Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De battle over een albumtrack die beter is dan de single(s) van dat album

Voorafgaand aan een album komt de leadsingle uit en dat is bijna altijd hét nummer van de plaat. Dat was vroeger zo en dat is ook in tijden waarin het album iets aan kracht heeft ingeboet eigenlijk nog steeds zo. Maar als er naast de singles niks meer te genieten valt, heeft het weinig zin om het album te kopen of te streamen. Sterker nog, sommige liedjes op een album zijn zo goed dat ze de (lead)single hadden moeten zijn.

Keuze Jan-Dick den Das: Fleetwood Mac – The Chain (1977)

De ketting is zo sterk als de zwakste schakel!

Een track van een album wat beter is dan de single(s) van het album. Een prachtig onderwerp voor een battle, maar welke track zou het moeten zijn? Tegelijkertijd een battle waar ik tot zaterdagavond van dacht, laat maar. Te moeilijk, geen inspiratie, geen keus kunnen of willen maken, kortom dit zou tot niets leiden. En hoe gek kan het lopen, het lijkt wel een reclame want, opeens weet je het! Het album wat nagenoeg iedereen kent, waar veel verhalen over zijn verteld, waar relaties of juist het stuklopen van die relaties tot een prachtig album hebben geleid. In februari 1977 werd het in Nederland uitgebracht en vier nummers kwamen als single uit. Go Your Own Way, Don’t Stop, Dreams en You Making Loving Fun. Stuk voor stuk leuke nummers maar het juweeltje, het pareltje, het ondergewaardeerde liedje dus blijft voor mij toch ten alle tijden The Chain.

Het nummer is geschreven door de gehele band, in tegenstelling tot alle andere nummers. Wat een nummer net dat beetje meer geeft is natuurlijk nogal subjectief, en over smaak valt niet twisten. The Chain begint zeer ingetogen, zeg maar gewoon kaaltjes. Een drum een gitaar, een banjo en meerstemmige zang.

Listen to the wind blow, watch the sun rise
Running in the shadows, damn your love, damn your lies

And if, you don’t love me now
You will never love me again
I can still hear you saying
You would never break the chain (Never break the chain)

En na zo’n drie minuten wordt de ketting even goed strak getrokken, een heerlijk basloopje van John McVie en daarover de schrille, intense solo van Lindsey Buckingham met daarover prachtige meerstemmige zang.

Chain keep us together (running in the shadow)

Het is gewoon mooi, goed en een hoogtepunt van het album. En nooit, maar dan nooit, uitgebracht als single. Wel gebruikte de BBC het nummer als openingstune voor de verslaglegging van de F1-races. In 1978 begonnen ze daarmee, toen ze de uitzendrechten kwijtraakte in 1997 kwam aan dat verhaal een einde. Achteraf bleek het niet het einde te zijn, in 2009 was de BBC weer de zender die de rechten had, en dus werd de openingstune weer in ere hersteld.

Keuze Marco Groen: Madness – Bed And Breakfast Man (1979)

Klaplopers

Het is iets dat we al een geruime tijd niet meer gedaan hebben: naar een concert gaan en dan lekker meebrullen met de nummers die zich daarvoor lenen. De meezingers. Nu is de ene meezinger niet gelijk aan de andere. Ervaren concertgangers weten dat er nummers zijn die gewoon lekker mee te zingen zijn én dat er liederen bestaan waarbij het aanwezige publiek simpelweg een functie heeft: zonder het mee gillen van de menigte zijn de nummers incompleet. Voorbeelden hiervan zijn Links 2 3 4 van Rammstein, We’re Not Gonna Take It van Twisted Sister en… Bed And Breakfast Man van Madness.

Het kunststukje is te vinden op het debuutalbum van de meest bekende exponent van de Two-Tone-beweging. Binnen dit genre vind je invloeden van de traditionele Jamaicaanse ska, vermengd met het net zo Jamaicaanse rocksteady, Britse New Wave en zelfs punkrock. Het album begint met de gelijknamige titel, wat een cover is van Prince Buster. Dat de band deze ska-held erg kan waarderen blijkt een stukje verderop uit hun ode aan deze man, getiteld The Prince. Beide nummers kwamen als single uit. One Step Beyond kwam trouwens al een stuk eerder uit dan het album, namelijk als B-kant van de single Al Capone (1964), een cover van, niet geheel verrassend, Prince Buster. Maar in 1979 was One Step Beyond gewoon een volwaardige A-kant. Een andere single van het album was My Girl, een nummer van de hand van Mike Barson (Monsieur Barso). Diezelfde Monsieur schreef Bed And Breakfast Man, een nummer dat een knipoog is naar hun eerste drummer John Hasler. Deze John (djon, niet: sjon) begon in de begintijd van de band als eerste te experimenteren met eigen teksten en eigen muziek. Daarna had de rest van de band zoiets van ‘als John het kan, dan kan iedereen het’. Prompt schreef Barso een nummer dat ging over Hasler. Onder meer over het feit dat die laatste regelmatig op de bank van gitarist Chris Foreman zijn roes lang uit te slapen. Ook kwam hij regelmatig over de vloer bij diezelfde Chris, altijd stomtoevallig op het moment dat het gezin zat te ontbijten. Hasler heeft daar heel wat witte bonen in tomatensaus geheel kosteloos naar binnen gekieperd.

Technisch is het nummer volgens Barso geïnspireerd op het basloopje van Tears Of A Clown van Smokey Robinson. Hoewel hij zelf toegeeft dat het meer een ‘soort van’-gelijkenis is:  They’re sort of similar, although they sound miles apart. Nobody would say, ‘Oh bloody hell, ‘Bed and Breakfast Man’ sounds like ‘Tears of a Clown’.’ Everything, any sort of human endeavor, has got such a history behind it. Somebody makes the first fridge and it’s like Fort Knox and then somebody makes a smaller one. It’s all about refining and building on other stuff. In music you get inspired by other people’s music.

Het kan allemaal. Een ‘refining’ hoeft ook niet per se een zwak aftreksel te zijn. Voorbeeld: A Town Called Malice, de zogenaamde ‘Iron Lung’ van Paul Weller (The Jam) is duidelijk gebaseerd op I’m Ready For Love van Martha & The Vandellas. Iedereen kent die eerste; niemand kent het laatste nummer. Gratis tip: Bed And Breakfast Man is het ideale nummer om iemand op subtiele wijze iets duidelijk te maken, mits hij/zij daar vatbaar voor is natuurlijk.

Keuze Marcel Klein: Roger Hodgson – Only Because Of You (1984)

Geniaal

Mijn eerste blog in 2014 voor deze site ging over de single van dit album, maar deze battle geeft mij de kans om ook over het absolute prijsnummer van dit album te schrijven. Althans, in mijn ogen natuurlijk.

In The Eye Of The Storm was het eerste solo-album van Roger Hodgson nadat hij uit Supertramp stapte. Ik noemde dit album al eens het beste album van Supertramp wat Supertramp nooit maakte, en dat blijf ik ook vinden. Eigenlijk is elk nummer op dit album raak, en je vraagt je af waar het mis is gegaan met aan de ene kant Supertramp en aan de andere kant Roger Hodgson. Want nadat de split een feit was, was het gauw over met Supertramp en alhoewel dit album schitterend is, kwam ook de carrière van Hodgson in het slob.

Het laatste nummer van bovengenoemd album is de ballad Only Because Of You. Roger zingt hier op zijn best. Okay, je moet van de stem houden, zeker in ballads vliegt Hodgson af en toe een klein beetje de bocht uit en als ik dit aan mijn kinderen laat horen, dan zijn de reacties niet positief. Maar toch….. ik vind het schitterend.

Friends may come and friends may go,

the only friend I need to know is you
It’s only because of you

In interviews geeft Hodgson later aan dat dit een nummer is wat een religieuze achtergrond heeft en dat hij op deze manier zijn geloof in God laat klinken. De rijke instrumentatie en het uitgesponnen karakter van het nummer, maakt het voor mij het ultieme Hodgson en Supertramp nummer en waarschijnlijk had de platenmaatschappij gelijk dat ze Had A Dream en In Jeopardy als singles uitbrachten, maar dit nummer is wat mij betreft geniaal. Een lang piano intro, een orkest wat invalt en vervolgens Roger die zingt.

Tegenwoordig toert Roger Hodgson ongeveer non-stop de wereld over. Je moet je haast afvragen of hij in 2020 in alle muren op zich af zag komen. Zelf heb ik het uiteraard ook live gezien, maar ondanks dat hij dit nummer af en toe op de setlist heeft staan, heb ik dit nooit live mogen horen. Een klein smetje, maar wellicht komt de kans nog een keer.

Keuze Henk Tijdink: The Waterboys – The Pan Within (1985)

Too folky?

Het album This Is The Sea van The Waterboys komt uit 1985 en de bekendste ‘hit’ van dit album is The Whole Of The Moon. Ja, tussen aanhalingstekens want het haalde slechts de 21ste plaats in de Top 40. Tevens is het de enige ‘hit’ van de band.

Tot drie jaar geleden was dit nummer ook het enige dat ik van deze Schots/Ierse band kende. Tot ik, credits voor de Snob 2000, het nummer The Pan Within hoorde. Sindsdien zijn The Waterboys (en de stem van Mike Scott) mijn muzikale leven binnengetreden. Dat The Whole Of The Moon als single is uitgebracht is logisch. Muzikaal, melodieus, maar ook tekstueel zit het prima in elkaar! Maar dat het nummer The Pan Within niet is uitgebracht als single is, in mijn oren, onbegrijpelijk. Het is een nummer dat met een typische jaren’80 intro: een beetje ‘holle’ staccato drums en toetsen. En daaroverheen gitaar, toetsen en het wat rauwe stemgeluid van Mike Scott. Maar ook viool en dat maakt dat het nummer waarschijnlijk te veel folk is om hitpotentie te hebben.

Lang verhaal kort. The Pan Within is een steengoed nummer dat kan wedijveren met The Whole Of The Moon. Oordeel zelf of het beter is.

Keuze Joop Broekman: Frank Boeijen Groep – Foto Van Een Mooie Dag (1985)

Dat intro hoort erbij

Ik volg Frank Boeijen al een tijd niet meer. Vraag me niet waarom, maar na As (uit 2006) stopte het. En ik weet nog steeds niet waarom. Zulke dingen gebeuren. Ik had Frank Boeijen lang erg hoog zitten als het om Nederlandstalig ging (met Acda & de Munnik als goede tweede). Maar ja, inmiddels was Spinvis er ook. En ik vrees dat Erik de Jong nu toch voor altijd dik gewonnen heeft. Muzikaal en tekstueel niet te overtreffen. Okay, wel in een andere dimensie. Compleet ander level. Misschien niet helemaal eerlijk? We leven nu in een andere wereld.

Een woensdagavond in de late herfst van 1985. Georges Grün zorgt er in de Rotterdamse Kuip voor dat Nederland wéér een WK mag overslaan. Nog geen tien minuten later staat mattie Marcel in de huiskamer. Kaarten halen voor het concert van Frank Boeijen Groep in (het toenmalige) Tuxedo (Papendrecht) en misschien één biertje pakken.
Ik heb niet helemaal helder meer wanneer het optreden plaats vond; waarschijnlijk zag ik ze een maand later. Wat ik nog wel weet, is dat het een erg fijne avond was. Band in vorm, en ik had het prima naar mijn zin met gelijkgestemden. De vele flesjes Hertog Jan hielpen goed om de kelen gesmeerd te houden.

Dat concert was onderdeel voor de tour van het album Foto Van Een Mooie Dag. Wat mij betreft een van de beste platen van het vijftal, samen met het daarop volgende In Natura. Het leverde ze gouden platen op, net als voor Welkom In Utopia (uit 1987). Voor die laatste had ik wel wat meer luisterbeurten nodig. De groep speelde altijd in jeugdcentra, discotheken en feesttenten, maar had ondertussen de switch gemaakt naar theaters en schouwburgen. En dat was ook in de muziek te horen. Welkom In Utopia beviel me uiteindelijk toch. Voor Dans In Slow Motion en Een Zomer Aan Het Eind Van De Twintigste Eeuw moest ik flink meer moeite doen. Ik kocht ze als fan, maar na al die tijd vind ik die twee albums nog steeds achterblijven bij vrijwel al het werk wat de groep ervoor maakte. Voor de tour van Een Zomer (enz.) ben ik nog een keer een schouwburg ingedoken. Geen plezierige ervaring, toen hij later solo ging kon ik het beter waarderen. Ik werd juist verliefd op de heerlijk hoekige songs met makkelijk in het gehoor liggende arrangementen. Baslijntjes op de juiste plekken, de kunst van het weglaten. De charme van een wat hees klinkende stem en simpele, rake teksten. En hoe gek het ook klinkt, er zat af en toe een zweem van mystiek bij. Vond ik toch veel spannender dan die latere knieval maken om zittend publiek te pleasen met gezapigere songs in een pluche setting.

Verklaar me maar voor gek, ik schreef mystiek. Ja. Luister eens naar Het Antwoord, of naar 1.000.000 Sterren. Een nummer als Kontakt heeft het ook. Vooral in de eerste helft van de jaren ’80 schreef Frank Boeijen de teksten en muziek ‘s avonds laat en in de nachtelijke uren. Dan krijg je al een ander sfeertje, maar het was een verwijt van hij van collega’s uit andere bands een tijdje tot vervelens toe heeft moeten aanhoren. Niet dat hij er erg wakker van lag, die manier van werken droeg ook bij aan het succes van singles als Zwart Wit en Kronenburg Park. Dat laatste nummer staat ook op Foto Van Een Mooie Dag. De plaat opent met het titelnummer, voorzien van een ruim en degelijk keyboard intro. Dan volgt een haast orkestraal stuk, ideaal om je optreden mee te beginnen. En vervolgens slaat de sfeer weer om. Simpele toetsenaanslagen, basdrum, een zacht en lief funky basloopje en de stem van Boeijen. Met de strand op de achtergrond waan je even in een ander Nederlandstalig nummer. Iets met Zomer en Rob de Nijs.

De zee ruist maar door
Zonder twijfel
Het mooiste geluid op dat van jou na

Toen vannacht wij vast en zeker
Voor altijd wilden doorgaan

We zijn gelukkig voor wat dat waard is
Op een foto van een mooie dag
Wat er ook gebeuren mag
Hou dit moment vast

Een verkorte versie van dit nummer (zo zonde) vind je ook op verzamelaar Onderweg (uit 1988), maar het is nooit op single uitgebracht. En er is helemaal niks mis met even lekker zwijmelen in onvervalst jeugdsentiment. Ik heb Doe Maar meegemaakt en een keer live gezien. Maar Frank Boeijen Groep wint het. Nog steeds.

Keuze Remco Smith: Morphine – In Spite Of Me (1993)

Nazomerbries

Morphine is alleen al vanwege de bezetting een originele band. Baritonsax, drums en de meestal twee-snarige maar soms ook driesnarige slidebasgitaar van zanger Mark Sandman. Die derde snaar was eigenlijk aanstellerij, klonk het in de docu Cure for Pain: The Mark Sandman Story. Extravaganza noemde Sandman het. Bij een band met een bezetting als Morphine ligt aanstellerij op de loer. Kijk ons eens vreemd doen met zijn drieën. Dat geldt voor Morphine niet: de basis voor hun beste plaat Cure For Pain zijn juist uitstekende liedjes. De baritonsax, de bas met daarbij de lome klankkleur van de stem Sandman passen daarbij als een warme jas op een frisse oktoberdag.

Voor Morphine heeft zo’n band niet bestaan, maar ook na 1999 – toen Sandman op het podium tijdens een rockfestival in elkaar zakte en stierf – heeft zo’n soort band niet bestaan. Volkomen uniek. Dat Cure For Pain is uitgebracht in 1993, in de grungetijd, gaf Morphine nog wel die extra lading. Misschien wel juist door de opvallende bezetting van Morphine, klinkt Cure For Pain ook bijna dertig jaar na dato absoluut niet gedateerd.

Wat Cure For Pain voor mij extra genietbaar maakt, is dat halverwege opeens In Spite Of Me voorbij komt. In de wat herfstige muziek van Morphine voelt In Spite Of Me als een nazomerbries. Een liedje als een avond op de bank in het avondschemer, achter in de tuin. Zo’n septemberavond waarin je net te lang in je polootje buiten zit, in een bij voorbaat mislukte poging om de zomer te verlengen. Met ook nog eens een ontzettend troostrijke tekst. Een tekst waarin zo’n vertrouwen uitspreekt dat die mij dat keer op keer kippenvel bezorgt.

In Spite Of Me is daarmee niet persé beter dan bijvoorbeeld single Buena, maar wel een liedje dat voor mij het meest dierbaar is.

Keuze Freek Janssen: Coldplay – We Never Change (2000)

Het intieme Coldplay vóór de stadionrock

Je kunt van Coldplay vinden wat je wil – en dat doen ook veel mensen – maar ik vind de band vooral symptomatisch voor de rockband van de 21e eeuw.

Coldplay maakte dezelfde route door als bijvoorbeeld Imagine Dragons, Bastille of, godbetert, Train en Maroon 5. Oorspronkelijk gewone bandjes met aardige liedjes. Daarna volgde het succes en de realisatie dat je met goede liedjes alleen geen geld meer kunt verdienen. Dus kozen deze bands muzikaal steeds meer de richting van stadionknallers (met concerten verdien je in het Spotify-tijdperk nog wel geld) en samenwerkingen met grote DJ’s of popsterren om een megapubliek te bereiken. Daar kun je een mening over hebben, maar ook als artiest moet je geld verdienen.

Op Parachutes, uit 2000, was Coldplay nog een sympathiek, jong bandje. Met hele mooie, kleine liedjes. Behalve Shiver en Yellow, dat waren al stadionknallers en een voorbode voor het latere Coldplay. Dat werden de eerste twee singles.

We Never Change was eigenlijk nooit single-waardig, maar wel een archetypisch Parachutes-nummer. Gevoelig, dromerig, een beetje droevig maar vooral heel intiem.

Keuze Alex van der Meer: Wilco – Spiders (Kidsmoke) (2004)

Beter dan de single? Eitje!

Ik moest het even opzoeken. De single van het album A Ghost Is Born van Wilco zou I’m A Wheel zijn geweest. Leuk nummertje op zich, maar lang niet het hoogtepunt van de plaat. Met name Spiders (Kidsmoke) is een track met meer eeuwigheidswaarde. Met gemak. Eitje, zelfs. Al moet ik zeggen dat deze track ook geen geschikte single-kandidaat zou zijn geweest; het duurt meer dan 10 minuten en is verre van toegankelijk. Als het niet je kopje thee is dan is deze track erg lang te noemen, voelt het wellicht zelfs als een kwelling.

Dat gevoel kan heel erg kloppen. Het opnameproces van A Ghost Is Born was voor frontman Jeff Tweedy overwegend niet prettig. Het was een hele strijd vanwege de naweeën van een medicijnverslaving. Hij probeerde juist niet onder invloed te zijn tijdens de opnamen, echter dit betekende wel dat hij indringende hoofdpijnen kreeg. Bij het nummer Spiders (Kidsmoke) was het met name een hele strijd om vanwege de pittige lengte een opname tot een goed einde te brengen. Dat lukte dus ook maar één keer. Een tweede poging werd halverwege afgebroken. Het was haast onmogelijk zo lang te concentreren en de hoofdpijn te negeren. Vandaar ook dat Tweedy niet heel verfijnd gitaarwerk kon laten horen. Het nummer werd eigenlijk daarom tot een schurende essentie uitgekleed.

Zonder de pijn van Tweedy was het wellicht dus een mooier nummer geworden, maar juist deze vorm van het nummer spreekt dus bij mij heel erg aan. De donkere tonen en de hoorbare kwelling leggen hier duidelijk een zenuw bloot. Het draagt bij aan een soort van urgentie die in de recente jaren – ondanks het onmiskenbare vakmanschap – bij de band juist wat lijkt te ontbreken.

Keuze Martijn Vet: Paolo Nutini – Looking For Something (2014)

Ook een hoop pathos, maar dan nét goed

Net als Michael Kiwanuka is Paolo Nutini nou niet een artiest die ik op basis van zijn eerste singles een grote toekomst had toegedicht. New Shoes, Jenny Don’t Be Hasty, geen liedjes waar je de radio voor uitzet, maar allesbehalve legendarisch. Ik noem beide artiesten in één adem omdat ze zich behoorlijk hebben gerevancheerd, toevallig (of niet) door een flinke schep soul door hun nummers heen te gooien.

Paolo Nutini kreeg de handen van de muziekpolitie op elkaar met Iron Sky. Een behoorlijk monumentaal nummer, maar naar mijn bescheiden mening – en ik duik bij voorbaat alvast maar weg – een nogal potsierlijk werkje.

Hoe is het mogelijk dat het ontstellend mooie en nog duizend maal soulvollere Looking For Something van hetzelfde album zo goed als onopgemerkt is gebleven? Ook dit nummer is niet gespeend van pathos, maar het blijft wat mij betreft precies aan de goede kant.

Dit had dé hit van Caustic Love moeten zijn.

Keuze Tricky Dicky: Lake Street Dive – Mistakes (2016)

Ouderwets lekker

Geen idee waarom YouTube besloten had Mistakes in de eindeloze stroom van clips mee te nemen, maar ik was direct aangenaam verrast. Waarschijnlijk was het de melancholie van de trompet die gelijk de toon zette. De zangeres heeft een lekkere stem en de staande bas maakte het af (voor mij). Is het jazz? Is het soul? Hoe dan ook het hele album bleek van bovenmatige kwaliteit en zelfs The Wall Street Journal en Paste vonden het tot de beste albums uit 2016 behoren. Het album Side Pony kwam zelfs tot de hoogste positie in de Rock, Folk en Alternative albumlijsten. Maar in Nederland bleef het stil. Vreemd want de muziek is een mix van rock, soul en R&B uit de jaren zestig. Te ‘soft’ voor de luisteraars van de (alternatieve) radiostations?

Lake Street Dive heeft sinds hun oprichting in 2004 zeven studioalbums op hun conto geschreven. Regelmatig maken ze een covertje, die zonder uitzondering prima te verteren zijn. Vaak met een twist, zoals Rich Girl van Hall & Oates die tot een New Orleans-klassieker omgebouwd werd. Tijdens de lockdown hebben ze geheel in stijl op een dak in Brooklyn Don’t Let Me Down van The Beatles gezongen, waarvoor ze zich het imago van de Fab4 aangemeten hadden.

Terug naar Side Pony: de single van het album was I Don’t Care About You. Niet verkeerd, hoor. Maar Mistakes is gewoon beter.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.