The Long And Winding Road is natuurlijk een metafoor voor het leven: het smalle pad, of die brede snelweg, die ons overal heen kan brengen. Soms hebben we een doel, en soms bewegen we ons ook volkomen doelloos voort op onze levensweg, voordat we de laatste afslag nemen naar de Stairway To Heaven of de Highway To Hell.

Neem bovenstaande keukentafel filosofie en tel daarbij op dat een beetje artiest uren rond toert op diezelfde weg, en het zal je niet verrassen dat er eindeloos veel roadsongs bestaan. Maar we gaan natuurlijk niet naar de bekende weg vragen. Hier geen Penny Lane, Baker Street, Telegraph Road of Oude Maasweg. Hier stellen we de navigatie in op de obscure straten en idyllische weggetjes.

Keuze Tricky Dicky: Simon & Garfunkel – The 59th Street Bridge Song (Feelin’ Groovy) (1966)

Meezinger

Mijn eega en ik hebben verschillende muzieksmaken. Ik slinger van punk en metal naar fado en kleinkunst en alles wat er tussen zit. Zij houdt van de oude en veelal bekende liedjes. Niet dat dit voor problemen in bijvoorbeeld de auto zorgt, want speciaal voor haar heb ik een stickie met sixties en seventies aangevuld met in haar oren leuke liedjes in de daarop volgende decennia gemaakt. Soms stop er stiekem iets anders tussen en steevast krijg ik dan het commentaar wat dit nu weer is?

Eén van haar absolute favorieten zijn Simon & Garfunkel. Ongetwijfeld jeugdsentiment, want ze kon in haar jeugd zelfs enkele liedjes op de gitaar spelen en tot op de dag van vandaag de tekst meezingen. Dus toen de aankondiging kwam van een battle over straatnamen vond ze dat ik wel eens iets leuks mocht doen. Potvolblommen, ik dacht namelijk aan iets van gitaarbeul Walter Trout van zijn album Positively Beale Street. Zo geweldig bezongen door Marc Cohn in Walking In Memphis (en zo verschrikkelijk verkracht door Cher). Blues, dus. Afijn, Walter ‘No More Fish Jokes’ Trout komt nog wel een keertje aan de beurt.

En dus The 59th Street Bridge Song met als subtitel Feelin’ Groovy: zo’n lekkere jaren zestigterm. Een keer als flipzijde van At The Zoo en een keer als voorkantje in 1971. Het werd geen hit, maar vrijwel iedereen kan het meezingen. Het grappige is dat Paul Simon heel eerlijk toegeeft de pest aan dit lied te hebben. Misschien omdat hij na Parsley, Sage, Rosemary And Thyme een writer’s block kreeg en een jaar lang niets uit zijn vingers kwam? Helemaal niet feelin’ groovy, dus.

Keuze Willem Kamps: The Moody Blues – Boulevard De La Madeleine (1966)

Onbeantwoorde liefde

Ik ben er meerdere keren doorheen gereden, heen en terug, maar eigenlijk ben ik maar één keer echt in Parijs geweest. In 1976 stond ik met een groep vrienden een week op een camping in de lichtstad van waaruit we een paar keer de metro pakten om het centrum van de stad te verkennen. Verder was het vooral veel drinken. Te veel. Ik ben nooit meer zó gammel teruggekeerd van een vakantie als die keer. Wel thuis, maar nog steeds de weg kwijt. Uiteraard bezochten we bekende bezienswaardigheden: het Louvre, de Eifeltoren, de Arc de Triomphe en het toen vrij nieuwe Centre Pompidou. Tijd of zin voor de Sacre Coeur en de Notre Dame hadden we niet. Dat moet er ooit nog eens van komen. Straten en boulevards heb ik genoeg gezien tijdens onze zwerftochten, maar de enige die ik heb onthouden is de Champs Elysees. Omdat ie uitkomt op die triomfboog én omdat ik daar de finish van de Tour zag. Het zou zomaar kunnen dat ik ook over de Boulevard de la Madeleine heb gelopen. Of ook weer niet.

Sowieso hebben we er niet specifiek naar gezocht, al kenden we ‘m allemaal van The Moody Blues. Dat ie net als vele andere boulevards – eigenlijk het hele stratenplan van Parijs – is ontworpen door Georges-Eugene Haussmann, ben ik pas later achter gekomen. Gek eigenlijk. In Londen was ik me veel bewuster van alle straatnamen, gebouwen, wijken en metrostations en verliet ik de stad niet eerder na de nepzebra van Abbey Road te hebben overgestoken. Nou heb ik ook veel meer met Engelsen dan met Fransen. Het is de taal, de humor en bovenal de muziek waar ik veel warmer voor loop dan alles wat er in Frankrijk gebeurt. Maar dat die Boulevard de la Madeleine met een zekere tristesse zo mooi is bezongen door een Britse band, was ook geen aanleiding deze om die reden te bewandelen.

Het lied is een variatie op die mop van die twee jongens die naar Parijs gingen. Bij The Moody Blues kwam het meisje niet opdagen. Hij wel. Hoewel zij had gezegd dat ze zou komen deed ze het niet. Ze stond niet op de afgesproken plek aan de Boulevard de la Madeleine, waarbij haar afwezigheid nog eens wordt versterkt door de kale bomen; het herfstgevoel. Het is een lied over een onbeantwoorde liefde in de stad van de liefde. De titel en de accordeon, op het ritme van een zwierige tango, brengen je als vanzelf naar de Franse hoofdstad. Hoop, verwachting en teleurstelling passeren in de openingszin: She said she’d come, she didn’t. Het lied is eigenlijk de verwerking van het gemis. De tekst, tezamen met de weemoedige melodie, maken het tot een prachtige tranentrekker van een kleine drie minuten. Net lang genoeg om bij het beluisteren de hele Boulevard de la Madeleine af te lopen, want zo lang is ie niet. Als het weer mag toch maar weer een keer écht naar Parijs.

Keuze Ruud Besseling: James Carr – The Dark End Of The Street (1967)

Overspel was nog nooit zo mooi

Het was ergens mid-jaren zestig toen de heren Dan Penn & Chips Moman te Memphis op niet de meest eerlijke manier aan het kaarten waren. Het bracht hen op het idee om een lied te schrijven over vals spelen en overspel. Ze trokken zich terug op de hotelkamer van de Amerikaanse artiest en tekstschrijver Quinton Claunch en moesten hem daarvoor beloven het nummer te laten inzingen door soulzanger James Carr. Tenminste, zo gaat het verhaal, maar misschien is er ook hier wel een beetje mee vals gespeeld. Het is al te lang geleden om nog in hun kaarten te kunnen kijken.

Maar goed, zo gezegd zo gedaan en in 1966 nam James Carr zijn, en dus tevens de originele, versie van The Dark End of the Streets op in de Royal Studios te Memphis, Tennessee. Het nummer werd in 1967 uitgebracht en het zou Carr’s grootste hit worden met een 10de plek in de Billboard Magazine’s Black Singles Chart & een eervolle 77ste plek in de Billboard Hot 100. Binnen zo’n zes maanden na de release probeerde ook Percy Sledge, zonder succes trouwens, er een hit mee te scoren en dat geldt tot op de dag van vandaag voor vele andere artiesten. Tevens gaat het verhaal dat de tekst From the dark side of the street, to the bright side of the road uit Van Morrison’s Bright Side Of The Road gebaseerd is op het lied van Penn & Chips.

Het is dus geen onbekend lied en tevens zeer succesvol met die 10e plek in de hitlijst, maar toch is het een battle waard, want dit overspel is gewoon zo mooi en daarom te ondergewaardeerd. Zet het nummer op, hang achterover, sluit je ogen en laat je meenemen door Carr naar het donkere einde van de straat alwaar hij  met het overspel worstelt.

I know time is gonna take it’s toll
We have to pay for the love that we stole
It’s a sin and we know it’s wrong
Oh, but our love keeps coming on strong

Komend jaar staat de beste James niet alleen aan het donkere einde van de straat, maar ook zeker in mijn lijst voor zowel de Snob 2000 als de Top 2000. Het is mij dan om het even welke lijst het nummer zal halen en waar mogelijk tracht ik dit door enig vals spelen te realiseren. Durf te geloven dat ik daar de zegen van Penn & Moman wel voor zal krijgen.

Keuze Marcel Klein: Laura Nyro – Gibsom Street (1969)

Raak

Ik heb al eerder over haar geschreven, maar bij deze battle kan ik het toch weer niet laten. Dit is zo’n artieste die meer aandacht hoort te krijgen. Laura Nyro heeft voor mij 1 van de mooiste zangstemmen die deze aardkloot ooit rijk was. En dan vond ik niet alleen, maar ook wat groten der aarde.

Toch heeft ze nooit het commerciële succes gekregen, zoals bijvoorbeeld Joni Mitchell dit wel kreeg. Aan haar stem kan het eigenlijk niet gelegen hebben. Laura Nyro maakte eind jaren ’60, begin jaren ’70 enkele albums, verdween uit de muziek en kwam later sterk terug. In 1997 overleed ze (op 49 jarige leeftijd, evenals haar moeder) aan baarmoederkanker.

Gibsom Street is zo’n typisch Nyro nummer waar het schuurt en kraakt. Haar stem danst door het nummer heen en gaat alle kanten op. De muzikanten moesten het inspelen veel overdoen, want Nyro vond dat er te weinig urgentie in zat. Maar ook tekstueel gaat het ergens over. Alle ingrediënten voor een heerlijk nummer, wat door een aantal tempowisselingen alleen maar in kracht wint. Beginnend op de piano laat Nyro haar sterkte zien, als haar stem klinkt, begint ook dit klein. Maar vanaf het begin is het dreigend en dat blijft het hele nummer zo. Ook als de trompetten invallen en Nyro steeds meer met haar stem speelt, blijft het een unheimisch nummer.

Het lied is vaak gecoverd en een van de coverartiesten gaf de context mooi weer: het lijkt wel of Gibsom Street een smalle steeg is, waar het altijd donker is en de lantarenpalen het niet altijd doen. Het gaat zelf over het afstaan van een ongeboren kind en alle emoties, pijn, verdriet die dat met zich mee brengt.

Don’t go to gibsom cross the river
the devil is hungry
the devil is sweet
if you are soft then you will shiver
they hang the alley cats on gibsom street
I wish my baby were forbidden
I wish my world be struck by sleet
I wish to keep my mirror hidden
to hide the eyes that looked on gibsom street

Een tekst die raakt. Een stem die raakt. Laura Nyro bewijst opnieuw haar talenten.

Keuze Marco Groen: The Dubliners – Raglan Road (1971)

Het was niet meer dan een blad dat valt

Nadat ik ze al een paar keer live had mogen aanschouwen was ik erachter gekomen dat het repertoire van Rowwen Hèze wel wat verder ging dan ‘het is een kwestie van geduld’ en dergelijke. Maar om een of andere reden dook ik thuis nooit dieper in hun muziek. Dat veranderde toen een vriendin mij had meegenomen naar een van hun theatertours. Hierbij werd een wat andere setlist gespeeld en kregen de wat meer rustiger nummers meer aandacht. Zo ontdekte ik November, het nummer dat ik als het beste ging beschouwen dat Rowwen Hèze had voortgebracht. Later, tijdens een muzikale ontdekkingsreis op YouTube, zag ik opeens Sinead O’Connor exacte hetzelfde nummer kwelen. In het Engels weliswaar, maar voor de rest niet al te veel afwijkend van de versie van de Limburgers. Wat zat hier achter? Het antwoord had ik kunnen raden. Een vaak gehanteerde meme van mij en andere kroegtijgers die ik ken, is het ‘feit’ dat alles op muzikaal gebied al een keer gedaan is door een paar oude mannen uit Ierland: The Dubliners. In dit geval bleek dat ook een keertje echt te kloppen.

Raglan Road is van oorsprong een gedicht van Patrick Kavanagh, dat in 1946 uitkwam onder de titel Dark Haired Miriam Ran Away. Het verhaal gaat over een onbeantwoorde liefde en de complexe gevoelens die daaruit ontstaan. De bezongen muze bestond echt. Haar naam was echter geen  Dark Haired Miriam maar Hilda Moriarty (geen familie van de aartvijand van Sherlock Holmes). De twee woonden beiden  op Raglan Road in Dublin, waar Kavanagh er een sport van maakte om de 20 jaar jongere Hilda regelmatig ‘spontaan’ te ontmoeten. Ze werden uiteindelijk vrienden en Hilda spoorde de dichter aan om een keertje over iets anders te schrijven dan landschappen en boerderijen. Okee, dan schrijf ik een gedicht over jou, zou Kavanagh gezegd hebben. Zo geschiedde. Samen met de het boek Tarry Flynn  werd het zijn meest bekende werk.

Die bekendheid nam nog eens toe toen Kavanagh Luke Kelly in de kroeg tegenkwam. Kelly is de frontman van The Dubliners. Samen maakten ze er een lied van. Voor de muziek werd een Ierse traditional gekaapt, namelijk Fáinne Geal an Lae van Edward Walsh. Een nummer dat in het Engels gewoon The Dawning Of The Day heet. Het resultaat is zo ongeveer het meest emotionele nummer uit de koker van The Dubliners. In 1971 verscheen het als B-kantje van Scorn Not His Simplicity. Een jaartje later was het te vinden op het live-album Hometown! Helaas was het album nogal haastig in elkaar geflanst, waardoor het kon gebeuren dat Raglan Road in tweeën was gesplitst: op de A-kant stond het eerste deel; de B-kant begon midden in het nummer met het tweede deel. Je zou het kunnen zien als de tragiek van een tragisch nummer.

Keuze Remco Smith: Peter Gabriel – Mercy Street (1986)

Gelaagdheid

Toen So van Peter Gabriel uitkwam, was ik twaalf jaar. Mijn muzikale referentiekader was wat er op Hilversum 3 werd gedraaid, en dan vooral niet op de woensdag. Dat was de dag van de VPRO en die draaiden toch te ingewikkelde muziek.

Sledgehammer was de eerste single van So. Een uptempo liedje met een bijzondere stop-motion video erbij. Een liedje met een verraderlijke lichtheid maar daarmee niet exemplarisch voor de rest van So. So is donker. Echt donker. Don’t Give Up zit in het collectieve geheugen. Een man die zo duidelijk aangeeft iedere moed kwijt te zijn. Door de tegenstem van Kate Bush gloort er iets van licht door de duisternis, maar de manier waarop Peter Gabriel de wanhoop overbrengt is hartverscheurend. Zo staan er meer liedjes over verdriet, rouw, wanhoop op deze wonderschone plaat. De stem van Gabriel brengt dat van zichzelf al mee, die is niet van het zonnetje in huis. Het wonderlijke is wel, dat de stem van Gabriel warmte meebrengt. Troost. Het is niet alleen maar kommer en kwel.

Dat komt nog het best tot uiting in Mercy Street. Zeker bij een wat harder volume, valt de rijkdom in dit prachtige liedje op. Rijkdom aan de instrumentele kant van het liedje en dan vooral de percussie. Maar meer nog de manier waarop Daniel Lanois als producer heeft gespeeld met de stem van Gabriel. Het liedje is vrijwel volledig meerstemmig: Gabriel als zijn eigen achtergrondzanger, en dat ook nog in verschillende toonhoogten. Het brengt een gelaagdheid mee, die keer op keer verrast.

Keuze Joop Broekman: Joe Jackson – Man In The Street (1986)

Pas maar op

En ook Joe Jackson verdween bij bij mij van de radar toen de nineties aanbraken. Onbewust, trouwens. De muziekvoorkeuren gingen ondertussen alle kanten uit en de sympathieke Brit raakte ondergesneeuwd in alles wat er aan nieuwe geluiden op me af kwam. Jackson liet me in ruim tien jaar een ongekende veelzijdigheid zien. New wave, pop, rock, jazz, bossanova, klassiek, vrijwel alle stijlen kwamen voorbij. Daarnaast werkte hij ook nog mee aan platen van anderen en maakte hij soundtracks.

In een tijd dat het normaal was om elk jaar een plaat uit te brengen, moet je ook nog even bedenken dat elk album van Jackson totaal anders was. Behalve dan zijn eerste twee. De mix van pop, new wave en rock op Look Sharp! en I’m The Man klinkt na al die tijd nog steeds lekker. Over de kwaliteit van Beat Crazy kun je discussiëren. De gejaagde reggae en dub riep wat gemengde gevoelens en ook Jackson vroeg zich openlijk af waarom hij dit eigenlijk had geprobeerd met zijn band. Hij herpakte zich weer met het swingende Jumpin’ Jive, gebruikte geen gitaren op het sfeervolle Night And Day en pakte orkestraal kamerbreed uit op Body And Soul.

En dan is het 1986. Nu heeft Jackson het idee om de nieuwe songs met publiek op te nemen. Het geluid van de instrumenten en zang gaan via microfoons direct naar een digitale tape. Niks editen of mixen en al helemaal geen overdubs. Het komt zo op de plaat, Big World geheten. Zijn eerste album dat ook op ceedee uitgebracht wordt. Het duurt bijna 61 minuten, voor het dan nieuwe en revolutionaire medium geen probleem. Op vinyl moet er wel iets bedacht worden. Resultaat: een dubbelalbum waarvan drie kanten volgespeeld zijn. Op kant 4 staat letterlijk There’s No Music On This Side. Het bewijs staat nog steeds in mijn platenkast.

Big World gaat over Jackson’s wereldse observeringen, niet zelden in pis en azijn gedrenkt. Vooral het kapitalistische Amerika van Ronald Reagan bood hem veel inspiratie. Grappig is wel de indeling op Big World. Waar de songs op kant een en drie puntiger en maatschappijkritisch zijn, wordt er op kant twee beduidend gas teruggenomen. Alsof het publiek en de muzikanten even een pauze mogen pakken. Toch blijft Big World hiermee mooi in balans. De basis is rock, maar ook jazz en zelfs een tango (het bijtende Tango Atlantico, over de plastic beloftes van na-oorlogse vrede) komen voorbij.

In het Rotterdamse Ahoy heb ik nog een indrukwekkend concert gezien, toen de Big World-tour langs kwam. Jackson was niet de artiest waar mensen elkaar voor verdrongen, dus met drie klasgenoten was het voorin het arenagedeelte lekker genieten in alle ruimte. Jackson had er die avond zin, weet ik nog. Met alleen gitaar, bas en drums in de begeleiding (zelf bespeelde hij de piano) kwam er een mooie mix van nieuw en ouder werk voorbij. En ook een grappig uitprobeersel (werktitel Soul Moussaka), dat later als Acropolis Now op het album Blaze Of Glory (1989) verscheen.

Het concert eindigde met Man In The Street, ook de afsluiter op Big World. Een hoorbare middelvinger naar de personen met macht en een waarschuwende sneer. De gewone man is echt niet zo dom als de gevestigde orde denkt. Enige actualiteit met het heden is trouwens puur toeval.

I’m not a clever guy
But I’m sure not that dumb
Don’t have the inside news
But I know what goes on

And if you put your faith in God above
Or if you watch the skies for Superman
There’s always times when you can see the answers
Slip right through their hands

So how do you know
That the man in the street don’t care
And why don’t you care
When the man in the street don’t know anyway

Keuze Der Webmeister: Gin Blossoms – Allison Road (1992)

rauw-klinkende powerpop

Ah, de jaren ’90! Dat tijdperk waarin alternatieve muziek mainstream werd, de jaren van vooruitgang en optimisme, waarin ons land tamelijk geruisloos de moderne tijd in gleed. Met in mijn ogen als meest tastbare mijlpaal het loslaten van volstrekt achterlijke winkelsluitingstijden. Het is nauwelijks nog voor te stellen, maar in de eerste jaren van mijn werkzame leven was het meerdere keren per week een race tegen de klok om na werktijd nog vóór zes uur ‘s middags de supermarkt in te sprinten, want zo vroeg gingen alle winkels toen onherroepelijk dicht. Alternatief voor deze aanpak was dat je de hele zaterdag bezig was met inkopen voor de rest van de week, zodat menig winkelcentrum hysterisch druk was op zaterdagen. Er mag dan achteraf van alles te klagen zijn over de paarse kabinetten uit de jaren ’90, maar onze vrije avonden en weekenden zijn er aanzienlijk meer relaxt door geworden.

Uit het immense aanbod van optimistisch klinkende alternatieve muziek uit deze jaren ’90 is het me een genoegen uw aandacht te vragen voor rauw-klinkende powerpop van Gin Blossoms, en wel Allison Road, afkomstig van het zeer beluisterbare album New Miserable Experience uit 1992. Grunge was toen net over het hoogtepunt heen, dus we kunnen gerust zeggen dat Gin Blossoms in de kopgroep zat van de post-Grunge gitaarmuziek.

Gin Blossoms borduurde voort op Grunge door het lekker in het gehoor te laten klinken. Maar er is meer dat het nummer Allison Road zo bijzonder maakt: het is geschreven door de toenmalige gitarist, Doug Hopkins, en klinkt bij het eerste gehoor als een vrolijk liefdesliedjes. Maar wie goed luistert hoor een chronisch depressief iemand vechten tegen een alcoholverslaving.

I know I want to love her but I can’t decide
On Allison Road [..]
And I didn’t know I was lost at the time
Eyes in the sun where the road wasn’t wide
And I went looking for an exit sign
All I wanted to find tonight

De ik-persoon in de tekst twijfelt of hij nog van zijn liefje houdt, hij wil het wel, maar hij weet het gewoon niet, ook al houdt zij wel van hem. De onzekerheid wordt te benauwend, en hij zoekt naar een ‘exit sign’. Je zou in eerste instantie denken dat dit een metafoor is voor het beëindigen van de relatie, maar gezien de levensloop van Dough Hopkins is het ook aannemelijk dat iemand hier een uitweg uit het leven zelf zocht. Want nog voor het debuutalbum van Gin Blossoms verscheen werd Dough uit de band gezet. Dough kon niet aanzien hoe de band succes had met zijn nummers, en beroofde zich in 1993 van het leven.

Keuze Jeroen Mirck: Lucinda Williams – Car Wheels On A Gravel Road (1998)

Stoffige gravelwegen

Hoe concreet moet een straatnaam zijn om verbeeld te worden in muziek? Voor deze battle moest ik aanvankelijk direct denken aan de sombere sfeerplaat New York van Lou Reed, waarin tal van locaties uit de Big Apple glashelder worden geschetst. Maar een straat is meer dan een naam, het is ook een sfeer. En soms is sfeer genoeg. Daarom kom ik toch heel ergens anders uit, in diezelfde ‘Divided States of America’, zoals wijlen Reed zijn thuisland nog wel eens placht te noemen. In Macon, om precies te zijn, hoofdplaats van Bibb Country, Georgia. In een epische country-klassieker van Lucinda Williams komen de stoffige gravelwegen aldaar feilloos te leven.

Sittin’ in the kitchen, a house in Macon
Loretta’s singing on the radio
Smell of coffee, eggs, and bacon
Car wheels on a gravel road

Het gelijknamige album is een iconisch album, geproduceerd door Steve Earle en Ray Kennedy. Die bundeling van krachten hoor je terug in de krachtige muzikale schetsen, met name in het titelnummer. Zelfs de koffer die meegaat is zo stoffig als de wegen rond Macon. Simpele woorden vertellen een authentiek verhaal. En dan moet de reis naar Jackson nog aanvangen.

Keuze Marèse Peters: The Decemberists – Grace Cathedral Hill (2002)

Een woordeloze wandeling

Soms heb je gewoon niet zoveel tegen elkaar te zeggen. Soms is wandelen de beste optie. Gewoon lopen. De ene voet voor de andere. De indrukken van de omgeving langs je heen laten glijden. Net als de emoties die je van binnen voelt.

Grace Cathedral Hill van The Decemberists beschrijft zo’n woordeloze wandeling in San Francisco. De zanger/verteller en zijn wandelmaatje beginnen in Grace Cathedral, waar ze een kaarsje opsteken en rustig blijven zitten tot het is opgebrand. Dan lopen ze richting Hyde Street Pier (op Google Maps kun je zien dat je dat stuk in ruim een half uur loopt), waar ze een hotdog kopen. Want ze hebben allebei een beetje honger.

De melancholie druipt ervan af in dit nummer. Maar niet op een kitscherige manier. Je voelt dat er wat aan de hand is met die twee wandelaars. Ik dacht altijd dat songwriter Colin Meloy hier een landerige zondagmiddag met zijn zoon beschreef. Dat kwam door deze regels:

And the world may be long for you
But it’ll never belong to you

Meloy’s zoon heeft autisme. Ik vond deze regels een prachtige manier om te beschrijven hoe iemand met autisme zich moet voelen in deze wereld.

Maar toen ik voor dit stukje wat verder in de achtergrond van dit nummer dook, kwam ik erachter dat Meloy een wandeling met zijn vriendin (en inmiddels echtgenote) Carson Ellis bezingt, op de dag dat haar vader begraven is. Het verdriet hangt levensgroot om hen heen. Ze hebben niet veel te bepraten – dat hebben ze ongetwijfeld al genoeg gedaan. Ze lopen samen door de stad na de begrafenis.

Hun relatie is op dat moment nog vrij pril, en hij voelt niets dan groeiende liefde voor deze bijzondere vrouw naast hem:

Sweet on a green-eyed girl
All fiery Irish clip and curl

Maar daar kan hij op dat moment niets mee: zij zit vol met het verdriet om haar vader. Dus lopen ze maar. En dat is prima.

Are you feeling better now?

Hiermee eindigt het nummer. Hij weet niet zo goed wat hij tegen haar moet zeggen, dus vraagt hij maar of het al een beetje beter gaat. In dit zinnetje ligt zoveel liefde voor (en zorg om) haar besloten. Ontroerend mooi.

Keuze Freek Janssen: Death From Above 1979 – Mean Streets (2021)

Helemaal in mijn straatje

Nog niet zo heel lang geleden beklaagde ik me erover dat er in 2021 nog zo weinig goede muziek is uitgekomen. Dat vind ik overigens nog steeds, maar gelukkig komt er ook steeds meer goed spul uit. Zoals het nieuwe album van Death From Above 1979, Is 4 Lovers. Het heet officieel dance-punk; stevig, met een mooie dosis elektronica, en niet heel ingewikkeld. Zeg maar The Strokes meets Infadels. Helemaal in mijn straatje (pun intended).

Mean Streets is een van de meest interessante tracks op het album; typisch voorbeeld van hard-zacht-hard-zacht. Maar dan ook écht hard. Oh, en luister ook even het hele album, erg de moeite waard. Zeker voor een album uit 2021.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.