Ondergewaardeerde Liedjes


Pink Floyd-battle

Het is misschien wel één van de meest invloedrijke bands uit de muziekgeschiedenis. Pioniers in de progressieve, symfonische rock, die opvielen door hun muzikale experimenten en hun spectaculaire liveshows. Maar ook een band die op andere vlakken in het oog sprong: de hoezen van hun albums zijn stuk voor stuk iconisch. De battle van vandaag draait om Pink Floyd.

Maar dan uiteraard wel alleen om hun muziek. En die is kleurrijk. Met 15 originele albums op hun naam is er dan ook voldoende te kiezen. Wat volgens ons de onontdekte pareltjes zijn in het oeuvre van deze Engelse rockband? Je leest het in deze battle.

Keuze Martin Overheul: Cymbaline (1969)

Pijn

In 1972 ontsnapt mijn broer Hans op miraculeuze wijze aan de dood wanneer hij frontaal geschept wordt door een gehaaste automobilist. Die haalt op de smalle dijk tussen Vlaardingen en Maassluis een andere wagen in en heeft veel te laat door dat er een bromfietser aankomt. De precieze datum waarop dit speelt, kan ik mij niet meer herinneren. Het is in de lente en ik ben die dag op school. Tijdens het tweede lesuur staat er ineens een zorgelijk ogende directeur in de klas met de melding dat er voor mij telefoon is. Dat is nooit eerder gebeurd en ik voel dat de onrust meteen begint te wroeten. Onderweg naar zijn kantoor zegt hij dat mijn broer is aangereden, maar dat het gelukkig ‘allemaal goed meevalt’. Hans werkt op dat moment via een uitzend-bureau bij een bedrijf in Maassluis. Het is de verantwoordelijke van de Schiedamse vestiging die mij aan de telefoon zegt dat Hans in het ziekenhuis ligt. Ook zij zegt dat ik me geen zorgen moet maken en dat het ‘allemaal goed meevalt’. Maar ook dat ik direct naar het ziekenhuis moet gaan.

Het wordt me toegestaan om de les te verlaten. Het bewuste hospitaal is niet ver van mijn school. Voordat ik de kamer waar mijn broer ligt binnenga, houdt mijn aanstaande schoonzus Ria me in de gang tegen. Ze lijkt in shock te zijn. Ze probeert me voor te bereiden op wat er zal komen, maar mijn hersenen registeren amper iets van wat ze zegt. Dan ga ik de kamer binnen en zie ik Hans liggen. Wat ik zie is het tegenover-gestelde van wat men mij twee keer gezegd heeft.

In de weken die na die dag volgen, zit ik tijdens mijn vrije uren in het ziekenhuis bij mijn broer of thuis, in zijn kamer. Daar staan zijn pick-up en platencollectie. Ik zoek een plaat die helpt om de emoties die me, elke keer als ik bij mijn broer ben geweest, venijnig in de rug aanvallen en me keer op keer neerslaan, de baas te blijven. Ik heb behoefte aan een plaat die me helpt om telkens weer op te staan en de kracht te vinden om Hans, die voortaan aan een oog blind is en misschien blijvend zal manken, de steun te bieden die hij nodig heeft om te herstellen. Een plaat die me helpt om de woede die ik voel om wat mijn broer is overkomen, te kanaliseren, in de hand te krijgen en, liever vroeg dan laat, de kop in te drukken. Want ik ben razend, om toch vooral niet verdrietig te zijn.

Het album dat ik vind, is More van Pink Floyd. Lang niet hun beste plaat, eigenlijk niet eens een échte LP maar een soundtrack van een film die ik pas vele jaren later wil zien. En toch vind ik hier de katalysator die ik zoek. Mijn razernij vindt een uitweg in de stevige elektrische gitaar in The Nile Song en Ibiza Bar, de sluimerende dreiging in Cymbaline en de bezetenheid in Up The Khyber, een flard chaotische en toch gestroomlijnde muziek die me helpt mijn energie kwijt te raken door denkbeeldig mee te drummen, tien keer achter elkaar als het moet. Maar More biedt met ingetogen, nagenoeg akoestische nummers als Cirrus Minor, Crying Song en Green Is The Colour ook rust, momenten van bespiegeling en onderkenning dat het allemaal veel erger had kunnen aflopen. Dat Hans nog leeft. Dat zijn doorzettingsvermogen hem er bovenop zal helpen. Dat ook dit voorbij zal gaan.

Het gaat voorbij. Eerst met horten en stoten, met hoop en tegenslag, met weerbarstigheid en berusting. Tot uiteindelijk alles in een bepaalde plooi valt waarmee iedereen, maar vooral mijn broer, kan leven. Ruim 44 jaar later lukt het me nog altijd niet om naar More te luisteren zonder deze geschiedenis op de voorgrond te laten komen. De plaat is onlosmakelijk verbonden aan een periode die het leven van Hans drastisch heeft veranderd en in zekere zin ook dat van iedereen rondom hem. Daarom doet More nog steeds een beetje pijn. Al wordt dat van lieverlee een herinnering. Een soort van fantoompijn.

Keuze Eric van den Kieboom – Fat Old Sun (1970)

Parel

20 december 2015: Cafe Oud Brabant Oosterhout. Impulse, onze lokale Pink Floyd coverband, komt ter gelegenheid van Serieus Request nog een keer bij elkaar. Het is de 5de en laatste keer dat ik ze zie spelen en elke keer verbaas ik me hoe goed ze zijn. De akoestische gitaar zie ik in een hoekje van het podium  staan en weet dat die pas heel laat opgepakt wordt bij één van de laatste toegifts. Hoe groot is dan ook mijn verbazing als na een half uurtje één van de 2 gitaristen hem toch pakt. Bij de eerste akkoorden hoor ik natuurlijk al; het wordt geen

So, so you think you can tell
Heaven from hell
Blue skies from pain
Can you tell a green field
From a cold steel rail?
A smile from a veil?
Do you think you can tell?

Voor mij een totaal onbekend lied wordt ingezet. In de tijd van de eerste mp3’s wist ik een CD-tje te bemachtigen waar alle Pink Floyd albums op stonden en ik nam niet de moeite om alles te ontdekken. Had ik het maar wel gedaan.

When the fat old sun in the sky is falling
Summer evenin’ birds are calling
Summer’s thunder time of year
The sound of music in my ears

Een rustig Pink Floyd-liedje beetje in de stijl van If van hetzelfde album (waarom is die wel blijven hangen destijds?). Een kleine 3 minuten later kabbelt het liedje langzaam uit.

Sing to me
Sing to me
Sing to me

Althans dat dacht ik! En wat dan volgt brengt me bijna 10 minuten in extase. Hans Goossens blijkt vooral tijdens dit outro een geweldige gitarist te zijn. Een outro in de stijl van Mostly Autumn en van het niveau van Grendel. Natuurlijk staat deze versie niet op YouTube, maar deze iets kortere David Gilmour versie mag er ook wezen.

Keuze Dimitri Lambermont: Set The Controls For The Heart Of The Sun (Live At Pompeii) (1972)

As en lava

Een Pink Floyd- battle? Natuurlijk doe ik mee! Naast metal is de Floyd een constante in mijn muzikale leven. Een rotsvaste favoriet. Een kans om uit hun rijke discografie een parel naar voren te toveren, is gesneden koek. Of toch niet? Ga er maar aan staan. Want veel van Pink Floyd is ver van ondergewaardeerd.

Een nummer van Dark Side of the Moon of The Wall plukken voelt ergens veel te makkelijk. Wish You Were Here is als plaat sterk, maar om daar maar één nummer van te pakken? Welcome to the Machine dan? Of toch Animals? Toch een plaat die je in zijn geheel moet consumeren. En ga je dan voor Dogs of Sheep? Of doe ik lekker vervelend en kies ik voor een buitenbeentje van die rare Ummagumma? Several Species of Small Furry Animals Gathered Together in a Cave and Grooving with a Pict. Maar doe ik dan Meddle tekort? Het latere werk misschien?

Uiteindelijk zit ik nu al een kleine week mijn hoofd te breken. Een ondergewaardeerd liedje van Pink Floyd? Een marteling! Zo ongeveer hetzelfde als maar tien platen mee mogen nemen naar een onbewoond eiland. Klinkt leuk, maar je doet toch nummers tekort. En toch komt gedurende de week één titel steeds weer terug: Set The Controls For The Heart Of The Sun. In de uitvoering van Live At Pompeii – hun epische muziekfilm uit 1972.  De regisseur plaatste Pink Floyd in de ruïnes van de arena van Pompeii en vulde deze beelden aan met shots van de opgravingen en van de Vesuvius.

Dit nummer is belangrijk. Waarom precies kan ik niet zeggen, maar vanaf de eerste keer dat ik het hoorde is het echt een favoriet geworden. Ten eerste die titel: Set The Controls For The Heart Of The Sun. Ik lees die titel graag. Er zit een heel verhaal alleen al in die titel. Stuur dit ruimteschip maar even fijn het centrum van de zon in. De kans dat je het overleefd zijn op zijn minst gezegd minuscuul. En daarmee is het een prachtig fatalistisch lied. Een mooie psychedelische reis door het universum met als einddoel opgaan in een bol vuur. Een film waardig.

Ten tweede: de uitvoering. Er was een tijd in mijn leven waarin ik vaak naar Live At Pompeii keek. Het is een prettige film. Een mooie verfilming van de nummers van Pink Floyd. Zonder publiek. Gewoon de spelende artiesten goed in beeld gebracht en enkele stevig spacende nummers. Echoes in twee delen. Het spookachtige  Careful with That Axe, Eugene of het minstens zo kwaadaardige One of These Days. En ergens tegen het einde dus Set The Controls For The Heart Of The Sun. Het origineel staat overigens op A Saucerful of Secrets; het tweede studioalbum van Pink Floyd. Het is ook het enige nummer waar alle vijf leden van Pink Floyd te horen zijn – ja zowel Gilmour als Barrett – maar dat terzijde.

Ten derde: de focus op – en daar hebben we hem eindelijk – ondergewaardeerde bandleden. Nu eens niet alle aandacht naar die solo van gitaargod David Gilmour. Wel iets meer aandacht voor Roger Waters die zijn tekst declameert. Maar de echte sterren van deze uitvoering zijn natuurlijk drummer Nick Mason en toetsenist Richard Wright. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van ‘kamp Roger Waters’ ben, maar de keuze voor zijn werk heb ik al te vaak gemaakt. Nu maar eens de spotlight op iemand anders.

De camera draait gedurende het nummer om Mason heen. Hij drumt losjes zijn hypnotiserende ritme. Check die snor. Check het t-shirt met vlinder. Zijn ritme is de basis voor de poëtische teksten van Waters. Een constant en stuwend ritme neemt ons mee op reis. Terwijl Waters schildert met woorden trommelt Mason rustig door. Van Gilmour zien we alleen een stukje gitaar. Waters fluistert – The Heart Of The Sun – en het ritme zwelt aan. De camera draait zijn rondjes en Mason drumt steeds sneller. Daar overheen legt Wright een tapijtje van Oosters klinkende klanken. Zo nu en dan een shot van Mason solo. Met op de achtergrond beelden uit Pompeii. Een laatste slag en de aandacht verschuift.

Naar Wright. Terwijl de bastonen van het nummer doorlopen en Gilmour ergens in de verte zijn solo speelt, legt Wright een nieuw tapijtje neer van over elkaar buitelende noten. Ja. Nu zijn we wel in de ruimte. En of het op ons ruimteschip wel allemaal pluis is? Wie zal het weten? Slaat de cabinfever toe? We tuimelen langzaam naar die steeds groter wordende vuurbal. Ons ultieme einde tegemoet. Op de achtergrond beelden van de mensen die slachtoffer werden van de uitbarsting van de vulkaan. Zij zagen de zon op hen neerkomen. Ging op in as en lava. Voor de eeuwigheid gevangen in the heart of the sun.

Keuze Marcel Klein: Childhood’s End (1972)

Relaxed

Als liefhebber van Pink Floyd kan ik natuurlijk niet achterblijven bij deze battle. Veel albums en dus ook songs van Pink Floyd zijn bekend en veel muziekliefhebbers hebben een aantal favorieten, kijk elk jaar maar weer in de Top 2000.

Ik heb voor een song van een ondergewaardeerd album gekozen. In 1972 verscheen het album Obscured By Clouds. De band was al begonnen aan het concept voor Dark Side Of The Moon, maar dit album werd in een paar weken in Frankrijk opgenomen, terwijl de songs voor Dark Side al in demoversies aanwezig waren. Vijf maanden later zouden ze in de Abbey Road Studio in Londen met de opname van dat album beginnen. En we weten allemaal wat voor succes dit is geworden.

Dit album mist de sombere klank die er op latere albums te horen is en wat ook Pink Floyd extra goed maakte.  Het gevoel van beklemming is hier nog niet te horen. Op dit album horen we goede muziek van een band die relaxed aan het opnemen is. Iedereen krijgt de ruimte (dat zou op de komende albums wel anders worden) en iedereen neemt ook die ruimte. Voor het eerst wordt hier ook gebruik gemaakt van een synthesizer. Een aantal instrumentale tracks, maar ook een aantal onvervalste Pink Floyd nummers, waaronder Childhood’s End.

Voor het laatst krijgt David Gilmour alle ruimte om een aantal tracks uit te werken en het zijn gelijk de beste van het album. Wot’s…Uh the Deal is er een goed voorbeeld van, maar ik kies hier voor Childhood’s End. Alweer een link met Dark Side Of Te Moon, want als het nummer begint horen we dezelfde structuur als het bekende nummer Time. Zelfs de teksten van beide nummers gaan over hetzelfde thema ouder worden. Alleen lijken de songteksten in geen enkele manier op elkaar. Gilmour laat zich hier inspireren door een SF-boek, met dezelfde titel, geschreven door Arthur C. Clarke.  De teksten sluiten niet aan bij het gehele boek, maar met name op het laatste deel van het boek als de hoofdrolspeler terugkijkt op zijn leven.

Wat maakt deze track nu zo goed? Allereerst de compositie zelf; het nummer had op elk willekeurig album van Pink Floyd niet misstaan en had dan ook veel meer aandacht gekregen. De zang van Gilmour, maar uiteraard ook de gitaarsolo van Gilmour: wellicht niet zo uitgesponnen als op latere albums, maar toch…. heerlijk om te horen. En ja, de tekst wordt door critici soms als iets te simpel weggezet, maar het komt wel binnen. Lees en luister maar

You set sail across the sea
Of long past thoughts and memories.
Childhood’s end, your fantasies
Merge with harsh realities.
And then as the sail is hoist,
You find your eyes are growing moist.
All the fears never voiced
Say you have to make your final choice

Keuze Richard Rombouts: Brain Damage/Eclipse (1973)

Gekker dan gek

Ik wil niet overkomen als Sheldon Cooper uit The Big Bang Theory, maar ik heb een leuk wetenschappelijk feitje. In een artikel stond namelijk dat mensen met honden gelukkiger, socialer en fitter zijn én meer en vaker lachen dan mensen zonder huis-dieren. Minder last van astma en allergieën ook, trouwens. Kinderen die vanaf hun geboorte opgroeien met een hond zijn gezonder dan huisdierloze kinderen. Tenzij het een bijtgrage pitbull is natuurlijk, maar meestal is het hondengedrag een weer-spiegeling van dat van de baas. Heel vaak lijken ze ook op elkaar.

Maar er zijn ook mensen, die bewust op een (huis)dier willen lijken. Neem Jocelyn Wildenstein. Ze heeft haar gezicht laten verbouwen, zodat ze de uiterlijke trekken van een kat heeft. Althans, dat denkt ze. Vermoedelijk heeft ze lachspiegels in huis, want dit experiment is volkomen mislukt. Net zoals de film Catwoman, overigens. Ik snap de plastisch chirurg ook niet. Lekkere reclame. Iedereen ziet toch de botox-bolletjes en siliconen onder haar huid bewegen? Haar lippen zijn dermate opgeblazen, dat zelfs een Fransman O La La zegt en dat is toch het land van de mondscheetjes. Prima dat je kattegek bent, maar na de vele operaties heeft ze de terechte bijnaam gekregen als de bruid van Wildenstein. Ik wil niet voor nachtmerries verantwoordelijk gehouden worden, dus google op eigen risico maar een fotootje. Afijn, vier miljoen dollars verder is ze nog steeds niet tevreden en wil ze haar uiterlijk verder ‘verbeteren’. Snorharen? Puntige oren? Wanneer heeft de kortsluiting plaatsgevonden die haar linker hersenshelft op non-actief stelde? Ze woont tegenwoordig op een ranch in Kenia; gekocht van het geld na haar scheiding. Ze vond haar man in bed met een 19-jarig Russisch model. Tsja, eens kijken…aan de éné kant een jong slank en aantrekkelijk ding met een normaal gezicht en aan de andere kant een gestoorde muts met een plastic gezicht. Het lijkt mij geen moeilijke keuze. De vraag is waarom ex-manlief niet eerder ingegrepen heeft? Luister poppie, straktrekken….prima, dikkere lippen…ok, maar deze verbouwing had elke kickboxer gratis kunnen doen.

Vreemd gedrag en gekte komt in de beste families voor. Meer zelfs, want het Europese koninklijke bloed is tot de 20ste eeuw nauwelijks van nieuwe genen voorzien. En we weten allemaal wat er gebeurt wanneer binnen de familie kindjes verwekt worden. Een andere manier om vreemd gedrag te vertonen is experimentele drugs. De kans is natuurlijk aanwezig dat het goed mis gaat en het beste voorbeeld is misschien wel Syd Barrett. Een creatief genie, maar het verboden spul zorgde voor een ‘melt-down’ in de bovenkamer. Hij was altijd vrolijk, vriendelijk en extrovert, maar werd neerslachtig, asociaal en had last van hallucinaties. Spraak- en geheugen-problemen, enorme stemmingswisselingen en spanningswaanzin en hij kreeg een blik in de ogen alsof niemand meer aanwezig was. Onberekenbaar en dus was er geen andere oplossing dan afscheid van hem te nemen.

Pink Floyd heeft twee maal een lied over hun oude maatje geschreven. Shine On You Crazy Diamond op Wish You Were Here en Brain Damage op hun epische album Dark Side Of The Moon. Er is in het laatste lied een referentie aan de problemen met hem op het podium, waar hij regelmatig een ander lied dan de band inzette.

The lunatic is in my head
You raise the blade, you make the change
You re-arrange me ’til I’m sane
You lock the door
And throw away the key
There’s someone in my head but it’s not me.

And if the cloud bursts, thunder in your ear
You shout and no one seems to hear.
And if the band you’re in starts playing different tunes
I’ll see you on the dark side of the moon

Keuze Willem Kamps: Pigs (Three Different Ones) (1977)

Tussendoortje

Pink Floyd, één van de echt grote namen in de muziekgeschiedenis. Een wegbereider voor vele anderen en alom hogelijk gewaardeerd. Wat doet die band hier bij Ondergewaardeerde Liedjes? Die jongens komen niks tekort. Altijd goed geboerd. Veel airplay. Goed, er is enige onmin ontstaan in de band. Roger Waters heeft niets meer met David Gilmour en steekt dat niet onder stoelen of banken, maar zou David daar van wakker liggen? Eet hij er een boterham minder om? Ik denk het niet.

In de tijd dat het nog koek en ei was hebben de heren prachtige platen afgeleverd. Toch zitten er – dat kan ook bijna niet anders – mindere tussen. Neem zo’n album als Animals. Het staat ook in mijn verzameling, maar het is typisch zo’n plaat die je kocht omdat je de voorganger zo goed vond. En dat is hier nou net het hele eieren eten. Wish You Were Here was na Dark Side of the Moon opnieuw een topplaat, met wéér een andere sound zoals dat telkens het geval was. Animals borduurt slechts voort op WYWH. Een beetje meer van hetzelfde.

De songs zijn én minder verrassend én minder sterk. Begrijp me goed: Animals klinkt niet verkeerd, het klinkt zeker niet kut en genoeg andere bands kunnen er  nog een puntje aan zuigen, maar nee, het was voor hun doen een soort van tussendoortje, met wat tracks die waren blijven liggen. Achteraf kun je zeggen dat het gewoon een dip in hun glanzende carrière is geweest, want bij The Wall is het niveau weer veel hoger.

In februari ’77 zag ik Pink Floyd in het Rotterdamse Ahoi, waar ze drie avonden achter elkaar het album speelden, aangevuld met nummers van Wish You Were Here en Money van Dark Side Of The Moon. Vooraf had ik met vrienden bij Het Vaderland voor de deur gelegen om kaartjes te bemachtigen; totaal 32 stuks, 4 de man. Als kaartjeshaler mocht ik, alleen, in de arena zitten tussen mij totaal onbekende mensen. Links van het podium zag ik een half varken achter een half gesloten gordijn. Geen enkele verrassing dus toen het opblaasbeest zich via enkele kabels over het publiek verplaatste. Ook dat optreden was weinig memorabel.

De mooie klaphoes kent wel een memorabel verhaal. Het opblaasvarken werd tijdens de fotosessie (Photoshop bestond nog niet) bij het Battersea Powerstation meegenomen door de wind. Een piloot signaleerde het dier en meldde dit bij de vluchtleiding. Een algemene waarschuwing ging uit naar alle piloten: er vliegt een 13 meter lang, roze varken boven Londen. Hallucinerend. Ik had graag in een cockpit gezeten. Het beest landde ergens ver weg in Kent, werd opgehaald en gebruikt bij de tour. End of story. End of Animals. Het album kan weer in de kast. Ondergewaardeerd? Och.

Keuze Hans Dautzenberg: Sheep (1977)

Gedwee

Dat Roger Waters in mei van dit jaar tijdens een try out voor zijn Us + Them tour een gigantisch opblaasvarken over het publiek liet vliegen tijdens Pigs (Three Different Ones), was geen verassing. Maar zijn publiek keek wel op van de enorme afbeeldingen van president Trump op het varken met de teksten Welcome to the Machine, Piggy Bank of War en I Won.

Het eerste optreden van het varken was in december 1976 bij het Battersea Power Station. Hoesontwerper Hipgnosis ging aan de slag met het idee van Roger Waters om het varken tussen de opvallende schoorstenen van de kolencentrale te fotograferen. Geer trucjes, gewoon een echte opblaasvarken aan een kabel. Men had tijdens de fotoshoot een scherpschutter achter de hand voor het geval het opblaasbeest los zou raken. Hipgnosis was niet tevreden over de foto’s van de eerste dag, dus kwam men een tweede dag terug. Helaas was de schutter niet ingelicht. Het gigantische varken koos juist die dag het luchtruim en werd later teruggevonden bij een boer in Kent. Ook de shoot mislukte, want Hipgnosis koos uiteindelijk ervoor om aparte opnamen van de mooie wolkenlucht en van het varken te combineren tot één hoesfoto.

Het varken behoort tot de typologie van Dogs, Pigs en Sheep, die op het album Animals wordt gebruikt voor de maatschappij. Het laatste type staat voor de slaafse volgers, degenen die niet nadenken, die zich naar de slachtbank laten leiden. Het album lardeert de liedjes Dogs en Sheep tussen drie Pigs liedjes.

Sheep begint rustig. Van het landelijk klinkend idyllisch melodietje met blatende schapen verschuift de focus langzaam naar een dreigend pulserende baslijn. Je voelt de onrust in het weiland helemaal opwellen als de zang uitbarst in een signalerend Harmlessly passing your time in the grassland away dat naadloos overgaat in een lange synthesizer toon en vervolgens in ‘hakkende’ gitaarakkoorden. Na twee coupletten verandert de toon en horen we een gebed:

The Lord is my shepherd
(…)
With bright knives he releaseth my soul
He maketh me to hang on hooks in high places

Met Animals laat Pink Floyd zich van een harde, donkere kant zien. Ontoegankelijk, koud en ongemakkelijk. En zo is het ook bedoeld. Dit is een mistroostige kijk op onze samenleving. De dromerige melancholieke sfeer van Wish You Were Here is ingeruild voor een intellectuele variant op de punkslogan No Future! Met dezelfde slagkracht. (Tijdens de bijbehorende tour spuugde een getergde Rogers Waters geheel in punk-traditie zelfs naar een toeschouwer. Dat leidde dan weer tot de rockopera The Wall – maar dat is weer een ander verhaal)

Muzikaal is Sheep een echte Pink Floyd klassieker. De band heeft het al vanaf 1974 live gespeeld onder een andere titel: Raving and Drooling. Voorzien was dat het, net als You’ve Got to Be Crazy (het latere Animals-nummer Dogs), op Wish You Were Here zou verschijnen. De band heeft ze echter bewaard voor wat uiteindelijk het laatste écht gezamenlijke album zou worden. Een beetje bewerkt, nieuwe tekst(delen) en een andere productie geven de liedjes een geheel nieuwe impact.

Pink Floyd is er in de loop van de tijd in geslaagd werk te maken met een blijvende zeggingskracht. De band weet als geen ander zich muzikaal, technisch, visueel en grafisch in samenhang uit te drukken. Bij Pink Floyd vormen de muur en het opblaasvarken geen versiering van de show, maar dragen mede de totale experience van het concept. Daarom ook kunnen ze nog steeds deel uitmaken van de shows anno 2017. Het toont aan hoe relevant de thema’s zijn die de band onder Waters’ invloed in het verleden heeft aangesneden.

Niets van dit alles kwam in mij op toen ik in 1979 als 15-jarige het album opzette, dat ik slaafs had gekocht. Vol verwachting na het geliefde Wish You Were Here. Ik was teleurgesteld. Wat was dit? Niet mijn Pink Floyd. Ik vond het niet mooi. Akelige muziek.

Maar die hoes met dat varken boeide me enorm.

Keuze Ronald Eikelenboom: The Dogs Of War (1987)

David Gilmour solo

Elke puber vind Pink Floyd geweldig, want wie kan het op die leeftijd niet eens zijn met de tekst Hey teacher, leave those kids alone? Maar fan van Pink Floyd was ik niet. Tot in 1987 A Momentary Lapse Of Reason verscheen. De eerste single Learning To Fly was voor mij als vliegtuigspotter op het lijf geschreven. Nieuwsgierig naar de rest kocht ik het album.

Achteraf kan je zeggen dat het meer een David Gilmour solo album is dan een Pink Floyd album maar dat zijn slechts etiketten. Na A Momentary Lapse Of Reason volgde een tournee, waarvan het concert in Venetië, met een enigszins aangepaste setlist vanwege het televisie-format, live werd uitgezonden. Ik kende precies de helft van de liedjes die er die avond gespeeld werden. Die andere helft was echter minstens net zo goed en zodoende werd ik alsnog Pink Floyd fan.

Toch is A Momentary Lapse Of Reason nog altijd mijn favoriete Pink Floyd album, hoe goed Dark Side Of The Moon, Wish You Were Here of The Wall ook zijn. Elke song zou mijn keuze voor deze battle kunnen zijn. Het eerder genoemde Learning To Fly bijvoorbeeld, gebaseerd op de passie voor vliegen en vliegtuigen van David Gilmour en drummer Nick Mason. Of One Slip, vanwege de prachtige regel Was it love, or was it the idea of being in love. Of afsluiter Sorrow, met de bijna Tolkien-achtige tekst van Gilmour. Maar de keuze valt dit keer op The Dogs Of War, een anti-oorlogssong die weer hoogst actueel is met machthebbers als Trump en Kim Jong-un.

The dogs of war don’t negotiate
The dogs of war won’t capitulate,
They will take and you will give,
And you must die so that they may live

Keuze Erwin Herkelman: Marooned (1994)

Meesterwerkje

Het was een rare gewaarwording. Tot nu toe was er altijd een heldere splitsing geweest tussen de muziek die ík leuk vond en de muziek van mijn vader. Gescheiden door een gigantische muur: de eighties. Maar nu in 1994, terwijl de eurodance uit mijn speakers knalde, was daar opeens een nieuw album van Pink Floyd: The Division Bell. En dát klopte in mijn beleving niet. De tijd van mijn vader was over, klaar, afgelopen. Er was een nieuwe tijd aangebroken en míjn muziek voerde nu de boventoon. En daarin was geen plaats voor – hoe legendarisch ook – dit soort oude artiesten.

De plaat bleek echter toch goed in de smaak te vallen bij het Nederlandse publiek. Binnen twee weken stond het op één in de albumcharts. Mijn vader was níet direct overtuigd. Hij leende het album bij de lokale bieb maar bracht het terug zonder ook maar een nummer te hebben overgenomen. En ik? Ik moest er natuurlijk helemáál niets van hebben. Het gevolg was dat ik de muziek van dit album eigenlijk nooit meer hoorde.

In 2014 ontdekte ik The Division Bell echter opnieuw dankzij een optreden van tribute-band The Pink Project in onze plaatselijke schouwburg. Ter gelegenheid van het 20-jarig jubileum van het album kreeg het die avond speciale aandacht. En zo kwam ik erachter dat op dat album tóch een aantal pareltjes te beluisteren waren.

Natuurlijk High Hopes, met de kenmerkende kerkklokken en de prachtige tekst. Maar met name het stemmige Marooned vond ik fantastisch. Volledig instrumentaal en deels geïnspireerd op het 26 minuten lange epos van Pink Floyd: Echoes. Óók één van mijn persoonlijke favorieten. Met dezelfde huilende gitaren in de achtergrond en dezelfde bijzondere effecten. Alleen dan een stuk korter. Een klein meesterwerkje.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *