Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Dé 2017-battle

Tradities zijn niet bepaald ons dingetje. Je noemt de blog natuurlijk ook niet ‘Ondergewaardeerde Liedjes’ omdat je zo graag meedeint met de massa, laten we eerlijk zijn.

Tot zover de theorie: in de praktijk blijkt dat ook wij gewoon keihard onze eigen tradities bedenken en in ere houden. De Snob 2000 is alweer vijf jaar lang vaste prik. En dat geldt ook voor de Ondergewaardeerde Song Van Het Jaar; doen we ook trouw in de tweede helft van december (behalve in 2016, toen hebben we hem een keertje overgeslagen, om voor ons moverende redenen).

Niks aan doen, lekker omarmen zo’n traditie. Wat waren de Ondergewaardeerde Songs van de afgelopen jaren?

2012: Robin Block – Jump From The Fence

2013: The Wonder Years – Passing Through A Screen Door

2014

2015: David Bowie – Blackstar

Wie gaat er dit jaar met de Ondergewaardeerde bokaal vandoor? Stem zelf (en zwengel ondertussen vast de Spotify-lijst aan).

Keuze Tricky Dicky: Deep Purple – Time For Bedlam

Georganiseerde chaos

Laten we er geen doekjes om winden: het allerbeste album van 2017 is van eigen bodem. Punksoulrocknroll van The Pilgrims. Sinds de digitale release draai ik het album vrijwel dagelijks (en terwijl ik dit schrijf ook). Geloof het of niet, maar dat is redelijk uniek in huize Tricky Dicky. Deze eer is in het verleden slechts toebedeeld geweest aan David Bowie (Aladdin Sane), Frank Zappa (Roxy & Elsewhere), Eric Clapton (From The Cradle) en No Man’s Valley (Time Travel). Maar ik heb dit jaar al twee keer een blog over een track van het laatste album van The Pilgrims (Hope In My Dreams en Lost Train) geschreven. David Bowie zou het logische alternatief zijn met No Plan. Maar je raadt het al….been there, done that hier.

Nummer drie op mijn lijstje is Deep Purple met Time For Bedlam. Natuurlijk is de stem van Ian Gillan niet meer als vanouds, maar ondanks zijn 71 jaar is hij nog uitstekend bij stem. Roger Glover en Ian Paice gaan ook als een speer, en Don Airey doet niet veel onder voor Jon Lord. De track komt van hun album inFinite en is de opener. Veel sterker kan je niet beginnen. Fantastisch geluid, scherpe gitaren en magistraal orgelwerk.

Bedlam betekent chaos en pandemonium. Het woord is de bijnaam van het Bethlehem Royal Hospital. Nu een modern psychiatrische instelling, maar historisch was het synoniem voor de vreselijkste buitensporigheden en de wijze waarop vroeger met ‘patiënten’ werd omgegaan. Het lied gaat over de frustatie van het systeem in het algemeen.

Descending the cold steps of the institution for the politically insane
Never to be seen again
Saying farewell to daylight
From henceforth I shall rot in a stinking bed of wet straw

Right from the ashes of life I learned to behave
What to believe, what not to say, from cradle to grave
Ah, like a good little slave

Sucking my milk from the venomous tit of the state
This clearly designed to suppress every thought of escape
Ah, I surrender to fate

Roger Glover: When we write the songs, we steep ourselves in the atmosphere of the song and try and figure out what it’s about. And this one sounded vicious. Especially the keyboard solo. It was bedlam.

Er zijn twee clips in omloop: de officiële en de ‘Behind The Scenes Photoshoot’. De laatste is iets langer en laat iets meer van de orgelsolo horen. Maar nog beter is de instrumentale first take, die terug te vinden is op de EP All I Got Is You. Eerst hoor je:  Here we go. Ladies and gentlemen, let’s make a rockrecord. En dan komen 3½ minuut van fantastisch orgelwerk. Om uiteindelijk te eindigen met de eufemistische woorden: That was a really good take. Wow, over understatement gesproken.

Keuze Willem Kamps: Mooon – Mary You Wanna

Heilig licht in de schuur

Aarle-Rixtel. Als mij zou worden gevraagd waar het ligt zou ik op Overijssel gokken, maar het is dus Noord-Brabant, iets boven Helmond. Randje Peel zoals dat heet. Doorkruist door de Zuid-Willemsvaart. Ik kom er nooit. Dat heeft niets met Randstedelijke arrogantie te maken, maar ik zou echt niet weten wat ik er zou moeten doen. Maar dat is verleden tijd, dat niet weten. Aarle-Rixtel heeft namelijk een heel leuk bandje voortgebracht: Mooon. En dat zet Aarle-Rixtel zomaar op de kaart. En hoe!

Twee jonge inwoners van het 5.619 zielen tellende Aarle-Rixtel leefden enige tijd in de schuur. Tom en Gijs de Jong. Dit vanwege een verbouwing in het ouderlijk huis. Daar ontdekten zij de elpee’s van hun vader, sixties en seventies-spul. De tot dan blijkbaar onbekende muziek was een revelatie, een openbaring. Tom en Gijs ondergingen een wedergeboorte. Zij zagen het heilige licht van de popmuziek en leerden de essentie kennen: een song van pakweg drie minuten met drie of vier akkoorden, coupletten, een terugkerend refrein en op driekwart van het nummer een solootje.

De ontdekking was ook aanleiding om zonder enige bedrevenheid – de oer-punkgedachte – zelf instrumenten ter hand te nemen, bas en drum, en klooien maar. Neef Timo van Lierop, die al langer gitaar speelde en bandjeservaring had, completeerde het trio. Oefening baart kunst en waar anders, in 2013 op een feest in Aarle-Rixtel, speelt Mooon voor het eerst voor publiek. Inmiddels staat de teller op 172 optredens, de laatste in The Sugar Factory in Amsterdam. En, nog mooier, begin dit jaar tekenden ze bij Excelsior en verscheen begin oktober hun eerste album, Mooon’s Brew. Garage blues, zoals zij het zelf noemen, al vind ik het meer sixties-garage.

Wat wel vaker gebeurt, verliep mijn kennismaking via Pinguin Radio. Er verschijnt zo godsgruwelijk veel muziek, dat is niet bij te houden, maar zo’n zender filtert het nodige en kan me telkens verrassen. Zo ook met Mooon’s Mary You Wanna (Marihuana?), waarvan ik toch ook wel een beetje verbaasd was dat het een Nederlands bandje is. Het klinkt lekker internationaal en dat is ook wat de band wil, over de grens. Voorlopig staan ze nog aan het begin, gloort er al wel iets moois en extra aandacht, hier op Ondergewaardeerde Liedjes, is natuurlijk mooi meegenomen. Wat ik me nog wel afvraag: waarom had pa De Jong zijn platen in godsnaam in de schuur verstopt?

Keuze Erwin Tijms: Tom Adams – Come On, Dreamer

Bijna niemand kent het

Muziek kan verschillende dingen met je doen. Er is muziek die je in beweging zet. Zo bracht de ondergewaardeerde Omar Souleyman dit jaar een album uit waar ik echt niet stil bij kan zitten. Of het gaat direct je hoofd in met teksten. LCD Soundsystem’s Tonite was dit jaar zo’n nummer dat met iedere regel weer op een ander intellectueel knopje drukte. En er is muziek die naar je hart gaat, direct je gevoelsleven in. Tom Adams’ Come On, Dreamer was dit jaar zo’n nummer.

Hij kwam tot me tijdens de ochtendspits op een overvol station Haarlem, spoor 3, via de onvolprezen podcast All Songs Considered. En hij boorde zich direct een weg naar mijn hart. Een indringende falsetto, met minimale, maar sfeervolle muzikale ondersteuning. Heel rustig, intiem en kwetsbaar, maar tegelijk ook heel krachtig.  Recht het gevoel in, naar de liefde, de onzekerheden, de ambities. Een oproep aan een dromer in actie te komen en, ja wat eigenlijk? Is het een coming out? Een coming of age? Een hartenkreet om de comfort zone eens te verlaten? Of is het een autobiografisch retrospectief op zijn verhuizing van het Britse platteland bij Cambridge naar Berlijn?

So many little steps
The freedom that they bring
Your heart is bleeding faster
As this means everything
So step into the dark
The bravest man alive
You’re following your heart

Bij mij raakte het een snaar. Maar verder deden Tom en Come On, Dreamer weinig naar ik weet. Nergens echt gedraaid, bijna niemand die het kent. Met recht een ondergewaardeerd nummer uit 2017.

Keuze Frans Kraaikamp: U2 – 13 (There Is A Light)

Het lekkerste voor het laatst bewaren

Ja, daar is het moment van het jaar weer voor de Ondergewaardeerde 2017-battle. Welk liedje te kiezen, uit al het moois dat 2017 heeft gebracht? Iets van Ryan Adams (Prisoner), of Laura Marling’s Semper Femina, of Curtus Harding (Face Your Fear)? Allemaal – stuk voor stuk – erg goede platen. Maar, als je mij vraagt welk album me het meest heeft verrast, dan is het toch wel de nieuwe U2: Songs of Experience! Ontzettend knap van deze gearriveerde band om weer met zo’n mooie complete plaat te komen. Je kunt natuurlijk zeggen dat U2 op dit forum niet thuishoort. Ik denk daar toch anders over en zal uitleggen waarom.

Er is mij iets opgevallen bij de albums van U2. Ik heb altijd iets speciaals met de laatste liedjes van de plaat. Het zijn altijd van die ondergewaardeerde parels, die veelal geen hit notering zullen scoren en die de meeste U2 liefhebbers niet eens woordelijk mee kunnen zingen. Ik noem: Love is Blindness, The Wanderer, Wake Up A Dead Man, Grace, Yah Weh, Cedars of Lebanon en nu dus 13 (There is A Light).

Maar wat maakt 13 (There Is A Light) nou zo geweldig? Ik denk dat het toch de prachtige zangmelodie en tekst is, die perfect samensmelten met de muziek. In mijn beleving is het de gulden snede die wordt bereikt (al gaat dat mijn pet te boven). Het lied was er al voordat ik het hoorde. En daarom komt het diep binnen. De stem van The Edge, die als een koor achter de leadvocals van Bono zweeft. Het is prachtig! Het lied veroorzaakt bij mij – keer op keer – dat ik een klein traantje moet wegpinken; zo mooi is het! Luister zelf maar eens met aandacht, dan hoor je misschien ook dat U2 nog veel meer is dan de grootste hits die ze hebben gehad.

I know the world is dumb
But you don’t have to be
I’ve got a question for the child in you before it leaves
Are you tough enough to be kind?
Do you know your heart has it’s own mind?
Darkness gathers around the light
Hold on, hold on

There is a light you can’t always see
If there is a world we can’t always be
If there is a dark that we shouldn’t doubt
And there is a light don’t let it go out

Keuze Remco Smith: Spoon – WhisperI’lllistentohearit

Niets minder dan groot onrecht

Spoon is niet de grootste rockband ter wereld. Ook niet de grootste indie-band ter wereld. En dat is niets minder dan een groot onrecht. Spoon heeft de beste liedjes. Spoon heeft ‘by far’ de beste zanger. Evident mindere bandjes als The Killers (laatste relevante plaat?), War on Drugs (dodelijk saai) en Radiohead (alleen al de zang van die verschrikkelijk Thom Yorke) vullen (meermalen) AFAS Live of sluiten grote festivals af. Spoon verkocht afgelopen herfst niet eens Paradiso uit. En dat is niets minder dan een groot onrecht.

Spoon heeft dit jaar Hot Thoughts uitgebracht. Een plaat geïnspireerd door het overlijden van Prince in 2016 en daardoor dansbaarder en funkier dan we gewend zijn. Het is niet hun beste plaat (dat is Ga Ga Ga Ga Ga uit 2007, waarvan het onbegrijpelijk is dat deze niet behoort tot ons aller canon, zoals bijvoorbeeld Nevermind, Songs For The Deaf of El Camino). Er staat wel een onweerstaanbaar liedje op. WhisperI’lllistentohearit heeft het allemaal.

Elektronica als een warm bad, de gruisstem van Britt Daniel, de tempoversnelling die de luisteraar iedere keer in verbijstering achterlaat, de baslijn en de gitaar-eruptie. WhisperI’lllistentohearit is de single van het jaar. Daar zal ik wellicht als enige zo over denken, en dat is niets minder dan een groot onrecht.

Keuze Ronald Eikelenboom: Oddisee – Hold It Back

Een antwoord op de tweets van Trump

Eigenlijk dacht ik dat Hold It Back een liedje uit 2016 was, maar met een beetje smokkelen met een live opname kon ik daar wel 2017 van maken. Het blijkt niet nodig, het album The Iceberg verscheen afgelopen februari, maar een jaar gaat soms zo snel dat het wel vorig jaar lijkt.

Ik leerde Oddisee kennen in 2015 bij het verschijnen van zijn album The Good Fight. En eerlijk is eerlijk, dat lag aan het artwork van fotograaf Jeremy Deputat. Een simpele foto van een ietwat retro interieur. Maar zo’n foto plus de titel deden mij luisteren, en wat ik hoorde beviel opvallend goed. Soulfulle hiphop, goeie teksten, fijne flow, heerlijke instrumentatie. En die foto! Een album om op vinyl te kopen.

Een jaar later verscheen The Odd Tape. Wederom een foto van Deputat, dit keer van Oddisee zelf die een kop koffie vasthoud. Een instrumentaal album, want Oddisee is niet alleen rapper maar ook producer. Heerlijk laidback, heerlijk bij de koffie op zondagochtend.

En dan is het 2017. Trump aan de macht. En waar het ooit Rock Against Bush was, is het nu vooral Rap Against Trump. Zeker voor Oddisee wiens echte naam Amir Mohamed el Khalifa luidt en de zoon is van een Afro-Amerikaanse moeder en een Sudanese vader. The Iceberg is een politiek album, van een boze rapper. Toch klinkt hij vooral hoopvol. Vergeet Jay-Z, vergeet Kendrick Lamar, vergeet Run The Jewels. The Iceberg is het rap-album van het jaar, een scherp maar tegelijkertijd ontspannen antwoord op de tweets van Trump.

En vervolgens is er een tour. Nu is rapmuziek live altijd een teleurstelling, voor mij althans, maar Oddisee had ik graag gezien. Niks rapper met een backing-tape maar een heuse vijf koppige band genaamd The Good Company. Gelukkig verscheen er in november een live album getiteld Beneath The Surface. Ben ik er toch nog een beetje bij.

Keuze Luuk Ros: The New Pornographers – High Ticket Attractions

Minimalistisch

Worden The New Pornographers wel voldoende gewaardeerd? Ik vraag het me af, want al loop ik al een half jaar te trekken aan alles en iedereen die ik ken én van muziek houdt. Het lijkt een bandnaam die je op een festivalposter ziet staan, niet kent, en het zo maar laat omdat er nog zestig namen op staan die je niet kent.

Als liedjesluisteraar – meer dan albumkenner – kreeg ik ze voorgeschoteld door het ook al niet genoeg gewaardeerde Pinguin Radio. De Canadese superband doet het kennelijk al twintig jaar prima, zo in de kantlijn van allerlei muziekcarrières. De zes eerdere albums zijn me volledig ontgaan. Sorry Pornographers.

Intelligente teksten en een lekker stevige sound met die opvallende slis van zanger Carl Newman en de stem van Neko Case ernaast of erboven, waardoor er een geluidsbeeld ontstaat dat me zelfs een beetje doet denken aan The XX; tenminste als ze in kleine bezetting spelen. Vol aan is High Ticket Attractions gewoon een heerlijk indierocknummer. Beetje Britpop zelfs. Niet weg te slaan uit mijn afspeellijstjes, net als hun tweede niet-hit dit jaar: This Is The World Of The Theatre.

De tekst verontrustend, al blijft een Canadese band die zingt over Amerikaanse politiek zoiets als een Nederlandse band die een mening heeft over de Falklandoorlog. Leverde ook heerlijk een ondergewaardeerd nummer op trouwens. De clip van High Ticket Attractions is prachtig, maar de allermooiste uitvoering is wat mij betreft een extreem minimalistische uitvoering in een soort volière op SXSW. Kon de nieuwe drummer Joe Seiders zich meteen van zijn beste kant laten zien. Nog geen 10.000 keer bekeken en love that band!

Keuze Freek Janssen: Radiohead – Man Of War

Ik ben dit jaar niet mijn muzikale stolp uit gekropen

Het was mijn jaar niet. Qua muziek, bedoel ik dan. Dit is een battle waarvoor ik het hele jaar lang liedjes verzamel, en het 2017-mapje is angstaanjagend leeg. Toen ik wilde stemmen op de 3 Voor 12 Song van het Jaar-verkiezing kwam ik niet verder dan vier liedjes die de moeite waard waren.

Als ik heel eerlijk ben, heb ik me in 2017 muzikaal gezien ook enorm terug getrokken in mijn muzikale stolp. Mocht Spotify een soort jaaroverzichtje voor me maken met de meest gedraaide artiesten van dit jaar op mijn account, dan zouden Radiohead en The Beatles op nummer een en twee eindigen. Daarna een hele tijd niks en dan de rest.

Gelukkig bracht Radiohead dit jaar ook nog een soort van nieuw materiaal uit. Dat het eigenlijk al twintig jaar oud is, dat zien we door de vingers. OKNOTOK wint wat mij betreft sowieso al de prijs voor de beste albumtitel van het jaar. Om het twintigjarige jubileum van OK Computer te vieren, gaf de band een bonus-cd uit met allemaal liedjes die het destijds in 1997 niet gehaald hebben. Not OK, toch zwaar OK.

Een muziekjournalist (ik ben het linkje naar het artikel kwijt, sorry) gooide de stelling op tafel dat dit album een soort OK Computer was uit een parallel universum, waarin Radiohead een andere muzikale richting zou hebben gekozen. Oftewel: als de band was doorgegaan op het spoor van OKNOTOK, dan hadden we nu een veel lichtvoetigere en melodieuzere Radiohead gehad.

Los van de vraag of je dat zou moeten willen, denk ik dat deze recensent niet heel aandachtig naar alle liedjes op het album heeft geluisterd. I Promise: OK, die geef ik je. Maar dat andere pareltje op de B-versie van OK Computer, Man Of War, is zo zwaarmoedig, grimmig en bevreemdend zoals we Radiohead inmiddels kennen (en graag horen).

Man of War is een liedje waarvan ik vermoed dat veel te weinig potentiële liefhebbers het in 2017 gehoord hebben.

Dat je een liedje van deze kwaliteit überhaupt gewoon twintig jaar ongebruikt op de plank laat liggen: ongehoord. Of nee, laat ik het anders zeggen: als dit de liedjes zijn die je net niet goed genoeg vindt voor je album, dan ben je een hele grote. Aan de kwaliteit van de B-kantjes kent men de ware artiest (iets wat we ook al ooit over Prince hebben geconcludeerd).

Keuze Elvira van de Griend: Slowdive – Sugar for the Pill

Een troostende comeback

Je moet wel ademloos en met gesloten ogen luisteren naar de wonderschone verwoording van rouw om het verliezen van een strijd om liefde.

Toen de ‘90’s band Slowdive zijn comeback-album aankondigde werd ik nog niet heel warm van die gedachte. Een band uit begin jaren ’90 die ooit piekte met debuutalbum Just For A Day. De volgende albums vielen niet langer in de smaak van een veranderende muziekwereld en werden na een aantal maanden, met kortingsstickers op de voorkant, weer zuchtend uit de schappen gehaald. De opkomst van het Britpop en Grunge en de ietwat zure pers waren de reden om definitief de nek van het dromerige Shoegaze subgenre om te draaien.  Twintig jaar later bleek Slowdive in staat om met een titelloos album terug te komen. En dat niet alleen, want ze maakten wat mij betreft een van de mooiste én meest ondergewaardeerde liedjes van 2017.

Het pretentieloze intro van slechts vijf eenvoudige akkoorden wekt nieuwsgierigheid. De daarop volgende gelaagdheid van het nummer in combinatie met de dromerige, warme stem van Neil Halstead neemt je trefzeker mee de eindeloze diepte in van het liedje. De zweverig klinkende koortjes van Rachel Goswell voelen als een warme donzen deken waar je compleet in weg wilt kruipen. De baslijn is als een stevige hand die je vasthoudt gedurende 4,5 minuut zodat je niet verdwaald in de opgeroepen mijmeringen. De drums en synths zorgen voor nét die extra lagen die het nummer een stevig omhulsel geven die het fragiele van de kern omarmen in plaats van afbreken.

Je moet wel ademloos en met gesloten ogen luisteren naar de wonderschone verwoording van rouw om het verliezen van een strijd om liefde. Want het is de tekst die me het meest aangrijpt. Hartenzeer door het besef dat de scherven op de vloer liggen van een relatie die niet meer te redden is. Waarna de pijn geleidelijk teder gelijmd wordt door het je langzaam bekruipende gevoel van acceptatie. Een aanvaarding die gedurende het liedje zijn weg vindt. Sugar For The Pill eindigt waar het begon; in eenvoud. Zo laat Slowdive je achter in een alles zeggende stilte en met het besef dat dit het allermooiste ondergewaardeerde liedje van 2017 is. Luister zelf maar.

Keuze Kari-Anne Fygi: Thurston Moore – Cease Fire

Enige frustratie bekruipt mij wel als ik mijn favoriete liedje van 2017 ook kan nomineren voor hét ondergewaardeerde liedje van hetzelfde jaar.

De single Cease Fire is Thurston Moore op zijn best, maar hij heeft het nummer niet eens op zijn 2017-album Rock ‘n Roll Consciousness uitgebracht! Cease Fire was een gratis download, dat aan het album vooraf ging , maar staat er dus niet op…. De single werd in maart uitgebracht, het album eind april.

Zou Moore het liedje zelf ook onderwaarderen? Godsgruwelijk jammer. Want hoewel zijn album mijn Top 10 van dit jaar heeft gehaald, had Cease Fire hem vast en zeker twee plaatsen kunnen doen stijgen (denk ik). Het nummer wordt gedragen door prachtige stuwend gitaarwerk. Gitaar! Solo’s! Beetje krautrock, en zeer zeker ook grunge maar vooral bedwelmend. Gitaarsolo’s!

Je hoort zeker – en ook hartstikke logisch natuurlijk – de echo van Sonic Youth maar het nummer is wel wat sensueler dan Moore’s eerdere werk. En tekstueel vooral hippie-achtig en niet zo heftig politiek zoals we hem kennen. Ik vind de combo van die rammelende gitaar met de lieve, simpele tekst bijzonder:

Cease fire, cease fire
Can’t you see the kids are wired?
Heaven’s towers rise above
Free love, free love!

Bij het uitbrengen van het nummer zei Moore: Smelt je geweren en kus je buren.
Een prima motto voor 2018 lijkt me.

Keuze Peter van Cappelle: RY X – Bad Love

Zwoel dromerig nummer á la Art of Noise

De Australische singer-songwriter Ry Cuming alias RY X is een duizendpoot. Hij is de zanger van The Acid, vormt met producer Frank Wiedemann het deephouse duo Howling, en bracht als solo artiest vorig jaar zijn tweede soloalbum uit: Dawn. Een album met voornamelijk dromerige songs, en dat bouwde hij dit jaar uit met een nieuwe single: Bad Love. Een zwoel dromerig nummer over het misschien wel meest bezongen onderwerp in de popmuziek: liefdesverdriet of onbereikbare liefde. Het wordt mooi in het midden gelaten, maar het mooie van muziek is dat iedereen er zijn of haar eigen invulling aan kan geven.

De synthesizers á la Moments in Love van Art of Noise, de gevoelige tekst waarin hij zijn ziel blootgeeft… het paste zowel in de nazomer van 2017 als in de herfstdagen. Helaas is het verder bijna nergens opgepakt, terwijl het voor mij persoonlijk echt één van de pareltjes van 2017 is. Je wordt helemaal ingepakt door de dromerige elektronische klanken van het nummer.

Op 27 februari komend jaar zal hij optreden in Carré met The Amsterdam Camber Orchestra. Zal de kracht van het nummer overeind blijven als die synthesizers worden vervangen door een orkest?

Keuze Danny den Boef: Father John Misty – Things It Would Be Helpful To Know Before The Revolution

Alleen de titel al

Als ik zeg, Josh Tillman is wat mij betreft absoluut één van de beste muzikale geschenken van het afgelopen jaar, zullen her en der enkele wenkbrauwen gefronst worden. Als ik zeg dat zijn artiestennaam eigenlijk Father John Misty is, dan gaat er misschien wel een klein belletje rinkelen.

Als serieuze muziekliefhebber moet u op z’n minst van zijn vorige album I Love You, Honeybear gehoord hebben met daarop onder andere het van sarcastische kritiek doordrenkte Bored In The USA, een aanklacht richting alles en iedereen.

Het was zijn tweede soloplaat na zijn vertrek uit de Fleet Foxes, waar hij een paar jaar onderdeel van uit had gemaakt. Daarvoor had hij al enkele albums uitgebracht onder zijn eigen naam, maar deze deden niet veel. I Love You, Honeybear werd een bescheiden succes en kreeg met name in zijn thuisland lovende recensies. Het was mijn eerste kennismaking met meneer Misty. Of nou ja, technisch gezien mijn tweede want ik was groot fan van de eerste twee platen van de Fleet Foxes waar hij onderdeel van uitmaakte. Ook die zijn dit jaar met nieuw materiaal gekomen, zonder Tillman, maar daar kan ik maar beter niets over zeggen. Ik heb de plaat I Love You, Honeybear in 2015 redelijk kapot gedraaid. Bored In The USA is zonder twijfel één van de beste nummers van de afgelopen 10 jaar. Hands down.

Dit jaar was hij weer terug. En daar werd ik blij van. Begin dit jaar bracht hij namelijk een nieuw album uit genaamd Pure Comedy. Zelfs de naam was sarcasme. Het album blijkt alles behalve Comedy. Het is, misschien nog wel sterker dan zijn voorganger, een behoorlijke aanklacht tegen mens en maatschappij. Ik zal eerlijk erkennen dat ik daar niet per definitie direct voor warm loop. Het krijgt al snel een betuttelende of zelfs lichtelijk fundamentalistische inslag, maar Father John Misty is anders. Zijn teksten zijn keihard, maar nooit zonder enige vorm van zelfreflectie of, daar hebben we het woord weer, sarcasme. Prachtig geschreven poëtische hoogstandjes, stuk voor stuk. Als je alleen de teksten zou lezen, dan was het al meer dan een genot. Ik ga wat zeggen dat veel mensen misschien tegen bepaalde schenen aan zal schoppen, maar deze man is misschien wel de beste songwriter van de afgelopen jaren. Zelden zoveel sterke teksten achter elkaar gehoord.

Toch zijn het niet alleen de teksten die indruk maken. Ook muzikaal valt er een hoop over om handenwrijvend van te genieten. Van relatief klein en kwetsbaar, tot groots en bombastisch inclusief strijkers, Father John kan het. Feilloos. Nergens voelt de plaat daardoor als een herhaling van zichzelf, of doet het geheel vermoeid aan.

Wat moet ik van zo’n magistraal album dan kiezen als nummer? Dat is lastig. Het prachtige Birdie (And are you really as free as all the great songs would have me believe? Let me tell you why some day, Birdie, you’re gonna envy me…), het keiharde maar eindeloos prachtige 13 minuten durende Leaving LA (A few things the songwriter needs, arrows of love, a mask of tragedy (..) Anything else you can get online. A creation myth or a .45. You’re going to need on or the other to survive, where only the armed or the funny make it out alive…) of de titeltrack Pure Comedy over religie; het zijn stuk voor stuk pareltjes. Ik ging van het nummer met een titel zo lang dat het bijna een blog op zich is, Things It Would Be Helpful To Know Before The Revolution. Winst, alleen al voor een dergelijke toptitel.

Though I’ll admit some degree, of resentment
For the sudden lack of convenience around here
But there are some visionaries among us developing some products
To aid us in our struggle to survive

On this godless rock that refuses to die…

Het is een waanzinnig nummer, muzikaal en tekstueel, vanzelfsprekend zou ik haast willen zeggen. Ook de bijbehorende videoclip maakt indruk en past in alles perfect bij dit nummer. Het bombast, het fijne muzikale lijntje, alles klopt.

Sommige recensies trokken wat punten af bij hun beoordeling omdat ze het “teveel een luisterplaat” noemden, of omdat Father John Misty je dwingt ‘naar de tekst te luisteren’. Tja. Blijkbaar zijn we dat niet meer gewend met z’n allen. Hoe dan ook, ik ben er uit. Pure Comedy van Father John Misty is de beste plaat van 2017. Bij deze.

Keuze Erwin Herkelman: Deepend – Waiting For The Summer

Herinnering aan een privé DJ-set

Toegegeven, we waren er dit keer extra vroeg heen gegaan. Maar het was een treurig aangezicht, daar op Dance Valley 2017. Er was amper een ziel te bekennen, terwijl de eerste DJ’s inmiddels alweer naar huis waren. Wij waren net binnengekomen en stonden in een flets zonnetje bij de Deephouse-stage. Daar stonden de Limburgers van Deepend te draaien. Zeker geen kleine jongens. Hun remix van Catch And Release van Matt Simons had net enorm gescoord in de Europese hitlijsten met een nummer één-hit in diverse landen. Maar nu stonden ze met zijn tweeën te draaien voor een lege stage. Nou ja, ik stond er en een vriend van mij.

Maar ze lieten zich van hun beste kant horen. Het was echt een fijne liveset! Af en toe kwamen er ook wel anderen kijken, maar die waren meestal ook weer snel weg. Dóór, om de rest van het festivalterrein te verkennen. En toen het draai-uurtje van Deepend om was, stonden we er toch weer met zijn tweeën. Ik wilde naar ze toelopen, ze een schouderklopje geven, ze bedanken en zeggen: jullie hebben het goed gedaan jongens! Maar dat leek me wat pretentieus. Het bleef dan ook bij een bescheiden applausje. Ze staken nog even hun hand in de lucht en gaven de DJ-booth over aan de volgende. En weg waren ze.

De week erop hoorde ik hun nieuwe single Waiting For The Summer weer op de radio. En ik was direct terug bij ons privé-setje op Dance Valley. Het was ook zo’n lekker nummer. De reggae-achtige vibe, de vrolijke melodielijn… En ja, het bijzondere stemgeluid van de Nieuw-Zeelandse Graham Candy schuurde wel een beetje maar klopte uiteindelijk perfect met de rest van het liedje. Het plaatje kon commercieel echter niet tippen aan zijn voorganger. En ondanks dat Waiting For The Summer bij 538 nog wel gebombardeerd werd tot Dance Smash, verdween het na zes weken Tipparade weer in de vergetelheid. Zonde…

Keuze Eric van den Kieboom: Ayreon – The Day The World Breaks Down

De som der stellingen

Stelling 1: Into the electric castle behoort tot de top van mijn platencollectie, dat neemt niet weg dat ik nooit de moeite heb genomen om alle andere Ayreon-albums genoeg tijd te gegeven om ze aandachtig te beluisteren.

Stelling 2: Als The Source een film zou zijn zou ik hem nooit bekijken, ik ben niet zo van de sci-fi.

Stelling 3: Eigenlijk is het oneerlijk dat The Day…. juist in hetzelfde jaar uitkomt als Thinking Of A Place van War On Drugs, maar door een misverstand tussen Tricky Dicky en mijzelf heb ik mijn kans verknald om daar nog een keer een stukje over te schrijven: waar hij An Ocean In Between The Waves plaatste waar ik Thinking Of A Place  bedoelde. Daardoor zou The Day… nooit song van het jaar kunnen worden. Ik vind Thinking…. nu eenmaal het beste nummer van de gehele 10’s

Stelling 4: Elk ander jaar zou The Day.. met gemak de eerste plaats van mijn eindejaarslijstje halen.

Stelling 5: The Day.. is erg onsamenhangend en met zeer veel verschillende stemmingen.

Stelling 6: James Labrie vind ik een slechte zanger.

Stelling 7: Toch vind ik The Day… een zeer sterk nummer. Dat komt voor een groot deel door het geheel. Maar ook door de Director’s cut-achtige clip en zeker door

Stelling 8: De promotiecampagne voor The Source werkte als een tierelier, het maakte je gewoon erg nieuwsgierig.

Stelling 9: De rest van de zangers en zangeressen klonken allemaal heerlijk. Ik moet echt de tijd gaan nemen om desbetreffende bands te gaan beluisteren.

Stelling 10: Arjen is een geweldenaar op gitaar, maar ook in zijn keuze van gastmuzikanten.

En daarom hoort The Day The World Breaks Down gewoon in de eindejaarslijst!

Keuze Eric van den Bosch: Living Colour – Program

Oud en nieuw tegelijk

Aan het begin van Program plaatste Living Colour een fragment uit een interview met rapper Scarface, waarin hij op zoek is naar de naam van de band aan de hand van het neuriën van een van de grootste hits van Living Colour, Cult Of Personality. Een mooie manier om het hedendaagse Living Colour te verbinden met de glorietijden van de band.

Want laten we wel zijn, na het tweede album Time’s Up werd het elke keer weer iets minder spannend wat ze uitbrachten. Eerlijk gezegd had ik bij de eerste berichten over de release van Shade, gepland voor de herfst van 2014, ook niet de indruk dat het nu ineens anders zou gaan worden, want de producer zou deze ronde weer André Betts zijn, die ook de vrij laffe voorganger The Chair In The Doorway produceerde. Misschien dat de tijd geholpen heeft. De release werd door allerlei praktische zaken (managementwissel, andere werkzaamheden) op de lange baan geschoven en in de jaren erna gebeurde er nogal wat in de VS.

Het eerste teken dat het deze ronde wel eens anders zou kunnen worden was de in 2016 uitgebrachte digitale EP waarop Living Colour onder andere verschillende versies van de Notorious B.I.G.-track Who Shot Ya? uitbracht. Het was weliswaar een cover, maar temidden van het politiegeweld en de Black Lives Matter-beweging was Living Colour op zijn plek: niet alleen instrumentaal spannend, maar ook maatschappijkritisch. Op Shade lijken de afgelopen jaren van polarisatie in de VS Living Colour nieuwe energie gegeven te hebben. Tegelijkertijd verbinden ze op dit album oud met nieuw. Naast Who Shot Ya? zijn er nog twee covers op het album te vinden: Robert Johnson’s Preachin’ Blues en Marvin Gaye’s Inner City Blues. Twee stevig verbouwde covers, overigens. Beide passen ook in de gemene deler op dit album: intelligente maatschappijkritiek.

Program gaat bijvoorbeeld over de informatiemaatschappij en de massamanipulatie via oude en nieuwe media die onafhankelijkheid claimen, maar intussen hun eigen politieke agenda hebben:

Believe me like a program
Like TV is our reality
We can’t escape the program
They only show us what they want us to see.

Opgebouwd rond een typische Vernon Reid-riff, gecombineerd met ouderwets vinnige instrumentale partijen én een stuk rap is het een track die het in zich heeft om een nieuwe Living Colour-klassieker te worden.

Keuze Martijn Vet: The Weather Station – You And I (On the Other Side of the World)

Een onverdraaglijke gedachte dat ik het bijna niet had gekend

De gedachte dat het vaak puur toeval is dat je een geweldig liedje op het spoor komt, vind ik nog altijd licht verontrustend. Van The Weather Station had ik wel eens gehoord. Een liedje van dit project van Tamara Lindeman uit Toronto belandde een paar jaar geleden zelfs in mijn freaklijstje. Mooi liedje, maar eerlijk gezegd was ik haar inmiddels alweer vergeten.

Spotify vergeet gelukkig niets en zo belandde You And I (On The Other Side of the World) in september dit jaar in mijn Release Radar-lijstje. Het had nog geen vijf seconden nodig om me op het puntje van mijn stoel te doen belanden. Bescheiden en krachtig klinkt dit ontroerende liedje, waarin Lindeman een grootheid als Joni Mitchell naar de kroon steekt. Ze schreef het niet alleen, maar produceerde het ook. Misschien klinkt het daardoor wel precies zoals ze het had bedoeld en komt het zo hard binnen. Een onverdraaglijke gedachte dat ik het bijna niet had gekend.

Keuze Martijn Janssen: The Kik – Lach En Een Traan

Uithuilen

Geen hitnotering, niet eens een plaats in de Snob 2000, maar Lach En Een Traan van The Kik verdient meer. Want ik vind het een Nederpop klassieker. The Kik is eigenlijk een beetje de Nederlandse Crowded House. Wat je in eerste instantie ziet en hoort zijn wellicht vrolijke liedjes, maffe videoclips en optredens waar tussen de liedjes door een band zich niet al te serieus neemt. Maar wanneer je verder kijkt en luistert, dan kom je een groep tegen met liefde voor muziek en die het liedjes schrijven serieus neemt. Dan komt de melancholie naar voren.

En net zoals Crowded House is het geluid van The Kik erg beïnvloed door de jaren zestig. Maar tekstueel is het helemaal nu. Zo geeft het eerste couplet van Lach En Een Traan treffend weer wat velen nu voelen over het hedendaagse leven.

Je hebt te veel niet veranderd
Wat je eigenlijk wou
Je kan de wereld toch niet dragen
Want dat is niks voor jou
We moeten altijd maar doorgaan
Of dat denkt iedereen
Maar als je ‘s avonds laat thuiskomt
Wordt het stil om je heen

De uitkomst is om het uit te huilen. En daar is helemaal niets mis mee.

De clip is weer die typische niet-serieuze kant van de band. Maar sluit je ogen voor deze overdreven melodramatische soap-opera. Het nummer is bedoeld voor het hart, niet voor de lachspieren.

Keuze Ilja Edwards: London Grammar – The Truth Is A Beautiful Thing

Fragiel

Gek genoeg is mijn beste song van het jaar op de eerste dag van het jaar uitgebracht. Na een vrij lange stilte en een veel te lange tour liet London Grammar op 1 januari 2017 eindelijk weer eens van zich horen . Er zou zelfs nieuw album komen en dit werd ingeleid met een prachtige eerste single met een schitterende clip. Dit nummer greep me bij de eerste kijk- en luisterbeurt meteen bij de strot.

De eerste 2 minuten zijn volledig a capella gezongen door Hannah Reid. Haar prachtige stem heeft ook niet meer nodig. Pas na 2:18 minuten komen de instrumenten erbij om je vervolgens mee te sleuren in deze dromerige song. Prachtig! Lang geleden dat ik zoiets moois gehoord heb. Zo fragiel en zo gewaagd.

Jammer dat deze versie niet op het album The Truth Is A Beautiful Thing staat.

 
 

5 Comments

  1. Hmm. Als ik de Snoblijst zie, zie ik OL duchtig meedeinen op dertig jaar indiehypes. Het had best wat gevarieerder gemogen…

    • Tricky Dicky

      Suggesties?

      • Nee hoor, het is maar een constatering dat de Snoblijst op zijn eigen manier net zo eenzijdig is als de Top 2000. Maar goed, uiteindelijk beleven er een hoop mensen lol aan, en daar is niks mis mee.

        Ik blijf lekker meedoen aan de battles, die wel een enorme variatie laten zien.

        • Martijn Janssen

          Ik was even in de war, want ik vind dat de 2017 battle wel een mooie diversiteit heeft. Maar volgens mij heeft jouw opmerking betrekking op de Snob 2000 van dit jaar.
          Ik ben met je eens dat meer variatie nog fijner was geweest. En hoop ook dat je de volgende keer toch weer je stem laat horen voor de Snob 2000 (en ook anderen ervoor warm maakt). Want anders is er een stem minder voor variatie.

  2. Jan Maas

    met z’n drieën zo een muzieksku neer zetten Heel leuk gedaan de mannen van Mooon uit Aarle Rixtel
    Succes mannen

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *