Iedereen kan van tijd tot tijd weleens een schouderklopje of complimentje gebruiken. Even laten merken dat je meer dan behang of een wormvormig aanhangsel bent. En helemaal met Covid-19. Vandaag, 1 maart, is het World Compliment Day en dus hebben we een aantal complimenteuze liedjes op een rij gezet.

Keuze Annemarie Broek: Blood, Sweat & Tears – You’ve Made Me So Very Happy (1968)

Krachtig(er)

Mijn eerste kennismaking met Blood Sweat & Tears dateert uit 1968 toen ik voor een prikkie de gloednieuwe verzamelelpee The Rock Machine Turns You On kocht. Daar stonden nummers op van Bob Dylan, The Zombies en Simon & Garfunkel, maar ook van mij totaal onbekende groepen zoals Spirit, Taj Mahal en Blood Sweat & Tears.

En zo kwam ik  in aanraking met  de jazzrock, waar we in Nederland nog nooit van gehoord hadden. Het mooiste nummer vond ik toch wel My Days Are Numbered van een groep die zich Blood Sweat & Tears noemde. Vooral de zanger, Al Kooper, vond ik heel bijzonder met zijn hoge en snijdende stemgeluid. Op het tweede album van de Rock-serie Rock Machine I Love You stond gelukkig weer een nummer van Blood Sweat & Tears. Alleen … het klonk wel heel anders …

Het verhaal daarachter is dat bepaalde bandleden én de platenmaatschappij de stem van Al Kooper, de oprichter nota bene, niet goed genoeg vonden. Hij mocht voortaan alleen nog maar orgel spelen. Kooper verliet daarom de groep; als zanger koos men voor de Canadese bluesmuzikant David Clayton Thomas met een krachtige en zeer herkenbare stemgeluid.

In maart 1969 bereikte de band de tweede plek op de Amerikaanse hitparade met de single You Made  Me So Very Happy. Dit lied werd geschreven en voor het eerst bij Motown opgenomen door Brenda Holloway en haar jongere zuster Patrice. Brenda had in 1964 een hit gehad met Every Little Bit Hurts, een gevoelige ballad met duidelijke gospelinvloeden. En dat voor een achttienjarige! Haar versie uit 1967 werd ondersteund door een jazzy arrangement, dat ver boven de grenzen van de normale Motown-begeleiding uitstak.

De mannen van Blood Sweat & Tears volgden tot mijn verbazing dit arrangement tot in detail. Het mooie van dit lied is dat het de ultieme lovesong is zonder de gebruikelijke clichés van violen, tempo en instrumentkeuze. Het is een stevig stuk muziek dat nergens sentimenteel aandoet.

Keuze Alex van der Heiden: The Mission – Tower Of Strength (1988)

Eén en al waardering

Bijna een jaar geleden maakten we bij Ondergewaardeerde liedjes de hoopvolle verzameling die als doel had om wat hoop en uitzicht te bieden voor de eerste lockdown. Inmiddels dus bijna een jaar verder en een battle die niet helemaal hetzelfde is, maar wel met dezelfde doelstelling om een steuntje in de rug te geven of te krijgen. We hebben het allemaal een beetje extra nodig in deze tijden zo lijkt het.

Ik heb de goede gewoonte om collega’s af en toe een liedje cadeau te doen met een tekst die ik toepasselijk vind. Bijvoorbeeld in de vorm van een nieuwjaarswens. Dit nummer leende zich uitstekend om cadeau te doen aan een collega die altijd voor me klaar en achter me staat. Tower Of Strength van The Mission is een nummer dat twee kanten uit werkt, enerzijds geeft het een compliment aan iemand die houvast biedt. Tegelijkertijd een steun in de rug voor de schrijver die deze houvast krijgt. 

You stand firm and proud
When the wind blows in your face
And when the sun shines in your eyes
You just turn your head away
To me
You are a tower of strength to me

Dit nummer is ook in Nederland uitgekomen op single en was een zeer bescheiden hit in 1988 waar het drie  weken in onze Top 40 stond. The Mission dat een gedeeltelijke voortzetting vanuit The Sisters Of Mercy was, heeft niet heel veel meer hitsucces gehad dan dit nummer, terwijl ze zoveel meer moois hebben gemaakt. Nodig tijd voor een herwaardering en wat is dan mooier om een nummer te nemen dat één en al waardering is.

Keuze Alex van der Meer: Richard Thompson –  1952 Vincent Black Lightning (1991)

Uiteindelijk één van de beste nummers ooit

Toch weer een nummer van Richard Thompson. Het is niet de eerste keer dat ik een bijdrage schrijf over één van zijn nummers. Het is zelfs niet de eerste keer dat ik over één van zijn nummers van het album Rumor & Sigh uit 1991 schrijf. Richard Thompson heb ik heel hoog zitten. Hij was al heel belangrijk voor de folkrockgroep Fairport Convention en samen met zijn – toenmalige – vrouw Linda Thompson was hij tussen 1972 en 1982 verantwoordelijk voor een paar briljante albums. Solo ging hij vervolgens nog eens sterk door. In 1991 verscheen dus één van zijn beste albums met daarop in ieder geval een nummer dat je gewoon mogelijk moet rekenen tot één van de allermooiste ooit: 1952 Vincent Black Lightning.

Says Red Molly, to James, ‘Well that’s a fine motorbike
A girl could feel special on any such like’
Says James, to Red Molly, “My hat’s off to you
It’s a Vincent Black Lightning, 1952

Het nummer begint met de nodige complimentjes over en weer over een motorfiets, maar duidelijk wordt er natuurlijk flink op los geflirt tussen de twee hoofdrolspelers van dit verhaal, James Adie en Red Molly. Thompson weet vaak heel mooie verhalende nummers te maken. Niet alleen de muziek is hier perfect – als ik even complimentjes mag blijven geven – maar ook de tekst is zeer fijn. Je gaat sympathie krijgen voor James en Molly. Ook al is James een schurk die voortijdig aan zijn einde komt.

1952 Vincent Black Lightning is een heel traditioneel nummer. Je hoort een perfect folknummer, met alleen zang en meesterlijk gitaarspel. Het nummer voelt als veel ouder dan dertig jaar, het voelt als een nummer dat er altijd al was. Door de jaren heen hebben veel andere artiesten zich aan een uitvoering gewaagd. Ik was zelf in de gelukkige omstandigheid het live te mogen zien spelen door Sean Rowe. Onvergetelijk. Bijna exact een jaar later in dezelfde concertzaal mocht ik er weer van genieten, nu in een uitvoering van Robert Ellis. Het is nog steeds een droom om het door de meester zelf te mogen zien spelen. In een oeuvre dat al bijna zijn gelijke niet kent is 1952 Vincent Black Lightning nog een haast onmogelijk voor te stellen overtreffende trap. My hat’s off to you, Mr. Thompson!

Keuze Joop Broekman: Hootie & The Blowfish – Hold My Hand (1994)

Er voor de ander zijn

Goed, dan ben je liefhebber van vooral (hard)rock, metal en alternative. Natuurlijk heb je de nodige allemansvriendjes in de kast staan, maar alleen omdat jij die zelf ook echt goed vindt (en ook live hebt gezien, meestal wel een pré). Niet omdat ze zo populair zijn en je daarom dan ook maar een ceedee van de act in kwestie aanschaft (je weet wel, de salontafelkeuzes). Zulke mensen zijn er.

Cracked Rear View van Hootie & The Blowfish was zo’n geval. Vriendelijke en goudeerlijke radiorock, aangeraden door je vrienden. Nou, dan moest het wel goed zijn, toch? Misschien daardoor wel een van de snelst verkopende debuutalbums in de Amerikaanse muziekgeschiedenis. In twee jaar tijd 14 miljoen exemplaren wegzetten, dan kun je natuurlijk ook reacties vol afgunst verwachten. En niet alleen van muzieksnobs. Zo was een optreden van Sepultura niet compleet als Max Cavalera niet minstens één keer Fuck Hootie and The Blowfiiiiiiiiish! had geschreeuwd.

Het succes van het debuut is nooit meer overtroffen. Frontman Darius Rucker en de zijnen tikten met opvolger Fairweather Johnson (1996) nog wel vier miljoen stuks aan (in de Verenigde Staten), maar daarna was het niet veel bijzonders meer. In 2008 ging Rucker zijn eigen weg (als countryzanger). De band is sinds een paar jaar weer terug (aanleiding was het 25-jarig jubileum van het debuut) en kwam ook met nieuw werk. De bekendheid beperkt zich op dit moment nog steeds tot de overkant van de Atlantische oceaan.

Tijdens mijn vakantie op Aruba, begin ’96, zat Cracked Rear View in mijn stapeltje vakantieaankopen. Een aantal singles van het album kwam vaak genoeg voorbij op clipkanaal The Box om mij te overtuigen. Rock waar je je geen buil aan kon vallen, oprechte teksten, het raakte me. Ik weet nog dat single Time na de eerste keer luisteren meteen al fijn bleef hangen. Het gevoel van een warme deken, ook al was het toen op Aruba zo’n 30 graden. Iemand in mijn omgeving (terug in Nederland) durfde het EO-muziek te noemen. Ik pareerde met het bestaat niet relimuziek zó goed verkoopt, enneh….de EO draait dit echt niet. Klopte ook gewoon.

Hier kennen we deze band vooral van Only Wanna Be With You. Maar ik vind vooral Hold My Hand een juweeltje. En vanuit je hart tegen iemand zeggen dat je hem/haar met al je liefde wil steunen, dat is zeker wel een compliment waard. Op Hold My Hand hoor je trouwens David Crosby meezingen. Maar dat terzijde. Een paar keer per jaar draai ik Cracked Rear View helemaal en na al die tijd is het nog steeds een erg prettige plaat. Met veel complimenten, trouwens.

Hold my hand
Want you to hold my hand
Hold my hand
I’ll take you to the promised land
Hold my hand
Maybe we can’t change the world but
I wanna love you the best that, the best that I can, yeah

Keuze Willem Kamps: Eels – Beautiful Freak (1996)

Een heel bijzonder cadeau

Tegenwoordig zeggen ze we zijn zwanger. Stompzinnige flauwekul natuurlijk, net zo tenenkrommend als de papadag, maar in 1996 wist ik wel dat ik vader ging worden. Volgens de berekeningen van de verloskundige op 22 maart 1997. Echt gepland was het niet – als je daar al van kunt spreken – want het ging allemaal wat vlotter dan verwacht en gedacht. Het was de tijd van strakker dan strakke broeken, en dat zou de snelheid en kwaliteit van het zaad niet ten goede komen. Die aanname werd hier in twee maanden tijd gelogenstraft, óf ik was de uitzondering op de regel. Hoe dan ook, ik was juist gestart met de deeltijd-HBO en dat kwam met die zwangerschap en het nakende ouderschap wat ongelukkig uit. Maar, niet getreurd, er stond iets moois te gebeuren en als het zover zou zijn zouden we het allemaal heus wel redden. De hele wereldpopulatie ging ons voor.

Bij de voorbereidingen hoorde niet alleen schilder- en ander opknapwerk, maar ook passende muziek draaien. Dat alles op basis van de zweverige wijsheid dat de foetus alvast aan bepaalde geluiden kon wennen waar je dan later profijt van kon hebben om hem of haar op z’n gemak te stellen. Hem of haar; wij wilden niet weten wat het zou worden. Gewoon ouderwets kijken wat eruit zou komen. De heerlijke verrassing: het is een…! Voor de kleur van de kamer maakte dat toch geen donder uit, die werd geel met groen. Ik draaide veel dezelfde muziek, vooral down-tempo om te voorkomen dat de nakomeling later uit de wieg zou stuiteren. Dus: Portishead, Morcheebah, Hooverphonic en, iets ruiger, Eels. Ik had enkele keren Rags To Rags gehoord en dat was reden genoeg om hun pas verschenen debuut Beautiful Freak aan te schaffen.

Een geweldig album. Ik zette het over op een cassettebandje, met de wenselijke titel Eelszzzzz… om dit later zachtjes af te spelen in de kinderkamer. Kortom, alles was op orde voor de grote dag en de totale verandering daarna. Die grote dag was een week later dan uitgerekend en viel precies op de verjaardag van zijn moeder. Zíjn, ja, het was een jongen, Mees. Een wel heel bijzonder cadeau, al viel het uitpakken nogal zwaar, maar waar we allebei nu al bijna 24 jaar plezier aan beleven. En zweverige wijsheid of niet, hij sliep goed op de muziek.
Ook bijzonder was ons eerste nog wat wankele uitje na de bevalling, een krappe maand later: Eels in Nighttown. Niet alleen een geweldig album, ook live was de muziek memorabel. Op een foto van die zomer sta ik met het in Rotterdam gekochte Eels T-shirt. Mees kijkt net over m’n schouder recht in de lens. Daaronder, op mijn rug de tekst Beautiful Freak. Mooi? Zeker, maar geen freak, althans, niet of nature.

Mark Everett zingt niet over onze freak, gelukkig niet. Zijn freak overweegt uit het leven te stappen. Everett hoopt die gedachte te ontmoedigen en complimenteert haar juist met haar anders zijn. Niet de zoveelste grijze volgzame muis: I wish there were more just like you. Dat past dan weer wel bij ons freakje. Zijn eigen gang gaan, vallen en opstaan, twee stappen voor-, één achteruit en drie opzij, maar hij komt er wel, nu zelf studerend aan de HBO. En met zijn muzikale bagage en voorkeuren zit het ook wel goed, al heeft hij sinds een jaar of vijf, zes toch ook in onze oren een wel érg afwijkende voorkeur: hardstyle. De wieg al lang ontgroeid, maar op die godvergeten takkeherrie stuitert ie alsnog als een gek door het huis. En wij met een beetje pech ook. In gedachten zetten we dan weer het vertrouwde slaapmuziekje aan: Eelszzzzz…

Keuze Remco Smith: Soulwax – Accidents And Compliments (2004)

Ongemak

Geboren en getogen in Twente, familie uit Groningen, dat laat sporen na. ‘Kon minder’ is al snel een groot compliment voor de Groninger en dat heeft zijn weerslag gehad in mijn doen en laten. Complimenten geven lukt wel, ontvangen een stuk lastiger. Ongemak, het gevoel van ‘where is the catch!?’ Geloof niet dat ik daar ooit echt aan ben ontsnapt.

Het is dan ook niet zo gek dat de zoektocht naar liedjes over complimenten een kwelling was. Mijn kruit had ik al verschoten, een paar weken geleden, met mijn stuk over In Spite Of Me van Morphine met de wonderschone zin I always knew you would succeed. No matter what you tried. Veel liedjes over complimenten vielen af; vaak is een compliment in een liedtekst een (verkapte) flirt zoals I bet that you look good on the dancefloor. Een compliment om iemand tussen de lakens te krijgen. Een compliment met bijbedoeling. Naar zo’n liedje was ik voor deze battle nou net niet op zoek.

Wel logisch dat ik uiteindelijk ben terecht gekomen bij Soulwax. De plaat Any Minute Now markeert de overgang van Soulwax als rockbank naar danceband. De plaat is ontzettend eclectisch: springt van industrial naar Kraftwerk-achtig naar een ballad naar pure dance. Any Minute Now is daarmee mijn favo Soulwax plaat. Op deze plaat staat Accidents And Compliments. Ongemak en miscommunicatie over complimenten:

Cause you don’t seem to bother
You don’t seem to understand
Accidents and compliments

Keuze Tricky Dicky: Mark Lotterman & Tessa Douwstra – Indie (2014)

Diep treurig

Toen ik Indie voor het eerst hoorde dacht ik WTF? Er gebeurt namelijk geen zak; de gitaarnoten zijn dusdanig simpel dat zelfs ik het waarschijnlijk nog onder de knie kan krijgen. De zang van Lotterman is eentonig als de pest, Tessa Douwstra zingt er als een fladderend vogeltje tussendoor en het achtergrondkoortje beperkt zich tot een repeterend dudududu. De tekst is deprimerend. Waarschijnlijk les gehad van zijn goede vriend Johnny Dowd, die volgens mij nog nooit iets vrolijks geschreven heeft.

En toch draai ik het regelmatig. Waarom? Ik hou van het onderkoelde van Lotterman en de cynische humor in de tekst. Ik hou van het vrolijke pingeltje. En Tessa Douwstra zingt zich als een volleerd interviewer door het lied, dat een paar sneren naar de muziekjournalistiek bevat. Indie? Wat is in godsnaam Indie? Nooit van gehoord. Hokjesgeest. Zo wie zo is het album Year Withour Summer een hebbedingentje net zoals de opvolger en geesteskind nummer vijf: Holland.

De Rotterdammer Lotterman was een kruising tussen Nick Cave, Lou Reed en Leonard Cohen. Was, want de muzikale put was volgens hem opgedroogd. De inspiratie weg en toen hij merkte dat hij liever bij zijn pleegzoon was dan bij een optreden was de keuze gauw gemaakt. In 2017 hing hij de gitaar aan de wilgen, want voor hem is er geen tussenweg. Geen half-musiceren. Alles of niets. Persoonlijk vind ik het bijzonder jammer, want zijn albums zweven tussen briljant en wispelturig, maar altijd vol met tekstuele pareltjes.

Terwijl ik dit schrijf kijkt mijn vrouw over mijn schouder mee. Je weet toch dat deze blog over een complimentje moet gaan?, zegt ze. Jawel, maar ik wilde al zo lang iets over Mark Lotterman en Indie schrijven. Ik geef er wel een draai aan.

Goed gedaan, jochie!

Keuze Freek Janssen: You, Me & The Other Folks – Wish (2018)

Een complimentje om troost te bieden

Cause you are more beautiful than what I’ve ever dreamed about
Though you don’t know it by heart
And you are more pretty than the stars that I wished on
Could I be the light in your dark

Zoet, lief, dromerig; Wish is niet het soort liedje dat mij normaal gesproken heel erg zou aanspraken. Een beetje Carpenters in de polder met een vleugje vleugje Belinda Carlisle.

Toch greep het me vanaf het eerste moment dat ik het in 2018 hoorde (het stond op een playlist met nieuwe muziek van Leo Blokhuis). De compassie en het medeleven waarmee zangeres Sandy Dane het liedje brengt, de muzikaliteit van het geheel; komt kei hard binnen.

Het compliment in dit liedje is in wezen een manier om iemand die het zwaar heeft te troosten.

I wish I was all
I wish I was more
I wish I stood tall
Oh I wish I were yours

I’ll hold on to your fears
I will shelter your storm
I will carry you home

Ondanks de steun van Leo Blokhuis heeft het liedje helaas nooit een groot publiek bereikt. I wish it had, dat had de band wel verdiend (en dat is inderdaad een complimentje).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.