Ondergewaardeerde Liedjes


De progressieve battle

What is Prog? Je kunt Wikipedia erbij pakken voor het ene antwoord. Het andere antwoord is dat het iets meer met een gevoel voor avontuur te maken heeft. Je begint te luisteren naar een nummer, maar je weet nog niet waar het je naar toe brengt. Het verandert; er is progressie.

Het genre heeft ook de nodige progressie doorgemaakt, vanuit de jaren ’60 door invloed van Beatles en Beach Boys, naar uiteindelijk de zwaardere progressieve metal bands als Dream Theater of het meer melodieuze Porcupine Tree in de jaren ’90.

Ga er even voor zitten en neem de tijd voor deze ontdekkingsreis door de decennia.

Keuze Willem Kamps: Gracious – Heaven (1970)

Gods rusthuis

De paplepel, daarmee kreeg ik thuis de progrock naar binnen gegoten. Ik had twee oudere broers die liefhebbers waren en nog net geen trechter op m’n mond (lees = oor) zetten. Het leidde ook bij mij tot een uitgebreide verzameling van bekende en obscure gezelschappen, uit diverse windstreken, want we bleven zoeken naar meer, meer, meer. Van Wigwam uit Finland tot l’Orme uit Italië, en van Sweet Smoke uit de V.S. tot Far East Family Band uit Japan. Ik zal u verder niet vermoeien met allerlei namen of hun oorsprong. Ik zoom graag in op het Britse Gracious, kwalitatief gezien een van de betere bands, maar helaas snel verdwenen in het grote niets.

De prog ontstond eind jaren zestig met bands als Soft Machine, Spirit, The Flock, Pink Floyd, Vanilla Fudge en Yes en had haar hoogtijdagen in de vroege jaren zeventig. Dat vanaf eind jaren zestig de productie vooruitging zal daaraan hebben bijgedragen. Rock ’n roll mag rammelen en knetteren, prog moet vol, zuiver en vooral gelaagd klinken. Het album Gracious! dateert uit 1970 en sluit enigszins aan op het geluid van In The Court Of The Crimson King van King Crimson, van een jaar eerder. Ook hier schitterend gebruik van de mellotron, de bespeelbare orkestbak met strijkers-, blazers- en koorgeluiden, herkenbaar aan de zwevende tapeloopings. Bij mij de garantie voor een brok in de keel.

Gracious heeft slechts twee albums uitgebracht. Het minder sterke tweede album, verscheen bovendien na het opbreken van de band. Wie weet, als album één meer aandacht en meer waardering had gekregen, hadden we langer plezier van ze gehad. Kant A wordt opgebouwd als een conceptplaat. Eerst het barok-rockende Introducton, dan Heaven en daarna Hell. Nou, in Hell barst de hel los: scherpe, schurende takkeherrie uitmondend in één groot feest waar je liever niet was geweest:

We’re gonna happy good time,
We’re gonna get smashed on wine

Gracious verbeeldt de obligate gedachtes over de twee hiernamaalsvarianten ingenieus maar herkenbaar. Hel is hel en ja, die hemel hemels. De lichte dreunen, de klop op de deur, het orgel en de mellotron wanneer de poort opengaat; hou je zakdoek bij de hand. Je werpt voor het eerst van je leven na de dood een blik op het paradijs, zo godvergeten mooi. De overweldiging is vervolgens compleet als de gitaar eroverheen komt. Ik geloof niet in Gods rusthuis, maar áls het zou bestaan, dan zó. En die ballotagevraag van portier Petrus?

Do you have a clean mind?
Do you have a clean mind?

Met een beetje mazzel…

Keuze Erwin Herkelman: Ekseption – Peace Planet (1970)

Oude muziek

Leuk hoor, maar al die nieuwe muziek, daar heb ik niets mee. Kun je niet gewoon een keer een quiz doen met alléén maar oude muziek? Het was de vraag die wij standaard kregen als wij weer een popquiz hadden gedaan. En in 2018 besloten wij die uitdaging aan te gaan, en presenteerden voor de eerste keer De Platenkast van mijn Vader-Popquiz.

Een quiz met alleen maar muziek uit de jaren ’60 en ’70. Het was voor ons, muzikaal gevormd in de jaren ’90, een hele ontdekkingsreis. Natuurlijk hadden we de nodige bagage van onze ouders meegekregen en konden we putten uit de vele eindejaarslijstjes, maar het betekende ook playlists afluisteren en oude Top 40-blaadjes doorakkeren.

En in een van die Top 40-blaadjes ontdekte ik Peace Planet (Badinerie From Suite No 2 In B Minor) van Ekseption. Hun evergreens, Air en The 5th, kende ik uiteraard wel: die stonden ook in de platenkast van mijn vader, maar dit plaatje herkende ik niet. Terwijl het toch een flinke hit was geweest. Het bereikte uiteindelijk zelfs de tweede plaats in onze nationale hitlijst. En dat was ongetwijfeld ook de reden dat het nog wel in het geheugen van de meeste deelnemende teams aanwezig bleek.

Voor mij was het in ieder geval een fijne ontdekking: het rustige orgeltje aan het begin, tromgeroffel en dan… die enorme versnelling waarbij het orgel op een fantastische manier de rol van de fluit uit de originele suite van Johann Sebastian Bach overneemt. Een magnifieke uitvoering van een klassiek stuk dat sindsdien ook in míjn lijstje met favorieten staat.

Keuze Alex van der Heiden: Renaissance – Mother Russia (1974)

Mother Russia voldoet aan alle Prog-voorwaarden

De progrock wordt gedomineerd door mannen. Ga naar een willekeurig progrock concert en ook het publiek is voor meer dan tachtig procent man. Daarom stond het voor mij vast dat de keuze minimaal op een zangeres zou vallen. Mostly Autumn en Renaissance scoorden ex aequo bij mij. Enige research op deze website leerde dat over Mostly Autumn afgelopen jaar al eens is geblogd, daarom is het Renaissance geworden.

Renaissance is een band van het eerste uur zou je kunnen zeggen. Het ‘succes’ (binnen de progrock scene) kwam met de komst van zangeres Annie Haslam in 1972. Zij geeft de band met haar vocalen een duidelijke signatuur, waarmee Renaissance een heel eigen geluid heeft. De eerste periode tot ongeveer 1978 vind ik het mooist, maar het geluid van de band en de stem van Haslam zijn er weinig op achteruit gegaan. Dat kun je beluisteren op de laatste live registraties uit 2015.

Het lied Mother Russia is het enige protestlied dat de band heeft gemaakt. Het gaat over de werken van de Russische dissident Alexandr Solzjenitsyn die in zijn boeken de misstanden van de Russische goelags (Russische werkkampen) aan de kaak stelde. Buiten dat vind ik het muzikaal gezien een geweldig nummer dat aan alle voorwaarden van de klassieke progmuziek voldoet. Orchestrale en bombastische muziek wordt afgewisseld met wat meer sobere stukken die opgevuld worden met de vocalen van Haslam. En natuurlijk komen in dit nummer diverse tempo’s en volumes voor. Tot slot duurt het nummer meer dan 9 minuten, die meer dan de moeite waard zijn.

Ik heb gekozen voor een live registratie in het Capitol Theatre. Dit optreden wordt alleen gespeeld door de band. De albumversie is veel meer aangekleed met een orkest. Beide versies doen niet voor elkaar onder, dus ik raad je zeker aan om ook op Spotify het nummer op het album Turn of the Cards te beluisteren.

Keuze Jan-Dick den Das: Saga – Humble Stance (1978)

Alles behalve onbescheiden

Progressieve rock er was een tijd dat ik er niet genoeg van kon krijgen, vooral het gitaarwerk vond en vind ik over het algemeen heerlijk. In 1982 kwam ik in aanraking met Saga via het album In Transit. Een live album opgenomen in München en Kopenhagen. En op dat album staat voor mij nog steeds een van de mooiste nummers uit het progressieve rockgenre. Humble Stance, het intro is meteen al pakkend zo niet betoverend. Een keyboard wat een prachtig thema speelt en de gitaar die mee gaat, tot op de dag van vandaag blijf ik het geweldig vinden. Het nummer heeft daardoor een heerlijk ritme met prachtige zanglijn waarin de zanger iemand toespreekt. Zang, woorden en gitaarriffs die elkaar prachtig aanvullen. En, ik weet het is persoonlijk een prachtig gitaargeluid. Als je het over ondergewaardeerd hebt is Ian Chrichton misschien wel zo’n gitarist die onder die noemer valt. Het soort muzikant die vooral dienend is aan de muziek, het grote geheel.

Lately I’ve been watching a little complex grow
You know, you gotta know
That’s why I chose to tell ‘ya
That humble stance and timid glance
Makes your world turn so slow

Saga een band uit Canada die in 1977 het levenslicht zag, en eigenlijk meteen al succesvol was. Humble Stance komt ook tevens van het eerste album en wie zo’n nummer kan schrijven heeft aan talent geen gebrek. En dat zal later ook blijken, vele albums zullen volgen. Iedere band heeft zo zijn verhaal en Saga natuurlijk ook het gebruikelijke gedonder in een band, stoppen en toch weer beginnen.

You can light up anyone you please
You should spend less time down on your knees
Lately I’ve been watching a little complex grow
You know, you gotta know  

Laten we over dit nummer geen bescheiden houding aannemen, het is meer dan een briljant, een parel in de wereld van progressieve rock. Zo’n nummer wat boeit van begin tot het eind en schijnbaar niet kan vervelen. Natuurlijk is het zeer subjectief maar je kan bij dit nummer bijna niet anders denken dat het voor iedereen moet gelden. Humble Stance is geweldig en daarom deze woorden van Saga zelf;

You know, you gotta know
That’s why I chose to tell ‘ya

Keuze Chris Hoesen: Marillion – Incubus (1982)

Mysterieus

Pas bij het laatste album van Marillion met zanger Fish, Clutching At Straws kwam ik, in 1987 door een vriend in aanraking gekomen met de band Marillion. Nou het Marillion-virus had me direct goed te pakken! Ik was in die tijd een groot Top 40 volger, maar kon me steeds minder vinden in muziek die deze lijst haalde. Daardoor was de kennismaking met Marillion voor mij een zeer prettige bijkomstigheid. Ik kocht alles, singles, cd-singles, LP’s, cassette’s, CD’s, video’s, etc. Zelfs aparte en mislukte persingen belandde in mijn platenkast. Ik kon, terwijl ik naar de muziek luisterde, uren kijken naar de ontworpen elpeehoezen van Mark Wilkinson. Ik had zo mijn favoriete albums, de volgorde hiervan varieerde nog wel eens. Het 2de album van de band, Fugazi, stond eigenlijk altijd onderaan.

Begin jaren’90 werd ik lid van zowel de Marillion als Fish fanclub en bezocht vaak hun concerten. Tijdens een concert van Fish op 17 december 1991 in Vredenburg in Utrecht deed hij een bijzondere fraaie uitvoering van Incubus. Dit nummer staat op het album Fugazi. Hij deed een geweldig, mysterieus intro bij het nummer en de uitvoering was meesterlijk. Dit wekte mijn interesse voor het nummer en ben me in het nummer gaan verdiepen. De tekst bestudeerd en elke keer ging ik het nummer steeds meer waarderen en staat anno 2019 nog altijd in mijn Top 3 van Marillion-nummers. De tekst is mysterieus en door deze tekst en de muziek zit je echt in het verhaal wat 8 minuten en 32 seconden duurt.

Hierdoor is het album Fugazi ook gestegen in mijn lijstje van Marillion-albums. Het leuke is dat ik van het bezochte concert later ook nog een bootleg, getiteld Bagpipe Disaster op de kop heb kunnen tikken. En ondanks dat de opnames niet super zijn beleef ik toch steeds weer de magie van dit concert en van het intro en het nummer waarmee Fish mij destijds inpakte.

Keuze Kari-Anne Fygi: Rush – Red Sector A (1984)

Holocaust

Rush’s Grace Under Pressure (1984) een conceptalbum noemen is wellicht iets te veel, maar de rode lijn op dit album is: hoe behoud je je menselijkheid en waardigheid in tijden van oorlog en vernietiging? Kun je onder verschrikkelijke omstandigheden de moed vinden om te overleven?

De oude Rush, met de sprookjes, mythologie en de invloed van filosofe en auteur Ayn Rand (bijvoorbeeld Anthem op Fly By Night uit 1975 en het album 2112 uit 1976) en die typische jaren zeventig progrockgeluid is op Grace Under Pressure ingeruild voor verhalen die weinig met draken en legendes te maken hebben en een moderner geluid. Meer elektronische geluiden, zelfs reggae (het nummer The Enemy Within) en een new wave-vibe die ook anno 2019 perfect het tijdsbeeld qua gevoel vastpakt. Wat op het album wel typisch Rush is, is het formidabele drumwerk van Neil Peart, Geddy Lee’s baslijnen, de typische melodieën en die hoge stem van Lee. In het werk van Rush speelt de gitaar een ondergeschikte rol in vergelijking met de drumpartijen en de baslijnen, maar op dit album treedt gitarist Alex Lifeson wat meer op de voorgrond.

Het is een donker album, niet zozeer qua geluid, dat anno 2019 nog altijd verfrissend klinkt, maar wel als het gaat om Peart’s teksten. Neem de Holocaust.

Red Sector A (eigenlijk het albumtitelnummer zou je kunnen zeggen) is gebaseerd op de verhalen van de mensen die de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog overleefden. Waaronder de ouders van Geddy Lee. Zijn moeder overleefde Bergen-Belsen, zijn vader Dachau. De moeder van de Rush-bassist en zanger vertelde hem ooit dat ze niet geloofde dat ze ooit uit het kamp bevrijd zou worden. Ze geloofde gewoon niet dat er buiten de hekken een maatschappij zou bestaan die deze kampen zouden toestaan.

Opvallend: in dit nummer speelt Geddy Lee geen bas.

All that we can do is just survive
All that we can do to help ourselves
Is stay alive…

Ragged lines of ragged grey
Skeletons, they shuffle away
Shouting guards and smoking guns
Will cut down the unlucky ones

I clutch the wire fence
Until my fingers bleed
A wound that will not heal
A heart that cannot feel
Hoping that the horror will recede
Hoping that tomorrow
We’ll all be freed
Sickness to insanity
Prayer to profanity
Days and weeks and months go by
Don’t feel the hunger-too weak to cry

I hear the sound of gunfire
At the prison gate
Are the liberators here
Do I hope or do I fear?
For my father and my brother-it’s too late
But I must help my mother
Stand up straight…

Are we the last ones left alive?
Are we the only human beings
To survive?…

Keuze Jeroen Mirck: Bauer – Showalbum (1999)

Sigaar uit eigen doos

Progressieve rock heeft een nostalgische zweem naar de jaren zeventig en tachtig, maar ook hedendaagse artiesten laven zich nog altijd aan experiment en symfonica.

Een toepasselijke leestip is de Luistertest van cultmagazine Zone 5300 met Berend Dubbe uit 2016. De ex-drummer van Bettie Serveert haalt daarin herinneringen op aan zijn vroege liefde voor progrock aan de hand van bands als Yes en King Crimson. Het mooie is dat Dubbe onder zijn pseudoniem Bauer zelf ook muziek heeft gemaakt met overduidelijke invloeden van progressieve rock. Dat begon al op zijn solo-debuut On The  Move uit 1999. Bizarre synthesizer-melodietjes die zo leken te zijn weggelopen uit outtakes van The Beach Boys werden afgewisseld met gekke stem-samples en een rudimentair gitaargeluid. De teksten zijn vaak cryptisch, de composities eindigen soms abrupt. Progrock loert om de hoek en wordt in één liedje zelfs expliciet bezongen: het intieme Showalbum eindigt met het volgende gesproken statement van Bauer: To some the return of progrock is a hell hole, to some the return of progrock is a coming home. Het moge duidelijk zijn dat Dubbe het zelf als een thuiskomst ervaart. Progrock heeft dankzij artiesten als hij de eeuwwisseling overleefd. Progrock will never die.

Keuze Joop Broekman: Porcupine Tree – Halo (2005)

Mijn god is de beste

Progrock was lang niet aan mij besteed. Nee, dat vond ik iets voor snobs. Saaie mensen die niet van avontuur in hun muziek hielden. En zij beweerden juist van wél. Met een dikke stereotoren thuis. Leuke discussies waren dat, in de klas of op feestjes. Ik heb het wel geprobeerd. Rush. Daar ging ik van over mijn nek (en vandaag de dag nog steeds). Marillion, Pink Floyd, Genesis, Camel, Yes. Ook niet. Later nog Dream Theater, daar zat wat metal in, zei men om mij te teasen. Té symfonisch. Toen probeerde iemand mij nog aan te praten dat Tool ook progrock is. Kansloos! Tool zit perfect in het grijze gebied tussen rock en metal, en is té ‘alternative’ voor progrock. En Tool is pas echt van een andere planeet.

Een jaar of drie geleden ontdekte ik de Snob 2000. Eindelijk. Nóg een reden om de steeds gezapiger wordende Top 2000 voortaan links te laten liggen. Op Spotify kan ik los. Zie ik acts waarvan ik de namen overal voorbij zag zien komen, maar nog nooit eens goed naar geluisterd heb. Porcupine Tree stond met meerdere nummers in de lijst. En al gauw ontdek ik waarom. Wat een sound! Arriving Somewhere (But Not Here) wordt al snel favoriet. De albums Deadwing en In Absentia staan vlak daarna in de kast. En hebben inmiddels gezelschap van Steven Wilson’s solowerk. Van een iets ander niveau, maar het komt zó lekker de speakers uitrollen, de huiskamer vullend

Persoonlijk vind ik thema’s achter platen niet zo heel spannend. De muziek doet uiteindelijk het werk, en dat het me uiteindelijk raakt is het belangrijkst. Achter Deadwing zit ook een heel verhaal. Volgens Wilson een ‘surreal ghost story’ (té mooi om te vertalen, dus laat ik de Engelse uitdrukking lekker staan), beïnvloed door Stanley Kubrick en David Lynch. Dat gaat dan over het script voor de film, die er bij moest komen (nog steeds). Van de negen nummers zijn er zes van de hand van Wilson. Halo is een van de songs waar alle vier de bandleden aan bijdragen. En met een solo van King Crimson’s Adrian Belew. Het nummer lijkt luchtig, maar schijn bedriegt. Niet zo zeer door de tekst, maar het heeft donkere randen. En zalige tempowisselingen. Op een manier waarvan je denkt: dit had langer mogen duren.

Steven Wilson kwam een oude bekende tegen, die zich had bekeerd. En nu geloofde in een superieure macht. Die vriend had nu de beste god van allemaal. Een normaal gesprek was niet meer mogelijk. Vele levels verschil

God is on the cell phone
God is on the net
God is in the warning
God is in the threat

God is freedom
God is truth
God is power
God is proof
God is fashion
God is fame
God gives meaning
God gives pain

You can be right like me
We’ve got it all
Your righteous soul
I’ve got a halo ’round me
I’ve got a halo ’round me

Ik vind het een typerend nummer voor progrock. Mooi en kamerbreed geproduceerd (zeg maar wollig) in combinatie met tegendraads. En ik vond een vette live-versie. Genieten!

Keuze Marco Groen: Steven Wilson – Deform To Form A Star (2011)

Imperfectie

De Leningrad Cowboys zongen het al: Don’t tell me everything is all right, ’cause I’m happy being miserable en daar hebben ze volkomen gelijk in. Soms is het heerlijk om gewoon lekker de blues te hebben, om jezelf onder te dompelen in zelfmedelijden en algehele misère. Een gevoel dat zelfs versterkt kan worden, wanneer je er de juiste muziek bij draait. Zo zijn bands als Pink Floyd, Radiohead, Joy Division of Nick Cave (en zijn slechte zaadjes) zeer geschikt. Maar toch… wanneer het echt op diepe mistroostigheid aankomt, dan kan ik eenieder de muziek van Steven Wilson aanraden. Na het luisteren van twee a drie nummers bezie je de wereld duisterder aan dan ooit tevoren.

Een bijzondere eigenschap van de sombere Brit is dat hij niet eens zijn muziek per se nodig heeft om ervoor te zorgen dat tijdens een live-registratie zijn publiek in een staat van pure zwarte eenzaamheid komt. De mistroostige filmpjes en de treurige oogopslag van Wilson doen hun werk wel. Maar samen met de muziek is er helemaal geen ontkomen meer aan, hetgeen resulteert in een soort omgekeerd De Toppers-effect: elk groepsgevoel wordt gedood, naïeve en kinderlijke blijheid wordt verbannen. Wat overblijft is een desolaat gevoel gekoppeld aan de verwondering waar dit opeens vandaan komt Wilson heeft het vermogen om de concertganger volkomen op zichzelf terug te laten werpen. De cavalerie komt nooit: het is u, een op zijn kant liggende huifkar en de boze Apache die uw scalp komen halen. Kortom: een werkelijk bevrijdende tegenhanger van de gecultiveerde vrolijkheid die vaak van je verwacht wordt. Steven Wilson weet je met zijn muziek (en zijn ‘grapjes’ tussen de nummers door) erop te wijzen dat de mens een Dark Passenger heeft. Een emotie waar soms een maatschappelijk taboe op lijkt te liggen. Gelukkig heeft Wilson daar maling aan. Mensen die altijd vrolijkheid uitstralen moet je sowieso wantrouwen, of beter nog: sluit dit soort geesten permanent op in de Ecto-containment System van Egon Spengler.

Het nummer Deform To Form A Star is niet bepaald een uitzondering op het oeuvre van Wilson. Een typisch exemplaar die alleen maar uit de ladekast van Wilson kan komen en waar je even de tijd voor moet nemen om het goed te kunnen doorgronden. Ogenschijnlijk simpele melodieuze lijnen, afgewisseld met momenten die bijna een climax zouden kunnen worden. Maar dat zou natuurlijk veel te positief zijn. Qua titel lijkt Wilson een oproep te doen om jezelf te verlichten, een soort satori te zoeken. Een ster wordt gevormd door het samenklonteren ruimtestof, helium- en waterstofdeeltjes. Elementen die eerder een wolk waren, gaan nu -gezellig- een heel stuk dichter op elkaar zitten nemen de tijd om een ster te gaan vormen. Een proces dat zomaar honderdduizenden jaren kan duren. Wilson vergelijkt dit mogelijk met een mentaal proces en trekt een analogie naar relaties of de verslaafdheid aan een veronderstelde soulmate. Althans; dat zou kunnen. De lyrics zijn net wat te liederlijk om met een wijs hoofd je vinger erop te leggen, om vervolgens plechtig ‘dit betekent het’ te kunnen zeggen. Want zo simpel zit Wilson niet in elkaar. Net zoals in andere werken van de drijvende kracht achter Porcupine Tree benadert Wilson moeilijke ontwerpen vanuit een geheel eigen, uniek perspectief. Het kan dan ook even duren om de denkwijze en begeleidende muziek te doorgronden, maar wie dat eenmaal doorheeft en een tipje van de ingewikkelde mindset van Wilson heeft kunnen oplichten, komt tot de ontdekking dat zelfs het meest zwartgallige nummer nog iets van hoop en licht in zich heeft.

Keuze Marcel Klein: IQ – Until The End (2014)

Neo-prog in een nieuw jasje

We schrijven 1985. Op mijn middelbare school ging het tussen mij en mijn vrienden vaak over muziek. De Top 40 had al een beetje afgedaan, en de Top 100 aller tijden van Veronica was een jaarlijks hoogtepunt. Er rouleerden cassettebandjes van allerlei muziek en elke week ontdekten we wel weer iets anders, iets nieuws.

Twee jongens op school kwamen aanzetten met Marillion. Kayleigh kwam net de Top 40 binnen en het bijbehorende album (Script For A Jester’s Tear) kwam ook bij ons op de cassettebandjes. Deze twee jongens hadden echter nog veel meer muziek die een beetje leek op die van Marillion. En zo luisterden we op onze mix-tapes opeens naar klanken die echt anders klonken. IQ, Pendragon, Pallas, Rush, Twelfth Night en uiteraard nog meer Marillion. En er ontstond zowaar een eigen subcultuur op school. Op onze schooltassen kwamen niet de namen van de populaire bands van toen, maar diezelfde IQ, Pendragon, Pallas en Marillion. Het Neo-prog virus was bij ons binnengeslopen.

34 jaar later zou ik werkelijk niet weten of diezelfde jongens nog luisteren naar deze muziek. We zijn elkaar na de middelbare school uit het oog verloren en muzieksmaken veranderen natuurlijk nog wel.

De Neo-prog bandjes wilden natuurlijk in het voetspoor van Marillion treden en op die manier ook een groot publiek bereiken. Al die bovengenoemde bandjes kregen ook platencontracten en brachten in de 80’er jaren albums uit, die vervolgens allemaal commercieel flopten. Zelfs met ‘een beetje water in de wijn’  (lees, ook een aantal pogingen om singles te maken) lukte het niet, en zo snel als platenmaatschappijen contracten hadden aangeboden, werden ze ook weer ontbonden. Dit betekende ook veel voor de bands zelf natuurlijk, want nu moest er op een andere manier brood op de plank komen en de muziek kwam op een tweede plan.

De meeste bands die ik hierboven genoemd heb, zijn anno 2019 nog steeds actief. IQ is zo’n typische neo-progband, die in de jaren ’80 probeerde succesvol te worden, maar in het begin van de jaren ’90 sterk terugkwam nadat platencontracten waren ontbonden. Met een oude zanger (Pete Nicholls) maakte de band haar beste albums Ever en Subterranea. En nog steeds brengt IQ albums uit.  Zo eens in de vijf jaar worden fans (en daar mag ik mij nog steeds toe noemen) verrast met nieuw werk. Nog steeds Neo-prog, maar in het genre weer IQ toch steeds weer andere accenten te leggen. Keyboards spelen een heel belangrijke rol, maar de gitaarlijnen van Mike Holmes blijven geniaal, terwijl de ritmesectie op elke plaat een prominentere rol lijkt te krijgen.

Het is uiteraard heel erg verleidelijk om een track uit de 80’er of 90’er jaren te pakken, want er zijn er genoeg die wat mij betreft een plekje in de Snob 2000 zouden mogen krijgen, maar dat doe ik niet. Zoals ik al schreef brengt de band elke vier of vijf jaar een album uit en alhoewel elk album mij weet te raken, is het wel zo dat die platen van de 90’er jaren mij toch het beste liggen. Tot 2014: The Road Of Bones kwam uit. Het leek wel of de band zich opnieuw had uitgevonden. Het werd emotioneler, gevoelig, en tegelijkertijd harder. De ritmesectie was steviger dan ooit, de keyboardsoli harder dan ooit, en toch…. Wat een album! Alles komt wat mij betreft samen in het laatste reguliere nummer van de plaat:  Until The End. Alles wat IQ goed maakt zit hierin. Het begint rustig, maar daarna gaat het los, keyboards, mellotron, bas, drums, gitaren. Een heerlijke neo-progtrack, waarbij het muzikaal genieten is van de eerste tot de laatste seconden. Ook tekstueel. Nicholls schrijft over het algemeen niet van die bijster duidelijke teksten, maar als het nummer ten einde raakt, wordt het weer heel klein en loopt het kippenvel over mijn rug:

Will you stay until the end?
When I’m down upon my knees, will you defend me then?
And wreathe my form deep in your velvet arms one last time
Before my heart sets you free

Elke keer weer genieten. En ja….. wellicht was dit dan ook wel een mooi laatste album van IQ. Die gedachten gaan wel door je hoofd, als dit nummer aan het eind van het album staat. Maar niets is minder waar. In 2019 verscheen opnieuw een album (Resistance) en opnieuw een mooi album. Maar, Until The End is voor mij wellicht het mooiste IQ nummer geworden en dat is toch bijzonder, gezien het feit dat de band al zo lang bestaat.

Ook denk ik nog wel eens aan de muziekvrienden op de middelbare school. Zouden zij ook dit album beluisterd hebben? Nog steeds genieten van IQ? Of is het inmiddels wat anders geworden? Ik zet intussen Until The End nog een keer op.

Keuze Marèse Peters: Steven Wilson – First Regret/3 Years Older (2015)

Zo klinkt eigentijdse prog

Lang uitgesponnen nummers, tempowisselingen, vreemde maatsoorten, pittige solo’s, (ver)vreemde(nde) teksten: dat zijn in grote lijnen de ingrediënten van progrock. Ik snap best dat dit niet ieders kopje thee is. Maar wat is (en wordt) er een hoop moois gemaakt onder deze noemer!

De verleiding is groot om in deze battle een klassiekertje van Genesis te promoten, maar dat deed ik al eerder (hier). En laat mijn nieuwste muziekliefde er nu ook eentje zijn uit de progressieve hoek: Steven Wilson. Die laat keer op keer horen hoe je eigentijdse prog moet maken. Vaak hoor je waar hij zijn mosterd haalt, maar nooit klinkt het belegen. Het is altijd spannend en emotioneel.

Want wat een alleskunner is Wilson. Speelt zijn instrumenten zelf, schrijft waanzinnig mooie composities alsof het niets is, heeft altijd meerdere bandprojecten naast elkaar lopen en kan overweg met een breed scala aan genres. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die hem weten te waarderen, ook op dit blog – en zelfs in deze battle! Dat doet me deugd.

Graag breek ik hier een lans voor zijn nummer First Regret/3 Years Older van het album Hand.Cannot.Erase uit 2015. Een echte progsong, maar wel eentje van nu. Kan niet wachten tot september 2020: dan komt-ie weer naar Nederland!

Keuze Eric van den Kieboom: Steven Wilson ft. Ninet Tayeb – Pariah (2017)

Soulfood

Doordat mijn Groundhopper tick 2019 danig overhoop heeft gegooid is er van het deelnemen aan Battle’s niks terechtgekomen, maar een progressive rock-battle mag en kan ik natuurlijk niet aan mij voorbij laten gaan.

Terugkijkend in mijn Bloggers Ondergewaardeerd-mapje kwam ik al veel Prog tegen dus wat moest ik nu toch kiezen. Tubular Bells is niet echt ondergewaardeerd, Telegraph Road is volgens Wikipedia ook Prog,  maar dat vind ik te ver gaan en Thinking Of A Place wordt mijn bijdrage aan de komende 2010’s Battle (red: 6 januari 2020). Gelukkig bracht Facebook – iets meer dan een week geleden – redding ook al was ik nog niet op de hoogte van deze battle. Dat ik over Pariah iets zou gaan schrijven was al snel duidelijk, terwijl ik daarvoor zelfs nog nooit van het lied had gehoord.

Arrow Symfo Mania plaatste op 1 november (Facebook) de hoogste 14 nummers uit de jaarlijkse Symfo Top 25. Hoe ik de No 19 van 2018 heb kunnen missen is nog steeds een raadsel, maar nu trokken de twee Steven Wilson songs op #14 en #12 wel de aandacht. Routine eerst op YouTube opgezocht en werd er niet gelijk warm van, maar hoe anders met Pariah. Eigenlijk veel te kort voor een Prog-song en misschien is het dat ook niet eens, maar hij staat daar dus wel op nummer 12 net onder Shine On You Crazy Diamond! Dus koptelefoontje op, YouTube aan en laat maar komen.

De fijne stem van Steven was prima en toch zeker ook die van Ninet, maar ondertussen was ik al aan het scrollen in de comments en kwam ik de volgende zin tegen: 3:10 When music connects to your soul. If you don’t feel something here you must be a robot. En ik zat pas op 1:38, dus ongevraagd werd er bij mij een stukje spanning opgebouwd. En inderdaad wat er zo tussen 3:10 en het eind gebeurde Connecte my soul, zal ik maar zeggen.

En daar is alles eigenlijk wel mee gezegd.
Ik ben niet van de teksten, in de meeste gevallen weet ik niet eens waar een song over gaat.
Ik ben niet van de noten en structuren, ook daar snap ik geen ene moer van.
Ik ben wel van wat voor een gevoel ik bij een song krijg.

Het gevoel dat ik hierbij kreeg was ongeveer hetzelfde als bij Radiohead’s Creep en die hoort toch al ontegenzeggelijk ruim 25 jaar bij mijn absolute favorieten.

En ja, dit was Prog althans voor mijn gevoel.
En ja, een korte Prog-song kan, ik schreef bijvoorbeeld al eens over Toe The Line van GTR.
En nee, niet alles wat een ander schrijft in ‘mijn genre’ vind ik mooi, want bijvoorbeeld de voor mij onbekende Thank You Scientists kon mij helaas totaal niet bekoren. Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar al de andere inzendingen van deze Battle.

Keuze Tricky Dicky: Magic Pie – The Hedonist (2019)

Lekker lang, dus lang lekker

Eén van de oudste filosofische vraagstukken is die van de kip en het ei. Wat was eerder. Persoonlijk denk ik de kip, omdat dat ei niet uit de hemel gevallen kan zijn. Het moet uitgebroed worden en het kuiken dient gevoed te worden. De kip zal dus als eerste als een eenvoudig organisme uit de oerprut ontstaan zijn.

Sommige vraagstukken zijn heel leuk om onder het genot van een borreltje (of twee) een boom over op te zetten, maar er zijn ook onderwerpen waarbij ik mij afvraag wat de bedenker bezielt heeft. Iets meer dan twee glaasjes gedronken? Of gewoon een vreemde kronkel in de bovenkamer? Neem bijvoorbeeld hedonisme; volgens wikipedia is dat de leer binnen de ethiek die stelt dat genot (in algemene zin) het hoogste goed is, waarbij de eventuele nadelen van het betreffende genot in beschouwing genomen dienen te worden. Prima, maar er is ook nog een kwantitatieve beoordeling waarbij gesteld wordt dat zaken als moord, verkrachting en roof toch deugdzaam zouden zijn wanneer het genot van de dader groter is dan de pijn van het slachtoffer. Een overduidelijk gevalletje van sadisme en masochisme, en voer voor advocaten die kunnen aanvoeren dat de dader eigenlijk een filosofische stelling wilde beproeven.

Zo, die brug zijn we gepasseerd….

Magic Pie (genoemd naar het gelijknamige nummer van The Flower Kings) is een Noorse progrock-band, die zich van een naam onderop een festivalposter tot headliner opgewerkt hebben. Dit jaar kwam pas hun vijfde album uit, Fragments Of The 5th Element, terwijl de band al sinds 2001 bestaat. Het debuutalbum is overigens pas uit 2006 en vlak nadat ze hun derde album in 2011 opgenomen hadden brandde de complete oefenruimte inclusief het volledige instrumentarium tot de bodem toe af met als gevolg dat de release een jaar uitgesteld moest worden.

Hun stijl en muziek zweeft tussen Styx, Spock’s Beard, Uriah Heep, Yes en The Flower Kings in. En dat is met name heel goed te horen op The Hedonist met 22 minuten scherp gitaarwerk, lekker toetsenspel, tempowisselingen en scherpe teksten over een hedonist. Ongetwijfeld zal het live een publiekslieveling worden. Een track om met de volumeknop open lekker lang en kwantitatief filosofisch van te genieten, want mijn genot is groter dan de pijn in de oren van de buurman.

Keuze Martijn Vet: Motorpsycho – The Crucible (2019)

Prog of geen prog, de liefde blijft

Mocht ik ooit nog eens helemaal into progrock raken, dan zal Motorpsycho wel de aanstichter zijn. Dat schreef ik ruim vijf jaar geleden in de battle over lange liedjes. In die vijf jaar bracht mijn favoriete band vier nieuwe studioalbums uit en ja hoor, met de plaat werden ze proggyer.

Heeft dat mij als bepaald niet progminnende muziekliefhebber van ze afgekeerd? Schrikken was het wel toen ik las dat het nieuwste album The Crucible uit slechts drie nummers zou bestaan. Dat dat geen drieminutenliedjes met coupletje-refreintje-coupletje zouden zijn, kon ik op mijn klompen aanvoelen. En inderdaad, de plaat bevat drie lange stukken en het aantal tempo-, maat- en stemmingswisselingen is niet te tellen. Proggyer dan ooit. Al was ‘moeilijke muziek’ in de dertig jaar dat de Noorse band Motorpsycho bestaat nooit ver weg.

The Crucible is best taaie kost. Maar de creativiteit, de muzikaliteit maar vooral de hemelse melodieën weten me toch weer te overtuigen. De liefde voor Motorpsycho blijft voor altijd, prog of geen prog.

Keuze Kees-Jan van der Ziel: Thank You Scientist – Everyday Ghosts (2019)

Op maat gemaakt pak

Het album waar Everyday Ghosts op staat heet Terraformer en is van de Amerikaanse formatie Thank You Scientist, bestaande uit 7 leden, onder wie een trompettist, saxofonist en een violist. Het album is afgelopen zomer nog uitgebracht. Je zou kunnen stellen dat het nog een hit kan worden. Vaak genoeg komen singles uit, pas na een jaar nadat het album ervan is uitgebracht. Omdat ik het voor dit nummer niet zie gaan gebeuren, is het voor mij dubbel en dwars ondergewaardeerd.

Om het cliché, dat progressieve muziek ouwe lullen muziek is, te doorbreken, kies ik voor dit nummer. Je kunt zeggen wat je wil over dit nummer, maar het is niet stoffig. En toch is het geluid van de band wel degelijk geïnspireerd door jaren ’70 muziek, met name Frank Zappa en The Mahavishnu Orchestra. Vooral Zappa stond natuurlijk bekend om zijn experimentele muziek en vooral heel veel muzieknoten en ritmewisselingen. De invloed is duidelijk te horen in de eerste twee albums van Thank You Scientist. Ik vind de combinatie van de blazers, rock, fusion en funk, gepaard met de stem van zanger Salvatore Marrano, die mij bij vlagen doet herinneren aan Michael Jackson, wel heel erg interessant. Maar op de een of andere manier, past de muziek mij net niet als een op maat gemaakt pak.

Daar komt verandering in bij het derde album, Terraformer. Ik vind het moeilijk om te zeggen waar het aan ligt. Het lijkt alsof ze muzikaal gewoon wat sterker zijn geworden. Het nummer Everyday Ghosts is voor mij het meesterwerk op het album. Het opus van 10 minuten begint al na een paar seconden met een grand opening. Als een track al zo begint, weet je eigenlijk al wel dat er daarna nog heel wat moet komen om dit te doen overtreffen. En het mooiste is, dat gebeurt ook. Het nummer is eigenlijk voor iedereen die niet bekend is met de band, de ultieme introductie voor het hele oeuvre van de band. Na de eerste minuut gaat de song verder met een funky ritme, waarin Marrano zingt over hoe moeilijk het soms kan zijn om gewoon jezelf te durven zijn. Ik beschouw het alsof hij wil zeggen hoe moeilijk het is om muziek te maken waar je helemaal achter staat, maar om tegelijkertijd brood op de plank te krijgen. Hoe vaak zou de gedachte zijn gekomen om maar gewoon een baan te nemen, of om maar commerciële muziek te gaan maken. Zeker nadat twee jaar geleden een aantal bandleden wel de keuze hebben gemaakt om hun geluk ergens anders te zoeken.

Time has come to choose
Listen to your truth
Sometimes I feel so ordinary
Sometimes I struggle with who I am
Never forget the fire I still feel inside
The only reason I survived
It’s right here in this place

Na een minuut of vijf komt er een ander ritme, een andere sfeer. Het is de sfeer van: lekker makkelijk praten, maar ga er maar aan staan om je hoofd boven water te houden.

Keep your
Keep your head
Keep your head up now

When you’re falling down

Om uiteindelijk na een hele fijne solo van zowel de blazers als de gitaar, bij de eindconclusie te komen: Don’t you ever change! Hierna komt dan nog eens het refrein en het toewerken naar het einde. Wat een avontuur van een nummer!

Thank You Scientist begint steeds meer in populariteit te groeien. Ze gaan steeds meer buiten Amerika toeren, en staan zelfs 15 februari 2020 in Haarlem. Voor iedereen die progressieve muziek een warm hart toedraagt en uitgedaagd wil worden in hun muzikale vocabulaire, kan ik Thank You Scientist alleen maar heel erg aanraden.

 

 
 

2 Comments

  1. Ik wil nog wel een klein lansje breken voor de plaat “Zilverdael” van Alexander Curly, een zeer zeldzaam staaltje Nederlandstalige progrock. Het is een conceptplaat met een LotR-achtig verhaal over een Elfenrijk, dat wordt bedreigd door een gecombineerde invasie van trollen en dwergen (voorheen elkaars vijanden). Deze plaat werd geen hit en lijkt langs iedereen heen te zijn gegaan. Progrockers kochten geen plaat van Alexander “Guus kom naar huus” Curly, en zijn vaste publiek snapte de plaat waarschijnlijk niet. Er was wel een groeiend nichepubliek voor Nederlandstalige pop, maar dat zat in de buurthuishoek en had waarschijnlijk weinig met progrock op.

    Ik heb in 2017 op mijn blog over die plaat geschreven: https://www.musiqolog.nl/?p=601 Een vaste lezer merkte toen op dat Curly het niet haalde bij de groten van de progrock. Dat is ook zo, en het lijkt me ook wat te veel gevraagd om je te meten met Yes en ELO. Maar de man geeft er wel zijn eigen, Hollandse draai aan: invloeden van Boudewijn de Groot, echo’s van Elly en Rikkert en zelfs van Vader Abraham, maar toch overduidelijk intelligente en avontuurlijke muziek. En het verhaal is wel niet zo origineel, maar de teksten zijn erg muzikaal en beeldend. Ik kan iedereen die plaat aanraden.

    • Ruud van der Looij

      Helemaal mee eens. Love Zilverdael!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.