Er zijn op deze site weinig mensen te vinden met een even zo grote voorliefde voor deze man als ondergetekende. Al vele malen eerder schreef ik een bijdrage met Rob als onderwerp. Niet zo heel vreemd, want in mijn eerste bijdrage over het nummer  Foto van Vroeger in de Foto-Liedjes-Battle, schetste ik natuurgetrouw waar deze liefde ontsproten is.

Bij ons thuis stond vroeger altijd de radio aan. Niet hard, maar net hard genoeg. Er was altijd muziek. Als ik wel eens bij mensen op visite ging of ik ging spelen bij een vriendje of vriendinnetje, dan viel het me altijd op hoe stil en daardoor haast angstaanjagend het bij anderen eigenlijk was. Later ontdekte ik dat het kwam omdat er bij al die mensen nooit een radio aan stond. Mijn moeder was de aanstichter van dit onbewuste stukje indoctrinatie. Het eerste dat zij ‘s ochtends deed na het opstaan was de radio aanzetten. Ik wist daardoor niet beter dat het zo hoorde, een radio aan. Naar mijn idee had de hele wereld vanaf het opstaan al de radio aanstaan. Maar daar bleef het niet bij. Buiten de radio, had mijn moeder nog meer in haar muzikale greep. Ze had cassettebandjes en zelfs CD’s. Ook in de auto klonk dezelfde muziek die al snel vertrouwd en ‘naar m’n moeder’ klonk. Toen ik een jaar of vier was, legde m’n moeder uit wie die meneer eigenlijk was. Die meneer, dat was Rob de Nijs. Al snel was ik zijn grootste fan. Een kind van 4-5 jaar met cassettebandjes van Rob de Nijs. Het kan.

Heel soms ging mijn moeder zelfs naar een concert van Rob. Vele malen heb ik huilend gesmeekt me nou eens mee te nemen, maar helaas. Ik moest thuisblijven bij m’n vader of bij de buren. Jankend. En toch nam ze altijd wat voor me mee. Een ansichtkaart. Een CD. Maar dé klapper was een grote poster, gesigneerd door Rob zelf. Ik heb er dagen naar gekeken. Liggend op bed nog één keer het nachtlampje aanklikken om te kijken naar die poster mét handtekening.

Jaren later bleek dat de muziek nooit was weggeweest. Dit was de muziek van vroeger. Het was de soundtrack van mijn jeugd. En daar had mijn moeder voor gezorgd. Vreemd genoeg ben ik het die tegenwoordig meer naar zijn muziek luistert dan m’n moeder. Haar fan zijn is met de jaren gesleten. Dat van mij is alleen maar sterker geworden.

Ik ben inmiddels meerdere malen naar een concert geweest van Rob. Met m’n moeder. En al die keren was het geweldig. Het viel op dat ik de gemiddelde leeftijd in de zaal behoorlijk naar beneden trok en hoewel me dat eigenlijk geen moer interesseert, jeukt het toch ergens wel. Ik merk dat de jongere generaties veelal simpelweg geen interesse hebben in zijn muziek. En dat is pijnlijk. Voor mij persoonlijk is het ook onbegrijpelijk omdat Nederlandstalige muziek juist enorm in de lift zit de laatste jaren. Jonge artiesten durven weer in hun moerstaal te zingen, met succes. Maar waarom is er dan geen interesse in het prachtige en rijke oeuvre van Rob de Nijs? Vintage muziek is ook hipper dan ooit, dus waarom vallen die twee niet samen? Ergens heb ik de stille hoop dat dit nog een keer zal gebeuren, maar ik ben er bang voor.

De laatste keer dat ik Rob live zag, was een week of drie voordat de corona-pandemie ook Nederland lamlegde. Het was zijn één na laatste optreden, en zoals het er nu naar uitziet, moet er wel heel wat gebeuren wil hij ooit nog op een podium staan. Rob is ziek. Ongeneeslijk ziek. De ziekte van Parkinson heeft hem langzaam veranderd in een oude, fragiele man. Zijn stem is gelukkig nog onaangetast. Breekbaarder misschien, maar dat geeft juist een extra lading mee aan zijn prachtige nummers over ouder worden die hij de laatste jaren uitbracht. Het ijzingwekkend mooie Niet Voor Het Laatst bijvoorbeeld, van het gelijknamige album uit 2017. Hij zong het tijdens het eerder genoemde concert. Hij vertelde op het podium over ouder het worden. Over alle gebreken. Over zijn bijna 80-jarige leeftijd. Over zijn Parkinson en dat de tijd er bijna opzit. De zaal werd stil. Het nummer werd ingezet. Met collectief ingehouden adem luisterde men toe.

Ik wil niet opstaan in het donker
Ik wil mij zijn maar dan jonger
Eeuwenlang was ik gezonder
Maar opeens gaat het zo vlug

De eerste zinnen raakten diep. De oude man op de rode kruk bezong precies wat iedereen die avond had kunnen zien.

Je weet niet half hoe het me gek maakt
Dat ieder nieuw gebrek maakt
Dat ik zo maar van het pad raak
Waar ik ooit op stond
Op vaste grond, op vaste grond
Met jou…

Het klonk als een afscheid. Een zwanenzang. En daarom klopte het ook. De Nijs, zeker nog geen dood hoopje mens, maar wel zichtbaar ouder keek in alle eerlijkheid naar het hier en nu. En dat klopte in alles. Het maakte diepe, diepe indruk. Ook toen hij het later dat jaar (2020) bij DWDD in een lege studio ten overstaan van Marc-Marie Huijbregts en Matthijs van Nieuwkerk ten gehore bracht, sloeg het in als een bom. Gelukkig, dacht ik na het zien van dat optreden. Hopelijk krijgt hij nu eindelijk de credits die hij verdiend, van een veel breder publiek.

Waardering is er wel, in de eerste plaats van de trouwe fans, maar in de tweede plaats ook vanuit de muziekbranche zelf. Er is geen tweede Rob de Nijs wordt er door vakgenoten als Paskal Jakobsen vaak terecht gememoreerd. Die is er inderdaad niet.

Toch lijkt Rob zich stilletjes neer te leggen bij het einde dat nu toch wel op de route begint te komen. In 2020 bracht hij het album ’t Is Mooi Geweest uit, een titel die weinig aan de interpretatie overlaat. Het is, totaal niet onafhankelijk gesproken, een pareltje. Nummers geschreven door Jakobsen, Danny Vera en Boudewijn de Groot sluiten mooi aan bij het leven van Rob anno nu. Ik zou een ieder toch echt aan willen raden het album te luisteren. Doe het en geef Rob de credits die hij echt verdiend.

Ik zal het altijd blijven herhalen, tot het bittere einde; Rob de Nijs is de meest ondergewaardeerde artiest van Nederland, en verdiend het om vol in de spotlights op het schild gehesen te worden. Tot in de eeuwigheid. Ik zal in ieder geval mijn steentje aan bij blijven dragen.

In tien jaar Ondergewaardeerde Liedjes hebben onze bloggers onvoorstelbaar veel liedjes bewierookt: 4.659 om precies te zijn (allemaal verzameld in de Ultieme Ondergewaardeerde Liedjes-playlist). Deze zomer kiezen we hieruit de Ondergewaardeerdste Liedjes: welk liedje heeft echt nooit de waardering gekregen die het zou moeten krijgen en willen we dus alsnog in de popgeschiedenisboeken krijgen?

In juli kiezen onze bloggers er elke dag eentje uit; soms een liedje dat ze zelf ooit hebben gekozen, soms een liedje dat ze hebben leren kennen door een andere blogger. In augustus doen we een mooie strik om deze serie met een podcast in samenwerking met KINK, waarin deze pareltjes (en de verhalen erachter) voorbij komen.

2 comments

  1. Prachtig toch? Voor mij is hij ook de soundtrack van mijn leven. Ik ben in 1972 begonnen bij Hamelen (waar ik nog steeds gek van ben) en kreeg in 1973/74 ergens ‘In de uren van de middag’. Ik was 6 jaar oud. Het is nooit meer overgegaan. 🙂 Ik herken wat je schrijft. Onderweg naar Frankrijk, op de achterbank met zijn muziek, door mijn vader op een 8-track-cassette gezet en dus 80x dezelfde band, tot mijn ouders er stapelgek van werden. Ik ben vaak naar zijn concerten geweest, voor het laatst in Rotterdam voordat corona alles verpestte. Prachtig. Ik hield het weer niet droog bij ‘Nu het om jou/haar gaat’ of bij ‘Foto van vroeger’. Ik kan helaas niet meer met mijn moeder gaan, ze is 10 jaar geleden overleden, maar mijn dochter heeft overgenomen. Ook zij (nu 20) kan zijn muziek waarderen. Er wordt te weinig aandacht aan deze fantastische zanger gegeven, dat is zeker. Bedankt voor dit stukje aandacht, dus.

  2. Wat een prachtig betoog! Ik kan niet anders dat het er helemaal mee eens zijn.

    Bij ons thuis werd niet per sé veel muziek gedraaid. Maar mijn moeders ‘was op Rob’, tenminste zo noemden wij dat dus we hadden één plaat van hem in huis: Met Je Ogen Dicht. Wat kon ik er nou helemaal van snappen? Het drama in Hilda, de hitsigheid van Hier In Dit Hotel en Zondag, de melancholie van Foto Van Vroeger… ik was amper negen jaar oud maar ik vond de plaat meeslepend.

    Een dikke 30 jaar later speel ik zelf een tijdje in Pur Sang, Rob’s liveband.
    Daniel Lohues heeft zoveel americana- en countryelementen gebruikt op de in Louisiana opgenomen plaat Eindelijk Vrij dat er iemand extra’s nodig is om dat live uit te voeren.
    Op goeie avonden waren Rob en z’n stem magisch. Op de zeldzame mindere avonden stond daar nog steeds een fantastisch vakman.

    Rob kon een hele avond vullen met hits maar dat deed-ie niet. Er kwamen vergeten parels voorbij van de eerste 2 LP’s die door Boudewijn de Groot waren geproduceerd, de nieuwste stukken natuurlijk en Malle Babbe, áltijd Malle Babbe.
    Het was een feest om ook een paar stukken van Met Je Ogen Dicht te mogen spelen. Die kwamen terecht op de liveplaat van deze tour: Nestor.

    Op mijn harde schijf had ik een demo-tje staan waarop Daniel Lohues gitaar en mondharmonica speelt. Rob zingt een hertaling van Singer Of Songs, bekend van Johnny Cash.
    Zelf net begonnen met liedjes schrijven voelde ik dat dit misschien wel het mooiste was wat Rob ooit zong: een beginselverklaring van Een Zanger Die Zingt.
    Ik voegde gitaren, dobro, banjo, baritongitaar en een koortje toe, mixte het samen met Rogier Hemmes zo goed en zo kwaad als dat kan in een dag en stuurde het op naar Frank, De Nijs’ trouwe pianist/manager.

    Een jaar later -ik speelde inmiddels bij Claudia de Breij- hoor ik ‘mijn’ opname op de radio: het stuk was terechtgkomen op de 3CD Rob – Mijn Favoriete Liedjes en als eerste sigle uitgebracht.

    De man die het liedje hertaalde maakte vandaag bekend dat z’n lichaam vol met uitzaaiingen zit, het einde nabij. Met alle respect voor Belinda, Gerard Stellaard en vele anderen zeg ik: Jan Rot schreef de mooiste liedteksten voor Rob de Nijs.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.