pleasure wordt gevraagd. Muzikale pleasures genoeg, en de schuld slijt met de jaren, dus ik kom er steeds makkelijker voor uit. Eigenlijk is het helemaal geen schuld, hooguit een schuldgevoel, en dan ook nog eens misplaatst. Als je iets mooi vindt dan is dat jouw plezier. Mocht een ander het helemaal kut vinden of, en daar draait dat hele guilty pleasure eigenlijk om, je mág het niet mooi vinden omdat het niet bij je smaak, stijl of cultuur zou passen, dan denk ik: nou en!?

Zoals gezegd, het slijt met de jaren. Vroeger kwam ik er zelf ook niet zo snel voor uit wanneer mij iets aansprak dat in mijn naaste omgeving werd verketterd. Daarnaast is het ook zo dat ik veel muziek later ben gaan waarderen, puur vanwege de herinnering, de melancholie en het terugverlangen naar toen die het oproept. Dat gebeurt vooral bij muziek waarmee ik ben opgegroeid, uit de jaren zestig en zeventig. Dan voel je gek genoeg soms toch nog enige gêne om er rond voor uit te komen. So be it. Lang verhaal kort: ik kan weg zwijmelen bij Walker Brothers: Make It Easy On Yourself, The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore en ook My Ship Is Coming In.

Zoals al hun nummers is het een dik aangezette, romantische ballad. Rijk georkestreerd. Pompeuze pathetiek. My Ship was hier overigens geen hit, in die zin sowieso ondergewaardeerd, maar als ik het terug hoor loop ik weer even in de sixties rond. Net als vermoedelijk velen met mij nog volledig onbewust van de gedachte die ik er nu bij heb, want wat bedoelt Scott Walker als hij zingt My Ship Is Coming in? Dat is toch gewoon een metafoor voor de liefdesdaad? De krachtige wijze waarop hij het uit doet vermoeden alsof de Titanic binnenvaart en niet een lullig roeibootje, een puntertje. Zo voedde onze naïviteit hoogstwaarschijnlijk Scott’s eigen guilty pleasure.

Keuze Quint Kik: Kinky Friedman – Get Your Biscuits In The Oven And Your Buns In The Bed (1973)

Vette knipoog

Deze battle betekende een ware worsteling voor me. Ik geloof namelijk niet in het onderwerp. Je hebt goede en slechte muziek, punt. ‘Guilty pleasures’ bestaan niet in mijn wereld, ik schaam me nergens voor. Ergens in de komende maanden binden we hier geloof ik ook de strijd aan over ‘jeugdzondes’, nog zo’n onzinnig onderwerp. Bij allebei moet ik meteen denken aan iemand die afgelopen week viral ging op Twitter: Phil Collins. Genesis gaf een concert in de Ziggo Dome en tussen de overwegend enthousiaste reacties merkte een NRC-journalist op dat het publiek beter zong dan oom Phil. Die arme man kreeg in zijn leven al zoveel slack over zich heen! In een recensie van zijn biografie Not Dead Yet (2016) las ik dat hij onder meer persoonlijk verantwoordelijk wordt gehouden voor alles wat mis was aan popmuziek in de jaren ’80. Ontstellend genoeg schenen er op Facebook intense haatcampagnes aan hem te zijn gewijd. Zoiets grotesks verdient niemand.

Geen bijdrage dus van mij over Collins, sterker: op grond van bovenstaande nomineer ik hem van de weeromstuit voor een ondergewaardeerde playlist. Blijft de vraag: wie kwalificeert er dan wel voor dit bizarre thema? Gelukkig schrijf ik iedere week op eigen titel een blog op Facebook over artiesten en nummers met een link naar journalistiek – ik vierde afgelopen week mijn 10-jarig jubileum als onderzoeker bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek – en restte er na de bijdrage van afgelopen vrijdag nog wat extra inspiratie. Kinky Friedman is zijn naam, vooral bekend als schrijver van onnavolgbare detectives als A Case Of Lone Star en Armadillos And Old Lace waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Berucht werd hij in de jaren ’70, met een handvol platen in het outlaw country genre, waarop hij tekstueel de dunne scheidslijn verkende tussen anti-autoritair en reactionair (en daar geregeld overheen leek te gaan, al twijfel ik tot op heden over ’s mans werkelijke bedoelingen).

Als je al ooit van hem gehoord hebt, dan is dat wellicht via They Ain’t Makin’ Jews Like Jesus Anymore. Daarin laat Kinky met een paar welgeplaatste one-liners een onverbeterlijke racist alle hoeken van de kroeg zien. Mocht je even fronsen bij zo’n titel, bedenk dan dat Kinky prat gaat op zijn Joodse komaf (al was vaderlief niet gelukkig met de naam die de Kinkster zijn begeleidingsband gaf: Texas Jewboys). Daar staat een nummer als Arsehole From El Paso tegenover, dat ik sinds Kinky’s kandidaatstelling als gouverneur in 2006 niet meer los kan zien van zijn al dan niet verkeerd begrepen plannen om vijf generaals aan de Mexicaanse kant van de grens te betalen om illegale immigratie een halt toe te roepen. De verkiezingen verloor hij, met nog altijd 12% van de stemmen.

You uppity women I don’t understand
Why you gotta go and try to act like a man
But before you make your weekly visit to the shrink
You’d better occupy the kitchen, liberate the sink

Zijn onvolprezen debuut Sold American (1973) trapt af aan de goede kant (A) van de geschiedenis: solidariteit met dienstweigeraars en een hartverscheurend eerbetoon aan de slachtoffers van de holocaust (Ride ’em Jewboy, naar verluid het favoriete nummer van überfan Willie Nelson). Met de opener van de B-kant belanden we echter op een hellend vlak en de reden waarom Kinky een keer na afloop van een concert werd opgewacht door wat hij zelf omschreef als ‘een horde opgewonden lesbiennes’ die de ambigue grappenmaker en zijn band op hun beurt alle hoeken van de kroeg lieten zien: Get Your Biscuits In The Oven And Your Buns In The Bed, anti-feminisme met een vette knipoog. Toen ik van de week de plaat had opstaan, neuriede ik het refrein mee, tot ontsteltenis van mijn 12-jarige dochter. Voor mij persoonlijk komt dàt het dichtste in de buurt van een ‘guilty pleasure’.

Keuze Erwin Herkelman: Liesbeth List – Kinderen Een Kwartje (1974)

Sluimerend geluid uit mijn jeugd

Al sinds de allereerste editie keert hij regelmatig terug in onze popquizzen: een ronde met alleen maar Nederlandstalige muziek. En dan niet het geijkte popwerk, maar vooral het materiaal dat je tijdens het Muziekfeest op het Plein hoort. Want hee, als jij pretendeert verstand van muziek te hebben, dan moet dát ook tot je kennis behoren. Muziek is méér dan alleen progressieve rock uit de jaren ’70!

Maar dat stelt mij voor een uitdaging. Want ook ik ben niet volledig thuis in het genre. Zeker als ‘t het wat oudere werk betreft kan ik niet direct uit mijn muzikale geheugen putten. Dus akker ik oude LP’s in de kringloop door, check ik de jaarlijsten van de Top 40. En af en toe kom ik dan een pareltje tegen wat ik onbewust toch ergens bleek te hebben opgeslagen. En deze ‘guilty pleasure’ is er zo eentje. Liesbeth List kennen we uiteraard allemaal vooral van dat prachtige duet met Ramses Shaffy en hun samenwerking met Alderliefste.

Maar deze battle, twee jaar na haar overlijden, is een mooie gelegenheid om juist stil te staan bij Kinderen Een Kwartje. Een prachtig liedje over modernisering, gesymboliseerd door de paarden van de draaimolen en een uitbater op leeftijd die het allemaal niet meer kan bijbenen. De jeugd die harder, sneller en hoger wil, op zoek naar die ultieme kick.

Voor mij bleek het één nostalgische trip. Een sluimerend geluid uit mijn jongste jeugd dat opeens ontwaakte toen ik het nummer weer hoorde. O ja! Dít! Heerlijk… 😊

Keuze Tricky Dicky: Sugarloaf – Don’t Call Us, We’ll Call You (1974)

Samples

In de V.S. werd Green Eyed Lady de grootste hit van Sugarloaf, maar heel eerlijk vind ik daar weinig aan neigend naar dodelijk saai. Het enige leuke is de keyboardsolo. Het bereikte de 4de plek in de Billboard Hot 100, maar vraag mij dus niet waarom. De andere grote hit Don’t Call Us wist weliswaar ook een Top 10 hit, maar in Nederland stokte het op plekje 11 en derhalve zijn ze in ons kikkerlandje een one hit wonder. Tussendoor hebben ze in de V.S. nog twee minihitjes gehad, maar na 1975 was de koek op en in 1978 ging de plug eruit. In alle eerlijkheid vond én vind ik alles van hen – behalve mijn keuze – afgrijselijk.

Jerry Corbetta (de zanger en die van de keyboard) stapte over naar de Frankie Valli & The Four Seasons, waar hij zanger en de musical director werd. De vier seizoenen waren ook voor deze band al ruimschoots over toen hij erbij kwam. Kennelijk vond hij het naar zes jaar wel genoeg en ging zijn eigen (niet succesvolle) weg.

Don’t Call Us heeft een simpele repeterende melodie en eigenlijk is het kitch, maar het tovert bij mij nog altijd een brede glimlach op mijn gezicht mede doordat het doordrenkt is van humor en bekende samples. De meeste moesten overigens per afzetmarkt aangepast worden. Wat hebben de mannen gebruikt? De gitaarriff van The Beatles’ I Feel Fine, Stevie Wonder’s Superstition en een imitatie van DJ Wolfman Jack, die tijdens het opvoeren van dit lied in zijn show Midnight Special zo sportief was om de zin Stereo 92 te roepen. Misschien is dit wel de eerste plaat waarin samples zo duidelijk gebruikt werden?

Het lied gaat over de tegenslagen die beginnende bands ontmoeten om een platencontract(je) los te weken. De vele afwijzingen en opmerkingen dat het niets nieuws is. Maar ja, begin jaren zestig vonden ze bij Decca dat The Tremeloes beter waren dan The Beatles, dus wat weten ze er eigenlijk van. Een band als Boston werd overal afgewezen totdat Epic Records het wel wilde proberen en zo zijn er vele voorbeelden. Vanuit dat oogpunt zijn de huidige sociale media en streaming diensten een uitkomst en dat is te horen in het overweldigende aanbod.

Keuze Der Webmeister: Bellamy Brothers – Let Your Love Flow (1976)

Muzikale Foetushouding

Peace, love and understanding, zaken die ons collectief geheugen associeert met de jaren 60, vonden in feite plaats in het decinium erna, de jaren 70. De jaren 60 waren grotendeels een verlengstuk van de jaren 50, pas helemaal aan het einde begon er wat te borrelen bij de avant guarde, maar pas in de jaren 70 begonnen de jaren 60 voor de grote massa.
Want pas in de jaren 70 brak de tegencultuur pas breed door, trad Nixon af, kwam er een einde aan de oorlog in Vietnam, werd in Nederland Joop den Uyl premier van het eerste linkse kabinet, werd het milieu een thema en bedreef iedereen onbeschroomd partnerruil in de bruin-oranje zitkuil op de softrock klanken van *recordscratch*

Terugkijkend kunnen we niet alle verworvenheden uit deze periode als een blijvertje beschouwen. Vrijheid sloeg nogal eens door naar vrijblijvendheid, en drugs bleken niet die wereldverbeteraars te zijn die sommigen er in zagen. Wat wel een enorm fijne erfenis bleek te zijn uit die periode is een vrijwel eindeloze hoeveelheid fijne muziek. Misschien ben ik bevooroordeeld doordat ik als kind opgroeide in de 60’s en 70’s, maar in mijn beleving werd er vrijwel uitsluitend muziek gemaakt met een positieve vibe, feel good music dus. Muziek die de tijdgeest van de reeds genoemde peace, love and understanding uitademde.

In de tweede helft van de jaren 70 maakten de punks terecht gehakt van deze houding, maar toch is het nog altijd lekker om van die lekker onbekommerde softrock te draaien, als boost voor je slechte humeur in tijden waarin klimaatcrisis, pandemie en dreigende kernoorlog samenvallen. Onderstaande kneitert van de Bellamy Brothers brengt me in gedachten terug naar de tijd dat ik in de ouderlijke huiskamer begon met TopPop kijken, in het begin nog in ouderwetsch zwart-wit, als voorzichtig opstapje naar een leven waarin muziek bijna net zo essentieel zou worden als zuurstof. Deze muziek anno 2022 draaien brengt me bijna automatisch terug naar mijn Happy Place, het is bijna een muzikale foetushouding die me even drie minuten afschermd van de boze buitenwereld.

Keuze Marco Groen: Dexy’s Midnight Runners – Jackie Wilson Said (I’m In Heaven When You Smile) (1982)

The Young Ones

Als jochie van een jaar of negen kreeg ik eindelijk wat al vanaf mijn zesde levensjaar mijn grote ambitie was: een eigen kamer. Om dat voor elkaar te krijgen moesten wij wel verhuizen van de stad naar een verstedelijkte agrarische gemeente, want daar waren de eengezinswoningen neergezet waarvoor wij in aanmerking kwamen. Mijn kamer (mij werd het grootste exemplaar toebedeeld) werd slechts door een vrij dun muurtje gescheiden van die van een veel oudere buurjongen. Deze maakte er een sport van om zijn muziek nogal hard aan te zetten, zodat niet alleen ik, maar zo’n beetje de hele straat kennis maakte met zijn nogal eigenzinnige muzieksmaak. Onbedoeld (en wellicht nog steeds onwetend) werd hij een soort muzikale mentor van mij. Wat hij draaide leek in helemaal niets op de Paul Anka’s, George Baker’s en de Corry Brokken’s die mijn ouders nogal eens pleegden aan te zetten op de grammofoon. Van links van ons huis werd ik getrakteerd op de geluiden van bands als The Look, Urban Heroes en Adam & The Ants. Een band uit zijn repertoire sprong er voor mij nogal uit. Het betrof een liveopname van de Dexy’s Midnight Runners. Folk-achtige punk/wave met een zanger die nogal een karakteristieke zangstijl had. De buurjongen heeft in het pre-smartphonetijdperk die opname dusdanig vaak aangezet dat het zo ongeveer in mijn hersenpan gebeiteld staat.

En dat is helemaal niet erg, want de hoeveelheid lekkere nummers van die groep is groot. Van een daarvan kwam ik er honderden jaren later pas achter dat het een cover betrof: Jackie Wilson Said (I’m In Heaven When You Smile). Het nummer komt uit de pen van Van Morrison, alleen de onderdelen in dat nummer die Van the Man vergeten was, werden later aangevuld door Kevin Rowland. Dat die laatstgenoemde eigenlijk zo’n beetje het enige vast lid van de Dexy’s Midnight Runners is zegt wellicht iets over hem. Hier staat tegenover dat de vaak wat meer ‘moeilijke’ mensen hun onuitstaanbaarheid in de regel ruimschoots goedmaken met hun verbijsterende scheppende vermogen. In het geval van Rowland: de man schiep samen met zijn maatje Big Jim Paterson het album Too-Rye-Ay. Het is mij niet bekend of Rowland daadwerkelijk echt zo’n lastige gast in de omgang is, maar zijn genialiteit doet het ergste vermoeden.

Nu wil het geval dat het enige nummer op Too-Rye-Ay dat niét van hem afkomstig is een van mijn guilty pleasures is geworden. Is dat een Reet Petite (vertaling: is dat rechtvaardig?) Neen. Niet richting Van Morrison. Dus bij deze: sorry Van! De versie van Rowland knocks me off my feet (let it all hang out).

Keuze Jeroen Mirck: Paul McCartney – We All Stand Together (1984)

Bum bum bum

Als klein kind bestaan guilty pleasures niet. Je vindt iets mooi of je vindt het niet mooi, zo simpel is het. Veel moeilijker zou het ook in de rest van je leven niet moeten zijn. Smaak is persoonlijk, dus laat je niet ringeloren door peer pressure en andere sociale conventies. Sinds ik vader ben en samen met mijn zoon naar muziek luister is een klassieker uit mijn eigen jeugd in ere hersteld: We All Stand Together van Paul McCartney. Dit kikkerlied staat te boek als kneuterige kitsch, maar ik blijf het een magisch nummer vinden. Zeker als ik zoonlief er zonder remmingen van zie genieten.

Het siert Sir Paul dat hij een kinderliedje wilde maken. De kracht van The Beatles (zowel samen als solo) is dat ze daadwerkelijk durfden te experimenteren. Ze hebben zichzelf altijd uitgedaagd en daarmee de grenzen van de popmuziek verlegd. McCartney’s wens om niet alleen een soundtrack te maken, maar zelfs een complete tekenfilm te bedenken, heeft geleid tot Rupert & The Frog Song uit 1984. Een aandoenlijke animatiefilm met Bruintje Beer (de Engelsen noemen hem Rupert) en tal van andere dieren in de hoofdrol.

De apotheose van Rupert & The Frog Song is dat ene bekende kinderliedje van ‘Macca’. Ik heb het inmiddels honderden keren gekeken met mijn zoontje, maar nog steeds ontdek ik nieuwe details in de idyllische animatie. Een knipoog, een lach, een twinkeling. Alles aan deze video is mooi. Speciaal voor MTV werd McCartney erin gemonteerd, bladerend door de verstofte boeken van Bruintje Beer.

We All Stand Together is trouwens veel meer dan kindermuziek. De opbouw is prachtig, richting een emotionele apotheose. Ik merk de naderende catharsis telkens aan mijn spruit, die telkens keihard in mijn oor begint te schreeuwen als het koningspaar der kikkers oprijst uit het water. Niks guilty pleasure: deze compositie is het Bohemian Rhapsody van Paul McCartney. Wanneer durven we hem naar de koppositie van de Top 2000 te stemmen? Want eerlijk is eerlijk: ik vermoed niet dat ik de Snob 2000 meekrijg in mijn ode aan Rupert.

Keuze Hans Dautzenberg: Madonna – Into The Groove (1985)

Thuisgebracht

Desperately Seeking Susan deed het best aardig in de Nederlandse bioscopen. De film kreeg redelijke kritieken en scoorde aan de kassa uitstekend. In mijn herinnering was het een arthouse film, maar in retrospectief was hij behoorlijk commercieel. In Nederland deed de komedie het destijds zelfs beter dan bijvoorbeeld Mad Max Beyond Thunderdome (ja, die van We Don’t Need Another Hero).

Ook hoofdrolspeelster Madonna bevond zich artistiek in twee werelden. Enerzijds was ze toch het zoveelste popsterretje op zoek naar succes in de hitlijsten, anderzijds werd ze ook serieus genomen door de trendsettende DJ’s in de New Yorkse clubscene. Het is die dualiteit die ik ook in Into The Groove hoor en het nummer tot een guilty pleasure maakt. Zo’n simpel commercieel popnummer gemaakt met een drummachine en synthbas, gezongen met een soort opgevoerd kindstemmetje kun je immers niet serieus nemen. Of wel? Het is toch óók een onweerstaanbaar lekkere dance track, die het altijd goed doet. En dat vinden ook de kenners.

Het liedje blijkt te zijn geschreven door Madonna en toenmalige vriendje Stephen Bray. Het was niet bedoeld om zelf op te nemen, maar bestemd voor Cheyne (Anderson; deze klinkt verrassend gelijk aan die van Madonna). Madonna hield het nummer uiteindelijk voor zichzelf voor de film. Het kwam echter niet op het album van de filmsoundtrack, maar verscheen op een heruitgave van Like A Virgin.

Zoals bijvoorbeeld ook Billie Jean van Michael Jackson door Grunge-voorman Chris Cornell is gecoverd, is ook Into The Groove door enkele ‘serieuze’ alternatieve bands opgenomen. Meest bekend is waarschijnlijk de bizarre versie die Sonic Youth heeft opgenomen als Ciccone Youth, maar ook – ontdekking! – The Triffids hebben het nummer in 1988 opgenomen. Allemaal leuk, maar ik houd het voorlopig toch bij het origineel. Al was het maar vanwege de persoonlijke herinnering aan die ene avond dat ik haar thuisbracht nadat we op de dansvloer samen the groove hadden gevonden.

Keuze Remco Smith: Kylie Minogue & Jason Donovan – Especially For You (1989)

Down Under, 25 jaar geleden

Van 3 november 1996 tot 9 juni 1997 was ik in Australië en Nieuw-Zeeland. Een reis waarover ik had beslist in een opwelling (studievriend Bas vroeg in het begin van mijn vijfde jaar als student: Wat ga jij eigenlijk doen na je studententijd? waarop ik zonder nadenken zei Ik ga naar Australië, ga je mee? waarop Bas zonder na te denken had toegezegd), die we niet hadden voorbereid (zelfs de eerste nacht hadden we niet geregeld zodat we om 1 uur ’s nachts na 25 uur vliegen van backpackhostel naar backpackhostel door de rosse buurt van Sydney liepen, op zoek naar een slaapplek) maar die een blijvende indruk heeft achtergelaten en waar ik met grote regelmaat aan terug denk.

De gedachte was wat naïef. We zouden drie maanden naar Australië gaan en in die periode ook nog werken. We hadden dus nauwelijks een idee hoe groot Australië was, daar hadden we zonder te werken ook al drie maanden voor nodig. En dan na een week of zes ook nog beslissen om naar Nieuw Zeeland te gaan, voor twee maanden. In Sydney had ik deur aan deur kabel-TV verkocht. En in kantoren hele lelijke Bart Simpson kerststropdassen. Dat had nauwelijks geld op geleverd maar met wat we hadden (en een beetje wat we van thuis konden lenen) gingen we naar Nieuw-Zeeland. Werken in een vrij slecht restaurant op Waiheke Island. Liften. Raften. Tandem Skydiven. De vulkaan beklimmen die later Mount Doom in The Lord Of The Rings werd. En weer terug naar Australië, naar Melbourne.

Een plan hadden we niet. Totale vrijheid. De vrijheid die je alleen nog kunt hebben als je ongebonden bent: niet hangt aan een huis, relatie, werk. Gewoon, weg en tot onze eigen verbazing na zeven maanden bedenken dat het vliegticket weliswaar was verlopen maar het toch was gelukt om weer terug te keren naar Nederland.

Medio april, nu dus zo’n 25 jaar geleden, hadden wij een backpacktour geregeld tussen Melbourne en Adelaide. Langs The Great Ocean Road. Tourleider van het echte Australische type: tattoo’s, lang haar, soort van stoer. Hij draaide aan de de radio op zoek naar goede muziek. Especially For You van Kylie en Jason kwam voorbij. Hij wilde snel op zoek naar een andere zender, maar dat was buiten ons gerekend. Bas en ik begonnen tegelijkertijd woordelijk met Kylie en Jason mee te zingen. De Aussie chauffeur gunde ons ons podium; een applaus was ons deel. Die enkele keer dat ik Especially For You voorbij hoor komen, kan ik een brede glimlach niet onderdrukken.

Keuze Vincent van der Vlies: Kane – Rain Down On Me (2002)

Ik haat mezelf ervoor

Als ik een wetmatigheid zou mogen claimen dan zou de eerste Wet van Van der Vlies zijn dat elke grote ‘you love to hate band’, hoe naar ook, minimaal één nummer heeft dat stiekem best wel goed is. Coldplay heeft Trouble, Take That heeft Could It Be Magic (cover, maar wel heel goed uitgevoerd), Bon Jovi heeft er misschien stiekem drie of vier en Nickelback.. Oké die hebben er geen, dus die eerste wet van Van der Vlies kan ook gelijk weerlegd worden.

Anyway. Een andere band you love to hate is het Haagse Kane. Poeh… wat heb ik er weinig mee. Ik kan het niet helpen. Dat stemgeluid. Die nummers.. Damn Those Eyes? Damn those songs echt. Can you handle me? No I can’t… Het is het voor mij gewoon echt niet. Maar dan ineens is er een nummer met een ontzettend aanstekelijk gitaarriff, met een herkenbaar en makkelijk meezingbaar refrein en het pakt je ineens. En dan komt er ook nog eens een clip bij die opgenomen is in Ahoy bij de TMF Awards waarbij richting het eind van het nummer bakken met water naar beneden regenen over Dinand Woesthoff en die combinatie was gewoon echt goed. Echt goed.

Vreselijk. Het leven is een stuk overzichtelijker als je gewoon kan zeggen: alles van die band is klote. Maar het leven is niet digitaal noch zwart wit en soms moet je ook gewoon eerlijk zijn en is iets gewoon echt een goed liedje. En dit is echt een heel goed liedje, zeker in combinatie met dat live optreden bij TMF. Dus vandaar geen officiële video onder dit stukje, maar dat live optreden nog een keer.

Keuze Alex van der Meer: Superfly – 愛をこめて花束を (Ai O Komete Hanataba O) (2008)

Boeketje kwaliteitskitsch

Wellicht vroeg je je het al af. Maar het klopt. De Japanse act Superfly is inderdaad vernoemd naar het bekende nummer van Curtis Mayfield. Verder zijn er weinig connecties. Eerst was deze Superfly een bluesband, opgericht in 2003. Vervolgens werd het kort een poprock-duo. Maar uiteindelijk werd Superfly de naam waaronder – tot op de dag van vandaag – alleen zangeres Shiho Ochi opereert. Al is gitarist van het eerste uur, Kōichi Tabo, nog wel betrokken als componist. Superfly is in Japan al jaren uitermate populair. Haar nummer 愛をこめて花束を (Ai O Komete Hanataba O) is pure kwaliteitskitsch. Het was de vierde single van Superfly en tevens de doorbraak voor deze zangeres.

Ik spreek niet zo goed Japans, maar ik heb ergens het idee dat het nummer gaat over een boeket bloemen vol liefde. In de videoclip vliegen de bloemblaadjes ook in het rond. Ik vind dat niet heel erg spannend, moet ik zeggen. Net zo goed dat de sound redelijk mijn muzieksnobisme weet te tarten, het is bombastisch en zit barstensvol clichés. Maar hoe de omlijsting ook is, het is wel een compositie die blijft hangen. Sterker nog, het is een nummer om keihard mee te blèren, ook al is het in een vreemde taal. Shiho Ochi zet een heerlijke strot op, en alles wordt met meer dan volle overtuiging neergezet. Het is dus stiekem eigenlijk superfraai, dit nummer van Superfly.

Keuze Tiel van den Heuvel: One Direction – No Control (2014)

Eén van de honderd ‘slechte’ nummers in m’n Spotify-lijst. Al zal ik naar m’n graf gaan met de overtuiging dat boybands verantwoordelijk waren voor de beste muziek in mijn levensjaren

Van de -tig dingen die ik nooit zal snappen past een guilty pleasure precies tussen de aantrekkingskracht van voetbal en de buigzaamheid van tijd en ruimte. Wat is er schuldig aan plezier beleven aan een liedje, en waar komt dat schuldgevoel sowieso vandaan?

Mensen willen uniek zijn en nummers die te populair zijn, bij te veel mensen, smijten onze breekbare uniqueness aan diggelen. One Direction goed vinden is niet cool, maar 14 miljoen meisjes van 15 kunnen het niet allemaal fout hebben. Als volwassen kerel moet je openstaan voor het idee dat 1D gewoon fuifnummers maakt (schuifelnummers én rammers) en eerlijk is eerlijk: iedereen wil een beetje Harry, Liam of Neill zijn.

Enter: No Control. Guilty pleasure door associatie (want: One Direction) maar precies edgy genoeg, waardoor je er geen flater mee slaat in een battle als deze. Door zijn gebrek aan een officiële videoclip (het nummer kende geen single release) is het geen erfgoed zoals ‘Best Song Ever’ dat wel is. Toch vonden fans het liedje zó lekker dat ze met behulp van een soort van stock footage een eigen clip monteerden. En terecht. Wat blijft is een banger die honderd jaar lang in je kop blijft hangen én je dwingt je Harry Styles-kapsel los te gooien en te dansen. No Control.

Bijdrage Halbe Kroes: Petite Meller – Baby Love (2016)

Dans je gebroken hart weer heel

In 2015 komt Petite Meller met deze poppy, of zoals ze zelf zegt nouveau jazzy pop single. In die tijd luisterde ik veel naar radio, meestal 3FM. Het waren de laatste stuiptrekkingen van de gouden jaren van dat station. Het nummer werd geïntroduceerd door DJ Michiel Veenstra, die toentertijd in de ochtend zijn show presenteerde. Mede door het aanstekelijke enthousiasme van Veenstra over dit nummer ben ik het vaker gaan luisteren. En gezien de sound een vreemde eend in de bijt in mijn platenkast, daarom deze bijdrage.

Petite Meller is geboren Française, maar opgegroeid in Tel Aviv, Israël. Als kind luisterde ze heel veel naar Afrikaanse artiesten zoals Fela Kuti en ook het album Graceland van Paul Simon deed het goed in huize Meller. Stevig beïnvloedt door die stromingen brengt ze Baby Love uit in 2015 als voorloper van haar debuutalbum een jaar later. Zodra je het nummer op zet komen bongo’s en conga’s je tegemoet onder begeleiding van een herhalend piano riedeltje. Erg aanstekelijk en je krijgt direct zin om de voetjes van de vloer te doen. 

Ta da da da da da da
Ta da da da da da
Ta da da da da da

Ondanks de hitgevoeligheid van deze track en het onverzettelijke pushen van eerder genoemde radio-dj is het nooit echt van de grond gekomen en heeft het nimmer het grote publiek bereikt. Het nummer kent een heerlijke opbouw, met een explosie van geluid, blazers, koortjes en drumsectie gaan helemaal los tot het einde. Later zal Petite Meller uitleggen dat het nummer gaat over een meisje wat ze ontmoette in West-Afrika die grote delen van de dag aan het dansen was. Bij navraag waarom ze zoveel moest dansen, antwoordde het meisje dat ze niet anders kon. Het bleek de beste pijnstiller voor haar om de ellende van de dag te doen vergeten.

You just knock me off my feet
I’m sweating off my body
I shiver
When I’m walking on the street
I’m tryin’ not to worry
Have mercy

Al met al was en is het voor mij een liedje wat mij doet dansen, en samen met de persoon waar de song over gaat af en toe de sombere tijden des levens vergeten. En laten we wel wezen, elke dag een dansje maakt de wereld vele malen mooier.

Keuze Jasmijn Godding: De Jeugd Van Tegenwoordig – Kijk Ze Daar (Ook Leuk) (2018)

Lekker sarcastisch en poëtisch zeiken is ook een guilty pleasure!

Oorspronkelijk wilde ik deze battle-inzending aan Boney M. wijden, maar toen ik begon te schrijven besefte ik me dat ik dit eigenlijk alleen in de kroeg mee-blér en niet graag zelf (lees: nuchter) opzet. Vandaar een andere keuze: Kijk Ze Daar (Ook Leuk) van De Jeugd Van Tegenwoordig!

Ik ben al jarenlang enorm fan deze ‘vier iconische klootzakken’, en daar voel ik met over het algemeen totaal niet schuldig over. De beats zijn vet, de productie knalgoed en de teksten grof doch intelligent. Uiteraard is lang niet alles wat ze uitgebracht hebben van hetzelfde niveau, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik soms juist op de minder bijzondere nummers heel erg goed ga. Kijk Ze Daar (Ook Leuk) is daar een goed voorbeeld van.

Deze track is te vinden op de plaat Luek uit 2018, waarover de meningen nogal uiteenlopen. Een team van 3 voor 12 heeft het in 2019 bijvoorbeeld als slechtste album van de Jeugd verkozen, terwijl o.a. een recensent van Oor het album in 2018 toch in een positief daglicht stelde. Persoonlijk denk ik dat er zowel qua productie als qua teksten een aantal hele sterke tracks tussen staan, bijvoorbeeld Torpedo en Gemist’. De algehele vibe van Luek is natuurlijk wel heel anders dan op albums als Parels Voor De Zwijnen of De Lachende Derde. Dat is op zich ook niet gek; de heren leven inmiddels toch andere levens, met vaste relaties en kinderen. Ouderwetse onderwerpen als drugs, seks en kattenkwaad komen nog steeds aan bod, maar zijn afgewisseld met nummers als Wittewijnmuziek en Hoe.

Goed. Dan nu over naar Kijk Ze Daar (Ook Leuk). Dit nummer voelt bijna als een inside joke op het album. Het volgt namelijk de titeltrack: Leuk, die naar mijn mening klinkt als een soort introductie-track van een NPO Zappelin-serie (maar dan met iets grovere coupletten):

Handen in de lucht voor het refrein
Hé, dat kan best wel leuk zijn
Weet je wie samen leuk zijn?
Kijk ze daar, Bas, Fred, WiWa en Yayo

Leuk an sich vind ik eigenlijk helemaal niet zo leuk, maar het vervolg des te vetter. Kijk Ze Daar (Ook Leuk) klinkt namelijk als een soort gare remix-versie, met een vertraagde beat en dezelfde introlyrics maar dan lager gezongen. Dit wordt gevolgd door twee coupletten, gerapt door Willie Wartaal en Faberyayo – Vjeze Fur ontbreekt helaas – die even vertellen hoe het met ze gaat, en vooral flink wat frustraties en irritaties uiten. Lekker sarcastisch en poëtisch een potje zeiken is af en toe toch ook gewoon een guilty pleasure? Zéker als contrast met het overdreven vrolijke Leuk. Als je deze hele plaat niks vindt dan mag dat trouwens ook. As Yayo once said:

Ik ben hier niet om je problemen op te lossen,
that’s what you do Google een how to op YouTube
Houdoe

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.