Ondergewaardeerde Liedjes


Mandoline battle

Mandoline zongen zacht in Nicosíííííía, zong Mary Servaes ooit. Alles behalve rock ’n roll. Yep, mandoline en rock is geen voor de hand liggende combinatie.

De mandoline is een klein zusje van de luit. Een van oorsprong Italiaans instrument. De gangbare wijze waarop dit achtsnarig (vier dubbele) instrument vaak wordt bespeeld, doet je eigenlijk snel de broek afzakken en je afvragen wat mensen zien in een mandoline-orkest.

In de pop/rockgevallen tokkelt de mandolinist meestal, of speelt een slag, in plaats van de overbekende, maar minder aantrekkelijke ‘tremolo’ speelwijze.  Zo zijn er in de afgelopen decennia prachtige nummers gemaakt, soms met een hoofdrol voor de mandoline – Going To My Hometown van Rory Gallagher of The Battle of Evermore van Led Zeppelin, om een paar all time heroes te noemen – en soms met een subtiele bijrol. Meest pregnant voorbeeld is Galaxy Lin, de band van Robbie van Leeuwen, nadat hij was opgestapt bij Shocking Blue: geen gitaristen, maar twee mandolinisten!

Ga er eens goed voor zitten. Op een rij gezet: vergeten mandolineparels uit de popmuziek.

Keuze Willem Kamps: Lindisfarne – Lady Eleanor (1970)

Laat je niet inpalmen

Als je het mij op de man af had gevraagd: ‘noem vijf popsongs met een mandoline’, had ik hard moeten nadenken, maar met een beetje gegraaf in het muzikale geheugen komen ze vanzelf bovendrijven. Bijvoorbeeld Maggie May van Rod Stewart, toch een flinke hit in ’71, met op de mandoline Ray Jackson. Ray Jackson? Ja, klopt, geen naam waar bellen bij gaan rinkelen.

Een jaar later stond een volgend mandolinenummer in de Top 40, een nu wel succesvolle re-issue uit ‘70: Lady Eleanor van Lindisfarne, een exponent van de toen populaire folkrock. En, op mandoline: Ray Jackson. Overigens wordt Ray op het album van Stewart ‘die jongen van Lindisfarne’ genoemd. Humor van Rod of gewoon desinteresse?

Juist in de tekst herken je in Lady Eleanor de typische folksong. Een middeleeuws-achtige enscenering over de scheidslijn tussen leven en dood, waarbij Eleanor het nichtje lijkt te zijn van Magere Hein. Klaarblijkelijk een aanlokkelijke tante, maar pas op, laat je niet inpalmen, hou je hoofd erbij en gooi de deur voor al die verleidelijkheid dicht. Nachtslot erop. Ga maar een deur of een straat verder. Het is voorlopig niet mijn tijd.

But its alright Lady Eleanor,
Alright Lady Eleanor.
I’m alright where I am.

Keuze Ronald Eikelenboom: Grateful Dead – Friend of The Devil (1970)

Een klassiek liedje

Het is het meest gecoverde liedje van de Dead, met covers door onder andere Bob Dylan, Tom Petty, The Counting Crows, Elvis Costello, John Mayer, Dave Matthews Band en Mumford and Sons, om maar een paar grote namen te noemen. En toch is de Greatful Dead geen naam die in Nederland belletjes doet rinkelen.

Friend Of The Devil is een lied over een man op de vlucht, de sheriff en zijn posse zitten achter hem aan. Waarom? Geen idee. Vrouwen of geld, en misschien wel allebei. En dan komt hij de duivel tegen die hem helpt te ontsnappen. De vraag is tegen welke prijs.

Het origineel van dit lied is te vinden op het album American Beauty uit 1970. Akoestisch, met mandoline. Live werd het nummer, mede door de cover van het duo Loggins en Messina, vanaf de tweede helft van de jaren zeventig een stuk trager gespeeld. Evengoed bleef Friend Of The Devil altijd een liedje, en geen monsterlange jam.

Keuze Erwin Herkelman: Alan Parsons Project – The Fall Of The House Of Usher IV: Pavane (1976)

Griezelverhaal

Ik geef het niet graag toe. Maar de voorkeur voor symfonische rock van mijn vader heeft wel degelijk doorgewerkt in mijn muzikale smaak. Al zoek ik de dynamische melodielijnen en het soms theatrale dat het genre zo kenmerkt in hele andere muziekstijlen, zoals trance.

Maar de Alan Parsons Project is wel één van de bands die ik uit de opvoeding heb meegenomen. En op zoek naar platen waarin mandolines gebruikt worden, kwam ik een liedje tegen van hun hand: Pavane. Ik kende het nog niet maar het was afkomstig van hun eerste album: Tales Of Mystery And Imagination. Een conceptalbum waarin Parsons en Woolfson muzikale invulling geven aan de griezelverhalen van Edgar Allen Poe. Een aantal grote namen werkte mee aan de LP. Onder andere Arthur Brown, John Miles en Terry Silvester (The Hollies) gaven acte de présence.

En hoewel de Alan Parsons Project volgens de mensen die er verstand van hebben, bij het uitbrengen van dit album hun muzikale identiteit nog moest ontdekken, herkende ik Pavane direct als een track van de Britse band. Het gebruik van bijzondere instrumenten zoals in dit geval de mandoline, de typische sound, de langzame opbouw van het nummer en de climax aan het einde… Het zou maar zo kunnen dat dit nummer uiteindelijk het fundament vormde van wat later hun muzikale identiteit zou worden. En ík heb er een favorietje bij!

Keuze Hans Dautzenberg: BAP – Eins Für Carmen Un En Insel (1982)

Griechischer Wein

Nasynchronisatie is zo Duits als Bier, Bockwurst en Oktoberfest. Als kind wist ik niet beter, of John Wayne sprak Duits (Hey Joe, hol die Pferde. Ja, Sir!). Ik had vriendjes waar Dallas uitsluitend in het Duits werd gekeken, omdat oma het anders niet kon volgen. En zelfs BAP vertaalt de teksten van hun liedjes synchroon in het Duits op hun eigen website.

BAP zingt in het Kölsch. Een dialect dat voor Zuid-Limburgers best goed te volgen is, misschien wel beter dan voor sommige inwoners van Duitsland. Toen BAP begin jaren ’80 in Nederland doorbrak, hadden ze bij ons daarom een streepje voor. Dat ze ook nog eens het hart maatschappelijk op de juiste plaats hadden (Kristalnaach), hielp ook. Maar ik was verder niet zo erg onder de indruk van de band. Dat ik uiteindelijk op 15 februari 1984 het album Live Bess Demnähx heb gekocht, was het gevolg van een heel gezellig samenzijn met vrienden in een andere studentenstad, met BAP op de draaitafel. De dubbelaar als de manifestatie in zwart vinyl van mijn herinnering aan dat weekend. Ik heb hem niet zo vaak gedraaid. Zo gaat dat met herinneringen.

Het liedje Eins Für Carmen Un En Insel beschrijft ook een herinnering. Een romantische vertelling over een paradijselijke Carmen in het zand onder de hemel op een eiland. Het wekt de suggestie dat we in Griekenland zijn. En dat is altijd bij uitstek een reden voor Duitstalige zangers om naar de mandoline (of wellicht de bouzouki) te grijpen, zoals bijvoorbeeld in Griechischer Wein. Toch geeft juist dat mandoline motief het liedje juist dat beetje extra om boven de rest uit te stijgen en precies datgene om het lied die warme sfeer te geven van een ondergaande zon in de Middellandse zee.

Keuze Willem Kamps: Concrete Blonde – Darkening Of The Light (1990)

Devoot duet

Begin jaren ’90 kocht ik het album Bloodletting van Concrete Blonde. Een mooi, compleet en afwisselend rockalbum, vreemd genoeg gecatalogiseerd als ‘gothic rock’. Vermoedelijk vanwege de opener The Vampire Song en wellicht de wat donkere teksten (waar God nog wel eens om de hoek komt kijken en een schop onder z’n goddelijke hol kan krijgen), maar qua genre een niet erg passend etiketje. De betonnen blondine heeft trouwens wel ravenzwart haar, want de band is vooral Johnette Napolitano. Zij speelt bas, zingt en schrijft de meeste nummers. Meest kenmerkend is haar stem: volumineus, maar niet overdreven, en met een zekere heesheid en een typerende ondertoon, alsof ze laag en hoog tegelijk zingt.

Op Bloodletting staat de grootste hit van Concrete Blonde: Joey, dat zo maar op een plaat van Fleetwood Mac had kunnen staan. De Mac met Stevie Nicks dan, die toevallig ook nog een met Napolitano vergelijkbare klankkleur heeft. Net als Fleetwood Mac is ook Concrete Blonde deels Amerikaans, deels Engels. Achter de drumkit zit namelijk Paul Thompson, voorheen Roxy Music. Naast de stevige uptempo rocknummers valt verder de prachtige ballade Darkening of the Light op. Het is met recht een ballade door het zwierige een-twee-drie-ritme, geen trage, pompeuze rockballad dus, zoals er vele inwisselbare zijn.

Johnette zingt hier een devoot duet met zichzelf, antwoordend, herhalend, als in een gebed. Het is een lied over het omarmen van de somberte die telkens weer neerdaalt, bijna vertrouwd, als knisperende herfstbladeren, terwijl het leven zo zonnig zou kunnen zijn. Die zonnigheid wordt tot uitdrukking gebracht door – en ja, daar is ie dan – de mandoline, op lichtvoetige wijze bespeeld door niemand minder dan Peter Buck, gitarist van R.E.M. Het vervolg kan bijna geen toeval zijn. Een jaar later zou REM zijn grootste succes beleven met opnieuw een opvallende rol voor de mandoline: Losin’ My Religion. Een extra reden voor wat meer waardering voor The Darkening of the Light.

Keuze Richard Rombouts: Dan Tyminski – Man Of Constant Sorrow (2000)

Stokoud lied

De mandoline in de popmuziek lijkt een beetje het zielige zusje van de gitaar. Het geluid van dat ding lijkt thuis te horen ’s avonds rond een kampvuurtje ergens in Heikneuter. Automatisch denk ik aan country of bluegrassmuziek. Tokkelen, zingen en tussendoor even wat pruimtabak naar buiten spugen. Desalniettemin wil ik hiermee niet beweren dat het een inferieur instrument is, want er zijn redelijk veel goede popsongs te bedenken waarin de mandoline een hoofdrol speelt.

En toch had ik geen andere keuze dan een bluegrassnummer te kiezen. Gewoon, omdat het lied onder je huid kruipt en in je geheugen blijft zweven. Het helpt ook dat het in één van mijn favoriete films, Oh Brother, Where Art Thou? een dragend lied is. Wie de film niet kent: drie aan elkaar geklonken gevangenen ontsnappen uit een gevangenisboerderij in Mississippi en beleven diverse avonturen tegen een achter-grond van de depressiejaren. Nagesynchroniseerd door de Soggy Bottom Boys met die grijnzende kop van George Clooney. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat hij het lied zou inzingen, maar men was niet tevreden over het resultaat. Het lied werd daarom opnieuw ingezongen door Dan Tyminski van Union Station; de begeleidings-band van Alison Krauss.

Het is in 1913 op papier gezet door de blinde folkzanger Richard Burnett onder de naam Farewell Song, maar die heeft het nooit uitgebracht. Het lied is waarschijnlijk al zo’n 200 tot 300 jaar oud. De eerste opname is uit 1928 door Emry Arthur met uitsluitend de begeleiding van een gitaar: een slaapverwekkende uitvoering. Grootheden als Joan Baez, Judy Collins, Bob Dylan (het eerste lied dat hij in 1963 op TV zong), Rod Stewart, Ginger Baker’s Air Force en Jerry Garcia (Grateful Dead) hebben het gezongen, maar geen van deze uitvoeringen halen het bij de filmversie.  En ik ben kennelijk niet de enige die deze mening heeft, getuige de Grammy en CMA Award voor beste single in 2001.

Keuze Richard Rombouts: Barleyjuice – What’s Up Yours (2003)

Onderkruipsel

Is het een frisse of een onfrisse bedoeling? Het hangt, het slingert, maar verdomd gemakkelijk wanneer de natuur roept. Ik heb mij een keer laten verleiden de lokale klederdracht aan te trekken, en ik moet toegeven….het ziet er minder lullig uit dan een Volendamse pofbroek. De keuze met of zonder werd aan de heren zelf overgelaten. Wel of geen beperking van bewegingsvrijheid? Op mijn vraag wat de regel was volgde slechts een vette grijns en een knipoog. Wanneer je kloten hebt ga je ‘Regimental Style’, riep iemand. En hoop op een windstille dag. Letterlijk en figuurlijk, want elk beschermend laagje is afwezig. Of toch een fris briesje? Je weet tenslotte nooit of je door het damesvolk bemeten wordt.

Could be the Loch Ness monster
What’s up yours?

Ik heb het natuurlijk over de kilt. Enkele jaren geleden ondervroeg een bekend whiskymerk de Schotse mannen wat ze onder de rokken hadden. Zeventig procent van de geënquêteerden antwoordden dat ze er helemaal niets onder droegen, weer of geen weer. Schijnt ook beter voor de zwemmertjes te zijn. Er zijn twee uitzonderingen op deze regel: dansen en sporten, want voor je het weet is de klokkenluider van de Notre Dame een steen des aanstoots.

You hear the rumblings at the fest
Rowdy boys in ancient dress
But nae a one will near confess
What lurks beneath the tartan

Iedere Schotse clan heeft zijn eigen ruitpatroon, de tartan. De noodzakelijke sporran is niet alleen een buidel (voor geld), maar deze zorgt er voor dat de stof tussen de benen naar beneden zakt om ongewenste inkijk te voorkomen.

You see the swagger and the sway
Imagination runs away
Could there be cloth or is there nay
Behind the pleated curtain

Dit pakkende deuntje is een ode aan de kilt en een heerlijk kroeglied. Geschreven en gezongen door Barleyjuice uit Philadelphia, V.S. En om de cirkel rond te maken….de doedelzak komt ook voorbij! Meer weten? Kijk dan maar lekker op hun website, maar start eerst het liedje.

Keuze Harm Eurlings: Paul McCartney – Dance Tonight (2007)

Briljante eenvoud

Paul McCartney is de meest succesvolle liedjesschrijver aller tijden, en een aanzienlijk deel van zijn oeuvre bestaat uit liedjes die zo vanzelfsprekend klinken, dat het moeilijk voor te stellen is dat ze niet al bestonden voor ze bestonden. Dat geldt ook voor Dance Tonight, een bedrieglijk simpel nummer met een aanstekelijk vrolijke klank. Een groot gedeelte van het liedje klinkt er niet meer dan een mandoline, een kickdrum en de stem van Paul. Meer is niet nodig.

Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is de duur bevochten stempel van de meester. (Godfried Bomans)

 
 

3 Comments

  1. Eddy

    Ik heb niet veel nummers met een mandoline in mijn collectie. 1 van die nummers staat op Little Queen van Heart. Dream of the Archer. Een ander nummer van dit album is al meer dan 15 jaar mijn ringtone. Nl. Barracuda.

  2. Willem Kamps

    Geinig BAP. Lang niet gehoord (gedraaid) dit nummer. Het gekke is – daardoor waarschijnlijk – dat wanneer ik het intro hoor, ik het gevoel krijg naar een cover te luisteren, die ik niet kan plaatsen. En niet te plaatsen is, want het is gewoon een nummer van BAP.

  3. Marcel

    The Warriors Son van The Brandos is de eerste die me gelijk te binnen schiet!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *