De vroegste rock ‘n roll deed niet aan lange liedjes. Uit noodzaak, een beetje vinylsingle had slechts ruimte voor liedjes van drie minuten. Die beperking heeft klassiekers opgeleverd als Johnny B. Goode, Peggy Sue, Jailhouse Rock en Summertime Blues. Mooie liedjes duren niet lang. Grote artiesten en bands uit de jaren vijftig en zestig hebben altijd minstens één liedje van onder de twee minuten in hun oeuvre: Ray Charles, Tom Jones, Everly Brothers, The Box Tops. Zelfs de eerste singles van de Beatles (Please Please Me, From Me To You) en de Stones (Come On, I Wanna Be Your Man) haalden amper de grens van twee minuten.

Later in de jaren zestig en de jaren zeventig werden de songs langer (hallo Pink Floyd), maar korte liedjes zijn nooit helemaal weggeweest. Vraag maar aan de punkacts die de progrockers een schop onder de kont gaven: The Clash, The Undertones, Buzzcocks, Ramones. Waarom heb je een plaatkant nodig om je punt te maken? Het volledige oeuvre van Minor Threat past met een beetje aanduwen op één elpee. Ultrakorte songs behoren tot de standaarduitrusting van de punkrock: Black Flag, Hüsker Dü, Minutemen, Meat Puppets, Rancid, Hang Youth.

Anno 2021 zijn we terug bij af. Al is niet vinyl de reden, maar het verdienmodel achter streaming: twee liedjes van twee minuten leveren twee keer zoveel op aan inkomsten als één liedje van vier minuten. Old Town Road van Lil Nas X duurt in de originele versie nog geen twee minuten en was de kortste Amerikaanse nr. 1 hit sinds 1965. Vorig jaar stond een remix van Wellerman in de Nederlandse Top 40 op de hoogste sport. Speelduur: 1 minuut 56.

Vandaag een vervolg op Korte Liedjes-battle deel 1.

Keuze Willem Kamps: Q65 – Injection (1970)

Het is zo gebeurd

Lang verhaal kort, want veel woorden ga ik niet vuil maken aan een liedje van welgeteld 86 seconden. Nou ja, liedje. Lied impliceert dat er wordt gezongen en dat doet Willem Bieler niet. Hij houdt zijn kruit droog voor de rest van het album. Injection is de instrumentale opener van Afghanistan, de tweede langspeler van Q65. Een wat bij elkaar geraapte plaat ten opzichte van hun legendarische debuutalbum Revolution. Het lijkt een zoektocht te zijn naar een nieuw geluid. Luister eens naar het verschil tussen het dreigende Night of de hippie meezinger We Are Happy. Vooral weird, die laatste, maar wel om vrolijk van te worden.

Was Revolution een mijlpaal in de Nederlandse popgeschiedenis; Afghanistan is nochtans behoorlijk onderbelicht gebleven. Alleen de echte die-hard Kjoe-fans hebben ‘m waarschijnlijk in huis gehaald. Er stond ook geen enkele hit op. Ja, covers van hits van anderen: Long Tall Sally, A Whole Lot Of Shakin’ Going On en One Night in een rommelige live-medley op kant 2. Foute boel dus; een medley. Je bent verdomme James Last niet! Rare uitvinding sowieso. Speel de nummers helemaal of niet. De combinatie studio en live doet verder vermoeden dat er nog te weinig materiaal was. Had de zoektocht maar wat langer doorgezet.

Injection is de ultrakorte up tempo start van een beloftevolle plaat, gestoken in een prachtige met zilver en oranje bedrukte klaphoes, wat in die tijd (’70) behoorlijk vooruitstrevend was. Door dat flauwe rock ’n roll-gedoe wordt die belofte helaas niet helemaal ingevuld. Doe de lade van je cd-speler gewoon open na Night of draai je elpee niet om, stop ‘m weer netjes in de binnenhoes en terug in de kast. Zo. Toch weer meer woorden vuil dan gedacht. Klaar nu. Maar laat je wel even vaccineren met Q65. Het is zo gebeurd en, met een quote uit die vervelende medley: have some fun tonight.

Keuze Klaas Kloosterman: Kevin Ayers – Beware Of The Dog (1973)

Oh, You Rude Banana!

Obtain 15 pounds of ripe yellow bananas.
Peel all and eat the fruit. Save the peelings.
Scrape all the insides of the peels with a sharp knife.
Put all the scraped material in a large pot and add water.
Boil 3 or 4 hours until it has attained a solid paste consistency.
Spread paste onto cookie sheets and dry in oven for about 20 minutes. This will result in fine black powder. Usually one will feel the effects after smoking three to four cigarettes.

I said I feel really happy
Happy as can be
And I’m feeling free
She said you’re not happy
You’re just …

Keuze Guido de Greef: Afunakwa – Rorogwela (1973)

Bitter

Kinderliedjes duren niet lang. Of dat komt doordat ze al eeuwen van generatie op generatie zijn doorgegeven en er gaandeweg een coupletje of twee verloren is gegaan, of dat het komt doordat de aandachtsspanne van een kind niet al te groot is, weet ik niet. Maar ik heb wel een vermoeden.

Vanaf de eerste helft van de twintigste eeuw trokken muzieketnologen de wereld rond voor opnames. De bekendste is Alan Lomax, die in de jaren dertig en veertig pionierswerk verrichte en Amerikaanse Folk en Blues vastlegde. Later trok hij naar Europa en het Caribisch gebied. Maar Lomax was lang niet de enige. Alan P. Merriam trok door Afrika, Charles Duvelle bezocht Afrika en Papoea-Nieuw-Guinea en Robert E. Brown reisde door Indonesië. Die laatste bedacht de term wereldmuziek. Een term die in de praktijk vooral verbonden is met schimmige rechtenkwesties.

De Zwitsers-Franse muzieketnoloog Hugo Zemp trok in 1970 naar de Solomoneilanden waar hij vooral kinderliedjes opnam. Op het eiland Malaita trof hij een jonge vrouw, Afunakwa, die het liedje Rorogwela in het Baeggu zong; een taal die tegenwoordig door zo’n 6000 mensen wordt gesproken. Het is een treurig kinderliedje, over twee kinderen die wees zijn geworden. De eerste regels laten zich vertalen als:

Klein broertje, klein broertje, stop met huilen
Ook al huil je nu, ik zal je dragen
Wie zal er voor ons zorgen, nu we wees zijn geworden?

Rorogwela belandde in 1973 op een elpee van UNESCO, maar raakte in de vergetelheid. Tot 1992: toen sampleden Michel Sanchez en Éric Mouquet Rorogwela voor de single Sweet Lullaby en bereikte het liedje een miljoenenpubliek. De videoclip, met een meisje op een driewieler dat de wereld over fietst, droeg bij aan het succes. Er werden drie miljoen exemplaren van de single verkocht. De titel Sweet Lullaby is bitter. Ik betwijfel of Sanchez en Mouquet wisten waar het liedje over ging. Of dat ze wisten wie de rechten op het liedje had. Afunakwa overleed eind jaren negentig. Zemp heeft jarenlang tevergeefs gestreden voor compensatie voor de bevolking van Malaita.

Rorogwela duurt slechts 1 minuut 41. Daarin verschilt het weinig van Slaap Kindje Slaap of Vader Jacob. Kinderen uit de Solomoneilanden hebben vermoedelijk net zo’n ruime aandachtspanne als Nederlandse kinderen. Maar de thematiek is anders. Er is niks zoet of lief aan een liedje over twee kinderen die wees zijn geworden.

Keuze Martijn Janssen: Elvis Costello – Mystery Dance (1977)

Pure rock ‘n’ roll frustratie

We houden deze bijdrage kort, anders ben je langer aan het lezen dan dat het nummer duurt. Hoewel zijn platenmaatschappij probeerde om Elvis Costello bij zijn debuut aan te laten haken bij de opkomende punk beweging kon dat natuurlijk nooit lukken. Ja, hij had zeker wel de arrogantie en scherpe tong maar de rest zei toch wat anders. Als nerdy IT-er met prominente bril leek hij toch wat minder tegen de maatschappij aan te kunnen schoppen.

Als aangescherpte versie van Buddy Holly bracht hij wel de rock ‘n’ roll muziek naar de jaren zeventig. Mystery Dance zegt alles wat het moet zeggen onder de 100 seconden. Romeo en Julia als verliefd stel en het seksuele gestuntel van beiden als de mystery dance van de eerste keer. Rock ‘n’ roll wil maar niet volwasen worden.

Keuze Tricky Dicky: The Police – Fall Out (1977)

Zelden was een titel toepasselijker

Korte liedjes. Het is natuurlijk subjectief, want er zijn liedjes die een kwartier duren en waarbij ik het gevoel heb dat het maar twee minuten duurt. Tegelijkertijd zijn er waarvan ik het gevoel heb dat er geen einde aan komt. Afijn, voor de battle van vandaag vochten Nick Curran & The Lowlifes (Psycho), Love (7 And 7 Is) of iets punkigs om de eer. Het werd het laatste.

In mei 1977 neemt The Police hun eerste singletje op: het net iets minder dan twee minuten durende Fall Out voor slechts £ 150. Het trio bestaat uit Copeland, Sting en Henry Padovani. Tegelijkertijd wordt Sting door Mike Howlett gevraagd bij zijn band te komen: Strontium 90. Zanger/bassist Howlett had net de progressieve rockband Gong verlaten. De door hem gewenste drummer Chris Cutler (Henry Cow) kon of wilde niet en Sting vroeg Copeland (ex-Curved Air) als zijn vervanger. Andy Summers (ex- Eric Burdon & The Animals) completeerde het quartet. De band speelde uiteindelijk op een Gong-reünieconcert in Parijs (mei); een van de liedjes uit die periode is Every Little Thing She Does Is Magic. Dat klinkt bekend in de oren, niet?

Sting vraagt Summers bij The Police toe te treden. Summers wil wel, maar eist dat Padovani de groep verlaat. Sting en Copeland twijfelen uit loyaliteit en tenslotte gaan ze kortstondig als quartet door. Na twee optredens en een mislukte opnamesessie stelt Summers een ultimatum. Padovani heeft namelijk zijn beperkingen als gitarist. Hij wordt ontslagen.

Het definitieve toetreden van Summers geeft het trio inspiratie en de nieuwe liedjes rollen er uit. Copeland’s broer leent de band £ 1.500 om Outlandos D’amour op te nemen, ondanks dat hij sceptisch tegenover de komst van Summers stond omdat hij het punkimago van de band zou schaden. Pas wanneer hij Roxanne hoort is hij om en regelt een platencontract bij A&M records. De rest is geschiedenis.

Keuze Quint Kik: Wire – Three Girl Rhumba (1977)

Leentjebuur

Misschien een wat al te gemakzuchtige keuze: Wire’s debuut Pink Flag uit 1977 is in zijn geheel al een statement op het gebied van kort maar krachtig. Nou zijn er wel meer punkbandjes die op dit terrein excelleren (Gabba Gabba Hey), maar 21 liedjes in dik een half uur (gemiddeld 1 minuut 41 per nummer) vind ik best een knappe prestatie. Het kan ongetwijfeld korter, maar daarmee zou de kracht verloren gaan van de afwisseling tussen ultrakorte vignetten als Field Day For The Sundays (28 seconden) en ijzersterke (post)punk singles als Mannequin (2m37s) en Ex-Lion Tamer (2m19s).

Nogal wat bands waar ik midden jaren ’90 naar luisterde liepen weg met Wire; REM’s Document bevatte een puike cover van Strange. Boss Hog – de band van mevrouw Jon Spencer – sloot haar live set af met 12xU. Elastica ontleende zelfs zoveel inspiratie aan Wire, dat plagiaat op de loer lag. Dus spoedde ik mij indertijd naar de bron van alle euforie: het eerder genoemde Pink Flag. Driekwart van de nummers klokt onder de twee minuten, een kwart blijft daarbij onder de minuut. Wat had een band als Wire te zoeken op het label van Pink Floyd, meesters van de (veel te) lang uitgesponnen jam?

Van die ‘kortjes’ staat Three Girl Rhumba (1m23s) bij mij met stip bovenaan. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik het de eerste keer hoorde; als twee druppels water het intro van Elastica’s Connection. Volgens de band moest je dit zien als een eerbetoon aan hun helden, maar het mocht niet baten: de gang naar de rechtszaal mondde uit in een credit voor Colin Newman als co-auteur. Veel leerde Elastica er niet van: toen de band vijf jaar naar haar debuut eindelijk met een opvolger op de proppen kwam, leek het nummer Nothing Stays the Same opnieuw verdacht veel op Wire’s Kidney Bingo’s.

PS: een battle-bijdrage over korte liedjes hoort qua lengte in lijn te zijn met het onderwerp. Deze is de helft korter vergeleken met eerdere bijdragen. Om leentjebuur te spelen bij Roxette: Don’t Bore Us, Get to the Chorus! In Three Girl Rhumba ontbreekt sowieso een refrein, ergo: missie volbracht.

Keuze Peter van Cappelle: Pink Floyd – Vera (1979)

Klein pareltje in groteske rockopera

Pink Floyd staat vooral bekend om hun lang uitgesponnen nummers die in een enkel geval een hele plaatkant besloegen (zoals Echoes op het album Meddle, met ruim 23 minuten jaarlijks het langste nummer in de Top 2000). Ook stonden ze bekend op hun groteske conceptalbums in de jaren ’70 en bijbehorende tournees. The Wall uit 1979 is daar natuurlijk het bekendste voorbeeld van. Een rockopera die deels gebaseerd is op de jeugd van Roger Waters die zijn vader nooit bewust heeft gekend, omdat hij vlak na de geboorte van Roger tijdens de Tweede Wereldoorlog was omgekomen bij de landing op Anzio op 22 januari 1944. Dat gemis verwerkte Waters op de albums The Wall en The Final Cut.

Het project van The Wall werd groots aangepakt met een tournee waarbij er letterlijk tijdens de concerten een muur werd opgebouwd en aan het einde weer werd afgebroken. Dit zou Waters ruim 30 jaar later opnieuw herhalen door opnieuw met The Wall te touren. Ik zag hem toen in 2011 in het Gelredome met een indrukwekkende nieuwe invulling van het concept. Waarbij er op de opgebouwde muur op het podium projecties werden vertoond. Veelal actuele projecties.

Zo ook bij het kleine liedje Vera van slechts 1:35. Een klein sober pareltje tussen al het groteske geweld en op het album komt het nog voor het magnus opus Comfortably Numb. Uiteraard refereert de tekst naar Vera Lynn en haar oorlogsklassier We’ll Meet Again. Bij de concerten van Roger Waters in 2010-2013 werd er tijdens dit nummer een video op de muur vertoond van militairen die terugkwamen van de oorlog in Irak en hun kinderen weer in hun armen mochten sluiten. Iets wat Roger Waters nooit meer heeft kunnen meemaken met zijn eigen vader. Zo werd het verleden en het heden met elkaar verbonden.

Keuze Alex van der Heiden: D.R.I. – Dead In A Ditch (1988)

Twee in één verhaaltje

D.R.I. oftewel Dirty Rotten Imbeciles nemen zichzelf niet al te serieus getuige hun bandnaam. Toch zijn de songteksten vaak (maatschappij)kritisch, maar wel regelmatig met humor. Het is natuurlijk makkelijk om in de punkhoek naar een kort liedje te zoeken, want die zijn er genoeg. Toch kwam dit punkcrossoverlied meteen in me op, omdat ie kort, maar krachtig is. In dit geval krijgt u de volledige songtekst mee.

A pretty young girl from the Oakland hills
Stole her dad’s car and all her mom’s pills
Got all fucked up and drove off a cliff
Ended up dead, dead in a ditch

Just like her mother always told her she’d end up
All fucked up, dead, dead in a ditch

Een kort en triest verhaal dat weinig aan de verbeelding overlaat. Los van de treurige dood zit de clou toch wel in de laatste twee zinnetjes waar moeder de zelf vervullende profetie heeft gedaan. Bij die twee zinnen kun je een compleet aanvullend verhaal bedenken. Ik vind dit korte nummer ook muzikaal briljant. Natuurlijk is het lekkere recht toe recht aan thrash/punk, maar de stops in dit nummer zijn zo gemaakt dat je de tekst automatisch repeteert in je hoofd. De laatste keer Dead In A Ditch wordt door de gitaar meesterlijk twee keer herhaalt zodat je met je hoofd in de greppel achterblijft. Dead, Dead In A Ditch.

Keuze Remco Smith: Pixies – Allison (1990)

Perfect zoals het is

Korte liedjes. Uiteindelijk zou de duur van een liedje er niet toe moeten doen. Als je niet oppast wordt het een maniertje, net zoals extreem lange liedjes een maniertje kunnen worden.

Allison van Pixies duurt één minuut en zeven seconden. En het heeft niets meer nodig. Het is perfect zoals het is. Intro waardoor je meteen in het liedje zit. Couplet, refrein, met die fijne combinatie van stemmen van Black Francis en Kim Deal. Gitaarsolo van Joey Santiago. Nog een kort couplet en klaar. Meer dan die minuut Allison hebben Pixies niet nodig om een verpletterende indruk te maken.

Keuze Vincent van der Vlies: Ignite – In My Time (1994)

Uniek

Van alle muziekgenres zullen punk en hardcore naar alle waarschijnlijk de stromingen zijn met de grootste relatieve hoeveelheid korte liedjes. Couplet-refrein-couplet-refrein-brug-refrein en alles op 140-160 bpm en klaar. En waarom ook niet, want de nummers moeten ook niet te lang zijn om de fans in de pit niet even op adem te kunnen laten komen. Kortste nummer dat ik ken is van Madball. Zes seconden schoon aan de haak, maar vooral een gebbetje denk ik, hoewel er ook serieuze nummers zijn van tussen de 50 en 150 seconden.

Maar goed, waarom Ignite en waarom dit nummer? Zoals wel vaker in Amerikaanse muziekstromingen heb je een Eastcoast en een Westcoast variant. De Westcoast variant is dan – voor wie het wil horen – een wat zonniger alternatief van de Eastcoast variant. En het Californische Ignite is in de eerste plaats gewoon een heel goede melodische hardcore band. Voor sommigen zal het tegenwoordig zelfs richting een soort avant-gardistisch emoband neigen, maar dat doet de band geen recht. Daarnaast is de band een uitzondering op de regel dat een nieuwe zanger vaak geen verbetering is. De eerste twee zangers deden een aardige poging om de band op gang te krijgen (inclusief eerste platendealtje), maar pas toen Zoltan (Zoli) Teglas er als zanger bij kwam raakte de band op stoom. De reden daarvoor is dat hij naast Keith Caputo wat mij betreft de beste zanger is in de hardcore scene. Zijn stem en bereik zijn echt geweldig. Dus ja hij droeg de band met zijn stem enorm, maar de band was meer dat die stem alleen. De combinatie met de melodieuze baslijnen en gitaren die in veel van de nummers terugkomen maken dit tot een unieke band.

Dit nummer van 1 minuut 15 is een ode aan het tegengaan van haat en de mooie invloed van goed doen voor een ander.  En daar kan ik mij wel in vinden. Het bestaat uit twee coupletten en refreinen (geen brug) maar is daarmee ook af. Dit nummer heeft gewoon niet meer nodig dan dat, want het staat zo ook als een huis.

Ik zou nog veel meer kunnen en willen zeggen over de band en de dingen die ze voor Sea Shepherd deden, de invloed van de Hongaarse komaf van Teglas op zijn muziek, zijn (niet al te succesvolle?) tijd als zanger in Pennywise en dat er net twee nieuwe nummers met een nieuwe zanger verschenen zijn, maar laten we het vooral kort houden.

Keuze Alex van der Heiden: De Raggende Manne – Gas (1995)

Actueler dan ooit

Het is actueler dan ooit en geen talkshow of krant zwijgt erover: Gas. De Raggende Manne die een patent hebben op hele korte nummers slaan vandaag de spijker op zijn kop.

Keuze Jeroen Mirck: Sparklehorse – Heart Of Darkness (1995)

Verdrietig en teder tegelijk

Minder is meer. Daarom ben ik dol op korte liedjes. In minder dan twee minuten kun je met muziek enorm veel zeggen. Sterker nog: in minder dan een minuut kan dat ook prima. Geniaal in dat opzicht is Whack World (2018), het debuutalbum van rapper Thierra Whack met vijftien tracks die allemaal exact één minuut duren. Maar denk ook gerust aan punk, aan De Raggende Manne uit eigen land of de iconische Pixies, van wie ik bij uitstek blij wordt door hun snelkookpan Allison  – een nummer van 1:17 waar werkelijk alles in zit wat een rocksong goed maakt, maar dan in de turbostand. Het kan nog korter: slechts tweeënzeventig tellen duurt Walkaways, het desolate slotnummer van Recovering The Satellites (1996), het hitalbum van Counting Crows. Zanger Ian Duritz bezingt daarin het weglopen uit een moeizame relatie, waarna het liedje zelf ook ineens vertrekt als een dief in de nacht.

Allemaal prachtig, maar ik kies uiteindelijk toch voor een persoonlijke favoriet, van een album dat ik te allen tijde zou meenemen naar een onbewoond eiland: Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995) van wijlen Mark Linkous, beter bekend onder zijn artiestennaam Sparklehorse. Lange titel, maar een album vol compacte altfolk-liedjes die vaak heel rudimentair zijn opgezet, onaf bijna, met allerlei gekke kraakjes en samples. Of soms alleen maar een oude gitaar en wat lome drums. Mooi en indringend is Heart Of Darkness, waarin Linkous in 1:51 een ontmoeting van twee geliefden schetst, waarbij de somberheid van de man (de singer-songwriter worstelde zelf met depressies) overslaat op de vrouw. Toch hebben ze een romantisch moment, met one last dance in this parking lot. Verdrietig en teder tegelijk. Een hele relatie samengevat in tien tekstregels en nog geen twee minuten muziek.

Keuze Marco Groen: Liam Lynch – United States Of Whatever (2003)

Het beste liedje van 2003

Het is geen onbekend verschijnsel: bandleden die een kortdurend niemendalletje schrijven om deze onder hun eigen naam op een te verschijnen album plaatsen. Een beproefde methode om net wat meer royalty’s per verkocht exemplaar binnen te kunnen harken. Het meest treffende voorbeeld daarvan wat mij te binnen schiet is Pigs On The Wing (Pt. 1 + 2) van Pink Floyd; twee nietszeggende composities van Roger Waters. Beiden zijn te vinden op (vanzelfsprekend) een Pink Floyd-album, maar dit had net zo goed een soloproject van Waters kunnen zijn. Het was achteraf gezien het eerste teken aan de wand van de persoon die Waters uiteindelijk zou worden. Toch betekent een kort nummer op een album niet persé dat het werkje geïnspireerd is op het vullen van de portemonnee. Er zijn talrijke werkjes te vinden die zeer de moeite van het beluisteren waard zijn. Denk hierbij aan Bone Machine, There Goes My Gun of Mr. Grieves van Pixies.

Een nummer dat moeiteloos in bovenstaand rijtje past is United States Of Whatever van Liam Lynch, een niet (zo heel erg) serieus nummer dat de Amerikaanse jeugd op de hak neemt. Het – nogal vaak – gehanteerde ‘whatever’ speelt hierin de absolute hoofdrol. Whatever was en is een frase om publiekelijk jouw opperste afkeuring en/of totale desinteresse over iets of iemand uit te spreken. Hier hoort een minzame blik bij, het liefst gecomplimenteerd door een lichaamshouding die pure arrogantie uitschreeuwt. Lynch, eigenlijk een komiek, zag hier wel brood in. Het zou zijn meest succesvolle solonummer worden, hoewel het in Nederland niet hoger dan een 78ste plaats zou komen.

Aan deze kant van het water was het de eerste openlijke kennismaking met Lynch. Dat is vrij opvallend, want Liam is nogal een bezige bij. Buiten zijn grappenmakerij om is onder meer werkzaam als producer, gitarist, filmmaker en schrijver. Hij werkte bijvoorbeeld mee aan de films The Pick Of Destiny en The School Of Rock, schreef 12 solo-albums en is te horen als achtergrondzanger op Make It Wit Chu van de Queens Of The Stone Age. Buiten dat alles om vind hij nog tijd om videoclips op te nemen voor artiesten als They Might Be Giants, Foo Fighters, No Doubt, Qotsa. Ook maakte hij artwork voor Them Crooked Vultures en nam podcasts op met mensen als… Whatever; gewoon luisteren.

Keuze Lenny Vullings: Mark Lanegan – Bombed (2004)

Kauwgom, bommen, en relatieproblemen in één minuut

In een eerder blog bij de battle over Johnny Cash gaf ik al een ode aan de kleine nummers: nummers die simpel, kort, en kaal zijn. Dit type nummers krijgen altijd een speciaal soort liefde van me, zeker als het op een album staat met verder veel complexere nummers; vergelijk het met wanneer je een kunstcollectie vol schilderijen van Jackson Pollock thuis hebt, en je driejarige koter hangt er een rode waskrijtveeg op een gele post-it bij – is het dan minder mooi? Nee, natuurlijk niet.

Afijn, ter zake. Dit prachtige thema valt perfect te combineren met een recente oproep (van mij) tot meer Mark Lanegan op Ondergewaardeerde Liedjes. Inderdaad, de oud-zanger van Screaming Trees en oud-lid van Queens Of The Stone Age is amper tot niet vertegenwoordigd en dat vind ik ronduit schandalig. De beste man klinkt weliswaar als een zingende asbak die ’s ochtends grind bij z’n cornflakes gooit, maar wat een briljant oeuvre heeft hij opgebouwd, wat mijns inziens nergens beter wordt dan op het album Bubblegum.

Op Bubblegum wisselen stampende Bluesrock en ingetogen, akoestische muziek elkaar af, zonder ook maar ergens aan urgentie of emotie in te leveren. Deze tweede categorie bereikt een toppunt op de plaat wanneer Bombed begint. Vier gebroken powerchords op een akoestische gitaar vormen de enige begeleiding voor Lanegan en zijn toenmalige vrouw, van wie hij niet lang hierna zou scheiden. Lanegan had het nummer in een paar minuten geschreven, zette zijn vrouw (zangeres Wendy Rae Fowler) voor de microfoon, en liet haar meezingen terwijl ze het voor het eerst hoorde. Rae Fowler loopt soms achter en zoekt de melodie, wat niet alleen voor een vrij ‘spooky’ effect zorgt, maar ook hele spontane en harmonieuze samenzang oplevert. Of het netjes is om je vrouw zonder het te melden een nummer te laten zingen wat over je stuklopende relatie met haar gaat, laat ik even in het midden. Echter, ik kan me inbeelden dat menig psycholoog er geprikkelde speekselklieren aan overhoudt.

Klokkend op 1:08 is Bombed verreweg het kortste nummer op Bubblegum, maar wellicht is het ook het belangrijkste. De doorlopende thematiek van stuklopende relaties en bijkomende neerslachtigheid of verveling komt zelden zo prominent naar voren, mede ook door de spaarzame begeleiding. Men kijkt sneller naar de tekst: en dat loont bij Bombed. Luister, luister goed, en in 1 minuut kun je alles achterhalen wat een album van 50 minuten in de kern te betekenen heeft. Niet voor niets komt de titel van het album uit dit nummer:

When I’m bombed I stretch like bubblegum
And look too long straight at the morning sun

Keuze Marleen de Roo: Jamie N Commons – Hold On (2011)

Rotsvast a capella nummer 

Om met een kort liedje indruk te maken, moet je meteen knallen. Helemaal losgaan. Althans dat doen sommige mensen je geloven. Maar korte liedjes hebben juist niet veel nodig om indruk te maken. Dat bewijst Jamie N Commons met Hold On, een rustig nummer, volledig a capella opgenomen. Alleen de handen en de stemmen van Jamie en zijn bandgenoten maken dit nummer.

Als je zingt zonder instrumentale begeleiding, moet je zangstem en het nummer wel ijzersterk zijn. Hold On klinkt in eerste instantie als de soundtrack van een western waarin de hoofdpersoon gevangen zit. Maar het heeft een diepere laag. In The Guardian staat dat Jamie in het nummer naar zelfmoord verwijst.

If I could only stand on the rock
Well keep your hands on the rock
Sayin’ hold on

En dan heb je nog het zinnetje: Well Marie weep to us some more. Op de EP The Baron, waarvan het nummer The Preacher de bekendste is, verwijst Jamie met ieder nummer wel een keer naar religie. Al dan niet de donkere kant ervan. Met een gelovige moeder en atheïst als vader, zijn beide kanten hem niet onbekend. Ook al was geloof geen strijd in huis, hij neemt beide mee in dit nummer.

Zijn donkere, volle bariton stem met een rauwe klank is geliefd bij luisteraars. Jamie is beïnvloed door Gregg Allman en wordt vaak vergeleken met de grote zangers zoals Nick Cave en Johnny Cash. Daarom stond hij in 2012 ook in een bomvolle Bitterzoet in Amsterdam. Hold On was de afsluiter. Volledig a capella natuurlijk met alleen klappende handen en een hoop gejoel van het publiek. Genoeg YouTube video’s waarop te zien is waarom dit rotsvast het beste korte liedje is, ook live.

Keuze Erwin Tijms: Tierra Whack – Pet Cemetery & Fuck Off (2018)

De kunst van de beperking

Het creatief proces kan allerlei vormen aannemen. De een schrijft beetje bij beetje aan een magnum opus van zeventien coupletten en ruim tien minuten muziek. De ander gaat volledig los met symfonieorkesten en uiterst zorgvuldige productie. Maar creatieve krachten kunnen juist ook loskomen vanuit een beperking. Een tijdje alleen in een blokhut schrijven, of met enkel een trillende gitaarsnaar als begeleiding. Of de beperking in de tijd: stel dat je maximaal maar één minuut hebt voor je nummer, wat schrijf je dan voor tekst, hoe bouw je dan je nummer op?

Precies die uitdaging pakte Tierra Whack op met haar debuutalbum Whack World. Er staan vijftien nummers op en het album duurt … iets minder dan vijftien minuten. En met liedjes van maximaal één minuut kan ik er dus gewoon twee insturen voor een battle waarin het maximaal twee minuten mag duren. De eerste is Pet Cemetery, een nummer dat lijkt te gaan over een overleden hond, maar bij nadere beschouwing best eens over het afscheid van een mens zou kunnen gaan. In het daaropvolgende Fuck Off stuurt ze een ex (in wording) weg omdat hij er niet tegen kan als ze gelukkig en zichzelf is.

Well, honey, I’ve been so sick, so sad
Whenever I’m happy it makes you mad
I hope your ass breaks out in a rash
You remind me of my deadbeat dad

Dit alles begeleid door clips die over the top kleurrijk zijn. En met één minuut lengte zeer geschikt zijn voor consumptie via social media, waar ze dan ook gretig aftrek vonden. Mocht je nog dertien minuten meer hebben, dan is het hele album natuurlijk ook een aanrader.

Keuze Der Webmeister: Fontaines D.C. – Big (2019)

To the point

De Fontaines uit DC, dat staat voor Dublin City, waren al drie keer eerder te gast in het Ondergewaardeerde muziekcafé met veelal nummers van hun debuutalbum Dogrel, hier al eens uitvoerig besproken in de 2019 battle. En die rauwe working class punk smaakt ons naar meer, dus we schotelen u gewoon nog een vierde voor. Het moge duidelijk zijn dat Dogrel een kneitert van een klassiek en tijdloos muziekalbum is dat in uw collectie niet mag ontbreken. Het openingsnummer Big is het kortste nummer van het album, en is dus gekwalificeerd voor deze battle. Muzikaal is het strakke garagepunk van de beste kwaliteit, heerlijk to the point in 1:45 min. Punk is gewoon erg efficiënt. Tekstueel is Big een regelrechte ode aan hun hometown Dublin, maar dan wel een realistische ode.

Dublin in the rain is mine
A pregnant city with a catholic mind [..]
My childhood was small
But I’m gonna be big

Het zal u dan ook niet verrassen dat de bijbehorende video in Dublin is opgenomen. Uit afkeer van het sterrendom heeft de band de hoofdrol in de video maar overgelaten aan het 11-jarige buurjongetje van de zanger because he’s got the presence of a hundred frontmen, aldus de band.

Keuze Alex van der Meer: The Desmonds – Makes The Rules (2021)

2021 Shortlist

Even kort dan. Ik wil het anders doen dit keer. Uiteraard bestaan er meer dan genoeg mooie en onvergetelijke korte liedjes. (Wat een beauties komen er weer aan bod in deze battle!) Maar ik vraag me in dit geval af of er wellicht specifiek dit jaar nog een toffe korte track is uitgekomen. Uiteraard moet er keus genoeg zijn! Het jaar 2021 is rijk aan te gekke muziek. Check je even mee?

Op mijn zoektocht kom ik onder andere onmisbare korte gitaar tracks tegen, zoals Earth To Mike van Spiritual Camp en Makes The Rules van The Desmonds. Heerlijk zijn die, dus zeker even luisteren. Op elektronisch gebied ben ik zelf heel erg weg van Dogecoin* van Jeancantskate. Het is zo knap dat in anderhalf minuut deze fijne stamper een sfeertje neer kan zetten. Een andere te gekke track is Poppin Pokemon van Yung Skrrt. Niet alleen lekker, maar vooral ook lekker gek. Een perfect modern Popliedje van PinkPantheress is Just For Me. Dit nummer weet een groot publiek te bereiken, net zoals de act in algemene zin. Kort gezegd, hier kun je spreken van een paar mooie kandidaten op mijn korte liedjes shortlist.

Uiteraard mag ik daarvoor Djurre de Haan (Awkward I) niet vergeten. Op zijn – ook leuk voor volwassenen – kinderalbum Monsters en Freaks staan mooie korte liedjes. Speciale aandacht hier dan voor Hondjes Trekken Meisjes Aan. Tim Knol zingt ook mee. Een kanshebber, maar welk nummer wordt echt dé korte track van dit jaar voor mij? Op moment dat ik dit aan het schrijven ben weet ik het niet zeker. Jij als lezer weet het antwoord al, uiteraard verraad ik het in de kop van deze bijdrage. Hmmm, ik twijfel nu heel erg tussen Dogecoin* en Makes The Rules. Maar aangezien ik voor een keer chauvinistisch mag zijn, en de band komt net als ik uit Groningen, vind ik het gerechtvaardigd om vooral hierbij The Desmonds de positieve aandacht te geven. That’s Right, een beetje kortzichtig mag nu wel even, maar de band verdient het ook echt. Ik schreef al eerder het volgende over Makes The Rules op een ander muziekplatform: Makes The Rules is een honger makende garage punk track om je vingers bij af te likken. Daar sta ik nog steeds achter. Vorige week kwam het album Good Morning America uit trouwens, waar dit Makes The Rules op staat. Daarop nog veel meer hoogtepunten, korte en anderzijds.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.