Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Bee Gees battle

Zeg Bee Gees en vrijwel iedereen hoort de tonen van Staying Alive met het beeld van een gelaarsde en wandelende John Travolta. Eind jaren ’70 waren de Bee Gees hotter than hot en alles veranderde in goud en platina. De formatie bestond sinds 1958 en vijf jaar later hadden ze hun eerste hitje (in Australië). Hun grote internationale doorbraak kwam in 1966 met Spicks And Specks in Nederland en tot 1973 scoorden ze hits aan de lopende band; soms wel vijf (!)  per jaar. In 1975 gooiden ze het roer om en haalden met disco de hitlijsten weer; het succes zou tot 1980 aanhouden. Tot de eeuwwisseling hadden ze nog we regelmatig hits; de laatste in 2001. Bovendien componeerden ze hits voor artiesten als Barbra Streisand, Dionne Warwick, Kenny Rogers en Diana Ross. De Bee Gees hebben volkomen terecht een ster op de Hollywood Walk Of Fame.

De bloggers van Ondergewaardeerde Liedjes hebben een poging gewaagd een aantal mindere bekende songs in het voetlicht te zetten. Lees en luister.

Keuze Ronald Eikelenboom: Odessa (City On The Black Sea) (1969)

Pretentieus

Een ondergewaardeerd liedje van de Bee Gees, ga er maar aan staan. Ik heb een zwak voor hun disconummers, maar die zijn nu niet bepaald ondergewaardeerd. En dat wat wel ondergewaardeerd is mag je gerust zwak noemen.

Uiteindelijk valt de keuze op het album Odessa uit 1969. Een conceptalbum over een fictief gezonken schip. Uitgevoerd als dubbel album en oorspronkelijk uitgevoerd in een rode velours hoes met in gouddraad geborduurde titel. De oorspronkelijke titel van het album luidde An American Opera, daarna werd de titel veranderd in Masterpiece om dus uiteindelijk in Odessa te veranderen. In alles pretentieus met de hoofdletter P.

Odessa (City on the Black Sea) is het openingsnummer. Ook hier de pretenties. Zeven en een halve minuut duurt het nummer. Maurice Gibb speelt flamenco gitaar, Robin Gibb zingt alsof hij Placido Domingo zelf is, er zit een cello solo in en de hele boel is zwaar georkestreerd.

Het album werd bij uitbrengen geen succes. Pas met hun eerste disco succes in 1975 met Jive Talkin’ komt er weer interesse voor hun oudere werk en verschijnt Odessa opnieuw, ditmaal als enkel album. Tegenwoordig staat het album in de lijst 1001 Albums You Must Hear Before You Die, en verscheen er in 2009 een deluxe heruitgave op cd met allerlei bonusmateriaal. Helemaal ondergewaardeerd is het album dus ook weer niet.

Keuze Tricky Dicky: First Of May (1969)

Ondergewaardeerde klassieker

Ik kom uit de kast. Ik vind dat de Bee Gees fantastische liedjes gemaakt hebben. Oké, er zat her en der ook bagger tussen, maar ga er maar eens aan staan met een carrière van vijftig jaar. Ik kocht eind jaren zestig-begin jaren zeventig regelmatig een single van de heren. Het  allereerste Bee Gees album dat ik – ergens begin jaren zeventig – aan mijn – toen nog kleine – verzameling toevoegde was Odessa. Persoonlijk vind ik dit het beste album dat ze ooit gemaakt hebben, maar kennelijk dacht het publiek en de critici daar anders over, want het verkocht niet geweldig. Ik had nog wel meer over dit album te vertellen, maar collega-blogger Ronald maaide het gras voor de voeten weg 🙂

Producer Robert Stigwood besloot de single First Of May met op de flipzijde Lamplight uit te brengen. In Duitsland werd dat de A-kant, maar beide tracks zijn uitmuntend. Echter, de keuze van de officiële A-kant veroorzaakte ruzie tussen Barry en Robin met als gevolg dat Robin tijdelijk de groep verliet. De titel First Of May is overigens de verjaardag van Barry’s hond, Barnaby. Het zou de enige single van het album blijven. Lulu, Jose Feliciano en Bonnie St. Claire namen elk wel Marley Purt Drive op, maar geen van deze pogingen leverde een hit op.

Barry Gibb heeft nooit verteld waar het lied over gaat, maar wanneer je de schitterende oude filmbeelden van de clip ziet met jonge Barry en de puber Robin kan er eigenlijk geen twijfel meer zijn.

Now we are tall, and Christmas trees are small
And you don’t ask the time of day
But you and I, our love will never die
But guess we’ll cry come first of May

Een klassieker van het allerhoogste niveau dat nooit de waardering kreeg dat het verdiende.

Keuze Willem Kamps: Seven Seas Symphony (1969)

Kitch-klassiek

Ik hou het kort. De heren hielden het immers zelf ook kort. Qua naam dan, qua carrière redelijk lang, al stapten Robin en Maurice verhoudingsgewijs wat vroeg uit het leven. Die carrière hield voor mij overigens op na Cucumber Castle, toen ze er zelf even de brui aan gaven. De disco-ellende daarna was en blijft een kwelling. Sindsdien zijn ze met die rare hoge afgeknepen stemmetjes blijven zingen. Pas op het laatste album This is Where I Came In zijn de ballen weer ingedaald.

Nee, het is niet mijn band. Spicks and Specks vind ik nog steeds een heerlijk nummer, in al zijn eenvoud met die paar noten op de piano, en Holiday blijft mooi en gevoelig. Het zijn die stemmen die me tegenstaan, vooral die van Robin. Ondanks al zijn ielheid, komt het hard – in de zin van scherp – over en dan die vibrato, dat trillende geluid. Vreselijk! Voor de battle dacht ik daarom aan een overwegend instrumentaal nummer, op wat ahahah na: Seven Seas Symphony van het zeker niet onaardige conceptalbum Odessa.

De symfonie is overigens kitch-klassiek, klinkt pathetisch en kan zo op een plaat van Richard Clayderman worden gezet, maar heeft desalniettemin een mooi leidmotief. De hele vierde kant van dubbelaar Odessa is klassiek georiënteerd, ongetwijfeld beïnvloed door die vier heren uit Liverpool en hun Yellow Submarine-album uit hetzelfde jaar.

Keuze Alex van der Meer: Rest Your Love On Me (1978)

Hillbilly Bee Gees

Je kunt er wat van vinden. Van de Bee Gees. De hoge stemmetjes, bijvoorbeeld, niet voor iedereen een feest. Of dat ze zo verschrikkelijk dominant populair waren met de nummers van Saturday Night Fever. Dat succes heeft ook zeker een keerzijde gehad. Maar je kunt er nooit omheen dat ze zo ontzettend veel goede nummers gemaakt hebben. Hits en kwaliteit wisten elkaar gedurende het bestaan van de band heel vaak te vinden.

Naast de kwaliteit spreekt mij de diversiteit erg aan. Je moet natuurlijk met je tijd kunnen meegaan om het zo lang vol te kunnen houden. Dat ze heel moeiteloos met zeer diverse muziekstijlen konden variëren, vind ik gewoon een dikke plus. Voorbeeld? In 1977 kwam de disco soundtrack Saturday Night Fever uit, twee jaar later hadden de Bee Gees een countryhit.

Stiekem waren ze dus gewoon ook de Hillbilly Bee Gees. Uiteraard wisten ze intensief samen te werken met countrylegende Kenny Rogers, maar zelf scoorden ze met Rest Your Love On Me ook een hit in de country-hitlijsten. Dit nummer was een B-kantje van de single Too Much Heaven. Op zich ook een sterk nummer. Echter één waar ik een groot probleem mee heb. Het probleem voor mij is dat dát nummer iets te zwaar leunt op de hoge uithaaltjes van de heren. Een beetje Too Much, zeg maar. Het werd hier wat mij betreft een maniertje. Dit maniertje ontbreekt gelukkig gewoon volledig op de B-kant.

Broertje Andy Gibb heeft Rest Your Love On Me ook gezongen, samen met Olivia Newton John. Heerlijk om naar te kijken hoe ze dat samen doen, maar de sound is hier te zoetsappig voor mij. En ook Conway Twitty had er in 1981 een country-hit mee. Dus, ja, wat ik vind van de Bee Gees? In ieder geval dus ook een hele goede country-act.

Keuze Erwin Herkelman: For Whom The Bell Tolls (1994)

De cirkel weer rond

Het was een liedje dat mij begin 1994 direct opviel tussen al het eurodance- en carnavalsgeweld dat op dat moment in de Nederlandse Top 40 beheerste. Ik was direct gegrepen door het bijzondere stemgeluid, maar ook de prachtige, dramatisch aangezette melodielijn pakte mij. Een plek op mijn cassettebandje kreeg het echter niet. Mijn vrienden zagen me aankomen zeg!

Het nummer bleef dan ook niet hangen en omdat het met als hoogste notering een 34ste plaats ook geen grote hit werd, verdween het daarnaast eveneens snel uit het collectieve geheugen. Pas jaren later, toen ik de muziek van mijn vader herontdekte, merkte ik dat één artiest toch wel erg vaak terugkwam als ik weer eens een mooi nummer hoorde: Bee Gees.

En opeens was hij daar óók weer: For Whom The Bell Tolls. Ik herbeleefde de magie van het moment in 1994 volledig. Wat een prachtig nummer. Vastbesloten om het mij dit keer niet wéér te laten ontglippen, zocht ik het direct op en downloadde ik het. En toen mijn mp3’tjes plaatsmaakten voor een Spotify-playlist, was het een van de eerste nummers die werd opgenomen.

Het was een van hun laatste singles die in ons land de hitparades haalde. In Engeland werd het zelfs de grootste hit van de band in de jaren ’90. Het was afkomstig van het album Size Isn’t Everything. Een album waarbij zij naar eigen zeggen weer terugkeerden naar de sound van vóór Saturday Night Fever. En dat was nu precies de muziek die mijn vader veel draaide. De cirkel was weer rond.

Keuze Danny den Boef: Alone (1997)

Doedelzak

Bitter Lemon moet je leren drinken. Ik ken veel mensen die er van gruwelen. Mensen die het echt niet trekken. Complete walging. Toch ken ik mensen, diezelfde mensen, die het wél trekken in combinatie met Martini. Gewoon, mixen met de Bianco en voilà. Het klinkt wellicht een beetje vreemd, maar deze twee horen bij elkaar. Los van elkaar een lastig verhaal voor velen, gemixt met elkaar een match made in heaven. Probeer het eens.

Ik heb een beetje datzelfde met de doedelzak. Wat het is weet ik niet precies, maar ik kan er heel slecht tegen. Of het nou het geluid is, het volume, de klank, ik durf het oprecht niet te zeggen. Toch rijzen de haren te hemel uit ongemak. Dit nummer, Alone, is voorzien van een behoorlijke dosis doedelzak. En toch werkt het, in de mix met van alles en nog wat, voor mij in dit nummer wél. De doedelzak geeft het een verrassend fris randje. Gelijk van de eerste seconde is het raak en klinkt het uniek en anders.

Het nummer komt van het in 1997 verschenen album Still Waters, het laatste echte succes voor de drie heren Gibb. Dit nummer specifiek was hun laatste hitnotering in de meeste landen. Daarna bereikten ze nooit meer het grote succes uit vroeger tijden. En die waren er hoor, de successen. Maar goed, dat weet u ongetwijfeld.

Na het album Still Waters ging het snel achteruit met de band.  Maurice overleed in 2003, gevolgd door tweelingbroer Robin in 2012. De laatste man, Barry, leefde daarna lange tijd onder de radar, maar zet de laatste jaren weer voorzichtig wat stappen op muziekgebied. Een tragisch verloop van één van de meest succesvolle bands aller tijden.  Inderdaad. De Bee Gees. Love ‘em or hate ‘em, ze verdienen met de grootst mogelijke glans een plekje in de muziekgeschiedenis.

Keuze Peter van Cappelle: This Is Where I Came In (2001)

Frisse start van de 21ste eeuw

Meestal worden de Bee Gees snel afgedaan met de disco periode uit de jaren ’70. De periode van de soundtrack van Saturday Night Fever, terwijl ze al een carrière daarvoor hadden, en ook nog een ruime carrière daarna. Voor de discoperiode maakten ze pareltjes als hun eerste hit, het Beatlesque Spicks And Specks, New York Mining Disaster 1941 en To Love Somebody. Die periode wordt inmiddels wat onderbelicht, maar nog meer onderbelicht wordt de periode na Saturday Night Fever.

Het ging weliswaar daarna nogal achteruit. Na Saturday Night Fever waagden de gebroeders zich samen met tal van andere bekende artiesten (waaronder Peter Frampton) aan de musical Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Uiteraard met covers van Beatles-nummers en zelfs nog geproduceerd door Beatles-producer George Martin. Op papier leek het zo mooi, maar het werd een draak van een film. Vervolgens deden ze midden jaren ’80 even een stapje terug. Echt veel commerciële successen hebben ze na de jaren ‘80 niet meer gehad.

Toch zitten er ook pareltjes tussen die latere albums van de gebroeders Gibb. Zoals de titeltrack van hun laatste album This Is Where I Came In. Een frisse single waarmee ze de 21ste eeuw binnen traden. Als het een single van een jongere band uit de periode geweest was dan was het waarschijnlijk een grote hit geworden.

Het werd helaas het laatste wapenfeit van de band. Het is daarna hard gegaan: Maurice overleed twee jaar later, en vervolgens in 2012 overleed Robin. Alleen Barry is nog over. Nog triester heb ik gevonden dan hun moeder (inmiddels ook overleden) drie van haar vier kinderen heeft overleefd. Gelukkig is de muziek er nog, maar er zou wel wat meer herwaardering mogen komen voor het werk van de Bee Gees van voor en na hun discoperiode.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.