Ondergewaardeerde Liedjes


Een ruimtelijke battle

Het heelal heeft de mensheid altijd geïnspireerd. In de klassieke oudheid dichtten de dichters er al over, met verwondering en bewondering. Letterlijk, of als metafoor voor aardse zaken. En dat is nooit meer gestopt. Toen de opkomst van de moderne popmuziek gelijk opliep met de wedloop naar de ruimte was het onvermijdelijk dat ook muzikanten over de ruimte schreven. Kosmisch hoogtepunt was misschien wel dat de BBC David Bowie’s Space Oddity als begeleidingsmuziek afspeelde bij de eerste maanlanding in 1969.

Vandaag gaan we naar de grens van het heelal en weer terug. Völlig losgelöst von der Erde. Sluit het ruimtepak goed af en kijk bij het opstijgen vooral even naar links voor de satellieten en naar rechts voor de maan.

Keuze Freek Janssen: (Holst) BBC Philharmonic Orchestra – Neptune, The Mystic (1915)

De mysterieuze oorsprong van muziek over het heelal

Normaal gesproken besteden we niet heel veel aandacht aan klassiek op deze blog, maar we kunnen onmogelijk een bloemlezing geven van muziek over het heelal zonder te beginnen bij het begin. Bij de oerknal van muziek over de ruimte, om in het thema te blijven.

Toen Gustav Holst in 1915 The Planets uitbracht, waren er nog maar zeven planeten bekend. Pluto was nog niet in beeld. Elk stuk in de suite gaat over een planeet en heeft zijn aparte sfeer. Venus kreeg een vredige melodie, als brenger van vrede. Mars, the Bringer of War, werd natuurlijk een militaire mars. Het stuk heeft duidelijk invloed gehad op de Star Wars-soundtrack die ruim zestig jaar later werd geschreven door John Williams.

Neptune, the Mystic is het enige stuk met koor (vanaf 5:08). Het is zeker niet het bekendste stuk van de de suite, maar wat mij betreft wel het mooiste en meest aangrijpende. Je waant je even in buitenaardse sferen op een mysterieuze planeet.

Keuze Erwin Tijms: The Tornados – Telstar (1962)

Tragisch

De Westerse wereld was opgetogen, zo halverwege 1962. De Sovjets hadden dan wel als eerste een Sputnik-satelliet de ruimte in gekregen, maar de Amerikanen en Europeanen behaalden gezamenlijk een eigen succes in de Space Race: de lancering van een communicatiesatelliet in een baan om de aarde. De satelliet maakte het mogelijk televisiesignalen en andere vormen van communicatie tussen Amerika en Europa uit te wisselen. Niet continu, maar iedere paar uur enkele tientallen minuten lang. Dat een klein rond bolletje, zo zwaar als een mens, dat voor elkaar kreeg! Mensen waren opgetogen. Vernoemingen en odes volgden. Een school, een voetbal. In Velsen vernoemde men zelfs een hele voetbalclub naar het bolletje in de ruimte.

Enkele dagen na de lancering nam de Britse groep The Tornados een nummer op dat geïnspireerd was door de lancering van de Telstar. The Tornados waren een instrumentale rockband, die in de schaduw stond van de bekendere The Shadows. Ze waren voornamelijk een begeleidingsband voor anderen, zoals de zanger Billy Fury en de legendarische producer en geluidstechnicus Joe Meek. Gitarist George Bellamy’s zoon Craig zou later ook iets in de muziek gaan doen met een bandje. Ook zij maakten nog wel eens een nummer over het heelal.

Telstar werd gecomponeerd en geproduceerd door Joe Meek. Een van de meest intrigerende, innovatieve en tragische figuren van de beginjaren van de popmuziek. Hij was jaren als elektrotechnicus actief geweest en was een technisch genie op het gebied van geluidsmanipulatie. Als producer zette hij allerlei vormen van overcompressie, echo en overdub in om het spacey geluid te krijgen dat hem zo aansprak. Vanaf halverwege de jaren ’50 tot zijn dood werkte hij als producer en technicus aan vele honderden platen, vanuit zijn eigen studio en op zijn eigen platenlabel. Zijn beroemdste werken zijn waarschijnlijk wel Telstar en Johnny Remember Me (van John Leyton), maar hij nam ook nog platen op met artiesten zoals The Honeycombs, Tom Jones, Petula Clark, Gene Vincent en The Outlaws. Beroemd is ook zijn inschatting van de talenten van enkele andere artiesten. Zo adviseerde hij Brian Epstein om vooral niet met The Beatles in zee te gaan vanwege een gebrek aan talent en zag hij geen enkele potentie in Rod Stewart. Meek nam als artiest zelf met The Blue Boys het conceptalbum I Hear A New World op. Een album waarbij het me echt moeite kost om me voor te stellen dat het al bijna 60 jaar oud is, zo innovatief wordt de elektronica ingezet.

Op Telstar is zijn liefde voor spacey geluidsmanipulatie meteen al goed te horen in de eerste seconden. Ruis en synth, maar dan dus anno 1962. Het schijnt een achterwaarts afgespeelde opname van het doortrekken van een toilet te zijn. Het synthesizerachtige instrument dat later de melodie speelt, is een clavioline, een van de eerste instrumenten waarmee je dit soort geluiden kon maken. Een ander technisch snufje was dat de single met videoclip op de scopitone beschikbaar was. Je vond ze bijna nergens, maar het waren jukeboxen waarop ook beeldmateriaal te  zien was.

De single Telstar scoorde goed: het nummer maakte van The Tornados de eerste Britse rockband met een nummer-1 hit in zowel de VS als het Verenigd Koninkrijk. Mooi voor een ode aan een satelliet die de verbinding legde tussen Europa en de VS. Joe Meek verging het slechter, veel slechter. Zijn homoseksualiteit moest hij voor zijn omgeving ontkennen. Daarnaast was hij bipolair en leed hij aan schizofrenie. Overvloedig drugsgebruik kwam daar nog bovenop. Ook financieel waren er problemen: hij werd ervan beschuldigd dat hij Telstar had geplagieerd van een Frans nummer, waardoor hij geen royalties ontving. Op 3 februari 1967 – precies 8 jaar na de dood van de door hem zo aanbeden Buddy Holly – schoot hij zijn hospita dood, waarna hij zelfmoord pleegde. Slechts enkele maanden voordat homoseksualiteit in het Verenigd Koninkrijk gelegaliseerd werd en het conflict over plagiaat in zijn voordeel werd beslecht.

De afgelopen jaren is de waardering voor het werk van Joe Meek toegenomen. NME riep hem uit tot meest invloedrijke producer aller tijden. Eerder al vernoemde de Music Producers Guild een prijs naar hem: de Joe Meek Award for Innovation in Production. Telstar is dan misschien wel al bijna 60 jaar oud, maar de kwaliteit van het werk van Joe Meek staat nog altijd overeind. Het zou jammer zijn als enkel wat voetballiefhebbers in Velsen-Zuid zijn oeuvre nog horen, in flarden voor een wedstrijd.

Keuze Marco Groen: Pink Floyd – Astronomy Domine (1967)

Buitenaardse genialiteit

Dat je de aarde niet fysiek hoeft te te verlaten om deze te kunnen ontstijgen wordt duidelijk gemaakt in Astronomy Domine van de band die later opnieuw ons sterrenstelsel als metafoor voor onze innerlijke wereld zou gebruiken, Pink Floyd,

Iemand met oren en een enigszins ontwikkeld gevoel voor muziek zou van mening kunnen zijn dat er an sich twee Pink Floyd’s hebben bestaan, die onderling muzikaal niet veel raakvlakken hebben. Eentje met Syd Barrett (See Emily Play, Arnold Layne, Interstellar Overdrive) en een versie waarbij  Roger Waters de scepter zwaait. De drugsverslaafde Barrettt kon na verschillende incidenten op verschillende vlakken naar de maan lopen van de overige leden, een beslissing die – met de kennis van nu – de band geen windeieren gelegd heeft. Het bracht iets makkelijker in het gehoor liggende muziek op dat uiteindelijk resulteerde in meesterwerken zoals The Dark Side Of The Moon en The Wall. Muziek die iedereen kent en geen nadere uitleg behoeft. Toch betekent dit niet er in het Barrett-tijdperk geen mooie muziek geproduceerd werd door het studentikoze middle class-genootschap. Een van de pareltjes die destijds uit de pen van Barrett vloeide is Astronomy Domine, een nummer waarvan niemand eigenlijk nu precies weet wat Barrett probeert te zeggen.

Lime and limpid green, a second scene
a fight between the blue you once knew
floating down the sound resounds around the icy waters underground

Net zoals de muziek druipt de LSD zo’n beetje van de lyrics af. Zoals veel andere bands in die tijd was ‘acid’ een veelgebruikt middel om in hogere sferen te komen; iets dat niet zelden resulteerde in geweldige nummers, waarin nog onbetreden paden werden verkend. Bekende voorbeelden van de pre-Dark Side-era waren hierin bijvoorbeeld A Saucerful Of Secrets (in mijn optiek een van de meest merkwaardige nummers ooit geschreven), Be Careful With That Axe, Eugene, Set The Controls For The Heart Of The Sun en het onvolprezen Atom Heart Mother. Stuk voor stuk nummers die zonder geestverruimende middelen het levenslicht nooit zouden hebben gezien.

Dat Barrett hierin wat ‘verder’ was dan zijn kompanen lijkt vrij evident. De door hem geschreven nummers hebben stuk voor stuk iets waaruit een vorm van waanzin naar voren lijkt te komen. Mooie voorbeelden hiervan zijn The Gnome, Jugband Blues en het al eerder genoemde, prima bij het thema passende Interstellar Overdrive. Helaas kleeft er soms een prijskaartje aan het vrijwillig mentaal verlaten van de aarde met behulp van allerlei leuke narcotica; na een korte en creatieve piek veranderde Barrett meer en meer in een patiënt. Een band is helaas geen sociale werkplaats. Daarna was het dus vrijwel gedaan met volkomen gestoorde teksten zoals:

Blinding signs flap,
Flicker, flicker, flicker blam. Pow, pow.
Stairway scare, Dan Dare, who’s there?

Keuze Willem Kamps: Go – Crossing The Line (1976)

Orgastisch gitaarwerk

De laatste band die in de pers als supergroep werd gepusht was volgens mij Them Crooked Vultures, met Dave Grohl, Josh Homme en John-Paul Jones. In vroeger jaren werd het superlabel wel vaker ergens opgeplakt. Waarschijnlijk als eerste op Cream, later bijvoorbeeld Blind Faith, Crosby, Stills Nash & Young, The Plastic Ono Band en UK. Meer recent Temple Of The Dog en Audioslave. Halverwege de jaren ’70 ook op het minder bekende en ondergewaardeerde Go, een band bestaande uit Stomu Yamashta, Klaus Schulze, Michael Shrieve, Al di Meola en Steve Winwood. Kenmerkend voor superbands is de korte levensduur. Vermoedelijk teveel baasjes bij elkaar.

Synthesizerpionier Klaus Schulze leerde Stomu Yamashta kennen via een Japanse fotografe. Het was in de tijd dat hij een elpee van The Far East Family Band produceerde. Stomu liep al langer rond met het Go-project en zocht gelijkgestemde muzikanten. Zoals dat heet, spraken zij dezelfde taal, muzikaal en qua persoonlijke interesse. Zo ook Michael Shrieve (Santana), Al di Meola (Return To Forever) en Steve Winwood (Spencer Davis Group, Blind Faith en Traffic). In korte tijd bracht het kwintet, aangevuld met vele sessiemuzikanten, twee studioalbums en een live dubbelaar uit. Ja, je bent een superband of niet.

De cover van hun eerst album toont een sterrenhemel (eigendunk?) en de muziek heeft een spacey sound. Met Der Klaus aan boord zit je bovendien vanzelf op een ruimteschip. Titels als Man of Leo, Stellar en Space Requiem sluiten daar op aan. In de topper Crossing The Line komen frases voorbij als The Other SideThrough The Gate en Passing Through Time. Het moet dan gek lopen wil je dit alles niet als een enigmatische ruimtereis ervaren. Winwood’s stem klinkt standaard als een klok, in wat eigenlijk ook een erg adult-oriented rocknummer is; de vertrouwde ballad met een (meer dan) stevige gitaarsolo.

Bij de live-versie van Crossing The Line speelt Pat Thrall de solo, niet snelheidswonder Di Meola. Ironisch eigenlijk, een superband waar vervolgens nog een andere meestergitarist moet komen opdraven. Thrall zei later dat hij tijdens de optredens twee solopartijen mocht spelen, waarvan deze dus en dat is er eentje uit het spierballenvakje. Jezus, wat gaat ie hier tekeer. Hevig orgastisch gitaarwerk, waarbij je op het hoogtepunt alle sterren van de Melkweg ziet duizelen. Pak de luchtgitaar, maak de broekriem alvast los en zet een doos tissues klaar. Beam Pat Thrall nog maar een keer op, Scotty!

Keuze Marcel Klein: Rush – 2112 (1976)

Een toekomst zonder muziek?

Als je op internet gaat zoeken zijn er heel veel nummers te vinden over het heelal, de maan, de sterren, planeten of de zon. Het heelal blijft toch een aantrekkelijke bron voor muzikanten, tekstschrijvers en dus ook luisteraars. Als er een genre is waar dit ook een populair thema is, dan is het wel de symfonische rock. Over het algemeen lang uitgesponnen nummers met lange gitaar- en keyboard solo’s. Soms niets mis mee, maar soms ook oersaai. Maar goed, een reisje naar – pak ‘m beet – Mars lijkt ook mij wel een beetje saai. Acht maanden in een raket. En dan het leven op Mars. En dan is Mars nog een planeet die voor ons te bereiken is. Laat staan als je naar Jupiter zou willen. Of verder.

In 1976 neemt de interesse in symfonische rock langzaam af. Natuurlijk ebt het nog een aantal jaar door, maar uiteindelijk betekent de opkomst van de punk ook het einde van de oude kolossen en breekt er een nieuwe muzikaal tijdperk aan. Toch is er in dat jaar een band die wel verder gaat op die weg. Zonder keyboards of lange rustige gitaarsolo’s. Rush (want over die band hebben we het) pakt als driemanschap het initiatief en weet met drums en gitaren eenzelfde sfeer weg te zetten, maar veel puntiger, harder en ook zonder opsmuk. Rush is de band waar uiteindelijk vele progmetalbands de inspiratie vandaan halen.  20 minuten lang zorgt 2112 voor een unieke luisterervaring. Vanaf de eerste tonen wordt duidelijk dat we in de toekomst zijn en dat het geen mooie toekomst is wordt al snel duidelijk. Het stevige gitaarwerk, dampende drums en soms bijtende zang vertelt een donker verhaal.

In het jaar 2062 resulteert een Universum brede oorlog in de vereniging van alle planeten onder de heerschappij van de Red Star van de Solar Federation. In 2112 wordt de wereld bestuurd door de Priesters van de Tempels van Syrinx, die de inhoud bepalen van alle leesmaterie: liedjes, afbeeldingen – elk facet van het leven. Een man ontdekt een gitaar en leert andere muziek spelen. Wanneer hij dit  aan de priesters van de Tempels gaat presenteren vernietigen ze de gitaar. Hij duikt onder en droomt van een wereld voor de Solar Federation. Bij het ontwaken raakt hij radeloos en pleegt hij zelfmoord. Terwijl hij sterft, begint een andere planetaire strijd die resulteert in het ambivalent einde. Let op alle planeten van de Solar Federatie: we hebben de controle weer terug.

Op het album geeft schrijver (en drummer) Neil Peart credits aan Ayn Rand. Rand, een in Rusland geboren Amerikaanse romanschrijver en filosoof, schreef een novelle getiteld Anthem, waaraan Peart de brede lijnen van het complot ontleende. De roman, gepubliceerd in 1938, volgt het leven van een man die leeft in een communistische samenleving gestructureerd rond een centrale autoriteit, de Wereldraad die alles in de samenleving dicteert. De man ontdekt oude technologie verborgen in een oude tunnel uit en ontdekt per ongeluk elektriciteit. Hij neemt deze ontdekking mee naar de Wereldraad, die hem een ​​stakker noemt voor het verrichten van ongeoorloofd onderzoek en vervolgens probeert hem te straffen.

Uiteindelijk dus een somber beeld van de toekomst. Zelfs zonder muziek. Dat moet toch voor ons als muziekliefhebber een regelrechte ramp zijn. Gelukkig zijn wij als mensen slecht in het voorspellen van de toekomst en durf ik er voorlopig wel vanuit te gaan, dat deze toekomstvisie niet zo snel zal gaan gebeuren. Maar goed……  ik denk dat weinig mensen in het verleden ook de wereld waarin we nu leven hadden voorspelt. Maar dat is weer een heel ander verhaal Laten we daarom vooral nu genieten van 20 minuten Rush.

Keuze Alex van der Meer: The Highwaymen – Highwayman (1985)

Johnny Cash in space

Wanneer ik aan het heelal denk dan slaat mijn fantasie op hol. Het heelal is echt heel groot. En je weet gewoon niet wat je er zou kunnen aantreffen. Ik ben dan ook fan van avonturen in de ruimte. Space, The Final Frontier. Jawel, ik ben een beetje een Trekkie, maar ook andere science-fiction kan me erg bekoren. En ik ben daar niet de enige in. Wat dat betreft voel ik me verwant met iemand als Jimmy Webb.

Iedereen heeft wel eens gehoord van MacArthur Park en van By The Time I Get To Phoenix. Bekende composities van Jimmy Webb (1946). Als componist is Webb buitenaards goed, want hij heeft nog veel meer mooie nummers geschreven. Hij heeft zich naar eigen zeggen maar wat graag laten inspireren door science-fiction schrijvers. Op zijn 6de album El Mirage uit 1977 hoor je dan ook meerdere verwijzingen naar de ruimte en wat er allemaal kan gebeuren in die onmetelijkheid. Zoals het bekende nummer The Moon Is A Harsh Mistress, dat is namelijk tegelijkertijd een titel van een sf-roman van Robert A. Heinlein. Maar ook openingstrack The Highwayman is een mooi voorbeeld.

I Fly a Starship
Across the Universe Divide

Het nummer gaat over een ruimtevaarder die het hele universum aan het doorkruisen is. Dapper gaat hij naar plekken waar geen man ooit is geweest, maar hij heeft ook vroegere levens gehad. Hij vertelt over die levens en hoe hij elke keer gestorven is. Ruimtereizen en reïncarnatie: niet echt standaard onderwerpen voor een country-nummer zou je zeggen. Maar toch hebben The Highwaymen dit nummer ook opgenomen. En het werkt. Ik krijg gewoon de ruimte-kriebels als ik Johnny Cash de woorden I Fly A Starship hoor zingen. Hij en zijn kompanen van de supergroep The Highwaymen scoorden met het nummer Highwayman hun allergrootste gezamenlijke hit. Naast Cash bestond de groep uit Waylon Jennings, Kris Kristofferson en Willie Nelson. Maar daarmee vertel ik je niks nieuws. Dat is natuurlijk universeel bekend.

Hoe ze bij het nummer kwamen? Webb liet het nummer horen aan Glen Campbell die het een jaar na Webb zelf opnam en uitbracht. En Campbell speelde het uiteindelijk nog voor de vier country iconen om hen ervan te overtuigen dat dit nummer voor het op te nemen groepsalbum perfect zou zijn. Het nummer was uiteindelijk ook de inspiratiebron voor de groepsnaam. Alle puzzelstukjes vielen in elkaar. Het heelal is dus zo groot dat er zelfs ruimte voor country is.

Keuze Ronald Eikelenboom: Agent Steel – Agents Of Steel (1985)

I Want To Believe

Ruziemakers zijn er in overvloed in muziek. John Cyriis is er zo een. Geboren in Brazilië als João Campos of Jean Pierre Camps, afhankelijk van welke biografie je volgt. In 1983 werd hij door Dave Mustaine gevraagd als zanger van het dan net opgerichte Megadeth. Acht maanden hielden ze het vol, en dat mag een wonder heten aangezien Mustaine ook al zo’n ruziemaker is. Opnames leverde het niet op.

In 1984, we zijn dan alweer een paar bands verder, richt John Cyriis samen met drummer Chuck Profus de band Agent Steel op. Speed metal met songs over UFO’s en de Illuminati en andere onderwerpen die niet zouden misstaan in een X-Files aflevering. Een lang leven is de band niet geschonken, na twee albums en een EP, en vele wisselingen op bas en gitaar, valt in 1988 het doek. Tien jaar later proberen enkele leden de band nieuw leven in te blazen. John Cyriis wordt ook gevraagd maar het enige antwoord komt van zijn advocaat. Er verschijnt een nieuw Agent Steel album, met een nieuwe zanger, maar onder juridische druk worden de live optredens gedaan onder de naam Order Of The Illuminati.

In 2011 is er dan toch een reünie met Cyriis op zang. Een groot succes is het niet. De ene keer komt Cyriis niet opdagen, de andere keer stelt Cyriis zulke aparte eisen dat de organisator van een festival maar van het optreden afziet. De band haalt Steel Prophet zanger Rick Mythiasin erbij om aan de verplichtingen te voldoen en noemt zichzelf Masters Of Metal (naar het refrein van het Agent Steel-nummer Agents Of Steel). Onder die naam wordt ook een nieuw album opgenomen.

John Cyriis heeft aangekondigd dat er in september 2019 een nieuw Agent Steel album gaat verschijnen, het eerste album in 30 jaar met hem als zanger. Optreden gaat hij vanaf april, zowel in clubs als op festivals. Het enige bandlid vooralsnog: John Cyriis.

Keuze Roland Kroes: Orbital – The Box (1996)

Grensverleggend

Never let the truth get in the way of a good story, maar daarover later meer. Allemaal leuk en aardig natuurlijk, door de ruimte en op weg naar planeten, maar voordat je landt is het toch wel belangrijk dat je eerst orbital gaat. Op de grens van de jaren ’90 braken de broers Phil en Paul Hartnoll door als het duo Orbital, bouwend op de populariteit van ravemuziek. Uiteindelijk zouden ze een van de eerste dance acts worden die de sprong zou maken van studio-acte naar live-act en van houseparty naar huiskamer.

Wat eerst exclusief was voor in een club of Somewhere In A Field In Hampshire, zette je nu ook gewoon thuis op. Voor of na je avond uit. En als je ze dan zag, ook op festivals, dan zag je ze ook. Want boven die draaitafels, tussen de lasers, zag je de broers dankzij hun torch glasses. Zoals op Glastonbury 1994: hun doorbraak in de UK. Dat bewustzijn van de impact die ze konden maken, gebruikte Orbital vaker. Van hun anti-Poll Tax T-shirts bij hun eerste optreden in Top of the Pops, tot een remix van Are we here?: 4 minuten stilte als protest tegen de Criminal Justice and Public Order Act. Idem dito voor hun video’s, waarvan The Box één van mijn favorieten aller tijden is. Tien jaar voordat timelapses hun intrede zouden doen op je telefoon, zie je Tilda Swinton rustig door een gejaagd Londen stappen. Prachtig.

Oh, en over die waarheid? De gebroeders Hartnoll verwijzen met Orbital niet naar ruimtezaken. Orbital slaat op de M25, de grens tussen de Londense agglomeratie en het platteland – essentieel juist voor de rave scene. En oh ja, de snelweg waar ook het dorpje Sevenoaks ligt, waar Phil en Paul vandaan kwamen.

Keuze Joop Broekman: Monster Magnet – Space Lord (1998)

De ruimte is altijd dichtbij, maar in welke toestand?

Begin jaren ‘90. Op gitaargebied explodeert de boel. De grunge verovert de wereld, in een dansbaardere en vrolijke variant ontstaat Britpop, en nog volop aan het zweven is Monster Magnet. Hun eerste echte schijf heet Spine of God, en is van voor tot achter en er tussen in één grote trip in hogere sferen. De dan al aanwezige liefhebbers van het stonerrock-genre sluiten het kwartet in de armen. Wat een debuut! De band toert in het voorprogramma van Soundgarden, scoort hiermee een deal bij een groter platenlabel (A&M), maar hun tweede album Superjudge bezorgt ze nog geen definitieve landingsplek. Ook niet twee jaar later, als Dopes To Infinity uitkomt, en single Negasonic Teenage Warhead vaak te zien is op MTV. Dan is Dave Wyndorf er wel een beetje klaar mee, en verhuist naar Las Vegas.

De sound van de band wordt nog een laatste keer ‘aangepast’, hier en daar ook een allerlaatste concessie aan de lyrics, en Powertrip  betekent dan eindelijk de doorbraak in 1998. De band mag ook meteen op pad met de grote jongens (Metallica, Rob Zombie en Aerosmith), en hoort er nu echt bij.

Zoals wel vaker haken de fans van het eerste uur af als een band doorbreekt, maar komen er veel nieuwe fans bij. Dat lukte ook met Powertrip. Misschien was het voor de meesten even fronsen met de wenkbrauwen bij het horen van I started humping volcanoes, baby in het openingsnummer Crop Circle. Maar als er een band is die zwaar aangezette rock speelt, met teksten die op LSD bedacht zijn en pakkende refreinen die je uitstekend mee kan brullen met een biertje in de hand, dan zit men met Monster Magnet gebakken.

De single Space Lord doet het meer dan uitstekend. Natuurlijk ook hier een aanpassing voor de radio, want je gelooft natuurlijk nooit dat die ene regel (Space lord, mother mother) er zo maar was. Alhoewel Wyndorf later beweerde dat het een experiment was, en het origineel (Space Lord, motherfucker) zoek raakte in de studio. Op een aantal versies van de Greatest hits uit 2003 staat dat origineel wel. Op het podium doet Dave niet zo moeilijk.

Gaat dit nummer ook nog ergens over? Dat hangt er van af wat je drug of choice is. Marvel’s Galactus (de planeteneter) ligt erg voor de hand, maar die ene seksuele toespeling ook ….

Now give me the strength to split the world in two
I ate all the rest and now I ‘ve gotta eat you

Alle kanten kun je op. Ook met alleen een biertje. En dat is tijdens een concert van deze band altijd goed…..

Keuze Kees-Jan van der Ziel: Ayreon – Into The Black Hole (2000)

Epische trip door de ruimte naar planeet aarde

Space, the final frontier. Ik heb nooit echt wat gehad met Star Trek of Star Wars. Het voelde voor mij altijd als een iets te ver van mijn bed show.

Het was in eerste instantie ook vooral de muziek van Ayreon die mij aansprak. Ik leerde het concept rond multi-instrumentalist en genie Arjen Lucassen kennen met het album Flight Of The Migrator uit het jaar 2000. Het album is eigenlijk het tweede deel van een dubbelaar. Deel 1 richtte zich muzikaal wat meer op de progressieve rock kant, terwijl deel 2 een stuk harder was en dus echte prog-metal was. Dat laatste heeft mijn voorkeur.

Ayreon bestaat eigenlijk nooit uit dezelfde artiesten, maar bij elke cd wordt er gebruik gemaakt van een groot aantal gastartiesten.  Mijn favoriete stuk op Flight Of The Migrator is Into The Black Hole, waarbij niemand minder dan Bruce Dickinson (Iron Maiden) de zang voor zijn rekening neemt. Het nummer komt wat traag op gang, maar rockt als een huis. Na een tweetal coupletten, komt een instrumentaal stuk met voor mij op dat moment de meest vette riff die ik ooit gehoord had.

Pas jaren later ben ik me gaan verdiepen in het verhaal achter de muziek. En het was zeker de moeite waard om het verhaal over hoofdkarakter the colonist te begrijpen. In het kort komt het erop neer dat er geen leven meer mogelijk is op aarde, omdat er niks meer groeit. Alleen door boodschappen te halen van buiten aarde kan de mensheid nog overleven. Dit houdt op een gegeven moment op. The colonist is een kind van de laatste generatie die op aarde woonde, maar is daar zelf nooit geweest. Hij woont op Mars. Daar heeft hij de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van The Dream Sequencer. Dit is een soort Matrix-achtige tijdmachine. Het lichaam blijf in een capsule, maar de ziel gaat terug in tijd. In eerste instantie gaat hij terug naar zijn jeugd, maar in album 2 wil hij meer en gaat hij terug naar voor de big bang. Het leven is gecreëerd door het vermenigvuldigen van zielen en zo worden hele populaties gesticht.

De oorsprong van alle zielen is the universal migrator, de ziel, waaruit alle andere zielen uit vermenigvuldigd zijn. The colonist probeert op die manier de toekomst een betere wending te geven.  Er zit echter wel een gevaar aan zijn reis, omdat niemand anders zo ver terug in tijd is geweest. The colonist volgt the universal migrator op weg naar de aarde en moet daarbij een spectaculaire reis maken door quasars, supernova’s, zwarte gaten en wormgaten.  Het is duidelijk waar Into The Black Hole over gaat. Uiteindelijk zal the colonist nooit aankomen op zijn eindbestemming, maar wel zal hij de nieuwe oorsprong zijn van al het nieuwe leven doordat hij de nieuwe universal migrator is geworden.

Ayreon heeft later nog veel meer uitgebracht en muzikaal is het misschien wel steeds beter geworden, toch blijft Into The Black Hole mijn favoriete nummer.

Keuze Hans Dautzenberg: Neko Case – I Wish I was The  Moon (2002)

I’m a free man with no place free to go

Dankzij de beroemde beginquote van de tv-serie Star Trek weten we allemaal dat de ruimte onze final frontier is. Onze laatste grens. Voorbij die grens ligt de ruimte. De vrije ruimte. Die we dapper gaan betreden. Kirk en zijn divers samengestelde crew traden daarmee, als melting pot Amerikanen, in de voetsporen van hun voorgangers uit de 19de eeuw. De settlers, afkomstig uit allerlei windstreken, die op zoek naar ruimte, naar vrijheid, dapper met hun huifkarren naar het westen trokken. Het wilde westen.

Ruimte en vrijheid zijn onlosmakelijk verbonden. Als ruimte en tijd in de relativiteitstheorie. Geef ze de ruimte is equivalent voor geef ze de vrijheid. Op zoek naar vrijheid waren ook de ouders van Neko Case, toen ze vanuit de Oekraïne, destijds onderdeel van de Sovjet-Unie, naar de Verenigde Staten verhuisden. Uit verschillende interviews komt naar voren dat het tienerhuwelijk van haar ouders niet gelukkig was. Case verklaart zelf dat ze alleen op de wereld is gekomen, omdat haar vader geen abortus op zijn geweten wilde hebben.

Neko Case is op jonge leeftijd uit huis gegaan en heeft via drumwerk in punkbandjes uiteindelijk een eigen plaats in de muziekgeschiedenis veroverd, met een in country en Americana geworteld oeuvre. Haar bijzondere stemgeluid (ja het klinkt heel vertrouwd, en toch anders) en prachtige liedjes laten horen dat dat terecht is. Haar liedje I Wish I Was The Moon Tonight. Is waarschijnlijk het meest gestreamde, omdat het ook te horen was in de HBO-serie True Blood.

Ondanks de koppeling aan wat Case zelf bestempelt als een vampire fuckfest is het liedje een tere vertelling voor haar vader, over eenzaamheid. Waar de ik-persoon uitkijkt naar meer vrijheid en liefde. Bij  de verwijzing naar haar vader die als vrij man, nergens vrij kon zijn, is de maan ruimte. Prachtig.

Keuze Tricky Dicky: Ace Frehley – Gimme A Feelin’ (2014)

Fucking nuts

Ace Frehley was een lid van het Kiss-quartet; degene die de vlammen uit zijn gitaar liet vonken en niet te verwarren met Gene Simmons en de lange tong. En nee, er komt geen reünie. De heren leven al jaren in onmin met elkaar. In 1978 besloten alle bandleden een soloalbum uit te brengen. De albums van Kiss-zanger Paul Stanley en drummer Peter Criss haalden de Top 40 niet, maar Frehley bereikte de 26ste plek. Oké, Simmons kwam nog vier plekken hoger, maar toch een mooi resultaat van de man waarvan ze zeggen dat hij eigenlijk niet kan zingen. Wel was hij de enige met een single in de Top 15 (New York Groove).

Gitaar spelen kan hij overigens als de beste. Je weet exact wat je mag verwachten. Vette gitaarlicks en een hoog tempo. Rock ’n roll zoals het bedoeld is: geen subtiliteiten, maar recht voor z’n raap. In 2014 kwam zijn 6de soloalbum uit. Space Invader. De meningen van de critici waren verdeeld: van geweldig tot heel matig. Zoals gewoonlijk hadden de fans een andere mening, want het album stootte tot de 9de plek in de albumlijst. Ik hang er ergens tussen in. Er zijn geweldige tracks op het album, afgewisseld met inderdaad matige liedjes. Dit heeft alles met de zang en zijn schrijftalent te maken, maar indien je naar het album gaat luisteren om diepzinnige teksten te beluisteren ben je zo wie zo aan het verkeerde adres. Was je trouwens ook met Kiss-albums, maar dit terzijde.

Frehley is kennelijk dol op science-fiction, want maar liefst vier liedjes op het album hebben een verwijzing naar ruimte: het titelnummer, Inside The Vortex, Past The Milky Way en Starship. Er staat overigens ook een cover van Steve Miller’s The Joker op. Het bekende verhaal; fantastisch vingerwerk, maar zingen blijkt weer niet zijn sterkste muzikale kant. Desalniettemin heb ik slechtere covers van The Joker gehoord. Afijn, mijn keuze valt toch op Gimme A Feelin’ vanwege het uitmuntende gitaarwerk. Keihard en hier past zijn zang beter in het geheel. Behoudens de albumtitel heeft het weliswaar niet heel veel met het thema van vandaag te maken, maar you’re driving me crazy is toch ook een beetje out of this world?

Keuze Alexander Honderd: Public Service Broadcasting – Go! (2014)

Tranquility base here, the Eagle has landed

Ik zag de woorden ruimte en heelal op de planning staan en mijn keuze voor deze battle stond al vast. Public Service Broadcasting’s Go!  heeft zich, sinds ik het nummer voor het eerst hoorde in 2014, als een soort vaste soundtrack bij ruimtevaartnieuws in m’n oren genesteld.

Het nummer komt van het album The Race For Space. Public Service Broadcasting vertelt op dit album, met behulp van originele geluidsfragmenten, de geschiedenis van de ruimtewedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hoe de Sovjets op voorsprong kwamen met Sputnik en Gagarin, de Amerikanen via het Apollo 1-drama Fire in the Cockpit dan toch de doorbraak van de 1ste ruimtewandeling hadden EVA, om uiteindelijk met euforische Go! uit te komen bij Apollo 11 en de daadwerkelijk maanlanding. Het hele album is een aanrader voor iedereen met interesse in de ruimtevaart.

Go! richt zich niet op Armstrong en Aldrin, maar op de zogenaamde flightcontrollers op aarde. Deze mensen zaten op 20 juli 1969 in Houston achter beeldschermen met telemetrie, hielden nauwgezet de conditie van het ruimtevaartuig in de gaten en assisteerden de astronauten tijdens hun vlucht. Ook moesten zij, voor hun specifieke positie, op verschillende momenten tijdens de vlucht beslissen of de volgende fase van de missie gestart kon worden. We horen flightdirector Gene Kranz zijn collega’s stuk voor stuk vragen om een go/no-go, en het steevast terugkomende antwoord is Go!.  Het is een heerlijk ritmisch vraag- en antwoordspel, wat met behulp van de melodie op het keyboard en het steeds verder uitbouwen op gitaar een gevoel van triomf teweeg brengt. De uitkomst van de missie horen we uiteindelijk ook: Tranquility base here, the Eagle has landed, maar het echte hoogtepunt is toch wel de enthousiaste GO! van guidance-officer Steve Bales, die kort daarvoor met de nodige problemen geconfronteerd werd en de landing had kunnen afblazen.

Keuze Jan-Dick den Das: Foo Fighters – The Sky Is A Neighborhood (2017)

Een onderdeeltje

Ergens op een strand zat hij wat te mijmeren. Het was zo’n zachte enigszins zwoele avond die nooit vervelen. David zat daar met zijn voeten in het nog warme zand, een koel drankje en gedachten die zo hun eigen weg gingen. De sterren aan de heldere hemel, zoveel sterren, zoveel hemellichamen, zo oneindig ver maar misschien ook wel heel dichtbij, dacht David. Al die sterren aan de donkere hemel, die hemel daar zou heel goed leven kunnen zijn, en als dat zo is, dacht David, dan zijn het onze buren. Als we dan niet de enigen in dit universum zijn dan mogen we wel eens wat voorzichtiger zijn willen we hier overleven.

Zo moet het ongeveer gegaan zijn toen David Grohl van Foo Fighters zijn inspiratie opdeed voor The Sky is A Neighborhood. Dit allemaal mede geïnspireerd nadat Dave de video The Most Astounding Fact van Neil deGrasse had gezien. En inspiratie moet je hebben om een dergelijk goed nummer te schrijven, het nummer zou je kunnen omschrijven als een soort van psychedelische rock/blues. Bombastisch en breekbaar, agressief en vredig.

The sky is a neighborhood
So keep it down
heart is a storybook
A star burned out

Oh my dear Heaven is a big band now
Gotta get to sleep somehow
Bangin’ on the ceiling
Bangin’ on the ceiling
Keep it down

De hemel is een bigband. Met een beetje fantasie zou je dat wel kunnen stellen in de wetenschap dat dit nummer is geschreven na het overlijden van een aantal grootheden uit de muziek. En laten we niet vergeten: Kurt Cobain zit er ook al een tijdje. En al die mensen, onze buren kloppen tegen het plafond. En is dat niet een universele boodschap van kan het niet wat rustiger? Een boodschap vanuit de ruimte  om het met moeder aarde een beetje rustiger aan te doen of is gewoon een prachtig nummer? Ik zou zeggen neem de ruimte om er zelf een invulling aan te geven. David zei er het volgende nog over: And when you look up at the night sky, you realize that you’re not only part of the universe, but the universe is part of us. It really moves me.

 
 

1 Comment

  1. Willem Kamps

    Ik heb het nooit ergens gelezen, maar het zou mij niets verbazen wanneer Knights of Cydonia van Muse is bedoeld als ode aan Craig Bellamy’s vader (en de inspiratie is opgehaald bij Telstar van The Tornado’s).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.