Ondergewaardeerde Liedjes


Scandinavië-battle

Denemarken, Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden. Vijf landen die weliswaar iets woests en kils hebben –  puur vanwege de noordelijke ligging – maar waar de scheppende kunsten als een warm bad zijn. Als liefhebber kun je je daar onderdompelen in films, literatuur en muziek van uitzonderlijk niveau. De uitgestrekte bossen en meren, de dunne bevolking (minder gelul aan je kop) en de lange winter- én lange zomerdagen brengen blijkbaar veel creativiteit naar boven.

Ook de popmuziek is vanaf de sixties gegroeid en gegroeid. Bekend en minder bekend, maar niet minder goed. The Hep Stars, Ache, Bo Hanson, Wigwam, Abba, Jukka Tollonen, A-ha, Björk, Jet Black Joe, Neneh Cherry, Madrugada, 22Pistepirkko, Motorpsycho, Opeth, Agnes Obel en Ólafur Arnalds, om een dwarsdoorsnede van de afgelopen vijftig jaar te noemen. Maar er is meer, veel meer, en niet altijd op de juiste waarde geschat.

Läs, lyssnar och njut (lees, luister en geniet).

Keuze Tricky Dicky: Titanic – Sultana (1970)

Slappe thee

Veel muziek in de Top 40 uit mijn jeugdjaren heeft louter een nostalgische waarde. Bubblegum-muziek ten top. De goede tracks werden pas ’s avonds op de zeezenders gedraaid. Natuurlijk waren er uitzonderingen, want je hoort mij niet zeggen dat bijvoorbeeld Child In Time en Black Dog doorsnee-deuntjes zijn. Verre van zelfs. Ironisch werden ze beiden overigens geen echt grote hits.

Tegelijkertijd waren er bandjes die keihard aan de weg timmerden, maar slechts zelden de tipparade ontstegen en dus niet het luisterpubliek tot kopen van hun singles wist te verleidden. Eén daarvan was de Noorse band Titanic. Een waslijst aan liedjes die de middelmaat nauwelijks ontstegen, maar die paar goede werden mede daardoor over het hoofd gezien. Bijzonder jammer, want Rain 2000, Searching en Macumba (eigenlijk een rockklassieker) zijn gewoon steengoede plaatjes. Hun single Santa Fé was misschien de minste, maar werd wel een klein hitje. Maar Sultana wist het terecht tot de Top 10 te schoppen. Of was het Santana met Titanic? Want hun muziek leek verdacht veel op Carlos Santana’s ritme. Nou is er helemaal niets verkeerd aan de oude Santana, maar Titanic (b)leek toch een beetje het gevolg van een tweede keer thee met hetzelfde zakje trekken. Slapjes.

In Nederland (en eigenlijk de rest van de wereld) was het na 1975 over en sluiten voor Titanic, maar in Frankrijk bleef de band ook na deze periode populair. Echter, toen ze in 1979 met een verschrikkelijk slecht disconummer kwamen bereikten ze – voor mij – een muzikaal dieptepunt. Als de figuurlijke muzikanten die tijdens het zinken van de boot met dezelfde naam doorspeelden  gingen ze ten onder.

Keuze Willem Kamps: Kashmir – Kiss Me Goodbye (1999)

Vol op de bek

Drie Denen noemden zich begin jaren negentig Nirvana. Een populaire naam want in de sixties en na een hereniging in de eighties was er het Britse Nirvana. Toen Kurt Cobain en consorten ook kozen voor Nirvana werd het wel erg onoverzichtelijk. De Britten en Kurt cs. kwamen er via de rechter wel uit (Kobain zou $  100.000 hebben betaald  om de naam te mogen houden), maar de Denen kozen wijselijk voor een andere bandnaam: Kashmir, naar het gelijknamige nummer van Led Zeppelin.

Met het verschijnen van hun derde album The Good Life komen ze binnen mijn gehoorafstand. Al jaren veer ik op wanneer ik zie of hoor dat iets uit Scandinavië komt en check dan of ik er weer blij van word. Zo ook dus met Kashmir. En ja hoor, ook Kashmir wist mij te beroeren. Rustig, balladachtig werk afgewisseld met krachtige rocksongs. Niks vernieuwends, maar wel een heel herkenbare eigen sound door het karakteristieke hoge stemgeluid van Kasper Eistrup.

The Goof Life zet Kashmir op de kaart, te beginnen de Deense kaart. Het jaar na de release winnen ze zes Dansk Music Awards. Vier jaar later nog een keer vier van die gevallen rondom het album Zitilites. Overigens, voor wat het waard is, zo’n prijs. Ik bedoel, prijs of niet, als ik er geen flikker aan vind, dan verandert zo’n prijs daar toch echt niks aan, maar leuk natuurlijk, voor hen. En dat het niet zomaar een bandje is bewijst eerder de samenwerking met wijlen Lou Reed en David Bowie op hun vijfde album No Balance Palace. Dat was niet voor iedereen weggelegd.

De plaat eindigt met Kiss Me Goodbye, een stevige uitzwaaier, letterlijk en figuurlijk. Het intro beukt er meteen tegendraads in, waarna lichtjes gas wordt teruggenomen onder de zangpartij, ja en dan komt die bloedgeile mellotron er ook nog eens onder. Man, man, man, wat is dat toch een waanzinnig lyrisch geluid. Kiss me goodbye, kiss me out of your eye zingt Eistrup. Ondanks dat je een grote bebaarde Deense vent bent, Kasper, zoen ik je vol op je bek. Je hebt het verdiend, maar ik hou je in het oog!

Keuze Eric van den Kieboom: Opeth – The Drapery Falls (2001)

Het doek opgelicht

Het kan soms raar lopen; al een week probeer je een (Noorse) Airbag-nummer voor de Scandinavië battle te bedenken. Is het Homesick waar het voor jou allemaal mee begonnen is of toch iets korters? Dan kom je er achter dat je Airbag al eens gebruikt hebt (in de Ondergewaardeerde 2013).

En dus op zoek naar iets anders. Ook Helen Sjostroms’s Gabriella’s songs had ik al eens gebruikt, dus wat dan?  Zonder het zelf te beseffen hoor je ineens Opeth over de koptelefoon en ben je weer eens aan het googelen naar nummers zonder grunten, omdat ik de muziek van Opeth wel leuk vind maar dat grunten dus juist niet. Ik was in aanraking gekomen met Opeth via A Fair Judgement en vond het heerlijk. Zoekend op YouTube kom ik vooral nummers tegen met grunts er in, en dat is niet bepaald mijn ding. In vrijwel alle commentaren lees ik echter dat grunten er gewoon bijhoort en dat ik er maar aan moet wennen. Om de één of andere reden word ik gepakt door The Drapery Falls inclusief grunt. Het kan dus wel, maar al snel leer ik dat het meer de uitzondering is die de regel bevestigt. Sommige dingen kan je niet mooi gaan vinden door opzoeken en denken dat het dat is; het overkomt je gewoon wel eens.

Wat dan weer wel leuk is is dat ik door The Drapery Falls anders tegen andere nummers aan ben gaan kijken. Waar ik tot dit nummer uitsluitend CD1 van Ayreon’s Into the Electric Castle draaide is het nu de omgekeerde wereld en draai alleen nog maar CD 2. En dat allemaal door Ayreon’s Cosmic Fusion inclusief Death Grunt.

Keuze Roel Kramer: Kings of Convenience – Winning a Battle, Losing The War (2001)

Open haardje

Scandinavië. Onwillekeurig denk ik dan toch aan prachtig winterweer. Een pak sneeuw waar je u tegen zegt, met vrienden glögg drinken uit een ketel die boven de smeulende resten van een kampvuurtje in de achtertuin hangt. Ik denk aan hygge, die onvatbare Deense variant op de Nederlandse gezelligheid. Aan lange, gedekte tafels met gravad lax, wildgebraad en bier. Kaarsen op tafel om de lange, donkere winter te verdrijven.

Natuurlijk: dit is het romantische beeld van Scandinavië, het beeld zoals Ikea het je graag voorschotelt. Winterse gezelligheid uit een woonmagazine, compleet met knisperend haardvuur. Niks mis mee eigenlijk.

Kings of Convenience sluit met hun eerste elpee Quiet Is The New Loud naadloos aan bij dat beeld. Bij opener Winning a Battle, Losing The War’is het al meteen raak: Twee akoestische gitaartjes, subtiel aan de snaren geplukt door twee Noren. Een subtiele melodie ontvouwt zich, en de kalmerende stemmen van Erlend Øye en Eirik Glambek Bøe fluisterzingen zich een weg naar binnen. Zó klinkt hygge: het muzikale equivalent van een winternacht bij de open haard. Gooi er nog maar een blokje op.

Keuze Remco Smith: Motorpsycho – Heartbreaker (2001)

Goedkoop gemaakte film met grote borsten in de hoofdrol

Motorpsycho heet één van de drie films van Russ Meyer, bekend geworden door zijn goedkoop gemaakte films waarin vooral vrouwen met grote borsten een hoofdrol spelen.

Motorpsycho is één van de spannendste Noorse bands van de afgelopen bijna dertig jaar, die naar deze film is genoemd. Aanvankelijk was de muziek ingebed in de grunge van begin jaren ’90, maar met de jaren is Motorpsycho steeds avontuurlijker geworden. Ambitieuze dubbelalbums, rock opera, hardrock, en opeens een aantal platen begin jaren 2000 die waren geïnspireerd op The Beatles en The Beach Boys en toen weer terug naar het meer eclectische. Een typische band uit Scandinavië; muziek die daar vandaan komt lijkt altijd vrijer tot stand te komen en ruimtelijker en avontuurlijker in het geluid.

Net na het hele fraaie Let Them Eat Cake uit 2000, midden in de Beatles-fase, werd Barracuda uitgebracht. Een furieus mini-album, waarvan de urgentie meteen blijkt uit het eerste liedje:

I’m really glad it’s over ,I’m really thrilled we’re through
I’ve had it with your bullshit,but I sort’a wished I knew
Did you even feel it ? did you even bat an eye?
Or are you really so obnoxious and so caught up in your lies

Zo begin je een breakup-plaat.

Keuze Frans Kraaikamp: Sophie Zelmani – Gone With The Madness (2001)

Perfecte eenvoud

Scandinavië; daar zou ik nog wel eens naartoe willen! Stel je voor hoe het is om daar – in de prachtige omgeving – op een mooi poppodium: Ane Brun, Sophie Zelmani of misschien Anna Ternheim te mogen zien. En dan het liefst met een dikke Volvo er naartoe rijden, natuurlijk! Ane Brun heb ik al een keer mogen zien in de tuin van de Roepaen en dat was erg mooi. Sophie Zelmani staat sindsdien bovenaan de lijst van (Scandinavische) namen die ik nog eens zou willen zien! Misschien komen er na deze battle nog wel meer bij..

Sinds 2005 ben ik langzaam steeds meer de muziek van Sophie Zelmani gaan ontdekken. Het begon met een mooie verzamelaar genaamd A Decade Of Dreams, die ik bij de toenmalige platenzaak de Melomaan in Beuningen kocht. Later kwamen de studioalbums ook in mijn kast terecht en die draai ik bijna allemaal graag en frequent. De kwaliteit van de liedjes is over het algemeen zeer hoog en de moeite waard!

Mijn keuze is gevallen op Sophie Zelmani’s fijne liedje: Gone With The Madness van het album Sing And Dance (2001). Het fragment is een akoestische – in een huiskamersetting opgenomen – versie van het liedje. Ik heb wel iets met deze versie waarbij haar stem alle ruimte krijgt. Ik vind zelf dat het liedje erg fijn in elkaar steekt: de perfecte eenvoud! Ik hou van de akkoord overgang van C naar E die erin zit. Het liedje weet me altijd te raken en tot rust te brengen en ik speel het ook graag als ik wat zit te spelen op mijn gitaar.

Mocht je dit liedje kunnen waarderen dan kan ik A Decade Of Dreams van harte aanraden, zodat deze ondergewaardeerde parel ook in jouw kast komt te staan, of beter nog…in jouw speler terecht komt!

Keuze Alex van der Meer: The Ark – Father Of A Son (2002)

Zweedse kitsch als kunst, Hallelujah!

In 2011 zijn ze gestopt als band, maar ik ben ze nog lang niet vergeten: The Ark uit Zweden. Deze (glam)rock-band stond garant voor songs als oorwurmen.Voor deze Battle had ik er dan ook zo een stuk of tien gevonden. Mijn uiteindelijke keus is gegaan naar de song waarmee ze in 2002 aardig wat tegen heilige huisjes wisten te schoppen; Father of a Son.

In principe is alles een stuk ‘over the top’ bij The Ark en vooral bij dit nummer. De kleding, het expliciete, de bombast. Maar Father of a Son is meer dan dat. Het is een fel nummer strijdend voor het recht van homoseksuelen om kinderen te mogen adopteren.

Het klinkt niet als een traditionele protestsong, uiteraard. Het is haast een optimistisch, opwindend, feestje. Je wordt er meteen vanaf het begin in meegetrokken en je staat binnen een paar seconden samen met de band vrolijk provocerend op de barricades.

Door de bombast en de opsmuk is het makkelijk dit nummer van The Ark als kitsch neer te zetten. Onterecht. Want goede songs kunnen heel goed tegen bombast en blijven meer dan overeind. Ook nog jaren later. Dat kunnen ze heel goed in Zweden. Father of a Son is typisch zo’n geval van Zweedse kitsch als kunst.

Ik zou willen zeggen: Hallelujah!

Keuze Freek Janssen: Teitur – Josephine (2003)

Melodieuze Beatles-pop met een melancholisch sausje van koud en donker Scandinavië

Mijn keuze van vandaag is qua locatie in elk geval de meest originele: zanger Teitur komt oorspronkelijk van de Faeröer-eilanden. Op zijn dertiende verhuisde hij naar Denemarken, het land waar deze eilandengroep ook tot behoort.

Verder is Josephine vooral een verschrikkelijk goed nummer. Past helemaal in de traditie van Saybia (zie de bijdrage van Danny hieronder) en Tim Christensen: melodieuze, akoestische pop die het midden houdt tussen Beatles en Crowded House. Maar dan met een melancholisch sausje dat je er alleen overheen kunt gieten als je in het koude, donkere Scandinavië woont.

Keuze Ronald Eikelenboom: Nephew – En Wannabe Darth Vader (2004)

Het hygge neefje

Sommige liedjes komen ongemerkt je leven binnen, en vertrekken even ongemerkt. In 2004 las ik een weblog van een Nederlandse vrouw in Aarhus, Denemarken. Vol enthousiasme schreef zij over kunst en muziek. Veel Britpop maar af en toe ook Deense bandjes. Een van die bandjes was Nephew, en daar was ze nogal vol van. Meerdere concerten werden bezocht waar dan verslagen van volgde.

Maar ga zo’n lokaal bandje maar eens vinden hier in Nederland. Tegenwoordig is dat gemakkelijk met Spotify en Apple Music, twaalf jaar geleden moest dat met een illegale download via Kazaa, LimeWire of eMule. Uiteindelijk wist ik matige rip te vinden, maar toen vrienden in de zomer van 2005 naar Denemarken op vakantie gingen gaf ik ze twintig euro mee en de opdracht het album USADSB van Nephew voor mij te kopen.

Nephew is een door Depeche Mode geïnspireerd bandje, bestaat uit vijf man waarvan de kern al sinds 1996 samen speelt. De teksten zijn een mengelmoes van Deens en Engels, en eigenlijk werkt dat verrassend goed. Al zal daarin ook de reden schuilen dat de band buiten Denemarken weinig potten weet te breken.

De vrouw in Aarhus verhuisde naar London, begon een weblog over die stad, en over de lokale muziekscene daar. Nephew maakte nog drie albums, waar ik uiteraard niets van vernam. USADSB verdween bij mij in de kast, en aan Nephew werd niet meer gedacht. Tot vandaag.

Keuze Henk Tijdink: Dikta – Breaking The Waves  (2005)

Onbekend

Een ontboezeming: deze band ken ik via mijn wederhelft. Ze stonden een jaar of tien geleden op Eurosonic toen IJsland het ‘themaland’ was. En mijn vriendin was er dus ook.

Muzikant zijn en op IJsland wonen…dan heb je een probleem. Zeker destijds. Streaming muziek bestond nog niet en alternatieve muziek kwam tot je via Kink FM. Goeie ouwe tijd. Maar dus niet voor bands als IJsland de ‘basis’ is.

Dikta, zo heet de band, is ontstaan in 2000 en bestaat nog steeds. Ik kende ze niet, net als menigeen ze niet kende. En kent. Dit nummer verdiende destijds meer aandacht in Nederland. Maar de geschiedenis laat zich niet veranderen. Een eervolle vermelding op Ondergewaardeerde Liedjes is dan ook wel het hoogst haalbare.

Keuze Danny den Boef: Saybia – Angel (2007)

Wellicht hun beste

Voor m’n gevoel is het nog niet eens zo heel lang geleden, maar het was toch echt in 2002 dat ik kennis maakte met het Deense gezelschap Saybia. Ik zat nog op de middelbare school. Kun je nagaan.

Ik hoorde voor het eerst The Day After Tomorrow, kort daarop gevolgd door The Second You Sleep. En dat is nogal een kennismaking, want zoals een ieder zal moeten erkennen zijn dit beiden twee verdomd goede tracks. Zelfs nu nog, bijna 16 jaar na dato. IJzersterk. Het succes nam in hun thuisland bijna megalomane proporties aan, en langzaam leek ook de rest van Europa door de knieën te gaan voor ‘de Scandinavische Coldplay’.

Voor m’n gevoel waren ze er gewoon ineens. Ook de jaren daarop scoorden ze goed in Nederland, en op 3FM waar ik in die periode veel op afstemde, was Saybia een vaste waarde in de programmering. Na de twee bovengenoemde nummers, was er nog een bescheiden hit met de derde single, die het in Nederland goed deed en dat was I Surrender, van hun tweede album These Are The Days uit 2004. Daarna werd het wat rustiger. Het album Eyes On The Highway was in 2007 voor mij zo ongeveer het laatste dat ik van ze heb gehoord. Daarom stond echter een nummer dat wellicht nog steeds hun beste nummer is: Angel.

Wat een nummer is dat zeg. Prachtig gearrangeerd maar ook de tekst hakt er in.

It’s not the world that’s out of order, It’s me, it’s me.
Guess I ran along my borders, just to see, just to see.

If a friendly face would drop by and rescue me.
But I lost my faith as I lost my way…

Ja. Deze eerste paar zinnen zorgen elke keer weer voor een ademloze verwondering. De simpele schoonheid, doordrenkt met herkenbare waarheden. Zo. Stil van.

De band verdween net zo snel als dat ze kwamen. Althans, dat was mijn gevoel. Ik heb eigenlijk geen idee waarom ze, bij mij in ieder geval, ineens van de radar verdwenen. Het hield gewoon na 2007 op.

Een paar jaar geleden trok ik uit nieuwsgierigheid richting Google om eens te kijken hoe het met ze was. Bestonden ze nog? Was er nieuw werk? Waar waren ze gebleven? De tragiek is wellicht bekend, maar niet minder heftig. De band viel in 2008 uit elkaar na een tragisch ongeval, waarbij de dochter en vrouw van zanger Søren betrokken waren. Zijn vrouw overleed, zijn dochter overleefde ternauwernood. Een trauma dat vele jaren een spoor van ellende door het leven van de Deense zanger trok. Toch waren ze een paar jaar later weer terug. Ze gingen weer toeren en er kwam zelfs een nieuw album. Ik voel me haast schuldig als ik het zeg, maar best was het allemaal niet. De passie is weg. De stem van de zanger ook voor een groot deel. Verdriet? Hoe dan ook, het doet niets af aan het feit dat de band zo’n dikke 15 jaar geleden een bescheiden handjevol hits over Nederland uitstrooide die verweven zijn met mijn tienerjaren. Nog steeds staan deze nummers stuk voor stuk als een dijk. Zonder ook maar iets aan schoonheid in te boeten. Echte schoonheid is tijdloos.

It’s not my life that’s obsolete, It’s youth, my youth.
Guess it took a while for me to see the truth, see the truth.
I got stuck in minor details so I missed the point.
I got so much more than I bargained for…

Keuze Victor Romijn: Hanne Hukkelberg – Break My Body (2008)

Onder het radar

Hoe kan iemand zo lang van je radar blijven? Nu ik de Noorse muziekscene al een tijdje volg, zou je denken dat ik de meeste artiesten wel eens langs had horen komen. Maar toch kwam daar eerder dit jaar een promo-mailtje over Hanne Hukkelberg binnen. Een dame die al meer dan tien jaar actief is en zelf al een paar keer in Nederland heeft opgetreden. Ze heeft in oktober haar vijfde album uitgebracht.

Als tweede van al die albums maakte ze Rykestrasse 68, vernoemd naar de plek waar ze een tijdje woonde. Een eclectisch album, zoals eigenlijk al haar albums. Mijn aandacht ging meteen naar Break My Body, een cover van de Pixies. In Break My Body komt haar stem het beste tot haar recht: een melancholisch liefdeslied, waarbij vooral het refrein door merg en been gaat (mede door de meerstemmigheid). Prachtig en zeer ondergewaardeerd, als je het mij vraagt.

Keuze Erwin Herkelman: Madcon – Glow (2010)

Apart lied

Het is jammer dat de geur van het Eurovisie Songfestival er zo omheen hing. Héél vreemd was dat overigens niet. Madcon was met dit nummer de pauze-act tijdens het liedjesfestijn toen dat in 2010 in Oslo neerstreek. En ook de bijbehorende clip ademt de sfeer van het jaarlijkse evenement. Maar het kreeg daarmee een label opgeplakt wat ervoor zorgde dat het in Nederland hardnekkig buiten de deur werd gehouden.

In ons land zaten we op dat moment dan ook wel op een dieptepunt voor wat betreft het Songfestival. Onze afvaardiging bestond dat jaar namelijk uit… Sieneke. Logisch dat het ‘anthem’ van Madcon niet héél warme gevoelens opriep bij het Nederlandse publiek. Hoe anders was dat in hun thuisland. Tien weken achter elkaar bekleedden ze in Noorwegen de hoogste positie in de charts. En ík begreep het wel. Het is een bijzonder nummer. Lekker uptempo met 126 bpm maar tegelijkertijd een tikkeltje melancholisch door die melodie, maar dan wél weer met een tekst die bol staat van de positiviteit. Het was een combinatie die mij raakte.

Maar in ons land sloeg het dus niet aan. En dat terwijl Madcon toch geen onbekende was. Twee jaar daarvoor hadden ze hier nog een nummer één-hit met Beggin’. Maar de songfestival-vibe van Glow was kennelijk toch iets te veel van het goede.

Keuze Eric van den Bosch: Moon Safari – Crossed The Rubicon (2010)

Nee, niet die Fransen

Moon Safari, als je er op googelt krijg je eerst een stel verwijzingen naar het album van het Franse electropopduo Air. Het wordt tijd dat dat verandert, want de Zweedse band Moon Safari timmert steeds meer aan de weg.

Ze werden ontdekt door de toetsenist van de Zweedse proggers The Flower Kings, Tomas Bodin. Niet alleen had de band tweeleadzangers, Simon Åkesson en Petter Sandstrom, de andere vier bandleden achtergrondzangers noemen zou ze tekort doen. Want misschien wel het opvallendst aan Moon Safari zijn de gelaagde vocale harmonieën waar alle zes de bandleden hun bijdragen aan leveren. Een van de hoogtepunten bij elk optreden is de a capella track Constant Bloom. (Overigens ontlokten die vocale harmonieën bij iemand in mijn vriendenkring de opmerking: Het lijkt wel een kerstplaat! Auw…)

Inmiddels zijn ze vier studioalbums, een studio-EP en twee live-platen verder en heeft hun gestage creatieve groei ook geleid tot steeds prestigieuzer festivaloptredens. Vorig jaar werden ze door Yes uitgenodigd als voorprogramma voor de Europese tournee. Door omstandigheden konden ze slechts één keer als voorprogramma optreden, maar dat was wel in de Royal Albert Hall.

Als je de track Crossed The Rubicon van het album Lover’s End beluistert hoor je ook heel wat overeenkomsten met Yes, zij het dat Yes meestal wat steviger is. Moon Safari moet je misschien wel eerder symfonische pop noemen dan symfonische rock.

Om gezondheidsredenen heeft Simon Åkesson afgelopen jaar de groep verlaten. Er heeft zich echter ook al een opvolger gemeld. Niemand minder dan hun ontdekker, Tomas Bodin! Volgend jaar wordt het nieuwe album Himlabacken, Vol. 2 verwacht. Tijd om dat album van Air iets lager in de zoekresultaten te laten belanden.

Keuze Rob Gommans: Susanne Sundfør – Delirious (2015)

Noorse kroon

Ik had het nog nooit meegemaakt: publiek dat wacht met applaudisseren tot het allerlaatste decibelletje van de laatste uithaal van de zangeres is weggestorven. Gewoon, omdat het kippenvel tot het laatste beetje gevoeld moest worden en het zo aangenaam wentelen was in die klank van zonnestralen op een bedauwde lente-ochtend die Susanne Sundfør door de zaal liet galmen. Dat die zaal de Vondelkerk in Amsterdam was – een briljante concertlocatie – werkte ook mee trouwens.

Maar goed, ik dwaal af. Want de stelling die ik hier met liefde wil poneren: Susanne (31) is een van Europa’s – en wat mij betreft ’s werelds – beste singer-songwriters. En zeker ondergewaardeerd, want ze had al lang het Scandinavische antwoord op Sia moeten zijn. Met eigen wereldwijde succesplaten en als schrijver en producer van andere artiesten. Want de struise Noorse kan het allemaal, in de meest uiteenlopende genres. Haar laatste album Music For People In Trouble is eigenzinnige ode aan Americana en Dolly Parton, en met voorganger Ten Love Songs maakte ze een popplaat met nummers die qua genre varieerden van Fleetwood Mac tot avant garde elektro en van kamermuziek tot Zweedse schlager. En wie haar als dansvloerkoningin wil horen, luister dan vooral naar haar samenwerkingen met de Noorse broeders van Royksopp. Running To The Sea bijvoorbeeld, of Never Ever. En dat werk wijkt dan weer enorm af van de conceptalbums die ze in het begin van dit decennium uitbracht.

Het liefst gooi ik een complete dwarsdoorsnee van haar werk in deze battle, maar ik moet me beperken tot één nummer. Dat wordt dus Delirious van Ten Love Songs. Een midtempo meesterwerkje met duister klinkende elektro, het betere meerstemmige koorwerk en strijkers voor wat extra diepte. Zoals bij veel Scandinavische acts klinkt hier ook lichtelijk The Knife/Fever Ray in door, de baanbrekende Zweden die samen met de IJslandse legende Bjork hebben gezorgd voor een bijna onuitputtelijke voorraad van zangeressen, die alleen of in groepsverband de meest eigenzinnige elektronische muziek maken. Zie IamamIwhoami, Nikki & The Dove en Agnes Obel. Maar Susanne draagt de Noorse kroon wat mij betreft. Bindende tip: ga haar zien als ze weer naar Nederland komt!

Keuze Dimitri Lambermont: Amon Amarth – Raise Your Horns (2016)

Viking

Het Noorden. Voor de meeste metalheads is het een koud magisch gebied waar veel varianten van het hardere genre hun oorsprong hebben. De hardere klanken van black metal kennen Noorwegen als hun geboorteland. En de link tussen Vikingen en Vikingmetal is natuurlijk snel gelegd. Daarom speciale aandacht voor het meest epische subgenre van de metal: vikingmetal. Met in de hoofdrol Amon Amarth.

Voor die mensen die niet zo thuis zijn in de vele metalstromingen: vikingmetal is een folkmetalvariant die verwijst naar de Vikingtijd waarbij melodieën en klanken worden gebruikt die Oudnoords overkomen. De songteksten gaan meestal over de mythologie, het heidendom, de geschiedenis en oorlogen van de Vikingen. Dank je Wikipedia, je hebt werk weer gedaan.

Technisch gezien is Amon Amarth echter een death metalband. Maar omdat hun muziek echt alleen maar over Vikingen gaat, scharen we deze voor het gemak ook onder de Vikingmetal. Oorspronkelijk uit Zweden, dus wat dat betreft in de goede richting. Opgericht in 1992, dus ze draaien al een paar jaar mee. Zoals dat hoort in de metal kunnen we nu dus neuzelen over de benaming van het genre. Is Amon Amarth vikingmetal of niet? Of is Amon Amarth metal die toevallig alleen over Vikingen gaat? Maakt het uit? Voor de puristen misschien…

Zanger Johan Hegg over hun stijl: We play death metal. We write about Vikings so, therefore, some refer us to Viking metal, but I have no idea what that is. I can’t imagine the Vikings were into metal at all except on the swords and stuff. And musically, I guess they only played these strange lip instruments and some bongos or whatever.

Zonder uitzondering het werk van Amon Amarth een viering van het Vikingleven. Of zoals we het ons wellicht voorstellen uit de serie Vikings. Van de beelden van hun video’s tot de aankleding van hun podium: alles ademt Viking. En dat luistert lekker weg. Dat zet aan tot het bezoeken van verre kusten om dorpen plat te branden. Maar vooral nodigt het uit tot zwiepen met de haren. Zeker met een drankhoorn vol bier. Laat het maar zijn, wat het is. Het is vooral feest.

Raise your horns raise them up to the sky
We will drink to glory tonight
Raise your horns for brave fallen friends
We will meet where the beer never ends

Raise your horns raise them up to the sky
We will drink to glory tonight
Raise your horns for brave fallen friends
We will meet in Valhalla again

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.