Ondergewaardeerde Liedjes


Battle van de zekere hits (die géén hits werden)

Het overkomt ons allemaal wel eens. Je hoort voor de allereerste keer een liedje en je bent er van overtuigd dat het een knoeperd van een (wereldwijde) hit gaat worden. Als een platenstofzuiger nemen we dit juweel in ons op. Maar helaas, het werd geen top maar een vette flop; het deed helemaal niets, nichts, nada, nothing, niente. Het beluisteren beperkte zich tot de huiskamer in plaats van de ether.

Ondergewaardeerde Liedjes heeft er een aantal op een rij gezet (voor misschien een tweede kans?)

Keuze Harm Eurlings: David Bowie – Ziggy Stardust (1972)

Niet eens een poging

Natuurlijk is Ziggy Stardust wel een hit. Bij een concert van wijlen David Bowie hoefde de kenmerkende gitaarriedel, waar het nummer mee begint maar te klinken, of de zaal was ingepakt. Iedereen blij, de grote hit wordt gespeeld. Het titelnummer van die iconische plaat, waarmee Bowie zichzelf op de kaart zette als pop-fenomeen. Natuurlijk is dat een hit. En het staat vanzelfsprekend ook op de het verzamelalbum genaamd The Singles Collection. Grote hit, geen twijfel.

Wat is een hit? Je kunt daar tegenwoordig allerlei definities van geven, en die spreken elkaar ook nog wel tegen. Begin ‘jaren 70’, toen dit nummer uitkwam, was de wereld wat dat betreft veel eenvoudiger. Stond je hoog in de charts, dan had je een hit. Wie muziek wilde horen moest platen kopen, en de verkoop van die platen bepaalde of een nummer een hit was. En Ziggy Stardust… was nooit een single. Geen hit dus. Zelfs geen poging tot een hit…

Maar in het collectief geheugen zal het altijd blijven bestaan als een grote hit voor de Starman!

Keuze Martijn Janssen: Voicst – Feel Like A Rocket (2008)

Overdosis hooks en ideeën

Het was begin 2008 dat ik Voicst ontdekte. Hoewel ik ze een aantal jaar daarvoor ook al gezien had (als voorprogramma van Bettie Serveert) leken ze begin 2008 door te breken. Hun single Everyday I Work On The Road kwam regelmatig voorbij op de radio en hun album A Tale Of Two Devils kreeg goede kritieken.
En zo stond ik op een avond in januari in het zaaltje De Helling in Utrecht om de band live te zien. En ik werd aardig omver geblazen van wat ik daar zag. In de kern is Voicst een trio, maar daar op het podium stond een volledige bezetting, inclusief blazers (met onder andere Colin Benders voordat hij als Kyteman het Nederlandse muzieklandschap een flinke draai zou geven) en keyboard/DJ/beat-creator About. Met de nodige video projecties en requisieten werd zo een zeer professionele en geavanceerde show weggegeven.

“Dit bandje gaat ver komen”, dacht ik toen. Want naast al het visuele spektakel had Voicst ook de liedjes. A Tale Of Two Devils was hun tweede na debuut 11-11 en beide albums staan vol met sprankelende, puntige pop-songs met een alternatief randje. Zanger/gitarist Tjeerd Bomhof lijkt daarbij een abonnement te hebben op hooks, riffs en melodielijnen die gelijk in je hoofd vastprikken maar gaat tegelijkertijd niet steeds voor de meest geijkte weg.
De tweede single van A Tale Of Two Devils is daar een goed voorbeeld van. Feel Like A Rocket is nog geen tweeëneenhalve minuut lang maar wel compleet. De voornaamste melodielijn wordt gespeeld door blazers. Meeneuriën gaat vanzelf.

“Dit bandje gaat ver komen”, dacht ik dus. Want Feel Like A Rocket had ook nog een leuke videoclip. Animatie, dus lekker kleurrijk. Alleen… de single deed niets. Niet veel airplay op radio of TV. Geen hitnotering in de lijsten. Geen links op buitenlandse muzieksites.
Gelukkig ging het live wel beter. Want waar het jaar voor Voicst begon met optredens in de kleine zaal van de Melkweg en De Helling (wat een beetje een dependance was van het oude Tivoli) eindigde het met uitverkochte concerten in het echte Tivoli en Paradiso, met daartussen onder andere ook Pinkpop.

Maar toen werd het helaas stil. Drummer Joppe Molenaars zit nu bij Bettie Serveert. Tjeerd schreef mee aan albums voor andere artiesten (zo verschillend als Anouk en Roosbeef) en starte een solo-carrière als Dazzled Kid. In die hoedanigheid is hij nu wel weer op de radio te horen, in samenwerking met rapper Sticks. Als Dazzled Sticks hebben ze net een interessant album uit, vol met hooks, riffs en melodielijnen die gelijk in je hoofd vastprikken, samen met de intelligente raps van Sticks.
Hopelijk komt hiermee wel de doorbraak, want zoveel sprankelende en inventieve ideeën mogen gehoord worden door een groot publiek.

P.S. Bij het schrijven van dit artikel kwam ik erachter dat Everyday I Work On The Road ook nooit verder is gekomen dan de tweede positie in de tipparade. Dus ook geen hit terwijl het wel een had mogen zijn. Maar goed, dat nummer kreeg tenminste nog wat airplay.

Keuze Freek Janssen: The BPA, David Byrne & Dizzee Rascal – Toe Jam (2009)

Super aanstekelijk, een hippe hiphopper en een cultheld, wat wil een mens nog meer?

Ik ben zo iemand die graag over muziek praat. Iets té graag, volgens sommigen.

Zo gebeurde het dat ik op een camping erachter kwam dat een oom van mijn vriendin fan is van David Byrne. Net in die tijd had ik Toe Jam onlangs op de radio gehoord, en ik wist het zeker: dit was de geheide comeback van Byrne. ‘Let op mijn woorden: dit wordt een nummer 1-hit.’

Het liedje haalde niet eens de hitlijsten.

Waar het mis ging? Geen flauw benul. Het heeft alle ingrediënten: het is super aanstekelijk, een pikante clip, een hippe hiphopper en een cultheld. Wat wil een mens nog meer?

Een hit, verdorie!

Keuze Tricky Dicky: Meat Loaf – Los Angeloser (2010)

Marketing blunders

Toen zijn Hang Cool Teddy Bear uitkwam, was mijn eerste gedachte of Meat Loaf wellicht teveel bepaalde paddenstoelen had geconsumeerd toen hij deze titel uitkoos. En kennelijk stond ik niet alleen, want vrijwel iedereen vond het een vreemde naam voor een plaat. Ik sluit niet uit, dat het mede een reden is waarom het album niet goed zou verkopen.

Echter, toen ik de single van het album hoorde was ik er van overtuigd dat het een enorme hit zou worden. Een pakkende melodie met grappige titel en teksten, en een lekker tempo; zo’n deuntje dat in je hoofd blijft rondgaan. Kat in het bakkie, dus. Gelukkig had ik er geen geld op gezet, want het deed HE-LE-MAAL niets. De videoclip leek grappig, maar sloot niet aan bij de tekst; je verwacht iets over een toyboy en niet de (waan)beelden van het eventueel toekomstig leven van een gewonde soldaat.

Twee marketingfoutjes, of is de humor van Meat onbegrepen? Ik wacht in ieder geval niet in spanning op zijn Oudejaarsconference. Niet leuk dus voor onze bolle uit Dallas, die op zijn 13de al dik (pun intended) 90 kilo woog. Hij komt uit een familie van Dik Trom’s, want zijn vader was 150 kilo en zijn oom woog meer dan 300 kilo’s schoon aan de haak. Hij heeft zijn artiestennaam dus goed gekozen. Op zijn 21ste deed hij mee aan de Broadway produktie van Hair, maar weigerde (de hemel zij dank) naakt op te treden. Dat had een heel nieuwe dimensie aan de titel Hang Cool Teddy Bear gegeven.

Niet alleen de single was een flop; het album ontving dan wel platina in Engeland, maar wereldwijd waren de verkopen tegenvallend. En dat is wél vreemd, want het is een uitstekende plaat met gastoptredens van Justin Hawkins (The Darkness), Steve Vai, Brian May en Hugh Laurie.

De single Los Angeloser gaat over een man, die onderhouden wordt door zijn (welgestelde) vriendin in ruil voor gezelschap en regelmatige ‘massages’. Ik hoef dit toch niet nader uit te leggen, evenals de titel van het lied? Nee toch? Hè?

I’m just a white boy
I play the guitar
I put my pants on
I drive a shit car

And she says, Darling
One thing you got to understand
As long as I am satisfied
Well, you will always be my man

Oeps, het was toch een hit. Ik kom er net achter dat de plaat in Engeland wel de 107de plek wist te veroveren.

Keuze Danny den Boef: Tribes – Sappho (2011)

Mooi als ruimtegolfjes

De afgelopen week werd met name voor het grootste deel beheerst door twee zaken: het Correspondent’s Dinner waarin minister-president Rutte voor één keer een behoorlijk groot deel van de vaderlandse media uit zijn hand liet eten door met een aantal toch best wel aardige grappen te komen. Het andere nieuws dat overheerste was de ontdekking van de zogenaamde zwaartekrachtgolven. Einstein riep 100 jaar geleden al dat die dingen bestonden, en nu heeft men ze dan eindelijk gevonden. Ik heb er veel over gelezen en veel over gezien, maar ik snap er nog steeds helemaal niks van. Het lijkt alsof ik aan een soort van kosmische Alzheimer lijdt. Ik zie het. Ik lees het. Ik probeer het te begrijpen. Maar het zinkt gewoon niet in. De informatie verdwijnt ergens in mijn hersenen in een al even indrukwekkend zwart gat, zo lijkt het.

Een onderwerp dat ongetwijfeld van een nog groter wetenschappelijk belang zou kunnen zijn, is de vraag waarom het éné nummer nou een monsterlijke hit van wereldformaat wordt, en het andere nummer – vaak minstens zo goed of zelfs nog beter – niet. Hoe dat kan, daar zullen we wel nooit achter gaan komen. Al weet je het nooit met al die ruimtegolven. Misschien vangt over anderhalf miljard jaar een ander zonnestelsel wel een muzikaal golfje vanaf onze fijne planeet op. Maar goed, dat maken wij met z’n allen toch niet meer mee.

Muziek is zoals ik al zo vaak geroepen heb, iets volledig ongrijpbaars. Het is er wel, in welke vorm dan ook, en het is tastbaar. Vrij letterlijk zelfs. Pak een CD, een plaat, of het internet erbij en zie daar: muziek. Je speelt iets af en je hoort muziek. Tastbaar.

Toch is en blijft het een fascinerend en ongrijpbaar fenomeen. Waarom raakt sommige muziek je zo diep? Waarom word je zo ontzettend blij van bepaalde muziek, of juist zo ontzettend treurig van het andere? En waarom is Hello van Adele 1,2 miljard (MILJARD!) keer bekeken en blijven andere nummers steken op een wat schamele duizenden plays. We weten het niet.

Dat een goed nummer niet synoniem is voor een grote hit, dat bewijst deze prachtige site maar al te vaak. De nummers die men kent  zijn pas het topje van de muzikale ijsberg. De rest van de ijsberg bevindt zich onder water en scheurt het hart van de lezers open als de boeg van de Titanic om die vervolgens vol te laten lopen met de allergrootste onbekende parels uit de muziekgeschiedenis.

In 2011 hoorde ik op de Britse radio een nieuw nummer van een band waar de DJ van dienst (geen idee wat zijn naam was) helemaal weg van was. Ik luisterde terwijl hij het nummer van deze band startte. De band heette Tribes en het nummer Sappho. Ik hield er meteen van. Het was alsof ik weer voor de eerste keer een truffel at. Ik wist het gelijk: dit gaat voor de rest van mijn leven nooit vervelen. Instant liefde. Dat wist ik zeker. Wat was dit een ziekelijk goed nummer!

Ik zocht het meteen op en ik bleef het draaien. Uiteraard gooide ik het op alle social media om mensen net zo enthousiast te krijgen. Ik probeerde zelfs nog wat radio DJ’s te porren, maar verder dan Michiel Veenstra op 3FM in de avond is het volgens mij niet gekomen. Ik weet wel dat hij er erg enthousiast over was en het nummer meteen draaide.

Jullie raden het al, van het nummer heeft daarna nooit iemand meer iets gehoord. Ook de band hield twee jaar later op te bestaan. Ik heb dus geen idee wat er verder van ze geworden is. Zijn ze doorgegaan met muziek maken? Zijn ze gaan produceren? Gaan schrijven? Of staan ze nu gewoon bij de Kentucky Fried Chicken buckets te vullen met stukken gefrituurde kip? Niemand weet het. Wat ik wel weet is dat ik dit nummer sinds die tijd toch nog met enige regelmaat draai.

Wat ik ook weet is dat ik voor de rest van mijn leven niet kan, en misschien niet wil snappen, dat dit geen wereldwijde hit geworden is. Wat mij betreft had dit nummer en deze band alle potentie om een hit van wereldformaat te worden.

Luister en oordeel zelf. Wat dat oordeel ook is, in mijn playlists zal het altijd die monsterhit blijven die het in mijn hoofd nog steeds is. Net zo ongrijpbaar en mooi als ruimtegolfjes van anderhalf miljard jaar geleden.

Keuze Martijn Vet: The Temperance Movement – Only Friend (2013)

Headliner voor Lowlands 2018

Dat moest goed komen. Een onontkoombaar debuut in het najaar zou ongetwijfeld worden gevolgd door een paar legendarische clubshows in de winter en het volgende voorjaar. Een jaar later zouden twee miljoen Nederlanders verklaren dat ze daarbij waren geweest. De triomftocht van de band zou inmiddels verder zijn gegaan. Langs alle zomerfestivals. In veel te krap bemeten tenten, ‘s ochtends om tien uur en niet, zoals het hoorde, rond de klok van bier.
Die domme programmeurs ook, ze hadden toch op hun klompen kunnen aanvoelen dat The Temperance Movement in negen maanden tijd zou uitgroeien tot een act van het kaliber Kings of Leon?

Ach ja. Bij de clubshow in W2 kon ik helaas niet aanwezig zijn, maar het was erg goed, begreep ik uit een tweetal tweets. En op zoek naar een video zie ik nu dat ze negen maanden na dat debuutalbum wel degelijk op Werchter speelden. Maar om nou te zeggen dat de hele festivalweide mee-oooh-hooo-hooo’de, nee.

De Britse band The Temperance Movement doet met zijn puike bluesrock denken aan een kruising tussen The Black Crowes en AC/DC. Soms bijna plat, maar sterk en oprecht genoeg om hun debuut uit 2013 in mijn jaarlijst te doen belanden (ja, dat was ik). Catchy genoeg bovendien om festivals plat te spelen.

Ik zeg: komt alsnog goed. De Kings of Leon maakten ook een grandioos debuutalbum. Net als bij The Temperance Movement kon ik dan weer niet zo veel met het tweede album. Daarna werd het niet veel beter, maar kwam wel het grote succes. Ik zeg: headliner voor Lowlands 2018.

 
 

1 Comment

  1. Terence Breurken

    (Ook gepost op de Facebook pagina)

    U2 – Bad

    Een nummer van het 4de album uit 1984, “Unforgettable Fire”
    een nummer dat als je het menig fan en bandlid van U2 vraagt, hun wereldwijd op de kaart heeft gebracht.
    Op 13 July 1985 speelde ze dit als tweede nummer op Live Aid, het zou het een-na-laatste nummer worden, maar omdat Bono tijdens het nummer naar de voorkant van het publiek liep om een vrouw te redden van bedrukking (wat later pas bekend werd) en met haar te dansen.

    Het publiek, de pers en zelfs de band wist niet wat Bono precies deed, en Larry heeft zelf gezegt dat hij dacht dat dit het einde was van hun carriere.
    Later bleek dat het beste moment te zijn, niet alleen van de band zelf, maar zelfs van de gehele dag!

    Radio DJ’s spelen dit nummer maar al te graag af, de Live Aid versie of de versie op het meesterlijke “Wide Awake in America” EP.

    Waarom dit nooit een single is geweest? geen idee, maar bekijk hier de Live Aid optreden voor wie benieuwd is en U2 van hun meest briljante kant wilt zien.

    https://www.youtube.com/watch?v=2zIW8qDPhos

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.