Morgen wordt Eric Clapton 76 jaar. Hij is een van de grote meneren uit de Rock en Blues-scene vanaf de begin jaren zestig en een muzikaal voorbeeld voor vele musici. Zijn persoonlijke leven was turbulent in de jaren zestig en zeventig en hij zei vaak dat hij er niet zoveel van mee gekregen heeft vanwege zijn bovenmatige drank en drugsgebruik.

Er is veel moois uit zijn muzikale koker gekomen. We hebben er een aantal op een rijtje gezet.

Keuze Marco Groen: Yardbirds – I Ain’t Got You (1964)

Fysisch monisme

In de naweeën van de golven die waren veroorzaakt door de Blues Brothers-gekte, kocht ik in een redelijke vroeg stadium van het CD-tijdperk, Made in America van die band. Een live-registratie uit 1980 in Los Angeles. Op deze CD ‘ontdekte’ ik, buiten alle andere leuke nummers om, een werkje dat je na twee keer luisteren probleemloos kon meezingen: I Ain’t Got You. Het type liedje dat je eigenlijk nooit overslaat, maar tevens het type liedje dat je in de maling neemt: ondanks de vrolijk toon, en – op het eerste gezicht – dito zang, gaat het gewoon over een persoon die vies rijk is, gewend om altijd zijn zin te krijgen, maar nu een keertje het deksel op de neus krijgt. De vrouw die hij wil, krijgt hij niet. Ondanks zijn Cadillac, zijn mooie kleertjes, zijn eigen kroeg, etc… De dame valt niet voor hem. Verbazing alom. Het leven is vreselijk.

Hoewel er in de Blues Brothers-band een paar gerenommeerde artiesten speelden. (onder andere Steve Cropper, ‘Duck’ Dunn, Willie Hall, Matt Murphy) en er ook wel werken van hun gespeeld werden, is het gezelschap van Joliet Jake en Elwood Blues natuurlijk een veredelde coverband. I Ain’t Got You is hier geen uitzondering op. Een onderzoek van een minuut of twee leerde dat de originele schrijver ene Calvin Carter was. Een producer die zijn sporen heeft verdient met het maken van opnames van Elmore James, John Lee Hooker en Canned Heat. Het bovengenoemde nummer zou zijn meest bekende creatie worden en werd onder meer gespeeld door Jimmy Reed, The Animals en Aerosmith. Artiesten die niet bepaald als prutsers gekwalificeerd kunnen worden. Toch kwam de beste uitvoering op naam van meneer Slowhand en dan wel via zijn toenmalige band Yarbirds. De band waar ook Jeff Beck en Jimmy Page hun eerste schreden in de muziekwereld mee waagden.

I Ain’t Got You duurt in de Yarbirds-uitvoering nog geen twee minuten. Een levensles duurde niet vaak korter. Die les is namelijk: niet alles is met geld te koop. Wat dat betreft zijn Bluesartiesten vaak erg rijk. Dat blijven ze ook, zolang te maar in de misère blijven zitten. Ellende levert geweldige muziek op. Dat maakt Eric Clapton ook zo goed.

Keuze Joop Broekman: Yardbirds – For Your Love (1965)

Dat intro

Meteen even zeggen dat ik maar weinig van Eric Clapton ken behalve de bekende songs. Oh ja, van Layla vind ik de instrumentale helft véél mooier dan het vocale gedeelte. Maar het uitzoeken van een goede Clapton-song laat ik liever aan de collega-bloggers die hem beter kennen.

For Your Love komt ook voorbij in de feelgood-movie The Boat That Rocked (maar staat niet op de uitgebrachte soundtrack). In de jaren ’60 werd de basis gelegd voor veel goede muziek die je nu nog steeds hoort. En er waren bands die we nu omgekeerde supergroepen zouden noemen. Yardbirds was zo’n groep. Of eigenlijk een doorgangshuis. Ten tijde van Clapton’s aanwezigheid bij Yardbirds veranderde de bluesrock langzamerhand naar een radiovriendelijker geluid, zeg maar hitniveau. Clapton ziet het drie minutenwerk niet langer zitten. Op de dag dat For Your Love uitgebracht wordt neemt hij de kuierlatten. Zijn carrière vervolgt hij bij John Mayall’s Bluesbreakers. En de rest is bekend. Na Clapton’s vertrek kwam Jeff Beck en Jimmy Page. Ook die zouden redelijk beroemd worden.

Yardbirds schreven niet zelf aan For Your Love. In die goede oude tijd was het normaal dat er veel hitschrijvers rondliepen, al dan niet zelf muzikant. Graham Gouldman (later in 10cc) kan de demo van For Your Love met zijn band The Mockingbirds niet kwijt aan platenlabel Columbia. Later gaan de verhalen dat Hermans’s Hermits en The Animals ook geen interesse hadden. Yardbirds zien wel de potentie van het nummer. Na wat verbouwingen (tempowisselingen) moet er alleen nog wat aan het intro gedaan worden.
Sessiemuzikant Brian Auger is ingehuurd om op het orgel zijn werk te doen. Als Auger de studio binnenstapt, is er geen orgel te bekennen. zelfs geen piano. Er staat wel een klavecimbel….. Auger laat zich niet kennen, probeert wat uit en niet veel later staat er een hit op de band met een bijzonder begin.

Keuze Alex van der Heiden: Blind Faith – Had To Cry Today (1969)

Heerlijk loopje

Eric Clapton is het onderwerp van vandaag en dat is voor mij wat dubbel qua liefhebberij. Ik ben namelijk niet geheel gecharmeerd van zijn stemgeluid, maar des te meer van zijn gitaarspel. Het ogenschijnlijke gemak waarmee hij de gitaar beroert vind ik wonderbaarlijk. Ik dacht dat hij daar ook de naam Slowhand  door had gekregen, maar door deze battle leer ik ook weer iets nieuws. Hij heeft zijn naam gekregen door het publiek rustig door te laten klappen, terwijl hij zijn gebroken gitaarsnaren verving, aldus Guitar World. Het nummer Had To Cry Today staat bol van zijn gitaarwerk en laat Steve Winwood lekker zingen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het stemgeluid van de wat oudere Clapton mooier vind, dan in zijn jonge(re) jaren. Zelfs een gevoelig lied over zijn overleden kind komt qua gitaar wel, maar qua stem totaal niet binnen bij mij.

Mijn keuze is Blind Faith dus, de supergroep van eind jaren ’60 met één van de meest controversiële platenhoezen uit de geschiedenis. De hoes laat ik de hoes voor vandaag. En de superband met Clapton en Baker uit Cream, aangevuld met Winwood en Grech laat ik Blind Faith.

Had To Cry Today: het nummer zit doodeenvoudig in elkaar en kent een tekst van slechts twee korte coupletten inclusief het refrein. Deze wordt nog een keer herhaald en klaar is Kees. Maar dan dat loopje, dat heerlijke loopje afgewisseld door Eric Clapton op zijn gitaar en Rick Grech op de basgitaar. De ene keer hoor je alleen de bas, dan weer beide instrumenten en Clapton die er fantastisch op los soleert. Hij doet dat zoals ik al eerder zei met zo’n ongelofelijk gemak en rust. Het ziet er nogal saai uit om naar te kijken, maar dat hangt sowieso een beetje rond zijn persoon. Goed luisterend naar de muziek is het allerminst saai en dit nummer is een jamsessie van de hoogste orde. Het concert dat zij gaven in London Hyde Park brengt mooi het samenspel tussen bas en gitaar in beeld. Dat loopje…en nog een keer…en nog een keer…en nog een keer. En dat zonder er genoeg van te krijgen. Vergeleken bij het loopje van bijvoorbeeld Badge van Cream of het legendarische Layla van Derek & The Dominos is dit loopje het meest ondergewaardeerd.

Keuze Peter van Cappelle: Derek & The Dominos – Bell Bottom Blues (1970)

De blues van Clapton’s wilde dagen

De hoogtijdagen van Eric Clapton liggen inmiddels al jaren ver achter ons. Zijn laatste albums zijn vaak niet meer dan aardig, maar zijn vooral gevuld met covers van zijn eigen Blueshelden. Gelijk heeft hij; hij is inmiddels op een leeftijd dat hij zichzelf niet meer hoeft te bewijzen en het enkel voor zijn eigen plezier hoeft te doen.

Maar interessanter blijft toch zijn werk uit de tijd dat het nog wel baanbrekend was. Met name in de jaren ’60 en ’70 toen hij van de ene naar de andere band wisselde. Zoals de kortstondige band Derek & The Dominos die niet langer dan een jaar heeft bestaan, maar wel met het album Layla And Other Assorted Love Songs een klassieker afleverde. Hoewel dat album vooral wordt overschaduwd door dat ene titelnummer over zijn hopeloze verliefdheid voor Patti Boyd, op dat moment nog de echtgenote van zijn beste vriend George Harrison. Wat in 1970 niet eens een hit werd, maar pas 22 jaar later in de inmiddels op de radio kapot gedraaide Unplugged-versie waarbij de kracht van het nummer ontbreekt dat de Dominos versie zo krachtig maakt.

Het B-kantje van Layla (en eveneens afkomstig van het album) was Bell Bottom Blues. Ook een nummer over onbereikbare liefde, maar zowaar niet over Patti Boyd. Het ware verhaal achter het nummer kenmerkt het wilde leven van Clapton ten tijden van 1970. Het is maar de vraag of het nummer anno 2021 ten tijden van me-too geaccepteerd zou zijn of niet als seksistisch zou worden gekenmerkt. Bell Bottoms waren korte strakke broekjes die eind jaren ’60 in de mode waren. Tijdens de tournee van Derek & the Dominos in 1970 en een bezoek aan Frankrijk ontmoette Clapton een Frans meisje die geen woord Engels verstond, maar waarmee hij wel voor minder dan een week een korte romance mee beleefde. Terwijl hij eigenlijk met zijn gedachten bij Patti Boyd zat.

Laten we het er maar op houden dat het andere tijden waren. Het leverde wel een klassieker op die later nog werd gecoverd door Cher en Susanna Hoffs, en ook nog een verdere invloed had op twee artiesten. Want Bruce Springsteen leende de zin I Don’t Wanna Fade Away voor zijn nummer Fade Away op het album The River, en Lady Gaga refereert naar het nummer in de zin I’m sorry and I love you, sing with me Bell Bottom Blue op haar album Artpop in 2013.

Keuze Remco Smith: Derek & The Dominos – Nobody Knows You When You’re Down And Out (1970)

Franse Chansons, Robert Long, Dolly Dots en Normaal. En Eric Clapton

Mijn moeder was van Franse chansons. En Robert Long. Mijn zus eerst van Kinderen voor Kinderen, daarna Dolly Dots en Michael Jackson. Ik aanvankelijk van Normaal. De echte muzikale ontwikkeling moest nog komen.

Vakanties waren altijd met de auto. Eerst de Alpen: Zwitserland en Oostenrijk. Totdat we daar te vaak weg regenden, toen werd de bestemming eerst Hongarije en later Frankrijk. Urenlang in de auto zitten en cassettebandjes aan. Opgenomen bandjes met een pratende Jeroen van Inkel of Erik de Zwart door het intro. Robert Long op tape. Toen mijn zus en ik na jaren een keer samen in de auto van mijn moeder reden en daar een bandje van Robert Long vonden, bleek dat wij jaren na de vakanties die liedjes nog woordelijk konden meezingen.

De echte muziekliefde van mijn pa was lang wat onderbelicht. Waarschijnlijk omdat hij zijn muziektijd in de auto al had: hij reed vanuit Twente naar Lunetten, Hoorn, Renswoude, zelfs naar Capelle aan den IJssel als hoofduitvoerder in de woningbouw. Daar had hij wel zijn muziek aan. Blues. JJ Cale. E.L.O., Creedence Clearwater Revival. En Eric Clapton. Ondanks een meter of drie aan LP’s draaiden we weinig muziek thuis. Het verschil in muzieksmaak tussen mijn ouders was daarvoor vermoedelijk te groot.

Toen ik eenmaal muziek en vooral gitaren had ontdekt, bleken onze smaken veel meer gemeen te hebben dan gedacht. Het was ontzettend leuk om samen naar concerten te gaan. Buddy Guy (met een fenomenale John Campbell in het voorprogramma), Arno in Doornroosje, Springsteen in de Kuip, Herman Brood en 13 Ft. Lester Butler. En Clapton in Ahoy. Is het muzikaal toch goed gekomen.

Keuze Tricky Dicky: Eric Clapton – Someday After A While (1994)

Buitenaards

Kennelijk ben ik roepende in de woestijn, want ik zie Slow Hand in de jaarlijstjes slecht vertegenwoordigd. Ja, in de moeder van alle eindlijsten staan de bekende deuntjes: Tears In Heaven, Wonderful Tonight en Layla. En in de Snob 2000 slechts een keertje samen met gitaarmaatjes Dylan en Petty. Geen Bluesbreakers, Yardbirds, Cream, Derek  & The Dominoes, Blind Faith of iets uit zijn uitgebreide solo-oeuvre. Onbegrijpelijk.

Misschien ben ik bevooroordeeld vanwege mijn liefde voor de blues, maar ook zijn vele uitstapjes buiten dit genre worden zwaar onderschat. 461 Ocean Boulevard, Behind The Sun en Journeyman. En dan natuurlijk de bluesplaat van de jaren negentig: From The Cradle. Een meesterwerk waar hij terug keert naar zijn roots. Groot, groter, grootst. Vroegere collegae zijn in dat decennium naar een concert van hem gegaan (met ongetwijfeld het zoete deel van zijn liedjes in het achterhoofd) om de volgende dag te klagen dat hij zoveel blues speelde. Joh? Werkelijk? Wat had je dan verwacht? Wanneer een hardrockband een hit scoort met een ballad lijkt het mij toch logisch dat het merendeel behoorlijk stevig zal zijn en ze niet de hele avond ballads zingen.

Toen van From The Cradle uitkwam ben ik op een holletje naar de platenzaak gerend en heb ‘em plat gedraaid. Elke dag weer, want dit is Clapton op z’n best. Niet alleen speelt hij de blues fantastisch, maar hij geeft het zijn emotie mee. Hij heeft dat overigens in 2004 nogmaals gedaan met het fabuleuze album Me And Mrs. Johnson. Alles van From The Cradle is buitenaards, en dus heb ik maar ezeltje prik gedaan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.