Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De battle over de dood

De mens is soms best wel een geniale diersoort: laatst nog slaagde we met uiterste precisie erin om een robotauto op een naburige planeet te zetten. We kunnen echt hele knappe dingen, alleen een oplossing vinden voor de grootste tragedie in ons leven wil maar niet lukken. De dood: dat de wetenschap dáár nog niks tegen gevonden heeft….

Ons hele leven is de dood voortdurend om ons heen. De dood maakt emoties los en is daarom een dankbare bron van inspiratie voor songwriters, resulterend in muzikale In Memoriams, als onderdeel van het rouwverwerkingsproces. En is het niet de dood van je konijntje Flappie, dan zijn het wel je dierbare naasten die het leven laten wiens leven vereeuwigd wordt in een fijn muzikaal eerbetoon. De ware kunstenaar gaat nog een stapje verder, en mijmert natuurlijk over zijn eigen sterfelijkheid. En als afgeleide heb je nog bloggers die er over schrijven, om ook een graantje van die artistieke onsterfelijkheid mee te pikken. Wij die  schrijft die blijft, nietwaar?

Keuze Tricky Dicky: De Maskers – Death!!! (1967)

Hoogtepunt in de Nederlandse psychedelica

De dood is – figuurlijk – een mooi onderwerp en hele volksstammen hebben er liedjes over geschreven. Ook bij mij passeerden diversen de revue; zelfs uit het deathmetal-circuit, maar uiteindelijk koos ik voor een dodenmasker.

Ik hoorde De Maskers voor het eerst op de radio met de single Baby, Baby, Balla, Balla. Zo’n meezinger van Chubby Checker die zelfs voor een zesjarige fonetisch gemakkelijk mee te brullen was. Niet dat ik wist dat De Maskers hierop meededen; daar kwam ik pas veel later achter. Het tweede lied van hen dat mij is bijgebleven is het thema van Batman. In die dagen was dat wekelijks op de televisie (met de geschreven rake klappen in beeld: Pow, Whamm, Bang, Zap) en De Maskers besloten handig op de populariteit van de serie in te spelen. Noem het toeval, maar toen ik mijn eerste programma (Nuggets) voor 192 Radio (Nordeney: de oude piratenzender Veronica) maakte was Baby Baby Balla Balla het allereerste liedje dat ik draaide. Jeugdsentiment.

De Maskers zijn in 1962 opgericht met zanger Bob Bouber, alias ZZ, en dus werd de bandnaam ZZ & De Maskers en traden ze met Zorro-maskers op. Bekende Nederlandstalige hits uit de eerste periode zijn Dracula en Ik Heb Genoeg Van Jou. Vanaf 1965 gaan ze over op Engelstalige beat (Three Is A Crowd en Brand New Cadillac) en instrumentale popliedjes (Goldfinger en La Comparsa). Met de komst van drummer Frans Smit (later Brainbox en echtgenoot van Maggie MacNeal) maakt de band weer een koerswijziging en gaan op de psychedelische toer. De eerste single is een uitstekende cover van Heatwave (Martha & The Vandellas) met op de achterkant een door Jan de Hont geschreven compositie: Death!!! Een hoogtepunt in de Nederlandse psychedelica dat zelfs kan wedijveren met Arnold Layne van Pink Floyd, maar volkomen onterecht onbekend en ondergewaardeerd is gebleven.

Keuze Willem Kamps: Caravan – If I Could Do It All Over Again, I’d Do It For You (1970)

Een bosje peterselie

Lullig voor de nabestaanden, een onverwacht overlijden, ook al kan het voor de belanghebbende een mooie dood zijn. Beter – hoewel nog steeds verdrietig en soms extra pijnlijk voor iedereen – is een voorafgaand ziekbed, zodat je tenminste afscheid van elkaar kunt nemen of, in sommige gevallen, oud zeer kunt uitspreken. Ook biedt het de nog niet overledene de gelegenheid famous last words uit te spreken. Wanneer iemand plotseling overlijdt – door een ongeluk, een hartaanval of een val in een ravijn, om enkele mogelijke oorzaken te noemen – dan hoor je nooit iemand over memorabele woorden. Stel, je gaat nog even een vergeten boodschap doen en wordt op weg naar Albert Heijn geschept door een vrachtwagen, dan haal je de geschiedenisboeken en quotesites niet met schat!? Ik ga even een bosje peterselie halen.

Famous last words vereisen toch iets meer diepgang. Neem Caesar met het onvergetelijke ook gij Brutus, of Willem van Oranjes mijn God, heb medelijden met mijn ziel en mijn arme volk alvorens hij zijn laatste adem uitblies. Bovendien had hij nog de tegenwoordigheid van geest het in het Frans te doen, waarmee hij mogelijk een groter publiek dacht te bereiken. Ja, laatste woorden spreek je maar één keer uit, dus denk goed na voordat het te laat is. Voorlaatste woorden komen nog wel eens neer op als ik het allemaal over mocht doen. Een even retorische als nutteloze vraag. Je kunt op het laatste moment aangeven dat het niet veel bijzonders is geweest en het liever heel anders had aangepakt of misschien luidt het antwoord juist dat je precies hetzelfde had gedaan. Hoe dan ook, een correctie zit er niet meer in wanneer je je in het bijzijn van je geliefden in je doodsangst voor het laatst ontlast.

Als ik het allemaal over mocht doen inspireerde Caravan in 1970 tot If I Could Do It All Over Again, I’d Do It For You. De band behoorde tot de Canterbury-scene, net als Soft Machine, Gong, National Health en de wat minder bekende Quiet Sun, Khan en Egg. Veel van de muzikanten zaten in meerdere van deze bands. Prog-pioniers, afkomstig uit het district Canterbury (Kent) met veel improvisatie en jazzy invloeden in hun muziek. En vrijwel altijd dat snerpende fuzzorgeltje. De zang kwam op het tweede plan, een vehikel waaromheen naar hartenlust kon worden gesoleerd. If I Could Do It All Over Again, I’d Do It For You wijkt daar eigenlijk nog iets van af. Als in een psychedelische doowop-variant wordt de basis gelegd door de herhalende ritmische zanglijn Who do you think you are? waar vervolgens een andere melodie overheen wordt gezongen, voordat toetsenist Dave Sinclair alsnog zijn gang mag gaan.

De titel If I Could Do It All Over Again, I’d Do It For You zou ge-ent zijn op Dylans All Over You, en het moet gezegd, het klinkt inderdaad Dylanesque. Het bijzondere is dat de titel zelf niet in de tekst voorkomt. De song is de opener van het gelijknamige tweede album. De verdienstelijke voorganger van hun meesterwerk In The Land Of Grey And Pink, het alom gerespecteerde Canterburyhoogtepunt, dat bij iedere zelfbenoemde muzieksnob voor het grijpen zou moeten staan. De meeste oorspronkelijke Caravan-leden leven nog, alleen drummer Richard Coughlan overleed in 2013. Ik weet niet of hem de vraag is voorgelegd of ie het allemaal over mocht doen, of dat zijn kompanen die vraag ooit zullen krijgen, maar wat mij betreft reageren ze allemaal geheel terecht ik zou precies hetzelfde doen. Gelukkig maar, wat hadden we zonder hun prachtige muziek gemoeten?

Keuze Joop Broekman: Toontje Lager – Niks Na De Dood (1982)

Dan is er niets

De eerste helft van de jaren ’80. Het muzikale landschap (wat een héérlijk cliché) was nog niet volgeplempt qua genres en nationale radiozenders. Nederlandstalige popmuziek was booming. Onbetwiste topper was Doe Maar en daaronder gebeurde van alles. Het Goede Doel, Noodweer, Polle Eduard, Klein Orkest, de Frank Boeijen Groep kwam er aan. En je had Toontje Lager met een prachtplaat.

Er Op Of Er Onder vond ik toen meteen geweldig. Het lag nogal in het verlengde van wat Doe Maar deed, maar met een eigen gezicht. Pop, Reggae/Ska en een beetje New Wave. Als ik het album weer eens op de draaitafel leg, ben ik voor even terug in mijn tienertijd. In de pubertijd kreeg je de nodige levensvragen met salvo’s tegelijk op je afgevuurd. Vooral als je je ging verdiepen in songteksten bij elpees. Bij Toontje Lager was luisteren naar de liedjes al genoeg. De orgie die ontstond in je bovenkamer (In Gedachten), de actuele atoombom (Viel Die Maar), angst over de toekomst (Ben Jij Ook Zo Bang?) en doodgaan (Niks Na De Dood).

Ik ben rooms katholiek opgevoed. Af en toe naar de kerk, catechese op school. Thuis was het geloof niet echt vaak onderwerp van gesprek, hel en verdoemenis is mij gelukkig bespaard gebleven. Maar Niks Na De Dood zette me een klein beetje aan het denken, weet ik nog. Waarom zou je je bezig houden met iets na je overlijden, waarvan je niet eens 100% zeker weet of het er wel zou zijn? Dan was je toch al eigenlijk met je dood bezig? Alleen maar omdat je daar al eeuwenlang mee bang gemaakt werd, de hemel of de hel! En je ziel, waar kwam die nog meer terecht? Reïncarneerde je als dier, of bleef je voor eeuwig om de aarde zweven? Ondertussen een behoorlijk drukke boel dan, sinds de Tweede Wereldoorlog. En gingen al die zielen ook netjes opzij, als er iets de ruimte ingeschoten werd? Werden er ook weer genoeg verbrand door langs scherende raketten, waardoor er weer plek was voor nieuwe aanwas? En hoe ging dat dan met al die satellieten? Zoveel vragen als je puber bent…. en toen waren er nog niet eens zoveel satellieten.

Maar ik kon me wel vinden in de tekst. De band stak er eigenlijk een beetje de draak mee. Heel vaag staat me nog mij dat er wat gemor uit de humorloze gereformeerde hoek kwam. Ik vond toen al, dat als je op zondag niet naar de radio mocht luisteren en geen tv mocht kijken, je geen fijn leven kon hebben. Later kwam er nog een (tekstueel) aangepaste versie van het nummer, in een ietsie ander arrangement. Nooit zo goed begrepen.

Toontje Lager speelt weer, nadat ze in 1985 uit elkaar gingen. Maar laat je niet foppen, de groep bestaat uit zanger Erik Mesie (als enig overgebleven bandlid uit de glorietijd). Hij was trouwens ook niet de zanger vanaf het allereerste begin) en vier muzikanten, want de vier andere groepsleden van toen hadden totaal geen trek in een reünie na al die tijd. Mesie claimde nog wel even de bandnaam, voor er weer opgetreden werd. En hij heeft aan geen enkel bekend nummer meegeschreven. Dat je het even weet, wanneer je straks live weer een jeugdherinnering wilt ophalen.

En toen ik dood ging dacht ik ‘nou gaat ‘t gebeuren’ (aha)
Nou wordt ‘t leven pas echt interessant (aha)
Ach, je kent dat wel, die spanning van tevoren
En dan valt ‘t toch ontzettend tegen want

Niks na de dood, er is niks na de dood
Dus weg met eeuwig leven, en weg met Heilig Brood
Er is niks na de dood, dus ga maar lekker rood
Er is niks of niemand na de dood

Keuze Der Webmeister: A House – More Endless Art (1992)

Onsterfelijke kunst

All art is quite useless according to Oscar Wilde is de openingszin van het nummer Endless Art, met afstand het bekendste werk van de Iers Indiegroep A House. Om deze stelling vervolgens volkomen te weerleggen door een opsomming te proclameren (echt zingen is het niet) van de namen van tientallen Grote Kunstenaars met hun jaar van geboorte en overlijden. Zo nu en dan wordt het rijtje onderbroken door het refrein:

All dead yet still alive,
in endless time and endless art

Art is dus helemaal niet useless! Het is de manier om jezelf onsterfelijk te maken, fysiek gezien gaat het wellicht niet op, maar het komt dicht in de buurt.

Het nummer Endless Art is in zijn opzet geniaal van eenvoud, zo ook de bijbehorende video. In 1992 was stopmotion nog behoorlijk innovatief en de video kreeg enorm vele airplay. Dat EndLess Art desondanks geen hoge hitnotering haalde kwam voor een behoorlijk deel omdat de platenmaatschappij totaal overrompeld was het succes, en domweg niet snel genoeg aan de vraag kon voldoen.

De tekst van de originele versie van Endless Art bevat uitsluitend namen van mannen, wat A House wellicht niet bewust gedaan heeft. De kritiek op dit gegeven trokken ze zich flink aan, en besloten dat de aanval in dit geval de beste verdediging was: nog in hetzelfde jaar verscheen een all-women versie getiteld More Endless Art, een minstens zo indrukwekkende proclamatie van tientallen Grote Kunstenaressen. En omdat deze battle online gaat op 8 maart, Internationale Vrouwendag, is het natuurlijk vanzelfsprekend dat we aan deze versie de meeste aandacht schenken.

Keuze Erwin Herkelman: Turbulence ‘n’ Terrorists – 6 Million Ways To Die (1994)

Tandje harder

Ik zat me nú al te verkneukelen. Ik kon niet wachten op het moment dat het door de speakers zou schallen tijdens deze muzikale bingo, iedereen in shock achterlatend. Waarna de gelukkige deelnemers, eenmaal bijgekomen, het cijfer 6.000.000 op hun kaart konden wegstrepen. Spannend was nog wel of hij op tijd zou komen en er niet iemand daarvóór al de bingokaart vol had.

Gelukkig voor mij gebeurde het al vrij snel: Good morning boys and girls. En dan die snoeiharde beats door de boxen. Geweldig! Een volledig verrast publiek, en ik kon mij weer even verliezen in nostalgie. Die prachtige tijd dat ik dit soort herrie vrijwel dagelijks draaide, tot grote onvrede van mijn ouders. Die prachtige tijd dat ik mijn eerste festivals bezocht. Die… Enfin…

Maar het was niet alleen jeugdsentiment. Het was óók een stukje hardcore-historie. Achter het alias Turbulence ‘n’ Terrorists schuilde namelijk Marc Acardipane. De Duitser is een van de grondleggers van het genre met een van de eerste, zo niet dé eerste hardcore-plaat ooit: We Have Arrived onder het pseudoniem Mescalinum United.

Met Six Million Ways To Die ging hij echter nog een tandje harder. Nog enigszins rustig ingeleid door Sid Vicious met zijn versie van My Way, maar na het eerste refrein ruw verstoord door een razendsnelle, keiharde kick. Een nummer waarmee Acardipane de basis legde voor een nieuw subgenre: terror. Een genre dat inmiddels zodanig geëvolueerd is dat erop dansen simpelweg niet meer mogelijk is. Dat kan gelukkig nog wel op deze klassieker. Al moet je alsnog redelijk rap zijn om het bij te kunnen houden. Lekker uit je stekker!

Keuze Remco Smith: Kaizers Orchestra – Ompa Til Du Dør (2001)

Hoempa tot de dood

Al weer een jaar corona in Nederland. Een jaar lang anderhalvemetersamenleving, niezeninellebogen, geenhandengeven. Een jaar lang thuisonderwijs en soort van quarantaine. Het hele coronagebeuren is een beetje aan ons onvolprezen platform voorbij gegaan. De prachtige battle over hoop daargelaten, is er geen coronabattle geweest. Geen isolatiebattle, geen virusbattle, geen prikbattle.

Hoe komen we dan de coronatijd door? In de tijd van de ondergang van het Romeinse Rijk was het decadent feesten. Interbellum, zelfde laken en pak. In tijden als deze zou je willen dansen op de vulkaan, drinken tot het ochtendgloren, arm in arm met je beste vriend van die nacht, met wie je dat door alcohol benevelde gesprek hebt gehad over voetbal, meisjes en de zin van het leven. Waar je de dag daarna bar weinig meer van kunt herinneren, zelfs de naam van die vriend niet meer. Maar ja, met gesloten horeca valt dat niet mee.

Dan blijkt er maar één ding over. Hoempa. Hoempa totdat je er bij neervalt. Dood bij neervalt, desnoods.

Keuze Jan-Dick den Das: Herbert Grönemeyer – Der Weg (2002)

Gevoelige snaar

Een battle over de dood. De dood als onderwerp van strijd alhoewel voor sommige mensen het leven al een strijd is, terwijl andere weer een doodstrijd doorstaan. De dood roept altijd weer iets op, herinneringen, verdriet, melancholie. De dood waarvan we allemaal zeker weten dat het op ons pad komt, voor jezelf en je dierbaren. Mensen waarvan je houd zien wegvallen is het onderwerp van Der Weg, het nummer van Herbert Grönemeyer.

In 2002 verscheen het album Mensch, een album waar de dood centraal staat. Grönemeyer verloor in een paar weken tijd zijn broer en zijn vrouw aan kanker. Hoe kom je daar over heen, hoe verwerk zoiets? Herbert Grönemeyer vertrouwde zijn gedachten toe het papier en piano. Resultaat een indringend album waar dus ook het prachtige Der Weg deel van uitmaakt.

Wir waren verschworen

Wären füreinander gestorben
Haben den Regen gebogen
Uns Vertrauen geliehen
Wir haben versucht
Auf der Schussfahrt zu wenden
Nichts war zu spät
Aber vieles zu früh

Een mooie ode aan zijn vrouw en broer, een piano en wat strijkers. Het is zo’n liedje waarvan je de tekst misschien nog niet eens goed hoeft te begrijpen, de intensiteit waarmee het gezongen wordt doet genoeg. Je voelt en begrijpt dat het ergens over gaat, het raakt de spreekwoordelijke snaar.

Habe dich sicher
In meiner Seele
Ich trag’ dich bei mir
Bis der Vorhang fällt
Ich trag’ dich bei mir
Bis der Vorhang fällt

Iemand die er niet meer is in je ziel bij je dragen totdat voor jou ook het doek valt. Grönemeyer heeft het prachtig in woorden gevangen en dat moet, kan ik me voorstellen niet eenvoudig zijn geweest. Een lied vol verdriet, troost en hoop; het is mooi dat er kunstenaars zijn die de woorden weten te vinden die voor ons – gewone stervelingen – vaak onvindbaar zijn.

Keuze Peter van Cappelle: Paul McCartney – The End Of The End (2007)

Zelfs over zijn sterfdag is McCartney nog optimistisch

De zwanenzang van artiesten kent vele voorbeelden. David Bowie bracht twee dagen voor zijn overlijden het album Blackstar uit wat een voorbode op zijn naderende einde bleek te zijn. Leonard Cohen deed dat in hetzelfde jaar met You Want It Darker. Freddie Mercury was misschien wel een pionier op dat gebied en verwees in verschillende nummers op het Queen album Innuendo dat zijn leven eindig was.

Toen Paul McCartney in 2007 op zijn album Memory Almost Full het nummer The End Of The End uitbracht leek het ook even alsof hij naar zijn eigen sterfelijkheid hintte. Het was echter allerminst zijn einde, want hierna volgden nog vele tournees van de ex-Beatle en vier redelijke albums (of eigenlijk vijf als je het experimentele Fireman-album Electric Arguments uit 2008 meetelt). Hoewel er weleens door complotdenkers wordt gedacht dat hij in 1966 al op vroege leeftijd is overleden, maar dat is weer een verhaal apart.

Memory Almost Full was een nostalgisch album dat hij rond zijn 65ste verjaardag uitbracht. Terugblikkend op zijn jeugd (in Only Mama Knows en That Was Me), zijn huwelijk met Linda (in You Tell Me), zijn net gestrande huwelijk met Heather Mills (See Your Sunshine en Gratitude), maar ook dus hoe hij zich de dag voorstelt waarop hij zal komen te overlijden. Maar McCartney zou McCartney niet zijn als hij zelfs daarover optimistisch is.

On the day that I die I’d like jokes to be told
And stories of old to be rolled out like carpets
That children have played on
And laid on while listening to stories of old

It’s the start of a journey
To a much better place
And this wasn’t bad
So a much better place
Would have to be special
No need to be sad

Alsof McCartney tevreden terugkijkt op het leven dat hij heeft gehad en met een gerust hart kan gaan. Gelukkig is dat nog allerminst het geval en bleef hij zelfs tijdens de pandemie vorig jaar positief ingesteld door tijdens de lockdown te werken aan McCartney III.

Keuze Alex van der Heiden: Nightporter – The Crying (2007)

Verdriet

One more drink may bring relief
To the crying
The Crying
Heaven falls

Afgelopen zaterdag overleed iemand in onze kennissenkring. Ik laat het verder bij deze mededeling hierover, omdat ik iets verder van deze persoon afsta dan naaste familie en vrienden.

Aanvankelijk was ik van plan iets over een nummer van een Thrashmetalband te schrijven, maar ik vond dat nu niet gepast. Ik had me afgemeld voor het schrijven aan deze batte. Even geen dodelijke metal nu. Veel meer in de stemming voor weemoedige post-wave achtige muziek en melancholieke singer-songwriters. Een combinatie van deze twee is te vinden in Nightporter en dus zette ik dit album nog maar eens op. Nightporter staat voor Mark Ritsema en zoals jullie eerder hebben kunnen lezen, ben ik een enorm liefhebber van Spasmodique waar Mark de zanger van is. Tja en toen ik dit album weer eens afspeelde kwam het nummer The Crying voorbij.

The Crying is zo treffend voor deze tijd en alles wat een mens moet missen tijdens deze lockdown. Als je huilende bent ga je met je verdriet naar de kroeg. Je drinkt er nog één…. en misschien nog wel één om je pijn te verzachten. De weg erheen die geplaveid is met je tranen. Ik gun het alle rouwenden zo; mensen om je heen. In dit lied het café, maar het kan net zo goed een buurthuis, een kerk of een woonhuis met vrienden en familie zijn. Een warme omhelzing en eigenlijk alles wat je nodig hebt wanneer je The Crying  bent. The Crying om welke reden dan ook, maar zeker als gevolg van verdriet om de dood.

Rotterdam 5 maart 2021:

Tracks of teardrops on their trail
Starlight on their dreams in memories
The Crying

Keuze Jeroen Mirck: Jeroen van Merwijk – Mijn Vriend De  Dood (2007)

Ironie

Het leven is kut, want Jeroen van Merwijk is dood. Kut, kut, kut, kut en nog een keertje kut. Het leven is algeheel totaal volslagen en volledig kut en is het een keer niet kut, dan is het klote. Dat geldt al helemaal voor deze battle, want de dood centraal zetten op internationale vrouwendag is op zichzelf al kut. Toch biedt het ook wel weer kansen, want Van Merwijk kon treffend zingen over het leven, de dood én de vrouw. Maar ook over mannen, vanuit vrouwelijk perspectief. En dan komt toch weer de dood om de hoek kijken. Alle mannen moeten dood, alle mannen moeten dood. Katholiek of protestant, mohammedaan of jood, alle mannen moeten dood. Qua gevoelens komt een man immers niet verder dan een kind van vier, op intellectueel gebied is het een pantoffeldier. Maar al is-ie nog zo lui, voor één ding heeft-ie altijd tijd: dat er iets van hem in iets van iemand anders glijdt. Toch wel kut: dit lied gaat niet écht over de dood, het klinkt allemaal een beetje plat en de muzikale begeleiding is zelfs voor Van Merwijkse begrippen wel heel erg rudimentair. Daarom eren we de dood en deze kleinkunstenaar beter met het nummer waarmee ook het tribute-album Leve Van Merwijk! afsluit: Mijn Vriend De Dood.

Ik heb een vriend die ik al ken
Van voordat ik geboren ben
Al met de zaadcel en het ei
Was hij erbij
En hij heeft me sinds die tijd
Van ver en dichtbij begeleid
Hij is een trouwe reisgenoot
Mijn vriend de dood

De dood is kut, het leven ook, maar je kunt er het best iets moois van maken. Van Merwijk doet dat in zijn teksten. Lach de dood weg met humor. Cynisch, relativerend maar vooral ook beeldend. Ooit, al weet ik niet wanneer, zie ik hem voor de eerste keer. Dan zegt ie: Zo, daar zijn we dan. Ouwe reus, dacht je ervan? Zullen we maar weer eens gaan? Zo mooi gezegd dat je even vergeet hoe kut de dood eigenlijk is. Kut, kut, kut, kut en nog een keertje kut.

Keuze Marco Groen: White Lies – Death (2008)

Angst

Het was het jaar 2008. Het tijdperk waarin mijn broer(tje) nog wel eens kwam aanzetten met een recente muzikale ontdekking van hem. Dit keer betrof het ene White Lies met het album To Lose My Life. Na de eerste luisterbeurt was ik onverbiddelijk: dit was een zoveelste Joy Division-kloon. Nu gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik niet het vermogen bezit om een – voor mij – nieuw muziekstuk te beluisteren en om er onmiddellijk een goed oordeel over te kunnen geven. Soms leer je van het verleden, waarin ik eerder Urban Dance Squad, Senser en zelfs Tool op dezelfde wijze verketterde. Allemaal onterecht, zo bleek na meerdere luistersessies. To Lose My Life bleek later een geniaal debuutalbum te zijn van een paar jonge gasten die (het moet erkent worden) gewoon erg goed naar eerdergenoemde band van Ian Curtis hadden geluisterd. Of: de mosterd gehaald. Dat mag. Dat kan zelfs erg goed uitpakken. Dat deed het.

Geheel in de lijn van Joy Division blonk ook dit album niet uit in uitbundige vrolijkheid. Op maar liefst acht van de tien tracks bezingen de heren de thematiek rond de dood. Of, zoals basgitarist Charles Cave later aangaf: niet per se over de dood an sich, maar over hoe mensen omgaan met het verlies van een dierbare en de existentiële emoties die om de hoek komen kijken. Als resultaat levert dat natuurlijk geen carnavalsplaat op, maar een verrassend volwassen werk dat de duistere kant van de mens aanspreekt. Het mooiste voorbeeld hiervan is meteen het openingsnummer Death. Het tweede nummer dat de band ooit geschreven heeft. Volgens Cave is Death een vijf minuten-durende verzameling van ideeën, die zo zijn uitgewerkt dat het klinkt als één idee. Als matige ‘eerste keer-beluisteraar’ ben ik het hiermee eens. Veel elementen van het nummer ontdek je pas na het meerdere keren afgespeeld te hebben. Althans: ik. Niettemin is het wel een nummer dat je vanaf het begin, door de meeslepende baspartij,  meteen oppikt en meeneemt voor een reis door de donkere kant van de ziel. De depressieve stem van zanger Harry McVeigh en de felle drum van Jack Lawrence-Brown doet de rest.

Zoals duidelijk te horen valt uit de lyrics schreef Harry McVeigh het nummer tijdens het opstijgen van een vliegtuig waar hij in zat. Het moment bracht deed hem in gedachten verzinken waarbij hij zich een voorstelling  maakte van wat er zou gebeuren als het vliegtuig zou neerstorten in een vuurzee. Dit zou uiteraard een abrupt einde maken aan zijn eigen leven inclusief de familieleden waarmee hij de zon opzocht.  Het vakantiegevoel zat er duidelijk al goed in bij McVeigh. Een ding is zeker: het leverde een geweldig nummer op.

Keuze Alex van der Meer: Sun Kil Moon – Lost Verses (2008)

De geest

Nu is het een stuk minder, maar er was een tijd dat ik bijna continu muziek van Mark Kozelek draaide. Niet alleen zijn werk onder de naam van Sun Kil Moon, ook muziek van Red House Painters en uiteraard de muziek onder zijn eigen naam. De geest was uit de fles dankzij het album April. Ik draaide dat album tijdens de lange autoritten voor mijn werk in 2008. In het begin had ik zin om de CD uit mijn autoraam te keilen, want ik vond het saai en zeurderig, maar de afschuw werd uiteindelijk toch omgezet in interesse, vervolgens werd het zelfs bewondering.

I came up from under the ocean
Evaporated sea salt water
A mist above the skyline
I haunt the streets of San Francisco
Watch over loved ones and old friends

Kozelek durft het aan om ook nummers te maken over de dood, over mensen die sterven, over mensen die al dood zijn. Lost Verses, de openingstrack van April, gaat – naar mijn eigen interpretatie – over iemand die gestorven is en in geest aanwezig is, als verdampt water uit de oceaan. Het zou over Katy kunnen gaan. De vrouw waar hij een tijdje een relatie mee had, en waar hij ook het prachtige Red House Painters nummer Katy Song over maakte. Zes jaar na de break-up overleed ze, slechts 34 jaar.

Dood is niet iets waar je makkelijk mee kunt omgaan. Kozelek schetst een dood waarbij nog een connectie bestaat, tussen de levende wereld en de overledene. Het voelt voor mij als een nummer waar de dode Katy een aanwezigheid is in de belevingswereld van Kozelek. Hij weet haar niet los te laten, als nevel dwaalt ze nog rond. Ondanks dat ik de laatste tijd veel minder geïnteresseerd ben in de muziek van Kozelek blijven toch veel nummers me dierbaar. Lost Verses is daar zeker één van. Dit lange Indie folkrocknummer is melancholisch, verdrietig, maar tegelijk ook warm. Het is tot het einde – en ver daarna – prachtig.

Keuze Marjolein van Elteren: Mirel Wagner – No Death (2011)

Misschien wel het allermooiste liedje ooit geschreven over necrofilie

Ok, toegegeven, de lijst met liedjes die ik kan opnoemen die (deels) over necrofilie gaan is niet eindeloos, maar Mirel Wagner scoort heel hoog met haar ‘no death’, een prachtig nummer met necrofilie als thema, en toevallig ook het eerste nummer waar ik aan dacht bij de battle van vandaag.

Mirel Wagner heeft niet veel nodig om muziek te maken die je raakt: een gitaar, spaarzaam toegepast en nooit meer or harder dan strikt noodzakelijk en haar stem, een stem die niet lijkt te passen bij een (toen) 23-jarige vrouw. Ze zingt kalm, vaak fluisterend en vertellend, alsof ze vlak naast je haar donkere geheimen deelt. Het resultaat zijn donkere folksongs die haast doen denken aan een vreemde mix tussen Billie Holiday, Mark Lanegan en Nick Cave. No Death staat op het in 2011 uitgebrachte titelloze debuutalbum van de Fins-Ethiopische Wagner en vertelt het verhaal van iemand die een gestorven geliefde niet los kan laten. De tekst is poëtisch maar niets verhullend:

I move my hips
In her I am home
I’ll keep on loving
Till the marrow dries from her bones
No death can tear us apart

Misschien was dit stukje tekst al genoeg om je te laten afhaken, zeker als je beelddenker bent… maar luister toch maar eens naar dit nummer. Misschien staat de wereld voor 3 minuten en 10 seconden stil als je dit nummer opzet. Muziek uit een andere tijd, uit een andere wereld misschien, vol melancholie en een sluimerend verlangen. Prachtig in al zijn eenvoud en daarom misschien wel het allermooiste liedje ooit geschreven over een duister thema als necrofilie.

Keuze Henk Tijdink: Jake Bugg – Broken (2012)

Citaten

Als je leeft is de dood er niet. En als je dood bent is het leven er niet. In een vierluik van het kinderprogramma Klokhuis over het thema ‘de dood’ sprak filosofe Stine Jensen deze woorden. De dood is dan ook niet iets om bang voor te zijn. Als er iemand overlijdt, dan blijven de anderen achter. Maar dat klopt niet, want juist degene die overlijdt blijft achter. De rest moet verder met leven. Een verhaal van deze strekking heb ik Herman van Veen ooit eens horen vertellen.

Meestal gaan citaten bij mij het ene oor in en het andere oor uit, maar om (macabere) redenen onthoud ik verhalen over de dood vaak goed. De dood is zo’n ongrijpbaar concept. Biologisch gezien is de dood niet met het leven te verenigen. Filosofisch gezien ligt dat toch wel anders. Iemand kan niet dood zijn zonder eerst geleefd te hebben. En in het hypothetische geval van onsterfbaarheid, spreek je dan nog wel van leven? Of over het eeuwige leven? Bestaat het concept leven niet juist bij gratie van de dood? En maakt dat de uitdrukking het eeuwige leven een contradictio in terminis?

De dood. Een thema waar je vanuit verschillende standpunten naar kan kijken. En een thema waar de filosofische, biologische, godsdienstige en maatschappelijke invalshoeken geregeld met elkaar botsen. Wat wel zeker is dat bij degenen die door moeten gaan met leven (of achterblijven zo u wilt) er na een overlijden er vaak sprake is van een potpourri van emoties. Intens verdriet, gemis, opluchting, boosheid, ontkenning, leegte. Maar ook schuld.

Jake Bugg zingt in het nummer Broken over de onmachtige situatie als een vriend is overleden aan zelfmoord. Over het schuldgevoel dat hij haar niet heeft kunnen helpen na een eerdere mislukte poging.

Run to the lobby where I saw you try
Don’t give a damn for your reasons why

Hij weet, hij moet door terwijl hij haar zo mist. Maar hij houdt zich sterk voor anderen. Hij is een gebroken man.

Still my heart beats, for you
Have become, all I love
And all I hoped for
But I, must carry on
Always one
Never broken

Of eigenlijk is hij een gebroken jongen. Hij was slechts 17 jaar oud toen hij het nummer schreef, zijn eerste album uitbracht, gebombardeerd werd tot nieuwe Bob Dylan en op Glastonbury speelde. Zelf hield ik me op die leeftijd waarschijnlijk vooral bezig met sport, muziek luisteren en, al naar gelang de dag van de week, met het bespreken van het voorgaande of aanstaande weekend. In elk geval waren het activiteiten die er toe hebben bijgedragen dat ik 5 VWO nog eens over mocht doen.

Twee compleet verschillende levens, zoals alle levens verschillen. In tegenstelling tot de dood. Tenminste, afhankelijk van de invalshoek waarmee…. Ach, luister nu maar gewoon naar deze mooie live-versie van Broken.

Keuze Erwin Tijms: Death Cab For Cutie – Flirted With You All My Life (2021)

Lijstje

Het zal een jaar of tien geleden zijn geweest. Of misschien wel vijftien. Na een nieuwe episode in een lange reeks van uitvaarten bespraken mijn vriendin en ik dat de muziekkeuze zo bepalend kan zijn. Waar Hallelujah van Jeff Buckley vijfentwintig jaar geleden nog een mooie cover zonder connotaties was, is het deze eeuw toch verworden tot een nummer dat ik met zaaltjes vol treurende mensen associeer. Voor mijn vriendin was het aanleiding om een lijst met liedjes op te stellen die ze graag zou willen laten horen op een uitvaart. Het leek mij ook een goed idee, maar ik heb me er nog steeds niet toe aangezet.

Maar zo af en toe, dan hoor ik weer eens een ongelofelijk mooi nummer en dan denk ik aan het lijstje. Dit nummer is een van die nummers. Zeker vanwege die fraaie eerste coupletten.

I’ve flirted with you all my life
Even kissed you once or twice
And to this day I swear it was nice
But clearly I was not ready

When you touched a friend of mine
I thought I would lose my mind
But I found out with time
That really I was not ready, no no

Mocht je het nummer nog niet kennen, dan is dit een goed moment om te luisteren. Serieus. Het is op zijn mooist wanneer je nog niet verder hebt gelezen als je het nog niet kent. Doe nou maar.

Heb je het gehoord? Mooi! Ik trap er nog steeds in. Het lijkt als een liefdesliedje over een onbeantwoorde liefde te beginnen, maar dan bij de Oh, death valt het kwartje. Het gaat niet over zomaar een geliefde. Het gaat over de dood zelf.

When my mom was cancer sick
She fought but then succumb to it
But you made her beg for it
Lord Jesus, please I’m ready

Dit prachtige, breekbare nummer was in de originele versie van Vic Chesnutt. Kort na het verschijnen van de albums At The Cut (waar dit nummer vanaf komt) en Skitter On Take-Off pleegde hij zelfmoord. Na zijn dood verschenen er meerdere coverversies, van onder andere Sharon van Etten en Bright Eyes, maar deze, heel recente versie is van Death Cab For Cutie. Het komt van The Georgia EP, vol covers van artiesten uit de staat Georgia. Voor deze versie kies ik niet alleen omdat de bandnaam zich zo ontzettend goed leent voor dit thema, maar ook omdat de zang net wat ieler is en de instrumentatie net iets plechtiger lijkt. Een zeer geslaagde cover.

Misschien moet ik toch maar eens aan dat lijstje gaan werken.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.