Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De Battle der zeven zonden

Het schijnt dat 90 procent van alle liedjes over de liefde gaat. Verliefd worden, kusjes geven, een relatie krijgen, vreemd gaan, uitmaken, liefdesverdriet; je kunt in veel, heel veel variaties over het onderwerp schrijven.

Waar gaat de overige 10 procent dan over? Niet over hoe leuk de wereld is en dat het zo fijn is dat de vogeltjes fluiten. Dat is alleen Wonderful World van Louis Armstrong en het hele oeuvre van de Carpenters. Nee, ongeluk, haat, nijd, hebzucht, agressie en angst; het zijn dingen waar we allemaal mee zitten en te maken krijgen, en hoe fijn is het dan om je te kunnen laven aan het leed van een ander?

Daarom: de zeven zondes, maar dan in (ondergewaardeerde) liedjesvorm.

Keuze Willem Kamps: The Shadows – 36-24-36 (1961)

Wie had dat gedacht?

Eindelijk viel het kwartje. Soms duurt het wat langer en juist dan valt het op, maar nu was het wel heel extreem; na ruim vijftig jaar! Ik zat in Filmhuis Lumen in Delft en keek naar Misbehaviour (waarvan ik overigens dacht dat hij Missbehaviour heette, maar dat zal te voor de hand liggend zijn geweest). De film gaat namelijk over het verstoren van de Miss Worldverkiezing van 1970 Londen door een groep voor gelijke rechten vechtende vrouwen, in actie tegen de verkiezing als toonbeeld van vernedering van de vrouwelijke sekse. Omdat de show wereldwijd live wordt uitgezonden, voor zo’n honderd miljoen kijkers, is het de ultieme gelegenheid om hun punt te maken.

De film volgt naast de voorbereidingen van de actiegroep ook de aankomst, ontvangst, onzekerheden van en spanning bij de deelnemers. We zien het noteren van de omvang van hun borsten, taille en heupen. Ik heb niets met missverkiezingen en ben allesbehalve gefocust op vrouwenmaten. De kledingmaat van mijn vriendin ken ik, maar die van het lichaam? Bovendien geven wij die weer in centimeters. Misbehaviour is in Londen dus dan gaat het met inches. En ja, toen viel dus eindelijk dat kwartje: 36-24-36, The Shadows! Het is een ode aan de ideale vrouwenmaten.

Ik had het tot de film nooit doorgrond. Was de titel nou een code, een wiskundige cijferreeks? Wat me altijd meer is bijgebleven was het gebruik van het nummer als begin- en eindtune van Top of Flop, een muziekprogramma met een nu onvoorstelbaar knullige format, waarin toenmalige BN’ers nieuwe plaatjes becommentarieerden en voorspelden of het al dan niet een hit zou worden. Nee, dat het, zoals de Engelsen more generally zeggen, om big tits, skinny waist, big hips ging, dat was nooit bij me opgekomen, vooral niet dankzij de seksloze Shadows, die niet voor niks in de schaduw stonden van Cliff.

Wie had dat gedacht? Maar ook hen was niets vreemd, ook zij bleken dus gevoelig voor de zonde, en zo zorgde Luxuria – onkuisheid – voor inspiratie. Ik zie het nu helemaal voor me, Hank B. Marvin met een van geile lust beslagen bril, met z’n hand schuivend over z’n gitaarhals, het fallussymbool bij uitstek, denkend aan grote borsten en ja, wat hij ook tussen die heupen vermoedde, het zorgde wel voor, anders dan die langgerekte gitaarmelodieën, een van hun lekkerste en vlottere beatnummers. Overigens kwam Hank wel snel klaar want zijn hoogtepunt 36-24-36 duurt niet langer dan 1.42 minuut.

Keuze Marco Groen: Deep Purple – Lazy (1972)

Acedia

Ze bestaan: goedkope plastic prullen die een hoge emotionele waarde hebben. Zo was ik in het verre verleden, toen Twix nog gewoon Raider heette, in het bezit van een cassettebandje waarop Made In Japan van Deep Purple stond. Voor de jongere lezertjes: een muziekcassette is een primitieve geluidsdrager, waarmee je door middel van magnetisme een monauraal geluid kon opnemen en afspelen. Dit specifieke cassettebandje had voor de jonge Marcus zo z’n opvoedkundige waarde: het was een meer dan goede eerste kennismaking met muziek die nooit/zelden op de radio te horen was/is. Dit stimuleerde bepaalde neuronen waar een goede-muziekverslaving uit voort zou komen. Het spreekt voor zich dat ik dit bandje grijs heb gedraaid. Elke toon, elk woord, elke speaker die het voortijdig begaf tijdens het opgenomen concert, staan gebrand in mijn limbisch systeem.

Maar cassettebandjes hebben zo hun beperkingen. Je had de keuze uit 30 minuten per kant (zo’n ding had twee zijdes) of 45 minuten per kant. Dat kwam niet altijd overeen met de lengte van een langspeelplaat (een term die je zelf op mag zoeken). Een kant van een LP (afkorting van langspeelplaat) paste veelal net niet op de op een kant van een 60 minuten-cassette. Een bandje van 90 minuten (2×45) was ook niet ideaal, daar je altijd meer ‘tape’ overhield dan je aan muziek wilde opnemen. Om een lang verhaal wat in te korten: op mijn bandje van Made in Japan ontbrak om die reden het grootste deel van Lazy. Alleen de intro viel kort te beluisteren, daarna hoorde je een <KLIK> en moest het bandje worden omgedraaid om verder te gaan. De andere kant van het bandje begon met een andere kant van de LP. Dus geen Lazy. Op jonge leeftijd was het enige dat ik van Lazy wist, dat het een rare, spacey intro had. Het heeft minstens vijf jaar geduurd voor ik dit geniale nummer in zijn volle glorie mocht beluisteren.

Misschien heeft dit mysterieuze element een rol gespeeld, maar toen ik het nummer eenmaal gehoord had, belandde hij acuut in mijn Deep Purple Top 3. Op 1 staat Space Truckin’. Plek 2 en 3 worden afgewisseld door Lazy en Highway Star, afhankelijk van mijn bui.

Het schijnt dat alle vijf leden van Deep Purple een handje hebben gehad in het ontstaan van het nummer. Te weten: Ritchie Blackmore, Ian Gillian, Roger Clover (de componist van het liedje dat de zingende kikker zingt), Jon Lord en Ian Paice. Over de ontstaan van het nummer verschillen de bandleden van mening; volgens Clover is het geïnspireerd op Sleepy van Oscar Brown Junior, terwijl Blackmore beweert dat Steppin’ Out van John Mayall’s Bluesbreakers de bron is. Een luisterbeurt leert dat voor beide beweringen wat te zeggen valt, hoewel de riff en melodielijn van Eric Clapton -destijds gitarist bij John Mayall- duidelijk in het voordeel van de claim van Blackmore uitvallen.

Tijd om even op te scheppen. Nog niet zo heel erg lang geleden hoorde ik het nummer voor het eerst live van de originele band. En dan niet in een IJshal in Zwolle of zo, maar in Fukuoka, Japan. Het nummer dat dus ontbrak op mijn cassette van Made In Japan, mocht ik beluisteren in het land van de rijzende zon. Het moest zo zijn. Helaas was de gitarist niet Ritchie Blackmore, die zit immers al zo’n 150 jaar niet meer bij de band. Zijn ‘plaatsvervanger’ was Steven Morse, die de herkenbare riff van Lazy moeiteloos leek te spelen. Vanzelfsprekend was ook toetsenmagiër Jon Lord er niet bij, daar hij al in 2012 overleden was. Hij werd vervangen door Don Airey, de man die al eerder zijn kunsten  vertoonde bij Rainbow, Michael Schenker, Gary Moore en Ozzy Osbourne.

Keuze Guido de Greef: Pet Shop Boys – Rent (1987)

Typisch jaren tachtig

Pet Shop Boys worden onderschat in Nederland. Te vaak worden ze weggezet als dat duo dat van die flauwe gay dancepop maakt, met dat geaffecteerde, koele stemgeluid van zanger Neil Tennant. Maar al die hits zijn stuk voor stuk oorwurmen van jewelste. Dat niet alleen, de teksten zijn subliem. De hoofdpersoon uit Can You Forgive Her? die tegenover z’n vriendin blijft ontkennen dat hij homo is, de sneer naar Tony Blair, het schoothondje van George W. Bush, in I’m With Stupid, of het retrospectieve Being Boring, over vrienden die het duo aan Aids verloor. Het zijn meesterlijke songs, met boodschap.

Het zou voor de hand liggen om in deze battle It’s A Sin te kiezen. Tennants bombastische afrekening met z’n katholieke jeugd, en het schuldgevoel dat hij als kind had voor al z’n zondige gedachten: When I look back upon my life, it’s always with a sense of shame. Het is de bombast die het altijd goed doet in Nederland; geen wonder dat It’s A Sin steevast in de Top 2000 staat. Maar er wordt weinig gezondigd in It’s A Sin.

Nee, ik kies hier voor Rent. Uit de jaren tachtig, door Tennant omschreven als hun imperial phase. Alles wat ze aanraakten veranderde in goud. Ook thematisch is Rent een typische plaat uit de jaren tachtig. Het tijdperk van de yup, die alles afkoopt. De tijd van de opkomst van het snelle geld, het doorgesnoven cocaïnekapitalisme van de Londense City. Rent draait om een relatie, maar wel eentje waarin de liefde ver te zoeken is. Liefde is een zakelijk contract, een puur economische verhouding, samengevat in het dodelijke zinnetje: I love you, you pay my rent.

Het is niet gek om daar een link naar de zeven hoofdzonden in te zien. De verhouding wordt in stand gehouden door liefst twee van die zonden: lust en hebzucht.

You dress me up, I’m your puppet
You buy me things, I love it
You bring me food, I need it
You give me love, I feed it

In Engeland was Rent een top-10-hit, in Nederland kwam het niet verder dan #28 in de Top 40. Dat is hartstikke zonde. We verdienen de Pet Shop Boys niet.

Keuze Alex van der Heiden: Helloween – Keeper Of The Seven Keys (1988)

Red de wereld

Een blog over de zeven hoofdzonden; direct kwam Keeper Of The Seven Keys in mijn gedachten en ik gaf ‘m op bij de hoofdsnob van deze site. Afgelopen week legde ik de zwarte schijf maar weer eens op de platenspeler, pakte de hoes met tekst erbij en realiseerde me dat dit nummer helemaal niet over de zeven hoofdzonden gaat, maar vooral over de gevolgen ervan. Om deze reden vond ik het toch geoorloofd om dit nummer te posten en bovendien zijn twee van de onderwerpen ook zeeën van zonden, namelijk haat en hebzucht.

Keeper Of The Seven Keys is het meest epische nummer van Helloween en naast Halloween ook wel mijn meest favoriete. Twee albums hebben de titel van dit lied en het nummer Keeper Of The Seven Keys zelf is te vinden op het tweede deel. Voor de Bijbelkenners onder ons; het nummer doet denken aan verhalen in het boek Openbaringen, gezien de apocalyptische thematiek. Toch staat dit lied op zichzelf en is niet terug te vinden in de bijbel, of ontleend aan andere apocalyptische of fantasy verhalen. Tekstverklaarders zeggen dat het nummer over Jezus gaat en het schijnt dat gitarist en schrijver van dit nummer, Michael Weikath, dit ook heeft bevestigd.

De wereld moet gered worden en daarvoor is het nodig om de juiste sleutels te vinden. Iedere sleutel moet geworpen worden in een zee, of een poel des verderfs zo je wilt. De eerste zee is haat en dan volgen achtereenvolgens angst, zinloosheid, hebzucht, onwetendheid om uiteindelijk bij ziekte uit te komen en die leidt naar de laatste zee van dood en duivel. Wanneer deze zee is geopend spuit de aarde open met lava en de satan schreeuwt het uit. De overwinning op de demonen is een feit na de laatste zee.

You’re the Keeper of the Seven Keys
That lock up the seven seas
And the Seer of Visions said before he went blind
Hide them from demons and rescue mankind
Or the world we’re all in will soon be sold
To the throne of the evil payed with Lucifer’s gold

Keuze Remco Smith: Charles & Les Lulus – Gonna Drink Till I Sink (1991)

Wat doet de ware zondaar als die echt dronken is?

Zeven hoofdzonden. Zonden die aan de basis staat van alle andere zonden. Al sinds de Oude Grieken hebben we het er over:
Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)
Avaritia (hebzucht – gierigheid)
Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
Invidia (nijd – jaloezie – afgunst)
Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
Ira (woede – toorn – wraak – gramschap)
Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid), afkomstig van het Griekse “ἀκηδία”

Zondig gedrag is zo oud als de mensheid zelf. Laten we eerlijk wezen: zonder hoofdzonden kan er een dikke streep door 90% van alle songteksten. Vooral Luxuria en Invidia zijn grote inspiratiebronnen in alle vormen van kunst, maar zeker in muziek. Maar eigenlijk is onmatigheid, gulzigheid, nog wel één van de mooiste hoofdzonden. De hoofdzonde van de sterke verhalen. Zeker waar om het onmatigheid of gulzigheid in drankgebruik gaat. Alcohol is uiteindelijk toch de meest geaccepteerde drug die bestaat. De drug die je bij voorkeur gezamenlijk inneemt. De drug die moed aanwakkert om dingen te doen die je in volledige helderheid nooit zou doen. Dutch courage. Weet je nog, dat we samen van de Erasmusbrug hebben staan piesen? Dat werk.

Wat drankgebruik in onmatigheid en gulzigheid mee kan brengen, illustreert Charles & Les Lulus op hun gelijknamige plaat uit 1991. Euro-blues over dronkenschappen in meest extreme vorm. Het begint al met hun variant op Weet je wat ik zie als ik gedronken heb….. Allemaal beestjes: Ants in my Tea. Mieren in de thee die je aankijken: een vergevorderde staat van delirium. Too high to eat, to hungry to sleep and I don’t know what I’m gonna do, klinkt het desperaat halverwege. Eindigend met een dronkenmansversie van La Paloma van Sebastián Iradier. En wat doet de ware zondaar? Als die echt dronken is? Doordrinken. Gonna drink till I sink.

Charles & Les Lulus is een prachtige plaat met onversneden Belgische grotestadsblues. Een onvervalste ondergewaardeerde aanrader. En de naam van het combo? Charles is de tweede naam van Arnaud Charles Ernst Hintjes. Ook wel bekend als Arno.

Keuze Tricky Dicky: Blues Traveller – Love And Greed (1993)

Geen voorwoord…geen zin in

Wie zonder zonde is werpe de eerste steen. En dan wordt het stil, want er is helemaal niemand op deze aardkloot die niet iets in zijn kast heeft hangen. En volgens de gekleurde overlevering ook JC niet, want in de tuin van Gethesemane ervaart hij woede vanwege de wens van zijn zwijgende vader hem op te offeren. Ach, hij was ook maar een mens. Net zoals Moehammad ibn ‘Abd Allah ibn ‘Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn ‘Abd Manaf al-Koeraisji ibn Kielaab ibn Moerra ibn Ka’b ibn Loe’ay ibn Ghalib ibn Fahr, maar dat mag je niet zeggen. Is dat dan geen hoogmoed? En zo’n overdreven lange naam vind ik persoonlijk erg ijdel. Maar laten we allemaal maar regelmatig in de spiegel kijken, want wie heeft zich ooit niet aan de zeven zonden bezoldigd?

Maar het gaat hier over muziek en hovaardig als ik ben vind ik dat ik de beste inzending voor deze battle heb gevonden. En wanneer dit in de poll niet zo zou blijken te zijn, dan ben ik afgunstig en de winnaar zal een pittige wraakzuchtige mail ontvangen. Eigenlijk vind ik dat ik elke week zou moeten winnen, want mijn smaak is onovertroffen. Het kiezen van een lied is in tegenstelling tot wat de andere bloggers beweren niet zo vreselijk moeilijk; ik doe dat meestal onder het genot van een lekker drankje en een hapje. Even wat mooie wellustige dames in de mix en hop, daar is de keuze van de week (en heb ik alle zeven hoofdzonden in een keer te pakken).

Intimi en de vaste lezer van mijn hersenspinsels weten dat ik ‘iets’ met de blues heb en dus koos ik voor Blues Traveller, die een enorme schare vaste fans hebben en geweldige live-optredens geven. Het grappige is dat het merendeel van hun muziek helemaal geen blues is, maar (psychedelische) rock. Wikipedia noemt hen zelfs een Jam Band, waarmee ze weer een nieuw hokje bedacht hebben. Wie verzint dit toch? En waarom? Get a life. Elke band jamt wel eens en elke zanger(es) improviseert wel eens op het podium of tijdens de ‘after-party’.

Blues Traveller bestaat al sinds 1987 en in 1995 hadden ze zelf een Top 10 hit in de Billboard lijst met Run-Around. Het bijbehorende album haalde zes keer de platina status. En toch kennen de meesten in Nederland hun muziek niet. Dat moet veranderen.

Mijn keuze gaat over liefde en hebzucht en is terug te vinden op het album Save His Soul, dat goud werd. En wanneer je meer wil weten over deze band google dan de wiki-pagina of hun website maar op, want ik ben veel te lui om dat hier op te schrijven. Doe lekker zelf ook maar wat. En koop Live From The Fall, want dan weet je waar ik het over heb.

Keuze Martijn Janssen: Kanye West – Power (2010)

Voor de val

Superbia, wat je kan vertalen in hoogmoed of ijdelheid, wordt wel beschouwd als de ergste en eerste van de zeven hoofdzonden. Alle andere zonden zouden te herleiden kunnen zijn uit superbia. Nou, dan kan je veel muziek wel als verderfelijk beschouwen. In de rap en hip hop is boastin’, het opgeven over eigen kunnen, erg gangbaar. Maar ook in de blues en rockmuziek zijn er voldoende songs te vinden waarin de artiest opschept over eigen (en zeker seksuele) kunnen. En laten we zeker ook niet de soul vergeten waarin de prestaties in bed, of andere interessante locatie, breed uitgemeten kunnen worden. Maar goed, rappers zijn hier wel de overtreffende trap in. Vaak wordt het gebracht met een knipoog. Het aanprijzen van eigen kunnen staat meer in dienst van het nummer en als basis voor een muzikale rap-battle dan als serieuze claim. Maar wat als je zo serieus erin op gaat dat je het zelf ook gaat geloven?

Kanye West is een complexe artiest. Hij is een zeer begenadigd producer met een goed oor om knappe producties te maken. Zijn rapkunsten zijn misschien niet uitmuntend, maar voldoen prima voor zijn songs. Zijn gedrag doet echter regelmatig menigeen opkijken van verbazing. Zijn geestelijke gezondheid lijkt niet echt stabiel te zijn. Zelf geeft hij daar verschillende verklaringen voor, van verslaving tot een bipolaire stoornis, die hij later ook weer ontkent.

Hoe dan ook, zijn meest recente actie is dat hij meedoet met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Nu is het op zich niet uitzonderlijk dat een entertainer zichzelf serieus kandidaat stelt hiervoor. Acteurs en reality TV-sterren gingen hem hier al in voor. Maar gezien zijn gedragingen in het verleden en alsook zijn momenteel sterke support voor Trump is het natuurlijk de vraag wat zijn werkelijke redenen zijn hiervoor. Gelooft hij werkelijk dat hij de beste man is om de Verenigde Staten te leiden? Probeert hij zo stemmen af te nemen van Biden, de andere tegenstander van Trump? Is het een publiciteitsstunt voor een aankomend album?

Muzikaal heeft hij in ieder geval al een themanummer voor zijn campagne, Power. Het is afkomstig van zijn album My Beautiful Dark Twisted Fantasy, wat wellicht ook deze actie kan omschrijven.

I’m living’ in that 21st century
Doing something mean to it
Do it better than anybody you ever seen do it
Screams from the haters, got a nice ring to it
I guess every superhero need his theme music

En dat is nog maar het eerste couplet. In het vervolg van het nummer worden er nog veel meer thema’s bijgehaald, inclusief nog meer zelfaanprijzing. De officiële video bij het nummer, dat slechts de eerste twee minuten verbeeld, laat Kanye zien als middelpunt van een Renaissance-achtig bewegend schilderij. Het geheel lijkt in dienst te staan ter meerdere glorie van Kanye West.

Maar ondanks alle ijdelheid is Power wel een geweldig nummer. Catchy, gelaagd, met een pakkende sample van King Crimson’s 21st Century Schizoid Man, als je niet te veel op de tekst let dan hoor je wel een knappe compositie. Of dat wellicht alle zonden wegspoelt is aan de luisteraar om te beoordelen.

Keuze Freek Janssen: Muse – Animals (2012)

Diepgewortelde haat jegens de hebzucht van zakenmensen

In eerste instantie leek Muse vooral heel erg op zichzelf. En dat was, eind jaren negentig, begin zeroes, best verfrissend. Beetje retro-symfonisch, beetje glam, maar wel met goede riffjes; fijn tegenwicht tussen alle post-grunge-meuk en melodieuze Jeff Buckley-klonen van die tijd.

Maar toen. Muse ging op Queen lijken, op Skrillex en nog meer op Queen. Hoe meer Muse een nieuw geluid zocht, des te minder geïnspireerd het allemaal nog klonk. De manier van zingen van Matt Bellamy klinkt steeds meer als een parodie op… Matt Bellamy.

Animals is een van de look-alike-wedstrijden die Muse wat mij betreft wél zou hebben gewonnen. De te imiteren band was in dit geval Radiohead, inclusief ingewikkelde maatsoort, melodielijn en opbouw.

Alleen de diepgewortelde haat – in dit geval tegen de hebzucht van zakenmensen – die is typisch Muse.

Analyze
Downsize
Lay off
Kill yourself
Come on and do us all a favor

Keuze Joop Broekman: Buckcherry – Gluttony (2012)

Gulzigheid als enige uitweg

Over de zeven hoofdzonden schrijf ik zó een item, hoorde ik mezelf nog denken. Dat viel dus even goed tegen, hee. Want er moest ook nog een goede song bij, en liefst een die niet zo bekend is. Maar wel een erg goede. De bloggers op deze site maken bij elke post hun reputatie waar als liefhebber van ondergewaardeerde songs. En of de artiest of band nou wereldberoemd is of totaal onbekend bij het grote publiek, dat boeit ze niet.
Afijn, die zeven hoofdzonden. Welke van de zeven, en dan ook nog een passende track. Passend, als in: die track moet mij ook wel liggen. Niet onbelangrijk.

Grappig genoeg kom ik uit bij de band Buckcherry. Die had ik al op een ‘daar moet ik nog eens dieper induiken’ lijstje staan. In februari 2013 brachten zij het album Confessions uit, waarop onder andere zeven  nummers staan met elk een hoofdzonde in de titel. Het nummer Gluttony kwam al een paar maanden eerder via streamingdiensten beschikbaar. Het is trouwens ook de opener van de plaat. En een erg lekkere ook.
Op dat moment is de band al aan een tweede leven bezig. Na zeven jaar stopt de band er tijdelijk mee in 2002. Zanger Josh Todd wordt bijna de zanger van Velvet Revolver, maar Slash kiest uiteindelijk voor Scott Weiland. Om de teleurstelling te verwerken stopt Todd zijn energie in de heroprichting van zijn oude band. Die nog steeds bestaat, platen uitbrengt en optreedt. Todd is het nog enig overgebleven originele bandlid.

You say I drink too much
You say I smoke too much
What the fuck am I supposed to do
I wanna die and kill my dirty mind,
I want it, I want it, I want it, I want it
I need it, I need it, I need it, I need it
I love it, I love it, I love it, I love it
A gluttony on me has started

In de jaren ’50 en ’60 was naar rock luisteren een zonde. Kun je je nu niet meer voorstellen, zo’n tijd. Ik ben namelijk nog steeds erg blij met een genre als rock in mijn leven, moge dat duidelijk zijn.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.