Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Eels-battle

De mannen van Eels zijn ondervertegenwoordigd op Ondergewaardeerde Liedjes en dat mag best een klein wonder genoemd worden. Eels, de band van frontman Mark Olivier Everett timmert al een jaar of 25 aan de weg en ondanks het feit dat de band bij het grote publiek nog geen potten kan breken, zijn ze bij de fijnproevers (lees: muzieksnobs) geliefd.

De hoogste tijd dus voor een Eels-battle.

Keuze Willem Kamps: Shine It All On (1993)

E(els)

Nee, het zonnetje in huis kun je Mark Oliver Everett niet noemen. Toch werden wij helemaal blij van hem. Het was 27 april 1997 en tijd voor ons eerste, nog wat wankele uitje na de geboorte van onze zoon, eind maart van datzelfde jaar. In het al lang verdwenen Rotterdamse Nighttown speelde Everett met Eels. Debuutalbum Beautiful Freak was een halfjaar eerder uitgekomen en veelvuldig gedraaid. Beetje vaag: juist tijdens de zwangerschap – via de baarmoeder – want dan zou ie het later herkennen en er rustig van worden. Onze prachtige freak was dat al vanzelf dus of het hielp? Wij moesten de band in elk geval zien en man man man wat was dat goed.

Dat bij Mark de zon niet schijnt is niet zo gek als je op je negentiende je vader dood vindt, niet veel later je zus zelfmoord pleegt en je moeder overlijdt aan kanker. Zelf had hij nooit verwacht de twintig te halen. Toch, enig optimisme is hem niet vreemd; dat ie inmiddels 55 is ziet hij als bonus en ook het bereikte vaderschap op 54-jarige leeftijd doet hem deugd. Alles bij elkaar heeft het ertoe geleid dat hij soms krachtig en heftig klinkt, maar vaker prachtige kleine liedjes maakt ondanks de droefgeestige, sardonische en cynische teksten.

Liedjes die door velen worden gewaardeerd. Waarom dan toch hier in het ondergewaardeerde hoekje van het Internet? Gewoon, omdat zijn repertoire inmiddels zo groot is dat we allemaal de vele krenten in de pap kennen, maar lijken te vergeten dat de pap op zichzelf al heerlijk is. Het is al gauw smullen met Mark. Mark die eigenlijk Eels is, ongeacht de rest van de bezetting. Overigens vond ik de vroege bezetting met Butch en Tommy Walter naast E – ontstaan in hamburgertent Ralph’s Winny World in LA, waarmee in ’97 ook Pinkpop werd aangedaan – vooral live een echte band.

Vóór Beautiful Freak had hij twee soloalbums uitgebracht. De eerste ken ik niet maar op de tweede, Broken Toy Shop, hoor je de vingeroefeningen voor Eels. Sowieso is zijn stem en manier van zingen uit duizenden herkenbaar, maar ook de wendingen in de nummers. De melodielijnen, de tingeltangeltjes, je hoort Eels – of eigenlijk dus Mark Everett. Neem het prachtige, hunkerende Manchester Girl (in Nighttown ook op de setlist). Ook in opener Shine It All On hoor je Eels, dwars door de stadionrocksound heen. Nee, Mark mag het dan moeilijk hebben, het levert veel moois, waarmee het – wrang genoeg – tot een ongebreideld genoegen leidt bij de luisteraar; Shine It All On!

Keuze Henk Tijdink: Climbing To The Moon (1998)

Zo treurig, maar zo mooi

Afgelopen juni trad Eels op in Tivoli. Als verjaardagscadeau van mijn lief stond ik ’s avonds in de zaal. Goede show, strakke rocknummers, goede en verrassende covers. Maar vooral de prachtige, kleine, breekbare liedjes zijn schitterend. En, de vele liefhebbers die aanwezig waren, waren goed opgevoed. Op de juiste momenten was het muisstil. Zo ook bij het nummer Climbing To The Moon, een van mijn favorieten. Het nummer is afkomstig van het album Electro Shock Blues; dit jaar alweer 20 jaar oud.

Mark Olivier Everett (beter bekend als ‘E’) had de voorgaande jaren al het nodige meegemaakt. In 1996 pleegde zijn zus zelfmoord en twee jaar later overleed zijn moeder aan kanker. Zijn vader was al ruim 15 jaar daarvoor overleden en zo bleef Mark Olivier alleen achter. Deze opeenstapeling van gebeurtenissen gaf hem de (ongevraagde) inspiratie voor een nieuw album. En, zoals de titel al doet vermoeden, het werd geen vrolijk album. Climbing To The Moon gaat over depressie het missen van iemand die niet meer onder ons is.

Got a sky that looks like heaven
Got an earth that looks like shit

Maar gelukkig geeft de mogelijkheid van zelfmoord nog houvast.

Got my foot on the ladder
And I am climbing up to the moon

Of het nummer autobiografisch is, is onduidelijk. Mogelijk beschrijft het de situatie van zijn zus Elizabeth. Uiteindelijk zag zij geen andere mogelijkheid dan zelfmoord. Indien het wel autobiografisch is, mogen alle muziekliefhebbers blij zijn dat Mark Oliver deze
stap niet heeft genomen.

Keuze Edgar Kruize: Something Is Sacred (2000)

Wereldbeeld

Het zal er om hangen over wie ik het meest schreef, maar als ik een blogje schrijf of aan een battle meedoe hier op Ondergewaardeerde Liedjes, val ik met zeer grote regelmaat terug op Prince óf Eels. Of een Eels dat Prince covert. Juist ja, ik ben een fanboy. Nu er eindelijk een Eels-battle is doe ik dan ook graag mee, maar merk ik dat ineens tegen een muur aanloop. Thematisch schud ik ze zo uit mijn mouw, maar een generiek Eels-liedje dat ondergewaardeerd is? Oei! Keuzes, keuzes… het ronkende Dog Faced Boy van het vaak niet goed begrepen album Souljacker? Het hysterisch overstuurde That’s Not Really Funny van hetzelfde album? De machtige tranentrekker Dead Of Winter van Electro-Shock Blues, dat deze maand zijn 20ste verjaardag viert? Of juist een non-album track als Dog’s Life? Het fraaie Wooden Nickels dan, op Daisies Of The Galaxy? Met die prachtzin you may not think much of me, but I think so damn much of you? Wat heeft Mark ‘Mr. E’ Everett toch een fraai oeuvre om uit te kiezen, zelfs al draait hij inmiddels al een paar jaar op de automatische piloot. Maar als de laatste klanken van Wooden Nickels wegsterven, weet ik het opeens. Want dan start Something Is Sacred, een liedje waar ik altijd warm van word.

Something Is Sacred is de officiële afsluiter van Daisies Of The Galaxy en schetst een wrang wereldbeeld. De hoofdpersoon loopt over straat en beeldt zich in dat hij over een aantal jaar ook best een zwerver zou kunnen zijn. Hij observeert hoe mensen er raar uitzien als ze huilen en kijkt in de ogen van een moordenaar. Met de observatie dat je in diens blik niets ziet. Ik vind het mooi beschreven, want zie je er niks van dat het een moordenaar is? Of heeft de ‘killer’ een lege blik? Die interpretatie is aan de luisteraar. De muziek die er onder is geplaatst is echter eerder zalvend dan wrang. Op het moment dat die zwerver onder de brug wordt beschreven en E on a rainy day zingt, breekt muzikaal de zon door. Het is dat prachtige arrangement dat het nummer ondanks alles zo hartverwarmend hoopvol maakt. En natuurlijk het überromantische slotstatement

and as the world will blow to bits,
I’ll cradle you and hold you tight.

Och arme, draag mij maar weg! En zet de plaat snel uit voor die vervelende bonustrack begint.

Keuze Tricky Dicky:  Saturday Morning (2003)

Vroeger…

Als muziekliefhebber met een zeer brede smaak heb ik een achterstand in het beluisteren van muziek die ik nooit meer zal kunnen goedmaken. Dus wanneer ik na 5-10 liedjes geen klik heb met een artiest(e) of band haak ik (in ieder geval voorlopig) af. Dat neemt niet weg dat daar altijd mooie, ontroerende en ondergewaardeerde liedjes tussen kunnen zitten. Ik vind juist een battle een mooie manier om de moeite te nemen alsnog of nogmaals te graven. Op deze wijze en via suggesties van mede-bloggers kom ik zo verrassend mooie liedjes tegen.

Zo ook met Eels; los van een handvol Eels-liedjes die in de Snob 2000 staan ben ik eerlijk gezegd niet zo bekend met hun – of beter gezegd zijn – muziek. Maar in plaats van YouTube of Spotify af te grazen heb ik deze keer voor een andere benadering gekozen. Gewoon Meet the Eels: Essential Eels, Vol. 1 (1996–2006) met een DVD er bij voor minder dan € 5 op de kop getikt, want zoveel lyrische verhalen van andere bloggers betekent dat er kennelijk toch iets in mijn platenkast ontbreekt. Ik werd niet teleurgesteld; een mooie verzameling.

Mijn favoriet van de dag is Saturday Morning. Los van het lekkere tempo en gitaarwerk is het heel herkenbaar. Over hoe in mijn kindertijd sommige dagen een eeuwigheid konden duren. Tegenwoordig vliegen de dagen in zo’n hoog tempo voorbij, dat ik nauwelijks de tijd heb over sommige dingen na te denken. Heel eerlijk gezegd zou ik graag een dag terug in de tijd willen.

In mijn lagere schooldagen woonde ik in de Den Helderstraat in Den Haag, waar met de Medemblikstraat de stad ophield. Oké, aan de andere kant van de Loosduinsekade was er een grote begraafplaats en was Den Haag Loosduinen wel bebouwd, maar wij kinderen konden spelen op enorme grasvelden en later bouwplaatsen en putten. Bovendien was er dermate weinig verkeer dat de straat gewoon een verlengde van de stoep was waar we ongestoord konden knikkeren, tollen, stoepranden, verstoppertje of tikkertje spelen, pijltjes schieten door een plastic elektriciteitsbuisje (liefst door openstaande ramen) of lekker voetballen.

Terug ook naar een bepaalde simpelheid, waar kinderen op de lagere school geen weet van wereldproblemen hadden. Toen kinderen nog kinderen waren en nauwelijks verder keken dan de straat en de weg naar school. Thuis wachtten niet-werkende moeders met een kopje thee en de nodige bijsturing wanneer we weer eens een lelijk woord hadden geleerd. Oudere mensen werden beleefd aangesproken. De radio was de hele dagen aan zonder oeverloos gezwam van DJ’s, en de televisie kwam (met uitzondering van woensdagmiddag om vijf uur) pas met het avondjournaal van het testbeeld af.

Ik wil de goede oude tijd niet romantiseren. De vele hedendaagse vernieuwingen hebben ook veel goeds gebracht, maar daardoor lijkt de tijd veel sneller te gaan en minder persoonlijk.

Ik zâh bes nog wel un keâhtsje net as vroegâh…

Keuze Kari-Anne Fygi: Railroad Man (2005)

Americana

Railroad Man van het zesde Eels-album Blinking Lights and Other Revelations is een klassiek Americana-liedje, het zo typische Eels-geluid is niet te horen. Als het een Ryan Adams-liedje zou zijn, zou ik het ook geloven. Maar tegelijkertijd is het wél typisch Mark Everett. Want de tekst. De melancholie, het sombere en het vergankelijke. De railroad man zit niet in de trein, hij loopt langs de rails. Het leven gaat sneller dan hij: het station is leeg en de trein gaat domweg te langzaam. Maar hij weet dat als hij langs het spoor blijft lopen, dat het wel wat langer duurt, maar hij zal zijn weg terugvinden.

Luister maar eens naar de rustige drumpartij en de melodie, het klinkt als een langzaam rijdende trein in de verte. Maar ook als voetstappen. Je ziet de oude railroad man langs de rails lopen, in het beginnende herfstlicht.

I feel like an old railroad man
Who’s really tried the best that he can
To make his life add up to something good
But this engine no longer burns on wood
And I guess I may never understand
The times that I live in are not made for a railroad man

Het is een klein klinkend liedje, zo verfijnd met melodie en tekst in lijn met elkaar.

Het zijn vooral de drums, zo meanderend die mij keer op dit keer naar dit liedje toebrengen. Luister maar.

Keuze Ronald Eikelenboom: Gone Man (2010)

Rammelende blues

Huwelijk gestrand, relatie naar de klote en dan blijf je alleen achter in een kale kamer, in een kaal huis op een stoel met drie poten, een koffiekopje met een barst er in en een fluitketel op een butagas-brandertje. Je pakt je kladblok en een afgekloven pen, schrijft een liedje vol zelfbeklag, neemt dat op met een vier sporenrecorder, jezelf begeleidend op gitaar. Later voeg je daar nog een jammerend orgeltje en een paar sambaballen, je kan het schudden tenslotte. aan toe en klaar is Eels.

Als het dan toch alleen moet, dan ook maar zonder band.

Keuze Martijn Vet: On The Ropes (2013)

Klein, breekbaar en onmiskenbaar Eels

Eerlijk is eerlijk, naar een nieuw Eels-album kijk ik al lang niet meer zo uit als ten tijde van de eerste paar platen. En toch… Bijna ieder album moet ik toch een keer gehoord hebben, omdat er altijd wel één of twee pareltjes op staan.

On The Ropes van het verder aardige maar niet schokkende album Wonderful, Glorious is zo’n liedje dat ik nooit had willen missen. Klein, breekbaar en, ook al ontbreekt de (bittere) humor, toch onmiskenbaar Eels.

Keuze Freek Janssen: Be Hurt (2018)

Een prachtige boodschap voor iedereen die in de shit zit

Alhoewel ik het oeuvre van Eels bij lange na niet helemaal ken, zou ik zo een boel liedjes van hem hier kunnen verdedigen. Last Stop: This Town heb ik altijd fascinerend gevonden in al zijn naïviteit. That Look You Gave That Guy mag wat mij betreft hoog in het lijstje met de beste liedjes van de zeroes.

En dan komt de band in 2018 gewoon weer met een dijk van een album uit. De verontrustende titelsong The Deconstruction had ik hier ook graag verdedigd, maar ik ga toch voor Be Hurt omdat nog ondergewaardeerderder is. Dit liedje heeft een hele mooie boodschap voor iedereen die in de shit zit: come on, be hurt, the world can take it. Je hoeft geen goed weer te spelen om de wereld je ellende te besparen. Gooi het er maar uit.

In het nummer zit een prachtige tegenmelodie (zang) die me vaag doet denken aan het Franse chanson C’est Beau La Vie van Jean Ferrat.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.