Vandaag is het de internationale familiedag. Een dag waarop men geacht wordt tijd vrij te maken voor de geliefden voor ‘quality time’. Tijd of niet, hier leveren we muzikale kwaliteit met de familie in het achterhoofd.

Keuze Marcel Klein: Supersister – Wow (1973)

Pudding en gisteren

Een mooi thema voor een battle: familie. September is bij ons altijd de maand waarin er wel een familiereünie plaatsvindt. Neven, nichten, ooms en tantes die je een heel jaar niet ziet (behalve bij een overlijden, huwelijk, of feestje) om zo toch een beetje contact te houden met elkaar.

Zelf heb ik een zus en dat was (toen we nog thuis woonden) niet altijd even gezellig. Die band werd pas beter toen we het huis uit waren en allebei onze eigen weg in het leven probeerden te vinden. Toen was het soms ook nog niet makkelijk, zeker als je allebei een ander levensritme hebt. Maar als dan ouders ouder worden en de zorg van de kinderen langzamerhand gevraagd wordt, is het toch mooi dat je dit met elkaar kunt oppakken. Hieraan moest ik denken toen ik aan deze battle dacht, want de eerste groep die in mijn hoofd kwam was Supersister. En dan moet ik uiteraard toch even aan mijn zus(je) denken.

Supersister, een Haagse band, die eigenlijk maar een paar jaar actief was. Begin 70er jaren, toen ik nog niet aan muziek dacht, nam deze band een geheel eigen plek in de muziekscene in. Want was het nu experimentele muziek? Of progressieve rock? Later kwamen er ook jazz invloeden bij en namen ze zich nog serieus? Met albumtitels als Pudding En Gisteren leek een internationale carrière lastig. Maar ook songs als She Was Naked en Radio (die allebei nog wel een paar jaar in de Top 2000 hebben gestaan, maakten commercieel succes niet echt makkelijk. Bovengenoemde nummers haalden zelfs nog de Top 40, maar dat was het dan ook wel.

De band bestond uit Robert Jan Stips (keyboards, zang), Sacha van Geest (fluit) Marco Vrolijk (drums) en Ron van Eck (basgitaar). Robert Jan Stips is uiteraard de meest bekende van het stel (onder andere Nits) en was ook het boegbeeld. In 1974 was het alweer over met de band en in alle jaren daarna leek het wel of de band in het buitenland populairder was dan in Nederland. In 2000 kwam de groep weer bij elkaar voor een aantal concerten (waaronder Progfest in de Verenigde Staten). Daarna toerden ze ook weer in Nederland, totdat in 2001 fluitist Sacha van Geest overleed en het echt over was met de groep.  Alhoewel, in 2020 begon Stips weer met optreden van het Supersister Project. Met drummer Leon Klaasse en Rinus Gerritsen (jawel die van de Earring) op bas.

Terug naar het begin van de 70er jaren. Er zijn een aantal nummers waar de kwaliteit van Supersister echt naar voren kwam. Ik heb gekozen voor het nummer Wow: bijna tien minuten genieten van deze band. Dit nummer is niet op een regulier album verschenen, maar wel later als bonustrack toegevoegd op Pudding En Gisteren. Voor mij laat deze track alles horen wat Supersister kon. Het fantastische samenspel, bijzondere muzikanten en altijd nummers met een twist. Ook bij dit nummer. Een band die helaas te kort bij elkaar is geweest.

Keuze Willem Kamps: Hatfield And The North – Share It (1975)

Alleraardigste mensen, de Canterburytjes

Met die extreem hoge energieprijzen en een gierende inflatie – nog nooit waren de dagelijkse boodschappen zo duur – ben ik maar gaan herlezen. Sorry boekverkopers, maar ik moet ergens op bezuinigen. Zo heb ik De Rotters Club van Jonathan Coe weer uit de kast gepakt en nee, geen moment spijt. Wat een geweldig boek is dat toch. Een schitterend tijdsbeeld van het Engeland van midden jaren zeventig over onzekere jongeren, hun getroebleerde en zoekende ouders, langdurige stakingen, politieke veranderingen en bomaanslagen, maar bovenal ook de omslag van prog naar punk.

De bandnamen van progbands vliegen je om de oren (zelfs Focus) en Clapton komt voorbij met z’n racistische uitspraken, gedaan in de Birmingham Odeon, terwijl ook een vroeg optreden van The Clash wordt bezocht dat uitmondt in een even onverwachte als heftige neukpartij. Daarnaast mijmeringen over onbereikbare liefdes, familieperikelen, standsverschillen, ongemakkelijke bezoekjes, overspel, explosies en verlies. Hoofdpersoon is Benjamin Trotter die met zijn zus Lois op school tot Bent Rotter en Lowest Rotter worden gebombardeerd. Wanneer Benjamin de (om redenen die ik hier niet zal verklappen) opgenomen Lois opzoekt, brengt hij het laatste album van Hatfield And The North mee: The Rotters Club, want dat zijn zíj! Híj en Lois, broer en zus, de Rotters Club.

Hatfield And The North is een samengaan van leden van Caravan, Egg, Gong en Matching Mole en de muziek ligt dan ook in dezelfde lijn, de Canterburylijn. Afzonderlijke muzikanten die telkens weer in wisselende samenstellingen bij elkaar over de vloer komen, en elke keer is het een feestje. Het is net een familie: de Canterburytjes. Alleraardigste mensen, leuke buren, maar wel een beetje complex. Muzikaal dan, en toch allemaal wat introvert. Het draait om de muziek, niet de muzikanten. Geen gekkigheid, geen extravagantie, op de mafketels van Gong na dan, maar zo heeft elke familie wel een buitenissige oom en tante.

Ook The Rotters Club is ingewikkelde, doorknede en tegelijk ingetogen prog, vermengd met Jazz en aangevuld met de stemmige, onnadrukkelijke zang van Caravan’s Richard Sinclair. Hoewel het album er eerder was dan het boek, geldt hier toch ook de regel: het boek was beter. Maar niks mis met, bijvoorbeeld, het voor de Canterburytjes ongewoon korte en zwierige Share it. Of Lois er van opknapte, toen Benjamin de plaat met haar had gedeeld, daarvoor zul je zelf De Rotters Club moeten openslaan, deze #mustread.

Keuze Quint Kik: Janet Jackson – Control (1986)

Piketpaaltje

Een paar weken terug zag ik eindelijk kans de tweedelige docu te kijken, die ik al geruime tijd op de Ziggo-box had staan. In twee delen van krap anderhalf uur – de Belg had de oorspronkelijke vier  episodes per twee aan elkaar geplakt – verhaalde de jongste telg uit de Jackson-familie over haar leven en kwamen haar moeder, broers Tito en Randy plus zus Rebbie en verschillende medewerkers opdraven om liefdevol hun bewondering over Janet uit te spreken. Ze koos geen makkelijk carrièrepad, overschaduwd als het zou worden door die ene broer en het debacle van de super bowl.

Wat ik allemaal leerde:
Haar broers verkochten stiekem snoep vanuit het raam van hun slaapkamertje in Gary, Indiana, waar ze met hun zevenen sliepen in één stapelbed.
Janet’s eerste huwelijk was met James Debarge, telg uit een andere grote familie die bij ons hits had met Rhythm Of The Night en Who’s Johnny.
Vader Joe, de tirannieke manager die de geestelijke gezondheid van zijn zoon Michael ruïneerde, blijkt ook gewoon een pater familias die zijn kinderen voor de boze buitenwereld wilde behoeden.

In de zesde klas – dat zou je nu groep 8 noemen – was ik net zo’n grote fan van haar, als ik in de derde klas van haar broer was. What Have You Done For Me Lately en Nasty (beide uit 1986) behoorden tot mijn eerste singletjes en van de Soul Show op donderdagavond nam ik bijzondere remixen van haar hits op (natuurlijk figureerde ze geregeld in ‘De Bond van D-d-d-doorstarters’). Van klasgenoot Edwin leende ik haar maxi-singles, die behalve de extra lange extended version ook nog a capella, instrumental en dub versions bevatten (waarmee ik dan zelf een poging tot remixen deed).

Jimmy Jam en Terry Lewis van de Time waren verantwoordelijk voor haar doorbraak en veel van de albums die later zouden volgen. Daar waren wel twee valse starts aan voorafgegaan, waarna Janet uit alle macht onder de vleugels van vader Joe wilde komen. De Time maakte weer deel uit van ‘de Prince-familie’, onder wiens regime Jam en Lewis beperkt de ruimte kregen om hun ding te doen: het oeuvre van de Time werd gedicteerd door hun broodheer. Er was beiden dus alles aan gelegen zichzelf te bewijzen. Met Janet’s derde album Control (1986) slaagden ze daar met vlag en wimpel in.

Het titelnummer werd als vierde single van het album getrokken, maar aan die korte versie (evenals op de maxi) ontbrak die superspannende opbouw met dat gesproken intro – Janet’s statement of intent – waarmee ze de piketpaaltjes sloeg voor de nieuwe richting die ze met haar carrière op wilde:

This is a story about control
My control
Control of what I say
Control of what I do
And this time, I’m gonna do it my way (My way)
I hope you enjoy this as much as I do
Are we ready?
I am
‘Cause it’s all about control (Control)
And I’ve got lots of it

Alle misère die haar later ten deel viel ten spijt: die controle zou ze niet meer uit handen geven. Als er iets is dat die docu duidelijk maakt, dan is het dat Janet een bewonderenswaardig sterke en veerkrachtige vrouw is, die haar familie trouw bleef en die op haar 50ste zelf haar eerste kind kreeg. Van je familie moet je het hebben? Integendeel!

Keuze Guido Antunes: Gerard McMann – Cry Little Sister (1987)

Weird

Wanneer je als tiener in de jaren tachtig naar de bioscoop gaat, is het verstandig ook te letten op de soundtrack. Films als Singles, The Breakfast Club en The Blues Brothers hadden een levendige soundtrack. Een favoriete soundtrack van mij was die van The Lost Boys. Een horror comedy over vampiers met onder ander Kiefer Sutherland, die me als film weinig deed. Maar met muziek door Roger Daltrey die Elton John covert, Echo & The Bunnymen met een nummer van The Doors en Lou Gramm was de bombast om van te genieten.

Een van de artiesten waar ik nog nooit van gehoord had was Gerard McMann. Sterker nog ik herkende hem helemaal niet en kon ook niets vinden. Zijn lied was het thema van deze film, en de track was de reden waarom ik bleef wachten tot de aftiteling om te weten welke artiest dit nummer zong. Een nummer dat start met spannende trommelslagen en een synth. Daarna begint het gezang. Rustig aan met een uithaal, rustig aan met een uithaal, refrein en dan hoor je ineens een kinderkoor. Weird. En toch ben ik gegrepen. Waar gaat dit heen? Heeft het nummer nog een climax? Met een kerkorgel in een nummer mag je er zeker van zijn dat dit geen standaard popsong is. Wederom weird. Maar lekker weird. Luister maar eens naar Gerard McMann’s Cry Little Sister!

Keuze Marco Groen: Tracy Bonham – Mother Mother (1996)

Een nummer met violen

Tracy Bonham is het leuke buurmeisje dat tijdens een straatbarbeque de hele buurt een glimlach op het gezicht tovert met haar zang en gitaar. Zo komt ze tenminste over: als een ietwat naïef, ongecompliceerde vrouw die het vooral anderen naar de zin wilt maken.

Dat is slechts deels waar. Wie haar debuutalbum The Burdens Of Being Upright voor de derde keer beluistert, komt tot de ontdekking dat er achter die eerste indruk een persoon schuilt die al vroeg in haar leven mentaal tegen de nodige muren gelopen is. Voor een artiest is dit natuurlijk een geweldig gegeven, want je eigen ellende verwerken in je composities is meestal een prima recept voor goede muziek.

Dat doet Bonham met verve. Zo laat ze in (misschien wel haar beste nummer) Shark’s Can’t Sleep horen hoe wispelturig de geest kan zijn: de ene dag wil je de rest van je leven bij iemand blijven, de dag daarop doet die persoon jou juist niets meer. in The One, dat op hetzelfde album te vinden is, geeft ze een inkijkje in hoe je geestelijk afhankelijk kan zijn aan iemand, terwijl die niet bepaald het beste met jou voorheeft. Beide nummers laten duidelijk ambivalentie zien in hoe ze op dat moment in het leven stond, een patroon dat zich voortzet met haar hitje Mother Mother.

I have a hard time communicating in real life and I’m a people pleaser. I want to make sure everybody’s OK, especially my mother’ zo vertelt Bonham over haar bekendste nummer. I didn’t want her to worry about me, but I was a typical teenager, and into my 20s I was getting into a lot of trouble and making really stupid decisions in my life and suffering. I would call home and didn’t want her to know about it.

Iedere jongvolwassene die onlangs het ouderlijk nest heeft verlaten herkent dit natuurlijk onmiddellijk. Je eigen pad zoeken, fouten maken, maar wanneer je moeder vraagt of alles wel goed gaat everything is fine gillen. Ook al is dat niet zo. Dat gillen ging Bonham trouwens niet goed af. Ze heeft daar de stem niet voor. Nu is Mother Mother niet compleet zonder die zinsnede; niettemin had het gevolgen: haar stembanden trokken het niet, waardoor ze de nodige concerten moest afzeggen. Niet fine.

In tegenstelling tot wat wel eens gedacht wordt is Bonham niet boos op haar mama. Ze is alleen hongerig, voelt zich vies en wordt een beetje gek. Dus het gaat prima.

Keuze Remco Smith: Queens Of The Stone Age – Little Sister (2005)

Ondergewaardeerd

Het kan aan mij liggen, maar wat mij betreft is Queens Of The Stone Age een ondergewaardeerde band op dit onvolprezen forum. Slechts twee keer is QOTSA voorbij gekomen in een battle (twee keer door ons opperhoofd trouwens). Zelfs bij de drugsbattle is Feel Good Hit Of The Summer genegeerd. Nooit was er een individuele bijdrage geweest waarin iemand zijn of haar liefde voor QOTSA heeft beleed. Waar zou hem dat in zitten? Is QOTSA al weer te groot voor ons snobs? Radiohead en Queen komen nog wel steeds met regelmaat in voor, alleen de grootte van de band kan het hem dus niet zijn. Of zou het donkere randje van Homme belemmerend zijn? Zijn ex Brody Dalle heeft getuigd over ‘domestic violence’ in 2019, Homme houdt het er op dat het geweld over en weer was. Het blijft een interessante vraag: kun je nog van iemands kunst genieten als de maker in een kwaad daglicht staat? In de muziekhistorie wemelt het er van: James Brown, Phil Spector, Ryan Adams, Michael Jackson, noem maar op.

Laat ik maar gewoon uitkomen voor mijn liefde voor de muziek van QOTSA. Ik kan mij nog zo goed herinneren: ik zat naar TMF te kijken en daar kwam opeens Feel Good Hit Of The Summer voorbij, met een bevreemdend interview met Homme. Muziek als dat had ik nooit gehoord. Haast Teutoons, dat repeterende van riff en opsomming van genotsmiddelen. Het is alles wat QOTSA zo goed maakt. Compromisloos, zwaar, maar altijd met een beetje zonlicht erdoor. Met een haakje eraan dat wringt. En toch soort van dansbaar. En één van de weinige interessante rockbands van de afgelopen twintig jaar die met gemak een festivalterrein kan overrompelen.

Rated R en Songs For The Deaf waren wel de beste platen van QOTSA. Daarna was de kwaliteit wat wisselender, alhoewel ik …Like Clockwork ook een hele knappe vond. Lullabies For Paradise, de opvolger van Songs For The Deaf, beklijfde voor mij niet echt. Maar zoals dat dan gaat, ook op zo’n plaat staat dan nog één gouden liedje. Dat geldt ook voor deze plaat. Little Sister. Met killerrefrein. En koebel.

Keuze Alex van der Meer: Antony & The Johnsons Ft. Boy George – You Are My Sister (2005)

Het belang van Boy George

Voordat ze solo ging was Anohni (geboren als Antony Hegarty) de leadzanger van Antony & The Johnsons. Het tweede album van deze band, I Am A Bird Now, werd ontzettend goed ontvangen. Terecht, want het album is zo goed als perfect. Elk nummer is een hoogtepunt. Op dit Baroque Pop-album staan een paar van Anohni’s meest bekende tracks, zoals Hope There’s Someone en uiteraard ook het prachtige You Are My Sister.

You are my sister
And I love you
May all of your dreams come true

You Are My Sister is een duet. Anohni zingt dit nummer samen met Boy George. En dat is geen toeval. Voor de opgroeiende Anohni in de jaren tachtig was Boy George, vanaf het moment dat ze diens androgyne glorie op de hoes zag van het debuutalbum van Culture Club, een held. De glorieuze boodschap van Boy George werd luid en duidelijk overgebracht: je mag jezelf zijn! You Are My Sister was eerst een nummer over een mooie familieband met een zus. Maar vanaf het moment dat Boy George er dus bij betrokken raakte werd het nog eens zoveel meer.

Keuze Jan-Dick den Das: Fiction Plane – Two Sisters (2007)

Het kind van

Familie, een mooi onderwerp voor een battle. Je kan er alle kanten mee op zo is de zanger van het bandje wat hier centraal staat de zoon, dus familie van een bekende zanger. Joe Sumner – de zoon van Sting – is zanger/bassist van Fiction Plane. De appel valt niet ver van de boom kunnen we wel stellen en Fiction Plane is een anagram van Infant Police. Infant Police of te wel het kind van The Police.

Fiction Plane heeft maar één hitje gehad en dat gaat, je kunt het al raden over familie. Two Sisters was in 2007 een bescheiden hitje voor de mannen. Het nummer klinkt tot op de dag vandaag gewoon nog erg lekker, een heerlijk gitaarintro en de prettige zangstem van Joe Sumner maakt het zeer goed te verteren. Zoals gezegd het nummer handelt over twee zusjes, Joe vindt beide nogal leuk maar goed je moet een keuze maken.

I’m in love with two sistersOnly weapons can decideWhose bed I share tonight

Eigenlijk onbegrijpelijk dat het maar bij één hitje is gebleven, want kwaliteit hadden de heren van Fiction PLane wel. Je zou denken het zit wel in de genen om succesvol te zijn, maar zo gemakkelijk gaat het schijnbaar niet. En toch het album Left Side Of The Brain waar Two Sisters op staat herbergt toch meer kleine parels die veel meer aandacht zouden moeten krijgen. Wellicht een goede gelegenheid om daar nog eens aandacht aan te besteden in een blog. Tot die tijd doen we het nog even met Joe en zijn strijd met de twee zusjes.

Keuze Tricky Dicky: Dropkick Murphys – The Season’s Upon Us (2012)

Disfunctioneel

Er moet iets van mijn hart, want mijn BS-registratiemeter slaat inmiddels rood uit. De feestdagen naderen alweer met rasse schreden. Sinterklaassnoepgoed ligt alweer een tijdje in de winkels en inmiddels zijn enkele winkels en centra alweer met het opzetten van de Kerstshow bezig. Een eenzame Kerst voor sommigen en eentje met de verwarming op standje zuinig. Letterlijk en figuurlijk in de kou gezet vanwege het totale gebrek aan visie in de coalitie. Ook Prinsjesdag is weer de revue gepasseerd. Met opzet schrijf ik revue, want het is een toneelstukje door mensen die geen realiteitszin meer hebben. Volslagen vervreemd van de burger en verbaast kijken wanneer een journalist dit oppert. Niet snappen dat het geldbeluste Koningshuis uitgefloten wordt, want zij krijgen gewoon het volle pond erbij terwijl ze tot de rijkste huizen ter wereld behoren. Alex had solidair kunnen zijn en heel veel goodwill kunnen krijgen door er een keertje vanaf te zien. Afijn, ik heb er hier al eens over geblogd.

De coalitie heeft als mantra dat we het samen moeten doen; het komt inmiddels eufemistisch gezegd mijn neus uit. Samen roepen is gemakkelijk wanneer keer op keer blijkt dat de rekening voor het wanbeleid op een ander bordje gelegd wordt. Van je ‘familie’ moet je het hebben. Ministers en ambtenaren mogen zonder represailles (fors) over de scheef gaan. En zoals gewoonlijk lopen ze (op hopeloze afstand) achter de feiten aan, want zelfs de op stapel staande maatregelen schieten tekort waarvoor ze ‘royaal’ 16 miljard uittrekken. Maar ondanks de verlaging van de benzineaccijns en de BTW-verlaging op energie hebben ze mede door de gestegen prijzen toch nog bijna 6 miljard extra binnengesleept. Ze pretenderen het maximale te doen in moeilijke omstandigheden, maar we krijgen wederom een sigaar uit eigen doos. Wanneer Sinterklaas komt mag hij de hele coalitie in een grote zak meenemen, en wat mij betreft mogen ze publiekelijk eerst met de roe gegeven worden.

De prijzen stijgen de pan uit. We hebben circa 11% inflatie; een gevolg van de oorlog in de Oekraïne, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat sommigen prijsstijgingen gewoon ordinair winst-gerelateerd zijn. In 2021 was de inflatie in de eerste helft van het jaar een redelijke (gemiddeld) 1,5%, maar een jaar later is deze verachtvoudigd. Volgens het Centraal Plan Bureau ligt de inflatie lager; voor de goede orde dat zijn de cijfers waar onze regering haar beleid op bepaalt. Echter, in het CPB ‘mandje’ ontbreken inkomstenbelasting en sociale premies, de premie voor de zorgverzekering (en het eigen risico) en de aankoop van huizen en de daarmee samenhangende kosten. Iedereen voelt de pijn, maar hoe is het mogelijk dat in één van de rijkste landen ter wereld zoveel mensen een beroep op de voedselbank moeten doen en dit aantal zo exponentieel groeit. Ruim één op de tien huishoudens kan niet meer rondkomen en meer een derde van alle huishoudens in Nederland heeft moeite om alle rekeningen te betalen.

Het wordt dus hoog tijd voor de broodnodige en lang uitgestelde belastinghervorming, want juist de belastingen (en dus ook BTW) zijn in hoge mate verantwoordelijk voor de problemen van de burgers. Een voorbeeld: indien je in het guldenjaar 2000 (bruto) ƒ 100.000 verdiende had je een heel erg goed salaris, maar anno 2022 heb je met € 45.000 een gemiddeld middenklasse-salaris toch echt moeite alle levensonderhoudskosten van huisje, boompje, beestje te betalen. Het probleem zijn met name de belastingen, want behalve de inkomsten en loonbelasting zijn met name de gemeentelijke belastingen in de loop der jaren fors gestegen. Tevens werden de belastingen op verpakkingsmaterialen, afvalstoffen, brandstoffen, energie, grond- en leidingwater ingevoerd of verhoogd. De basiszorgverzekering stijgt vanaf 2010 van € 90 naar € 137 per maand in 2023. Het eigen risico van de zorgverzekering steeg in dezelfde periode van € 165 naar € 385 met dank aan VVD-er Hans Hoogervorst die stelde dat de vrije marktwerking alles goedkoper zou maken. Stop toch met de bovenmatige belasting op loon, want extra werken is totaal oninteressant geworden. En waarom moet het gespaarde vakantiegeld extra belast worden? Successierecht? BPM? OZB? Overdrachtsbelasting? Hondenbelasting? Rioolheffing (gebruikersdeel)?

Er is heel veel (achterstallig) werk aan de winkel, maar zoals altijd is de coalitie te laat met maatregelen. Een gevalletje van de put dempen wanneer het schaap allang verdronken is. De vergroening in de huidige vorm is geen haalbare kaart en kost handen vol geld (dat er niet is) en bovendien een minuscule druppel op een gloeiende plaat zolang China, India, Rusland en de V.S. niet volmondig meedoen. Ik heb nog geen minister gehoord over het toekomstige probleem van de afvalberg van accu’s van de elektrische auto’s, de windmolens en zonnepanelen. Biomassa blijkt juist vervuilend, maar Groen (in het algemeen) wil haar verlies niet toegeven en dus vindt Jetten het onbehoorlijk bestuur om € 8 miljard (!) toegezegde subsidies per direct te stoppen. Wat een slap excuus. Onbehoorlijk bestuur is de Groningers met huizenschade niet te betalen, de toeslagouders niet te vergoeden en de uit huis gezette kinderen terug te brengen, vele tientallen miljarden in luchtfietserij te stoppen, accepteren dat vele Nederlanders hun rekeningen niet kunnen betalen en de achterlijke intentie de AOW te willen loskoppelen van het minimumloon (want de oudjes hebben het al zo goed); de laatste is gelukkig door de Eerste Kamer geblokkeerd. Tevens denkt Jetten dat bezuinigen op de energierekening leuk gemaakt moet worden, terwijl de uitgeperste burger watertrappelt om het hoofd financieel boven water te houden. Zelfs de trouwe volgers van Groen kregen de warmtepomp op de neus. Doe je wat het kabinet wil en vis je achter het net; dan voel je je toch goed berutteld. En gewoon een lezing geven in plaats van opdraven tijdens de beschouwingen, maar ja… het bleek dat de E.U. de vloer met hem aanveegde toen hij over de energie-plafondregels begon en daarop wil je liever niet aangesproken worden.

Rutte sloft van crisis naar crisis (en heeft zijn doel gehaald; de langst zittende premier worden), maar zijn grijns heeft inmiddels meer verwantschap met die van The Joker. Kaag beloofde transparantie, maar dat zal wel met het dagelijks poetsen van haar uilenbril te maken hebben. Us Wopke heeft de rekening voor zijn zwabbergedrag gekregen en de wijze waarop hij het integere kamerlid Omtzigt behandelde. Zelfs zijn ultieme poging de kiezers weer op zijn hand te krijgen door andere CO2 voorwaarden te opperen durfde hij niet door te zetten, met als gevolg dat het ongeloof over hem en het CDA alleen maar groter is geworden. Zelfs het CU heeft in de peilingen meer zetels, terwijl deze slechts uitblinken door de verkeerde man op de verkeerde plek te zetten. Binnen negen maanden zijn er nog maar 17% van de kiezers die de politiek vertrouwen en de coalitie zou bij een nieuwe verkiezing in zetels gehalveerd worden.

Ik vergelijk de coalitie met de disfunctionele familie van Dropkick Murphys. Iets waar niet niet onderuit kan komen, maar diep in je hart zo snel mogelijk afscheid van wilt nemen.

Keuze Leendert Douma: Aafke Romeijn – Terecht II (2014)

Broer is weg

Het is de angst. Nee, pure paniek. Dat is het.

Broer is weg! Ze zoekt in de velden, op de geestgronden, in de duinen. Het stukje bos. Brroeoeoeeeeerrr! Brroeoeoeoeoeoeoertjee! Ze zoekt op het strand. Zijn nummer al zo vaak getoetst. Hij was de laatste tijd zo…

Fuck!

Ze heeft een knoop in haar buik. Brrroeoe-oeoeeerrrr! Waar bèn je nou? Het is stil hier op het strand. Hij zal toch niet… neeeh… dan moet hij wel heel ver… de zee… Het water zwijgt en zwart. Golfjes rollen zacht, niets-aan-de-hand-achtig het zand op. Nee, dat kan niet. Daar kan hij niet zijn. Maar waar dan wel? Broer, ik hou zoveel van jou. Ga nu niet…

Het wordt al laat. Het is nog licht. Er komen steeds meer roze wolken in de lucht. Een vliegertouw wordt ingehaald. Broer, waar ben je nou? Het is stil. Ondraaglijk stil. Eerst het water, dan een stukje gladzand en dan al die kleine ribbeltjes. Dat vond je toch zo fijn? Broertje, zet daar je voeten nog eens in. Je was altijd al het mooiste als je speelde.

Dan rent ze de strandopgang weer op. Dat is al de derde. Het zand is warm en dun. Rusteloos. Ze loopt daar hoog en laag. De donkergroene struiken. Brrroeoeoeeerrrr! Ze speurt en schreeuwt. Het is vast nog niet te laat.

Kijk.

Ik vond je terug in de duinen met je mond in het zand.
Je leek wel blauw maar ik weet beter.
Je was altijd al het mooiste als je speelde.
Kom, we gaan naar huis.
Ik heb een hut voor je gebouwd.
Het is al bijna half acht en het eten wordt koud.
Als je handen en de wind beweegt je haar.
Ik zie een boot of verbeeld ik me dat maar?
Ik wil dat je m’n naam zegt en dat je erbij lacht,
of is dat iets wat je niet van een broertje vragen mag?
Er hangen kilo’s roze suikerspin als wolken in de lucht.
Bel jij mama even dat je terecht bent? Ze is vast ongerust.

Keuze Hans Dautzenberg: Israel Nash – Willow (2015)

Van generatie op generatie…

Op de dag die je wist dat zou komen trek je de deur achter het ouderlijk huis dicht. De warme geborgenheid laat je achter je, op weg naar antwoorden die je elders moet zoeken. Je breekt los om je eigen weg te vinden. If I could I would stay, zong Krezip, om te vervolgen met: I have to learn, have to try, have to trust I have to cry – Have to see, have to know that I can be myself.

Zo ook Israel Nash, de Amerikaanse singer-songwriter. In het prachtige Willow, opener van zijn vierde album Silver Season, bezingt hij hoe hij thuis en familie verlaat en op zoek gaat. Maar het is ook, zo verklaart hijzelf een boodschap aan zijn dochter Willow. Wat die boodschap is, blijft voor mij een beetje een mysterie, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de muziek.

Op het eerste gehoor klinkt Willow als een betrekkelijk eenvoudig, doch warm geproduceerd Countryliedje (al opent het met een soort mellotron achtig geluid, dat eerder bij Sgt. Pepper past), maar door de mooie gelaagdheid krijgt het nummer als snel een brede muzikale connotatie. Het neemt je mee in een mix van nostalgie en melancholie. Precies het gevoel dat je hebt als je familie, huis en haard verlaat: je wilt niet, maar je weet dat het moet. Maar ook precies het gevoel dat je later zal voelen. Later, als je eigen kinderen het huis verlaten. Je wilt dat ze blijven, maar je weet dat ze gaan. Voor die momenten is dit de soundtrack.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.