Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De jeugddisco-battle

Op de dansvloer van de jeugddisco, de camping-disco en de instuif: daar gebeurt het voor het eerst. Dansen met een jongen of een meisje, schuifelen, afgewezen worden of verzeild raken in een ruzie.

Nooit worden de indrukken meer zo intens als toen, en dat geldt ook voor de muziek die onlosmakelijk verbonden is met je eerste dansavonden.

Bij voorbaat onze excuses aan Jeroen van de Beek van KX Radio, die sinds een paar weken elke zaterdag een liedje draait uit onze battles in de uitzending van Ekxpresso. We hadden het moeten weten, Jeroen, dat dit zou uitdraaien op een tweede guilty pleasures battle.

Oh well :).

Keuze Freek Janssen: Les Humphries Singers – Mexico (1972)

Waarschijnlijk draaien ze nu bij deze instuif liedjes van begin jaren negentig

Laat ik meteen iets recht zetten: ik ben niet oud genoeg om in 1972 op de dansvloer van de instuif te hebben gestaan. Ik was nog niet eens geboren in dat jaar, dankuwel.

Toch schiet er maar één liedje te binnen als we het hebben over de jeugddisco. Mexicoooo, Mexicoooo, Mexicooohooo (oohooo). We hadden zelfs danspasjes, die je nu onder de noemer ‘linedancen’ zou scharen.

Hoe het dan kwam dat Mexico van Les Humphry Singers midden jaren negentig (u mag de rest zelf uitrekenen) nog op de instuif in Helden werd gedraaid? Ik kan alleen maar bedenken dat onze dj een jaar of 25 achter liep. Weet je wat ons schuifelliedje was? If I Had Words van Scott Fitzgerald & Yvonne Keeley.

Wat ik nog wel een geruststellende gedachte vind, is dat ze daar nu waarschijnlijk liedjes draaien van begin jaren negentig – 25 jaar geleden.

Keuze Tricky DickyMike & Bill – Somebody’s Gotta Go (Sho Ain’t Me) (1977)

Obscure soul en hete zaterdagavonden

1977 waren de commerciële hoogtijdagen van de disco met Saturday Night Fever, maar de goede souldisco was al op haar retour. Zaterdagavonden waren gereserveerd om met het toppertje van dat moment te dansen of een bioscoopje te pikken. Als Hagenees komen de illustere woorden van Harry Jekkers (in fonetisch Haags natuurlijk) boven drijven:

Ik zâh bes nog wel een keâhtje net as vroegâh een nachie wille stappe
Op me Puch een wèfie hale en daarna danse in de Marathon
En na aflaup opput Rèswèkse Plèn een harinkie gaan happe
De dag daarna een katâh dus naah Scheiveninge, lekkâh bakke in de zon 

Den Haag’s lijflied moest natuurlijk nog geschreven worden, maar in die dagen ging ik regelmatig naar de Marathon in de wijk Ockenburg. Bij de deur stond steevast een boom van een kerel met knuisten als granaatappels, waar bij het verlaten van de tent de mannen minimaal een gulden in de geopende klauw moesten stoppen om te voorkomen dat je geholpen werd bij het verlaten. De dames waren vrijgesteld van deze veiligheidsbelasting. Reageren behoorde niet tot de slimste reacties, want ze waren niet te beroerd een heiter voor je treiter te verkopen. Ah…de goede oude tijd (zei het oudje eufemistisch). De Marathon staat al jarenlang leeg.

De muziek was (natuurlijk) disco, maar ze draaiden ook obscure (Northern) soul, zoals Mike & Bill. Een mooie gelegenheid om mijn Travolta-danskunsten te tonen aan de laatste verovering. Anno 2015 is de pijnlijke waarheid dat een danswedstrijd tussen een aap en mij glansrijk door de aap gewonnen zou zijn, Haags matje of niet. Misschien (en met de nadruk op misschien) was ik beter gekleed, maar wanneer ik de oude foto’s bekijk vrees ik dat het een gelijkspel zou zijn geworden.

Afijn, het intro lijkt een combinatie van Isaac Hayes’ Shaft en de Temptations’ Papa Was a Rolling Stone en de conga (of bongo) is een voorbeeld voor Vicki Sue Robinsons’ Turn the Beat Around. De plaat heeft een discobeat en toch is het vette soul. De opname lijkt niet in balans, maar dat is eveneens op de andere 2 singletjes van hen ook. De zware basstem vult de falsetto prima aan en op de achtergrond dendert een orgeltje mee. Tijdens de bridge speelt de basgitaar de stiekeme hoofdrol, terwijl de heren klagen dat de vrouw altijd weg is en een gat in haar hand heeft. Ergo, Somebody’s Gotta Go; Mike & Bill dachten dat zij zouden blijven hangen, maar deze plaat is anders dan in New York geen hit geworden.

Misschien is het de beat, misschien is het de vreemde combinatie van muziekinstrumenten of omdat de plaat (gevoelsmatig?) soms op de grens van het valse balanceert, maar het blijft één van mijn favorieten uit mijn jeugd. Net als Mike & Bill zijn die dagen van weleer in de mist der vergankelijkheid verdwenen. Ik zâh bes nog wel een keâhtje net as vroegâh…

Keuze Martijn Vet: Divine – Shoot Your Shot (1983)

De discotheek bleek later toch niet zo aan mij besteed

Mijn discojaren beleefde ik al aan het begin van mijn tienertijd. Niet dat ik er nou zo vroeg bij was. Ik was nog iets te jong en veel te jeugdig voor de meisjes en voor de Royal Club Shandy.

Nee, mijn jeugddiscotijdperk speelde zich vooral af op mijn zolderkamertje.

Het bescheiden imperium bestond uit een radiocassetterecorder, een platenspeler, een heus mengpaneeltje en zo’n met aluminiumfolie beplakte lichtbak. Meer jeugddisco zou het niet worden.

Het was de tijd van Ben Liebrand en een hele trits andere figuren die remixen maakten van zo ongeveer ieder liedje dat in de top 40 stond. Een van die andere figuren was ik zelf. Want wat Ben Liebrand kon, dat kon toch onmogelijk heel erg moeilijk zijn.
Dus spoelde ik het van de radio opgenomen cassettebandje met Rock The Boat van Forrest nog maar eens terug naar dat drumloopje (op 3:04). Hopelijk lukte het weer om nét op tijd de pauzeknop los te laten, zodat ook de 53e herhaling niet al te erg uit de pas zou lopen.

Ik word er dertig jaar later nog wel eens midden in de nacht badend in het zweet wakker van.

Prrr-dudududududududu-du-dum-du-dum
Prrr-dudududududududu-dum (53x)

Nóg ondergewaardeerder dan Rock The Boat van Forest is overigens Shoot Your Shot van Divine, uit dezelfde tijd.
Dat intro, dat kon je ook tig keer achter elkaar plakken. Ben Liebrand eat your heart out!

Met Divine is het helaas net zo slecht afgelopen als met mijn carrière als remixer.
Wel is er nog een video van Shoot Your Shot. Gelukkig in Full HD!

De discotheek bleek een paar jaar later trouwens toch niet zo aan mij besteed. Niet alleen omdat ze nergens mijn remixen wilden draaien, ook omdat mijn muzieksmaak zich langzaam maar zeker een wat andere kant op ging ontwikkelen.

Keuze Dimitri Lambermont: Tiffany – I Think We’re Alone Now (1987)

Zoveel beter dan al die saaie Nederlandse meisjes met schoudervullingen tot aan hun lakdoordrenkte kuiven

Bij een schooldisco hoort natuurlijk een pijnlijke verliefdheid. Schoorvoetende romantiek. Onhandig gefrutsel in het donker. Nervositeit. Plakkerige handjes. Slechte eau-de-cologne. Veel te veel kauwgom. Stoer doen met je vrienden en vanuit je ooghoeken kijken naar dat ene onbereikbare meisje.

Bij een schooldisco hoort ook toezien hoe de stoere jongen er met je meisje vandoor gaat. Een eerste gebroken hart. De eerste kras. De eerste pijn. En als het dan niets wordt, dan is daar altijd nog de onbereikbare liefde. Het mooie meisje uit het clipje. De onbereikbare ster die de prille hormonen op hol doet slaan. Als het echte meisje niet wil, dan droom je maar weg bij een ander. Dan droom je maar weg voor de televisie.

Bijvoorbeeld bij Tiffany. Wereldwijd bekend geworden door haar wereldhit I Think We’re Alone Now uit 1987. De plaat stond 11 weken lang in de Nederlandse Top 40. Ondergewaardeerd? Mwah. Maar wel leuk als guilty pleasure.

Voor mij was Tiffany het ideale meisje. Het droommeisje. Ik verdeelde mijn aandacht tussen haar en Molly Ringwald. Het was ook de tijd van Molly Ringwald – Breakfast club, Pretty in Pink, 16 candles…

Roodharige dames. Ze deden iets bij me. Meer dan bijvoorbeeld blondines of brunettes. Nee, een roodharige als Tiffany. Dat was het helemaal. En dat rondhuppelen in die grote shopping mall. Zoveel beter dan al die saaie Nederlandse meisjes met schoudervullingen tot aan hun lakdoordrenkte kuiven.

Dat diezelfde Tiffany jaren later blijkbaar in de Playboy stond, heb ik even gemist en had mijn jeugdige ik niet moeten weten. Oh en ze speelde mee in Mega Piranha en Mega Python vs. Gatoroid. Dan weet je wel hoe het met je carrière is gegaan. Maar goed. Tiffany. Voor eeuwig verbonden met jeugdige, prille verliefdheid. Klapper van een hit. Mooi meisje. Voer voor puberale dromen.

Keuze Jaap Bartelds: Grease Megamix (1990)

Altijd strijd tussen de jongens (Danny) en de meisjes (Sandy) wie het idiootst kon dansen en het valst kon zingen

Well this car is automatic,
it’s systematic,
hyyyyyydromatic
Why it’s greased lightnin’!

Zo begon de megamix waarin alle bekende liedjes van Grease voorbijkwamen. Het duet You’re The One That I Want van John Travolta en Olivia Newton John trapt af na het hierboven uitgesproken intro, om na ongeveer een minuutje over te gaan in de track Greased Lightning. Zodra de Grease Megamix uit de speakers knalde ging de hele aula los.

Op ieder schoolfeest kwamen ze voorbij, de klassieker van Meat Loaf, Jermaine Jackson & Pia Zadora met hun regenduet en het hysterisch meegesprongen Wake Me Up Before You Go-Go van Wham. Maar het lied dat het meest werd aangevraagd bij de dj’ende Havo-5’er was de Megamedley van Grease. Hierop blèrden, klapten en dansten we het allerhardste mee, waarbij er een strijd ontstond tussen de jongens (Danny) en de meisjes (Sandy) wie het idiootst kon dansen en wie het valst kon zingen. Dus zing maar mee:

Tell me more, tell me more
Was it love at first sight?
Tell me more, tell me more
Did she put up a fight?

Keuze Henk Tijdink: Patrick Bruel – Casser la Voix (Live) (1992)

Was ik een Fransman geweest, dan zou ik op schoolfeesten ook meeschreeuwen met Patrick Bruel

In het Frans hebben ze daar een mooi word voor: ‘Bleu’. En dat was ik toch wel tot ver in mijn pubertijd. Op de basisschool was ik, denk ik, een rustig jongetje, dat zich op de achtergrond van de sociale interactie begaf. En ook de eerste jaren op de middelbare school hoorde ik zeker niet bij de ‘populaire jongens.

Ons dorp had één jeugdsoos, met de pretentieuze naam Flits. De jaarlijkse Sinterklaasintocht eindigde hier en dat zijn ook de enige keren geweest dat ik de soos van de binnenkant heb gezien. Aangezien mijn middelbare school zich tien kilometer verderop bevond en ik, eenmaal op de middelbare school, weinig binding met ons dorp had, kwam ik niet in de jeugdsoos.

Op de schoolfeesten kwam ik wel, en begrijp me niet verkeerd, ondanks het feit dat ik geen Nike Air Max (of Nike Air 180) droeg, had ik wel vrienden en vriendinnen en werd ik zeker niet als laatste gekozen met gym. Maar ik was destijds gewoon te onzeker om me op de dansvloer te begeven. En deed ik dat wel, dan zorgde ik dat ik tijdens de ‘schuifelplaat’ met mijn cola langs de kant stond. Zodoende moest ik dan ook lijdzaam toezien hoe dat leuke meisje, waar ik al tijden verliefd op was, viel voor de charmes van die jongen van twee klassen hoger.

Natuurlijk had ik visioenen over ‘hoe het ook had kunnen zijn’. Cat Stevens zong het ooit al: The First Cut is the Deepest. En dat geldt blijkbaar ook voor eenzijdige kalverliefde.

Juist rond die tijd werd Patrick Bruel geregeld op de radio gedraaid. En, niet onbelangrijk, dit nummer van hem stond op de cd die je kreeg tijdens de Platen 10-daagse (bestaat dat nog?) Ik verstond er niets van, maar de passie en wanhoop waarmee hij zong pasten perfect bij mijn gevoel: Casser la Voix (Laat je stem horen). Ik deed het niet, ik durfde niet.

Ik heb het nummer nooit in een jeugdsoos of op een schoolfeest gehoord. Maar zou ik een Fransman zijn, dan was dat zeker gedraaid op de schoolfeesten en zou iedereen, net als bij deze live-opname, zich de longen uit zijn/haar lijf schreeuwen. Het menselijk brein is wat vreemd en door associatie doet juist Patrick Bruel me aan die tijd, begin jaren negentig, terugdenken. Franstalige muziek is in mijn pubertijd onlosmakelijk verbonden met melancholie.

Inmiddels ben ik minder ‘bleu’, en met de onzekerheid is het ook goed gekomen. En hoewel dit zeker niet slecht is, weet ik dat er meer (en betere) Franstalige muziek is. Maar ik denk nog altijd met een glimlach terug aan mijn vroege pubertijd wanneer ik dit nummer hoor.

Keuze Robin Wollenberg: Robin S – Show me love (1993)

In mijn beleving was dit liedje veel populairder

1993, ik was 21 en was regelmatig in het uitgaansleven van Utrecht te vinden. Wie herinnert zich niet Cartouch, Hordijk en Fellini in Utrecht? De plaatsen waar de nieuwste discomuziek werd gedraaid en waar je wist dat je op vrijdag en zaterdag tot in de kleine uurtjes kon dansen. Dat waren nog eens tijden!!

Menig dance, house of discoklank heb ik daar voor het eerst gehoord. Zo ook met deze plaat: Show me Love van Robin S. Hoewel het in mijn beleving veel populairder was, dan Wikipedia me nu doet geloven. Met een 13e plek in de Top 40 als hoogste notering valt dat nogal tegen. En natuurlijk moest ik destijds de 12” versie van de singel persé hebben (voor de jongere lezers: een 12” is zo’n zwarte schijf die plaat noemen. Meestal gemaakt voor één nummer, waar dan weer een of meerdere langere mixen van de radio-edit op stonden. Meer info hier).

Zelfs vandaag ken ik het nummer nog van A tot Z en elke keer als ik het hoor, zing ik het voluit mee. Mijn jeugddiscoplaat en tegelijkertijd guilty pleasure 😉

 
 

1 Comment

  1. Mieke

    Karen Young – Hot Shot
    Dan Hartman – Relight my fire
    Earth Wind & Fire – Fantasy

    Die fijne lijstjes… ze zijn altijd te kort!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.