Op 16 april 2026 is het de Internationale Dag van de Stem. Een mooie aanleiding voor een onderzoek: welke zanger heeft de allermooiste, meest effectieve, hardst rakende, simpelweg allerbeste stem (man)?
En voor wie denkt: en de stem van de vrouw dan? Dat onderzoek staat op de rol van 19 april 2027. Een battle om nu al naar uit te kijken.
Keuze Jeroen Mirck: Harry Nilsson – Jump Into the Fire (1971)
Drieëneenhalve octaaf aan gort gezongen
Toen The Beatles in hun hoogtijdagen de vraag kregen wie zij de beste artiest vonden, waren ze vrij unaniem: Harry Nilsson. Geweldige componist van Beatle-esque popliedjes, maar vooral een briljante zanger met een stem die drieëneenhalve octaaf bestrijkt. Beroemd dankzij hits als Everybody’s Talkin’ en Without You, maar al snel ten prooi gevallen aan drank en drugs.
Een Beatle had ook grote invloed op zijn ondergang, want John Lennon jaagde zijn stem over de kling als producer van Nilssons tiende album Pussy Cats, opgenomen in de beruchte Lost Weekend-periode waarin Lennon zijn vrouw Yoko Ono bedroog. Op de openingstrack Many Rivers to Cross, één van de vele covers op deze extreem wisselvallige plaat, hoor je hoe Nilsson alle frustraties eruit gooit – maar ook hoe hij zijn gouden stem de vernieling in schreeuwt.
Many Rivers to Cross is een nummer met een intens verhaal, maar ik kan het verbale leed eigenlijk niet meer aanhoren. Daarom kies ik voor een krachtige vocale prestatie van de eerdere succesplaat Nilsson Schmilsson uit 1971: Jump Into the Fire. Dat klinkt ook vrij dramatisch, maar de zanger ging er toen nog niet aan onderdoor.
Keuze Remco Smith: Al Green – How Can You Mend a Broken Heart (1972)
Onvermijdelijk
Dat mijn keuze zou vallen op een soulzanger, was op voorhand al duidelijk. Dan bij voorkeur wel een beetje een onbekende en daarmee ondergewaardeerde. Dat is niet gelukt. Diverse playlists zijn aangezet op zoek naar de mooiste stem, maar uiteindelijk was het onvermijdelijk. Al Green heeft de mooiste zangstem, ooit.
Waarom hij de mooiste zangstem heeft, laat zich heel moeilijk omschrijven. Net zoals het onmogelijk is om te omschrijven, waarom je liefie de allermooiste vrouw ter wereld is. Waarom juist jouw kinderen de liefste, geestigste, leukste kinderen zijn van alle mensen in de hele wereld. Het is nou eenmaal zo. Woorden schieten soms te kort, zo simpel is het nou eenmaal. Vandaar alleen de kale conclusie: Al Green heeft de mooiste stem. Ooit.
Keuze Mers: Teddy Pendergrass – Close The Door (1978)
Wat een podiumbeest
Er zijn natuurlijk een heleboel zangers met prachtige stemmen maar voor deze battle moest ik meteen denken aan Teddy Pendergrass vooral omdat hij zijn studio-opnames naar een ander niveau wist te tillen op het podium en omdat hij ondergewaardeerd is, zeker in Nederland. Ik heb ook nog nooit over hem geschreven. Voordat hij een solocarrière begon was hij leadzanger van Harold Melvin & The Bluenotes.
Teddy had een hele mooie, krachtige en tegelijk warme en sensuele baritonstem. Op het podium kwam zijn totaalplaatje als artiest helemaal samen. Hij werd hiermee een van de grootste soulartiesten van de jaren 70 en 80. Op het zwoele Close The Door, geschreven door Kenny Gamble en Leon Huff, hoor je Teddy’s sensuele bariton met subtiele rasp in volle glorie. Er zit een zachte golf van vibrato in zijn zinnen en waar hij bijna fluisterend begin bouwt hij de intensiteit steeds verder op. Vooral de live opnames van dit nummer zijn schitterend en daar geniet het publiek met volle teugen van. Als je zo op het podium kan staan te zingen verdien je wel een plek in deze battle.
Keuze Willem Kamps: BAP – Wellenreiter (1982)
Wringende combinatie
Mooie stem. Tja, er zijn er meer dan zat, maar ook zat die ik zat ben. Neem Al Stewart. Hij heeft een heel kenmerkend geluid. Toch, na vijf, zes liedjes ben ik er wel klaar mee. Soms hoef ik maar één liedje te horen en dan is het over. Cameron Winter wordt alom geprezen, zowel solo als met Geese, maar ik vind hem echt niet te harden. Mooi is dan ook een heel arbitraire kwalificatie. Ik ga liever voor prettig. Een stem die nooit gaat irriteren, en dan kom ik uit in Keulen. Bij de zanger van BAP.
Ik leerde de band kennen via een vriend die op een van zijn vakanties een cassette had gekregen van twee Duitse meiden. Een bandje vol met BAP. Kristallnach was hier nog geen hit, anders had ik ze dan wel opgepikt, maar wat was ik al onder de indruk van Vun Drinne noh Drusse, dat met hun klassieker opent. Hij stond in no time in mijn platenkast.
De belangrijkste mannen van BAP waren Klaus ‘Der Major’ Heuser en Wolfgang Niedecken. De ene een stevig rockende gitarist, de ander een poëtische zanger. Die soms wringende combinatie leidde tot talloze prachtige liedjes, waaronder de mooie ballade Wellenreiter. Het lied komt op de LP direct na Kristallnach. Een groter contrast kon er niet zijn, maar je weet door die uitersten meteen wat je aan BAP hebt.
Wellenreiter (surfer) gaat over de meelopers met elke trend en de leegheid van dat bestaan. Het liedje is allesbehalve leeg, met dank aan het mooie gitaarspel van Der Major en die prettige stem van Niedecken.
Keuze Quint Kik: Scott Walker – Track Three (1984)
Beroeren en ontregelen
Dit moét je horen, zijn stem is ongeëvenaard! Arnée was mijn collega bij Free Record Shop, die naadloos de sweet spot tussen pop en avant-garde wist te pinpointen. Hoewel ik de Walker Brothers natuurlijk kende via mijn vader, kon Scott Walker’s even intrigerende als beangstigende solo-avontuur Tilt (1994) niet verder verwijderd zijn van een evergreen als The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore.
De doorstart van de carrière van de broederschap had hij eind jaren zeventig gesaboteerd met Nite Flights. Een album dat verre van middle-of-the-road klonk, maar Scott een ontsnappingsroute bood uit het muzikale ghetto van easy listening-covers. Daarin was hij verzeild geraakt na vijf briljante doch geflopte soloplaten. Nite Flights wees de weg naar het voorland van Tilt: Climate Of Hunter (1984).
Het zou het laatste album blijken waarvan zijn platenmaatschappij een single durfde uit te brengen. Scott mocht er zelfs over komen vertellen in het Britse muziekprogramma The Tube. Een ongemakkelijk interview vormde de aanloop naar de vertoning van de video bij Track 3 (de helft van de nummers had geen zelfstandige titel). Met een klein beetje hulp van Billy Ocean op achtergrondvocalen lukte het Scott zichzelf heruit te vinden. Tot aan zijn dood in 2019 zou hij met zijn stem blijven beroeren èn ontregelen.
Keuze Johan Hol: Leonard Cohen – Tower of Song (1988)
Niets mooier dan zelfspot
De beste zangstem ooit. Wat is dat? En hoe bepaal je die? Voor mij is dat een stem die voor altijd bij blijft en herkenbaar is uit duizenden.
En ja ik durf ook wel zo eerlijk te zijn dat Leonard Cohen verre van het grootste zangbereik heeft en in zijn laatste werk eerder voorlas dan zong. Maar zelfs toen nog was het de karakteristieke donkere en zware stem die zo onlosmakelijk verbonden is met een geweldige muzikale erfenis die de beste man heeft nagelaten.
Ik heb het geluk gehad Cohen in 2012 live te kunnen zien. Ondanks zijn hoge leeftijd zag ik vooral een nog immer jeugdige, ondeugende geest. Een nummer waarin dat extra goed naar voren komt is Tower of Song. Met een grote portie ironie en zelfspot neemt Cohen vooral zichzelf op de hak.
I was born like this
I had no choiceI was born with the gift
Of a golden voice
Het werd in 2012 met luid applaus en gelach ontvangen door het publiek op het Sint Pietersplein.
Wie aandachtiger luistert merkt dat het hele nummer vol zit met ironie en zelfspot.
Cohen wist vooral dat hij zijn eigen reputatie soms met een korreltje zout moest nemen en dat humor vaak het beste medicijn is.
Keuze Ed van Nunen: The Band – Up On Cripple Creek (1989)
Een band met drie allerbeste zangers
The Band was gezegend met drie geweldige zangers: Levon Helm, Rick Danko en de hoge stem van Richard Manuel. Ik zou ze alle drie voor deze Battle kunnen gebruiken. Je kan Robbie Robertson ook nog wel meetellen als adequate zanger. Wie nou de belangrijkste man in The Band was, hangt vooral af naar wiens verhaal je luistert. Over het algemeen wordt Robbie gezien als bandleider, en dat komt zeker ook naar voren in de prachtige documentaire Once Were Brothers. Hij schreef de nummers (aldus Robbie) en hield this alcoholic freakshow in het gareel. In Levon’s autobio, This Wheel’s On Fire, krijg je een andere kant van het verhaal te horen; hij vond dat de rest ook heeft meegeschreven en ze kwamen er pas later achter dat Robbie alle songwriters credits (en dus het geld) kreeg. Het zou een levenslange breuk veroorzaken.
Afijn, het gaat in deze battle om de zanger. Wat mij betreft springt Levon, de enige Amerikaan in The Band, er als zanger bovenuit; ook als meest charismatische van het stel trouwens. Ondanks dat hij The Last Waltz (1978) haatte, want het was volledig Robbies project en diens beslissing The Band te laten stoppen, zingt hij hier zo onwaarschijnlijk goed. Check vooral de video’s van Up On Cripple Creek, The Night They Drove Old Dixie Down of Ophelia. Hier is hij denk ik toch wel op zijn best. Maar omdat The Last Waltz niet echt Ondergewaardeerd genoemd kan worden kies ik voor Up On Cripple Creek met de Ringo All Stars band in ’89 (met o.a. Nils Lofgren, Dr. John, Joe Walsh en The Band’s Rick Danko), ook omdat het plezier er hier vanaf spat.
Hij bleef altijd zingen, met optredens vanuit zijn studio in Woodstock: The Midnight Ramble Sessions. Vanaf 2007 bracht hij een aantal sessies hiervan uit, om behandeling tegen keelkanker te kunnen betalen (Robbie had immers al het geld). Met die platen kreeg hij nog drie keer een Grammy en nieuwe waardering. Maar in 2012 werd de keelkanker hem toch fataal.
Keuze Gerlof du Bois: The Blue Nile – Headlights on the Parade (1989)
Paul Buchanan neemt je mee
In een blog als deze mag natuurlijk de prachtige stem van Paul Buchanan niet ontbreken! Leadzanger van de legendarische band The Blue Nile waarmee hij over een periode van 20 jaar vier albums uitbracht, de laatste in 2004. Ook bracht hij in 2012 een soloalbum uit – Mid Air (zie de blog op deze site). Bij Paul Buchanan gaat overduidelijk kwaliteit boven kwantiteit. En die kwaliteit zit hem in de minutieus uitgewerkt songs, over elke noot is nagedacht. Voeg daar dan de prachtige stem van Paul aan toe en dan snap je waarom ik de term legendarisch gebruik.
Voor mij is de stem altijd al het meeste bepalend of een artiest mij kan bekoren of niet. In die van Paul klinkt aan de ene kant onzekerheid, iets zoekende en aan de andere kant straalt er een enorme berusting uit. Headlights on the Parade bevat prachtige elementen van zijn stem. De lange, trage zang. De ‘uithalen’ die mij in ieder geval al sinds het is uitgebracht op het album Hats al kippenvel geven.
Headlights on the parade
Light up the way,
I love you
Het nummer Headlights on the Parade spreekt voor mij duidelijk over liefde. Eigenlijk over het verkrijgen van inzicht dat echte liefde alles is wat telt, laten we gaan, wat er ook op ons pad komt, loslaten. Er is een licht op ons pad – Headlights…Love. Het nummer leunt muzikaal én met de stem van Paul voorover, duwt je voorwaarts en heb het vertrouwen dat dat de goede richting is.
Het album Hats kwam in 1989 uit op het bijzondere Schotse Linn label. Ik had destijds (nog steeds trouwens) Linn audioapparatuur en Linn is vinyl gaan uitbrengen om de kwaliteit van de apparatuur te demonstreren. Zo kwam ik in aanraking met het album. Voor ik het wist had ik Hats grijsgedraaid. Liggend op de bank voorafgaand aan het stappen, draaide ik het steevast. In die tijd vrijgezel zoekend naar echte liefde. De stem van Paul bracht altijd de nodige rust – ‘het komt goed’. En gelukkig is het allemaal goed gekomen. Paul bedankt!
Keuze Michiel Borst: Tindersticks – Tiny Tears (1995)
Puur en kwetsbaar
Ik ben een enorme fan van Tindersticks, de band uit Nottingham (UK). Een jaar geleden schreef ik al eens over hen in aanloop naar hun optreden in Carre en benoemde daarin ook de stem van zanger Stuart Staples. Ook collega bloggers beschreven de band al een aantal keren en ook daarin wordt zijn stem benoemd. Een band die in deze battle over de Internationale dag van de stem dus niet mag ontbreken.
Zijn stem is herkenbaar uit duizenden. Een donkere, zware bariton met een doorrookt geluid waardoor een bijna crooner-achtige stijl ontstaat die nog eens versterkt wordt door de sferische en melancholieke muziek van de band. Niet onterecht wordt hij vaak in een rijtje gezet met grootheden als Leonard Cohen, Nick Cave en Tom Waits.
De band draait al 30 jaar mee maar het stemgeluid van Stuart is sinds het eerste album onveranderd. En ook live staat het fier overeind en is de beleving daardoor nog intenser.
Het nummer Tiny Tears dateert alweer van 1995 van het tweede album van de band. Zijn stem komt in dit nummer volledig tot zijn recht. Het is doorspekt met een lichte, natuurlijke hapering bijna aarzeling, wat het nummer een onwaarschijnlijke puurheid en kwetsbaarheid geeft.
Keuze Naomi Mertens: Bill Callahan (Smog) – Say Valley Maker (2004)
Zingen als genade
Wanneer ik precies kennismaakte met Bill Callahan weet ik niet meer. Hij trad op als Smog, en ik vond hem meteen charmant en uniek. Zijn muziek bevindt zich ergens tussen indie, alt rock en folk. Soms ligt het niet eens zo in mijn straatje. Maar zijn stem… die varieert tussen spreken en zingen, is diep en laag en er zit een klein kraakje in.
Nu heb ik een zwak voor diepe mannenstemmen. Als ik mijn favoriete Nederlandse zangstem had gekozen, was het die van Berend Dubbe geweest. Zijn stem, en die van Bill Callahan bieden me troost en warmte. Het zijn stemmen om in weg te zinken; me met mijn ogen dicht te laten meevoeren. In het nummer Say Valley Maker van het album A River Ain’t Too Much To Love neemt Bill me mee stroomafwaarts in een rivier naar het einde. Hij legt daarbij ook nog uit waarom hij zingt:
And I sing
(Say Valley Maker)
To keep from cursing
Yes I sing
(Say Valley Maker)
To keep from cursing
Wat er ook vervloekt had kunnen worden: ik ben blij dat hij in plaats daarvan voor zang gekozen heeft!
Keuze Marco Groen: System of a Down – BYOB (2005)
Barbarisms by Barbaras
Serj Tankian is de nachtmerrie van elke tribute-band. Want een man die zo’n bizar bereik heeft met zijn stem valt niet te imiteren voor een zanger voor wie het zingen van Wonderwall al een hele prestatie is. Wie wel eens een concert van System of a Down of Serj Tankian solo heeft gezien heeft één ding geleerd: Serj is geen studiozanger. Het zangniveau op de albums haalt hij moeiteloos tijdens een liveoptreden. Het woordje indrukwekkend schiet bijna tekort. Ook de hoeveelheid woorden per seconde die Tankian eruit kan klappen is hallucinant te noemen. Dit alles onder begeleiding van zijn maatjes Daron Malakian, Shavon Odadjian en John Dalmayan. De achternamen geven hier wat weg: alle leden zijn van Armeense afkomst. In een alternatief universum had het dus zomaar kunnen gebeuren dat Kim Kardashian hier de achtergrondzangeres was geweest, maar toen het album Mezmerize uitkwam, stond zij nog de haren van Brandy te knippen.
Dankjewel, universum.
Een nummer waarin het typerende stemgeluid van Tankian goed tot zijn recht komt is BYOB. Een acroniem dat ooit stond voor Bring Your Own Booze (bij feestjes), doch sinds het verschijnen van bovengenoemd album staat het voor het ironische Bring Your Own Bombs (voor bij minder leuke feestjes). BYOB werd geboren uit Serj’s woede richting het Witte Huis dat haar bondgenoten een olie-oorlog in had gelogen. De heftige emotie werd omgezet in creativiteit en dat is altijd goed. Vooral het gegeven dat Jan met de iPad de door de elite gewenste oorlog als kanonnenvoer mag fungeren was Tankian een doorn in het oog. Vandaar dat hij de frase why do they always sent the poor een stuk of vijftien keer herhaalt. De luisteraar mag deze ergernis blijkbaar absoluut niet missen. Pure drift met een prachtig stemgeluid. Als Rage Against the Machine en Iron Maiden een baby hadden gekregen, dan had het waarschijnlijk zo geklonken.
Keuze Hans Dautzenberg: Chris Cornell – Billie Jean (2007)
Een stem die naar de strot grijpt
Mijn lief is thuis de grunge expert. Door haar hoorde ik voor het eerst Billie Jean in de uitvoering van Chris Cornell. Niet alleen ontvouwde zich op een prachtig krachtige manier de ware dramatiek van het liedje, voor het eerst besefte ik hoe veelzijdig Cornell is als zanger. Ik kende hem wel en waardeerde hem ook als de stem – hard, hoog en zuiver – van Soundgarden en Audioslave, maar dit was andere koek. Je voelt dat zijn stem is geworteld. Hij stáát. Dit duw je niet omver. En toch ook: dynamisch, buigzaam en kwetsbaar. Zoals hijzelf was, bleek later. Niet gek dat hij met zo’n stem, in navolging Shirley Bassey, een Bondliedje mocht doen. En dat we er een ondergewaardeerde playlist over hebben opgenomen.
Keuze Patrick Schellen: The Whitest Boy Alive – 1517 (2009)
Erlend Øye brengt verschillende bands naar een hoog niveau
Het is natuurlijk volstrekt onmogelijk om een allerbeste zanger te kiezen. Voor deze battle had ik best een aardig lijstje met opties om bij te dragen. Uiteindelijk kom ik bij de Noorse zanger Erlend Øye uit. Zanger van ondermeer Kings Of Convenience en The Whitest Boy Alive. Twee bands die vooral mooie liedjes maken en hier beide niet misstaan. Dat stelt me natuurlijk voor een extra keuze, voor welke band ga ik dan? Kings Of Convenience is wat meer van de harmonieuze indiepop en The Whitest Boy Alive maakt meer een soort van dance muziek maar dan met analoge instrumenten.
De laatste band was me een beetje ontgaan totdat ik op Youtube een keer een filmpje zag waarin ze een Berlijnse straat op stelten met een live uitvoering van het nummer 1517. De kwaliteit van het filmpje is niet geweldig maar de energie spat er vanaf! En er zijn meer mooie live versies van het nummer online te vinden. Zo speelde Øye het eens akoestisch solo op Vlieland en zelfs dan komt het even energiek over. Een ijzersterk nummer dus wat niet in de laatste plaats door de zang wel overeind gehouden wordt.
Keuze Erik Stam: Kytecrash – Ballad For Kyte (2011)
Matrimandir
Deze battle werd aangekondigd als de beste mannelijke stem. Er zijn heel veel mooie zangstemmen maar ik kies voor een alternatief. Misschien wordt ik gediskwalificeerd maar ik waag het erop.
Pax maakte deel uit van de groep rond Kyteman. Op de eerdere platen maar ook in Kytecrash de samenwerking tussen Kyteman en Gatecrash, de band rond Eric Vloeimans. Op de plaat ligt de nadruk logischerwijs op de twee trompettisten maar er zijn ook stukken.., tja wat eigenlijk. Is het rap? Spoken Word voordat het door Amanda Gorman echt populair werd gemaakt? Misschien komt dat laatste wel het meest in de buurt. En de stem van Pax neemt hier duidelijk een hoofdrol. Alleen al de manier waarop hij Matrimandir uitspreekt. Heerlijk. Het nummer staat niet op de versie van de plaat op YouTube maar er is wel een versie die is opgenomen als opwarmertje bij een uitzending van De Wereld Draait Door. De opname is van maart 2011, vlak nadat de plaat uitkwam. Mooi om te zien dat Pax ook gewoon een schriftje met de tekst gebruikt. Ik heb Pax verschillende keren met Kyteman zien optreden. Steeds groots (-s) en indrukwekkend zoals ook in de opname.
Keuze Freek Janssen: Magnus ft. Tom Smith – Singing Man (2014)
Waarom zingen de beste zangers zo vaak over hun eigen zangkunsten?
De beste zangers (ik moet ineens aan een tv-programma) hebben er een handje van om in hun teksten, bewust of onbewust, te verwijzen naar hun zangkunsten. Ik kan niet naar Black Hole Sun luisteren zonder bij het zinnetje ‘no one sings like you anymore’ te denken: inderdaad, Chris.
Tom Smith, vooral bekend van Editors, zingt in The Phone Book: ‘Sing me a love song, from your heart or from the phone book’, waarna ik altijd denk: je had ook gerust uit het telefoonboek kunnen zingen. En dan zou je me nog raken. Samen met Magnus, een side project van dEUS-frontman Tom Barman, bracht Smith in 2014 Singing Man uit. De tekst gaat over het ontdekken van een fantastische zanger. Zo iemand als Smith zelf, dus.
Fun fact: niet lang na het verschijnen van de track neemt Magnus het lied ook op met Mark Lanegan (op zijn eigen verzoek!) – nog zo’n legendarische zanger. Deze versie haalde het toch niet bij het origineel, maar ik ben uiteraard benieuwd of jij daar ook zo over denkt.
Ook geinig: in de video zie je verschillende legendarische zangers (van Marvin Gaye tot Nick Cave) het lied playbacken:
Keuze Marèse Peters: The Decemberists – Lake Song (2015)
Geboren om te zingen
Ik viel als een blok voor de stem van Colin Meloy. Dat was in 2015, toen ik kennismaakte met het album What a terrible World, What a Beautiful World van The Decemberists. Er ging een wereld voor me open. Niet alleen de lyrische wereld van deze band, maar ook het stemgeluid van Meloy. Als een weelderig warme deken om je in te hullen.
Toen ik ze een tijdje later live ging zien, was ik erop voorbereid dat hij in het echt een stuk minder warm en stevig zou klinken. Want in de studio poetsen ze alles natuurlijk lekker op. Maar halleluja: live klinkt Meloy precies zo weelderig als op de plaat. Toen hij begon te zingen, kon ik mijn tranen dus ook niet bewingen.
Ik weet niet wat Meloy doet met zijn stem, maar het is iets heel bijzonders. Iets wat niet iedereen overigens weet te waarderen: op internet vergelijkt iemand zijn stem met een schaap dat in een houtversnipperaar wordt geduwd. Nou ja zeg.
Maar luister nou: (het maakt niet uit welk liedje van The Decemberists – ik kies het wonderschone Lake Song van het eerder genoemde album) Colin Meloy is geboren om te zingen. En wat heerlijk dat hij dat ook doet.

Ik zou Bradley Delp (Boston) aandragen. Ik krijg nog altijd kippenvel van A man I’ll never be van het album Don’t look back. In mijn ogen de mooiste rockballads aller tijden.
Kom op. Deze lijst stelt natuurlijk niks voor zonder Freddie Mercury en George Michael. Hate ‘em or love ‘em, maar die stemmen zijn onovertroffen. Gelukkig heeft Chris Cornell wel de shortlist gehaald.
Hoe kunnen we Tom Waits negeren in deze lijst?
Voor de beste stuurlui aan wal (zeg ik met veel liefde, want we hebben graag veel kritische stuurlui) zeggen we: meld je aan en schrijf de volgende keer mee!
Over de niet-beschreven zangers: er zijn altijd meer zangers die niet in de lijst staan dan die wel in de lijst staan. Jeff Buckley, Otis Redding, Tamino, Marlon Williams, Marvin Gaye, Mark Lanegan en Mike Patton hadden in dit rijtje ook niet misstaan. Om er maar een paar te noemen.