Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Daniël Lohues-battle

Wij zijn het er bij Ondergewaardeerde Liedjes wel zo’n beetje over eens: Daniël Lohues is een hele grote. Waarom Nederland niet compleet op de banken staat voor deze zanger, componist, multi-instrumentalist, producer en columnist, is ons eigenlijk een raadsel. Deze man verdient een standbeeld – in elke provincie. Hordes groupies die elke nacht slapen in een T-shirt met zijn beeltenis. Georganiseerde bedevaartstochten naar Erica.

Wat maakt Lohues zo speciaal? Is het de manier waarop hij de streektaal salonfähig heeft gemaakt? Is het de vrijwel oneindige stroom prachtige liedjes die als gave parels uit zijn brein rollen? Is het de verering van het eenvoudige en alledaagse waar we zo’n behoefte aan hebben? Zijn lak aan pretentie, opsmuk en dikdoenerij? Zijn fenomenale beheersing van zowel piano als gitaar? Zijn wijze levenslessen, waardoor je acuut een beter mens wilt worden? Zijn liedjes die je door hun compositie én teksten rechtstreeks in je hart raken?

Uit Lohues’ omvangrijke (en gelukkig nog steeds groeiende) oeuvre lichten onze bloggers de allermooiste liedjes.

Keuze Sense Jan van der Molen: Dreuge Worst (1995)

De liefde voor de eigen streek

Op het eerste gehoor lijkt Dreuge worst een niemendalletje, vergelijkbaar met De slavink is een vleesbonbon van Hans Dorrestijn. Maar wie beter luistert herkent in dit vroege Lohues-nummer (uit zijn Skik-tijd) vele lijnen naar zijn latere oeuvre: de liefde voor de eigen streek, de dilemma’s van de moderne tijd (hoe de vernieuwing te omarmen zonder het goede van vroeger weg te gooien) en het genot van de kleine dingen des levens.

Lohues komt uit Drenthe. Of breder gezegd, uit het Nedersaksische deel van Nederland. Grofweg alles ten oosten van de IJssel (Ten noordoosten van de Iessel), inclusief een klein stukje Friesland. Een streek met zijn eigen dialectfamilie, eigen gewoontes (paasvuren), eigen eten (krentenwegge, worst) en eigen mentaliteit. Een gebied dat serieus verschilt van het westen van het land. Hoe vaak hij ook op reis is, hij keert er altijd terug. Het is zijn thuis en dat laat hij ons weten ook, lied na schitterend lied. Ook ik kom er weg, hoewel ik er al jaren weg ben.

De droge worst staat symbool voor zijn hang naar de eigen streek en naar het goede van vroeger. Hij kan er niet zonder. Tegelijkertijd is er de moderne tijd en het besef dat veel dieren het maar slecht hebben in hun veel te kleine hokjes. En de kennis dat veel vlees eten niet erg gezond is. Hij probeert er dus van af te blijven. Maar het lukt niet. Hij keert altijd weer terug naar zijn dreuge worst. En daarmee naar huis.

Ik houd van de muziek van Lohues. En ik herken veel van mezelf in zijn teksten. Zeker nu ik al enige tijd in de Randstad woon. Afgelopen herfstvakantie was ik met mijn twee zoons bij mijn ouders in Drenthe. Op de terugreis naar Leiden hadden we drie droge worsten in de puut. Drie? Ja, want mijn vrouw eet geen vlees meer sinds ze heeft gelezen over die veuls te lange uren die de dieren moeten maken in de bio-industrie…

Keuze Carlo Deuten: Tomme (1995)

Het is ’s avonds laat. Na een muzikale avond in de Groningse Stadsschouwburg fiets ik naar huis. Het is druk in de stad. Stadjers op weg naar de kroeg voor een avondje stappen. Ik geniet nog  na van mijn muzikale avondje uit. In gedachten verzonken fietsend door de stad. Op een gegeven moment  kies ik er, eigenlijk onbewust, voor om niet linksaf te slaan maar rechtdoor te fietsen. Via een donker fietspad door de weilanden van Stad naar Ommeland. Herinneringen komen bovendrijven. Zaterdagavond op stap met de vriendenploeg.

Begin van de avond de aftrap van de wekelijkse fietstocht. Startpunt : mijn ouderlijk huis. Bestemming : de discotheek.  Na een aantal tussenstops is het rond middernacht tijd voor de laatste pitstop . Een boerderijtje op het Zuud Oost Drentse platteland.  Letterlijk en figuurlijk een warm nest. Kachel flink opgestookt. Een drankje en de gebruikelijke dreuge worst. Gloeiende rode wangen. Waarom nog de deur uitgaan? De ‘plicht’ roept! Op naar de eindbestemming.

Halverwege de nacht is het de hoogste tijd om op fietse naor huus te gaan. De laatste kilometers fiets ik alleen. Weinig straatverlichting en geen mens te bekennen. Ja af en toe een nachtvisser die in stilte naar zijn dobber in het kanaal tuurt. Een ree die vanuit het bos vlak voor mij de weg oversteekt of een voorbijrijdende taxi.

Er is altijd wel een moment dat ik even stop. Niet om een peuk te pieren. Integendeel. Genieten van de oorverdovende stilte en een overweldigende sterrenhemel. In de herfst mistig, kaold en stille en omringd door de witte wieven van ‘t olde Saksenland. De volle maone geeft een extra dimensie aan het geheel.

Op fietse deur de kaole nacht
’t is harder trappen dan verwacht
’t is laat of miskien juust wel vrog
en ‘’t is hiel erg stille …

Herinnering op een doordeweekse avond op weg naor huus. In het muzikale deel van mijn hersenen wordt een luikje geopend. Tomme wordt afgespeeld in mijn hoofd. De muziek, teksten en columns van Lohues zorgen met enige regelmaat voor een ‘sentimental journey’. Zeg nu zelf. Dat is best fijn op zijn tijd! Zolang je er maar niet in blijft hangen. Ik koester de herinnerings en … de mooie muziek van Daniël.  ‘k Zol haost zeggen, jao het mag wel zo! Goed gaon! Moi!

Keuze Karin de Zwaan: Ik Ga Als Een Speer (2000)

Op fietse

Een Lohues-battle en eerste wat ik denk: daar moet Dankjewel Voor De Zon in. En tegelijk denk ik, nee dat is niet ondergewaardeerd genoeg. Te bekend, te fijn, te gaaf. Welk liedje dan wel? Een die datzelfde energieke gevoel geeft. Daarmee vielen de mooie liedjes af, want man… wat heeft deze man een hoop mooie liedjes gemaakt, pareltjes.

Het is Ik Ga Als Een Speer geworden. Hoe energiek wil je het hebben? Vol overgave op de plaat gezet. Heerlijk om te luisteren met de oordopjes in, terwijl keihard naar huis fietst. Net als alle Skik-liedjes trouwens: heel goed fiets-materiaal. Bij Ik Ga Als Een Speer moet je wel springen en luchtgitaar spelen – of dus gewoon wat harder trappen. Niet luisteren als je rustig stil wil blijven zitten. Maar gaan! Als een speer!

Keuze Tricky Dicky: Regenblues (2003)

Tied veur de blues?

In 2003 verscheen Ja Boeh van Lohues & The Louisiana Blues Club. En heel serieus: het is één van de beste (Nederlandstalige) bluesplaten van de afgelopen vijftien jaar. Opgenomen in de Mississippi delta; de bakermat van de blues. Laat je niet op het verkeerde been zetten door de Drentse tongval, want Ja Boeh is blues met een grote B. Taal is ondergeschikt aan het gevoel en juist dat weet Lohues perfect te vertalen. En niemand kan het platteland beter bezingen. Lohues: Op het platteland kun je beter relativeren. Sta je dichter bij de natuur. Bovendien zijn de dingen die ik vaststel universeel. En zoals Frits Spits formuleerde: zijn teksten zijn van een bedrieglijke eenvoud, maar ze zetten aan tot denken, of ze projecteren mooie vergezichten op je netvlies.

We kennen allemaal het gevoel wanneer een relatie stuk loopt of eenzijdig beëindigd wordt. Donkere wolken in de hersenpan. Sombere gedachten en tranen. Heel veel tranen zelfs toen mijn allereerste grote liefde het uit maakte. Bakken met verdriet. Niet te stoppen. Met terugwerkende kracht een bedankje aan mijn toenmalige lieve collegae, die mij het magazijn lieten opruimen in plaats van met de klant te moeten praten.

Ze is al dagen weg
En ‘t is als dagen zuk soort weer
Mar alles wat vannacht valt
Valt morgen vrog niet meer

Is de breuk met je eerste grote liefde erger dan alle daarop volgenden? Ongetwijfeld, maar ik ril bij de gedachte wanneer de man met de zeis voor mijn vrouw zal langskomen. Ik kan mij totaal geen voorstelling maken van het enorme verlies en gapende mega-gat dat het zal gaan slaan, want we kennen elkaar al 37 jaar en zijn volgend jaar 30 jaar getrouwd. En dus zal Regenblues een lentebuitje zijn in vergelijk met dat bittere tranendal. Ik ga er maar van uit dat het nog minimaal twee decennia zal duren.

Keuze Eric van den Bosch: Grip ‎(2005)

Hellig en balsturig – De Duvel in Erica

Skik was altijd een beetje aan me voorbij gegaan. Lollig, maar niet meer dan dat. Tot die bloedhete dag in een tent in Lowlands, waar ik er achter kwam dat Lohues niet alleen een entertainer eerste klas was, maar ook een veel betere gitarist dan waar ik hem tot dan toe voor had gehouden. Dat werd bevestigd op de twee bluesalbums Ja Boeh en Grip. En ondanks dat Lohues doorging met mooie platen maken (Ericana is bijvoorbeeld een echte aanrader) blijven de twee bluesplaten voor mij het hoogtepunt in zijn oeuvre.

Het Drents bleek perfect te werken bij de blues. Live waren de optredens een feestje met bassist Keith Keyes en drummer Gralin Neal, Lohues’ neef Marco Geerdink op slaggitaar en de man die zich live steeds een slag in de rondte mocht soleren als Lohues tijdens het optreden zin had in een wijntje of sigaretje, toetsenist Rob van Donselaar.

Op Grip, het album én de track, kwam alles samen. Het klassiek verhaal van de duivel en de bluesman – zie de legende rond Robert Johnson -, prachtige taal (zou het woord ‘balsturig’ verder ooit gebruikt zijn in een liedje?) en een trage blues met de nadrukkelijke frasering van Lohues, verrassend ingetogen gitaarwerk én niet te vergeten een prachtige mondharmonicapartij van Joost Kolker.

De Duvel maakte tussen Mississippi en Chicago even een tussenstop in Erica. Gelukkig wel.

Keuze Alex van der Meer: Boggel In ’t Rad (2005)

Verdomde zeker, dat ik de blues heb

We hebben allemaal baat bij muziek. En soms is het de blues. Een flink aantal jaren terug woonde ik in het centrum van Leeuwarden. En tegenover me was een inloophuis gevestigd voor de lokale daklozen. Elk weekend ging het open. En elk weekend vroeg ik me af waarom er in hemelsnaam een huis was, want voor mijn gevoel gingen alle inlopers bij mij voor de deur op het stoepje zitten. Laveren doe je in de regel op de Friese Meren, maar om mijn eigen huis binnen te komen was het eigenlijk een zelfde laken het pak. Pardon, pardon, even aan de kant, wil m’n eigen huis in gaan, dank u.

Soms belde er ééntje aan. Vragen om een peuk of een vuurtje. Tja, dat hoorde er zo’n beetje wel bij. Zo ook die zonnige zaterdagochtend. Ik had Siamese Dream op staan, lekker hard, dus het moest buiten te horen zijn geweest. En de bel ging. Een verweerd en gehavend hoofd keek me aan toen ik open deed. Ik vroeg hem wat er was. En hij vroeg me of ik ook bloed had. Bloed? Uit zijn mond kwamen de woorden vervormd, zijn tanden verrot. Heb je ook de bloed? Vroeg hij me wederom. En toen begon het me te dagen. Het ging om de muziek die hij kon horen buiten. Hij vroeg me om de blues.

Jazeker dat ik de blues heb, zei ik. En ik zette voor hem, en voor mezelf, Damn Right, I Got The Blues van Buddy Guy op. Het geluid nog wat harder opdat de gehele binnenstad zou kunnen meegenieten. En direct vanaf de eerste tonen stond buiten een dakloze man op een waanzinnige manier op zijn luchtgitaar te spelen. Hij was zo uitbundig; dat was best wel tof.

Ach ja, mooie herinneringen. En, natuurlijk, op zich heeft dit hele verhaal niet direct iets met Daniël Lohues te maken. Ik vermoed echter dat hij een verhaal over de blues zeker wel zou kunnen waarderen. Hij bezit het ook zelf, de blues. Van zijn hoofd tot aan zijn schoenen. Getuige de prachtige bluesmuziek die hij wist te maken samen met The Louisiana Blues Club. Boggel In’t Rad is een favoriet van mij. Luister je mee? Wacht maar, ik doe het volume flink omhoog en ik pak er mijn luchtgitaar even bij.

Keuze Henk Tijdink: Mar Dat Doe’j Ja Niet (2008)

Mannenpraat

Was het leuk gisteravond?
Ja, een topavond. Heel gezellig.
Hoe gaat het eindelijk met hem?
Oh, wel goed volgens mij, niet echt over gehad
Oh, maar waar hebben jullie het dan over gehad?

Zomaar een gesprek aan de keukentafel. De avond ervoor heb ik met een kameraad in de kroeg gezeten of bij hem thuis wat biertjes gedronken. We praten honderduit. Over het werk, over vroeger. We luisteren muziek. En we ouwehoeren. Over alles. En over niets. We ouwehoeren heel veel. En dan hebben mannen al snel een topavond. Maar echt praten? Over onzekerheden, twijfel en angsten? Nee, dat doen we eigenlijk niet. Het voelt zo ongemakkelijk om er over te beginnen. Dat is privé. En bovendien: wat moet die ander wel niet denken?

Het komt misschien wel hiel anders over
Dan dat ik denk hoe dat het döt

Een kwaliteit van mannen is bovendien dat we elk gesprek dat enigszins diepgang dreigt te krijgen met humor kapot kunnen maken. Elke subtiele gesprekswending die in de richting van gevoelens dreigt te gaan, wordt daarom vakkundig de grond in geboord. Mannen bewaren emotionele uitingen wel voor de midlifecrisis. Tot die tijd kroppen we het wel op of proberen we het vakkundig uit de weg te gaan.

Der gaon der niet zoveule
Met het hart wiedwagen lös

En in de midlifecrisis uiten we het nogal onbehouwen. Want die mooie motor of cabrio, die gekoesterde wereldreis, die (jongere) minnares of die marathon: dat is de mannenmanier om te vertellen dat ze meer vrijheid willen, dat er meer is in het leven dan materiële zaken, dat we ons niet meer gezien voelen door onze geliefde en dat we het moeilijk vinden de onherroepelijke lichamelijke teloorgang te accepteren.

Jij begriepen vast ok wel
Hoe dat werkt bij mij

Hoe ouder ik word, de pubertijd is ook bij mij langer geleden dan dat mijn midlife nabij is. Des te meer besef ik in dat praten wel zo z’n voordelen heeft. Niet dat hun nu ineens zo makkelijk is, maar ik blijf oefenen. Want:

Nao verloop van tied
Blek dat het allemaol aal lösser giet

Keuze Marèse Peters: Angst Is Mar Veur Eben, Spiet Is Veur Altied (2008)

Dit nummer raakt een diepe snaar

Dat ik een pianomeisje ben, weet je als je een vaste lezer bent van deze sympathieke blog. Geen wonder dus, dat ik als een blok val voor alle pianoliedjes van Daniël Lohues. En daar heeft hij er veel van! Meer dan in zijn gitaarnummers hoor je daarin dat hij (ook) veel van klassieke muziek houdt. Luister maar eens naar Zingen Tot De Morgenzun of Als de liefde maar blijft winnen.

Daniëls vader was organist, en zelf begon hij ook al vroeg met orgel spelen. De liefde voor de gitaar diende zich in de puberteit aan. Zijn ouders waren niet echt gecharmeerd van het idee dat hij de gitaar zou oppakken, maar ze hielden hem niet tegen. Hij leerde zichzelf gitaar spelen, en werd er net zo vaardig in als in het toetsinstrument. Lohues’ liefde voor klassieke muziek dateert ongetwijfeld uit zijn jeugd, en hij steekt hem gelukkig niet onder stoelen of banken.

Stiekem heb ik een hoop Lohues-favorieten: Ondertussen zingt Joni over Canada natuurlijk. En in de categorie lekker raggen Cowboys & Indiaans en Klotenweer (allebei van Skik). Bij de hemel in de rij, omdat hij zo enorm gelijk heeft.

Maar: Angst Is Mar Veur Eben, Spiet Is Veur Altied is mijn lievelings. Waarom? Ik kan het niet goed uitleggen. De akkoorden en de manier waarop Lohues het speelt, ontroeren mij. Altijd. Ergens diep binnen in mij zit een snaar, die steevast begint te trillen als ik dit nummer hoor. Ik wíl het niet eens ontrafelen, waarom dit zo mooi is. Gewoon luisteren en binnen laten komen. Dat is genoeg.

Keuze Ronald Eikelenboom: Joezölf (2014)

Je hebben ja altied nog joezölf

De afgelopen week was er voor mij een waarbij ik vooral aan Doe Maar moest denken:

Al doe je nog zo de best
Je kunt niet op tegen de rest
Zij die het beter weten
Je kunt het wel vergeten
Je verliest het toch

Maar deze battle gaat niet over Doe Maar maar over Daniël Lohues. En gelukkig is die ook altijd goed voor tegeltjeswijsheid:

Al glipt joe alles deur de vingers
Al zakt de moed joe in de schoenen
En gien mense komp helpen
Want ze hebben al wat te doen
Dan komp ‘t goed van pas
Da’j veur joezölf gien vrömde benn

Een lief, klein liedje, met een waarheid als een koe. Teleurstelling verwerken, schouders er onder, en gaan.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.