Het zijn er wellicht meer dan je denkt, liedjes met dezelfde titel. Eén voorbeeld is One. One is niet alleen een nummer van U2, maar ook één heel bekend nummer van Metallica. Al zullen velen uiteraard (?) ook meteen denken aan het nummer One van Creed. Deze One’s zijn geheel andere nummers, geen covers dus.

Zo zijn er meer titels dan One die meer dan één keer zijn gebruikt. Wat is de meest gebruikte titel vraag je je af? Wellicht een beetje flauw, maar we vermoeden dat dat de track met de naam Intro is. Weinig kans dat het nummer Intro (van wie dan ook) aan bod komt bij deze battle. Intro’s zijn in de regel niet zo interessant. Lees dus vooral snel verder.

Keuze Marcel Klein: Stevie Wonder – Keep On Running (1972)

Iets nieuws

The Spencer Davis Group scoorde natuurlijk een grote hit met Keep on Running en elke keer als ik de songtitel hoor, schiet dit nummer van deze band (met nog een jonge Steve Winwood) in de gelederen) door mijn hoofd. De song met een heerlijk ritme en overtuigende stem uit 1966 blijft ook gewoon goed.

Toch is het naar mijn bescheiden mening niet het beste nummer met die songtitel. Het is 1972 als Stevie Wonder toeslaat met het album Music Of My Mind. Eigenlijk is dit een plaat die uiteindelijk een opmaat is naar het geniale Songs In The Key Of Life uit 1976, maar alle albums uit die periode tonen Stevie Wonder in zijn meest creatieve periode. Hij bracht in die periode een aantal hele mooie albums uit.

Music Of My Mind is een krachtig soulalbum, en heeft in al die jaren nog steeds niets aan kracht ingeboet. Keep On Running is misschien wat onbekend, maar onterecht wat mij betreft. Op dit album laat hij de Motown-sound weg en vormt hij met zijn eigen inbreng een mooie combinatie tussen soul en funk. Keep On Running is een mooi voorbeeld. De stuwende toetsen, funky gitaren, de stem van Stevie en met name ook de achtergrondzangeressen zorgen voor een track die niet alleen de gelijknamige track van The Spencer Davis Group laat verbleken, maar ook menig nieuwe artiest die denkt met een combinatie van soul en funk iets nieuws neer te zetten. Luister eerst maar eens naar de meester van dit genre.

Keuze Alex van der Heiden: Humble Pie – Don’t Worry, Be Happy (1974)

Lekkere werkmuziek

Wie Humble Pie zegt, zegt Peter Frampton. Dat heeft echter maar een paar jaar geduurd en toen werd hij vervangen door Dave (alias Clem) Clempson. Het werd daarmee minder interessant qua vernieuwing en nam de populariteit af. Waar virtuoos Frampton een stevig stempel drukte op de band, werd het mijns inziens daarna meer een compromis. Toch wil ik graag ook een lans breken voor de Humble Pie van midden jaren 70 na Frampton.

Ze sloegen een andere weg in naar wat meer Bluesrock met Rhythm & Blues en pakten daarmee een wat meer groovy sound als ik het zou moeten duiden. Het luistert geweldig weg en ik heb Humble Pie vaak opstaan als ik iets moet uitwerken op mijn werk. Het blijft namelijk net niet dusdanig hangen dat ik word afgeleid om de teksten mee te zingen en toch maak ik me de platen een soort van eigen en raak in een goede workflow.

Een liedje waar je wel enorm door afgeleid wordt, omdat het tevens ook de hele dag in je hoofd blijft hangen is Don’t Worry, Be Happy van Bobby McFerrin. Daar zal ik dan ook niet verder over uitweiden om u verdere schade van irritatie te besparen, maar ik gok dat het al te laat is en er nu een vrolijk fluitje in uw hoofd zit. Mijn advies: ga voor de optie Humble Pie en doe er nog wat bonustracks bij.

Keuze Marco Groen: Thin Lizzy – Angel Of Death (1981)

Monarch to the Kingdom of the Dead

Het zijn van die liedjes die je niet zo snel in de recreatieruimte van een verzorgingstehuis zal horen: Angel Of Death van Slayer. Het is het type nummer dat doelbewust een ongemakkelijk gevoel oproept. Zowel de muziek als de teksten spreken boekdelen. Niet in het minst vanwege het onderwerp: Angel Of Death is een verwijzing naar Josef Mengele, de beruchte arts die zijn praktijk had staan in Auschwitz. Hier voerde hij in naam der wetenschap allerlei proeven uit op mensen die in een normaal functionerende maatschappij nooit doorgang hadden gevonden. Vaak liep het niet goed af met de menselijke proefkonijnen. Mengele kreeg de bijnaam ‘engel des doods’, Slayer schreef er een liedje over. Het zou uitgroeien tot de vaste afsluiter van hun concerten en werd hun meest bekende nummer.

Iets minder bekend is Angel Of Death van Thin Lizzy, het Ierse gezelschap met Phil Lynott in de gelederen. Het was deze frontman die zich liet inspireren door een boek over Nostradamus dat hij gelezen had. Inderdaad: dezelfde Nostradamus die een groene broek droeg (stond hem goed, overigens). Les Prophéties, een verzameling voorspellingen van zijn hand, is een tamelijk chagrijnig werk. Het is geschreven halverwege de 15de eeuw en bevat een duizelingwekkende hoeveelheid kwatrijnen (gedichten van vier regels), waarvan een aantal, met terugwerkende kracht en met een beetje goede wil, te interpreteren zijn als ‘adequate voorspellingen’. Zo voorzag Nostradamus Hitler (Saksen heeft een nieuwe keurvorst),  de dood van prinses Diana (in de vorm van de maangodin Diana) en zou hij zelfs de aanslag op het WTC te New York hebben voorspeld (daarvoor was wel wat numerologie nodig). Iets recenter is zijn voorspelling dat corona de wereld zou gaan teisteren. Dit haalt men uit een kwatrijn dat iets zegt over ‘zwakkeren en gevangenschap’, gekoppeld aan de tijd wanneer de planeet Mercurius in het sterrenbeeld Boogschutter zou komen te staan. Je ziet: er is geen speld tussen te krijgen.

In het boek dat Lynott had gelezen werd er gerept over een mogelijke nucleaire holocaust. Iets waarvoor we het in de vroege jaren ’80 het voor in ons broek deden. Zo vergezocht was die mogelijkheid niet in die tijd. Amerika en Rusland zaten elkaar continu te pesten met allerlei proxy-oorlogen en de kans dat dit volledig uit de hand zou lopen was niet denkbeeldig. Binnen die terechte angst paste het geschetste plaatje van Nostradamus helemaal. Zo kon het dus gebeuren dat Thin Lizzy op kwam proppen met een Angel Of Death, vijf jaar voordat Slayer hetzelfde zou doen. Net zoals de versie van Slayer is die van Lynott en zijn vriendjes niet bepaald gezellig te noemen; er worden allerlei rampen beschreven (de aardbeving van San Francisco, de opkomst van de nazi’s, een vader die sterft) en, als klap op de vuurpijl, een wereldwijde moordpartij; raketten zullen worden afgevuurd en hun vernietigende werk doen.

Erg leuk is het allemaal niet, maar zoals gewoonlijk levert een bepaalde dosis ellende goede muziek op, zoals Thin Lizzy hier bewijst. De voorspellingen van Nostradamus gaan niet verder dan 3797, dus daarna zullen muzikanten andere inspiratiebronnen moeten aanboren.

Keuze Quint Kik: Elvis Costello & The Attractions + Glenn Tilbrook – From A Whisper To A Scream (1981)

Twee voor de prijs van één

Lang dacht ik dat soulmuziek uit twee kampen bestond: aan de éné kant had je de liefhebbers van de confectiesoul van Motown uit Detroit: perfecte pop met kostuums én danspasjes op maat. Aan de andere kant had je zij, die zich hadden bekeerd tot de hartverscheurende Southern Soul uit Memphis van Stax en Hi. Wel zo overzichtelijk, maar veel te simplistisch; zong Levis Stubbs van Four Tops niet net zo hartverscheurend als Otis Redding en waren Sam & Dave niet ondenkbaar zonder hun dansroutines? Evenmin hield ik rekening met andere uithoeken; zo herbergde het moeras van Louisiana een volstrekt unieke tak van soul, waar ik me pas van bewust werd tijdens een muzikale bedevaart door de zuidelijke staten van Amerika in 2006. Bij hoofdstad New Orleans zullen veel muziekliefhebbers denken aan jazz of aan Dr. John, maar het was ook de operationele basis van pianist, producer en songschrijver Allen Toussaint, een sleutelfiguur van de plaatselijke muziekscene.

In de jaren ’60 pende hij een hele reeks soulklassiekers voor Lee Dorsey, Betty Harris en Ernie K. Doe. Toussaint had daarbij de beschikking over een huisorkest in de vorm van The Meters, wier karakteristiek relaxte groove onlosmakelijk verbonden was met zijn arrangementen. Via de platencollectie van wijlen mijn schoonvader ontdekte ik dat Toussaint en The Meters een decennium later vele blanke collega’s te hulp schoten, van Robert Palmer wiens solocarrière ze hielpen lanceren met Sneakin’ Sally Through The Alley tot Dr. John’s ultraswingende kneiter Right Place, Wrong Time. Daar tussenin maakte Toussaint krap een handvol platen op eigen titel, waarvan Southern Nights over het algemeen als de beste wordt gezien, maar het onderwerp van dit blog – het ingehouden meesterwerk From A Whisper To A Scream – tref je twee albums daarvoor al aan. Een masterclass in berouw en verdriet, zonder dat er ook maar een danspasje of oerschreeuw aan te pas kwam.

Samen met mijn vrouw en haar vader was ik najaar 2006 in de Melkweg getuige van een prachtig solo-optreden van Toussaint, met een set waarin bovengenoemde klassieker uiteraard niet ontbrak. In dat zelfde jaar had hij het album The River in Reverse opgenomen met Elvis Costello, nog zo’n held van mijn schoonvader. Hun wegen waren elkaar al eens gekruist ten tijde van Costello’s Spike (1989), dat gedeeltelijk in New Orleans is opgenomen en waarvoor Toussaint achter de piano kroop. We spoelen even acht jaar terug: Costello had net het album Trust had uitbracht. Een onmiskenbare critici-favoriet, begreep ik achteraf uit OOR’s popencyclopedie; je trof er in elk geval geen echte single op aan (Clubland reikte in Engeland niet verder dan plek 60 in de hitlijsten). Wat wil het toeval: het beste nummer van Trust blijkt zich schuil te houden op de B-kant en is getiteld, je raadt het nooit…

From A Whisper To A Scream is geen cover van het contemplatieve origineel, maar een volstrekt op zichzelf staande, uitbundige rocker. Een gemiste kans als eerste single; het werd pas uitgebracht nadat het voornoemde Clubland (U.K.) en Watch Your Step (V.S.) hun werk niet bleken te doen. Op het nummer wordt Costello bijgestaan door Glenn Tilbrook van Squeeze, wat het nummer effectief tot één van de beste nummers van beide maakt. Vreemd genoeg schittert From A Whisper To A Scream in afwezigheid op verzamelalbums van Costello en is daarmee nóg ondergewaardeerder dan Toussaint’s origineel. Die kende je ook al niet? Mooi, twee keer ondergewaardeerd voor de prijs van één.

Keuze Guido Antunes: Huey Lewis & The News – The Power Of Love (1985)

Keuzestress

Je zult maar in 1984/1985 de papieren hitparade halen bij je platenzaak. Bijna iedere week staat er een nummer met dezelfde titel in de hitparade. Maar pas op. Het begint met een kerstnummer van een controversiële band. Daarna komt er een uptempo nummer van een Amerikaanse band en vervolgens een bombastische ballad. Maar om welke artiesten gaat het dan? Frankie Goes To Hollywood, Huey Lewis & The News en Jennifer Rush.

Als beginnende alto heb je niets te zoeken bij deze nummers, maar een titel als The Power Of Love trekt mij dan ook niet snel over de streep. Toch vind ik de vrolijke versie van Huey Lewis niet eens zo slecht. Het waren in mijn buurthuis de nummers waarbij je als verlegen jongeman wel de mooiste meisjes naar de dansvloer kon krijgen. En als puber is dat in het buurthuis toch een van de doelen die je wilde bereiken.

Dus doe mij maar die van Huey Lewis in plaats van de Kerst en bombast van Frankie Goes To Hollywood en Jennifer Rush. Ook al was dat de minst scorende hit van deze drie.

Keuze Guido de Greef: R.E.M. – Drive (1992)

Besturen

Er is een generatie voor wie de titel Drive voor altijd met The Cars verbonden is. Met Live Aid en de achtergrondmuziek bij een filmpje over de hongersnood in Ethiopië. Die Drive gaat over de helpende hand: wie vertelt je niet langer de kop in het zand te steken? Wie helpt je als je op instorten staat? Wie brengt je naar huis? Drive is bij The Cars een geëngageerd nummer, dat toevallig perfect bleek te passen bij een benefietconcert.

Mijn Drive is die van R.E.M. Het is de Drive van de clip met de crowdsurfende Michael Stipe, waar ik als elfjarig jongetje naar keek. Rockconcerten waren spannend en opwindend, ook al beschouwde ik R.E.M. als een popact gelijk Roxette en Toto die regelmatig hits scoorde. Ik kocht het album Automatic For The People op cassettebandje, voor bij m’n knalgele Sony Sports walkman, en werd een wereld van ingetogen, melancholieke rock ingezogen. Een wereld waar ik me meer thuis voelde dan die van de grunge die de rock van de jaren negentig definieerde.

Het was niet alleen de clip die tot de verbeelding sprak. Drive heeft geen duidelijk herkenbaar refrein, wat zeldzaam is bij een hit. Maar het zit ‘m ook in de uitbarsting die er nét niet komt. Op 2:04 zit een elektrische gitaarriff die een climax inluidt die achterwege blijft. In plaats daarvan keert bij R.E.M. de rust terug. Een voorbode voor de rest van het stemmige album.

Bij R.E.M. is Drive een politiek nummer. Het stamt uit de tijd dat Michael Stipe op MTV verkondigde: Bush is Out of Time and Clinton is Automatic for the People wat ik enorm cool vond. Het is een aanklacht tegen het politieke klimaat in Amerika en de Republikeinen van George Bush: Bushwhacked. Misschien is dat de reden dat Drive later nooit op een compilatie van de band terecht is gekomen; te politiek, niet tijdloos genoeg.

Maar uiteindelijk is Drive een optimistisch nummer. Een prima tegenhanger van Drive, The Cars-style. Michael Stipe roept jongeren op het heft in eigen handen te nemen. Laat je niks vertellen, laat je stem horen, jij maakt je eigen keuzes, jij bestuurt je leven. Een positieve boodschap. Ik ben die nooit vergeten.

Hey, kids, where are you?
Nobody tells you what to do

Keuze Tricky Dicky: Kek ’66 – How Many Times (1998)

De geschiedenis herhaalt zichzelf

In 1981 brak de in Nederland wonende Amerikaanse zangeres Lori Spee met haar tweede single How Many Times en tot de dag van vandaag vind ik het gewoon een lekker nummer. Opzwepend met diverse tempowisselingen. Het bijbehorende album levert haar (terecht) een Edison en een gouden plaat op.

Dus toen in 1998 de Amsterdamse neo-sixties band Kek 66 (een voortzetting van The Kliek) met een gelijknamige single kwam ging ik een simpele cover uit. De reden voor deze aanname kwam voort uit hun eerste (redelijke) single Na Na Na, wat wel een cover was (The Shoes). How Many Times was héél anders, want zij speelden Amerikaanse garagepunk uit het einde van de zestiger jaren in de overtreffende trap. Voeg daar de Nederbeat van Q65 en Golden Earrings aan toe en het kan bijna niet anders dan dat je een geweldige single krijgt. De regelmatige lezer weet van mijn voorliefde voor deze muziek die de basis van de punkmuziek is.

Vreemd genoeg waren we hier in Nederland niet geïnteresseerd. Na Na Na wordt op een Spaans label uitgebracht en How Many Times op een Frans label. Het debuutalbum daar aan tegen wordt door het Utrechtse Pornogram Records uitgegeven en de kritieken zijn zeer lovend. En dan weet je het…..Nederland kan er niet warm voor lopen en de nationale zenders draaien het niet. Een jaar later wordt het album als CD uitgegeven, maar vanwege de afkeer van de Nederlandse muziekindustrie wederom op een Spaans label. Kek 66 gaat touren in Spanje, Duitsland en Rusland. Er volgt nog een tweede album in 2002 en dan wordt het stil. Jammer. Hoe vaak moeten goede Nederlandse bands nog genegerd worden? Waarom kijkt Hilversum eerst en meestal uitsluitend buiten de grens?

Keuze Der Webmeister: The Concretes – You Can’t Hurry Love (2003)

Dromerige, zonnige indie-pop

Ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij het lezen van de titel van dit nummer begint onmiddellijk Phil Collins in mijn hoofd te zingen, met zijn gelijknamige Top 2000-kneitert. Bij de lezers op wat hogere leeftijd dan ikzelf zou dat trouwens wel eens The Surpremes (met een piepjonge Diana Ross) kunnen zijn, het origineel dat ook wel eens de Top 2000 haalde.

Maar de kans dat het Zweedse achttal The Concretes het eerste is wat u te binnenschiet is exact nul. Wat dat betreft heeft ons geheugen zo’n beetje hetzelfde algoritme als Google: populaire zoekresultaten belanden bovenaan, terwijl exotische, marginale matches ergens op pagina veertien terecht komen, waar niemand ooit komt. Nu ik erover nadenk: er is bij mijn weten niemand die uit eigen waarneming ooit heeft kunnen bevestigen dat Google een pagina veertien heeft. Maar zowel onze hersenen als Google pretenderen dat kwantiteit een indicatie is voor kwaliteit. Maar u leest dit blog barstensvol exotische, marginale juweeltjes, dus u weet dat dat niet het geval is. En anders raad ik u een bezoek aan de lokale McDonald’s aan om u te overtuigen.

Nu zijn The Concretes, in meerderheid bestaande uit vrouwen, ook wel een erg bescheiden verschijning, zeker vergeleken met de glanzende carrières van Phil Collins en Diana Ross. Halverwege de 00’s maakten ze twee enig zins noemenswaardige albums vol dromerige, zonnige Indie-pop. Ze scoorden twee zeer bescheiden Indiehitjes, en dat was het eigenlijk wel. Enige vermeldenswaardige wapenfeit van meer recente datum is dat ze in 2021 nog in een Ondergewaardeerde Battle figureerden, wat hen in staat stelde om door een kleine groep muzikale fijnproevers herontdekt te worden.

Keuze Remco Smith: Eagles Of Death Metal – Don’t Speak (2006)

Sprakeloos

Bataclan. Eagles Of Death Metal zal voor altijd geassocieerd worden met die vreselijke avond in Parijs, op 13 november 2015. De avond die ik als concertganger echt een tijdje mee heb gedragen. Ik stond een week of twee later in een vrijwel leeg Rotown naar Alamo Race Track te kijken. Vooraf toch even nagegaan waar de nooduitgang ook al weer was. Schrikachtig bij lawaai bij de entree. Een paar maanden later bij Tinderstick in De Doelen merkte ik bij mezelf het ontbreken van ontspanning op. Onwillekeurig dacht ik toch aan de aanslag in Bataclan terug. Naar een concert gaan voelde opeens als een daad van verzet.

De combinatie muziek en terroristische aanslagen is helaas niet uniek. In 2003 een zelfmoordaanslag bij de entree van een festival in Moskou. De schietpartij in 2017 vanuit een hotelkamer in Las Vegas tijdens een concert van Jason Aldean. De verschrikkelijke zelfmoordaanslag tijdens een concert van Ariane Grande in Manchester. Iedere keer was ik weer verbijsterd. Vooral vanwege de zinloosheid ervan. Mensen proberen te doden, om wat voor reden dan ook, die niets meer deden dan genieten van muziek. Mensen zoals ik. En toch, de ene aanslag komt harder binnen dan de ander. Dat zal te maken hebben met identificatie. De kans dat ik in de buurt van Moskou bij een muziekfestival aanwezig ben, of bij een countryzanger in Vegas, is nu eenmaal niet zo groot. Dat maakt de schok van zo’n aanslag groot, maar ik voel het niet persoonlijk.

Dat was anders bij de aanslag in Bataclan, tijdens het concert van Eagles Of Death Metal. Die had ik namelijk gezien, op 30 juni 2009 in Watt in Rotterdam. En dan, zoals het cliché luidt, komt het wel erg dicht bij. Op Twitter volgden grapjes, over Death Metal en wat je dan kan verwachten. Zij hadden overduidelijk nog nooit van Eagles of Death Metal (EoDM) gehoord. Spil in EoDM is Jesse Hughes. Vriend van Josh Homme (Queens Of The Stone Age die nog een tijdje op de drumkit van EoDM heeft gezeten. Hughes is gezegend met een pornosnor en dat symboliseert ook wel een beetje het soort muziek dat hij maakt. Muziek over meisjes en auto’s en L.A. en seks en zo. Ongevaarlijkere muziek dan dat kom je nauwelijks tegen. Muziek die totaal niet diepgravend is, niet hemelschokkend, die je zo weer bent vergeten nadat je die hebt gehoord maar die op het moment van beluisteren een grote glimlach op je gezicht tovert. Gewoon. Rockmuziek waar je blij van wordt.

Na de aanslagen gleed Hughes wat af, met islamofobe uitspraken die hem bookings op Franse festivals kostte. EoDM heeft sindsdien geen plaat meer uitgebracht. Daarom de spotlights op Don’t Speak. Geen sprakeloosheid vanwege een relatiebreuk, zoals No Doubt die bezong. Maar Don’t Speak omdat Hughes na Bataclan….. niet meer spreekt.

Keuze Peter van Cappelle: Jack Peñate – Be The One (2009)

Eén van de vele indie-eendagsvliegen uit die periode

Bij de titel Be The One zal waarschijnlijk sinds vijf jaar automatisch gedacht worden aan de doorbraakhit van Dua Lipa. Het betekende het startschot van een succesvolle carrière van één van dè popartiesten van de afgelopen vijf jaar waarin ze nog vele hits achter elkaar scoorde.

Zo’n succesvolle hitcarrière zat er niet in voor een Britse singer-songwriter die zeven jaar eerder al een nummer uitbracht met de titel Be The One: Jack Peñate. In 2007 had hij met zijn debuutalbum Matinee in eigen land redelijk succes (zelfs Adele zong er een nummer op mee voordat zij haar debuutalbum 19 had uitgebracht), en met het tweede album Everything Is New leek twee jaar later een internationale doorbraak aanstaande te zijn. Be The One werd opgepikt door 3FM, en er volgde festivaloptredens op onder andere Lowlands.

Ik was meteen verkocht toen ik Be The One voor het eerst hoorde. Het paste perfect in de jaren ’80 revival van dat moment met andere acts als Empire Of The Sun en La Roux. Ze hadden echter alle drie ook nog iets anders gemeen, want na 2009 bleef verder succes aardig uit. Empire Of The Sun had dan in 2013 nog wel een radiohitje met Alive, maar van La Roux en Jack Peñate hoorden we weinig meer. In 2012 bracht hij nog een akoestisch nummer uit waarmee hij een andere richting in leek te slaan als dat hitgevoelige album uit 2009, maar daarna duurde het nog eens zeven jaar voordat hij weer met een album kwam dat geruisloos is verschenen.

Waar Be The One voor Dua Lipa de eerste voetnoot in een glansrijke carrière was, was het voor Jack Peñate een eenmalig succesje. Toch zal ik één van de weinigen zijn die bij de titel Be The One eerder aan hem zal denken dan aan het debuut van Dua Lipa.

Keuze Joop Broekman: The Veils – The Letter (2009)

Uit een wat donkerdere hoek

Voor deze battle was het onmogelijk géén inspiratie te hebben. Alleen de factor tijd werkte niet zo mee. En een van de leukste dingen aan bloggen voor deze site: op het allerlaatste moment toch een ander liedje pakken. Het plan was eerst om Heaven van Lamb te gebruiken. Ik trek de stem van Louise Rhodes niet altijd even goed, en ken dit nummer alleen van de geweldige serie Six Feet Under. Een van de laatste series die ik echt goed gevolgd heb, maar dat terzijde.

Bijna klaar om te gaan tikken, gaat mijn blik toch weer naar de cd-kast. Waarom schiet The Letter van The Box Tops door mijn hoofd? En waarom denk ik een band te kennen met dezelfde songtitel, maar geen cover? Een paar tellen later zit ik op mijn knieën, want de band die ik zoek staat in de onderste rij. De link met David Bowie heb ik nooit zo gesnapt, maar die met Nick Cave des te meer. Van die laatste herken ik (deels) de eigenzinnigheid terug in veel van de nummers van The Veils. Of meer in zanger Finn Andrews.

Over de kwaliteit van debuut The Runaway Found uit 2004 ben ik het nog niet helemaal eens met mezelf. Ruim twee en een half jaar later kwam Nux Vomica uit. Hierop zingt Andrews duidelijk zijn sores van zich af. Het is nogal donker in zijn gedachtewereld en het gevecht tegen zijn demonen gaat vrolijk door tijdens de opnames. Een trucje? Het levert wel een wereldplaat op. In 2009 krijgt Sun Gangs ook goede kritieken, al ergert een enkele snobberige journalist zich aan de manier waarop Finn (nog steeds) zingt. Op Time Stays, We Go (2013) en Total Depravity (2016) klinkt het allemaal wat luchtiger.

Ik zie de band eindelijk eens in 2013. De Helling was aardig vol en een klassieker als Not Yet werd al vroeg gespeeld. De band maakte een enigszins statische indruk, Finn leek op de juiste momenten bezeten en daardoor werd het toch een geslaagd optreden.

The Letter (te vinden op Sun Gangs) was als single nog wel eens te horen op Kink FM. Op dit moment is er weinig bekend over nieuw werk. Wel speelden ze in het voorjaar in Nieuw-Zeeland tijdens een toertje het album Nux Vomica integraal. Moeten ze hier eens gauw komen doen. Zijn The Veils ondergewaardeerd? Ja!

Keuze Alex van der Meer: Together Pangea – One Way Or Another (2021)

Three Non Blondie’s

Together Pangea is een Indie rockband en bestaat sinds 2009. Lange tijd bestond de band uit vier personen, maar sinds 2019 is het een trio. Tot nu toe hebben ze vier albums gemaakt. Bulls And Roosters van vier jaar geleden, en met name ook het album Badillac uit 2014 waren wat mij betreft topalbums. Persoonlijk heb ik een prettige herinnering aan het VERA optreden van de band in 2014. Het was uiteindelijk hét optreden van het jaar aldaar, de mannen uit Santa Clarita (Californië) waren de terechte poll winnaar, en werden vereeuwigd op de muur van de club.

Er is heel goed nieuws. De liefhebbers kunnen zich verheugen op een nieuw album. Het komt over een paar weken al uit, Dye gaat het heten. Zoals dat gaat zijn er al wat teasertracks vrijgegeven. One Way Or Another was daar één van. Uiteraard moest ik bij die titel denken aan de legendarische Blondie track met dezelfde naam, en werd – terzijde – vervolgens weer onvrijwillig geconfronteerd met een afschuwelijke One Direction cover daarvan.

Deze One Way Or Another van Together Pangea is op zich een van dik hout zaagt men planken liedje, het is direct mee te schreeuwen. Ondanks dat het een relatief eenvoudige compositie is is er wat mij betreft genoeg intelligentie aanwezig om het niet vluchtig te laten zijn. Eerlijk, het is niet mijn nummer één track van de band, wat dat betreft is het repertoire veel te rijk inmiddels. Maar op één of andere manier verrekt ook deze One Way Or Another het uit mijn kop te vertrekken. Het zal wellicht niet die track van Blondie doen vergeten, en dat hoeft ook niet, maar ook deze One Way Or Another is een blijvertje.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.