Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The battle: mondharmonica-liedjes

De mondharmonica is een instrument dat niet standaard thuishoort in popmuziek. De natuurlijk habitat van dit kleine blaasinstrument is de country en blues. Volgens Wikipedia is de mondharmonica qua toonvorming sterk verwant aan de trekzak. Het werd door Christian Friedrich Buschmann in 1821 ontworpen. Ter vergelijking: de gitaar zoals wij hem nu kennen werd voor het eerst gebouwd in 1884, al was zijn voorganger al bij de oude Grieken te vinden. De mondharmonica is doorgaans wisseltonig; blazen en zuigen levert een verschillende toon.

De bekendste mondharmonica uit de popmuziek werd misschien wel gespeeld door Rodger Hodson van Supertramp tijdens de intro van School. Wij kennen er nog wel een paar die een stuk ondergewaardeerder zijn; aan jou de keus om de mooiste uit te zoeken.

Keuze Martijn Janssen: Underworld – Bigmouth (1992)

Baanbrekende electrocountry

De mondharmonica vind ik een echt rock ‘n roll (en aanverwante genres) instrument. Prima voor een zanger om erbij te doen, om te laten zien dat hij ook een instrument kan bespelen. De bijdragen in deze battle laten zien dat er zeker goede mondharmonica liedjes zijn. Maar net zo vaak vind ik het niveau nu niet echt hoog liggen (Sorry Bono en Chris Wolstenholme).

Eind vorig jaar kwam er een mooie overzichtsbox uit van het baanbrekende album Dubnobasswithmyheadman van Underworld. Baanbrekend omdat het album bij het verschijnen in 1994 de dance-muziek een duw in een andere richting gaf. Of in ieder geval aangaf dat er meer was dan platte deuntjes waar je weliswaar wel op kon dansen, maar die verder geen inhoud hadden. Ze bereikten er in ieder geval ook een publiek mee dat voornamelijk naar rock luisterde.

Een nummer op die box die mijn oren deed klapperen was Bigmouth. Want ik hoorde een instrument dat ik nog niet eerder op een dance-record had gehoord en ook helemaal niet associeerde met dance. Jawel, het nummer bevat mondharmonicasolo’s! Nu was Underworld oorspronkelijk begonnen als gitaarbandje, maar toch.

Oorspronkelijk uitgebracht als B-kantje in 1992 en onder de groepsnaam Lemon Interrupt werkt de combinatie van mondharmonica en beats verbazingwekkend goed. Hoewel er zeker veel herhaling in de solo’s zit, gaat het erg goed mee met het houseritme.

Een paar maanden geleden gaf Underworld ook een aantal (nu al) legendarische concerten in Paradiso en het Klokgebouw in Eindhoven die in het kader stonden van de heruitgave van hun ‘tweede debuutalbum’ Dubnobasswithmyheadman. Tijdens de concerten speelden ze alleen maar materiaal uit die periode, materiaal dat nog steeds eigentijds en modern klinkt. Tot mijn verrassing kwam dit nummer ook voorbij. De uitzinnige reacties uit de zaal bewezen dat dit instrument zeker ook zijn plaats verdient in de dance. En dat Underworld ook bijna nog een nieuw genre had uitgevonden, electrocountry.

Keuze Freek Janssen: Jarabe de Palo – Mama (2001)

De vrolijke mondharmonica vertegenwoordigt hier de tijd waarin mama er nog wel was

In Nederland kennen we Jarabe de Palo van een bescheiden zomerhitje. In de slipstream van de hangmatmuziek van Manu Chao kreeg Bonito in de zomer van 2003 aardig wat airplay op de Nederlandse radio.

In Spanje is Jarabe de Palo met name bekend van de bluesy hit La Flaca uit 1997. Van zijn vervolgalbum De Vuelta Y Vuelta (2001) scoort hij twee hitjes, met de sombere liedjes De Vuelta Y Vuelta en Dos Días En La Vida. De rest van het album is eigenlijk zonder uitzondering een stuk opgewekter, zoals zijn samenwerking met de Italiaanse rapper Jovanotti (je weet wel, van L’ombelico del Mondo) in Tiempo.

Op de laatste track Mama komen de sombere en vrolijke kanten van het album samen. Het zijn eigenlijk twee liedjes in één. De eerste helft is zonnig en instrumentaal, waarin de mondharmonica de melodie verzorgt. De tweede helft van Mama gaat over een klein jongetje dat zijn mama verliest.

Mama, ayer pregunté a mi papa
cuando llegué a casa
y mi mama donde está.

Mama, cuando llegué a mi casa
y me contestó mi papa
que la mama ya no está

Vrij vertaald: gisteren kwam ik thuis en vroeg ik waar mijn mama was. Toen zei mijn papa dat mama er niet meer was.

In mijn beleving vertegenwoordigt de eerste helft van Mama, met mondharmonica, de tijd waarin Mama er nog wel was. De vrolijke klanken gaan over het gelukkige gezinsleven. De twee delen van Mama, ook al lijken ze muzikaal totaal niet op elkaar, zijn los van elkaar een stuk minder waardevol dan het geheel.

Keuze Tricky Dicky: Fabulous Thunderbirds – Early Every Morning (2001)

Longen als luchtballonnen

Ik weet het niet meer exact, maar het zal ergens in 1982 geweest zijn. Een maat en ik zaten weer eens te ouwehoeren over muziek onder het genot van een medicinale versnapering en een geestverruimend peukie. Ineens kwam lijzig de diepzinnige opmerking: ‘Ik heb nu toch een LP… blaast je helemaal van je sokken’. Ongetwijfeld zal de ‘sfeer’ bijgedragen hebben aan het moment, maar mijn voet en mijn hoofd gingen mee in het ritme. Een easy free-form headbanging, zo gezegd. Gelukkig was ik zo slim om de naam van de band (vrijwel onleesbaar) op een papiertje te kladden, want daardoor wist ik de volgende (nou ja…) ochtend wat ik in de platenzaak moest bestellen. Sindsdien zijn de T-birds nooit meer uit mijn gedachten geweest.

In ’79 kwam hun eerste LP uit en – ondanks dat het geen commercieel succes was – wordt deze nu gezien als een kentering in de bluesscene. Blanke blues in een wereld gedomineerd door zwarte blues; de laatste is niet uit keuze maar vanuit de historie. Zoals blues-zangeres Ma Rainey ooit zei: White folks hear the blues come out, but they don’t know how it got there. Een waarheid als een koe, maar de Fabulous Thunderbirds maakten de blues toegankelijker, waardoor er een nieuwe interesse in de zwarte blues ontstond.

Er hebben in de loop der jaren ware bluesgiganten in de band gespeeld, zoals Jimmie Vaughan (het broertje van), Duke Robillard, Kid Ramos en Gene Taylor. Birds-zanger Kim Wilson is het gezicht en geluid, en speelt sinds de oprichting ononderbroken zijn mondharp. De man moet longen als luchtballonnen hebben, want ik krijg het benauwd als ik hem zijn solo’s hoor sucken en blowen, en ik heb hem zelfs solo’s zien geven van tien minuten.

Diep inademen en starten die clip!

Keuze Karin de ZwaanRacoon – Autumn Tunes (2005)

Dat gevoel van zelfmedelijden, daar hoort de mondharmonica gewoon bij

In DWDD heeft Bart (zanger van Racoon) eens verteld over zijn liefde voor Once Upon a Time in the West en Claudia Cardinale. Misschien komt daar ook zijn liefde voor de mondharmonica vandaan. Wie zal het zeggen?

Bij de aankondiging van deze battle sprong meteen Autumn Tunes in mijn hoofd met zijn mooie mondharmonica-intro. Nu ik goed ga luisteren duurt dat hele intro nog geen 24 seconden en zijn er maar een paar mondharmonicageluidjes in te horen. Maar wat zet dit intro de sfeer neer voor het hele nummer! 

De mondharmonica hoort bij de blues, de blues hoort bij de herfst. In de laatste tien seconden komt de mondharmonica weer terug.

Het stukje tekst uit het refrein dat niet door Bart maar door Stefan wordt gezongen als tweede stem, vat het gevoel wel samen:

Cuddle in your moodswing season. Role around in selfpity there
Go ahead cry without a reason. Don’t believe I don’t care

Dat gevoel van zelfmedelijden, dat gevoel van de blues, daar hoort de mondharmonica gewoon bij. En dat je die dan alleen gebruikt om in het intro en outro een sfeer neer te zetten, misschien is dat wel genoeg. Misschien is dat precies genoeg mondharmonica om het nog te kunnen handelen.

Keuze Marco LagerwerfMuse – Knights of Cydonia (2006)

De mooiste opmaat naar de beste toegift ooit

M’n liefde voor Muse zal ik nooit onder stoelen of banken steken, ik hou van het grootse bombastische rockgeluid en de vette gitaarrifs. Iets dat de band vooral live als geen ander uit de hoed kan toveren, aangevuld met extraverte licht en lasershows.

Die eerste Muse live ervaring had ik in 2010 op het Sziget festival. Natuurlijk kende ik Muse toen al, maar had geen benul wat ik er live op de wei in Boedapest van moest verwachten. Met drie vrienden en een halve liter bier in de hand beleefde ik het summum van wat een festival zou moeten zijn. Een show met louter hoogtepunten, van Uprising tot New Born en van Time Is Running Out tot aan Hysteria. Nog duizelend van de betoverende show was daar na een korte pauze de toegift. Matt Bellamy en consorten sprongen nog eenmaal het podium op voor Plug In Baby. Vervolgens werd het helemaal stil en werden alle lichten gedoofd. Het publiek zou het hoogtepunt bijna gaan beleven..

Vanuit het donker klonk er plots het geluid van een mondharmonica. Alsof we bij een uitvoering van van Ennio Morricone’s Once Upon A Time In The West stonden. Niets van dat. Het was de mooiste opmaat naar één van de beste rocksongs ooit. Matt Bellamy wist het publiek ruim twee minuten stil te krijgen door alleen zijn mondharmonica te gebruiken en met opdoemende drums Knights Of Cydonia op te leggen aan het publiek. Het lukte.

Een minutenlange explosie vanuit het publiek volgde. Luidkeels meezingend op de gitaarrif die de intro van het nummer vormde. Zwaaiend met vlaggen, zingend van vreugde. Het was de beste toegift die ik ooit bij een rockconcert mee heb mogen maken. Als verdoofd en amper beseffende wat ik zojuist heb meegemaakt, lopen we na afloop het veld af om even bij te komen. Wát een ervaring.

In juni zijn de mannen nogmaals te bewonderen in de festivalweides van Pinkpop en Werchter, met hopelijk net zo’n onvergetelijke festivalshow als vijf jaar geleden in Boedapest. Zelf ben ik er bij in het Belgische, ik verheug me nu al op de toegift. Zie ik jullie daar?

Keuze Eric van den Bosch: Moreland & Arbuckle – Tall Boogie (2013)

In elke stijl en in elke broekzak

Een van de meest veelzijdige instrumenten is de mondharmonica. Het past in vrijwel elke muziekstijl én het past in vrijwel elke broekzak. Maar laten we wel zijn: het klinkt nergens zo goed als in blues en rootsmuziek.

Het trio Moreland & Arbuckle uit Kansas vertolkt precies die genres. De band heeft geen bassist. Wel een drummer en een gitarist met vier snaren op een cigarbox-gitaar. De laagste snaar daarvan gaat naar een basversterker, de andere drie naar een gitaarversterker. Maar de echte melodie komt van de zang van Dustin Arbuckle – én van zijn mondharmonica. Met minimale middelen wordt een heerlijke boogie uitgevoerd, waarbij de mondharmonica het solo-instrument is. Na iets meer dan drie minuten is het alweer voorbij, maar ik wed dat je al die tijd mee hebt zitten bewegen…

 
 

3 Comments

  1. Martijn Janssen

    Grappig dat in het stukje van Muse wordt gerefereerd aan Once Upon A Time In The West. Want dat mondharmonica stukje komt ook daadwerkelijk uit die film (“L’Uomo Dell ‘Armonica” ofte wel “Man met de harmonica”). Overigens heb ik eens zo’n harmonica gezien die de bassist van Muse gebruikt. Die was zo afgeplakt dat alleen nog maar de juiste openingen te bespelen waren. Vandaar dat ik hem noem in mijn ‘wannabe’ lijstje. 🙂

    (Maar Knights Of Cydonia is inderdaad wel een lekker nummer, zeker ook live)

    • Eddy

      Hoewel de “Man met de Harmonica” uit Once upon a time in de West niet bepaald een ondergewaardeerd liedje is, vind ik toch dat deze vermeldt moet worden. Ennio Morricone zorgde ervoor dat een filmscore ook thuishoort in de popmuziek. Hoewel menigeen het weer indeeld bij klassieke muziek.

  2. Mijn favoriete nummer staat er helaas niet bij, maar heb wel wat alternatieven. Lees ze maar op http://soulmusicsongs.tumblr.com/post/97151437716/funky-harmonica

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.