Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Metal-battle

Het is een ruim begrip: Metal muziek. De oorsprong van de term komt van de band Steppenwolf, die al in 1968 een motor beschreef als een heavy metal thunder. Black Sabbath wordt gezien als de eerste metalband, uit Birmingham, waar veel fabrieken staan die zware metalen verwerken.

Tegenwoordig zijn er wel dertig verschillende metal varianten en in vrijwel elke battle komt wel een nummer voor wat in een van deze deze categorieën behoort. Vandaag een battle puur uit ondergewaardeerde liedjes met brullende gitaren, stampende bassen, krachtige vocalen en een drumstel met in ieder geval een dubbele basdrum.

Keuze Willem Kamps: Budgie – Nude Disintegrating Parachutist Woman (1971)

Uit de bronstijd

Als jongere oudere heb ik de opkomst van de metal nog meegemaakt. Ja ja ja, opa vertelt. De hardrock werd zwaarder en harder en het zou best kunnen zijn dat het extreem harde geluid van Black Sabbath (oktober ’75, Circustheater) aan de wortel lag van mijn huidige tinnitus. De massieve muziek kreeg het etiket metal opgeplakt en evolueerde in de decennia erna tot talloze varianten. Niet alles kan mij bekoren, vooral die met het stompzinnige gegrunt. Nee, als liefhebber van een stevige bak herrie duik liever in de bronstijd van de metal en vind daar naast de stamvaders van Sabbath natuurlijk de mannen van Budgie. Een trio uit Wales dat altijd wat in de marge is gebleven maar meerdere vakbroeders heeft geïnspireerd.

Hun eerste albums, evenals die van Sabbath, werden geproduceerd door Rodger Bain. Bain was ook de smid die Rocka Rolla van Judas Priest, een andere vroege metalband smeedde en waarmee Budgie vaak toerde. Voor Budgie legde hij hun titelloze debuut en de opvolgers Squawk en Never Turn Your Back on a Friend op zijn acht sporen-aambeeld, om het livegeluid te benaderen, alvorens het naar de ijzerhandel ging. Toch, slechts album nummer vier, In for the Kill, had in ’74 commercieel succes, plek 29 in de Britse albumlijst. Jammer genoeg voor Bain met slechts één bijdrage van hem: de band had de met hem opgenomen single uit ’71 aan het album toegevoegd: Crash Course in Brain Surgery.

Burke Shelley, zanger en bassist van de band, had een fijne tongue-in-cheek  pen van schrijven. Neem de prachtige titels van zijn songs: het al genoemde Crash Course, maar ook In the Grip of a Tyre Fitters Hand, Homicidal Suicidal (nog gecoverd door Soundgarden), You’re The Biggest Thing Since Powdered Milk of Nude Disintegrating Parachutist Woman mogen er zijn. Laatstgenoemde is een vroeg metalepos over een outkast die in haar nakie van cloud nine naar beneden zweeft. Een loodzware riff met op 3,25 minuut een versnelling om gitarist Bourge z’n gang te laten gaan, vervolgens aangevuld met een vleugje mellotron, om na vier minuten weer terug te keren naar het heavy begin. Muziekhistorisch gezien mag het dan oud-ijzer zijn, het is allesbehalve rijp voor de schroothoop.

Keuze Jan-Dick den Das: Ozzy Osbourne – Mr. Crowley (1980)

(Weder)geboorte

Sommige nummers hebben een aparte geschiedenis over hoe het eigenlijk tot stand is gekomen, of laten we zeggen het onderwerp/inhoud van het nummer. Bij dit nummer begint het bij een geloofsgemeenschap die de vaste overtuiging hadden dat de dag des oordeel nabij was en enkel zij gespaard zouden worden. Aleister Crowley’s ouders waren aanhangers van de ‘Vergadering van gelovigen’. Een gemeenschap die uiteindelijk een voedingsbodem zou zijn voor het gedrag en denkbeelden van Aleister. Op 12-jarige leeftijd moest Aleister meemaken dat zijn vader stierf en klaarblijkelijk was dat het moment om zich los te maken van de principes en denkbeelden van de geloofsgemeenschap. Een afvallige dus, zijn moeder noemde hem zelfs het Beest. Menig metalband heeft daar zijn inspiratie vandaan gehaald.

En Mr.Crowley ging studeren en ging qua denkbeelden de hele andere kant op, Yoga, Boeddhisme maar ook vooral het occulte, de zoektocht naar het verborgene. Verschillende boeken kwamen van zijn hand, een van de bekendste is The Book Of Law. Ozzy had ook een boek gelezen van deze beruchte dichter, schrijver maar ook bergbeklimmer. Ozzy, voormalig frontman van Black Sabbath, was zeker niet vies van occulte zaken en een nummer over deze ‘vreemde’ man paste mooi bij het imago van Mr. Osbourne als satanische rockster.

Het nummer zelf is geweldig mede door de gitaarriffs en solo’s van wijlen Rhandy Rhoads. Het nummer geeft een tomeloze energie en hoe vaak je het ook luistert, het verveeld nooit. Let wel we hebben het hier wel over de live uitvoering. Ozzy heeft ooit in een interview aangegeven hoe het nummer en dan vooral de tekst tot stand is gekomen. I’d read several books about Aleister Crowley. he was a very weird guy and I always wanted to write a song about him. While we recording the Blizzard of Ozz album there was a pack of tarotcards he had designed lying around the studio. Well one thing lead to another and the song ‘Mr Crowley’ was born.

Een nummer over een man met donkere gedachten; in het nummer wordt verwezen naar verschillende gebeurtenissen in het leven van de goede man. Zo werd zijn nageboorte verspreid omdat hij – zo gaat het verhaal – een moedervlek had in de vorm van een hakenkruis. Aleister was ook een gebruiker van opium en in de muziek is daar een mooi synoniem voor White Horses.

Uncovering things that were sacred manifest on this earth

Ah conceived in the eye of a secret
And they scattered the afterbirth

Mr. Crowley, won’t you ride my white horse
Mr. Crowley, it’s symbolic of course

Voor mij is het een van de ultieme hardrock nummers. Of metal om in de geest van de battle te blijven. Zeker door het fabelachtige gitaarspel van Rhandy Roads, die helaas op 25-jarige leeftijd het leven verloor bij een dramatisch ongeluk met een vliegtuigje tijdens de tour met Ozzy in 1982.

Keuze Marco Groen: Anvil – Metal On Metal (1982)

Sodom

Eigenlijk hoor je pas echt bij de grote mensen wanneer je een rol hebt gespeeld in de cartoonserie The Simpsons. De heren van Anvil horen sinds 2010 tot dat selecte groepje uitverkorenen. In de aflevering Lisa Simpson, This Isn’t Your Life is de band namelijk de muzikale begeleiding van Bart, die aan het moddersurfen is op het veldje voor zijn school. Andere metal-grootheden zoals Judas Priest en Metallica gingen Anvil voor. Uit de serie is overigens ook de (daadwerkelijk bestaande) Flanders-metalband Okilly Dokilly voortgekomen. Hun verhaal is misschien wel hallucinanter dan die van Steve ‘Lips’ Kudlow en de zijnen.

Dat Anvil nooit in een adem wordt genoemd met – bijvoorbeeld –  eerdergenoemde megabands is op zijn zachts gezegd merkwaardig te noemen. In het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw had het er namelijk alle schijn van dat de band de wereld zou gaan veroveren. Iets met de juiste tijd, de juiste muziek en de juiste personen. Waarom dat niet gebeurd is? Niet de onmiddellijke impact? Een verkeerde overstap gemaakt naar een andere platenmaatschappij? Een promotor die plots elke belangstelling voor de ietwat puberale groep verloor? Lastig te zeggen. Feitje is wel dat de band goed genoeg was om van invloed te zijn op latere bands die wél een dikke portemonnee overhielden aan hun muzikale kunstjes. Hierbij moet je denken aan bijvoorbeeld Anthrax, Slayer, Megadeth en Metallica. Niet geheel toevallig de Big Four of Thrash Metal genoemd.

De deerniswekkende toestand van de band na het uitblijven van meetbaar succes werd vastgelegd in de zeer kijkbare documentaire Anvil: The Story of Anvil (2008). Een docu over een troosteloze tour, waarbij elk optreden zich kenmerkt door een vrijwel afwezig publiek, ruzies, geweldige quotes en allerlei afspraken die niet nagekomen worden.  Het beeld van een optreden voor ongeveer honderd mensen in een Roemeens ijshockeystadion, dat plek biedt aan 10.0000 personen, verdwijnt niet snel meer van het netvlies. Opvallend is het hoge incasseringsvermogen van de heren. Kudlow en Robb Reiner (om een of andere reden schrijf je zijn naam met twee ‘b’s) gaan door waar anderen het al een slordige driehonderd jaar geleden hadden opgegeven. Vooral Kudlow lijkt met zijn guitige kop en prettig charisma zo uit De Kronieken van Narnia te zijn weggelopen. Een zeer benaderbare man, die tijdens concerten blijk geeft van een enorme dosis zelfspot. Robb Reiner heeft een iets meer gereserveerde uitstraling, maar dat valt gelukkig niet zo op achter het drumstel. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik een tijdje in de veronderstelling ben geweest dat Anvil: The Story of Anvil van hetzelfde laken een pak was als This is Spinal Tap, een hilarische documentaire over een imaginaire band. Het besef dat Anvil een werkelijk bestaande metalgroep was en dat de vastgelegde mistroostigheid zich afspeelde in de echte wereld, daalde pas later in. Na het uitkomen van de documentaire werd een deel van het gedroomde succes eindelijk werkelijkheid. Iets dat voor de gemiddelde docukijker wel bijna moet aanvoelen als gerechtigheid.

Het nummer Metal to Metal gaat volgens ingewijden over het genre metal zelf. Het lijkt een grote stereotypering van de muzieksoort te zijn. Ook letterlijk trouwens: met metaal op metaal meppen doet nogal pijn aan de oren, oftewel: het gevoel dat je bij tijd en wijle krijgt wanneer je een metalfeestje bezoekt. Een van de vele manieren waarmee je prima een tinnitus in je leven kan brengen. Volgens Kudlow kwam de in het nummer gehanteerde riff vanuit het niets uit zijn gitaar. Het geluid deed hem denken aan metaal op metaal. Een kwartiertje later was dit ondergewaardeerde kindje van Anvil geboren.

Keuze Alexander Honderd: Iron Maiden – Run to the Hills (1982)

Simpelweg het meest meezingbare refrein in metal

Wanneer je favoriete plaat aller tijden Iron Maiden’s The Number Of The Beast is, dan kun je in een metal-battle niet anders dan een nummer van dit klassieke album kiezen. Toch nog wel even getwijfeld wélk nummer dan, want ja, echt álle nummers op The Number Of The Beast zijn goed. Openingsnummer Invaders, The Prisoner, 22 Acacia Avenue en uiteraard het titelnummer, het album staat vol met ondergewaardeerde klassiekers. Uiteindelijk heb ik gekozen voor Run To The Hills, de eerste single van het album, het nummer met het meest meezingbare refrein in het hele metal genre.

Het liedje opent simpel met drummer Clive Burr die op toms en hihat uit de starthekken weg draaft. Hierna mogen de gitaren en bas zich even op de voorgrond tonen om vervolgens de, op dit album bij Maiden debuterende, zanger Bruce Dickinson de ruimte te geven om het lot van de indianen te bezingen. Na het eerste couplet gaat het tempo omhoog en wisselt het perspectief van het lied naar dat van de kolonisten die de indianen met geweld verdrijven. Vanaf dit moment begint de bas van Steve Harris echt te galopperen en komt er een partij energie in het nummer die het tot de laatste uithaal van Dickinson niet meer kwijt raakt.

Ik moet het nog even het over het meezingen van het refrein hebben, want ondanks de stevige en duistere materie van de tekst is Run To The Hills tóch een dijk van een feel good song:

Run to the hills
Run for your lives
Run to the hills
Run for your lives

De tekst is simpel, de melodie ook. Wat het denk ik echt zo meezingbaar maakt is de energie en de passie in de meerstemmigheid, je wílt gewoon meebrullen! Up the Irons!

Keuze Alex van der Heiden: Testament – The Ballad (1989)

Testament hoort bij de ‘big five’

Wie Bay Area metal zegt, zegt thrash metal van de westkust van Amerika en zegt al snel Metallica.
Wie ‘Big Four’ zegt binnen de metal, zegt Metallica, Slayer, Megadeth en Anthrax. De eerste drie uit het westen van Amerika en Anthrax van de andere kant. Naast deze Big Four, waarvan je beter kunt zeggen ‘Big One and the other three’ zijn er nog talloze andere machtig goeie thrash metal bands uit bijvoorbeeld Duitsland zoals Kreator en Destruction. Wat mij altijd het meest verbaasd heeft, is dat Testament het niet gebracht heeft tot de zogenaamde ‘Big Four’. Een onderwaardering die zijn weerga niet kent, had het gewoon ‘Big Five’ genoemd.

Testament komt voort uit de band The Legacy en is net zoals Metallica een kind van de Bay Area-scene waar ook Exodus vandaan komt, die eveneens niet tot de ‘Big Four behoort. Onderling zijn er in de Bay Area ook wat wisselingen tussen de thrash metal bands in de jaren ’80. Wat mij betreft is een heel gelukkige wisseling voor Testament het vertrek van Steve Souza naar Exodus. Wat hij heel goed gedaan heeft, is Chuck Billy introduceren als zijn vervanger. Chuck Billy geeft met zijn diep rauwe stem precies wat een goeie thrash metal band nodig heeft en hij kan daarnaast ook gevoelig klinken in thrash ballads zoals The Ballad en The Legacy.

Naast frontman Chuck Billy staat een dijk van een band, waarvan Alex Skolnick wel de meest noemenswaardige is. Hij heeft een gitaarleermeester in niemand minder dan Joe Satriani en ontwikkeld een compleet eigen stijl, die de solo’s van Testament uniek maakt. Zijn stijl en techniek is ook terug te horen in jazzprojecten die hij met zijn Skolnick Trio maakt.

Ik vond het lastig om een nummer te kiezen, omdat de eerste vier albums allemaal raak zijn wat mij betreft. Het meest raak voor mij is het album Practise What You Preach. Vooral omdat dit hele album live(in de studio) is opgenomen met alle instrumenten tegelijk. Dat geeft meteen weer dat Testament ook een enorm goeie live sound heeft, maar dat hadden de live opnamen in Eindhoven (allemaal uitgebracht op album) al bewezen. Het nummer van Practise What You Preach dat ik uiteindelijk heb gekozen is The Ballad, omdat daar alles in zit wat Testament muzikaal te bieden heeft. Geniet daarom met volle teugen van deze thrash ballad.

Keuze Vincent van der Vlies: Megadeth – Tornado Of Souls (1990)

Ook een narcist heeft wel eens gelijk

Allereerst: een stukje schrijven over welk metalnummer het meest ondergewaardeerd is, is een fijn lesje darlings killen. Gelukkig had ik al eens over Davidian geschreven op dit medium. Dat gezegd hebbende begon mijn voorliefde voor het zwaardere werk begin jaren ’90 onder andere met het concert dat Megadeth op 24 april 1995 in de Rijnhal in Arnhem gaf. Na in regionale zaaltjes al wel eens obscure punk, crust en metalbands gezien te hebben, was dit mijn eerste grote act die ik live zag. Amper 15 jaar oud stond ik na het voorprogramma redelijk vooraan, om vervolgens plat gedrukt te worden in een zwerm zweterige zwarte metalshirts van vooral mannen die een kop groter waren dan ik zelf. Later op de avond had ik mij toch een mooi plekje verworven en aan het eind van de avond had ik het idee dat ik amper nog de hoge tonen hoorde door het lawaai. Ik vond het geweldig.

Nu 24 jaar later is er genoeg gezegd en geschreven over de karakter trekken van oprichter en brein Dave Mustaine en zijn politiek beladen uitspraken. Ook kent iedereen wel de verhalen over Metallica, drankgebruik en de klap die hij James Hetfield gegeven zou hebben. Het verhult echter het briljante schrijftalent van deze trash- en speedmetal pionier. Als je begin jaren ’80 aan de wieg hebt gestaan van twee van de big four van de trashmetal (naast Anthrax en Slayer) dan ben je gigantisch. En dat weet hij zelf stiekem ook wel. Hij zal niet onder stoelen of banken steken dat hij best vol is van zijn eigen band en kunnen. In 2017 nog won Megadeth een grammy voor het laatste album Dystopia. Hierbij werd bij de uitreiking door de begeleidingsband Master of Puppets van Metallica gespeeld. En dat zal ongetwijfeld – psychologie van de koude grond van mijn kant – steken en leiden tot overcompensatie van een toch al wat narcistisch persoon. Dus misschien leidt dat ook tot wat overcompensatie in zijn gedrag.

Een mooi voorbeeld was twee jaar geleden toen ik ze (pas) voor de tweede keer zag spelen. Vlak voordat ze Tornado Of Souls speelden zei Mustaine: this song probably has one of the best solos in metal history. Of iets van die aard. Ook al was voormalig gitarist Marty Friedman degene die de solo destijds schreef, bescheiden was het niet. Maar het is wel waar. De rest van het nummer is al top, maar de solo is objectief gezien één van de beste ooit gemaakt in metal historie en subjectief gezien de beste. Dus ja, ook al is het een rare gozer, gelijk heeft ie en vanwege die solo mijn bijdrage aan deze metal battle. Overtuig jezelf en kijk hier maar eens naar de huidige gitarist Kiko Loureiro die laat zien hoe het moet, of luister anders natuurlijk naar het origineel.

Keuze Remco Smith: Prong – Snap Your Fingers, Snap Your Neck (1994)

Ergens in het verlengde van Chris Isaak en Richard Thompson

In 1994 was ik voor het eerst op Pinkpop. De eerste keer dat Pinkpop tweedaags was: vijfentwintig acts op de vijfentwintigste Pinkpop. Al jaren had ik die wens en nu zou het er eindelijk van komen. Eén van de beste line-ups ooit: The Afghan Whigs, Therapy?, Morpine, The Levellers, Smashing Pumpkins, The Breeders. Het was één lange dag met hoogtepunten.

Dat was dan alleen nog maar de maandag. Op zondag was op het Noorderpodium alvast een aantal acts als opwarmer. Senser, Chris Isaak, Richard Thompson, Prong en Gorefest. Richard Thompson met een solo-optreden die zichzelf op een goede manier konden duiden: Inbetween Chris Isaak and Prong. That’s musically exactly were I stand.

Een echte metalhead ben ik niet. Ik ben ooit op Ozzfest geweest vanwege Tool, een hele dag gegrunt. Het is echt niet aan mij besteed, maar Prong op Pinkpop vond ik te gek. Prong was hard. Verzengend hard. Goede liedjes vooral. Prove you wrong. Snap your fingers.

Keuze Mirjam Geertsma: Mayhem – Freezing Moon (1994)

Mental

Een battle over metal levert mij meteen keuzestress op. Het onderwerp is te groot, er zijn teveel subgenres. Metal is namelijk erg divers. Bovendien is bijna alle metal ondergewaardeerd en dus is de keuze immens en tja dan krijg je keuzestress want welke moet het worden?

Gelukkig is er Mayhem. Mayhem is een van de grondleggers van de black metal. Ik houd  van black metal. In het begon vond ik de meer melodieuze bands zoals Dimmu Borgir en Cradle of Filth goed en vandaar uit waardeerde ik steeds hardere, agressievere en snellere bands. Maar ik heb Mayhem niet zozeer uitgekozen om hun muziek maar meer wegens de zaken rondom de band. Die zijn namelijk vrij bizar. Ik doe even een samenvatting.

Opgericht in 1984 in Oslo en vernoemd naar het nummer Mayhem With Mercy van Venom (Venom is een van de voorlopers van black metal). In het begin had de band een zeer wisselende samenstelling, Maar in 1988 was de line-up als volgt: Euronymous op gitaar, Necrobutcher op de bas, Dead als zanger en Hellhammer op de drums. Je eigen naam gebruiken is blijkbaar niet cool en wordt zelden gedaan door black metal-muzikanten.

Mayhem baarde flink opzien door hun concerten en hun imago als misantrope satanisten. Ze gebruikten tijdens concerten onder andere op staken gespietste varkenskoppen als stagedecoratie. Dead gebruikte corpse-paint. Corpse-paint (zwarte en witte schmink) wordt binnen de black metal gebruikt om er minder als een mens uit te zien en meer een demonisch aanzicht te krijgen. Dead wilde er graag dood uitzien. Hij nam dit heel serieus en begroef zijn kleding om het daarna aan te trekken tijdens optredens. Ook liep hij regelmatig met dode en rottende vogels rond en tijdens optredens sneed hij zich met glasscherven en messen.  Je begrijpt dat deze man serieuze mentale problemen had. In 1991 snijdt hij dan ook zijn polsen en hals door en schiet zichzelf door zijn hoofd in de gezamenlijke woning van de band. Euronymous vond hem, reed naar de winkel, kocht een fotorolletje, keerde terug, herschikte het lijk zodat het er goed bij lag en maakte wat foto’s. Een daarvan is later gebruikt voor een live-bootleg. Het verhaal gaat dat hij stukjes schedel verzamelt heeft en opstuurde naar muzikanten die hij bewonderde. Necrobutcher was zo aangedaan dat hij uit de band stapte en Varg Vikernes, stagenaam count Grishnackh, kwam erbij. Dat hadden ze beter niet kunnen doen want in 1993 vermoorde hij Euronymous in zijn eigen woning. Uit zelfverdediging zei hij want Euronymous wilde hem doodmartelen en daar een snuff movie van maken. Daarom stak hij hem 16 maal in zijn rug. Vikerness is hiervoor de gevangenis ingegaan. Niet alleen voor de moord maar ook omdat hij een aantal kerken in de brand heeft gestoken samen met nog wat mensen uit de scene. Tevens bleek tijdens het onderzoek van de politie dat Euronymous samen met Vikernes van plan was een bekende kerk in Trondheim op te blazen omdat deze op de voorkant van hun debuut LP De Mysteriis Dom Sathanas zou komen te staan (een marketingdingetje denk ik). De springstoffen hadden ze al in huis liggen.

Terug naar de muziek. In 2016 heb ik tijdens een festival Mayhem De Mysteriis Dom Sathanas integraal zie spelen. Ik kende ze eigenlijk alleen maar van het gedoe eromheen. Om eerlijk te zijn was ik behoorlijk onder de indruk van hun optreden. Vijftig minuten lang in elkaar overgaande hypnotiserende en bezwerende herrie. Op de backdrop de eerder genoemde kerk afgebeeld en de band gekleed in pijen en verstopt in rook en blauw licht.

Mayhem is best wel een niche dus ze hebben eigenlijk geen videoclipjes maar ik heb wel Freezing Moon live gevonden uit dezelfde tour en van hetzelfde album.

Keuze Marcel Klein: Threshold – Narcissus (2001)

Laagdrempelig

Metal is een genre wat niet heel dichtbij mij ligt.  Maar er zijn zeker uitzonderingen. Soms valt alles als een puzzel ineen.  Overigens hoeft dit niet alleen bij Metal te zijn, maar heb ik dat bij andere muzieksoorten (bijvoorbeeld Country) ook. Vaak heeft het bij mij te maken bij de juiste stem, een melodieus samenspel en een ijzersterk nummer.

Threshold is een progmetal band uit Engeland (Surrey) en heeft een constante factor: gitarist Karl Groom. De band bestaat al sinds 1988 en het eerste album kwam uit in 1993. In het verleden (maar ook nog in de laatste jaren) is de band een duiventil geweest was het komen en gaan van muzikanten en zangers. Om maar een voorbeeld te noemen:  zanger Damian Wilson (ook bekend van onder andere Ayreon) heeft drie keer in de band gespeeld en is ook drie keer weggegaan en ook de huidige zanger is al voor de tweede keer terug. Maakt dit uit voor de muziek? Nee, niet echt, wat de band leunt op de stevige gitaarriffs van Groom en door het gebruik van synths heeft de band een uitstekende live reputatie en wordt er technische progmetal ook hoog niveau gespeeld. Tel daarbij op dat er altijd uitstekende zangers actief zijn binnen de band en het feit dat het niet alleen gaat om beukende gitaarmuren, maar juist om het samenspel tussen instrumenten en zang. Daardoor heeft Threshold een stevige plek in het progmetal genre opgebouwd.

Ik had natuurlijk ook andere bands kunnen kiezen uit ditzelfde gerne, bijvoorbeeld Dream Theater of Glass Hammer, maar er zijn er nog veel meer. In dit geval heb ik gekozen voor een nummer wat voor mij typisch is in het progmetal genre. Stevige riffs, een heerlijke stem (van de helaas overleden zanger Andrew ‘Mac’ MacDermott), donkere keyboards en een uitstekende ritmesectie. Tel daarbij op dat de melodielijnen uitnodigen om hard mee te zingen en dat er op het juiste moment ook even rust wordt ingebouwd, zodat een ultieme progmetal song ontstaat.

Het nummer komt van het album Hypothetical en staat vol van deze nummers, maar deze schiet er echt boven uit. Narcisscus is een figuur uit de Griekse Mythologie en zijn verhaal speelt zich af met de nimf Echo. Die echo’s vinden we ook terug in de muziek van Threshold en juist dat effect versterkt ook op dit album de muziek. Een mooi nummer, waardoor ik de soms (in mijn ogen) de te harde riffs voor lief neem.

Keuze Joop Broekman: Lamb Of God  – Ruin (2003)

Het betere hak- en zaagwerk

Wow. Dan hoor je dat je voor de battle over een metaltrack mag schrijven. En slaat de stress toe. Want dat is net zoiets als naar je favoriete restaurant gaan (daar heb ik er een paar van), in de wetenschap dat alles van de menukaart goed is. De liefde voor (zwaar) versterkte gitaren zit diep. Heel erg diep. En natuurlijk heb ik mijn favorieten. Over Tool had ik al eens geschreven. Over Rammstein ga ik zeker nog een keer een goed stuk tikken. Maar voor nu legden Meshuggah, Mastodon en Chimaira het af tegen mijn über-favoriet: Lamb Of God.

Begonnen als Burn The Priest en debuteren met een gelijknamig album dat meteen goed in de smaak valt. Beter kan het niet. Maar om niet in het verkeerde vakje terecht te komen (bands met een voorliefde voor satanische en andere onfrisse rituelen), besluit het vijftal in 1999 om voortaan als Lamb Of God verder te spelen. Met hun inmiddels uitstekende live-reputatie is een nieuwe platendeal snel binnen geharkt. Een jaar later is New American Gospel een feit. De sound is hard, maar wel melodieus en met hier en daar een groove. Kenners zeggen dat Pantera eindelijk een opvolger heeft. De albums As The Palaces Burn (2003) en Ashes Of The Awake (2004) zorgen voor nog meer naamsbekendheid. En steeds meer mensen bezoeken hun energieke shows. Beluister (of bekijk) het live-album Killadelphia maar eens.

Afijn, tours (ze komen zo wat overal) en albums wisselen elkaar af. Meerdere keren in het voorprogramma van Metallica. En frontman Randy Blythe besluit wijselijk om te stoppen met drinken. Saai, zou je zeggen. Toch gebeurt er iets met flinke impact, dat bijna het einde van de band betekent.

27 juni 2012. Midden in een Europese tour en net geland in Praag, wordt Blythe gearresteerd door de Tsjechische politie. Doodslag, luidt de aanklacht. Twee jaar eerder zou Blythe tijdens een optreden een 19-jarige fan van het podium hebben geduwd, met hersenletsel en de dood tot gevolg. Hij mag een tijdje doorbrengen in de Pankrac gevangenis, een uiterst onplezierig 123 jaar oud gebouw waar de Nazi’s in de Tweede Wereldoorlog  hun martelpraktijken verfijnden. En waar honderden gevangen in claustrofobische en broeierige ruimtes het met elkaar moeten uithouden. Uiteindelijk komt hij na 38 dagen op borgtocht vrij, en is zijn schuld aan het voorval niet te bewijzen. Over zijn belevenissen schrijft hij een indrukwekkend boek met de titel Dark Days. Een must read.

Aan advocaat- en proceskosten is de band een vermogen kwijt. Dankzij een lening van hun platenlabel en giften van fans komen ze deze inktzwarte periode door. Wel wordt er een flinke pauze ingelast, die alleen onderbroken wordt voor wat zomerfestivals. En pas in 2015 verschijnt er weer nieuw werk (VII: Sturm Und Drang), gevolgd door EP The Duke. Na een tour door Noord-Amerika neemt de band wéér een break

In 2018 heten ze voor even weer Burn The Priest. De gelegenheid is een album met hardcore, punk- en metalcovers (Legion: XX). Geen hoogstaand project, maar de versies van Jesus Built My Hotrod (Ministry) en I Against I (Bad Brains) zijn zeer de moeite waard.

En dan dit jaar. Lamb Of God speelt in 013, Tilburg. Ik mis een wervelende show, omdat ik diezelfde avond omver geblazen word door Tool in de Ziggo Dome. Gitarist Mark Morton brengt een fijne plaat uit (Anestethic) waarop hij met veel bekenden speelt. Maar de band maakt ook bekend (via een wel heel erg zakelijk statement) dat drummer van het eerste uur Chris Adler niet langer deel uitmaakt van de band. Zijn vervanger heet Art Cruz (toerde al mee toen Adler herstelde van een zwaar ongeluk) en er wordt begonnen met de voorbereidingen voor het tiende studioalbum.

Terug naar 2003. Ik ontdek het nummer Ruin op een MTV Headbangers Ball verzamelaar. En ben verkocht. Nee, verslaafd! Wat een sublieme riff. De heren Morton en Willie Adler hakken er zalig op los. Het nummer is ook de opener van As The Palaces Burn, de cd die al heel snel overuren maakt in mijn speler. En 16 jaar later nog steeds erg lekker klinkt.

Keuze Kees-Jan van der Ziel: Bloodbath – Eaten (2004)

Verandering van spijs

Af en toe mag ik graag naar een goede cult horrorfilm kijken zoals Leatherface, zeker rond Halloween en daarnaast heb ik wat inspiratie nodig voor mijn functie als scare actor in Avonturenpark Hellendoorn. Ja, dit is natuurlijk een battle over metal, en niet over films, maar het bruggetje komt zo.

Tot een van mijn favoriete Metal bands behoort Opeth. De meer dan 10 minuten durende songs als Blackwater Park en Deliverance zijn geweldig. Eerst is het keihard met de gruntende zang van zanger Mikael Åkerfeldt, dan is er een oase van rust met kalme en sfeervolle folk-achtige melodieën. Als je een film zou moeten koppelen aan een ondergewaardeerd liedje, met als meetlat dat romantische comedy’s zoetsappige popliedjes zijn en slashermovies keiharde deathmetal is, dan zijn de genoemde nummers van Opeth wellicht films als Se7en en Silence of the lambs. Maar soms wil je iets heftigers.

Dat Åkerfeldt ook een geweldig mooie cleane zangstem heeft, laat hij wel tonen in de laatste 3 albums van Opeth, zonder grunts, en op de samenwerking met Steven Wilson in Storm Corrosion. In 1998 richt hij de Zweedse deathmetal supergroep Bloodbath op en deze maakt simpelweg authentieke deathmetal. Mokerharde gitaren, snelle drums en agressieve gitaar-rifs, aangevuld met teksten die gaan over duistere zaken, maar wel met een bepaalde knipoog. Elke track is een kleine cult-horrorfilm, ook die moet je niet al te serieus nemen.

Als liefhebber van progressieve metal hou ik van extremen. Het liefst verschillende extremen in stijlen, tempo’s en sferen in een track. Bloodbath zit zeker binnen de grenzen van mijn muzieksmaak, omdat het kwalitatief erg strek blijft en geen kwestie is van simpelweg herrie maken.

Eaten is van het tweede album van Bloodbath, en is mijn favoriete track. Op het eerste album, genaamd Resurrection Through Carnage, heeft de band getracht het authentieke geluid van originele death metal bands als Cancer te reproduceren. Dat zorgt ervoor dat hun gitaargeluid klink alsof het uit opgeblazen versterkers komt. Ik vind het zelf wat minder prettig om naar te luisteren. Het zijn de ingewikkelde riffs, die door het geluid maakt dat het wat goedkoop overkomen, en dat verdienen ze niet. Op de opvolger Nightmares Made Flesh, zonder Åkerfeldt, dat wel, hebben ze blijkbaar nieuwe versterkers gebruikt. Eaten gaat over Armin Meiwes, der Menschenfresser aus Rotenburg.

Carve me up, slice me apart
Suck my guts and lick my heart
Chop me up, I like to be hurt
Drink my marrow and blood for dessert

Eaten
My one desire, my only wish is to be
Eaten
The longer I live the more I’m dying to feel the pain
Eaten
I would do anything to be
Eaten
My one desire, my only wish is to be
Eaten

Geniet van dit feestmaal vol gitaargeweld en heerlijk sarcasme. Voor de gemiddelde Snob 2000 liefhebber is dit een mooie ingang naar het extremere werk in de Metalscene. En bedenk vooral: verandering van spijs doet eten.

Keuze Erwin Herkelman: Nightwish – Elán (2015)

Beste Zangeres

Het zal vloeken in de kerk zijn op een website als deze, maar ik kan dus écht genieten van De Beste Zangers van Nederland. En terwijl ik de socials vol zie lopen met reacties dat het één grote poppenkast is, alle emoties fake zijn en de interviews van Jan Smit net zo nep zijn als zijn witte tanden, geniet ik met volle teugen tijdens een drankje en een chippie van wat ik een prachtige samensmelting van muziekstijlen vind.

En dit seizoen is dat niet anders. Waarbij ik met name werd verrast door de aanwezigheid van Floor Jansen. Een vriend had mij al eens getipt: bijna niemand in Nederland kent haar, maar in het buitenland speelt zij stadions vol met haar symfonische metalband Nightwish.

Als liefhebber van grootse, bombastische muziek was het voor mij dan ook een goede reden om eens door hun oeuvre te gaan. Inderdaad: er was slechts één nummer dat mij enigszins bekend voor kwam: Nemo. Maar er was zoveel méér moois. En daar blijken toch ook in Nederland liefhebbers voor te zijn, getuige de drie noteringen die zij inmiddels hebben in de Snob 2000. Met liefde voeg ik daar nog een plaatje aan toe.

En dan natuurlijk wél eentje uit de periode dat Floor Jansen de leadzangeres is. Want hoewel de band al in 1996 ontstond rondom een kampvuur, is zij pas sinds 2013 de frontvrouw van de band. Twee zangeressen gingen haar vóór. Maar ook de stem van de Nederlandse is fenomenaal. En dat blijkt maar weer eens te meer uit Elán. De wijze waarop zij in dit nummer met haar vocalen weerstand biedt aan de orkaan van muzikaal geweld is indrukwekkend.

Meer waardering in ons land voor haar vocale kwaliteiten en deze vorm van metal in het algemeen zou wat mij betreft op zijn plaats zijn. Hopelijk dat haar optreden in het door de muziekpolitie zo verafschuwde programma hieraan bijdraagt en we straks niet meer het enige land ter wereld zijn waar Nightwish nog nooit op de mainstream radio of op TV is geweest.

Keuze Tricky Dicky: Rivers Of Nihil – Where Owls Know My Name (2018)

Eenmalig

Ik ben een rockfan en zolang het enig sinds melodisch is ook van de echte zware metalen. En juist hier gaat het soms mank, want veel metal is een bak herrie van hier tot Tokyo. Grunts alsof de diarree door de broek loopt en een snelheid van de riffs waarop Max Verstappen jaloers zou zijn. En eentonig; minuten lang dezelfde d(r)eun waarbij ik mij steevast dezelfde vraag stel: wat is de bedoeling? Wat is er toch zo boeiend aan eentonigheid?

Vorig jaar werd ik in een mailing waarop geabonneerd ben opmerkzaam gemaakt op de nieuwe release van Rivers Of Nihil. In eerste instantie had ik bijzonder weinig interesse, want de bijgesloten informatie duidde overduidelijk op zwaar metaal. Maar goed, je mag pas oordelen wanneer je de moeite neemt er naar te luisteren. Ik heb toen tijdens wat werkzaamheden het album Where Owls Know My Name op een normaal volume als een vorm van muzikale arbeidsvitaminen aangezet. De Amerikaanse band stelt dat het album het verhaal van de laatste man op aarde is, die getuige van de dood van een planeet is. Een donker eufemisme voor verlies en ouder worden en in het reine komen met de dingen die je gedaan in je het leven.

De korte opener verbaasde mij, maar daarna was het toch wel vol gas door. Je vraagt je wel af hoe de drummer zo’n moordend tempo kan spelen. Halverwege het album komt de track Subtle Change en de titel doet het lied alle eer aan. Rustige ombouw met zowaar mooie zang, een schitterende orgelsolo om daarna even hout voor de winter te hakken, maar dan komt de grootste verrassing: een jazzy saxsolo. , hoor ik denken. Een saxsolo? Dat past toch helemaal niet bij metal? Dat was nou net wat ik ook dacht. Wat gebeurt hier?

Afijn, mijn interesse was gewekt en heb het album toen nogmaals wat intensiever beluisterd. De conclusie is dat de die-hard metal-fan het album gewoon lekker moet aanschaffen. Er wordt volop gebeukt en de grunts vliegen om de oren. Maar tussen het geweld zitten een paar pareltjes verstopt, die voor elke rockliefhebber uitermate goed te verteren zijn. De allermooiste van het album is het titelnummer, omdat het alles heeft: rustige opbouw, goede zang, lekkere riffs, stevig drumwerk, mooi orgelwerk, grunts en geweldig saxwerk. Tijdens die solo’s hoor je Roxy Music in de verte.

Op wikipedia lees ik dat de saxofonist, Zach Strouse, geen bandlid is en dat zijn aanwezigheid op een aantal tracks gewoon een experiment was in een poging de platgetreden paden te verlaten. Heel goed gedaan mannen, maar dat betekent voor mij dat ik de opvolger dus niét hoef te beluisteren.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.