Ondergewaardeerde Liedjes


Liedjes over Geld-battle

Money talks, maar het mijne zegt altijd tot ziens! Helaas.

Het slijk der aarde, pecunia, slappe was, poen, duiten, pingping: allemaal synoniemen voor geld. Het geeft de houder aanzien en macht, alhoewel er geen remedie tegen slechte smaak mee gekocht kan worden. Geld is een geliefd onderwerp in de muziek. Er wordt over gezongen en er wordt vaak goed aan verdiend. Maar eigenlijk ben je pas rijk wanneer je iets bezit, dat niet gekocht kan worden, toch?

Keuze Richard Rombouts: The Rolling Stones – Plundered My Soul (1971)

Geld maakt niet gelukkig

Net als bij The Beatles zijn de elpees en CD’s van The Rolling Stones meerdere malen uitgebracht. Eerst gewoon, dan enhanced, dan remastered, dan etc. etc. etc. Alles voor de poen. Wiens idee het is? Wellicht de band zelf, maar waarschijnlijker de managers of de platenmaatschappijen, die de koe tot de laatste druppel willen uitmelken. Zonder ook maar een greintje fantasie….zet er een extra nummer op. Je kan mij niet wijsmaken dat ze in de studio destijds maar 10 nummers hadden opgenomen. De meeste artiesten nemen minimaal het dubbele op om dan te schiften voor de ‘final cut’.

In 2010 besloten The Glimmer Twins Exile On Main Street nogmaals uit te brengen, maar met een bonus: 10 niet eerder uitgegeven nummers. Een verademing tussen alle gewone re-issues. Om onduidelijke reden stond Exile in de afgeprijsde bak voor iets minder dan € 10. Geen klachten natuurlijk. Korting is altijd welkom. Overigens, een jaar later (in 2011, dus) brachten ze Some Girls uit met een extra CD met 12 nummers. Kijk, daar hebben we wat aan en dan ben ik bereid de knip nogmaals te trekken.

Het album was in Zuid Frankrijk opgenomen, omdat Keith Richards na de belastingvlucht van de Stones uit Engeland daar neergestreken was en hij in een aantal landen niet meer welkom was vanwege zijn drugsgebruik. De critici en fans waren in 1971 lyrisch over het dubbelalbum, ondanks dat het nauwelijks single-hits produceerde. De Stones zelf, en dan met name Mick Jagger waren minder tevreden.

Richards: The Stones really felt like exiles. We didn’t start off intending to make a double album; we just went down to the south of France to make an album and by the time we’d finished we said, ‘We want to put it all out.’ The point is that the Stones had reached a point where we no longer had to do what we were told to do and I was no longer interested in hitting Number One in the charts every time.

Jagger: It’s very rock & roll. I didn’t want it to be like that. I’m the more experimental person in the group. I’m very bored with rock & roll. Exile is not one of my favourite albums.

Eén van de meest opvallende tracks van de bonus CD is Plundered My Soul. De meeste liedjes waren onafgemaakte jams, die pas in 2009 door Jagger zijn ingezongen. Hij luisterde naar de oude opnamen en heeft ze vrijwel met hetzelfde timbre ingezongen. Plundered My Soul was vrijwel geheel af,  overgebleven uit de Exile periode. En Jagger haalde Mick Taylor er bij (die de groep in 1974 verliet) voor enkele typische licks.

Het lied gaat over een verloren liefde. Zo van…een man weet niet wat hij mist, maar als ze er niet is, weet een man pas wat hij mist. De hoofdpersoon dacht dat ze achter zijn geld aanzat, maar komt tot de ontdekking dat ze zijn ziel en liefde veroverd heeft. Helaas, ze is onvindbaar.

Keuze Martijn Janssen: Pet Shop Boys – Opportunities (Let’s Make Lots Of Money) (1986)

Mooi en slim

Hoe jaren tachtig kan je het krijgen? Het was het decennium dat bekend stond om zijn aandacht voor het materialisme. Een bekende kreet uit de succesvolle film Wall Street uit die periode is dan ook ‘Greed is good!’ Verder hebben boeken zoals Bright Lights, Big City en American Psycho bijzonder veel aandacht voor de oppervlakkigheid van succes, uitgedrukt in de hoeveelheid geld die te verdienen valt.

De Pet Shop Boys doen hier op het eerste gezicht lachend aan mee. Vrolijke synthesizer deun die het meteen dateert als midden jaren tachtig en dan natuurlijk die titel. Zelf beschouwden de heren het nummer meer als een ironisch commentaar. De verteller kan dan nog wel zoveel opscheppen (You can tell I’m educated, I studied at the Sorbonne, Doctored in mathematics, I could have been a don), maar de toon van het nummer laat horen dat die bakken vol met geld er niet in lijken te zitten.

Het nummer is een van mijn favoriete PSB nummers, juist vanwege die ironische laag. Geschreven in hun vroege beginperiode, nog voordat ze zelfs een platencontract hadden, kan je wel verkondigen dat je weet hoe veel geld te verdienen, maar heb je nog helemaal geen staat van dienst. De eerste release van de single deed ook helemaal niets in de hitlijsten.

Ik heb me trouwens altijd afgevraagd in hoeverre het refrein ook over henzelf ging.

I’ve got the brains,
You’ve got the looks,
Let’s make lots of money.

Het duo heeft zich immers altijd gepresenteerd als zanger Neil op de voorgrond en toetsenist Chris verveeld daarnaast. Hang er de labels brains en looks aan en wie weet worden ze nog wel succesvol.

Keuze Ronald Eikelenboom: Living Colour – Money Talks (1991)

Protestzanger anno nu (of in ieder geval jaren negentig)

In de nasleep van de toekenning van de Nobelprijs voor de literatuur aan Bob Dylan is een veelgehoorde vraag welke singer-songwriter nog meer in aanmerking zou kunnen komen voor die prijs. Niemand, als je het mij vraagt. Maar toch, als ik dan per se een naam moet noemen, dan Vernon Reid.

Living Colour staat vooral bekend als cross-over band met hun mix van metal, funk en rap. Maar nummers als Cult Of Personality, Funny Vibe en Open Letter (To A Landlord) zijn feitelijk protestsongs van een zelfde soort zoals Bob Dylan ze in de jaren zestig schreef.

De mooiste protestsong, die Vernon Reid schreef, is Money Talks. Opgenomen tijdens de sessies voor Time’s Up, maar uiteindelijk een jaar later beland op de EP Biscuits. Een lied over de hebzucht van bankiers, grote bedrijven en meer van zulks: luister naar het geld, dat is het enige wat telt.

Keuze Harm Eurlings: Annie Lennox – Money Can’t Buy It (1992)

All the money in the world won’t buy you peace of mind.

Annie Lennox is geen vrolijk mens. Haar songteksten gaan doorgaans over verlies, pijn, rouw, verraad en nog zo wat donkere kanten van het leven.

Natuurlijk heeft ze ook veel nummers geschreven over de liefde, maar ook daarbij is het doorgaans vooral kommer en kwel, en staat liefde garant voor ellende. Bij wijze van uitzondering zit er af en toe ook een onversneden positief liedje tussen zoals de grote hit There Must Be An Angel (Playing With My Heart), maar zelfs bij dit tandglazuur-versplinterend zoete nummer kun je uit de tekst opmaken dat Annie het toch niet helemaal vertrouwd als ze zingt ‘This must be a strange deception’.

Op haar eerste solo album staat het nummer Money Can’t Buy It waarin ze dan toch een ode aan de liefde brengt. De insteek die ze kiest is niet zo origineel misschien. Hoe bijzonder is de liefde? Zo bijzonder dat je het niet kunt kopen. Can’t Buy Me Love zongen de Beatles al in 1964, en dat was ongetwijfeld niet de eerste keer dat iets van die strekking in een lied werd gezongen, en zeker niet de laatste keer. Maar Lennox weet deze boodschap een frisse twist te geven door halverwege het nummer van perspectief te wisselen. Zangeres Lennox verlaat het podium, en actrice Lennox neemt het even over, en geeft een mooi inkijkje in de leegte van een leven waar geld boven liefde gaat:

Hear this
Pay attention to me
‘Cause I’m a rich white girl and it’s plain to see
I got every kind of thing that the money can buy
Let me tell you all about it
Let me amplify
I got diamonds
You heard about those
I got so many that I can’t close my safe at night in the dark
Lying awake in a sick dream

Daarna laat ze de rol weer voor wat het is, en spreekt ze uit wat ze er zelf van vindt:

I believe that love alone might do these things for you
I believe in love alone yeah yeah.

Een ding weten we zeker: het draait bij Lennox niet om de centen. De totale opbrengst van de laatste tour van de Eurythmics werd geschonken aan Amnesty International en Greenpeace. En ze steekt al jaren meer tijd in campagnes voor HIV-preventie dan in het nastreven van commercieel succes.

Of ze nog in de liefde gelooft dat is wat lastiger na te gaan. Laten we hopen van wel.

Keuze Eric van den Bosch: Haken – The Cockroach King (2013)

Het Grote Geld

Geld in er in de vorm van briefjes, munten, plastic kaartjes en vormgegeven door enen en nulletjes. Maar er is ook nog zoiets als Het Grote Geld. Het Grote Geld dat de wereld in een fikse economische crisis stortte, en dat hardnekkig blijft volhouden dat A) de crisis niet hun schuld is (zoals Boele Staal van de Nederlandse Vereniging van Banken die het bleef hebben over ‘de crisis die ons overkomen is’) en B) dat hij zo ongeveer voorbij is. Voor hen wel ja. Voor de mannen (want dat zijn het voornamelijk) van het Grote Geld.

Er is inmiddels veel over de crisis geschreven en gezongen door tal van bands. Een van de fraaiste vertolkingen is van Haken in Cockroach King. Snoeihard, met een persoonlijke touch en toch met genoeg fraaie volzinnen om meer dan alleen snoeihard te zijn.

Geld wordt nergens met name genoemd, maar de tekst laat niets te wensen over: de mannen van het grote geld zijn harteloze profiteurs, die zich geen moment druk maken over de slachtoffers die ze maken.

The Cockroach King sits on his throne
With the Midas touch and a heart of stone
An empire built on guile and greed
A bleeding ground for those who heed

Even was de hoofdpersoon in de verleiding om eraan mee te doen, maar hij is blij dat hij tijdig tot inzicht kwam.

I longed to be a disciple of the cockroach
I was hopelessly choking
On the roach of fallacy
“The roach of irony”

Thankfully when the mirage finally melted
The impurity of the cockroach was revealed to me
“The roach of irony”

Cockroach Kings, de roofdieren van Het Grote Geld die het karkas van de samenleving leeg vreten als ze de kans krijgen.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *