Sommige dingen zijn niet te mixen, al denken veel mensen nog van wel. Cola en bier bijvoorbeeld. Of vertrouwen en de Belastingdienst. Het gaat uiteindelijk niet werken; je krijgt toch een vieze nasmaak.

In de muziek zijn er gelukkig wel mooie en succesvolle combinaties te maken. Met een remix wordt – dat mag als bekend worden verondersteld – een andere draai gegeven aan een nummer. De creativiteit van degene die een remix maakt wordt toegevoegd aan het oorspronkelijke nummer. Dat kan nog wel eens ver gaan. Er kan zelfs sprake zijn van een compleet ander arrangement. Soms ook blijkt dat een specifieke remix versie uiteindelijk meer iconisch is dan het oorspronkelijke nummer. Bekende remix hits zijn onder andere de Junkie XL versie van Elvis’ A Little Less Conversation, de Todd Terry remix van Missing van Everything But The Girls, en de Armand van Helden remix van Professional Widow van Tori Amos. Uiteraard zijn er meer prachtige – maar ook ondergewaardeerde – voorbeelden te verzinnen. We presenteren hier – zonder mixed feelings – een mooie en gemengde selectie.

Keuze Freek Janssen: The Beatles – Because (1969-2006)

Een vraag die mij altijd bezighoudt: vind je een remix of het origineel beter, omdat het meer je smaak is, of omdat je deze versie toevallig eerder leerde kennen? In veel gevallen denk ik dat dat wel het geval is. Zoals ik al eerder schreef over Heads Will Roll; geen idee of ik de remix van A-Trak ook zo heerlijk had gevonden als ik het origineel van Yeah Yeah Yeahs al had gekend.

Los van deze bias; een remix moet wel verdomd goed zijn, wil deze beter zijn dan het origineel. Als je niet uitkijkt, dan haalt een remix de ziel uit een een liedje. Pak er een sample uit, vergroot dat, en je laat een groot deel van de rest van het liedje verweesd achter. Pas als dat niet zo is, dan wordt het interessant. Dan voegt het andere arrangement, die beat of die strijkerspartij iets toe wat het liedje misschien nog wel nodig had.

Letting The Cables Sleep van Bush is daar wat mij betreft een mooi voorbeeld van. De band had een heel succesvol grunge-album afgeleverd op het moment dat grunge eigenlijk al een beetje op z’n retour was. Voor het tweede album moest Bush dus op een andere tour, maar dat lukte niet geweldig. Letting The Cables Sleep was bij far de beste track, werd ook de single, maar geen hit. De remix gaf het melancholische liedje een triphop-randje dat het eigenlijk precies nodig had. En haalde de overmatige distortion-gitaar er meteen uit.

Maar goed, ik wil het vandaag vooral hebben over Love van The Beatles. Want dat is toch remixen voor gevorderden, joh…

George Martin, producer van The Beatles, en zijn zoon Giles stelden het album samen op basis van heel veel uitgebracht en onuitgebracht studiomateriaal van de band. De muziek werd gebruikt bij een show van Cirque du Soleil.

Love is een feest voor het oor, alsof je een nooit gespeeld concert van The Beatles terugluistert, met superieure geluidskwaliteit, en waarin ze van alles in de mix knallen. Op sommige tracks hoor je een soort potpourri met 4-5 Beatles-tracks door elkaar. Get Back start met dat briljante drummetje uit The End. Klopt gewoon als een bus, hoor! Waarom hadden ze daar niet eerder aan gedacht? Het begin van Eleanor Rigby/Julia ook; eerst ruim baan voor die prachtige strings, nog niet meteen Paul erin knallen. Wat. Een. Vondst.

Because was ook een experiment met een originele opname. Ik stel me zo voor dat George en Giles de driestemmige zang apart terugluisterden, zonder instrumenten dus, en zo onder de indruk waren van wat er overeind bleef van het liedje, dat ze besloten om het zo op de plaat te zetten, als openingstrack. Een ultieme uitgeklede remix; niks eraan toevoegen, alleen maar weghalen, waardoor wat erover blijft juist sterker wordt.

Daar moet je wel The Beatles voor zijn. En George Martin.

Keuze Tricky Dicky: Barry Manilow – Could It Be Magic (1973-1993)

Uptempo

In alle eerlijkheid ben ik niet van de remix. Ook niet van de mix, maar dat is een ander verhaal. In de jaren zeventig werden liedjes en met name de dancetracks uitgesponnen tot soms wel een kwartier, maar echt beter werden ze er niet van. Omgekeerd trouwens wel; lange nummers worden soms krachtiger en spannender. In het daaropvolgend decennium (de ’80s dus) kon je geen ceedee-singletje kopen zonder een veelal overbodige remix. Een extra drummetje of een echo, een ellenlange brug of een outro van hier tot Tokyo. Waarom? Neem de remixes van Frankie Goes To Hollywood: mij maak je niet wijs dat die beter zijn dan de singleversies. The Power Of Love met een extra kerstbel. Rot toch op.

Nee, er zijn maar weinig liedjes die in de remix echt heel veel beter worden. Neem Could It Be Magic van Barry Manilow dat in 1973 uitkwam; het werd geen hit. De elpee-uitvoering is lang en vol van tierlantijntjes bedacht door producer Tony Orlando. Manilow vond het niets, maar als startende artiest had hij nog niets in de melk te brokkelen. Het lied is gebaseerd op Frédéric Chopin‘s Prelude in C Minor. Een jaar later scoort hij zijn eerste (nummer één) hit met Mandy en de platenmaatschappij besluit Could It Be Magic in 1975 in een door Manilow aangepaste versie nogmaals uit te brengen en dit wordt alsnog een Top 10-hit. Deze versie is ietsje sneller met veel orkestrale bombast en een koor, maar veel beter dan het origineel. Desalniettemin zijn beide versies klassiek rustig.

In Europa en Nederland krijgt het lied pas bekendheid in de uptempo versie van Donna Summer, die hiermee haar tweede grote internationale hit in 1976 scoorde. In Nederland had ze twee jaar eerder al drie hits: The Hostage, Lady Of The Night en Love To Love You, dat een jaar later in een aangepaste versie haar definitieve doorbraak in haar moederland de V.S. betekende. Manilow gaf later ruiterlijk toe dat Summer’s versie van Could It Be Magic beter was, maar we waren inmiddels wel in de alles overheersende Disco-periode aangeland met Bee Gees als ballen knijpende aanvoerders. Summer zou zich eind jaren zeventig tot koningin van de disco laten kronen.

In 1993 – twintig jaar na zijn doorbraak – brengt hij Hidden Treasures: Highlights From The Complete Collection And Then Some… uit; een soort verzamelalbum maar met live en alternatieve versies van onder andere Copacabana en Could It Be Magic. Hier combineert hij de originele langzame met de Summer-uptempo versie, waardoor Could It Be Magic eindelijk echt magisch wordt.

Keuze Martijn Janssen: Berlin – Sex (I’m A…) (Extended Remix) (1982)

Adembenemend

De afgelopen corona-periode heeft wat gedaan met mijn muzieksmaak. Ik herontdekte hoe briljant sommige singles van de Pet Shop Boys ook alweer waren en dat er op hun CD-singles ook vele fijne remixen te vinden waren. Dit leidde tot een duik door het moeras van meer elektronisch georiënteerde bands en hun remixen. Jaren tachtig, jaren negentig of daarna, een ontdekkingstocht begon door een muziekgebied dat ik eerder links heb laten liggen (want ik geef meestal de voorkeur aan gestructureerde liedjes, vaak met gitaar). Dat bracht me wel een dilemma voor deze battle, want uit de stortvloed die ik vooral het afgelopen jaar heb gehoord, welke wil ik hier dan extra aandacht geven?

Even dacht ik aan Moloko met Sing It Back (Mousse T’s Feel Love Remix). De remix klinkt een beetje als een mash-up, de stijl waarin twee verschillende nummers worden samengevoegd -vaak de vocalen van een nummer en de muziek van een ander- tot een nieuwe creatie. In dit geval gebruikte Mousse T het oscillerende synthesizer geluid van Donna Summer’s I Feel Love. Maar goed, Sing It Back van Moloko is in het verleden al eens beschreven op deze site en de versie die bekend is geworden bij het grotere publiek is al een remix (Boris Musical Mix).

Maar I Feel Love van Donna Summer (en geproduceerd door Giorgio Moroder) is sowieso een erg invloedrijk nummer, het moment dat de elektronische dansmuziek ontstond. Ook de Amerikaanse new wave/synthpop band Berlin werd erg getroffen door de Moog synthesizer van dat nummer. Nu is deze band vooral bekend door het bakvissennummer Take My Breath Away dat in de film Top Gun zat, maar al vele jaren daarvoor timmerde deze formatie aan de weg. Na een valse start eind jaren ’70 kwam er wat meer vaart in hun carrière toen zangeres Terri Nunn ze kwam versterken in 1980. In 1982 kwam de EP Pleasure Victim uit en Sex (I’m A…) werd een bescheiden hit. Het nummer was niet zonder controverse want de tekst vonden sommigen te expliciet. Maar goed, een beetje reuring is vaak goed voor de verkopen.

Het nummer zelf laat vanaf de opening duidelijk de invloed van I Feel Love horen. Giorgio Moroder was een grote held voor de groep (op hun volgende album Love Life produceerde hij ook een paar nummers). De Extended Remix is verder ook typisch voor de jaren tachtig. De structuur van het oorspronkelijke liedje wordt grotendeels aangehouden, het is alleen meer. Een langer intro om die oscillerende synthesizer extra te benadrukken, wat meer gitaar, een prominentere beat, een langer outtro. Het zijn allemaal elementen waardoor ik nu erg enthousiast ben geworden over die vroege remixen en veel remixen in het algemeen. Alles zolang het niet alleen maar een generieke housebeat onder een nummer is. Halverwege zakt de remix wel even wat in, juist wanneer een hoorspel doet suggereren dat er naar een hoogtepunt wordt gewerkt. Gelukkig brengt het lange muzikale outtro, zelfs met wat extra gehijg, de spanning weer wat terug. En zo blijkt Berlin toch wat meer te zijn dan een one night stand.

Keuze Alex van der Heiden: Janet Jackson – Nasty (Cool Summer Mix Part 2) (1986)

Extra lang genieten

Bij het woord ‘remix’ denk ik meteen aan de jaren ’80. Werkelijk alles wat maar een beetje in de pop- en discohoek zat was wel een remix. Wanneer het afgemixte nummer niet de toevoeging remix kreeg, dan kon je altijd nog rekenen op een goede remix versie op een 12 inch single. Precies daar scheidde zich het kaf van het koren. De ene artiest zorgde voor een prachtige extended versie die met mooie samples van een goede dj en met extra instrumenten was aangevuld, terwijl de ander volstond met een tien seconden langer intro. Dan voelde je je toch enigszins bekocht met je 12 inch aanschaf van zo’n 15 gulden versus de 7 inch die hooguit 6 gulden kostte.

Mixen werd in die tijd tot een soort kunst verheven en werd ook spoedig vrij professioneel opgepakt door zolderkamerhobbyisten. De mooiste voorbeelden zijn via YT terug te horen in de Soulshow waar amateurs hun mixkunsten konden laten horen middels ‘de bond van doorstarters’. Urenlange huisnijverheid op sporenrecorders brachten de mooiste mixjuwelen. Een meer professionele exponent hiervan is natuurlijk Ben Liebrand die in diverse Veronica programma’s zijn mixen ten gehore bracht om aan het einde van ieder jaar een Grand Mix te maken. Eén van de hofleveranciers voor zowel de amateurmixen in de Soulshow, als in de Grand Mixes was Janet Jackson. En wanneer je luistert naar het mixwerk in haar eigen werk en de pakkende beats, dan is dat ook niet verwonderlijk.

Eerder deze maand had ik al de liefde verklaard aan Janet Jackson in mijn blog over Black Cat en aangezien er voorheen nog geen enkele andere blog aan haar gewijd werd, is er gewoon binnen enkele weken nog een blog. Nu echter wél over een heuse hit in Nederland… we hebben het vandaag over remixes, dus vandaar met permissie. Zoals ik schreef zijn er artiesten die weinig doen met een 12 inch, maar dat geldt zeker niet voor Janet Jackson, die een prachtig clubexemplaar maakte. In deze Cool Summer Mix part 2 wordt alles uit de kast getrokken; extra trompet van niemand minder dan Herb Alpert en het inmixen van andere nummers van het album Control. Weinig mixen die je zoveel waar voor je 15 gulden geven als deze Cool Summer Mix part 2, de B-kant van de – je raadt het al – Cool Summer Mix part 1. Gezien de populariteit van de album- en de 7inch versie, mis je echt iets als je deze geweldige remix nog niet hebt gehoord. Ruim tien minuten genieten.

Keuze Erik van den Kieboom: Art Of Noise – Paranoimia (Extended Mix) (1986)

Via de LP/CD show op donderdagavond kwam ik voor het eerst in aanraking met Art Of Noise en dus ook Trevor Horn, althans dat dacht ik. Maar man, wat zat Trevor achter veel songs die mij erg konden bekoren in de 80’s. Buffalo Gals, Owner Of A Lonely Heart en Belfast Child om er maar een paar te noemen. Maar vooral The Lexicon Of love zal voor mij altijd aan Horn verbonden blijven. Een perfecte verzameling popliedjes die ik alleen maar kan vergelijken met Deacon Blue’s Raintown.

Graag had ik in deze battle The Look Of Love remix aangedragen met bijbehorend verhaaltje over mijn eerste import 12”, maar kon op YouTube die 7’37 versie niet vinden. Maar Paranoimia is een goede vervanger vooral omdat hij zo afwijkt van het origineel. De vette bas doet niet onder voor The Look Of Love en zou pas in 2011 overtroffen worden door ene James Blake.

Paranoimia dus met Max Headroom die volgens wiki een geanimeerde televisiepresentator was. Dat Max Hadroom gewoon Maximale Doorrijd-hoogte betekende kwam ik pas vorig jaar achter wandelend rond Old Trafford waar ik voor het eerst het bordje met die tekst zag. Ik kreeg de lach niet meer van mijn gezicht, mijn zoon verontwaardigd achterlatend.

Keuze Willem Kamps: Stereo MC’s – Fever (Steve Hillage Remix) (1992-1999)

Sleutelen

Rond de eeuwwisseling werd ik bevangen door het loungevirus. Ik stond er vermoedelijk voor open door mijn liefde voor Triphop en drum & bass met hun smooth jazz-invloeden, breaks en samples. Portishead, Massive Attack en Lamb kocht ik al bij verschijnen. Toen ik eind jaren ’90 weer eens op vakantie was in Griekenland en we avondenlang in de zwoele avondlucht met een Metaxa op het terras zaten, hoorden we telkens dezelfde down tempo klanken. Navraag leerde dat het Buddha Bar was. Terug in Nederland kwam ik erachter dat de Buddha Bar in Parijs stond en dat de muziek die daar werd gedraaid op meerdere verzamelalbums terecht kwam. Met muziek uit de Amsterdamse Supper Club gebeurde hetzelfde. Vermoedelijk om een soort van exclusiviteit te houden waren de CD’s knetterduur.

Omdat ik regelmatig in mijn pauze in de ramsjcontainers van de Media Markt liep te struinen kwam ik daar allerhande goedkope alternatieven tegen met namen als Kharma Collection, Sunset Ibiza, Chilled Out Ibiza en Ambiënt Ibiza. Veel Ibiza dus. Niet omdat de muziek daar werd gemaakt, maar net als in de Buddha Bar en de Supper Club daar werd gedraaid. Het vroegere hippie-eiland was in de loop der jaren getransformeerd tot het party-eiland, maar nog wel met een wat amechtige hippieambiance. De CD’s zijn op zichzelf inwisselbaar, want hebben allemaal dezelfde sound en dezelfde sfeer; een prima omlijsting voor een warme zomeravond. Slechts enkele nummers springen er echt uit en één daarvan is Fever. Niet het bekende Fever van Peggy Lee, maar een gelijknamig koortsachtig instrumentaaltje van Stereo MC’s, het hip hop annex dancetrio uit London.

Hun Fever in een remix van Steve Hillage staat op vele loungeverzamelaars, waaronder het door mij aangeschafte Asian Lounge. Gitarist Hillage speelde in meerdere Canterbury bands voordat hij in 1973 bij het space-gezelschap Gong terechtkwam. Daar leerde hij zijn partner Miquette Giraudy kennen en met haar maakte ook hij de transformatie door van hippie naar party. Als System 7 behoorden zij tot de pioniers van de techno. Eind jaren ’90 pakt Steve het uit ’92 daterende Fever aan en voegt Nabil Khalidi met zijn oed toe. Een oed of ud is de Arabische voorloper van de luit en het vingervlugge getokkel van Nabil past schitterend bij Fever. Voor loungebegrippen is het eigenlijk een redelijk vlot nummer en beweegt zich zo tussen de down (lounge) en up tempi (techno). Overigens: waarom je moet remixen – het sleutelen aan andermans werk – is mij nog steeds een raadsel, maar hier pakt het goed uit. Wel chill eigenlijk.

Keuze Alex van der Meer: Étienne de Crécy – Soldissimo (EDC Remix) (1996)

Alles wat je nodig hebt

Een remix hoeft niet altijd harder, beter of sterker te zijn dan het origineel. Gewoon anders is ook vaak mooi. Ondanks dat de Fransman Étienne de Crécy in staat is om stampende Deep House nummers te maken kiest hij voor deze bewerking van een nummer van Air om het downtempo karakter van het origineel te respecteren. Opvallend genoeg staat het blijkbaar wel ver genoeg van het origineel om de track een geheel andere naam te geven. Het origineel van Soldissimo is het nummer Les Professionnels, afkomstig van de eerste EP van Air, Premiers Symptômes.

De track is zogezegd heerlijk downtempo, de opbouw is subtiel, haast meditatief. Er wordt verder heel mooi gebruik gemaakt van een iconisch stemgeluid; je hoort een sample van het nummer When I Was A Young Girl in de uitvoering van Nina Simone. Ondanks het rustige karakter wordt er echter wel naar een climax toegewerkt. Op een gegeven ogenblik onderga je een prachtige overgang naar een muzikaal citaat dat op z’n minst pas twee jaar na het uitkomen van Soldissimo en Les Professionnels uiteindelijk gegrift zou komen te staan in het geheugen van miljoenen muziekliefhebbers over de hele wereld. Wat blijkt, Les Professionnels is uiteindelijk twee keer bewerkt. Niet alleen door Étienne de Crécy, maar ook nog een keer door Air zelf. Op het debuutalbum Moon Safari, uit 1998, heet het nummer dan uiteindelijk All I Need.

Keuze Jeroen MirckBeastie Boys – Body Movin’ (Fatboy Slim Remix) (1998)

Overdrive

Hiphop is vaak al de remix van oude soul-, funk- en disco-klassiekers, maar Beastie Boys hebben ook de remix van hun eigen werk tot kunst verheven. Er bestaat geen single van hen die niet eens flink door de mangel is gehaald voor een moddervette remix. In een mix-battle kunnen ze dan ook niet ontbreken.

Er bestaat geen mooier sample-album dan Paul’s Boutique uit 1989. Met name het ruim twaalf minuten durende B-Boy Boullabaisse is een lust voor het oor. Allemaal korte fragmenten van pakweg een minuut die weer feilloos overlopen in een andere geniale objet trouvé uit de platenkast van de drie New Yorkers en hun deejay, aaneengesmeed door de Dust Brothers. Een absoluut sample-walhalla.

Maar een sample is nog geen remix, dus kies ik voor later werk van de beestachtige jongens. De ultieme remix van hun werk is gemaakt door Fatboy Slim, die het toch al extreem dansbare Body Movin’ (van het album Hello Nasty uit 1998) nog even helemaal door de turbo-wasstraat haalde. Het nummer galmt, echoot en gaat helemaal in de overdrive. Ad Rock, MCA en Mike D vonden het kunstwerkje van Fatboy Slim dermate geslaagd dat ze het als single uitbrachten, met een voor hen zo kenmerkende videoclip vol lollige verkleedpartijen. We be getting down and you know we’re Krush Groovin’.

Keuze Erwin Tijms: Coldplay – Talk (Thin White Duke Remix) (2005-2006)

Geen roest

Coldplay. Er is altijd wel een mening over deze band te vinden. Ook op Ondergewaardeerde Liedjes zijn de meningen al eens ruimschoots aan bod gekomen. Zelf vond ik de eerste albums van hoge kwaliteit. Veel kleinere nummers, mooi begeleid. Het had de belofte in zich van meer. Verfijndere teksten, misschien nog wat gedurfder in muzikaliteit. Niet voor niets werd de band in het begin zelfs met Radiohead vergeleken.

Coldplay koos later voor een pad dat juist bij me wegliep. Meer bombast, meer pathos en een kathedraal-vullend geluid in de arrangementen. Ze zijn er in ieder geval heel populair mee geworden. Die populariteit levert alleen bij sommige nummers overkill op. Noem het een Smells Like Teen Spirit- effect: sommige nummers heb je bewust en onbewust zo vaak in je leven gehoord dat je iedere gitaaraanslag, iedere ademhaling, iedere klank al kan voorspellen en zelfs het beste nummer wat sleets kan aandoen.

Enter de remix. Want met een remix voorkom je juist die sleetsheid. Een andere artiest deconstrueert het nummer en bouwt het opnieuw op, vanuit een hele andere muzikale invalshoek. Het nummer wordt opnieuw verzonnen. En laat dat maar over aan Jacques Lu Cont, die voor dit soort werk gebruik maakt van de overambitieuze naam The Thin White Duke. Eind jaren ’90 verwierf Jacques Underground-bekendheid met de Electro-act Les Rhythmes Digitales. Hij surfde mee op de populariteit van de Franse filter-house en bracht met Darkdancer in 1999 een fraaie ondergewaardeerde plaat uit, vol knipogen naar de jaren ’80. Jacques ging zo ver met deze Franse act dat hij zelfs interviews gaf in het Frans. Dat was wat opmerkelijk, want Jacques Lu Cont was een alias van Stuart Price uit Reading, in Engeland. In de jaren na Les Rhythmes Digitales ontpopte Stuart zich tot een gewild remixer en producer en werkte hij met grote acts aan hun tours. Naast Coldplay bewerkte hij onder andere nummers voor The Killers, Depeche Mode en Röyksopp. Stuk voor stuk heerlijke remixes waarbij maar weinig overblijft van het originele nummer. Enkel de zang en een riedeltje uit het oorspronkelijke nummers zijn nog te herkennen. Bij Talk zijn dat de beroemde klanken uit Computerwelt van Kraftwerk, die Coldplay zelf al geleend had. Zo houd je zelfs de meest roestige nummers vers.

Keuze Erwin Herkelman: Ferry Corsten Ft. Novastar – Because (Remix) (2008-2010)

Twee uitersten

Ik had er nooit zoveel mee. Rock, maar dan niet van het alternatieve soort, ook niet bombastisch of groots, en óók niet snoeihard. Een beetje lafjes eigenlijk, tegen de popmuziek aan. Radio 3-muziek noemde ik het toen. Een stereotypering die anno 2021, na een aantal mislukte pogingen om een nieuwe doelgroep aan zich te binden, langzaam weer op lijkt te gaan. Al had de zender destijds vele malen meer impact. Inmiddels is er, door de verschillende koerswijzigingen in de afgelopen tijd, maar weinig meer over van wat óóit de best beluisterde zender van Nederland was.

Novastar was wat mij betreft een positieve uitzondering binnen dit zelf verzonnen genre. Hoewel zij met Wrong en The Best Is Yet To Come wel héél dicht tegen de Radio 3-muziek aanschurkten, wisten zij mij tóch steeds te raken met hun muziek. In mijn zoektocht naar oude en nieuwe klassiekers, die begon in de eerste jaren van de Top 2000, kwamen zij dan ook snel in beeld en kregen ze een vast plekje in mijn playlists.

Maar de liefde verwaterde wat toen ik mijn ontdekkingstocht door het heden en verleden voltooid had en mij weer vól op de housemuziek stortte. Toch dook Novastar op een onverwacht moment opnieuw op. Because kwam namelijk voorbij in een van de podcasts die ik vaak luisterde: ín de remix van Ferry Corsten.

En ik moet zeggen: de trance-coryfee voelde het nummer perfect aan. De beats op de juiste plek, de bombastische melodie in de break die het origineel op een heerlijke manier versterkte… En toch had hij de emotie die ik voelde bij het nummer, precies weten te behouden. En zo kwamen twee genres die zich aan de uiteindes van mijn persoonlijke muzikale spectrum leken te bevinden, alsnog op een prachtige manier samen.

Keuze Remco Smith: Nine Inch Nails – Head Like A Hole (Mustache Riot & Direct Feed Remix) (1990-2012)

I want my MTV

Hoe vaker ik bijdragen schrijf voor dit onvolprezen forum, hoe meer ik merk dat mijn muzieksmaak grotendeels is bepaald door MTV. Mijn studententijd was van 1991 tot en met 1996. Mijn herinnering zegt dat deze periode één lange gelukzalige periode was, maar mijn geheugen heeft het uiteraard totaal niet bij het rechte eind. Dat is niet erg trouwens, maar mijn studententijd was ook een tijd van lamlendigheid en van eenzaamheid… Als ik in mijn eerste twee jaar het weekend in Tilburg bleef om voor tentamens te blokken, was het geluk ver te zoeken. Doelloos boven de boeken hangen, studievrienden die wel naar de ouders gingen dus geen aanspraak. Weinig om handen. Weekenden die tergend traag voorbij gingen.

Gelukkig was daar MTV. 24 uur per dag videoclips. Genoeg meuk, uiteraard. Echt slechte meuk, maar ook prima meuk als 2Unlimited en Ace Of Base. En Rebecca de Ruvo en Marijne van der Vlugt natuurlijk. En Ray Cokes. En hé, het was wel de tijd waarin de gitaar mainstream werd. Dus ook veel grunge, gewoon overdag. Zelfs Nine Inch Nails, overdag. Als er iets is dat YouTube kan worden verweten, is dat zij MTV als muziekzender de nek om heeft gedraaid. Ik denk dat heel veel mensen van mijn leeftijd qua muzikale ontwikkeling niet zo ver waren gekomen als er geen MTV was. Dus dank aan MTV. Dank aan Yo! MTV Raps van Dr. Dré en Ed Lover en aan vooral 120 Minutes van Paul King.

Van Head Like A Hole van Nine Inch Nails was ik zwaar onder de indruk. Dat iets zo industrieel en gewelddadig kon klinken maar toch toegankelijk, was voor mij een openbaring. In de Mustache Riot & Direct Feed Remix blijkt Head Like A Hole een soort van Depeche Mode-hit te worden. Weliswaar liever het origineel maar als het toch moet binnen de grenzen van deze battle, is deze remix lang niet gek.

Keuze Guido de Greef: Arcade Fire – Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) (Damian Taylor Remix) (2012)

Geen verveling

Ik geef de schuld aan m’n jeugd. Opgroeiend in de jaren negentig stonden CD-singles vol met remixen, de ene nog onzinniger dan de andere, en enkel bedoeld als vullertjes. De grootste hit van de jaren negentig, de Macarena, is een remix. Veel onbenulliger vind je ze niet. Het nut van de remix ontging me; de originele uitvoering van een song zou per definitie de beste versie moeten zijn. Een remix geeft in feite aan dat jij, of je producer, broddelwerk heeft geleverd.

Toch, heel soms, vind je een remix die het origineel echt naar grote hoogten weet te stuwen. Zelfs als dat origineel al meesterlijk is.

Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) is op The Suburbs, de beste plaat van Arcade Fire, de catharsis; de ontlading op een album met songs over opgroeien in een Amerikaanse voorstad. De landerigheid, de verveling, maar ook de verleiding van de neonverlichting van de grote stad. Niet dat daar het echte leven is.

Dead shopping malls rise like mountains beyond mountains

Op het album werkt die song het beste als je eerst het desolate Sprawl I (Flatland) hoort. Daarin neemt een vermoeide Win Butler de zang voor z’n rekening. Maar dan komt de stuiterende synth van Sprawl II (Mountains Beyond Mountains), met de zang van Régine Chassagne. Het is een vederlichte track. Het is dance, met een stuiterende synthesizer, en daarmee is het alles wat je niet van Arcade Fire verwacht. Het is perfect. Wat zou je hier nog aan willen verbeteren?

Toch nam Damian Taylor voor een Record Store Day-release Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) onder handen. Hij was zo verstandig om het superieure origineel zo veel mogelijk intact te laten. Zo weerstond hij de verleiding om een tekstregel te loopen, of de opbouw om te gooien.

Wel gaf hij de song een extra schop onder de kont. In Taylors handen is Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) niet springerig, maar log. De opening is filmisch, maar al snel gromt een bassynth op de achtergrond, en vormt een extra hook. Vlak voor het vierde couplet haalt Taylor de akoestische ritmegitaar in de mix naar voren. Tijdens de bridge komt er een extra synthesizermelodie overheen. Het zijn subtiele aanpassingen die de song groots en spannender maken. Overheerst in het origineel nog verveling, bij Taylor kan zich in elke shopping mall een seriemoordenaar schuilhouden.

Na het succes van Sprawll II (Mountains Beyond Mountains) had Arcade Fire de smaak te pakken. Het volgende album, Reflektor, lieten ze produceren door James Murphy van LCD Soundsystem. Het was hun danceplaat, maar de band sloeg de plank mis. Geen geslaagde danceversies, maar lang uitgesponnen songs die klonken als slechte 12″ remixen. Een beetje zoals die B-kantjes op de CD-singles uit m’n jeugd.

Keuze Stefan Koopmanschap: Royal Blood – Trouble’s Coming (Purple Disco Machine Remix) (2020)

Die combinatie van Purple Disco Machine met Trouble’s Coming pakt bijzonder goed uit

Royal Blood is een rockband met lekkere stevige gitaren. Recent brachten zij een track uit genaamd Trouble’s Coming, die we bij KINK al snel als lievelingetje oppikten. Goeie gitaren, een lekker ritme, een catchy refrein. Heerlijk!

Aan de andere kant van het spectrum heb je Purple Disco Machine, een meesterlijke producer die house maakt met een flinke dosis disco invloeden. Naast een flinke dosis aanstekelijk eigen werk (inclusief ook flink wat samples) is de man een meester remixer.

Gitaren + disco is misschien niet de eerste combinatie waar je aan denkt. Hoewel, ook zijn remix van Balthazar’s Losers mag er best zijn. Dus toen ik zag dat er Purple Disco Machine remix uit kwam van Royal Blood’s Trouble Coming was ik eigenlijk meteen enthousiast. En terecht, zo bleek. Die combinatie van de disco house van Purple Disco Machine met Trouble’s Coming pakte bijzonder goed uit. Luister zelf!

Keuze Marese Peters: Steven Wilson – Personal Shopper (Biffy Clyro Remix) (2020-2021)

Het gemis van gitaren

Steven Wilson verraste vriend en vijand begin dit jaar met zijn nieuwe album The Future Bites. Vanwege corona was de lancering ervan ruim een jaar uitgesteld. Als je ziet met hoeveel conceptueel en visueel werk Wilson dit album heeft omgeven, dan snap je dat uitstel wel. Begin corona was iedereen teruggeworpen op zichzelf. Winkels, restaurants en concertzalen zaten potdicht. In die bizarre situatie was het idee achter Wilson’s album in dorre aarde gevallen.

The Future Bites stelt namelijk het ongebreidelde consumentisme aan de kaak dat onze Westerse samenleving kenmerkt. Kopen om het kopen, spullen verzamelen die je absoluut niet nodig hebt, astronomische bedragen betalen voor gelimiteerde edities. Geld uitgeven om gaten in je eigen bestaan op te vullen. Zoiets. Om deze boodschap kracht bij te zetten, schreef Wilson een album vol sterke, soms zelfs poppy, elektrosongs. Gitaren zijn nauwelijks te bekennen. En dat terwijl de meeste van Wilsons fans (en zeker degenen die met hem meegegroeid zijn sinds zijn tijd bij Porcupine Tree) juist in extase raken wanneer Wilson de gitaar hanteert.

Het was dus even wennen, dat nieuwe album. Verklaard Wilson-haters vonden zijn nieuwste album ineens best te pruimen, verstokte liefhebbers van het eerste uur verslikten zich in hun biertje en smeten het album in de (digitale) verdomhoek. Zelf kostte het mij ook een aantal draaibeurten voordat het kwartje viel. Maar het viel wel. Gelukkig maar. Want ik hou ervan als artiesten doen waar ze zelf zin in hebben. Zeker als het om zulke genieën gaat als Steven Wilson. Je kunt erop vertrouwen dat ze iets maken dat goed is.

Toch zet ik dit album, nu de nieuwigheid ervan af is, weinig op. Dat realiseerde ik me laatst. Ongemerkt is het uit mijn gezichtsveld verdwenen. Kennelijk heeft het toch geen warm plekje in mijn muzikale hart veroverd. Veel liever draai ik Wilsons eerdere albums.

Waar dat door komt, wordt glashelder aangetoond door de remix die Biffy Clyro maakte van Personal Shopper – het nummer dat het meest expliciet het thema van het album verwoordt. Ik ben geen kenner noch liefhebber van het werk van Biffy Clyro (misschien omdat ik bij die bandnaam altijd aan Buffy the Vampire Slayer moet denken – die rare hersenkronkel neem ik volledig voor mijn rekening), maar deze remix is fenomenaal. Met name omdat ze er een dik, vet pak gitaren onder hebben gezet. En ineens voel ik wat ik miste: die gruizigheid, die diepte, dat schuren. Dat raakt me waar het oorspronkelijke nummer dat niet lukte. Oordeel zelf.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.