Uit onderzoek blijkt dat de Nederlanders snoepers zijn en dit is tijdens de pandemie verergerd. Drop en chocolade zijn de favorieten; de verkoop van het laatste is zelfs met 15% toegenomen en sommige snoepwinkels zien een verkoopstijging van 50%! Chocola maakt in de hersenen het gelukhormoon phenylalanine aan, een stofje dat je simpelweg blij maakt en dat (b)lijkt hard nodig in Corona-tijd.

Ook kinderen zijn er dol op, zei het ouders van peuters ietsje minder. Het blijft toch een leuke verrassing wanneer het kind zijn of haar luier uitpakt, zich lekker met poep ingesmeerd heeft of het als vingerverf op het behang en tapijt achterlaat. Na zo’n ervaring en na het schoonmaken lust je wel even een chocolaatje…of toch niet?

In de muziek is de lekkernij een veel terugkerend onderwerp. Musici blijken dus (oude) snoepers. En kennelijk is de combinatie van sigaretten en chocolade onweerstaanbaar gegeven het  overzicht.

Keuze Tricky Dicky: The Chocolate Watchband – Don’t Need Your Lovin’ (1967)

Tijdsbeeld

Ik wil geen intro uitsmeren, dus direct op naar mijn onderwerp van deze battle: The Chocolate Watchband. Niet te verwarren met de (vrijwel) gelijknamige Engelse popband (The Chocolate Watch Band die in 1967 slechts twee singles heeft opgenomen). De Amerikaanse tegenhanger, twee jaar eerder opgericht, is een psychedelische garagerockband die als een van de hardere bands uit dat decennium gezien wordt. Eind jaren zestig maken ze drie albums; de laatste als The Chocolate Watchband om de verwarring nog wat groter te maken). Hun meest bekende single is een cover van The Kinks’ I’m Not Like Everybody Else. Ze worden als het Amerikaanse antwoord op The Rolling Stones gezien.

In 1967 wordt de film Riot On Sunset Strip opgenomen: een contracultuur film over het leven van de lokale jeugd rondom de Sunset Strip hippie-opstand in 1966 dat gepaard ging met artistieke vrijheid maar ook alcohol en drugsmisbruik en verkeersoverlast. Het stadsbestuur richtte haar pijlen op de Whiskey A Go Go en Pandora’s Box én stelde een avondklok in. De muziekfans zagen dit als een inbreuk op hun burgerrechten en meerdere demonstraties waren het gevolg met  beroemdheden als Jack Nicholson en Peter Fonda: de Easy Rider-mannen. Deze gebeurtenis leverde inspiratie voor onder andere For What It’s Worth (Buffalo Springfield), Plastic People (Mothers Of Invention) en Safe In My Garden (The Mamas & The Papas).

De soundtrack van de film bestaat uit liedjes door onbekende bandjes plus The Standells, The Sidewalk Sounds en The Chocolate Watchband. De laatste treedt ook op in de film met Don’t Need Your Lovin’. Een heerlijk tijdsbeeld.

Keuze Peter van Cappelle: The Beatles – Savoy Truffle (1968)

Waarschuwing van George Harrison aan zijn snoepende vriend Eric Clapton

Eigenlijk is The White Album van The Beatles (hoewel die bij de release niet eens die titel had, maar naamloos werd uitgebracht) een gevarieerde chocoladebox met verschillende smaakjes. Op het dubbelalbum serveerden ze verschillende stijlen. Van jaren ’20 jazz (Honey Pie) tot oer heavy metal (Helter Skelter), van country (Ringo’s Don’t Pass Me By) tot ska (het zo gehate Obla-di-Obla-Da), en van Bluesrock (Yer Blues) tot Avantgarde (de geluidscollege Revolution 9). Ook wordt vaak beweerd dat het in feite vier soloprojecten op één album zijn, omdat ze voor dit album vrij regelmatig apart van elkaar te werk gingen. Mede doordat tijdens deze sessies de eerste barstjes ontstonden dat uiteindelijk tot hun breuk zou leiden. Zo stapte Ringo op tijdens de opnames van Back In The U.S.S.R. (om later weer terug te keren), en George Martin ging op een lange vakantie, omdat hij zich voelde als een leraar die zijn leerlingen niet meer in bedwang kon houden.

Inmiddels was George Harrison ook verder in zijn ontwikkeling als songwriter. Waar hij altijd het duo Lennon & McCartney voor zich moest dulden stak hij ze op The White Album voor het eerst naar de kroon met een aantal sterke composities. Natuurlijk zijn beste nummer op het album en het bekendst is While My Guitar Gently Weeps. Waarop er voor het eerst een andere artiest met The Beatles meespeelde, want Harrison vroeg zijn vriend Eric Clapton om de gitaarsolo in het nummer voor zijn rekening te nemen. En dat zou niet het enige nummer op The White Album blijven waarin Clapton een rol speelt.

In een andere bijdrage van Harrison, het soulvolle Savoy Truffle, waarschuwde hij zijn chocoladeverslaafde vriend (al was Clapton in die periode aan nog wel meer dingen verslaafd). Voor de tekst werd Harrison geïnspireerd door de inhoud van een doos Mackintosh Good News bonbons. Hij waarschuwt zijn vriend dat zijn tanden het begeven als hij te veel chocola blijft snoepen. Uiteindelijk snoepte Clapton niet alleen chocola, maar snoepte hij ook George Harrison’s vrouw Patti Boyd uiteindelijk van hem af. Wat leidde tot zijn hartenkreet in zijn Derek & The Dominoes-klassieker Layla. De vriendschap tussen Harrison en Clapton heeft er niet onder geleden, maar uiteindelijk liep ook het huwelijk tussen Eric en Patti halverwege op de klippen. You have to have them all pulled out after the savoy truffle’ Had Harrison dan toch een vooruitziende blik daarop en was Savoy Truffle niet een metafoor als waarschuwing?

Keuze Annemarie Broek: Hot Chocolate – Put Your Love In Me (1978)

Onweerstaanbaar

Tussen de examenperikelen enerzijds en de popmuziek van The Stones en The Kinks anderzijds had ik het bestaan van Hot Chocolate eigenlijk niet opgemerkt. Ach, het werd bestempeld als ‘disco’ en dus vond ik dat ik er niet naar hoefde te luisteren. Beetje spijtig wel, achteraf, want het was eigenlijk wel  een goed bandje.

De groep was in 1967 opgericht door Errol Brown en zijn maat Tony Wilson, beiden afkomstig van  Jamaica. Hun eerste opname (voor Apple) was een geheel aparte vertolking van Give Peace A  Chance, die – hoe slecht en controversieel ook – toch door John Lennon was goedgekeurd. Maar daarna begonnen de grote hits te komen. Brown en Wilson schreven de meeste van deze hits maar leverden ook materiaal aan voor bijvoorbeeld Hermans Hermits en Mary Hopkin.

Als je beelden bekijkt van hun optreden in 1977 bij ZDF, zie je Errol Brown, zanger en boegbeeld:  een zanger met een olijk gezicht, een dopneus, een hangsnor en een erg kaal hoofd die al swingend bijna uit zijn zeer krappe broekje scheurt. Dat was toen modern. Maar het publiek weet het optreden best te waarderen.

Voor dit stukje heb ik een duik genomen in het hit-repertoire van Hot Chocolate. Ik vond Put Your Love In Me het meest representatieve nummer, omdat hierin overduidelijk wordt waar het in de muziek maar vooral het leven om draait. Errol Brown brengt een niet mis te verstane boodschap aan zijn liefje: Take me to the very heart of you. Tonight I wanna touch the stars, Tonight I wanna be in heaven. En nog wel op zo’n manier dat zelfs mijn oude oma hem niet had kunnen weerstaan.

Keuze Edgar Kruize: The Time – Chocolate (1990)

Tootsie roll

Er is van die muziek die in je hoofd gebeiteld zit in een bepaalde setting. Voor mij is het album Pandemonium van The Time er eentje die de zomer van 1990 heeft gedefinieerd. Al bij de eerste tonen van de ‘droomscene’ die het album opent, sta ik in gedachten weer op een Zuid-Franse camping nabij Arles. Het is wat mij betreft nog altijd het beste album van de band, al is ‘de band’ natuurlijk altijd het speeltje van Prince geweest, die het gros van hun muziek helemaal zelf inspeelde. Dit ondanks het talent dat zich daadwerkelijk in die band bevond. Want met producergrootheden Jimmy Jam en Terry Lewis én gitaarheld Jesse Johnson in de gelederen (en de charismatische frontman die Morris Day is) had deze groep het zelf ook zeker wel gered.  Het onweerstaanbaar funky Chocolate is er ook zo eentje die met name uit de koker van Prince komt en je zou het zelfs een sleutelnummer in zijn oeuvre kunnen noemen.

Vandaag (7 juni) zou Prince 63 jaar oud zijn geworden. Terugkijkend op zijn werk en leven, kan je een aantal momenten aanwijzen die de koers van zijn carrière behoorlijk hebben beïnvloed. Rond de opnames van het nummer Chocolate kwam een aantal van dat soort momenten bij elkaar. Het nummer is goeddeels in april 1983 opgenomen, zeven jaar voor het uiteindelijk werd uitgebracht. Het was bedoeld voor het derde album van The Time, maar in die band rommelde het nogal. Als gezegd, er zat meer dan genoeg talent in die band om op eigen benen te kunnen staan, maar Prince gebruikte de meeste bandleden gewoon als marionetten. Hij speelde alles zelf in en zij moesten het op het podium exact naspelen. Zeker Jimmy Jam en Terry Lewis waren dat beu. Die waren al aan de weg aan het timmeren als producenten en hadden – tot groot ongenoegen van Prince – even daarvoor een show gemist, omdat ze de S.O.S. Band (hit Just Be Good To Me) aan het produceren waren en een sneeuwstorm hun vlucht terug had belemmerd. De dag nadat Prince de basis van Chocolate had opgenomen (en vier dagen voor Morris Day in de studio werd verwacht om medewerking te verlenen) zijn Jimmy Jam en Terry Lewis ontslagen uit The Time. Dit leidde uiteindelijk tot meer gerommel, The Time viel helemaal uit elkaar nog voor album drie goed en wel uit was en Jam en Lewis werden uiteindelijk een van de meest succesvolle producerduo’s aller tijden (met name hun werk voor Janet Jackson is legendarisch). Chocolate verdween op de plank.

Nog even terug naar die opnames echter. Want niet alleen in The Time rommelde het, in Prince’s eigen band was ook wat onvrede. Met name gitarist Dez Dickerson voelde zich steeds minder blij met het werk dat hij moest spelen. Prince’s expliciete teksten botsten met Dickerson’s geloofsovertuiging en het feit dat de bandleider beroemder werd dan zijn begeleidingsband zat hem ook niet lekker. Aan het eind van de 1999 tour (de laatste show was een week voor de opnames van Chocolate) verliet hij de band. Toetseniste Lisa Coleman had een vriendinnetje dat ook niet onverdienstelijk gitaar kon spelen: Wendy Melvoin. Die kon meteen aanschuiven, want ondanks dat The Time in Jesse Johnson een erg goede gitarist in huis had, koos Prince er toch voor om ‘eigen mensen’ te gebruiken. Ook al kwamen die letterlijk pas net kijken. Op het nummer Chocolate is Wendy Melvoin voor het eerst op gitaar (en zang) te horen. Met haar in de gelederen ontstond The Revolution, nog altijd de meest iconische begeleidingsband die Prince ooit heeft gehad en juist met Wendy & Lisa als sparringpartners werkte Prince naar een ongeëvenaarde creatieve piek toe in de jaren ’80. Het einde van The Time en de start van The Revolution vallen dus letterlijk tijdens de opnames van één nummer samen.

Flash forward naar 1990. The Revolution bestaat niet meer, Wendy & Lisa zijn exit, maar The Time komt weer bij elkaar voor een album waarin de perfecte balans wordt gevonden tussen enerzijds Prince’ (nog altijd dominante) input en anderzijds de direct herkenbare hand van Jam en Lewis. Het voor album drie bedoelde Chocolate wordt afgestoft bijna integraal gebruikt zoals in 1983 opgenomen. De funky gitaarpartij van Wendy waarmee ze haar opnamedebuut maakte in kamp Prince, kwam dus jaren na haar vertrek pas officieel uit, toen de band die tijdens de oorspronkelijke opnames uit elkaar was gevallen weer bij elkaar kwam. Bent u daar nog?

Om het allemaal ingewikkelder te maken, horen we Morris Day hier duidelijk refereren aan The Time-gitarist Jesse Johnson (Jesse you play something) ook al speelt Johnson die gitaarpartij dus niet. Maar ook dat is normaal in de Prince-wereld. Als Prince zelf in Kiss ‘little girl Wendy’s parade’ zingt, start een gitaarsolo die hij zelf heeft ingespeeld, maar die Wendy in de clip moet playbacken. Prince komt zelf in Chocolate overigens ook nog even langs in het hoorspelintermezzo halverwege, als de overijverige ober die de extra’s bij het menu komt opsommen.

Afijn, Chocolate is een onweerstaanbare Funkgroove met een tekst waar nu niemand meer weg mee zou komen. De ‘chocolade’ waar naar verwezen wordt is het lichaam van de objet d’amour van de door Morris Day geweldig gespeelde protagonist. Hij hunkert naar haar ‘chocolate’, maar krijgt steeds het deksel op zijn neus. Als ze op een gegeven moment hoofdpijn heeft, briest hij I ain’t tryin’ to brag baby, but if I ever get you in the bed, I’ll work that body so hard, you’ll wish all you had was an achin’ head! De 16-jarige Edgar vond het maar wat komisch in 1990. Nu nog steeds eigenlijk, al zie ik ook wel hoe vrouwonvriendelijk het is. De verwijzingen naar chocolade gaan maar door overigens, want  voor het geslachtdeel van Day worden de namen van diverse chocoladesnacks van stal gehaald. Don’t you wanna see my Tootsie Roll?, vraagt hij. Wat op zich ook best komisch is, omdat een Tootsie Roll een vrij klein chocosnoepje is. Vergelijkbaar met het formaat van een Chocotoff. Maar ook de reep 3 Musketeers komt voorbij en de bij ons ook verkrijgbare Milky Way. Onderbroekenlol? Absoluut, maar oh zo aanstekelijk!

In de zomer van 2011 deed Prince twee verrassingsconcerten in de Melkweg. Ik was bij de tweede avond aanwezig en verdorie, halverwege de show komt ineens het oh zo catchy basloopje van Chocolate voorbij. Het lijkt een jam. Maar toch direct een kippenvelmomentje. Woeha! Een fragment uit nummer dat hij nooit eerder live heeft gespeeld, zo uit het niets op een warme zomeravond in Amsterdam! Het basloopje houdt aan, de band zet in en… Geweldig! Hij speelt gewoon het héle nummer. Voor het eerst, ooit! En dat was voor mij een soort sleutelmoment. Ook dan ben ik in no-time weer terug op die camping bij Arles, jeugdherinneringen schieten in flarden door me heen en toch sta ik in het ‘hier en nu’ van die geweldige en onverslijtbare groove te genieten. Zo op de dag dat hij 63 zou zijn geworden, gun ik mezelf die ervaring nog eens, dus bij deze gaat Chocolate hard op.

Keuze Der Webmeister: Chef (Isaac Hayes) – Chocolate Salty Balls (1998)

Lik m’n ballen!

Stilaan was ik gewend geraakt aan Battles met prachtige, verheven, en universele thema’s als Liefde of Geluk. Thema’s die ook weer zo generiek zijn dat je er in feite ieder lied wel aan kan verbinden. Het thema van deze week is dan wel erg specifiek, ik kon er in eerste instantie geen.. eh.. chocola van maken. Maar zoals iedere week daalde het nummer van mijn keuze vanzelf op me neer.

Als u nooit de serie South Park heeft gezien dan heeft u waarschijnlijk niet geleefd. De serie is al 25 jaar een politiek erg incorrecte combinatie van cartooneske grofheden en politieke satire, en vaak extreem grappig in mijn ogen. In de eerste 10 seizoenen figureerde een medewerker van de schoolkantine genaamd Chef, met de stem van zanger Isaac Hayes, die u in ieder geval hoor te kennen van Theme From Shaft. Chef is intelligenter dan de doorsnee volwassene in South Park, en is wellicht daarom de enige volwassene die serieus wordt genomen door de hoofdrolspelers Stan, Kyle, Kenny en Eric, vooral omdat hij ze van eerlijke volwassen adviezen voorziet. Vaak ook iets tè volwassen, want Chef blijkt niet alleen intelligent, maar ook – op een grappige manier – buitengewoon oversekst te zijn. Wat bijvoorbeeld blijkt uit zijn onvermoeibare behoefte aan one night stands, en meestal gaat die behoefte gepaard met het zingen van een lied. In die 10 seizoenen heeft Chef met zo’n beetje alle vrouwen van South Park het bed gedeeld.

Seizoen 2 van South Park bevat een aflevering over een eenmalige Indie-film festival, waarin allerlei kunstzinnige types South Park bezoeken, en Chef probeert daar een financieel slaatje uit te slaan door zijn Chocolate Salty Balls aan de man te brengen. Het bijbehorende lied begint als een opsomming van de ingredienten, op een broeierige, erotisch geladen wijze gezongen. In het refrein gaan alle remmen los, en komen de ware bedoelingen van Chef bovendrijven. Hoe Chef zijn ballen hier ophemelt is allang de dubbelzinnigheid voorbij.

Say, everybody, have you seen my balls?
They’re big and salty and brown
If you ever need a quick pick me up
Just stick my balls in your mouth

Het lied verscheen op het Chef Aid-album en ook als single, dat begin 1999 de eerste plek van de Britse hitlijsten haalde, en een 6de plaats in de Nederlandse Top 40. Helaas allemaal niet te streamen.

Bijdrage Lenny Vullings: Tom Waits – Chocolate Jesus (1999)

I love it

De eerste vijf seconden van Chocolate Jesus geven ons meteen alle informatie die we moeten krijgen: een kraaiende haan, een hi-hat die klinkt als blik, een banjo die klinkt als blik, een Bluesharp die klinkt alsof het is opgenomen met een blik, en de bovenstaande woorden in de titel. Voeg hier een doffe contrabas en de wat minder doffe stem van Tom Waits aan toe, en het is een recept voor rustieke perfectie.

Waits ‘zingt’ dit nummer voor iedereen die de moeite van het geloof een keer wil vermijden. Heb je het zaterdag laat gemaakt en komt de kerkdienst op zondag net iets te vroeg? Zijn je ogen moe en is dat Bijbelvers onthouden te veel gevraagd? Neem een chocolade Jezus en neem zo het geloof op een alternatieve manier tot je! Voorafgaand aan een (briljant) optreden bij Letterman vertelt Waits – die de absurde verhalen nooit schuwt – over een mogelijke inspiratie achter het nummer: er zouden kleine snoepjes met een kruis en een Christelijke boodschap erop bestaan; een ‘van zondevrij suikergoed’ speciaal voor de gelovige die op zondagochtend de snoozeknop uit wil spelen. Als Waits hierna door een megafoon begint te schreeuwen, bewegend als een pinguïn met één flipper in het stopcontact, is de komedie compleet.

Tussen de komische zinnen en de boerderijgeluiden door zou je hier wat maatschappelijke kritiek kunnen bespeuren over zaken als consumentisme en kapitalistische uitbuiting van een geloof, maar die interpretatie ligt bij de luisteraar. Eindstand is dat Chocolate Jesus bijna vier minuten heerlijk vermaak is; de tekst is zalig en de voordracht al helemaal, drie simpele akkoorden kabbelen rustig voort, Charlie Musselwhite op Bluesharp is altijd winst, en de haan die af en toe voorbijkomt gaat nooit, maar dan ook nóóit vervelen; zelfs niet als je het nummer tien keer achter elkaar draait, omdat je er een blog over schrijft. I love it.

Keuze Freek Janssen: Rufus Wainwright – Cigarettes And Chocolate Milk (2001)

Tom Waits en Rufus Wainwright, elkaars tegengestelden, maar ik hou van allebei

Eigenlijk, heel stiekem, had deze bijdrage moeten gaan over Chocolate Jesus van Tom Waits. Over een muziekcamping in Denemarken waar we al sinds 2013 komen, waar elke avond ‘gejamd’ wordt door de tijdelijke bewoners. Over Bob, een zestiger met een voorliefde voor de mondharmonica, die ik daar ontmoette en met wie ik samen liedjes instudeerde. Met gitaar en mondharmonica natuurlijk. Onze favoriete (naast The River van Bruce Spingsteen): Chocolate Jesus van Tom Waits. We speelden hem niet geheel zonder succes tijdens het jaarlijkse ‘vlotconcert’, een speciale jamsessie op een steiger in het meer bij deze fantastische camping.

Dat een onze nieuwe blogger Lenny, begin 20, dit liedje ook al had uitgekozen, dat is natuurlijk fantastisch. Daarom ga ik voor keuze 2: Cigarettes And Chocolate Milk van Rufus Wainwright. Het nummer gaat over de geneugten des levens en hoe je je daar kunt laten verleiden. En dat je weet dat je je daar niet aan moet overgeven, maar het niet kunt laten. En dat je jezelf dat kwalijk kunt nemen.

Everything it seems I like’s a little bit stronger
A little bit thicker, a little bit harmful for me

Het prachtige aan Cigarettes And Chocolate Milk (naast de altijd zoetgevooisde, ietwat luie stem van Rufus) is de ontwikkeling van de melodie: eerst zoet en simpel, later wordt ie wat urgenter, wringender en bijna zelfs een tikkeltje Oosters. Nog niet zo ver als het Midden-Oosten, waar onze Chocolate Jesus vandaan komt, maar toch.

Rufus en Tom: qua zang konden ze niet verder uit elkaar liggen. Ik hou van allebei

Keuze Jeroen Mirck: Rufus Wainwright – Cigarettes And Chocolate Milk (2001)

Verslaving

Misschien wel het ultieme muziekstuk over chocolade is deze vroege pianoballad van Rufus Wainwright, waarmee hij zijn fraaie tweede album Poses opent en afsluit. Nou ja, ballad… Ondanks de benadrukte melancholie is het tegelijk een heel vrolijk nummer, dat in de reprise op zijn doorbraakplaat zelfs nog wat is aangezet met extra percussie. Rufus Wainwright verrast met ‘tongue in cheek-humor’, waarmee hij de toch wat zware thema’s decadentie en verslaving op een relativerende manier uitserveert.

Cigarettes and chocolate milk
These are just a couple of my cravings
Everything it seems I like’s a little bit stronger
A little bit thicker, a little bit harmful for me

Het moge direct duidelijk zijn: Wainwright gebruikt (zijn?) verslaving aan sigaretten en chocolademelk als metafoor voor nog veel heftigere verslavingen die voor een popster als hij voortdurend op de loer liggen. Of zoals hij het zelf zegt: And then there’s those other things which for several reasons we won’t mention. Onderwerpen die veel vreemder, zwaarder en dodelijker zijn. Onderwerpen waar de meeste mensen het liever niet over hebben. Onderwerpen die tot censuur leiden op radio en televisie. Dus omschrijft Wainwright ze creatief en daardoor juist extra scherp en herkenbaar. Het nummer begint rustig en klein, met een simpel pianoriedeltje, maar ontbolstert tot een veelkleurige bloem zoals alleen de theatrale Wainwright dat kan. Met als prachtige afsluiter: So please be kind if I’m a mess. Een onvergetelijke en ondergewaardeerde klassieker.

Keuze Marco Groen:  Snow Patrol – Chocolate (2003)

De druppel die de emmer doet overlopen

Er zijn van die mensen die over de unieke gave beschikken om wanneer ze muziek horen die ze niet eerder hebben gehoord, meteen als ‘goed’, ‘geweldig’ of ‘helemaal niets’ te kunnen bestempelen. Een eigenschap die de opsteller van dit stukje tekst niet bezit. Bij vrijwel alle artiesten die met nieuw werk komen heb ik meerdere luisterbeurten nodig voordat ik er iets over kan zeggen. Een uitzondering daarop was het album The Final Straw van Snow Patrol. Daarbij gaat het dan met name om het nummer Chocolate.

Het was in 2004 dat we met een groepje naar de toenmalige Heineken Music Hall togen. Daar zou een unieke gebeurtenis plaatsvinden: de legendarische, half-mythische band The Pixies trad op in de Amsterdamse muziekdoos. De ‘Kim’ van dat moment was nog gewoon de originele Kim, namelijk Kim Deal. Ergo: The Pixies traden op in de oorspronkelijke bezetting. Feest!

We waren vrij vroeg aanwezig, waardoor we zowaar het voorprogramma meekregen. Dit waren een paar ingetogen Schotse jongens, met dito muziek. Het kan zijn dat de positieve vibes van dat moment hun werk deden, maar voor mij was al na een nummer duidelijk: dit is goed. Erg goed. Waarschijnlijk heb je al geraden dat het om de band Snow Patrol ging, die hun eerste album ten gehore brachten. Het album waar Run op te vinden is, samen met het iets minder bekende Chocolate. Met Run kwam het helemaal goed; het nummer werd een doorslaand succes. Het was een opstapje naar een grotere bekendheid dan de Pixies ooit gehad hadden. Helaas raakte de tweede single Chocolate hierdoor behoorlijk ondergesneeuwd. Onterecht natuurlijk. Het heeft minstens dezelfde diepgang als Run en doet qua arrangement ook niet onder.

De betekenis van Chocolate is wat lastig te doorgronden. Het zou kunnen gaan over spijt over vreemdgaan of spijt over drugsgebruik. Voor beiden valt wat voor te zeggen. Het is meteen een indicatie van de tekst; die zit nogal goed in elkaar. Zo ongeveer net zo goed als het optreden in 2004, waarbij ik er zeker van ben dat ze dit nummer speelden. Zo uit mijn hoofd wensten ze het publiek vlak voor hun laatste nummer veel plezier bij de Pixies, waarna Run werd ingezet. Niemand liep weg.

Keuze Joop Broekman: The 1975 – Chocolate (2013)

Gevaarlijk lekker

Wanneer je zegt dat chocolade een van je favoriete lekkernijen is, dan heb je al snel medestanders. Tot je zegt dat je van zo puur mogelijk houdt, zelfs 99 tot 100%. Zo, dan haken ze bijna allemaal weer net zo snel af. Dat bittere is dus niet voor watjes. En je moet er ook geen hele reep van opeten. Gewoon een paar kleine stukjes, voor die smaaksensatie. Met een goeie espresso ernaast heb je een prima combo. Over afhakers gesproken, begin eens over (iets minder pure) chocolade en zontomaat. Of over chocolade en gember. Bittere chocolade en chilipeper zijn trouwens een marriage made in heaven. Maar dat vind ik.

Voor een goede song over chocolade moest ik wel even zoeken. Dat The 1975 er al in 2013 een hitje mee had, was me echt ontgaan. Deze band kwam pas vorig jaar goed bij mij in beeld met de fijne singles You & Me Together Song en If You’re Too Shy (Let Me Know). Maar over het album Notes On A Conditional ben ik het nog niet helemaal eens met mezelf, dus deze gaat niet in mijn kast terecht komen. Pop, rock, indie, electro, dat trek ik allemaal nog wel. Two-step, daar bedank ik voor. En kleine Greta in de openingstrack? Niet doen, joh. Ik werd wel getriggered om even de rest van hun albums te checken. Daar gebeurt toch echt teveel op. Tussen mijn oren wil het maar geen gehoor worden. Zeker als je per plaat minstens vier keer skipt omdat je een nummer niet om aan te horen vindt. Al kon ik hun eerste schijf nog probleemloos uitzitten. Dat dan weer wel.

Toch zit hun muziek slim genoeg in elkaar om festivalweides en de grotere zalen plat te spelen. En dat al een jaar of acht. Ik houd het wel bij af en toe een enkele track. In 2013 klonken ze nog wel behoorlijk fris en met een stevig Engels accent in de zang. Dat is er nu wel aardig afgesleten.
Chocolate gaat trouwens over iets héél anders. In het nummer wordt niet de verslavende lekkernij bedoeld, maar is het een eufemisme voor marihuana. Ook wel verslavend, alleen hoef je met een stapeltje van de eetbare variant niet op de vlucht voor de politie.

Now run, run away from the boys in blue
Oh, my car smells like chocolate
Hey now, I think about what to do
I think about what to say
I think about how to think
Pause it, play it, pause it, play it, pause it

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.