Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Walsjes-battle

Walsjes zitten een beetje in het verdomhoekje van de serieuze popmuziek. Inhaken en meedeinen, daar zijn muzieksnobs niet zo van. Een walsje is kitsch. Makkelijk scoren. Goedkoop sentiment. Je hoeft hier of hier maar naar te luisteren om te begrijpen dat die snobs best een punt hebben.

Toch durven ook begaafdere songsmeden het aan om nummers in walstempo te schrijven. Dan moet je wel van goeden huize komen, wil je ermee wegkomen. Grofweg zijn er twee manieren om dat te doen.

De eerste is: je doet het zo schaamteloos briljant dat niemand er weerstand aan kan bieden. Billy Joel heeft daar bijvoorbeeld een handje van. Die schudde gewoon deze én deze uit zijn mouw.

De tweede manier om als artiest credible te blijven en toch een walsje op te nemen, is dat je de hoempapa zó goed verdoezelt dat je luisteraars niet eens doorhebben dat ze naar een driekwartsmaat (Engelse, of zesachtste: Weense wals) zitten te luisteren. Dat deden OMD en Nirvana (het origineel is trouwens van Leadbelly) toch uiterst geraffineerd.

In welke categorie de bijdragen hieronder vallen, mag je zelf bepalen. Inhaken hoeft niet. Maar meedeinen is verplicht.

Keuze Freek Janssen: The Beatles – She’s Leaving Home (1967)

Een van ‘s-Beatles meest ondergewaardeerde tracks

Het kiezen van een liedje voor een battle is zo’n beetje hetzelfde als in een restaurant een keuze maken uit de menukaart. Ik kan nooit kiezen en heb achter bijna altijd spijt.

Voor deze battle zijn ook weer verschillende liedjes de revue gepasseerd, in mijn hoofd. Grace van Jeff Buckley vind ik een van de meest ondergewaardeerde liedjes in de hele popgeschiedenis, én staat in 12/8 – een redelijke zeldzame maatsoort die je alleen maar tegenkomt in de popmuziek. Maar ja, of je dat nou een walsje kunt noemen? Ik heb ook nog getwijfeld over Arms Of A Woman van Amos Lee. Een prachtig nummer, dat ik heb leren kennen via de Snob 2000. Maar uiteindelijk vond ik het toch niet gekozen, omdat het me elke keer doet denken aan dit nummer. En, tja.

We Can Work It Out van The Beatles heb ik ook overwogen. Pardon? Daar is niks walserigs aan? Nee, voor het overgrote deel niet – maar luister eens naar het ritme onder ‘for fussing and fighting my friend’. Daar fietst Ringo er toch even een driekwarts-maat in. Het mooie aan het nummer vind ik dat je zo goed hoort welk deel van Paul is (de kokette coupletten) en welke van John (de schrijnende refreinen).

Het is She’s Leaving Home geworden, misschien sowieso een van ‘s-Beatles meest ondergewaardeerde tracks. Net zo’n fraaie, diepgaande ballad als In My Life, For No One en Eleanor Rigby, maar het liedje heeft nooit dezelfde status bereikt als die andere drie. Waarom, dat weet ik niet. Misschien omdat het onderdeel was van het moeder aller conceptalbums (Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band) waarop liedjes niet zo belangrijk waren als het geheel.

Jammer voor She’s Leaving Home, dat een prachtig beeld schetst van hoe ouder wordende kinderen en hun ouders uit elkaar kunnen groeien. De dochter is ineens vertrokken, en de ouders hebben geen idee waarom.

The Beatles wel:

She (what did we do that was wrong?)
Is having (we didn’t know it was wrong)
Fun (fun is the one thing that money can’t buy)

Keuze Jaap Bartelds: The Stranglers – Waltzinblack (1981)

Doodeng en uiterst grappig tegelijk. En knettergek

Dit is toch wel het vreemdste walsje dat ik ooit gehoord heb. Het begint nog redelijk gewoontjes, met die basiswals, waarover vervolgens een vrolijk wijsje wordt gepingeld. Maar na een tijdje begint de boel te wringen. Waar komen die duistere soundscapes ineens vandaan? En horen we daar echt een Gremlin lachen?

En dan gaan ze los, de horrorbeestjes met hun gekke stemmetjes. Er is geen houden meer aan. Een kakafonie van maffe, lachende, gillende, kakelende geluiden afkomstig van misschien wel honderden wezentjes is het, die samen zorgen voor een lach op je gezicht. Of als je apestoned bent: voor kortsluiting in je hoofd. Want om dat laatste waren het The Stranglers het waarschijnlijk te doen.

Waltzinblack is het openingsnummer van het album The Gospel According to the Meninblack, een vaag conceptalbum over de komst van zwartgeklede aliens naar onze aarde. Direct daarop volgt de single Just Like Nothing On Earth, dat met z’n bizar vervormde stemmen niet veel deed in de hitlijsten. Waltzing Black werd later gebruikt als openingsmuziek voor de verder keurige kookshow van Keith Floyd.

Waltzinblack is doodeng en uiterst grappig tegelijk. En knettergek.

Keuze Martijn Vet: Carter The Unstoppable Sex Machine – A Prince In A Pauper’s Grave (1991)

Geen seks, wel maatschappijkritiek, toch leuk

“Sex machine! Sex machine!” Mijn jongere, temperamentvolle huisgenoot was zwaar in zijn nopjes dat we hem meesleurden naar een concert van het Britse duo met de provocerende naam. Nog zonder dat hij een noot van ‘Carter’ had gehoord.

Of het concert nu helemaal aan zijn verwachtingen voldeed, waag ik te betwijfelen, maar de avond was bij voorbaat al legendarisch. De uit Engeland overgevlogen groupies, die de voorste rijen vulden, brachten de sfeer er goed in. Hun 30 Something-shirt, móesten we na afloop natuurlijk ook even scoren. We zouden er later regelmatig collectief in verschijnen, bij voorkeur bij gelegenheden waar een ander tenue gepaster was geweest. Op afstudeerfeestjes bijvoorbeeld, of aan het ontbijt bij de keurige ouders van een van de huisgenoten.

De muziek van Carter USM heeft evenveel met seks te maken als de Urban Dance Squad met dansmuziek. Je zou ze een indie-versie van de Pet Shop Boys kunnen noemen. De combinatie van drummachines en samples met rockgitaar was best uniek. De songs zaten vol humor en waren toch maatschappijkritisch (godsdienstwaanzin, pesterijen en misbruik in het leger, de consumptiemaatschappij).

Drie albums lang bleef dat leuk, met het nog altijd ijzersterke album 30 Something als hoogtepunt. Het ultieme Carter-walsje is eigenlijk The Taking Of Peckham 123, maar de grote hit op onze studentengang was A Prince In A Pauper’s Grave.

Keuze Marèse Peters: Jeff Buckley – Lover, You Should’ve Come Over (1994)

Het beste nummer van een fantastische componist én tekstdichter

Er zijn meer walsjes in de popmuziek dan je denkt. Ik wed bijvoorbeeld dat je niet wist dat Coldplay, Nick Cave, Kate Bush, Radiohead (een andere dan de keuze van Frans Kraaikamp!), Tom Waits, Aerosmith, de Nits én Metallica minstens één nummer in driekwarts- danwel zesachtstemaat hebben gemaakt.

Maar nu kan ik eindelijk een nummer dat het in de begrafenisbattle net niet haalde, de eer geven die het toekomt. Dat is namelijk ook een walsje: Lover, You Should’ve Come Over. Het mooiste nummer dat Jeff Buckley ooit geschreven heeft.

Misschien kan iemand met verstand van akkoordenschema’s mij eens uitleggen wat er eigenlijk in dit nummer gebeurt. Geen enkele keer dat ik ernaar luister, hou ik het namelijk droog. De eerste twee minuten zijn rustig, een soort van stilte voor de storm. Ongeveer op de helft van het tweede couplet verandert de toonsoort:

Too young to hold on
And to old to just break free and run

En dan komt het:

Sometimes a man gets carried away
When he feels like he should be having his fun
Much too blind to see the damage he’s done
Sometimes a man must awake to find that, really,
He has no one

En wat er dan gebeurt, bij dat no one… Ik weet het niet. Zijn het de akkoorden? Het kan ook door zijn stem komen. Maar Buckley heeft me iedere keer weer te pakken. Precies op dit punt.

Voor mij is hier de climax van het nummer al bereikt, dus als het maar 3.28 had geduurd was ik ook al heel tevreden geweest. Maar hij herhaalt het patroon uit het begin en doet er met name tekstueel nog een schepje bovenop.

De Shakespeare-verwijzing My kingdom for a kiss upon her shoulder en de regel She is the tear that hangs inside my soul forever bewijzen dat Buckley niet alleen een enorm getalenteerde componist, maar ook een fantastische tekstdichter is. Voeg dan nog even het romantisch-melancholische But maybe I’m just too young / To keep good love from going wrong toe en je kunt me helemaal wegdragen.

Waar hadden we het ook alweer over? O ja, walsjes. Lekker belangrijk. Dit is gewoon een ondergewaardeerd liedje met een grote O.

Keuze Martijn Janssen: U2 & Willie Nelson – Slow Dancing (1997)

De Bob Dylan van de country met de grootste band op aarde, weggestopt op een B-kantje

Hier op Ondergewaardeerde Liedjes willen we mooie en bijzondere liedjes die ten onrechte niet veel aandacht krijgen wel een podium geven en in het voetlicht plaatsen. Maar soms maken de artiesten zelf het je ook lastig om hun pareltjes te ontdekken. Neem nu deze wonderschone country wals, een samenwerking tussen een levende legende en zo’n beetje de grootste band op aarde. Het resultaat van hun ontmoeting werd vervolgens weggestopt op het B-kantje van een niet echt succesvolle single.

En dat terwijl het verhaal achter het nummer en hun samenwerking nu zo mooi is. Het begint 10 jaar eerder, als Bono het nummer schrijft met Willie Nelson in zijn achterhoofd. En hoewel hij het nummer speelt voor eenieder die het wil horen, geeft hij het niet door aan Willie Nelson. Zelfs grote rocksterren zijn wel eens onzeker, in ieder geval wel wanneer ze een eigen compositie willen sturen naar een songwriter die wel de Bob Dylan van de country wordt genoemd.

Jaren later komt het contact er toch. Via een bevriende regisseur, die een video maakt met Willie Nelson in Dublin. Willie geeft aan dat Bono eens een geweldig nummer voor hem heeft geschreven. Maar al die tijd heeft hij het nog niet opgenomen, want hij hoopt het een keer op te nemen met Bono zelf. En dan is het contact opeens snel gelegd. De oude country bard, in de studio met vier nerveuze schooljongetjes. En een regisseur met cameraman die erbij is om het vast te leggen.

De uiteindelijke uitvoering laat dit allemaal erg mooi horen. Het nummer begint voorzichtig, met de gebroken stem van Willie Nelson en een band die nog aan het aftasten lijkt. Maar gedurende het nummer komt het zelfvertrouwen naar boven. En zo stijgt deze wals op, als een intieme maar tevens venijnige dans van twee geliefden.

Keuze Frans Kraaikamp: Radiohead – A Wolf At The Door (2003)

Bezwerend, onheilspellend en opzwepend: een wals van Radiohead

Toen Marèse met het idee van een Walsje-battle opperde had ik werkelijk geen flauw idee waar ik aan moest denken.  Als voorbeeld noemde ze toen onder andere: Pianoman van Billy Joël. Geweldig nummer en ik begreep dat het de driekwartsmaat is die het walsende effect veroorzaakt. Een te gek battle thema! Na zoeken kwam ik in mijn platenkast een mooie wals van Radiohead tegen: A Wolf At The Door!

Radiohead zag ik op Rock Werchter 2003. Het album Hail To The Thief was net uit! Geweldig optreden van deze band. Live komt die plaat geweldig tot zijn recht. Zo’n live versie van 2+2=5 is zo opzwepend!  Op hetzelfde album staat ook: A Wolf At The Door, een op een wals geïnspireerde song.

Het nummer kent een bezwerend couplet met een vrij onheilspellende tekst. Tom Yorke zingt alsof hij overweegt rapper te worden, wat hem overigens goed af gaat! Ook mooi om te zien hoe hij ‘walsend’ over het podium beweegt. Dan komt het geweldige refrein dat het nummer optilt tot eenzame hoogte:

I keep the wolf from the door
But he calls me up
Calls me on the phone
Tells me all the ways that he’s gonna mess me up
Steal all my children
If I don’t pay the ransom
But I’ll never see them again
If I squeal to the cops
No no no no no no no

Melodieus is het zeer sterk. Het outro met de geneuriede kopstem is fenomenaal! Misschien niet het meest klassieke walsje maar wel een hele bijzondere… en daarom mijn ondergewaardeerde wals!

Keuze Elise Kalkhoven: Fiona Apple – Waltz (Better Than Fine) (2005)

Drama en toestanden in driekwarts maat; ik houd er van. Fiona zelf ook, geloof ik

Vroeger, op harples, merkte ik al snel dat ik een curieuze voorkeur had voor stukjes die geschreven waren in een drie vierde maatsoort. Of beter nog: een zes achtste. Dat is eigenlijk nooit over gegaan. Het heeft iets vrolijks, zo’n cadans in drieën: het danst en swingt doorgaans de pan uit. Zelfs als het walsje in kwestie eigenlijk helemaal niet zo vrolijk is, zoals het liedje dat ik dadelijk de wereld in ga slingeren. Een prachtige paradox: een walsje in mineur!

Omdat ik zo van walsjes houd, ben ik ze op een gegeven moment maar gaan verzamelen.  Als ik er één hoor en ik ben in de gelegenheid, dan sla ik ‘m op in mijn ‘walsjeslijst’ op Spotify. Toen ik dus de vraag kreeg of ik mee wilde doen aan deze Battle, had ik meteen twintig ideeën. Maar ja, ik moest er één kiezen, hè. Dus toen besloot ik om dan maar voor het liedje te gaan waarmee ik toentertijd mijn lijst gestart ben: Waltz (Better Than Fine) van Fiona Apple.

Op Fiona’s platen komen wel meer walsjes voor, maar dit is één van de eerste liedjes die mij meteen aansprak toen ik de plaat Extraordinary Machine voor de eerste keer luisterde. Pas veel later besefte ik natuurlijk dat dit mede veroorzaakt werd door de maatsoort van het liedje. Want zo erg is het bij mij, dus. Die voorliefde voor bepaalde maatsoorten.

Verder is het liedje natuurlijk een klassiek walsje, de titel zegt het eigenlijk al. Het begint klein en subtiel en gaandeweg het nummer komen er steeds meer toeters en bellen bij: strijkers, blazers en meer van dat soort spul. Zoals het hoort, dus. Vind ik tenminste, maar ja, hè. Ik houd dan ook erg van drama. En toestanden. Fiona zelf ook wel, geloof ik.

Voor wie er niet genoeg van krijgen: hieronder twee Spotify-lijstjes vól met walsjes, samengesteld door Marèse en Elise.


 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *