In een ver verleden was het elke week vaste prik: een avondje klaverjassen in het clubhuis onder het genot van bier en muziek. Je betaalde een schamel entree en de winnaars van de avond kregen een prijs(je). Ik speelde met een vaste maat en we eindigden steevast in de Top 3. Het ging er gemoedelijk aan toe, maar om de en of andere reden waren er twee kaarters die net iets beter waren. Dat kan een keertje en ook nog wel een tweede keer, maar niet talloze keren op rij. Ik besloot om hen maar eens goed te observeren en na een avondje wist ik waarom de mannen altijd wonnen. Het had helemaal niets met goed kaarten te maken. De organisator had voor de vergeetachtigen onder de aanwezigen voor alle tafels een blokje gemaakt met de vier kaartkleuren; elke op een van de zijden. En omdat helemaal niemand ervan uitging dat er met het mes op tafel gespeeld zou worden konden de spelers gewoon de kaarten oppakken voordat er kleur gekozen was. Wat deden de twee valsspelers? Wanneer de maat van de kiezer een goede kaart van een bepaalde kleur had gaf hij een subtiel teken. Stel, op het blokje ligt de schoppen naar boven dan gooide hij heel kort zijn hoofd naar achteren. Goede ruitenkaart en de kleur lag aan de linkerzijde van het blokje? Je hebt hem door…..een beweging naar links.

Er zijn twee mogelijkheden: je lapt ze erbij of je maakt ze af. We besloten het tweede te doen. Elke keer wanneer zij moesten kiezen gooide ik het blokje omhoog en ving het weer op. Heb je een tic? was de reactie. Nee, zei ik glimlachend. Jij wel? Ze speelden geen deuk in een pak boter en aan het einde van de avond zei ik dat het wel de laatste keer was geweest. Natuurlijk kreeg ik het onnozele hoe bedoel je? als antwoord, maar aan de blik toen ik het blokje omhoog gooide en de vinger aan de neus plaatste wist ik dat ze donders goed begrepen hadden waar het over ging. Voor de zekerheid heb ik de organisator verzocht de spelregels aan te passen. Eerst kiezen, dan kaarten oppakken.

Kijk, ik kan tot op zekere hoogte begrip opbrengen voor sporters die er werkelijk alles aan doen om niet te verliezen of te winnen. Proberen de tegenstander mentaal uit balans te krijgen, een keiharde sliding om duidelijk te maken dat er geen lieverkoekjes gebakken worden of de bal een vriendelijke zetje meegeven waar normaliter voor afgefloten wordt. Prima, mits je kan incasseren.

Je hebt het natuurlijk ook in de liefde. Zij die alles in de strijd gooien om een de dame of heer van keuze te overtuigen dat zij een goede partij zijn. En dan niet schromen eventuele kapers zwart te maken of zelfs fysiek af te schrikken met gorillagedrag.

Little River Band schreef daar in 1985 een liedje over: Playing To Win. Het was het tweede album met zanger John Farnham, die Glenn Shorrock in 1983 kwam vervangen. Met zijn vertrek werd het commerciële succes achter hen gelaten. Niet dat Farnham een slechte zanger zou zijn, want die had al een hele succesvolle carrière achter de rug met acht Top 10-hits waarvan twee op de hoogste positie. In 1987 zou hij LRB weer verlaten om zich weer volledig op zijn solocarrière te werpen. Zijn albums kregen maar liefst 61 keer platina, had elf Top 10 hits waarvan twee op #1 (You’re The Voice en Age Of Reason). Van alles wat hij voor Little River Band gezongen heeft is Playing To Win het enige lied dat hij steevast live speelt. Hij heeft ook recht van spreken.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.