#RIP #Joe. Want ‘Joe’ uit Joe’s Garage is niet meer. Met het heengaan van Ike Willis is ook Joe’s stem definitief uitgedoofd. Willis is overleden op 16 mei aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij werd 70 jaar oud.
Ik herinner me een avond in mei 1988 in Ahoy. Daar stond Ike Willis als prominent figuur tussen de bijna onmenselijk perfecte muzikanten in Frank Zappa’s entourage. The best band you never heard of in your life, noemde de grootmeester hen en dat was niet gelogen. De twaalf muzikanten leerden meer dan honderd (!) songs uit het Zappa-repertoire sinds de jaren zestig uit hun hoofd (plus Stairway To Heaven, I Am The Walrus, Ring Of Fire en de Bolero van Ravel). Ze konden elk denkbare setlist zo uit hun mouw schudden.
Frank Zappa koos die avond voor klassiekers als Florentine Pogen, Inca Roads, Sofa en The Torture Never Stops. Zanger Ike Willis kon helemaal loos gaan. Maar ook Black Napkins kwam voorbij – toevallig het nummer waarmee Willis het werk van Zappa leerde kennen, in de vroege jaren zeventig. Hij werd fan. Meer dan dat. Ike Willis mocht in 1977 voorspelen in Zappa’s kleedkamer. Toen hij zijn strot opentrok werd hij meteen aangenomen. Frank Zappa was flabbergasted door die zware soulstem. En wij later ook.
Ike Willis’ eerste wapenfeit werd de rol van Joe in de bizarre ‘rockopera’ Joe’s Garage uit 1979. Joe start een bandje in een of andere Amerikaanse suburb. Hij krijgt groupies, wordt verliefd, loopt een SOA op (in Why Does It Hurt When I Pee), experimenteert met seksrobots en belandt uiteindelijk in de gevangenis. Want muziek is verboden in de dystopische samenleving waarin Joe leeft (het verhaal is geschreven ten tijde van de islamitische revolutie waarna Ayatollah Khomeini aan de macht kwam). De teksten zijn soms ronduit pornografisch en puberaal, maar het verhaal steekt knap in elkaar. En de muziek nog knapper. Hardrock, doowop, jazz en reggae, maar ook repeterende patronen uit de avant-garde klassieke muziek komen voorbij. Meestal tegelijkertijd.
De soul van Ike Willis is hier het smeermiddel. His finest hour is al in Act I. (Joe’s Garage bestaat uit drie aktes.) Eerst schittert Willis in het SOA-lied. Hoe hij uithaalt over het brandende gevoel als hij plast en over zijn ballen die voelen als maracas is tegelijk hilarisch en indrukwekkend. Wat een krachtige stem heeft die man! Maar in het nummer dat daarop volgt – de ballad Lucille Has Messed My Mind Up – mag Ike Willis alle subtiliteiten van zijn enorme stembereik uitventen. Zo mooi! Zelfs na honderden keren luisteren krijg je het kippenvel niet van je armen af.
Na Joe’s Garage bleef Ike Willis bij Frank Zappa. Tot aan zijn dood in 1993. Dat is bijzonder, want de componist/gitarist was über-kritisch en geen muzikant bleef heel lang in de Zappa-band. Willis wel. Hij was prominent aanwezig op albums als You Are What You Is, Ship Arriving Too Late To Save A Drowning Witch en Them Or Us. Hij zong de hoofdrol in een tweede rockopera: Thing-Fish uit 1984. En een derde project stond nog in de planning. Ike Willis bedacht een remake van de Mothers Of Invention opera/musical 200 Motels – 25 jaar na dato. Maar dat viel in het water door het overlijden van Frank Zappa.
Na 1993 deed Ike Willis er alles aan om de Zappa-muziek in ere te houden. Naar eigen zeggen op verzoek van de grootmeester: Frank zei me vlak voor zijn dood dat ik het moest spelen precies zoals hij het me had geleerd. Zoals het geschreven en uitgevoerd was. Dat waren Franks enige instructies. Hij zei: verander niets, improviseer niet, probeer niet grappig te zijn, probeer het niet op te fleuren, verander de toonsoort waarin het geschreven is niet. En dat deed Ike in bands als Bogus Pomp, Ossi Duri, Project/Object, Pojama People, Ugly Radio Rebellion, The Stinkfoot Orchestra, ZAPPATiKA, The Central Scrutinizer Band, The Muffin Men en zelfs in twee Braziliaanse coverbands.
Tot nu dan.
Joe’s Garage eindigt – vanwege het muziekverbod – met een ‘imaginary guitar solo’ (Watermelon In Easter Hay, misschien wel Zappa’s beste solo ooit). Nu Ike Willis er niet meer is, moeten we het ook doen met ‘imaginary vocals’. Nog een keer dromen we de subtiele zanglijnen van Lucile Has Messed My Mind Up.
Vaarwel Ike.
