Ondergewaardeerde Liedjes


De Fleetwood Mac-battle

De band ontstond als een avontuur van drie mannen die in 1967 uit John Mayall & The Bluesbreakers stapten om hun eigen band op te richten. In de jaren daarna deden zij tot twee keer toe ons land aan voor een tournee. Ze traden daarbij voornamelijk op in kleine zaaltjes. En nu, meer dan 50 jaar later, doet Fleetwood Mac opnieuw Nederland aan. Als headliner op de 50ste editie van Pinkpop.

In de tussentijd ontwikkelden zij zich tot een van de meest invloedrijke rockbands aller tijden. Ze overleefden talloze bezettingswisselingen en meerdere interne crises. Allemaal strubbelingen die tegelijkertijd ook voer bleken voor nieuwe liedjes. En in deze battle geven de bloggers van Ondergewaardeerde Liedjes een bloemlezing uit de meest ondergewaardeerde pareltjes die het oeuvre van Fleetwood Mac rijk is.

Keuze Kees-Jan van der Ziel: The Green Manalishi (With The Two Prong Crown) (1970)

De meeste dromen zijn bedrog

Sinds kort heb ik zo’n nieuwerwets horloge om mijn pols. Ik heb nooit echt de behoefte gehad om de tijd af te kunnen lezen door mijn arm voor mijn gezicht te houden, maar omdat ik af en toe wel eens een rondje wil hardlopen, leek me zo’n smartwatch-achtige gadget wel handig. Het is geen ding van een paar honderd euro, maar het meet wel mijn afstand, snelheid en hartslag. ’s Nachts heb ik hem ook om en meet het mijn slaappatroon. In een mooi grafiekje kan ik bij mijn ontbijt aflezen wat ik al wist: ik ben een lichte slaper met weinig remslaap.

Dromen doe ik maar weinig. Sommige mensen hebben de meest fantastische dromen en kunnen daar van alles uit halen. Mensen denken de hele dag van alles en nog wat en dat gaat ’s nachts gewoon door. In het hoofd van Peter Green gebeurde er van alles. Niet alleen leed, en hij lijdt wellicht nog steeds aan schizofrenie, maar was daarnaast ook niet vies van allerlei verdovende middelen. Ergens in 1969 had hij een droom over een hond. Nog niet heel erg bijzonder. De hond blafte. Ook dat is vrij normaal. Maar het viel hem op dat de hond tegen hem blafte. Toen hij dichterbij kwam, herinnerde hij zich dat deze hond overleden was. Het was duidelijk dat de hond een boodschap voor hem had, maar om de boodschap te kunnen ontvangen, moest Peter uit zijn lichaam treden om in het rijk der doden te komen. De hond vertelde hem dat geld the root of all evil is. Hier moest hij wat mee, maar hij was nog in rijk der doden en moest letterlijk hemel en aarde bewegen om terug te keren naar zijn eigen lichaam. Toen dit lukte werd hij wakker in een pikdonkere kamer en schreef hij The Green Manalishi (With The Two Prong Crown).

‘Cause you’re da Green Manalishi with the two prong crown
All my tryin’ is up, all your bringin’ is down

Just takin’ my love then slippin’ away
Leavin’ me here just tryin’ to keep from followin’ you

Een dag na de droom, begint hij met opnemen en het lukt hem maar niet om die ene bepaalde sound te bereiken, die het nummer nodig heeft om te beschrijven wat hij wil. Ondanks dat hij er bijna letterlijk bij neer valt, blijft hij in de studio totdat hij tevreden is. Hij is ervan overtuigd dat het nummer 1 wordt. Dat wordt het niet, maar bereikt wel de tiende plek in Britse hitlijsten. Het is voor mij het beste nummer wat hij heeft gemaakt. Het heeft die geweldige onheilspellende, mysterieuze sfeer, zeker in het tweede gedeelte van het nummer, waarin het gezang van Green haast hypnotiserend werkt. Daarnaast is er natuurlijk nog de 13 minuten durende live versie in Boston, 1970, waar er nog eens heerlijk op los wordt gejammed.

Het is voor mij intens genieten van het meesterwerk dat Peter Green schreef. Toch doet het me ook denken aan het leven van Peter Green. Het leven met schizofrenie zorgde ervoor dat hij meesterlijk creatief was, maar zorgde er ook voor dat zijn fantasie de overhand nam. De verschillen tussen de bandleden werden te groot. Green probeerde de andere bandleden te overtuigen om hun geld weg te geven. Daar was de rest geen voorstander van. Nadat Green iets teveel LSD nam bij een leefgemeenschap in München, nam hij afscheid van de band. Er volgde nog een keer een kleine reünie, een paar jaar later.

De jaren ’70 waren een moeilijke periode voor Peter Green. Eind jaren ’70 begon hij aan een professionele doorstart van zijn carrière. Grote commerciële successen bleven uit, maar dat is waarschijnlijk ook nooit de intentie geweest. Die droom heeft wel voor een impact gezorgd.

Keuze Erwin Herkelman: Dragonfly (1971)

In de overgang

Regelmatig bezoek ik met mijn vader de schouwburg. Meestal gaan wij dan naar optredens van tribute-bands om ons met al die andere grijze koppen heerlijk te laten onderdompelen in nostalgie. De show van The Cosmic Carnaval stond echter niet op mijn lijstje. Maar na enig aandringen van mijn vader gingen we er toch heen: Fleetwood Mac -Their Incredible Story.

Ik was toch ergens ook wel benieuwd hoe de band van de rauwe blues van Oh Well was gekomen tot de gladde, gestileerde pop van bijvoorbeeld Little Lies. En terwijl we stap voor stap door hun roerige geschiedenis heen gingen, ontdekte ik tussen alle bekende en minder bekende nummers dit pareltje.

Dragonfly. Het was de eerste single na het onverwachte vertrek van oprichter Peter Green. En dat was een forse aderlating, want de gitarist was zo’n beetje hét gezicht van de band en schreef ook de meeste liedjes. Maar plotseling kregen de overgebleven bandleden de bijna onmogelijke taak om dit gemis op te vangen. En in plaats van op dezelfde voet proberen verder te gaan, besloten ze op zoek te gaan naar een nieuwe sound. Een zoektocht die slaagde, getuige de hits die ze daarná nog zouden hebben.

Bij het maken van Dragonfly waren ze echter nog niet zover. Maar als je de single beluistert, merk je dat de eerste, voorzichtige stappen worden gezet. Je hoort duidelijk de oude blues uit hun beginperiode, maar het klinkt al iets toegankelijker. En hoewel mijn voorkeur zal blijven uitgaan naar de muziek die ze daarvóór uitbrachten, vind ik dit een héél fijn nummer. Zeker nu ik hun historie ken.

Keuze Alex van der Meer: Sentimental Lady (1972)

What About Bob?

Als je aan de belangrijke muzikanten en songwriters denkt van Fleetwood Mac, dan denk je niet in eerste instantie aan Bob Welch. Geef toe. Dat komt met name vanwege het feit dat hij lid was van de band in een soort van tussenperiode met veel wisselingen en dat het mega-succes precies kwam nadat hij de band had verlaten. Welch kwam bij Fleetwood Mac in de zomer van 1971, en heeft aan vijf albums meegewerkt. Toen Welch in 1974 de band verliet werd hij vervangen door een duo: Nicks en Buckingham genaamd.

Gedurende de periode 1971 tot 1975 zijn de albums over het algemeen wat wisselvallig. Maar voor mij is er een hele positieve uitzondering, en wel het album Bare Trees uit 1972. Het is Welch die de ster van één van de mooiste nummers van dat album is. Zijn Sentimental Lady is een fantastisch vroegtijdig Fleetwood Mac pop-hoogtepunt. Het is Welch’s bekendste nummer geworden uiteindelijk, want hij heeft er in de U.S.A. ook nog een hit mee gescoord als solo-artiest in 1977. Grappig, de solo-versie is qua geluid meer een echt Fleetwood Mac nummer dan de oorspronkelijke Fleetwood Mac versie. Dit komt omdat de solo-versie is geproduceerd door Christine McVie en Lindsey Buckingham, en je hoort ze ook meezingen.

Sentimental Lady is een romantisch nummer. Het past heel erg goed bij de pop-traditie van begin jaren ‘70, en is een persoonlijke favoriet van mij. Een onderbelichte klassieker binnen het repertoire van de band.

Keuze Hans Dautzenberg: Spare Me A Little Of Your Love (1972)

Leaping Christine

Fleetwood Mac kwam op het juiste moment. Ik was 13 en mocht een LP uitzoeken bij V&D. Overvallen door keuzestress, koos ik bij wijze van uitvlucht het album dat op dat moment rijendik in de schappen stond: Rumours van Fleetwood Mac. Ik kende immers Go Your Own Way van Top Pop en dat vond ik een leuk nummer. Rumours viel op door zijn houdbaarheid. Als je hele platenverzameling bestaat uit 10 albums, draai je die albums vaak, maar dit album draaide ik vaker. Een eigenschap die de plaat tot op de dag van vandaag heeft weten te behouden. Zelfs na al die jaren rijpen.

Na Rumours verdiepte ik me in het oudere werk van de band. Oh Well en Albatross pasten totaal niet bij het West Coast-geluid dat ik kende. Ze kwamen orenschijnlijk van een ander Fleetwood Mac, maar het waren goede nummers. Een paar jaar later in mijn muzikale ontwikkeling, kwam ik erachter dat er nóg een versie bestond van de band: de bluesvariant. Leuk, dacht ik nog, dat ze ook Black Magic Woman van Santana coveren.

Het C.V. van de band leest als dat van Dalai Lama, zoveel reïncarnaties. Oprichter Peter Green draait door van een overdosis LSD in München, vervangend groepsleider Jeremy Spencer verlaat de band tijdens een tournee om stante pede lid te worden van een sekte, opvolger Bob Welch wil een eigen band (Paris) en Bob Weston legt het aan met de vrouw van de drummer (Jenny Boyd, inderdaad de zus van Pattie Boyd – die van eerst George Harrison en later Eric Clapton, tevens inspiratie voor diens Layla). Na de verhuizing naar de Verenigde Staten in 1974 wordt West Coast soft-rock songwriter duo Buckingham-Nicks binnenboord gehaald. Met hen weten ze op briljante wijze een verzameling liedjes over het handelsmerk van de band – uit elkaar gaan (dat tot op heden wordt volgehouden) – thematisch tot één chain te smeden op Rumours.

Opmerkelijk is dat juist de drummer en de bassist de band in leven houden. Ze weten steeds weer op het juiste moment het juiste talent te vinden om hun band een nieuw leven en nieuwe liedjes te geven. Maar het zou te simpel zijn om de rol van Christine McVie onderbelicht te laten. Christine Perfect – ze trouwt in 1968 met John McVie – werkt mee aan opnames van de band nog voordat ze in 1971 officieel lid wordt. Ook is de hoes van Kiln House door haar getekend. Zij heeft net als John een geschiedenis in de Britse blues, heeft zelfs een liefdesrelatie met diens werkgever John Mayall (Leaping Christine). Maar ondanks die muzikale wortels, brengt zij ook vernieuwing in de band. Sterker: in de transformatie van pure bluesband, via progressieve blues en West Coast-band naar mainstream popgroep hebben haar composities een belangrijke rol. Want naast prachtige ballades, (Songbird, Over & Over, Over My Head) weet ze met de makkelijk in het gehoor liggende melodische nummers als Don’t Stop en Little Lies perfecte (sorry voor de woordspeling) popliedjes te schrijven.

De op het eerste gehoor eenvoudige melodietjes die Christine McVie in haar liedjes verwerkt, zijn verbluffend effectief. Ze geeft de nummers extra kwaliteit met haar subtiel warme stem en natuurlijk met de mooie instrumentatie en samenzang die de band kenmerkt. Luister bijvoorbeeld naar Say You Love Me, maar ook Spare Me A Little Love (van het ondergewaardeerde album Bare Trees). Met name de studioversie krijgt door de tweede stem een gospelachtig refrein, terwijl het (wah-wah) gitaarwerk richting country en southern rock gaat. Ook in de live uitvoeringen door de Buckingham-Nicks versie van FM blijft het nummer overeind. Helaas staat het sinds 1976 niet meer op de setlist.

Keuze Tricky Dicky: Come A Little Bit Closer (1974)

Scheiding

Fleetwood Mac is voor mij in vier delen opgesplitst. De fantastische blues-georiënteerde periode met Peter Green, de tussenliggende periode met zanger/gitarist/componist Bob Welch, de start van Fleetwood Mac 3.0 met de liedjes Rhiannon tot en met het album Tusk, en de daarop volgende periode die mij nauwelijks interesseert. Natuurlijk, er staan op elk album wel één of twee (en heel soms wel drie) goede tracks, maar het geheel vind ik ondermaats en een herhaling van het vorige. Bovendien vind ik de stem (en ego) van Buckingham te veel op de voorgrond treden.

In alle eerlijkheid moet ik wel stellen dat de periode met Bob Welch een zwalkende was. De band was op zoek naar een nieuw geluid, nadat Peter Green en de blues hen verlaten had. De albums uit die periode passen echter wel in het tijdsbeeld, want na de swinging sixties vol van love, peace & happiness werden we muzikaal vergast op een mindere periode. Maar Fleetwood Mac was toch wel aanmerkelijk beter dan het gemiddelde. Future Games en Bare Trees zijn gewoon goede onderschatte albums. De overige drie uit de Welch-periode zijn weliswaar aanmerkelijk minder,  maar Night Watch en Hypnotized zijn gewoon uitstekende liedjes.

Het laatste album uit deze mindere periode is Heroes Are Hard To Find. Persoonlijk vind ik het album beter dan de eerste met Nicks en Buckingham in de gelederen. Gevarieerder met een vleugje  experimenteel en niet zo gladjes tot soms zelfs mierzoet als de opvolger. Kant A van de elpee is zelfs fantastisch. Het bleek voor Bob Welch de zwanenzang te zijn, want hij voelde zich muzikaal leeg getrokken en zou vertrekken. De afsluiter van deze vinylzijde is het door Christine McVie gecomponeerde Come A Little Bit Closer. Terugblikkend lijkt zij over de eerste scheurtjes in het huwelijk tussen haar en John McVie te zingen.

Come a little bit closer
Cause I remember the time
When you held me in your arms
And you wanted to be mine
Everything good, everything gold
And now all that’s left is a sweet memory

Twee jaar later zouden ze definitief scheiden.

Keuze Peter van Cappelle: Beautiful Child (1979)

Relaties

Het verhaal van Fleetwood Mac is één grote soapserie, maar wel één die werkelijk heeft afgespeeld. Terwijl GTST ongeloofwaardig is geworden doordat Laura in het echt nooit zoveel ellende kan hebben meegemaakt als dat zij in de afgelopen 30 heeft moeten verhapstukken. Op papier is het dan ook bijna nauwelijks voor te stellen dat één band zoveel heeft meegemaakt vanaf het begin van oprichting. Dat de soap nog niet ten einde was bleek vorig jaar toen Lindsey Buckingham zonder pardon werd ontslagen, nadat hij een aanvaring had met zijn ex Stevie Nicks. Dat die band tussen hun nog steeds niet goed zat bleek in 2009 al in een documentaire, waarin Stevie zei dat ze haar ex-geliefde eigenlijk nog steeds niet heeft vergeven. Maybe when were 75 and Fleetwood Mac is an old memory, zei ze erover. Eind deze maand wordt Stevie 71 jaar, dus de kans lijkt niet groot met de recente ruzie dat het nog zover zal komen.

Maar Lindsey Buckingham is niet de enige ex-geliefde van Stevie. Haar andere ex-vriendjes waren ook niet de minste, zoals Don Henley en Mick Fleetwood. Het leverde onder andere met Sara een mooi nummer op over haar beste vriendin die er vandoor ging met Mick Fleetwood (waarmee hij later ook nog is getrouwd).

Op hetzelfde album (met Sara), het dubbelalbum Tusk, staat ook een andere ballad die Stevie schreef: Beautiful Child. Er is niet veel informatie te vinden over dat nummer, maar wel dat het ook weer geïnspireerd is door een man waarmee ze een korte affaire heeft gehad: Derek Taylor. Ook dat was niet de minste, want Derek Taylor was de persvoorlichter van The Beatles. Hoewel andere bronnen vermelden dat ook hiervoor haar relatie met Mick Fleetwood de aanleiding zou zijn geweest. We laten het maar in het midden. Soms is het ook beter als je voor jezelf een invulling geeft aan een nummer.

Keuze Eric van den Kieboom: Seven Wonders (1987)

Niks Nicks

Stelling 1: Rumours is het beste album ooit gemaakt.
Stelling 2: Stevie Nicks is de beste zangeres ooit.

Het rare is alleen dat ik stelling 2 destijds niet kon bevestigen aan de hand van stelling 1. Dat besef kwam 10 jaar later! Dus niet door Dreams of Sara bijvoorbeeld, maar door het album Tango In The Night.

Tango In The Night was een groot hit album, maar echt sterke songs staan er nou ook weer niet op. De zang bij zowel Seven Wonders, When I See You Again en Welcome To The Room…Sara deed mij echter beseffen hoe goed ik Stevie vind. Welke van de 3 ik hier zou kiezen maakte me niet veel uit.

Weer een decennium later kwam daar de kennismaking met Silver Springs bij,maar daar heb ik al eens over geschreven. Het bevestigde wel wat ik dus al 10 jaar vond. Hadden ze destijds bij de platenmaatschappij niet zo stom geweest om I Don’t Wanna Know te verkiezen boven Silver Springs had ik niet dit stukje kunnen tikken.

Keuze Ronald Eikelenboom: Tango In The Night (1987)

Popvenster

Volgens geheugenpsycholoog Douwe Draaisma wordt onze muzieksmaak bepaalt tussen ons 15de en 25ste levensjaar. Hij noemt dat het ‘Popvenster’. De voorkeur voor bepaalde popmuziek hangt grotendeels aan de periode tussen ons 15de en 25ste levensjaar. Die tijd, de volwassenwording, is een belangrijke periode in ons leven. Je bent op zoek naar sociale identiteit, beleeft veel dingen intensief met leeftijdgenoten. Muziek luisteren maakt een belangrijk deel uit van die zoektocht.

Natuurlijk ken ik albums als Rumours en Tusk, maar Tango In The Night valt precies in mijn popvenster, sterker nog, het raam stond wagenwijd open. In 1987 deed ik eindexamen, had ik mijn eerste vriendinnetje en mijn eerste echte baantje. En die hele zomer door klonk overal waar ik kwam Tango In The Night. Bied daar maar eens weerstand tegen.

Keuze Freek Janssen: Big Love (2011, Live)

Kon ik maar de helft van die noten spelen

Okay okay, het is een beetje vals spelen: mijn keuze is dan wel een liedje van Fleetwood Mac, maar ik ga toch voor een solo live-uitvoering van Lindsey Buckingham.

Big Love is een niet heel erg opvallend hitje van Fleetwood Mac uit de jaren tachtig. De meeste niet-kenners van de band (waaronder ik) zullen zelfs denken dat het liedje Looking Out For Love heet. Het nummer wordt gekenmerkt door de zuchtjes (ooh, aah). Je denkt misschien dat die van Stevie Nicks afkomstig zijn, maar Lindsey Buckingham zong ze zelf in en vervormde ze zo dat ze op vrouwenzuchtjes gingen lijken.

Enfin, vierentwintig jaar later en Buckingham staat op een podium in Beverly Hills. Hij speelt Big Love solo beter en mooier dan de uitvoering met de rest van Fleetwood Mac ooit zou kunnen zijn. Vooral het tokkelwerk op gitaar is indrukwekkend.

Om Godfried Bomans te parafraseren: kon ik maar de helft van het aantal noten in een liedje spelen.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.