Ondergewaardeerde Liedjes


The Rolling Stones-battle

Keith Richards zei ooit: You’ve got the sun, you’ve got the moon, and you’ve got the Rolling Stones. Een uitspraak die verdacht veel lijkt op die van John Lennon over zijn eigen bandje, maar zonder de religieuze toevoeging.

Vreemd genoeg zijn er bijna altijd twee kampen in muziekland: voor de Stones of voor de Beatles. Vreemd, omdat hun muziek een andere achtergrond heeft: de blues vs. rock & roll. Of was het de brutaliteit van Jagger en consorten vs. de netjes gekapte en strak in het pak spelende ‘tegenpool’? Hoe dan ook, de Stones – als band en solo – hebben eveneens briljante muziek gemaakt. Een greep.

Keuze Tricky Dicky: We Love You (1967)

Controversieel

Zo….ga er maar aan staan. Iets uit het reportoire van de Stones. Ik ben een liefhebber van The Glimmer Twins en kornuiten met uitzondering van Undercover en Dirty Work. Beduidend minder dan het gemiddelde. Maar ook hun solowerk is prima te pruimen. De laatste albums van Ron Wood en Keith Richards zijn zelfs bovenmatig goed, evenals hun samenwerking als de First Barbarians (1974). Charlie Watts heeft uitstekende jazz gemaakt en Bill Wyman zit al een tijdje op zijn plek in de bluesrock met zijn Rhythm Kings: uitstekende albums. De enige die ik solo echt minder vind is Sir Mick. En helaas staan op zijn Very Best-album niet Wired All Night en Hard Woman of iets van zijn samenwerking met The Red Devils.

Dus toch een Stones-liedje. En dan iets specifieks, iets controversieel. En dan kom ik bij We Love You uit. Ja, ik weet het: een vette hit, maar toch verdwenen uit het collectieve geheugen. Een single met een dubbele A-kant, want Dandelion werd met regelmaat gedraaid en in de V.S. deed dit nummer het aanzienlijk beter dan het alternatieve We Love You. In 1966 was het opgenomen als Sometimes Happy, Sometimes Blue met een andere tekst en ingezongen door Keith Richards, maar op de uiteindelijke single stond Jagger voor de microfoon. Een leuk enig sinds poppy nummer met een vleugje psychedelica, maar een tegenstelling tot We Love You een liedje dat niet blijft hangen.

Op 12 februari 1967 vielen 18 politiemannen het huis van Keith Richards binnen, terwijl de aanwezigen waaronder Jagger en zijn vriendin, Marianne Faithful, nog nagenoten van een LSD-trip. Er werd echter weinig illegaals gevonden: een paar amfetaminepilletjes en een beetje heroïne (van een aanwezige vriend). Desalniettemin werden allen gearresteerd en afgevoerd, mede doordat Faithfull – die net uit de douche kwam – schaars gekleed was en haar handdoek van tijd tot tijd afgleed; een overduidelijk teken dat ze cannabis gerookt had (volgens de aanwezige hermandad, die waarschijnlijk kwijlend stonden toe te kijken). Allen werden op borgsom vrijgelaten, maar hun manager Loog Oldham was naar de V.S. uitgeweken uit angst voor een arrestatie waardoor The Beatles’ manager Allen Klein zijn taak direct overnam en advocaten regelde en een persstrategie uitrolde. Het zou het einde betekenen van Loog Oldham bij The Rolling Stones. Klein stuurde The Stones naar het buitenland (Marokko). Het was wel duidelijk dat de rechter zware straffen wilde opleggen en op 29 juni werd Jagger tot drie maanden cel veroordeeld en Richards tot een jaar.

Natuurlijk werd er hoger beroep aangetekend en geheel toevallig stond er de dag na de veroordeling een artikel in de Times of London, die hard afrekende met de bewijs-voering en stelde dat het hun eerste overtreding was. Het lezerspubliek en de jongeren kozen massaal de kant van Jagger en Richards en twee maanden later werd onder druk van de publieke opinie de veroordelingen nietig verklaard. De hand van Allen Klein is duidelijk herkenbaar.

In de tussenliggende maanden hadden The Who een single opgenomen (dubbele A-kant) met twee Stones-nummers om hun muziek levend te houden. Ze kregen ook steun van The Beatles, de London Times (krant) en de vele fans, en als dank namen ze eind juli We Love You op met John Lennon en Paul McCartney als achtergrond-zangers. Het was tegelijkertijd ook een aanklacht tegen het optreden van de politie door het gebruik van gevangenisgeluiden en het gebruik van de melotron. De hier onder geplaatste promotionele clip van We Love You werd door Top of the Pops (BBC) geweigerd onder het mom dat het niet geschikt was voor het kijkerspubliek.

We don’t care if you hound we and
Love is all around we
Love can’t get our minds off
We love you, we love you

You will never win we
Your uniforms don’t fit we
We forget the place we’re in
‘Cause we love you
We love you, of course, we do

Het lied is nooit live gespeeld en is uitsluitend op verzamelaars terug te vinden.

Keuze Hans Dautzenberg – Stray Cat Blues (1968)

Oude viezerik

Jarenlang vormden enkele live albums de ruggengraat van mijn onbewoond eiland-lijstje. Denk aan platen als Before the Flood, Made in Japan, Waiting for Columbus en – vooral – Get Yer Ya-Ya’s Out! De sfeer op dat album is verre van intiem, noch heb je heel erg het gevoel dat de Stones bij je in de huiskamer staan, maar het album laat perfect horen dat de band op zijn top is. En ook al weet je dat sommige partijen later in de studio over gedaan zijn, het blijft een fantastische live registratie.

(I Can’t Get No) Satisfaction was begin jaren ’70 mijn eerste kennismaking met riffmaster Keith cs. En dankzij mijn zus leerde ik via de verzamelaar Rolled Gold meer nummers kennen. Maar pas tegen het einde van dat decennium, zo rond het uitkomen van Some Girls, zou ik wat dieper gaan duiken in het oeuvre van de band. Het was – toen al – de band van je vader (nou ja, niet de mijne dan).  Bij een vriend thuis werkten we systematisch door een kast vol met wat we nu klassiekers zouden noemen. Albums van Pink Floyd, The Beatles, Velvet Underground en natuurlijk ook The Rolling Stones. Verbaasd waren we over de hoes van Sticky Fingers met échte rits. En we leerden uit de boekjes het verhaal kennen van de verboden hoes met toiletmuur van Beggars Banquet.

Stray Cat Blues past perfect op dat meesterwerk – en bij die wc-muur – waarop de rauwe, bluesy, duivelse kant van de Stones vol tot openbaring komt. In het lied verhaalt Jagger argeloos in een losse stuwende mid-tempo blues over de genoegens van sex met een 15 jarige groupie. Een ondergesneeuwde, foute parel. Tijdens live concerten in de daarop volgende jaren neemt het tempo wat af en tegen de tijd van de opname die we op Get Yer Ya-Ya’s Out! horen (november 1969), is het een heel mooi slepende blues. Dat geeft het lied een ander karakter. De groupie in kwestie is inmiddels nog maar 13 en de wat-kan-mij-het-schelen houding van het origineel, is veranderd in een triest en bitter ik-heb-meelij-met-mezelf van een oude viezerik. Voor mij nog steeds de beste versie. Maar luister gerust ook eens naar de covers van Soundgarden, Smashing Pumkins of Johnny Winter.

Keuze Eric van den Bosch: Keith Richards And The X-Pensive Winos – Too Rude (1991)

Zo losjes dat het bijna uit elkaar valt

De keuze tussen Beatles en Stones heb ik nooit gemaakt. De Beatles waardeer ik vooral om de songs (ik heb dan ook veel Beatlescovers) en de Stones vooral om de uitvoering, vooral het gitaarspel van Keith Richards.

Eén van de niet-Stones-platen waarop je dat goed hoort is het livealbum Live At The Hollywood Palladium. De band op dat album was ook te horen op Richards’ eerste twee soloalbums Talk Is Cheap (1988) en Main Offender (1992), maar alleen op dit livealbum had de band een naam: The X-Pensive Winos.

De belangrijkste man in de band was drummer Steve Jordan, waar Richards mee samenwerkte voor de Chuck Berry-documentaire Hail! Hail! Rock ‘n’ Roll. Ook de andere namen waren niet de minsten: gitarist Waddy Wachtel, saxofonist Bobby Keys, toetsenist Ivan Neville, bassist Charley Drayton en zangeres Sarah Dash. Elk van hen heeft op enig moment ook met de Stones meegespeeld, live, in de studio of beiden.

Eigenlijk was het nooit de bedoeling dit livealbum uit te brengen. Richards en Jordan schreven de songs voor Talk Is Cheap en gingen er mee op tournee zonder plannen voor een album. Pas nadat er dubieuze bootlegs verschenen werd besloten de opnamen uit te brengen. Negen songs kwamen van Talk Is Cheap en die werden aangevuld met vier Stonessongs. Die Stonessongs waren Happy en Connection van Jagger en Richards, Time Is On My Side van Norman Meade, en Too Rude van Lindon Roberts en Sly & Robbie.

Die laatste track stond ook al op Dirty Work, een van de minst overtuigende Stonesplaten uit hun oeuvre. Dat was ook niet zo gek, want Jagger en Richards waren niet on speaking terms en vertoefden zelden samen in de studio en Charlie Watts ontbrak grotendeels door drank- en drugsproblemen. Too Rude was een van de weinige hoogtepuntjes op dat album, ook al hielp de lijzige voordracht van Richards niet toen de track ingeklemd was tussen niet al te spannend ander materiaal.

Overigens kent de totstandkoming nog een bijzonder verhaal. De oorspronkelijke schrijver is de Jamaicaan Lindon Roberts, die onder de naam Half Pint in zijn thuisland een grote hit had met Winsome. Nadat ook Sly Dunbar en Robbie Shakespeare zich ermee bemoeid hadden werd onder de naam Too Rude een duidelijk afwijkende rockreggaeversie uitgebracht.

Op Live at the Hollywood Palladium was de song wel op zijn plek. Nog steeds was de voordracht van Richards lijzig, maar er stond een band die er lol in had en dat maakte het verschil. Een reggaetrack nóg ontspannener maken, Keith Richards kan het. Met gitaarspel zó losjes dat het bijna uit elkaar lijkt te vallen.

Keuze Ronald Eikelenboom: Too Much Blood (1983)

Vreemder dan fictie

Undercover was het eerste album van de Stones dat ik bewust hoorde, en dat eerste album dat ik bewust van een band hoor blijkt voor mij altijd verrassend essentieel. Ook al is dat album misschien niet eens zo goed.

Natuurlijk sprongen voor mij als dertien jarige de singles er uit, Undercover Of The Night, She Was Hot en met name Too Much Blood. Die laatste vanwege de videoclip, het waren de succes jaren van MTV tenslotte. Het nummer is opgenomen door Mick Jagger, Charlie Watts en Bill Wyman met roadie Jim Barber op gitaar, al gaan de credits naar Jagger en Keith Richards. Richard en Ron Woods spelen enkel in de videoclip, die overigens begint met het derde strijkkwartet van Bartok. Het nummer is nooit live gespeeld en is op geen enkele verzamelaar te vinden.

Er zit ook een Nederlands tintje aan Too Much Blood, want de inspiratie voor de tekst kwam voort uit de moord op de Nederlandse studente Renée Hartevelt. De dader was de Japanner Issei Sagawa. Beide studeerden in 1981 aan de Sorbonne universiteit in Parijs. Sagawa nodigde Hartelvelt uit voor een etentje, liet haar poëzie lezen en schoot haar van achteren dood. Vervolgens at hij twee dagen lang delen van haar op terwijl hij de resten in de koelkast bewaarde. Hij werd, min of meer bij toeval, gepakt toen hij de restanten in een meertje wilde dumpen. Na zijn proces leverde Frankrijk hem uit aan Japan waar hij opgesloten werd in een psychiatrische instelling. Aangezien de Fransen hun rechtbank documenten niet aan de Japanners hadden overgedragen, en er daardoor in Japan geen reden was om Sagawa vast te houden, kon deze uit de inrichting vertrekken vijf jaar na de moord. Truth is stranger than fiction, zoals Jagger rapt.

Keuze Martijn Janssen: Thru And Thru (1994)

Liefde en pijn van iemand die het meent

Lange tijd viel het wel mee met de aandacht voor The Rolling Stones hier op Ondergewaardeerde Liedjes. Ze zijn dan ook zo’n instituut, wat ook afgelopen weekend weer bleek bij hun concert in de ArenA, je vindt het gewoon vanzelfsprekend dat ze er nog zijn. Keith Richards stond in de jaren zeventig dan wel op het lijstje van rockster die als eerste zou overlijden, maar hij is nu het levende bewijs dat rock ‘n roll niet vergaat.
Die rock ‘n roll spirit vind ik ook altijd terug in de nummers die hij zingt op de albums. Ik heb hier al eens eerder over geschreven (en, hoezeer ik het ook wil, hou dus niet nogmaals een pleidooi voor Losing My Touch maar ik noem ‘m nu lekker wel), maar ik vind ze vaak ook interessanter dan de rest van het album dat Jagger zingt. Want hier is iemand die het meent!

Zo ook op het nummer Thru And Thru. Bedoeld als afsluiter van Voodoo Lounge (al plakt de CD-editie er nog een rocker achter aan, waardoor de magie helaas wordt verstoord) legt Richards zijn ziel bloot voor zijn lief. Hij houdt van haar, door en door. Zelfs nu hij those fucking blues heeft. Het liefst wil je dan een arm om hem heenslaan en zeggen, “Het komt goed.” Maar voorlopig blijf je zitten met those awesome blues.

Keuze Peter van Cappelle: Out Of Control (1997)

Was dit in de jaren ’70 uitgebracht dan was het ongetwijfeld wel een klassieker geworden

Vaak wordt er over de Stones gezegd dat ze na het album Some Girls niets kwalitatiefs hebben geproduceerd. Wat mij betreft is dat iets te gemakkelijk om te zeggen en te kort door de bocht. Hoewel de albums daarna misschien geen Top 2000 klassiekers meer heeft opgeleverd staan er zeker op ieder album wel een paar nummers die de moeite waard zijn. Maar dat is hetzelfde als dat ik het ook te kort door de bocht vind als dat over Bob Dylan wordt gezegd, terwijl hij als songwriter nog altijd een gave heeft waar andere artiesten alleen maar van kunnen dromen.

Nou helpen de Stones dat zelf ook wel een beetje in de hand door al bijna 30 jaar tijdens iedere tournee vooral te teren op de klassiekers uit de jaren ’60 en ’70. Niets dat daar iets mis mee is, want ze hebben een oeuvre om terecht trots op te zijn en er zijn altijd wel mensen die ze voor het eerst live zien. Dan is het toch leuk om al die klassiekers eens live te horen. Ik had dat zelf drie jaar geleden toen de Stones op Pinkpop stonden. Ze stonden altijd bovenaan mijn verlanglijstje om ze eens live te zien, maar eerder was het er nooit van gekomen. Met Pinkpop kwam die kans voor mij er eindelijk. Het mogen dan inmiddels zeventigers zijn, maar ik genoot met volle tuigen van o.a. Gimme Shelter, Angie, Sympathy For The Devil… enz.

Toch was het hoogtepunt van dat optreden op Pinkpop voor mij een nummer dat niet tot hun bekende hits behoort: Out Of Control. Een nummer van het album Bridges of Babylon uit 1997 waar toch op z’n minst drie goede nummers op staan (naast Out of Control reken ik daar ook de hit Anybody Seen My Baby en Saint Of Me toe).

Out of Control had voor mij wel een bekend baslijntje, maar ik kwam er maar niet op tijdens het optreden op Pinkpop waar het nog meer op leek. Toen ik het later opzocht wel het mij duidelijk: Papa Was A Rollin’ Stone (what’s in the name?) van The Temptations hebben ze erin gesampled.

Misschien zoek ik er te veel achter, maar het optreden op Pinkpop volgde een aantal maanden nadat Jagger’s toenmalige vriendin L’Wren Scott zelfmoord had gepleegd. Jagger heeft daar tijdens een optreden nooit iets over gezegd, en ook op Pinkpop niet. Toch leek het alsof de tekst van Out of Control een andere landing kreeg, maar ik denk dat ik daar misschien te veel achter zoek.

Het was in ieder geval een verrassende keuze om tussen al die klassiekers een nummer uit een latere periode te horen. Het is één van die nummers waarmee je iemand om te horen kunt slaan die beweerd dat de Stones na de jaren ’70 niks boeiends meer hebben geproduceerd. Was dit in de jaren ’70 uitgebracht dan was het ongetwijfeld wel een klassieker geworden.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *