Voor wie het ontgaan was: Ondergewaardeerde Liedjes bestond op 7 mei precies tien jaar! Alhoewel: op 7 mei 2011 heette het ding nog In de schaduw, een soort verzameling van liedjes op Tumbr. Alle blogjes volgden hetzelfde format: waar kennen we band of artiest X ook alweer van? En waarvan helaas niet meer? En dat was dan het onderwerp van de blog.

Qua vorm is Ondergewaardeerde Liedjes de afgelopen jaren ontzettend veranderd. De missie nauwelijks. Wat we willen, waarom velen van ons wekelijks in de pen klimmen, is ervoor zorgen dat mooie muziek die amper bekend is bewaard blijft voor het nageslacht. Uit dat oogpunt is het leuk te melden dat sinds dit jaar de website door de Koninklijke Bibliotheek gearchiveerd wordt. Ondergewaardeerde Liedjes (en in het verlengde de Snob 2000) is dus ‘digitaal erfgoed’ en wordt gezien als een representatief beeld van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet.

De popmuziekgeschiedenis wordt steeds langer. De mensen die stonden te dansen op de eerste rock ‘n roll-plaatjes, zijn nu senioren. Wat we overbrengen aan volgende generaties, de liedjes die onthouden worden, dat wordt bepaald door het collectieve geheugen. Ondergewaardeerde Liedjes is de collectieve ambitie om dat collectieve geheugen een duwtje in de goede richting te geven, er liedjes aan toe te voegen die de moeite waard zijn om nooit meer vergeten te worden.

De battle was een van de eerste vaste formats: The White Stripes waren als eerste aan de beurt (je kon toen kiezen tussen Hotel Yorba en Fell In Love With A Girl), daarna volgden Joe Jackson en Jamiroquai. Eigenlijk zouden we die allemaal eens over moeten doen.

Dankzij de battles sloten steeds meer bloggers zich bij Ondergewaardeerde Liedjes aan en is het geworden wat het nu is: een mooie, bonte verzameling van opgedrongen meningen over ‘muziek die eigenlijk beter is dan wat het grote publiek kent’. Daarom: een battle om tien jaar Ondergewaardeerde Liedjes te vieren.

En, voor wie hem nog niet gezien had: er bestaat dus een playlist met alle ruim 4.500 liedjes die ooit voorbij zijn gekomen op Ondergewaardeerde Liedjes! Met dank aan Martijn Janssen voor het harde werk.

Keuze Jan-Dick den Das: Michel Fugain & Le Big Bazar – La Fête (1973)

Feest

Muziek, het is voor veel mensen een bron van steun, vermaak en inspiratie. En je hebt het in alle soorten en maten, van minimalistisch tot bombastisch. En veel liedjes hebben zo hun verhaal en dat is vaak wel het mooiste het verhaal achter het nummer. Wat het verhaal ook mag zijn, want bij een nummer kan je altijd je eigen verhaal schrijven, is wat het nummer met jou doet of deed. En daarom vind ik het persoonlijk zo mooi dat er een site als Ondergewaardeerde Liedjes is. Je komt in aanraking met prachtige nieuwe muziek die je soms nog niet kende of nog niet waardeerde. Juist de verhalen van de bloggers maken het zo mooi, de ene keer heel persoonlijk de andere keer over de geschiedenis van een nummer maar altijd een mooi verhaal. En ja, daar hoort een feestje bij en wat mij betreft ook een feestelijk nummer.

Ik zelf hou nogal van Franse muziek en heb daar ook nog wel eens een blogje aan gewijd, dus voilà…laten we een Frans feestnummer nemen. La Fete van Michel Fugain. Een nummer wat vrolijk is en je toch in een feeststemming moet brengen, waar je spontaan zin krijgt om de fles te ontkurken en de glazen rond te laten gaan.

Plus de bruit plus de fumée
Puisqu’on va tous à pieds
C’est la fête, la fête
Le pain et le vin sont gratuits
Et les fleurs aussi
C’est la fête, la fête
C’est comme un grand coup de soleil
Un vent de folie
Rien n’est plus pareil
Aujourd’hui
Depuis le temps qu’on en rêvait
Et qu’on en crevait
Elle est arrivée
C’est la fête, la fête

Een feest waar de zon schijnt, de wind dwaas is en het brood en de wijn gratis zijn. En dat wanneer we allemaal genieten van die verhalen, de verhalen over die artiesten waarvan je nog nooit had gehoord. De verhalen over wat dat nummer met iemand zijn leven heeft gedaan. Het is een feest of zoals Fugain zegt La Fête.

Verhalen zijn om door te geven en laten we dat blijven doen, die prachtige verhalen over die prachtige nummer geschreven door die prachtige mensen. Leve ondergewaardeerde liedjes.

Keuze Jeroen Mirck: Led Zeppelin – Ten Years Gone (1974)

10 jaar

Muziek maken is een op zichzelf staand universum. Schrijven over muziek is dat ook. Het is een passie waar alles voor moet wijken. Nou ja, alles… Het leven gaat gewoon door terwijl jij plannen maakt voor muziek of schrijfwerk.

Passie komt voort uit keuzes maken, vaak lastige keuzes. Geen nummer drukt dat beter uit dan Ten Years Gone van Led Zeppelin, afkomstig van hun zesde album Physical Graffiti uit 1975 (en een jaar eerder opgenomen). De tekst van zanger Robert Plant gaat over een vriendin die hem tien jaar geleden voor de keuze stelde tussen haar en zijn muzikale passie. Plant koos voor de muziek. In een interview uit 1975 verwoordde hij dat als volgt: I was working my ass off before joining Zeppelin. A lady I really dearly loved said, ‘Right. It’s me or your fans.’ Not that I had fans, but I said, ‘I can’t stop, I’ve got to keep going.’ She’s quite content these days, I imagine. She’s got a washing machine that works by itself and a little sports car. We wouldn’t have anything to say anymore. I could probably relate to her, but she couldn’t relate to me. I’d be smiling too much. Ten years gone, I’m afraid. Anyway, there’s a gamble for you.

Kortom: wie tien jaar geleden besloot om over muziek te gaan bloggen, over ondergewaardeerde liedjes in het bijzonder, maakte een uitgesproken keuze. Een keuze uit passie. Een keuze voor fans die er nog niet waren, maar die de muziekblog uiteindelijk wisten te vinden, net als de podcasts en de andere gastoptredens op Kink FM. Net als de Snob 2000 en het wekelijkse Snobuurtje bij Pinguin Radio. We can’t stop, we’ve got to keep going.

Keuze Hans Dautzenberg: Jona Lewie – You’ll Always Find Me In The Kitchen At Parties (1980)

Melig

De keuken op feestjes is een mooie plek. Je kunt elkaar beter verstaan. Je kunt even op jezelf zijn door te helpen met afwassen/klaarzetten/inschenken. De koelkast vind je er, vol bier, wijn en aardappelsalade. Je kunt je er eventueel terugtrekken met je nieuwe kennis, om – in de woorden van Jona Lewie – te dansen op een nieuwe manier. Het aanrecht biedt de kans om te leunen, als je even moe bent, maar niet wilt zitten. Het is er doorgaans lichter, dus kun je jouw nieuwe kennis even beter bekijken. Belangrijk gereedschap vind je er: de opener voor je bier/wijn, maar ook: zout en peper voor bij de aardappelsalade. Mosterd bij de kaasblokjes. Ben je een beetje verlegen, dan kun je hier bezig zijn zonder dat je met onbekenden hoeft te praten. Kortom, er zijn vele redenen om in de keuken te zijn op feestjes.

De grappige en herkenbare tekst voor You’ll Always Find Me In The Kitchen At Parties is geschreven door ‘Keef Trouble’, artiestennaam van Keith Trussel (1949). Trussel zit een tijdje samen met John Lewis (Jona Lewie) in de Engelse club en bluesband Brett Marvin & The Thunderbolts en vervolgens ook in Terry Dactyl & The Dinosaurs, bekend (?) van de 1971 UK hit Seaside Shuffle. De meligheid zat de heren duidelijk al vroeg in het bloed. Daarover gesproken: later weet Lewie een contract te bemachtigen bij Stiff Records: ‘The World’s Most Flexible Record Label’. In die tijd, zo vertelt hij op zijn website, laat Trussel een schriftje met teksten bij Lewie achter. Bladerend valt zijn oog op You’ll Always Find Me…: I did fall upon what I thought was a brilliant line and would make a brilliant title as well. Lang verhaal kort, Lewie schrijft er een simpel doch pakkend synthesizermuziekje bij en samen passen ze de tekst wat aan, ze maken er een happy ending bij en het nummer wordt uitgebracht door Stiff. Het nummer wordt een bescheiden hit.

Terug naar het feest. Laten we de jarige feliciteren: 10 jaar Ondergewaardeerde liedjes! Wat mooi om een platform te hebben waar zoveel enthousiaste liefhebbers hun persoonlijke en muzikale verhalen met elkaar en met de wereld delen en daarbij open staan voor de meest uiteenlopende ondergewaardeerde muziek. Feest!

Keuze Willem Kamps: Twelfth Night – We Are Sane (1982)

Blah blah blah

Jona Lewie zong het al: You can always find me in the kitchen at parties. Zo één ben ik er ook. Niet echt gek op feestjes en als ik er dan ben liever niet midden in het gedruis. Ook op eigen feestjes sta ik liever in de keuken. Beetje aanrommelen met vreterij en biertjes pakken en ondertussen wat halve gesprekken voeren. Gelukkig zijn we alle drie kort na elkaar jarig, dus áls we het hier thuis vieren doen we het in één keer. Zijn we er voor de rest van het jaar weer vanaf. Maar, ondanks dat ik geen liefhebber ben, kan ik de viering van het tienjarig bestaan van Ondergewaardeerde Liedjes natuurlijk niet aan me voorbij laten gaan.

De site van Ondergewaardeerde Liedjes is voor mij één groot feest, een zeer langdurig festijn, waar ik na een kleine vier jaar voor werd uitgenodigd nadat ik op Twitter had gereageerd op de vraag wat de mooiste gitaarsolo ooit is (Steve Hillage in A Clearlight Symphony – luister vanaf de opmaat, circa minuut tien:  kippenvel). Ik schrijf veel voor mijn werk, van beleidsnotities tot het personeelsblad, dus de stap naar stukjes over muziek was eigenlijk snel gemaakt en zes jaar verder is het een verslaving; minstens één blog per veertien dagen – liefst per week. Dan wil ik nu ook bloggen over een feestje. Bovendien is er genoeg feestmuziek zou je zeggen. Toch duik ik weer de keuken in. Nu om lekker te flansen want ik kan moeilijk een standaard feestlied presenteren. Het resultaat: We Are Sane van Twelfth Night.

De naam van de band is al een feest. Van de Katholieke kerk dan. Drie Koningen. Twaalf dagen na de kerst. Een band uit Reading, ontstaan op de lokale universiteit, en de eerste lokale band die het beroemde lokale festival mag openen. Eighties symfo met new wave-invloeden. Hoewel hij er later bij komt en vrij snel vertrekt, is zanger Geoff Mann het meest prominente bandlid. Ook hij studeert. Schilderkunst aan de Art School. Geoff begint als roadie maar bij gebrek aan een zanger gaat hij zingen. Zijn eerste optreden: Reading 1980. Ook schrijft hij enkele toneelstukken. De kunst, het theater én vermoedelijk de kerk – Geoff wordt in 1990 tot priester gewijd – maken van hem een heerlijke performer, die ik helaas nooit heb gezien noch zal zien. Geoff Mann overlijdt in 1993.

Zijn geloof sijpelt steeds meer door in zijn teksten, vooral in zijn latere solowerk. Bij Twelfth Night heb je daar nog geen last van. Geen blij gedoe, geen devotie of anderszins, al kun je We Are Sane bijna als een hoogmis beschouwen, en ik kan je vertellen, hiervoor zou je mij als ongelovige wél naar de kerk krijgen. Van begin (Te Deum) tot einde (File Number 2) leidt Geoff je op cynische wijze door alle gekte van het leven, alles waar we in zijn doorgeslagen: lebensraum for megalomania. Van Britse upper class en kopstem tot Monty Python-achtige typetjes. Dan weer lieflijk, dan weer rauw. Ook declameert Geoff een deel als een gebed. En, passend, hij begint met feestjes: Blah blah blah, blah ru blah blah, my party. Blah ru blah blah, other party. Een beetje zoals mijn idee van een feestje – boring – al geniet ik vervolgens van elke maat en elke strofe want dit nummer is echt één groot feest. Ook zonder keuken.

Keuze Vincent van der Vlies: The Smiths – Panic (1986)

Übersnob

De Top 2000 is natuurlijk een lijst met echt wel goede liedjes, maar wordt ook steeds meer een verzameling van gekkigheid, clichés en draken van nummers. Toen ik in 2016 de Snob 2000 leerde kennen voelde dat heel fijn, omdat er echt goede muziek in stond (en staat) en ook heel veel wat ik nog niet kende. Ik had zelfs al interactie via het twitter account, omdat ik in de longlist van de lijst nog veel nummers vond ontbreken, waar ik als officiële reactie op kreeg dat ik een übersnob was. Een geuzentitel!

In het kielzog van de Snob leerde ik ook ondergewaardeerde liedjes kennen, maar ook op dit platform ontbraken nog wel wat nummers die nog niet bewierookt waren en die dat wel verdienen. En zo gebeurde het dat ik op 1ste kerstdag 2018 mijn eerste blog gepubliceerd zag over Davidian van Machine Head. Mijn eerste bijdrage was rijkelijk laat in vergelijking met andere bloggers en in de periode erna heb ik in de statistieken gezien dat ik nog lang niet op de hoeveelheid blogs kom van de godfathers van dit medium, maar ik vind het wel heel erg leuk om hier steeds een bijdrage aan te mogen leveren.

En daarom op deze speciale dag op dit speciale platform dit nummer vanwege de voor mij dubbele symboliek. Want paniek is wat ik vaak voel als ik een blog schrijf voor ondergewaardeerde liedjes. Steeds dat dubben over welk nummer ik nu weer wil opwaarderen. Voorbeeld bij dit blog: kies ik iets met ‘party’ (‘ja maar Bloc Party heb ik al gedaan’), of ‘decade’ of iets uit 2011 voor de symboliek, of toch iets met ‘underground’, omdat het vaak gaat om minder bekende liedjes. Twijfels, wikken, wegen en stiekem altijd onzeker over je keuze. Mede daarom stuur ik altijd op het laatste moment pas iets in. Ik had wat dat betreft ook Two Minutes To Midnicht van Iron Maiden kunnen kiezen voor de symboliek. Of Monday Morning 5.19 van Rialto (beide ook nog niet gedaan dus wie weet…).

Panic is voor mij al jaren een erg lekker nummer. Het zingt niet alleen lekker mee aan het eind (32 keer ‘Hang the DJ’), maar vooral de licht omineuze zinsnede Hang the blessed DJ, because the music that they constantly play. It says nothing about me about my life vind ik treffend symbolisch. Hierin zit voor mij ook het verschil tussen de ondergewaardeerde liedjes in de Snob 2000 en die andere lijst. De nummers die hier besproken worden zijn voor mij overwegend veel betekenisvoller, verrassender en beter. Dus gefeliciteerd Ondergewaardeerde liedjes, op naar het volgende decennium!

Keuze Der Webmeister: Beastie Boys – (You Gotta) Fight For Your Right (To Party!) (1987)

Stoelen aan de kant en voetjes van de vloer!

Vermoedelijk heb ik Ondergewaardeerde Liedjes ooit leren kennen via de Snob 2000, bij voorbaat al een enorm sympathiek project in mijn ogen omdat ik een nietsontziende blinde haat koester tegen de tegenhanger: de Top2000. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe groot mijn afkeer is voor die grijze brij van steeds diezelfde afgezaagde blanke mannen rockballads en Nederpop-meuk. De rotte spruitjeslucht van de Top 2000 is gewoon niet te harden, vooral niet omdat het je iedere jaar in december wekenlang op bijna hysterische wijze op allerlei manieren via allerlei kanalen wordt opgedrongen, als zijnde het zogenaamde ultieme muziekmoment van het jaar, nota bene betaald van mijn eigen belastingcenten. Echt, flikker toch op met je oppervlakkige wansmaak, terwijl ik even de vlokken schuim van m’n mondhoeken veeg.

Ik haat de Top 2000 om uiteenlopende redenen, en één daarvan is het totale gebrek aan transparantie over de uitgebrachte stemmen. De ranglijst is totaal oncontroleerbaar en dus zal het mij niet verwonderen als een mooi plaatsje in de TOP 2000, liefst overdag op prime-time, gewoon gekocht kan worden. Maar nogmaals, dat is speculatie die ik niet hard kan maken, maar ik zou er geen seconde van opkijken als dat ooit zou worden aangetoond.

Zo niet bij de Snob 2000, het eindejaarproject van dit blog dat op zijn 10de editie afstevent. Uit eigen waarneming kan ik getuigen dat deze echt de stemuitslag weergeeft, gezien ook het vaak rare en onvoorspelbare stijg- en daalgedrag van sommige nummers. Ik zal niet zeggen dat ik alles uit de Snob 2000 even geweldig vindt, net zo min als dat ik alles wat op dit blog wordt aangeprezen evenveel waardeer, maar het wordt allemaal ten minste met liefde en oprechtheid gemaakt, en verdient daarmee mijn respect. Dit in tegenstelling tot het voorgekauwde Top 2000 fabrieksvoer, waar kraak nog smaak aanzit. Ieder jaar stromen nummers door naar die vervloekte Top 2000, wat ruimte geeft voor nieuwe frisse instroom. De Top 2000 daarentegen zit al jaren enorm op slot.

Zelf ben ik pas aan mijn derde jaar hier bezig, en vooral de wekelijkse maandag-battles zijn op zichzelf een feest om te doen. Door de beperking van het wekelijkse thema dwingt het je namelijk om buiten je bubble te zoeken naar passende muziek. Heerlijk is dat, tijdens sporten of autorijden, in gedachten nadenken over de wekelijkse muzikale uitdaging. Het resultaat is een buitengewoon bont mengsel van muziek, bij elkaar gehouden door de rode draad van het thema van de week. Het is alsof je een handvol ingrediënten aangerijkt krijgt, en daar dan een gerecht van moet zien te koken.

De individuele bijdrages zijn helemaal free-format, wat ik aanvankelijk een tikkeltje eng vond omdat je geacht werd niet alleen de muziek te bespreken, maar er ook een persoonlijke draai aan te geven. Maar inmiddels ben ik wel over de drempelvrees heen, en heb ik geleerd dat het meestal andersom werkt: ik begin steeds vaker met een autobiografische inval, en daar hoort dan vervolgens een bepaald nummer bij.

Maar vandaag is het dus feest op dit blog, en geen feest is compleet zonder deze epische rap-rock floorfiller van de Beasty Boys. Dit banaal-puberale nummer heet een parodie te zijn op het evenzo banaal-puberale Smokin’ In The Boys Room van Mötley Crüe en I Wanna Rock van Twisted Sister, maar ik vrees dat die ironie al op dag één niet helemaal aangekomen is. Maar genoeg gezeur: stoelen aan de kant en voetjes van de vloer op het tweede lustrum van dit gewaardeerde blog! Normaal is dit blog het decor van keurig beschaafde mevrouwen en meneren, maar vandaag dus even niet. KICKING!

Keuze Alex van der Meer: The Chills – Heavenly Pop Hit (1990)

Tien jaar hemels mooie (pop)muziek

Tien jaar Ondergewaardeerde Liedjes, dat ik dit feestje mee mag vieren! Wat een eer. Ik krijg er de rillingen van. Uiteraard ben ik nog maar een groentje tussen dit bloggersgeweld. Zo voelt het tenminste. Pas op 16 februari 2015 stond er voor het eerst een bijdrage van mij op deze site. Het duurde dan ook nog eens ruim anderhalf jaar voordat ik mijn tweede stukje durfde te schrijven. Vervolgens was echter wel het hek van de dam. Er is sindsdien voor mij geen week voorbij gegaan zonder dat ik met een ondergewaardeerd liedje bezig was. Hoe kan het anders eigenlijk, er zijn er ook zoveel.

Heavenly Pop Hit van The Chills is zo’n ondergewaardeerd liedje, waar ik – trouwens – al lang graag eens over had geschreven. De titel past perfect bij het nummer. Maar het staat voor mij ook symbool voor Ondergewaardeerde Liedjes, de site met de hemels mooie liedjes. Daarnaast is dit ook weer exact zo’n nummer dat dan feitelijk geen wereldwijde hit is geworden, maar het wel had kunnen én moeten zijn. The Chills is dan ook typisch een ondergewaardeerde act. Al vanaf 1980 bestaat deze band, uit Dunedin, New Zeeland. Frontman Martin Phillipps, de enige constante factor van de band, is al ruim veertig jaar een meester in melodieuze, alternatieve rock muziek. Kwaliteit staat hoog bij hem in het vaandel. Hij is dan ook de auteur van menig onderschat meesterwerk.

Wat betreft dergelijke onderschatte meesterwerken, de zoektocht daarnaar gaat hier voor minstens weer tien jaar door. Daar ben ik van overtuigd. De muziek stopt namelijk nooit. Ik kan me nu al verheugen op wat komen gaat, en met welke verrassingen mijn mede-bloggers ook weer op de proppen zullen komen. Veel hemels mooie (pop)muziek kwam al aan bod op deze site; er zal – voor zeker – nog veel meer gaan volgen.

Keuze Marco Groen: Dog Eat Dog – Who’s The King (1994)

Geen grenzen

Ondergewaardeerde Liedjes is een tiener geworden. We komen nu dus in de fase dat de hormonen op hol gaan slaan, ouderen ‘stom’ zijn (hallo Radio 2 Top 2000) en we last gaan krijgen van een typisch teenager-kenmerk: adolescentie-egocentrisme. Met andere woorden; we voelen ons helemaal hét mannetje/vrouwtje/x-je. Hoe kan je dat gevoel beter omschrijven dan door het stellen van een retorische vraag:  Who’s The King? (Spoiler: wij natuurlijk, dit bovenop onze bekende bescheidenheid).

De band die het bijpassende nummer een jaar of 27 te vroeg heeft geschreven is natuurlijk Dog Eat Dog, de crossover-hiphop/metal/punkrock-groep uit Bergen, New Jersey. Bergen is een county die vernoemd is naar Bergen op Zoom, wat de band dus via deze onwaarschijnlijke omweg verbindt met onze Brabantse akela; Freek Janssen. Desondanks zijn de heren prima te verstaan. Ze zijn een tijdje groot geweest, waarmee ze op dat moment volkomen ongeschikt waren voor onze favoriete website, maar die populariteit duurde slechts een album. Het gaat hierbij natuurlijk om het alom geprezen All Boro Kings. Zijn opvolger Play Games werd een stuk minder goed ontvangen. Onterecht trouwens, maar daar wijd ik wel een andere keer een artikeltje aan. No Fronts was de grote oogvanger van All Boro Kings, maar zijn broertje Who’s The King is niet minder erg om te horen.

Ondanks zijn reputatie als leuke liveband, had ik Dog Eat Dog nooit ergens gezien op een podium. Dat veranderde in hun nadagen, toen een vriend mij erop wees dat ze in de buurt zouden komen spelen. Dat gesprek ging in grote lijnen ongeveer zo:
Dog Eat Dog komt optreden op een gratis festival in Heerhugowaard.
Ja, natuurlijk. En U2 zit in het voorprogramma?
Nee, echt! Zoek het maar op!
<Googelt>
Wut??? Dog Eat Dog komt optreden op een gratis festival in Heerhugowaard!

De mededeling dat Sepultura zou komen spelen in het plaatselijke jeugdcomplex had niet minder indruk gemaakt, ware het niet dat Sepultura ooit in het plaatselijke jeugdcomplex heeft gespeeld. Toen het eenmaal zover was begon het ongeloof weer op te spelen: zou het geen rotgeintje zijn en er straks doodleuk een coverband op het podium kruipen? Dat veranderde in totale verwondering toen de band daadwerkelijk verscheen. In een middelgroot stadje in Noord-Holland. In een park. Gratis. Samen met het opzwepende Casa de la Muerte en Will & The People. Maar vanzelfsprekend waren we (althans ik) daar voor de onverwachte Amerikaanse helden. Later begreep ik hoe het kwam dat ze tegen dat tarief op die onwaarschijnlijke plaats terecht waren gekomen. Naar verluidt moesten ze in Nederland dagje overbruggen, omdat hun vlucht naar de V.S. niet lekker aansloot op hun tourschema. Hierdoor hadden ze wat tijd over, Iets of iemand heeft ze erop gewezen dat ‘vlakbij Schiphol’ (…) ook een festivalletje te vinden was. Het leek de bandleden wel amusant om daar acte de présence te geven. Vanzelfsprekend speelden ze ook ‘ons’ nummer, alleen wisten ze dat toen nog niet. Ik ook niet overigens.

En… jullie misschien ook (nog steeds) niet. Daarom kan je hem hieronder gratis beluisteren.

Keuze Martijn Janssen: Spearhead – Runfayalife (1994)

De liefde voor muziek

Zo’n beetje de snelste manier van tijdreizen is soms het horen van een specifiek liedje. Sommige mensen zeggen dat ze het ook hebben met het ruiken van bepaalde geuren, maar het gehoor werkt bij mij toch wat nauwkeuriger. Je hoort een liedje en je gedachten gaan meteen terug naar het moment dat je het voor het eerst hoorde of dat het bij een gebeurtenis in je leven speelde. Zo hangt muziek luisteren ongemerkt vaak samen met terugblikken.

Bij tien jaar Ondergewaardeerde Liedjes kijk ik ook terug. Het duurde even voordat de site ontdekte. Hoe ik er op kwam weet ik niet meer maar eind 2013 kwam ik de Snob 2000 tegen. De lijst was net gepubliceerd en bevatte ook een aankondiging voor een feestje om de lijst te vieren. Die Snob 2000 zag er best wel leuk uit. Nu eens een keertje niet de geijkte hits van de grote namen. Wel had ik al meteen wat opmerkingen over dubbelaars in de lijst of liedjes die toch ook in de keuzelijst van de Top 2000 stonden. (Degenen die een beetje op de hoogte zijn werkzaamheden die ik wel eens doe op de achtergrond, vooral met betrekking tot de Snob 2000, zullen nu zeggen, Goh…). Maar goed, het feestje zou plaatsvinden op de zoveelste Kerstdag en ik had toch vrij, dus waarom niet. Het was een leuke low-key avond in Den Bosch en al feestend kwam ik in gesprek met opperhoofd Freek Janssen (En voor degenen die het zich afvragen, nee, we zijn geen familie. Onze relatie is puur professioneel…). Op het eind van de avond kwam er het aanbod of ik misschien mee wilde schrijven aan de site. Bij de eerstvolgende battle, Soundtracks, was ik van de partij.

Wat me aansprak aan de site – en nu nog steeds aanspreekt na al die jaren – was de liefde voor het liedje. Een liedje is niet beter omdat het een grote hit is en bij iedereen bekend. Nee, de pareltjes vind je juist bij de wat minder bekende nummers. Ik ben een muzikale veelvraat en ga weinig genres uit de weg, al heb ik voor sommige pas recent meer interesse gekregen na ze eerder te hebben weggeduwd. Over de jaren heen is mijn muzieksmaak uiteraard wat veranderd. De standaard gitaar pop/rock is leuk maar er is meer. Het mag tegenwoordig iets meer botsen en schuren, met meer waardering voor de rafeltjes en de stekels. En juist dat kan soms succes in de weg staan. Dan is het fijn dat er een site is zoals Ondergewaardeerde Liedjes waar iemand de moeite neemt zo’n nummer toch onder de aandacht te brengen.

In de loop van de jaren is de frequentie van mijn bijdragen wat lager geworden. De inspiratie is er niet altijd, de tijd evenmin. Verschillende bijdragen zitten nog te broeden in mijn hoofd, de mogelijkheid om ze er uit te halen moet echter nog gevonden worden. Wat blijft is de liefde voor muziek. Met alle plezier stop ik tijd in de site voor blogjes of overzichten. Want de stroom met leuke liedjes die worden besproken houdt maar aan. En zo blijf ik nieuwe pareltjes ontdekken, komen voor mij bekende nummers weer onder de aandacht of worden ze in een ander daglicht gezet. De muzikale honger wordt zo gevoed.

Bij het schrijven van de mijmeringen hierboven kwam er een nummer bovendrijven. Het liedje als souvenir van de gebeurtenis in het verleden. Bij het doorgeven van correcties op de Snob 2000 in 2013 probeerde ik de hele tijd een favoriet nummer van mij, People In Tha Middle van Spearhead, in de lijst te praten. Dat lukte helaas niet, want de afvallers van #2001 en zo hadden nog voorrang. Nu is dat liedje, ondanks de heerlijke groove, niet echt een feestnummer. Maar op het betreffende album, het meesterwerk Home, staat er een die meer geschikt is voor deze gelegenheid. Het refrein van Runfayalife zegt namelijk,

But the party ain’t started till the speaker’s blown
NO! NO! NO!
Runfayalife!
The party ain’t started ’till the speaker’s blown

Dus zet het geluid nog maar wat harder. Het feestje kan beginnen!

Keuze Alex van der Heiden: De Dijk – We Beginnen Pas (2000)

Alles komt terecht

Iedereen die meewerkt aan deze fantastische website: van harte gefeliciteerd!! Uiteraard een bijzonder woord van waardering aan Freek Janssen die hier ooit mee begon en natuurlijk aan Tricky Dicky die iedere dag weer zorgt dat alles op de juiste plek staat. Deze twee heren verrichten een enorme puist vrijwilligerswerk en zij moedigen iedereen aan om telkens weer nieuwe blogs te schrijven.

Ik schrijf graag over Nederlandse en Belgische artiesten, gewoon omdat er zoveel kwaliteitsmuziek gemaakt wordt in de lage landen. Dat verdient meer aandacht en ook daarvoor is Ondergewaardeerde Liedjes een hele mooie plek! Er zijn van die bands die van vaste waarde zijn in het muzieklandschap en daar is De Dijk er één van. De concerten van De Dijk zijn altijd een feestje en daarom moest dit een blog worden over De Dijk. Altijd speelt De Dijk vol overgave en het publiek is een mooie mengelmoes van leeftijden en verschillende muziekliefhebbers. Maar bovenal is het feest in de zaal, schrijf ik met veel weemoed en verlangen naar nieuwe concerten.

We Beginnen Pas is in de muziekset van De Dijk altijd een mooie opzweper naar hetgeen ons te wachten staat; nog meer mooie nummers en een geweldige avond. Ook hier op Ondergewaardeerde Liedjes staan ons nog heel veel mooie liedjes en blogs te wachten. Met 10 jaar kom je nog maar net kijken, dus we beginnen pas! Ik ben er relatief kort bij, maar wat is het leuk om lekker ongevraagd je muziekliefde te delen met anderen. En zo nu en dan krijg ik een reactie dat iemand iets nieuws hoort, of het een mooie blog vindt; daar doe ik het voor. En ik doe het voor de suggesties die ervoor terug komen, soms door andere bloggers, maar ook vaak door lezers die weer gerelateerde artiesten tippen, via Twitter bijvoorbeeld.

Ik loop over straat met de zon in mijn knopen
Een lucht zo mooi als ik nog nooit heb gezien
Een oude hit uit een raam en de ruis in de bomen
En opeens dat gevoel weer: het kan nog misschien

En meisjes en jongens op fietsen en brommers
Met grote verlangens en het hart op de tong
Nee, het is niet te laat, we zijn met de meesten
Die niets anders hoeven dan hun hoofd in de zon

Wat een mooie vergelijkingen voor alle inspiratie op deze website. Het geeft een positieve vibe, net zoals dit nummer en dat is in deze pandemie tijd hard nodig. En alles wat ik daar nog over wil zeggen, dat zegt het refrein:

Alles komt terecht
We zijn er nog niet
Maar we zijn onderweg
Alles komt terecht
We beginnen pas
We beginnen nu pas echt

Keuze Joop Broekman: The Von Bondies – 21st Birthday (2009)

Geen feestje

Straks mogen we weer naar concerten en misschien zitten daar ook The Von Bondies bij. Ze stopten in 2011, maar vonden elkaar weer terug in 2020. De plannen voor een reünie-tour werden verstoord door dat virus.

The Von Bondies ken je misschien wel van hitje C’mon C’mon. Geliefd onder de fans van garage- en de betere Indierock. Ontdekker van de band was Jack White. Nou ja, ontdekker is een groot woord. De band bestond al een paar jaar, maar hij produceerde hun debuutalbum Lack Of Communication in 2001. Eind 2003 krijgen White en frontman Jason Stollsteimer flinke mot tijdens een platenfeestje van oude bekenden van White. Die slaat Stollsteimer het ziekenhuis in en wordt veroordeeld tot het volgen van een anger-management cursus. Onnodig te zeggen dat de vriendschap hierna wel over was.

21st Birthday Song staat op het nogal thematische Love, Hate And Then There’s You uit 2009. De hoofdpersoon is er hoorbaar slecht aan toe en heeft geen zin meer om zelf 21 jaar te worden. Of om het verjaardagsfeestje van de ander mee te maken. Kurt Cobain kon het geschreven hebben op een vrolijke en zonnige dag, luisterend naar The Sparks.

I can’t take this no more
She’s always facing the floor
There’s nothing worse than an unhappy soulmate

Never gonna live to see your 21st birthday
Never gonna have to see your pretty face again

Twenty years old and I feel alone
With lies, trust burned away
No fun in living
Just die, yeah

Keuze Erwin Herkelman: Bongo Botrako – Todos Los Dias Sale El Sol (2010)

Feestende snobs

Het is feest op Ondergewaardeerde Liedjes! 10 jaar zijn we geworden. Helaas zat een Ondergewaardeerde Liedjes-festival er niet in vanwege een niet nader te noemen pandemie. Maar áls het er was geweest, had ik zeker deze jongens uitgenodigd: Bongo Botrako. Zij wisten in 2012 zelfs het redelijk gereserveerde Epe (op de Veluwe) volledig op zijn kop te zetten tijdens een lokaal festival. En ín dat publiek stond toevallig óók een toekomstig blogger van Ondergewaardeerde Liedjes: ik.

En waar mijn voorkeur normaal gesproken uitgaat naar de afwisseling van een Dance-festival, stond ik drie jaar later tóch in de Melkweg voor de hele avond dezelfde band: Bongo Botrako. Hét hoogtepunt van een weekendje Amsterdam met vrienden. De Spanjaarden hadden nét een nieuw album uit en vierden dat met een tour door Europa. En ook deze avond wisten ze de voetjes van die stugge Veluwenaren wederom van de vloer te krijgen.

Vanaf dat moment zouden ze voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Al was het daarna wel snel gebeurd met de band. Toen de tournee was afgelopen, besloten ze namelijk te stoppen: acht jaar van plezier, bijzondere samenwerkingen, wilde feesten en uitputtende reizen… het had zijn tol geëist en het zo kenmerkende enthousiasme was langzaamaan weggeëbd. En om te voorkomen dat ze een karikatuur van zichzelf werden, lasten ze een pauze in. Maar… de deur bleef op een kier: We don’t know if it’s a see you later or a goodbye, time will tell.

Wat was er nou mooier geweest dan een comeback in 2021, hier in Nederland, op dat Ondergewaardeerde Liedjes-festival? Al die muzieksnobs in volledige extase, dansend op de Latijns Amerikaanse ritmes van Todos Las Dias Sale El Sol… Wie weet… Misschien bij het volgende lustrum? Tot die tijd hebben we in ieder geval hun muziek nog.

Keuze Remco Smith: Alexis Jordan – Happiness (2010)

Wat een mijlpaal

Op 8 november 2015 zag ik op Twitter: Wat is nu eigenlijk jouw Guilty Pleasure liedje? Laat het ons weten.. #dtv. Op mijn antwoord Moi Lolita van Alizée kreeg ik het antwoord @Fundamentadv Dat is een beste! Zin om er een stukje over te schrijven voor de battle van morgen? en de rest is geschiedenis. Ik heb de battle nog gewonnen ook nog.

In mijn herinnering was ik meteen een fanatieke stukjesschrijver maar de feiten vertellen wat anders. Twee bijdragen in 2015, in 2016 heb ik helemaal niets ingediend en pas vanaf eind 2017 ben ik een min of meer vaste stukjesschrijver. Bijna honderd heb ik inmiddels ingediend. Waarom eigenlijk? Ik kan nauwelijks onder woorden brengen waarom ik zo blij ben met Ondergewaardeerde Liedjes, maar ik ga het toch proberen. Ik doe het – eerlijk is eerlijk – vooral voor mezelf. Als advocaat is het schrijven van pleidooien mij niet helemaal vreemd. Het meedoen aan een battle zie ik als een soort pleidooi: moet een logische volgorde hebben, helder geschreven, niet te lang want anders ben je de adressant kwijt en bij voorkeur zonder typefouten. Dat laatste gaat in mijn enthousiasme nog wel eens mis. Het schrijven voor Ondergewaardeerde Liedjes sluit wat dat betreft wel nauw aan bij mijn werk, maar spreekt wel een andere vorm van creativiteit aan.

Het zoeken naar liedjes voor de battles en het schrijfproces is voor mij een afleiding die mij een beetje haalt uit de gewone mores van werk, gezin en de normale routinedingen die nou eenmaal bij het leven horen. Wat ik iedereen kan aanraden is het maken van een Spotify lijst van alle liedjes die je hebt ingediend: het is daarmee een soort van soundtrack van deze fase van je leven. Ik heb dat gedaan en heb die met regelmaat aan staan. Niet alle liedjes overigens, Karma Police staat niet op de lijst. Het moet wel leuk blijven.

Dat schrijven gebeurt in een community met andere schrijvers die ik nog nooit heb gesproken of gezien maar die mij door hun persoonlijke verhalen bij liedjes wel dierbaar zijn. Dat maakt het schrijven voor Ondergewaardeerde Liedjes voor mij een feestje.

Tien jaar alweer. Gefeliciteerd Opperschrijvert Freek Jansen. Wat een mijlpaal. Exact tien jaar geleden stond Alexis Jordan met Happiness op 1 in de Top 40. Niet echt een liedje voor snobs als wij zijn, maar voor één keer mag een lekker popliedje ook wel eens. Stoelen en tafels aan de kant en dansen maar. Hèèèèpinèèèèèzzz!

Keuze Freek Janssen: The Knife – Full Of Fire (2013)

Precies de reden waarom bloggen voor Ondergewaardeerde Liedjes zo leuk is

Het leuke van stilstaan bij zo’n jubileum, is dat je ook een terugblik krijgt in je muzieksmaak van X jaar geleden (letterlijk, in de Romeinse zin).

Als ik zo terugkijk naar de eerste blogjes die op Ondergewaardeerde Liedjes verschenen, dan valt me op hoe zeer mijn muzieksmaak in 2011 beïnvloed was door de radiostations waar ik vaak naar luisterde: 3FM en (in mindere mate) Studio Brussel. Gnarls Barkley, Jamiroquai, New Radicals; allemaal bands die het op deze zender goed deden.

Ik kan wel zeggen dat mijn voorkeur in de loop der jaren iets is veranderd. Over het algemeen wat minder gitaren, minder poppy en meer experiment. Het zijn nu ook niet alleen meer de radiostations die mij nieuwe muziek laten ontdekken: Spotify-playlists spelen daar een belangrijke rol in. En, natuurlijk: Ondergewaardeerde Liedjes en de Snob 2000 zelf.

Misschien wel het allermooiste aan schrijven voor deze blog is dat je niet alleen de kans krijgt om je mening te ventileren over muziek, maar dat je er ook inspiratie opdoet. Muziek leert kennen die je anders waarschijnlijk nooit had gekend.

Een recent voorbeeld bij mij: Full Of Fire van The Knife uit 2013. Ontdekt tijdens het Snobcast-interview dat ik hield met Alex van der Meer. Geen gitaren, verre van poppy, heel experimenteel. Het piept, kraakt en schuurt. En het is heerlijk; dit is precies de reden waarom Ondergewaardeerde Liedjes zo gaaf is. Dank daarvoor, medebloggers!

Keuze Tricky Dicky: The Bennies – Party Machine (2016)

Rare jongens, die toeristen

Mevrouw Dicky vraagt mij wel eens hoe lang ik nog denk door te gaan. Als blogger schrijf ik in het zevende jaar bij dit collectief nog steeds minimaal drie keer per twee weken een stukje en vrijwel altijd is er inspiratie of een leuk verhaal te vertellen. Als presentator van het Snobuur is de voorraad ondergewaardeerde of onbekende liedjes zo groot dat ik elke dag gemakkelijk een uur zou kunnen vullen. Zou het een betaalde baan worden dan is het een overweging, maar voor nu is het gewoon leuk en geinig. Bovendien vind ik Nuggets bij 192 Radio ook heel leuk om te doen; de zoektocht naar de onbekende muzikale pareltjes uit de zestiger en zeventiger jaren. Niets is mooier dan wéér iets nieuws en fris te ontdekken ongeacht het muziekgenre. En hetzelfde geldt voor de Snob 2000 vol van alternatieve muziek en onbekende juweeltjes, alhoewel het mij een raadsel blijft dat het niet net zo bekend is als het neefje op Radio 2. Hoe vaak wil je toch dezelfde grijsgedraaide meuk horen? Het wordt al het hele jaar door de godganselijke dag op de radio gedraaid. Je wilt toch ook niet elke dag patat eten?

Afijn, we zijn jarig en dus doe ik een wens: dat alle lezers en luisteraars van het Snobuur ons ideeën mailen of twitteren om de Snob 2000 bekender te maken. Welke platforms hebben we over het hoofd gezien? Of nog beter, wie wil er wat tijd in steken? Kom maar op!

Maestro…muziek, want er is een feestje te vieren! De naam van deze pubrockband uit Australië is ontleend aan een denigrerende uitdrukking voor (vooral) arrogante, slecht opgevoede of slecht aangepaste toeristen. Denk aan kuilen gravende Duitsers, straalbezopen Engelsen, poenerige Russen en de gemiddelde jeugd op vakantie. Vaak te herkennen aan grote bekken, de ouderen met sokken in sandalen, een totaal gebrek aan begrip voor het soms aanwezige microklimaat (wat negen van de tien keer resulteert in het kopen van extra T-shirts en sweatshirts) of de lokale keuken en het laten rondslingeren van rommel en troep. Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, als dank de schillen en de dozen. Anno 2021 zijn dat (plastic) flessen, sigarettenpeuken en condooms.

Oorspronkelijk noemde de band zichzelf Madonna, maar ene (allang uitgerangeerde) mevrouw X was hierop tegen en dus werd voor The Bennies gekozen. Hun eerste officiële album was Party Party Party! (2011) met welluidende titels als Acid On Me Brain, Takin’ Pilz ’n Shit, Up Hole-O Squirteen en Bagz Of Weed. Hun muziek is een mix van ska en punk, maar zelf noemen ze het Psychedelic Reggae Ska Doom Metal Punk Rock From Hell. Sindsdien hebben ze nog drie albums en twee EP’s de markt in geslingerd. In 2015 zag de single Party Machine het levenslicht als voorloper van hun derde album: Wisdom Machine. Het zou hun succesvolste tot de dag van vandaag zijn.

The Bennies zijn dé partyband en Party Machine heeft alles voor het vieren van een wild feestje. Het is typisch chaotisch met een heerlijke riff. Gewoon op repeat zetten en het komende uur laten draaien.

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.