Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De Californië-battle

Vandaag vindt onze wekelijkse battle plaats in Californië, dat paradijselijk stukje Amerika waar de zon altijd schijnt. Dat goudomrande land van melk en honing, waar de American Dream haast tastbaar is, het land van palmbomen, surfplanken, Hollywood, Silicon Valley, en uiteraard waanzinnig veel lekkere muziek.

Klimaat en landschap hebben Californië altijd gemaakt tot een plek voor creatievelingen, voor trendsetters, voor early adapters. Het is wellicht niet verwonderlijk dat deze nieuwe geluiden in de oren van de grote massa in eerste instantie tegendraadse geluiden waren, wat we natuurlijk ook in de muziek terughoren. Want Californië is de plek waar al vele decennia spannende nieuwe muziek het licht zag. Bekendste voorbeeld is natuurlijk de Psychedelische Rock van de jaren ’60, maar denk ook aan Punkrock en Hip Hop. Uiteraard begon het allemaal met de Surfmuziek van de vroege jaren ’60, waarin Californië tot mythe werd verheven, een mythe waaraan we hier vandaag een eerbetoon brengen.

Keuze Annemarie Broek: Spirit – Topanga Windows (1968)

Plek waar de berg de zee ontmoet

Topanga is een stadje dat grenst aan een groot nationaal park (Topanga State Park) op een steenworp afstand van Hollywood. Destijds een geliefde weekendbestemming voor de rijke filmbazen en sterren, hoewel die aantrekkelijkheid aanzienlijk verminderde na de Manson-moordpartij die hier plaatsvond.

Maar dat was in 1968, toen Jay Ferguson dit nummer schreef, nog niet aan de orde. De naam Topanga staat voor het indiaanse plek waar de berg de zee ontmoet. Een waar aards paradijs met zijn glooiende heuvels en overvloedige bebossing. Jay maakte deel uit van de oer-Californische rockgroep Spirit, waarin onder andere ook Randy California (Randy Craig Wolfe) en zijn ruim 20 jaar oudere stiefvader Ed Cassidy speelden.

Topanga Windows is op de eerste elpee, Spirit, te vinden. Jay Ferguson schreef het en zong de leadpartij. Heel opvallend is het prachtige genuanceerde drumwerk van Ed Cassidy, die in de voorgaande decennia al gemusiceerd had met Cannonball Adderly, Gerry Mulligan, Taj Mahal en Ry Cooder om er maar een paar te noemen. Die invloeden hoor je terug  in het jazzy intermezzo midden in Topanga Windows.

De tekst zet zich af tegen de carrièrejagers en goudzoekers en breekt een lans, geheel in de lijn van de destijds geldende hippiementaliteit, voor zelfonderzoek, bezinning en rust. Het was in die tijd nog niet gebruikelijk om in de muziek aandacht aan het milieu en onze directe leefomgeving te schenken. Die tijd kwam veel later pas, lang nadat nummers als Topanga Windows, Fresh Garbage en The Great Canyon Fire hun plek hadden gevonden op deze elpee uit 1968.

Hoewel het album redelijk succesvol was, bleef de doorbraak naar het grote publiek uit. Door deze frustratie begon de groep te lijden onder het ego van Randy California en de voortdurende personeelswisselingen. Jammer genoeg verwierf  de groep daardoor nooit de roem  die ze naar mijn idee ruimschoots verdiende.

Keuze Joop Broekman: Sugar Ray – Iron Mic (1995)

Heel even leuk

Ah, Californië. Ik kan zeggen dat ik er ook geweest ben. Een heerlijk opstapje (ook voor het tijdsverschil) naar Hawaii. Oké, het was dan wel San Francisco en wat er omheen, maar ik wil zeker nog een keer terug. De vibe beviel me prima. Ook op Maui. Jammer dat het zo’n eind vliegen is. Maar dat moet je er voor over hebben. In Sausalito at ik een van de lekkerste hamburgers ooit langs de waterkant, en in Frisco ga ik bij Amoebe Records wéér een bak met geld uitgeven. Dat weet ik nu al. Voor de muziekliefhebber een must visit, die zaak. Een leuke wandeling omhoog vanaf het centrum, of pak een Über.

Californië, dus. Uit dit gedeelte van de Verenigde Staten komt ook veel muziek. Er is keuze zat, zowel oud spul als moderner werk. En niet is alles is even goed, natuurlijk. Maar dat is ook een stukje persoonlijke smaak. Een mooi voorbeeld is Sugar Ray uit Newport Beach. Die kwamen in 1995 lekker binnen vallen met hun eerste schijf Lemonade And Brownies. Een soort nu metal waar de band goed mee scoort in vooral het alternatieve circuit. Twee jaar later komt Floored uit. Dit album stuitert alle kanten op, maar bevat wel een hitje: Fly. En dan zakt de band af naar een bedenkelijk niveau. Meer radiovriendelijke muziek, op de éné plaat nog erger dan de andere. Tenenkrommende covers blijven de wereld ook niet bespaard. Ik hoop dat Adam Ant (Stand And Deliver), Joe Jackson (Is She Really Going Out With Him) en Rupert Hines (een mensonterende versie van Escape – The Pina Colada Song, zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb) flink wat geld vroegen. En Steve Miller ook, want frontman Marc McGrath en zijn drie collega’s doen werkelijk niks bijzonders met Abacadabra.

Dus ik koester Lemonade And Brownies in mijn cd-kast. De ongebreidelde energie van vier kwajongens. Dat moet het toch goed gedaan hebben op een podium onder de Californische zon. En daar had ik dan graag een keer bij geweest.

Keuze Jeroen Mirck: Elliott Smith – Angeles (1997)

Geen vriendjes

De Amerikaanse staat Californië heeft altijd een belofte in zich gedragen. In de negentiende eeuw zochten goudzoekers er hun heil, sinds vorige eeuw is het de verzamelplek voor acteurs en artiesten, waarna deze eeuw de dotcom-generatie volgde. Ook de introverte singer-songwriter Elliott Smith maakte ooit de keuze om zijn indie-label in Portland te verruilen voor het mega-concern DreakWorks in Los Angeles.

Daar ging een enorme interne worsteling aan vooraf, die hij prachtig heeft bezongen in Angeles. Een klein, intiem nummer dat gek genoeg bekend werd dankzij het megalomane Hollywood: velen kennen de track uit de speelfilm Good Will Hunting. Maar kennen ze het nummer ook echt? Hebben ze wel echt naar de tekst geluisterd? Die bevat de weltschmerz die we zo goed kennen uit al het werk van de getormenteerde ‘songsmith’.

Zes jaar na dit nummer zou hij op dramatische wijze zelfmoord plegen – door zichzelf in de borst te steken. Ook dat gebeurde in Californië. Smith en de staat werden nooit echt vrienden.

Keuze Tricky Dicky: Doug Sahm – Goodbye San Fransisco, Hello Amsterdam (1998)

Vreemd luchtje

Geen inspiratie. Zucht. Even een dipje. Misschien ook omdat ik The Land Of The Free mijn neusgaten uitkomt. Die zelfgenoegzaamheid van de macht en de jacht op pecunia. Ik ben een paar keer in het land van de onbeperkte mogelijkheden geweest, maar ik stoorde mij aan de gemaakte vriendelijkheid. How are you? How’s your day? Have a nice day! Gespeend van elke vorm van empathie en wanneer ze dan een vraag stellen is de tweede minimaal van je doet en wat het oplevert. Met andere woorden, wat is je status en is het interessant om er tijd in te steken. Ik wil niet generaliseren, maar de gemiddelde Amerikaan heeft last van tunnelvisie. De rest van de wereld is er slechts als afzetmarkt of een plek om je eigenbelang te behartigen. Een land van zwart-wit denken.

En nu is de oude wond weer opengereten. Een herhaling van de geschiedenis, want er is geen bal veranderd sinds de jaren zestig en de eerste protesten tegen racisme en de discriminatie van met name de zwarte bevolking. En dat durft zich een beschaafd en Christelijk land te noemen, want daar dwepen ze mee. De Bijbel predikt juist dat God onpartijdig is. Wanneer besluiten ze dit nu eens radicaal aan te pakken? Daadwerkelijke veranderingen door te voeren. Niet alleen in het politieapparaat, maar juist in scholing, een betaalbare ziektekostenverzekering, goede arbeidsomstandigheden en een financieel vangnet. Gaat onder die idioot met dat pruimenmondje en een angst voor steile gladde trappetjes never nooit gebeuren, want die zit er maar voor een ding. My, myself and I. Neem nog een glaasje water, Donald.

Ik ga niet beweren dat wij in Nederland geen racisme kennen en elke vorm dient keihard te worden aangepakt, maar het is geen fractie van wat er in de V.S. gebeurt. Daarom wordt ik een beetje moe van de Zwarte Pieten-discussie en de verwijzing naar de geschiedenis. Natuurlijk hebben onze voorouders fouten gemaakt, maar het is geschiedenis. De naam zegt het al. Deze dient ter lering gebruikt te worden; niet als wapenstok om (wild) om je heen te slaan. En wanneer je het dan toch niet kunt laten, zorg dan dat je de geschiedenis kent. De grootste slavenhandelaren waren niet de Europeanen maar de Arabieren, en de leveranciers waren de Afrikaanse inheemsen; de buit van een stammenoorlog. Maar ik zie niemand protesteren bij de Arabische ambassade en  excuses eisen. En nu is daar beeldenstorm bij gekomen. Triest, want we schreeuwden mondiaal moord en brand toen de Taliban en IS hun cultureel erfgoed vernietigden. Geschiedenis is om van te leren, maar we hebben bal weinig geleerd.

Ook Doug Sahm had zo zijn gedachten over zwart-wit denken, zij het anders dan racisme. Onze Doug was namelijk heel erg geïnteresseerd in wiet. En daar doen ze in de V.S. een beetje moeilijk over. Peter Tosh riep in 1975 op om het te legaliseren, maar in Nederland en met name Amsterdam werd het op elke straathoek aangeboden. In 1973 schreef hij daar een liedje over: Hello Amsterdam. This is a song about one of my favourite towns in the whole world.

Doug Sahm heeft een enorm oeuvre. In 1955 bracht hij zijn eerste single uit en in 1965 – als Sir Douglas Quintet – scoorde hij een wereldhit met She’s About A Mover om drie jaar later dit kunstje te herhalen met Mendocino. Er zouden met andere benamingen nog vele albums volgen, waaronder als Texas Tornados met vrienden Freddy Fender, Augie Meyers en Flaco Jiménez. Sahm liet zich niet voor een gat vangen, want hij maakte Tex-Mex, Blues, Country, Rock en Americana.

Ik heb hem een keer live mogen zien tijdens de Blues Estafette in 1998 (Utrecht). Hij was de terechte afsluiter van het festijn, maar vanwege achterlijke regeltjes werd tijdens de show ineens de elektriciteit naar de instrumenten door Vredenburg uitgezet. De eerdere acts waren namelijk te lang doorgegaan en de organisatie vond het wel genoeg. Totaal respectloos naar deze grootheid en het publiek, die er zwaar de pest over in hadden. Ik snap het ook niet. Dit zie je als Vredenburg toch aankomen. Wees dan een grote vent en laat eerdere acts eerder ophouden. Later zou blijken dat dit optreden zijn laatste in Nederland zou worden, want nog geen jaar later overleed hij op 58-jarige leeftijd.

In 1998 was een nieuw album uitgekomen (S.D.Q. ’98), wederom met oude maatjes. Op dat album staat een gepimpte versie van Goodbye San Francisco, Hello Amsterdam. Maar dat was voordat Eucalypta a.k.a. de kaakklem de binnenstad naar de mallemoer zou helpen.

Keuze Willem Kamps: Motorpsycho – Go To California (2001)

Een invuloefening

Ik had er nooit bewust bij stilgestaan, maar meerdere van mijn lievelingsliedjes gaan over Californië, en dan bedoel ik niet Californiasoep die is pas lekker. Nee, California Dreamin’ natuurlijk, van The Mama’s & The Papa’s, San Francisco van Scott McKenzie of, recenter, Californication van de Peppers, om de bekendste te noemen. Absolute favoriet is het nog iets jongere Go To California van Motorpsycho, van hun negende album Phanerothyme. Inmiddels ook al negentien jaar oud, maar nog staand en onverwoestbaar als een Noorse staafkerk.

Mijn kennismaking met Motorpsycho was een ander voortreffelijk album van hun, Timothy’s Monster met het alles vermorzelende door je ziel snijdende Giftland. Ik stuitte op hun naam in een bericht van de Rooie Orenclub van Het Paard in Den Haag: concerten van alternatieve, non-commerciële bandjes – nieuwe of die ver onder de radar bleven. De beschrijving van hun muziek bracht mij naar Plato waar ik mijn oor te luister legde en met kloppend hart, bonzend hoofd en een waanzinnige plaat rijker, de deur weer uitging.

Met hun debuut Lobotomizer begon Motorpsycho als atypische metalband en bouwde vervolgens met architectonische precisie muren van geluid en genoeg ruimte voor fijnzinnige doorkijkjes. Met Let Them Eat Cake, Phanerothyme en It’s A Love Cult brachten ze rond de eeuwwisseling een drietal toegankelijker platen uit om daarna complexer, harder, jazzier en exuberanter te worden. Keer op keer, zo ongeveer elk najaar, verschijnt een album – soms een dubbelaar – en vrijwel altijd van hoogstaande kwaliteit.

Go To California is – op vinyl – de afsluiter van kant A en duurt welgeteld acht minuten, een dikke vijf instrumentale langer dan de singleversie. Al luisterend lijkt het een invuloefening. Je hoort Crosby Stills Nash & Young, je hoort The Doors, The Beach Boys en nog meer sixties-invloeden, maar bovenal hoor je Bent Sæther, Hans Magnus Snah Ryan en Håkon Gebhardt (hier aangevuld met Baard Slagsvold in de rol van Ray Manzarek) op de toppen van hun kunnen, in hun ode aan de meest vrijgevochten staat van de V.S. There is no tomorrow, there’s only now, openen ze en ja, dit horend wil je dat die now never nooit meer voorbijgaat.

Keuze Remco Smith: The Thrills – Santa Cruz (You’re Not That Far) (2002)

Soundtrack voor de oostkust

Deze Californië-battle maakte een vreemde geografische associatie bij mij los. Van Californië kwam ik namelijk rechtstreeks de oostkust van de V.S. in. Dat zit zo.

In 2004 kregen wij een uitnodiging voor een bruiloft in Charlotte, North Carolina. Mijn meisje zou daar zelfs één van de Brides Maids zijn. Vijf dagen North Carolina en daarna zouden wij meanderend richting New York reizen. Wij keken uit naar die dagen in North Carolina. Door daar met de familie van het bruidspaar op te trekken zouden we die mensen vast goed leren kennen met een ontspannen bruiloft als gevolg. Dat werd net anders, en daarmee voor mij een eye-opener. North Carolina bleek het voorportaal te zijn van de redneck gebieden waar de Republikeinen in de regel de macht hebben. Nauwelijks geïnteresseerd in wat er buiten de staatsgrenzen gebeurde. Lunches op plekken waar mensen met een kleurtje alleen kwamen voor de schoonmaak; de segregatie was daar toen nog ruimschoots, en nu nog steeds denk ik. En een bruiloft met The Electric Slide: inline dancing. Het waren vijf bijzondere dagen.

Na de bruiloft gingen we graag op pad via Virginia naar Pennsylvania en van daaruit naar Washington DC en New York. Een roadtrip langs de oostkust van de V.S. En daar komen The Thrills binnen; die draaiden wij opvallend vaak tijdens onze reis. The Thrills maken muziek waar ook op een regendag de zon van gaat schijnen. Muziek met referenties  aan The Byrds en koortjes die zo uit liedjes van The Mama’s & The Papa’s hadden kunnen komen. Muziek die zowel vrolijk maakt als soms wat melancholisch stemt. Hun debuutplaat begint met Santa Cruz (You’re Not That Far); een lofzang op een stadjes tussen Los Angeles en San Fransisco, een gebied waar de muziek van The Thrills zomaar uit had kunnen komen

En The Thrills? Die komen uit Ierland, wat mijn bijzondere geografische associatie met het onderwerp van deze battle af maakt.

Keuze Marco Groen: Alice In Chains – Check My Brain (2002)

Alice een spiegel voorhouden

Indien je een zeer korte samenvatting moeten geven van Check My Brain van Alice In Chains dan is wellicht de uitdrukking de kat op het spek binden redelijk van toepassing. Kleine toevoeging: in dit geval negeert de kat het stukje vlees. Sommige katten kunnen dat. Het vlees was waarschijnlijk net niet op de juiste temperatuur of het aangebodene was minder van kwaliteit dan de feline nobiliteit gewend is. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Punt is dat je een bepaalde behoefte onderdrukt en hier een liedje over schrijft. Zanger/frontman/gitarist Jerry Cantrell deed het.

Niet kattenvoer, maar drugs lopen als een rode draad door Alice in Chains en haar leden. Zo gaf in 2002 Layne Staley (de oorspronkelijke zanger van de band) de geest na een overdosis speedball. Zijn voormalige vriendin was hem zes jaar eerder al vooraf gegaan, eveneens door een overdosis. In 2011 (dus twee jaar na Check My Brain) stierf bassist Mike Starr aan – waarschijnlijk – een overdosis medicijnen. Druggebruik lijkt zo’n beetje in het DNA van de band te zitten, getuige alleen al het onvolprezen album Dirt, waarop zes van de dertien nummers over deze genotsmiddelen gaan: Junkhead, Angry Chair, Hate To Feel, God Smack, Sickman en Down In A Hole. Allen voornamelijk nummers waarin Staley een groot aandeel in had. Jerry Cantrell bewaarde zijn openbaringen qua drugsgebruik voornamelijk voor zijn solowerk.

En dan komt het spek: laatstgenoemde ex-junk verhuisde in 2003 van Seattle naar Los Angeles om daar, in de stad waar het scoren van drugs net zo vanzelfsprekend is als het kopen van kattenvoer, niet te participeren in die wereld. Of, zoals hij het zelf stelt, wanneer hij spreekt over Check My Brain: There’s a certain aspect of sarcasm, I guess, being a guy from Seattle who lives in L.A., ex-drug addict who lives in the belly of the beast and doesn’t partake, and being totally cool with that, aldus Cantrell. It’s like being the bad gambler and living in Vegas. It’s right there. It’s just the irony of that and a little bit of sarcasm. And it’s not putting this place down at all. It’s just kind of like, wow, you know, check my brain, wow. In de tekst is eveneens een sneer/knipoog te vinden richting de, op dat moment recent overleden, zanger Staley. Deze keek nogal op Californië en met name Los Angeles neer. Het is immers geen Seattle of Washington-state. Met zinnen als als I find myself in the sun, a hell of a place to end a run, California i’m fine, check my brain lijkt Cantrell te willen zeggen dat het leven daar zo slecht nog niet is, Layne.

Keuze Erwin Herkelman: Capital Cities – Safe And Sound (2010)

Just as good as Craigslist

Better than Craigslist! The most beautiful women from Craigslist! Het waren kreten die ik vaak voorbij zag komen, vergezeld van foto’s die weinig aan de verbeelding overlieten, als ik mij weer eens op dubieuze sites bewoog op zoek naar dat éne liedje. Ik wist dan ook niet beter dan dat het een soort marktplaats was voor seks. Er bleek echter nog veel méér te gebeuren op het platform.

Want ook de heren van Capital Cities ontmoetten elkaar op Craigslist. En dat was niet voor een erotische ontmoeting. Nee, de ene helft van het duo reageerde op een open advertentie waarin de ander aanbood muziek te produceren. Het bleek een match. Samen maakten ze in eerste instantie vooral jingles en componeerden zij liedjes voor commercals. Drie jaar later richtten zij Capital Cities op.

Hun eerste EP ging voorbij aan de grote massa. Maar toen zij in 2012 met een volwaardig album kwamen, met daarop de single Safe And Sound, kwamen ze bovendrijven. In ons land werd het een bescheiden hit met een 29ste plaats in de Top 40 maar de plaat bereikte in de Verenigde Staten de top 10 van de Billboard Hot 100.

De reden van het succes was tweeledig. Allereerst was er dat catchy trompetlijntje dat het nummer deed uitsteken boven alle andere popliedjes uit die tijd. Maar ook de clip is fantastisch. De heren lieten in de video dansers uit allerlei decennia tot leven komen om de battle van hun leven te dansen. Het was bijzonder vernuftig in elkaar gezet en het leverde hen dan ook een MTV Video Music Award én een Grammy-nominatie op.

Keuze Alex van der Heiden: Exodus – Burn, Hollywood, Burn (2010)

Californië = Bay Area = Thrash Metal

Wanneer je muziek en Californië zegt, dan zeg ik Bay Area en wanneer je Bay Area zegt, dan zeg ik thrashmetal. Sterker nog; dit is de absolute bakermat van de thrashmetal wat mij betreft, met als meest bekende exponent Metallica natuurlijk. Maar Metallica was Metallica niet geweest zonder Kirk Hammett en die heeft ooit gespeeld in de band waar deze blog over gaat: Exodus. Metallica wordt, hoewel ooit gestart in Los Angeles, toch tot de Bay Area-metal gerekend vanwege Kirk, maar ook vanwege bassist Cliff Burton en omdat zij met andere bands in die omgeving een ‘scene’ ontwikkelden die in de metal uiteindelijk een hele grote invloed heeft gekregen. Nog even ter verduidelijking: de Bay Area omvat een gebied rondom San Fransisco en San Pablo bij de kust (de baai aldaar).

Om heel eerlijk te zijn vind ik Exodus niet de sterkste band uit die regio, maar ze staan wel aan de bakermat van thrash en daarom is het zeer gerechtvaardigd om de aandacht te vestigen op Exodus. Ze werden opgericht in 1980, daar waar de andere bands enkele jaren later volgden. Er vinden in die beginjaren ook wat onderlinge wisselingen plaats in de Bay Area-thrashmetal, zoals genoemd Metallica en andersom vanuit een andere band, namelijk Testament, kwam zanger Steve Souza Exodus versterken, hetgeen ik persoonlijk een vooruitgang vond voor Testament die met Chuck Billy verder ging. Inmiddels zijn drie bands de revue gepasseerd, maar de Bay Area kent nog veel meer thrashbands zoals Death Angel, Forbidden en Lääz Rockit en nog vele anderen. Verder heeft deze regio veel muzikale thrash connecties naar die andere grote stad in Californië Los Angeles waar Megadeth en Slayer hun wortels hebben.

Zoals gezegd is Exodus écht één van de eersten, misschien wel de allereerste, die thrashmetal maakte. Deze metal kenmerkt zich door een combinatie van heavy metal en punk waar tempowisselingen elkaar snel opvolgen. Binnen dit genre is Exodus ondanks de vele bandwisselingen wel vrij constant van geluid en tempo en dat maakt ze voor mij iets minder interessant. Metallica heeft zich door de jaren heen behoorlijk ontwikkeld, niet altijd ten goede naar mijn mening, maar ontwikkeling was er zeker. Testament is en blijft mijn favoriet en Exodus is gewoon noodzakelijk om notie van te nemen, omdat het toch allemaal bij hen begon. En als je van recht toe recht aan thrash houdt, dan ben je bij Exodus aan het juiste adres. Omdat het thema Californië is, heb ik gekozen voor een nummer dat over Hollywood gaat en nogal afgeeft op het ‘fake-leven’ daar. Ook dat is wel een mooie eigenschap binnen de thrashmetal: er wordt over het algemeen nergens omheen gedraaid.

Keuze Der Webmeister: Allah-Las – Busman’s Holiday (2012)

Westcoast muziek uit het boekje

In het voorjaar van 2000 zat ons land op de toppen van de economische conjunctuur. Ik kon een andere, betere baan krijgen en bij mijn oude werkgever had ik de jaren ervoor zodanig veel overuren gemaakt dat ik op de valreep nog zes weken vrij kon nemen en de rest van dat stuwmeer aan overuren liet uitbetalen. Veel geld en veel vrije tijd, zie daar de ultieme ingrediënten voor een auto-trip dwars door de Verenigde Staten!

Een van de ontelbare onuitwisbare indrukken was na het dagenlang doorkruisen van dorre lege woestijnen, het vanuit het oosten binnenrijden van de eerste suburbs van de regio Los Angeles. Plots was daar die bruisende, overdadige groene en vruchtbare oase, waar het leven aan alle kanten van af spatte. Ik stel me nog altijd voor hoe honderden jaren gelden de immigranten hier na een eindeloze tocht aankwamen, hun mondhoeken omhoog krulden en vermoedelijk weinig twijfel zullen hebben gehad. Hier blijven we!

Door Los Angeles rijden is trouwens een fantastische ervaring, alsof je door een groot filmdecor beweegt. Ongeveer iedere straat roept de vraag op: uit welke film of TV serie ken ik dit toch? Kijk u trouwens vooral eens naar Once Upon A Time in Hollywood, te zien op Netflix. Met prachtige oude auto’s wordt er door Brad Pitt flink wat afgereden door het L.A. van 1969. Luister daarbij vooral ook naar de muziek die in deze film uit de autoradio’s komt. Geen standaard sixties muziek, maar veel ondergewaardeerd spul dat klaar ligt om ontdekt te worden.

Wie ook graag en veel zinloos rondrijden in een meer hedendaags Los Angeles, steevast met muziek erbij, zijn de Allah-Las. De laatste keer dat ik ze live zag in Paradiso Noord was dat tegen een achtergrond van zwart/wit road-filmpje zoals in onderstaande clip, alsof ze daarmee wilden aantonen waar ze hun inspiratie vandaan halen. Wie meer videoclips van de band opzoekt zal bijna uitsluitend prachtige Californische landschappen zien: veel zon, woestijn, brede snelwegen en strand.
De muziek van de Allah-Las is zo Californisch als maar kan. Beetje surf, beetje folk, licht psychedelisch en vooral zonnig: vintage Westcoast-muziek uit het boekje, en dit nummer is niet anders. Wie de tekst goed tot zich door laat dringen zal vaststellen dat dit een modern anti-oorloglied is. Maar dat is weer een andere battle.

Keuze Alex van der Meer: Xiu Xiu – Pumpkin Attack On Mommy And Daddy (2019)

Waanzin en veel knoflook

Twee nummers over Californië zijn nu al een tijdje bij mij favoriet, Goodnight, California van Kathleen Edwards en het nummer California van John Murry. Over beide artiesten schreef ik echter al eens eerder, dus dat vond ik voor deze battle met zoveel mogelijkheden een beetje zonde. Per slot van rekening komt uit Californië zelf heel veel interessante muziek. Bovendien had ik deze dagen een ergerlijke behoefte aan weer eens wat anders. Daarom besloot ik het te gaan hebben over een nummer dat met name smakelijk is voor een specifieke liefhebber, de liefhebber die – als het ware – z’n muzikale gagh het liefst zeer vers consumeert.

Welkom in de bizarre wereld van Xiu Xiu. Dit is zo’n band uit Californië waarvan je kunt zeggen dat het niet zo van gebaande paden houdt. Deze experimentele band zoekt onvervaard de grenzen op om ze te verplaatsen. Dit nummer is een prachtig voorbeeld. Het is niet simpelweg bedoeld voor luistergenot alleen, het moet ongemak veroorzaken.

Pumpkin Attack On Mommy And Daddy staat op het elfde album van de band, Girl With Basket Of Fruit. Bandleden Jamie Stewart en Angela Seo hebben geprobeerd innerlijke reacties op buitengewone gebeurtenissen weer te geven. Frustratie, onzekerheid, wanhoop, en zelfs doodsangst, het komt allemaal terug in het geluid van dit nummer. De beelden van de videoclip versterken de vervreemding, het is een audiovisuele ervaring met een dreun en veel knoflook. De track is wellicht wat ongewoon te noemen, maar ik vind het vooral ongewoon bijzonder. Zeker weer eens wat anders, dit nummer met een indringende industrial sound, knallende beats, en innerlijke onrust.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.