Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De battle der winnaars en verliezers

Logischerwijs zou battle een winnaar moeten hebben uiteindelijk, en dus ook verliezers. Hier bij Ondergewaardeerde Liedjes is dat echter niet zo makkelijk vast te stellen. We hebben natuurlijk wel een super betrouwbaar stemsysteem onderaan elke battle staan. Maar heb je nu als blogger over het meest ondergewaardeerde nummer geschreven en wat als er nu veel op wordt gestemd of juist als er helemaal geen stem op valt? Je zou namelijk kunnen bepleiten dat een nummer pas écht ondergewaardeerd is als er helemaal niemand op stemt.

Ben je dus de winnaar als je verliest, en verlies je als je wint? Of moet je gewoon wél – zoals de traditie dat dicteert – stijf bovenaan in het linkerrijtje staan voor een welverdiende kus van de ronde-miss, de wisselbeker, en de bos bloemen? Het is allemaal zo complex en verwarrend. Gelukkig maken onze bloggers zich niet gek. Het kan ze niet veel schelen. Per slot van rekening is meedoen veel belangrijker dan winnen. De motivatie om een bijdrage te schrijven is om een speciaal nummer met een ander te mogen delen. Met u dus, lief lezers publiek. Alle bloggers zijn dus in dat opzichte winnaars, want je kunt natuurlijk nooit een loser zijn als je je hart laat spreken. Laten we dus voorop stellen dat de hoeveelheid stemmen dus absoluut niet belangrijk is voor een blogger. (Behalve dan natuurlijk als je keuzenummer onverhoeds uiteindelijk wel de meeste stemmen krijgt, maar dat spreekt voor zich.)

Keuze Martijn Janssen: William Bell – Everybody Loves A Winner (1967)

Als je wint heb je vrienden

Muzieknerd die ik ben is High Fidelity een van mijn favoriete films. Al meteen in het begin zegt hoofdpersoon Rob: Did I listen to pop music because I was miserable, or was I miserable because I listened to pop music? Die vraag kwam ook bij me op toen ik door mijn muziekverzameling ging op zoek naar een passend nummer. Want ik blijk heel veel liedjes te hebben met verliezen/lose in de titel en een stuk minder als het gaat om winnen. Het lijkt niet echt inspirerend om kampioen van de wereld te zijn, om tot het einde toe door te vechten. Nee, je verliest je liever in de misère dat je een loser bent, geboren voor het ongeluk.

Soulzanger William Bell moet ook zoiets hebben gedacht. Hij co-componeerde en zong het nummer Everybody Loves A Winner, maar bij de eerste noten hoor je al dat de overwinning ver weg is. De strekking van het nummer kan je goed samenvatten met het refrein van een Nederpopklassieker:

Als je wint, heb je vrienden
Rijen dik, echte vrienden
Als je wint, nooit meer eenzaam
Zolang je wint…

Toch mag William Bell zich een winnaar noemen. Everybody Loves A Winner werd namelijk uitgebracht op het beroemde Stax label en werd een redelijke R&B hit in de Verenigde Staten. Later werd het nummer gecovered door artiesten zoals Linda Ronstadt en U2. Ook een aantal andere door hem geschreven nummers waren succesvol, zoals Born Under A Bad Sign en de kerstklassieker Every Day Will Be Like A Holiday. Hij zal dus aan vrienden geen gebrek hebben.

Keuze Willem Kamps: New York Dolls – Jet Boy (1973)

Win some, lose some

Als één stad symbool staat voor winnaars of verliezers, dan is het New York. Van Wall Street tot The Bronx, van Manhattan tot Brownsville, al past het misschien beter om in dit land van de onbegrensde mogelijkheden, van de miljonairs en de krantenjongens, over gelukkigen en ongelukkigen te spreken. New York is ook de meest bezongen stad, van Frank Sinatra tot Madonna en van U2 tot The Zombies. En natuurlijk komen New York Dolls er vandaan, het proto-punk en glamrockgezelschap uit de vroege jaren zeventig. Zelfverzekerd als waren zij bij voorbaat winnaars, al zag de gevestigde muziekwereld hen vooral als losers.

Nog voordat de Dolls het zo gewenste platencontract kregen, liepen zij tegen hun eerste verlies aan: drummer Billy Murcia overleed aan een overdosis tijdens een tour in Engeland. Daarna, ondanks veel twijfel over hun capaciteiten een eerste winst: Mercury durfde het aan hen met hen in zee te gaan. Na veel gepraat door de platenbonzen over een geschikte producer, kwam Todd Rundgren als winnaar uit de bus. Met hem zagen de Dolls het echt zitten en, zoals Todd zei: the only person who can produce a New York record is someone who lives in New York. Spreek dat maar eens tegen.

Het debuut heette simpelweg New York Dolls, met daarop hun meest bekende en lekkerste nummer, het rauw rammelende Personality Crisis dat de plaat opent. Helaas verliep de verkoop matig. Wel winst in een jaarlijkse poll. Twee keer zelfs: de beste nieuwe band én de slechtste nieuwe band van 1973. Kortom, de meningen bleven verdeeld. Nieuw verlies volgde na hun tweede album, Too Much Too Soon. Mercury was met hen klaar en loosde de band. De carrière van New York Dolls: win some, lose some. Kort daarna viel de Dolls uit elkaar.

Afsluiter van hun debuut is het gejaagde Jet Boy, over de snelle jongen die het meisje van zanger David Johansen heeft ingepikt. Ondanks zijn weerzin had hij graag zelf zo’n winnaar willen zijn, die faster than any boy could ever describe over en door New York vloog. En hebben we niet allemaal momenten gehad waarop we een Jet Boy wilden zijn? De mooiste, leukste jongen van de klas, niet de zoveelste kleurloze loser? Ook New York Dolls, die muziek begonnen te maken vanuit de gedachte maybe this will get us some chicks. Chicks of niet, wel muzikale winst: een prachtplaat van een cultband die een beetje liefhebber in zijn kast heeft staan.

Keuze Tricky Dicky: Hot Chocolate – Every 1’s A Winner (1977)

Disco-tip

Deze keer even geen alternatieve band of onbekend lied, maar gewoon ouderwets lekkere disco van Hete Chocolade. Het mag want de ‘R’ zit in de maand. Ik hoorde de band voor het eerst in 1973 met Brother Louie; een prima soullied over een interraciale relatie. Het werd hier geen hit, maar in de V.S. nam Stories het nogmaals op en scoorde een one hit wonder #1-hit. Vette pech, dus voor Hot Chocolate. In Engeland was het wel hun derde Top 10-hit. Er zouden vele hits volgen, maar die konden mij niet boeien. Teveel van hetzelfde zonder echte spanning.

In 1977 hadden ze hun zoveelste hit met So You Win Again; hun eerste en enige nummer een hit in Engeland. Wederom veel van hetzelfde. Ook de tweede single van het bijbehorende album Put Your Love In Me zat weer diep in de disco zonder op te vallen, maar het titelnummer was in mijn oren een voltreffer. Kennelijk vonden de Amerikanen dat ook want het werd daar goud. Zanger Errol Brown schreef (mee) aan de meeste liedjes van de band, maar hij zat helemaal vast bij Every 1’s A Winner totdat hij zijn oudste dochter in een bepaald ritme hoorde huilen en dit verwerkte in de melodie. Ironie, toch? De titel heeft ook nog een dubbele betekenis.

Wat maakt Every 1’s A Winner nou zo leuk, want het ritme is vrijwel hetzelfde als alle vorige liedjes. Het is met name de gitaarriff, maar ook de blazerssectie en dat gillende koor die het interessant maakt. En daarmee is het een klassieker uit het discotijdperk.

Keuze Marcel Klein: UK – Nothing To Lose (1979)

Win/win

Als ik aan de titel van deze battle denk schieten er bij mij eerst allerlei sportmomenten door mijn hoofd. Mooie herinneringen van sportwedstrijden waarin een Nederlander wint of mijn favoriete club wint. Mindere herinneringen als de winst net aan de neus voorbij gaat of voor een collectief trauma zorgt. Sport blijft fantastisch en heeft alles te maken met winnen en verliezen.

In ons ‘normale’ leven wordt dat vaak ook zo gezien, je wint of je verliest. Dat hoort er een beetje bij. Toch kan je daar natuurlijk wel wat genuanceerder naar kijken. Streven naar een win/win situatie in plaats van een win/lose of lose/win situatie bijvoorbeeld. Voor veel mensen echter lijkt alles een wedstrijd waarbij er gewonnen moet worden, ten koste van veel. Enkele jaren geleden, tijdens een internationale opleiding ging het over fair value economics. Daar gaat het zelfs niet om win/win, maar om win/win/win/win. Hoe kan iedereen winnen bij een oplossing. En eerlijk gezegd, dat is ook een mooie manier om er naar te kijken. In ieder geval inspirerend.

In de muziek zijn er natuurlijk nummers die over winnen en winnaars gaan, maar er zijn er nog veel meer die over verliezen gaan. Ik zie dat al in de database met liedjes die ik goed vind. Waarschijnlijk is er meer te schrijven over de negatieve kanten, dan over de positieve kanten.

In deze battle wil ik dan toch de positieve kant pakken. Nothing To Lose is een nummer van de supergroep UK.  Eind jaren ’70 bracht de band (onder andere bestaande uit John Wetton, Eddy Jobson, Alan Holdsworth, Bill Bruford en Terry Bozzio) twee albums uit. Helaas bleef het bij die twee en gezien het feit dat er al enkele muzikanten zijn overleden, zal het daar ook echt wel bij blijven. Twee albums vol progressieve rockmuziek die in het genre goed aangeschreven staan. Op het tweede album Danger Money staat dit nummer. Het is zelfs op single uitgebracht, maar wist geen potten te breken. En dat is jammer, want het is een toegankelijk nummer wat door John Wetton op overtuigende wijze wordt gezongen en waarbij met name Eddy Jobson en Terry Bozzio laten zien wat ze kunnen. Wellicht voor de echte prog-liefhebbers te poppy, maar het laat uitstekend zien waar de mannen toe in staan zijn. En dan ook nog met een positieve blik, want…. wat hebben we nu te verliezen? Dit nummer lijkt te gaan over weggaan, een nieuwe weg inslaan. Geen reden om bang te zijn, geen reden om terug te kijken. Alleen maar vooruit, nieuwe wegen inslaan, want ik heb niets te verliezen. Alleen maar te winnen!

Now I can really break it
Now I don’t have to fake it
Forget it then I don’t need it
If it ain’t hot I’ll leave it

Nothing to show but no one to
Stop me I’m going away
I’m kicking my heels, rolling the wheels
And I’m leaving today yeah, yeah

Nothing to lose

Keuze Marco Groen: Swans – Failure (1991)

Eat, sleep, work, repeat

John Lennon beschreef in 1970 met Working Class Hero al een behoorlijk fatalistische kijk op de werkende klasse. Een visie die naadloos in 1984 van George Orwell zou passen en een Engelstalige uitbreiding is van het spreekwoord wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. De leden van Swans besloten daar nog een schepje bovenop te gooien en schreven het nummer Failure.

Het moet velen bekend in de oren klinken: jezelf het leplazerus werken, waarbij het je nét aan lukt de rekening te betalen, jezelf in onderhoud te voorzien en wat schamele momenten van de geneugten des leven mee te kunnen pakken. Dit terwijl er een andere groep is die niet aantoonbaar nuttig werk verrichten, maar wel in ongekende weelde kunnen leven. Hierbij lijkt het noodzakelijk voor het systeem dat de ‘proles’ (dixit Orwell) eronder worden gehouden. Een inktzwart beeld dat door Swans opgeroepen wordt. In landen die wat meer op het kapitalisme gericht zijn (Verenigde Staten) of nog een klassenmaatschappij hebben (Verenigd Koninkrijk) zal dit ook wel wat meer realiteit zijn dan de rivierdelta dat wij Nederland noemen. De noodzaak om twee banen te hebben is in de V.S. geen uitzondering. Dit is dan vaak precies genoeg om in een achterstandsbuurt te kunnen wonen, waarbij men opgesloten zit in een vicieuze cirkel die geen uitbraak toelaat, daar armoede altijd op de roer ligt. Hoewel dat wellicht slechts uitstel is; het nummer van Swans laat de frustratie horen dat je na een bepaalde leeftijd lichamelijk ‘op’ bent en niet meer als productief wordt gezien, wat het latente gevoel een ‘failure’ te zijn nog maar eens versterkt.

Er zijn vrolijkere nummers om te luisteren. Als we hier dan iets leuks of positiefs over moeten zeggen: er zit zoveel ‘mileage’ in dit nummer, dat het qua ellende de Mississippi Delta-blues voorbij gaat. De Swans doen dat wel vaker, maar met dit nummer ontstegen ze zichzelf. Hoewel, ontstegen… het is meer een diepe afdaling in de krochten van het gevoel. Dat veel mensen hier zichzelf in herkennen komt natuurlijk ergens vandaan: zelfs in landen als Nederland wordt er nogal eens neergekeken op mensen die met hun handen werken. Het idee dat er een verband is tussen fysieke arbeid en kleiner denkvermogen is een vooroordeel dat op zijn minst latent is in de westerse maatschappij. Over het algemeen wordt deze arbeid minder (financieel) gewaardeerd en kunnen er gevoelens ontstaan zoals beschreven in Failure van Swans. (Wederom) Orwell wist het in 1948 eveneens erg goed te duiden: So long as they (the Proles) continued to work and breed, their other activities were without importance. Left to themselves, like cattle turned loose upon the plains of Argentina, they had reverted to a style of life that appeared to be natural to them, a sort of ancestral pattern…Heavy physical work, the care of home and children, petty quarrels with neighbors, films, football, beer and above all, gambling filled up the horizon of their minds. To keep them in control was not difficult. 

Dankzij de film Fight Club weten we nu waartoe dat soort waanideeën kunnen leiden…

Keuze Mirjam Geertsma: Beck – Loser (1993)

Ondermaats

Beck is de koning van de crossovers. Hij crosst werkelijk met alles over: Folk, Country, Indie en Indierock, Hiphop, elektronische muziek… En het klinkt nog prima ook.

In 1994  was hij er ineens met Loser. Het loopt lekker, de teksten zijn vreemd (waar gaat het over?) en het refrein is aanstekelijk met een vleugje sentiment. Beck zingt daarin twee keer dat hij een loser is. Eerst in het Spaans, soy un perdedor (ik vroeg mij altijd al af wat hij daar mompelde) en daarna I’m a loser baby, so why don’t you kill me? Destijds dacht ik altijd die Beck geeft er gewoon een slachtofferachtige draai aan want hij vindt zijn leven kut ofzo maar ik begrijp nu dat hij dit zong omdat hij zijn rapkwaliteiten ondermaats vond. Tja, mij was het niet opgevallen.

Aanvankelijk had Beck helemaal niet ingeschat dat dit nummer het goed zou doen in de verkoop. Het was ook gewoon met minimale middelen in zes en een half uur opgenomen. Er werden 500 exemplaren geperst en een aantal uitgedeeld aan radio DJs. Dezen draaiden het nummer en de singles raakten uitverkocht. Hierdoor kreeg Beck een contract bij Geffen, een grote platenmaatschappij. Een jaar later kwam Loser nogmaals uit . Met de video ging het al op dezelfde manier. De eerste kostte US$ 300 en na het platencontract mocht er US$ 14.000 aan besteed worden. Het nummer had groot succes in het Indie-circuit en daarna maakte Beck nog 13 albums. En als kers op de taart… Johnny Cash vond Beck zo goed dat hij een nummer van hem coverde: Rowboat. Echt. Wat een winnaar

Keuze Jan-Dick den Das: Mat Kearney – Nothing Left To Lose (2006)

Niets te verliezen

Winnen of verliezen het is een actueel thema als je kijkt naar wat er aan overkant van de oceaan gebeurd. Het is een onderwerp wat ons allemaal wel op de een of andere manier bezig houdt. Goed kunnen verliezen is moeilijker dan goed kunnen winnen, tegeltjeswijsheid, waarvan je zou hopen dat dit tegeltje op de WC van Donald Trump zou hangen. Winnen en verliezen het ligt zo dichtbij elkaar, vaak wordt dat prachtig in beeld gebracht in de sport, maar is verliezen eigenlijk ook niet winnen? Mat Kearney schreef er in 2006 een prachtig liedje over. Het kwam uiteindelijk op zijn eerste album die dezelfde titel kreeg als het nummer wat hier centraal staat.

Nothing Left To Lose geschreven dus door Mat Kearney, een muzikant uit Oregon. Geboren in 1978, in zijn vroege jeugd een voetballer, kortom een Amerikaanse jongen zoals velen. Zich zelf gitaar leren spelen en dus liedjes naspelen om zich langzaam te ontwikkelen als singer-songwriter. Kenmerkend voor Kearney is dat hij gitaar speelt, zingt maar ook rapt. Luister eens naar Undeniable van hetzelfde album.

Het nummer Nothing Left To Lose is zoals het enigszins al verraad, een nummer waar je de nodige hoop uit kunt putten. Op zoek naar het onbekende, de weg afleggen die je nooit bent gegaan. En ja dan kan je wel eens ergens wat tegenslag krijgen, dat kan je verlies noemen maar uiteindelijk is het weer winst.

And I found myself in a bitter fight
While I’ve held your hand through the darkest night
Don’t know where your coming from, but your coming soon  

Je doel of de droom nastreven, de weg gaan die jij hebt gekozen. Het gas erop en gaan. Hij beschrijft het mooi, zijn reis van waar hij geboren is naar Nashville om daar die droom, muzikant te worden, te vervullen. Trouw zijn aan jezelf, aan wie je bent en waar je voor staat. Natuurlijk verlies zal er zijn, maar eigenlijk valt er niet zoveel te verliezen, behalve dan dat een keuze misschien soms niet goed uitpakt.

Come on, and we’ll sing, like we were free
Push the pedal down, watch the world around fly by us
Come on, and we’ll try, one last time
I’m off of the floor one more time to find you

And here we go
There’s nothing left to choose
And here we go
There’s nothing left to lose

Keuze Vincent van der Vlies: Enter Shikari – Sorry You’re Not A Winner (2006)

Hersenspoeling

In deze Amerikaanse verkiezingsweek hebben we een erg actuele battle, waar niet alleen een ondergewaardeerd nummer bij hoort, maar ook eentje met de nodige symboliek.

Eerst de lofzang: ik ben niet zo snel van de post-hardcore bands. Meestal vind ik het iets te complex en ik wil van m’n hardcore het liefst wat rauwer, voorspelbaarder misschien zelfs en daar past over het algemeen niet de vele tempowisselingen en tierelantijnen bij die je in dat genre veel tegenkomt. Echter..  Voor een post-hardcore band met veel breakbeats, synths en wat andere complexe hooks, heeft het Engelse Enter Shikari zeker wel wat. En vooral dit nummer, een nummer dat na het elektronische intro echt losbarst met een heerlijke gitaarriff. Ook de afwisseling tussen de grunt en normale zang en de synthesizer geluiden zijn erg goed gedaan en vullen elkaar prima aan. Geen nummer waar je lekker bij gaat slapen, maar gewoon echt een lekker hard nummer waar je hard op gaat ook bij de rustiger stukken en nog even nastuitert van de adrenaline. Tekstueel gaat het over een gokverslaafde middle class persoon die op zoek is naar de volgende win, maar het natuurlijk niet gaat halen en intussen zijn huis verloren heeft en verbitterd is.

Maar dan even de symboliek… De persoon in de tekst heeft zijn witte onderkomen verloren: My white abode, do you remember, my white abode? En: with the air so cold, and a mind so bitter. What have you got to lose but false intentions and a life so pretentious. 

Het is natuurlijk te makkelijk om gelijk in deze week een parallel met Trump te trekken, nietwaar? Maar ik doe het toch.. Full disclosure: ik ben super blij dat die man weg gaat (fingers crossed dat dat ook echt gaat gebeuren) en ik kan zeker niet ontkennen dat ik een gevoel van vreugde heb gevoeld bij de uitslagen, maar tegelijkertijd zit daar een gevoel van medelijden bij. Absoluut niet naar de president en zijn gevolg, maar naar zijn aanhang. De gewone man of vrouw die hem door dik en dun gesteund heeft en de afgelopen vier jaar (en de acht jaar ervoor onder Obama) naar de opruiende teksten van Fox news (en erger) geluisterd heeft en gehersenspoeld is gaan geloven in een soort parallel universum: van mensen die eerst nog in de bijna onschuldige birther movement en socialisme van de Democraten geloven tot een extreme werkelijkheid waarin Democraten bloed drinkende pedofielen zijn.

De afgelopen jaren is die groep mensen zo ver afgedreven van de werkelijkheid dat het bijna treurig is om je te moeten voorstellen hoe zij zich moeten voelen nu zij hun land overgeleverd zien aan het laagste van het laagste. En hoewel ik niks van de voorliefde voor Trump of het extreme complot-denken begrijp, zou ik toch willen zeggen: sorry you’re not a winner. Want het kan niet makkelijk zijn voor een groot deel van die 70 miljoen mensen om dit nu te ondergaan. Maar over vier jaar weer een kans. Of zoals aan het einde van het nummer gezongen wordt: Insert your coin. Please try again.

Maar ik mag toch hopen dat die hersenspoeling wat dunner wordt de komende jaren en dat de Republikeinen met een iets toegankelijker kandidaat komen. Tot die tijd hebben we in ieder geval een lekker nummer.

Keuze Alex van der Heiden: Jacqueline Govaert – Dare To Lose (2010)

Jezelf verliezen in de liefde

Het is vandaag 9 november en precies 10 jaar geleden werd ik vader van een prachtige dochter. Omdat de bevalling niet helemaal vanzelf was gegaan verbleven we nog een dag langer in het ziekenhuis, maar wat dan nog…. Alles was een mooie roze wolk, want ze was prachtig en dat is ze 10 jaar later nog steeds. Toen ik twee dagen later vrouw en dochter ging ophalen uit het ziekenhuis in Haarlem, de autoradio afgestemd op Giel Beelen (toen nog 3FM), luisterde ik naar een telefoongesprek met Jacqueline Govaert. Zij was ook net bevallen van een dochter, slechts een paar honderd meter verderop en aan het gesprek te horen zat ze op dezelfde wolk als wij. Enkele maanden later ontmoetten de baby’s elkaar regelmatig in het zwembad van Heemstede bij het baby/dreumeszwemmen.

Wat dit verhaal te maken heeft met het thema winnen en verliezen? Niets, behalve dan dat zowel Govaert als wij ons helemaal verloren hadden in de liefde en laat zij daar nu toch een liedje over geschreven te hebben: Dare To Lose. Het staat op haar eerste soloalbum dat enkele maanden voor deze prachtige gebeurtenis uitkwam.

I see you wandering ’round the living room
Is this the calm before the storm?
Dare to lose yourself, lose yourself in my arms

Whenever I’m down and out, I long for you
I’ve got your love to keep me warm
When I lose myself, lose myself in your arms

Het nummer is een pleidooi aan iemand om zich over te geven aan de liefde. De prettige stem van Govaert op een catchy nummer….. Waarom hebben we dit nummer niet veel vaker gehoord op de radio? Om te winnen is het goed om jezelf te durven verliezen. In dit lied geeft ze zich behoorlijk bloot en dat geldt eigenlijk ook wel voor een aantal andere nummers op dit debuutalbum Good Life.

Keuze Joop Broekman: Brian Fallon – Nobody Wins (2016)

Levenslessen

Ik vind het nogal wat om het over winnaars of verliezers te hebben. Dat zou vorig jaar een stuk makkelijker gegaan zijn. Maar ja, dat virus. Niet dat ik nou zo extreem pessimistisch ben geworden. Nee hoor, ik bekijk wat meer zaken van dag tot dag. Tot half maart was het lekker vooruit plannen, en leek het leven zo heerlijk makkelijk met al die indelingen. Toeleven naar wedstrijden van mijn favoriete club, concerten, familie of vrienden bezoeken, naar de kroeg, het theater, de bioscoop of uit eten gaan. Ineens ging een gedeelte van het dagelijkse leven on hold. Gelukkig heb ik mijn werk nog (dat kan ook niet iedereen meer zeggen), en door andere prio’s te stellen is het allemaal nog best te doen. Al die leuke dingen kunnen over een tijdje weer. Nu gezond blijven, zowel lichamelijk als geestelijk, is het belangrijkst. En er is nog altijd muziek.

Verliezers zijn er genoeg. Mensen die dierbaren verloren door corona, of hun baan kwijtraakten. Artiesten die niet konden optreden, en ga zo maar door. Zijn er winnaars? Ik bekijk het positief. Ondernemers die door creatief te zijn deze periode gaan doorkomen. Dat vind ik mooi om te zien. Geen uitgesproken winnaars, maar door te accepteren dat het roer helemaal om moet om je er toch doorheen te kunnen slaan. Maar natuurlijk hebben we in het verleden allemaal wel een (achteraf) ongelukkige keuze gemaakt, met alle gevolgen van dien. Als je daarna kan zeggen: het moet nu anders, en je doet het ook, dan is dat alleen maar goed. Maar het begin met het herkennen en accepteren van de fout. Anders leer je er nooit van.

Daar schreef Brian Fallon een mooie song over. Nobody Wins was de tweede single voor zijn eerste soloplaat met de naam Painkillers. Muziek voor elke stemming, met die insteek schreef hij de liedjes. Fallon was bijna tien jaar hét gezicht en de stem van The Gaslight Anthem, totdat hij toe was aan iets nieuws. En bij vlagen klinkt hij zelfs opgelucht op Painkillers, een hoorbaar frisse plaat. Twee jaar later is ook Sleepwalkers een fijne release. Eind maart van dit jaar kwam Local Honey uit, waarop hij niet van begin tot eind de aandacht weet vast te houden.

Nobody Wins gaat over een relatie die niet goed afliep, zo lijkt het. Maar ook over een vriendschap. Je kan het nooit iedereen naar de zin maken. Achteraf is alles makkelijk. Er van leren is moeilijker. Het kan je van binnen juist rijker maken. En dat is toch wel winst.

The queen is gone, she died from a sad song
I lost most of myself pleasing everyone
I had to learn how to begin again
It’s alright, move on

Hey, hey little Tommy gun
I guess we’re never gonna end up the lucky ones
If I never see you again
Have a round on me love, hallelujah, nobody wins

Keuze Alex van der Meer: Amyl & The Sniffers – I’m Not A Loser (2017)

Snif

Het werd groots aangekondigd. Dit jaar – het annus horribilis 2020 – zou op 14 juni het Hella Mega tour spektakel op bezoek komen in Nederland, in Groningen. Fall Out Boy, Weezer en Green Day op één affiche, op één veld, en dan nog wel voor mij op fietsafstand. Was het een optie voor mij om te gaan? Gek genoeg niet echt eigenlijk. Hoe leuk ik Weezer en Green Day wellicht ook ooit heb gevonden, de echte aantrekkingskracht ontbreekt wat. Liever kijk ik in een zweterig, donker hol naar een leuke nieuwe verrassing. Wellicht is het ook de berusting die hoort bij mijn leeftijd, ik hoef ook niet zo nodig meer overal erbij zijn geweest. Scheelt ook in de kosten, zegt dan de Hollandse zuinigheid.

We kennen het verhaal allemaal. Het spektakel ging dit jaar niet door, het muziekfeest op de drafbaan werd een jaar uitgesteld. Ik hoop op dit moment dat de mensen die tickets hebben uiteindelijk geen verliezers zullen zijn en straks echt alsnog dan aankomende juni met elkaar mogen genieten van de optredens. Het zou mij in dit geval ook heel erg gelukkig maken. Dat meen ik oprecht. Het zal als een bevrijding voelen. Wellicht dan niet voor de muziek, maar voor de beleving van de overwinning op dat klotevirus zou het een reden kunnen zijn om er alsnog bij te willen zijn.

Heel stiekem moet ik toegeven dat er echter wellicht alsnog een andere reden zou kunnen bestaan voor mij om er toch bij te willen zijn. Het komt omdat er nog een vierde act op het affiche staat. Ik kwam daar vrij laat achter uiteindelijk, maar het betreft een act die ik steeds meer begin te waarderen en graag eens een keer live zou willen zien, de ‘special guests’ Amyl & The Sniffers.

Wat klinkt deze band toch verschrikkelijk fijn en energiek. Met name het nummer I’m Not A Loser is een grote favoriet. Het vet Australisch accent verdient niet de schoonheidsprijs, maar naar verloop van tijd hoor je dat echt niet meer. I’m Not A Loser is een heerlijk, eerlijk, recht door zee, punk rock nummer. Een geheide winnaar in het oeuvre van Amyl & The Sniffers. De winst in deze battle gaat uiteindelijk wat mij betreft dan ook naar deze track. De video hieronder van een live-versie bruist zo van energie en leven, dat het heel aanstekelijk werkt. Al voelt het aan de andere kant zeker niet als winst dat het op dit moment niet mogelijk is tussen het publiek te staan zoals dat hier in beeld is gevat. Snif.

Keuze Remco Smith: Balthazar – Losers (2020)

Requiem voor concertbezoek

Kan ik het me nog voorstellen eigenlijk? In een overvolle concertzaal staan, als eenmaal de coronapandemie voorbij is? Ik zal niet de enige zijn die zich dat afvraagt. Voor de pandemie was ik een regelmatig concertganger. Voorkeur voor de kleine zaaltjes. Ook festivals en zalen als Ziggo Dome heb ik met regelmaat bezocht. En met heel veel plezier. Uiteraard stonden we dan met zijn allen verschrikkelijk in elkaars ‘personal space’ maar dat hoort er ook bij. Tot eind 2019 keek je dan toch niet echt op van een hoester pal naast je en oh ja, lekker hard meezingen vergroot het groepsgevoel.

Als ik nu beelden zie van concerten tot en met vorige jaar, dan brengt dat alsnog een plaatsvervangend ünheimisch effect mee. Met tienduizenden op een festivalterrein, en dan heel hard Take Me Out meezingen met Franz Ferdinand bij Best Kept Sectret 2014; het lijkt een beeld uit een lang vervlogen tijd. Is het misschien ook wel. Want stel de pandemie gaat liggen in het voorjaar 2021. Ga ik dan in de zomer van 2021 al weer naar een groot festival? Of naar een grote concertzaal? De tijd zal het leren.

Vooralsnog moet ik het doen met herinneringen. Mijn laatste concert was op 14 februari 2020: Balthazar in de Maassilo in Rotterdam. Maassilo is sowieso een toffe zaal: veel beton, hoge plafonds, hartstikke industrieel. Stijf uitverkocht voor Balthazar, die ik in de tijd van Rats (2012) niet echt bijzonder vond. De bandleden hadden nadien allen hun hobbyproject waaronder Warhaus en J. Bernardt. Sindsdien is de muziek van Balthazar veranderd. Verbeterd. Op de een of andere manier sexier. Loom met prikkeling. Balthazar in de Maassilo was een geweldig concert van een bevlogen band. Ik kan mij slechtere herinneringen voorstellen aan mijn vooralsnog laatste concert ooit. Op 30 oktober 2020, vorige week dus, kwam Losers uit. Versch van den Persch, steengoed en vintage Balthazar.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.