Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: liedjes over andere artiesten

De volledig gelukkige liedjesschrijver, die moet nog worden uitgevonden. De beste albums worden geschreven en opgenomen na een periode van misère, mislukking, drugsgebruik en verbroken relaties.

Je hoeft natuurlijk niet alleen te putten uit je eigen ellende en onvolkomenheden voor een nieuw liedje. Ook over andere artiesten is het prettig zingen. Er zijn zelfs hele playlists over samengesteld door onze bloggers Frank Meeuwsen en Martijn Vet.

Het mooie aan Ondergewaardeerde Liedjes is dat als je onze bloggers los laat op een thema, je onverwachte verbanden krijgt. Er zijn twee artiesten die twee keer terugkomen – zowel aan de uitvoerende kant als aan inspiratiezijde.

Keuze Jaap Bartelds: Carly Simon – You’re So Vain (1972)

Warren Beatty is zo ijdel, dat hij waarschijnlijk denkt dat het liedje over hem gaat

Alleen al vanwege de prachtige live-video nomineer ik Carly Simon’s You’re So Vain. Carly zit achter een vleugel, haar haren wapperen in de wind terwijl de bootjes voorbij varen en het hele publiek zingt het refrein woord voor woord mee: You’re so vain… You probably think this song is about you.

Iedereen lijkt wel iemand te kennen waar zo’n liedje op slaat. Carly Simon heeft echter nooit onthuld wie de You in haar liedje nu eigenlijk is. Ze houdt al ruim 42 jaar haar mond over het lijdend voorwerp van You’re So Vain, maar er zijn sterke vermoedens dat het gaat over Warren Beatty, wat eind jaren tachtig werd gesuggereerd in een interview met Carly. Anderen dachten aan Mick Jagger, maar dat ontkrachtte ze in 1983 in de Washington Post.  Tien jaar later verklaarde de ex van David Bowie, Angela, dat zij ‘the wife of a close friend’ was die in het lied voorkwam. Zij werd in de jaren zeventig een tijdje belaagd door Mick Jagger, wat natuurlijk een dankbaar onderwerp is voor een lied.

Dus toch?

Nee hoor, zei Warren Beatty zelf. In 2007 riep hij: ‘Laten we er maar eerlijk over zijn: dat lied gaat over mij.’ Warren is inderdaad ijdel genoeg om dat over zichzelf te roepen, en dat is nu juist de clou van het verhaal. Wil hij te graag of gaat You’re So Vain écht over hem? We zullen het pas zeker weten als Carly besluit haar geheim te onthullen. In de tussentijd zijn er overigens meerdere kapers op de kust geklommen, dus kunnen we alleen maar speculeren.

Keuze Martijn Vet: Living Colour – Elvis Is Dead (1990)

Waarin Little Richard rapt dat Elvis een geweldige performer was. Maar hallo, hij was écht niet de enige!

Liedjes waarin een andere artiest wordt genoemd, zijn vaak uiterst vleiend óf behoorlijk kritisch. Kritisch is Elvis Is Dead zeker. Iedereen die beweert de King tijdens het shoppen te hebben gespot, is natuurlijk hartstikke gek. En waarom gaat altijd alle aandacht naar deze blanke meneer, terwijl heel wat zwarte artiesten minstens zo invloedrijk waren?

A black man taught him how to sing
And then he was crowned king

Lekker boos dus, maar toch ontbreekt de nuance niet. Een van die andere invloedrijke artiesten, Little Richard, horen we rappen (!) dat Elvis absoluut een geweldige performer was. Alleen was hij niet de enige.

Elvis Is Dead stamt uit de hoogtijdagen van de crossover. Metal, funk, rap, het moest allemaal kunnen, het liefst in één nummer. Bijna 25 jaar later klinkt het wat gedateerd, maar de adrenaline is nog altijd aanstekelijk. En Elvis is nog steeds dood.

Keuze Frank Meeuwsen: Pavement – Unseen Power of the Picket Fence (1994)

Eerlijk is eerlijk, ik ben nooit echt fan geweest van Pavement. Met hun doorbraak Crooked Rain Crooked Rain uit 1994 zat ik nog midden in de nadagen van de grunge en kon ik die indie-sound van Pavement niet echt waarderen. Nou OK, behalve Unfair. Dat blijft wel een lekker nummer.
Maar in die tijd hoorde ik eveneens een ander album, No Alternative. Een compilatie van alternatieve supersterren van de jaren negentig. Buffalo Tom, Smashing Pumpkins, Soundgarden, Beastie Boys, Breeders en Nirvana. Zij aan zij stonden ze op dit topalbum waarvan de opbrengsten naar AIDS onderzoek gaan. Samen met Pavement. Met het wat vervreemde Unseen Power of the Picket Fence. Een hommage aan dé invloedrijke band van die tijd: R.E.M.

There’s some bands I’d like to name check
And one of them is R.E.M.
Classic songs with a long history
Southern boys just like you and me
R.E.M.!

Het hele nummer is opgedragen aan Michael Stipe en consorten. Met een klein uitstapje naar de Burgeroorlog en de slag om Henry Hill, als vergelijking hoe belangrijk R.E.M. was en is voor de alternatieve muziek. Het is echter niet alleen een lofzang voor de R.E.M. Zanger Stephen Malkmus is eerlijk over zijn favoriete R.E.M.-nummers Time after time is my least favourite song zingt hij halverwege. Later legt hij het uit als: “Ik vind het geen slecht nummer, maar op een lijstje van favoriete nummers zou het minst favoriet zijn.”

Michael Stipe was volgens journalisten vereerd met de name-check door de indie-band. Hij gaf de suggestie dat Pavement bij een MTV Special rondom No Alternative het nummer als een serenade aan hem op zou dragen. Volgens de overlevering heeft Pavement dat wijselijk afgeslagen.

Keuze Martijn Janssen: R.E.M. – Let Me In (1994)

De noodkreet van de nabestaanden van Kurt Cobain, in een gitaarmuur van eenzaamheid en machteloosheid

Voor velen sloeg het nieuws in als een bom, op 8 april 1994. Kurt Cobain werd dood aangetroffen in zijn woning. Zelfmoord. Naast de publieke rouw bij zijn vele fans was er natuurlijk ook de vertwijfeling bij hen die dichter bij hem stonden. De gebruikelijke, maar altijd knagende vragen kwamen naar boven als ‘Hadden we het aan kunnen zien komen?’ ‘Had ik iets kunnen doen om het te voorkomen?’

En vooral: ‘Waarom??!?’

In de periode na Cobain’s zelfmoord waren hij en zijn dood het onderwerp van een aantal nummers. Zo bracht Neil Young, een artiest waar Kurt Cobain veel respect voor had, het nummer Sleeps With Angels uit van het gelijknamige album. En ook The Scene schreef een nummer voor hem, Junkie Met Talent van hun album Arena.

In de periode voorafgaand aan zijn dood had Cobain ook meerdere malen R.E.M. geroemd als voorbeeld voor de richting waarin hij Nirvana wilde zien. Zo werd Nirvana’s single Pennyroyal Tea onder handen genomen door R.E.M.-producer Scott Litt. Cobain was ook bevriend geraakt met Michael Stipe.

In september van 1994 kwam R.E.M. met een nieuwe plaat, Monster. Het album was luid en levendig, een hele verandering met het grotendeels verstilde Automatic For The People. Het album werd niet door iedereen goed ontvangen, want het was geen tweede Automatic For The People of Out Of Time en had geen nummers in de stijl van Losing My Religion of Everybody Hurts. Maar persoonlijk vind ik het nog steeds een erg goede plaat. Anders is namelijk niet slechter.

Temidden van het uitbundige gitaargeweld bevat het album ook het nummer Let Me In. Hoewel het nergens expliciet staat vermeld gaat het over Kurt Cobain. Michael Stipe staat bekend om zijn soms wel heel erg cryptische teksten en die zijn ook hier aanwezig. Maar zinnen als I only wish that I could hear you whisper down en I had a mind to try to stop you refereren toch redelijk direct naar Kurt’s situatie.

Temidden van een gitaarmuur, die desondanks niet heavy klinkt, maar eerder eenzaamheid en machteloosheid uitdrukt, verwoordt Michael Stipe de twijfel, de pijn en ook de noodkreet van de nabestaanden. Heyyyyyyyyyyy, let me in.

Keuze Edgar Kruize: The Posies – Grant Hart (1996)

Maakt dat je meer van Hüsker Dü wil gaan ontdekken, in plaats dat je er niet meer naar kan luisteren

Liedjes over andere muzikanten zijn een raar fenomeen. Er naar luisteren is bijna alsof je stiekem een geheim over een ander hoort, waardoor je die persoon nooit meer normaal kan aankijken. In veel gevallen is het met de liedjes dan zo dat je de band of artiest die wordt geëerd niet meer normaal kan beluisteren.

Grant Hart, drummer en liedjesschrijver van Hüsker Dü, is dat lot bespaard gebleven. The Posies hebben in hun puntige ode aan de man en zijn band in een rake schets het muziekklimaat van midden jaren negentig geschetst én er een dosis persoonlijke nostalgie aan gekoppeld. Dat laatste door te refereren aan tracks als Keep Hanging On, of aan de releasedatum van het album New Day Rising, omlijst door herinneringen uit die dagen. Zoals muziek altijd het sterkst is in combinatie met een sterke herinnering.

Dat eerste door deze zinsnede:

Nervous children making millions: you owe it all to them
Power trios with big-ass deals: you opened for it then

Het laat zich raden over welk trio dat laatste gaat. Want de grootste alternatieve rockhit van een paar maanden voor Grant Hart op het fenomenale album Amazing Disgrace het levenslicht zag, was natuurlijk een Hüsker Dü-cover door een powertrio.

De track door The Posies is in de jaren die volgden uitermate veelzijdig gebleken. De albumversie is ronkende powerpop, live (te horen op het live-album Alive Before The Iceberg) werden er flink wat tandjes bijgezet en buitelden de bandleden bijna over elkaar heen om het eerst bij de finish te zijn. Enige tijd na het (allesbehalve permanent) uiteenvallen van de band, speelden Ken Stringfellow en Jon Auer akoestische shows als duo. Grant Hart was daarbinnen (getuige de live-release In Case You Didn’t Feel Like Plugging In) een loom maar nog immer pakkend rustpunt.

De boodschap blijft in elke versie echter intact. Alternatieve rockmuziek zoals die in de jaren negentig populair was en de hitlijsten bestormde heeft veel aan de liedjes van Grant Hart te danken. Een nummer als dit maakt dat je het werk wil gaan ontdekken, in plaats dat je er niet meer naar kan luisteren.

Keuze Marjolein van Elteren: Zita Swoon – Song For A Dead Singer (1998)

Een prachtige ode aan Jeff Buckley, de man die dubbel zo hard leefde als andere mensen

Dertig jaar was hij, Jeff Buckley, toen hij in de Wolf River Marina een korte duik nam voor hij weer terug de studio in zou gaan om te werken aan zijn 2e album. Hij verdween, vermoedelijk meegesleurd door een onderstroom, en een week later vond men zijn lichaam.

Stef Kamil Carlens kreeg via via een cassette van Grace, Buckley’s eerste album. Dat maakte diepe indruk. Hij werd een grote fan van Buckley en zijn muziek. Hij zag Buckley meerdere keren live en omschreef hem als een charismatische man, iemand die dubbel zo hard leefde als andere mensen. Een artiest die nog zoekende was naar zijn stijl, soms moeite had met de enorme hoeveelheid emoties in zijn muziek. Een natuurkracht en intens persoon.

Het is dus ook niet gek dat op het in 1998 uitgekomen album I Paint Pictures on a Wedding Dress van Zita Swoon, de band van Stef Kamil Carlens, een ode staat aan Jeff Buckley met de niets verbloemende titel Song for a Dead Singer. Een nummer met een prachtige opbouw, rustig en voorzichtig in het begin, maar uiteindelijk vol kracht, emotie en prachtige kenmerkende uithalen van Carlens. Een prachtige ode aan Jeff Buckley.

Some Mississippi River
Took you one bad day

Who wounds himself with roses?
Who dares the saddest song?
Who struggles with his lover’s needs?
Who dares to carry on?

Keuze Freek Janssen: LCD Soundsystem – Daft Punk is Playing at My House (2006)

Met een flinke portie jolijt-ah

Joligheid en muziek, dat is een combinatie die ik al heel lang niet meer leuk vind. Dat ik ooit als puber heb gelachen om Mucky Pup; god weet waarom.

Daft Punk is Playing at My House is jolijt ten top. Je hoort James Murphy hardop filosoferen hoe het zou zijn om Daft Punk bij hem thuis te laten spelen. Waarbij hij ook nog even de draak steekt met hun Franse accent: in the basement-ah.

In de hoogtijdagen van LCD Soundsystem heb ik de band nooit een eerlijke kans gegeven, maar dat was simpelweg omdat 3Voor12 er toen zó hard mee dweepte, dat ik uit pure recalcitrantie weigerde de band tot me te nemen. Puberaal, he?

Het is overigens niet zo dat LCD Soundsystem de draak steekt met Daft Punk, destijds een van hun ‘concurrenten’. In tegendeel, verklaarde James Murphy in een interview met ireallylovemusic:

I tried to get them to play a house party. I love house parties from when I was a punk rock kid and I had spent so long obsessing on what was missing from indie rock that was present in dance music that I forgot what was present in indie music that was missing from house music. I just had this idea that someone might have gone through the same epiphany with dance music that they had and then ended up saving up to have Daft Punk to play in their basement.

Wat denk ik Daft Punk is Playing at My House zo geweldig maakt, is die koebel. Het liedje is al een aanstekelijke mengvorm van punk-rock en house, maar de koebel brengt éxtra schwung.

En een flinke portie jolijt-ah.

Keuze Rard Spätjens: Daft Punk – Giorgio by Moroder (2013)

Een eerbetoon zoals het hoort, potdomme!

Daft Punk weet waar Abraham de mosterd haalt. En ze weten die mosterd een heerlijk smaakje mee te geven.

Al op hun eerste album eerden ze hun helden in het nummer Teachers. Een droge opsomming van artiesten die van grote invloed zijn geweest op een fantastische beat (maar geen Giorgio!).

Op het tweede album werden verschillende disco-gems omgezet tot een soort van disco-techno-funk die zijn weerga niet kent. Luister bijvoorbeeld naar Cola Bottle Baby van Edwin Birdsong en daarna naar Harder, Better, Faster, Stronger. Mosterd met een smaakje, zo concludeerde Roland Kroes al eens in de Battle Der Drankliederen.

En dus werd het op hun laatste album tijd om hun grootste held te eren: Giovanni Giorgio Moroder. Deze discokoning en housegrondlegger is van grote invloed geweest op de Gemaskerde Vrienden uit Frankrijk.  Hoe eer je een artiest het beste? Door doodleuk zijn beste nummer sinds jaren te maken.

DP wilde een muzikale mini-documentaire maken over Moroder. Ze vroegen hem om zijn levensverhaal te vertellen in de studio en daaromheen werd een prachtige soundtrack gebouwd. Laat die soundtrack nou net een ultiem Moroder-nummer worden.

Een mooie, relaxte opbouw met een op een gegeven moment een click in het nummer, precies op aangeven van Giorgio: And I didn’t have any idea what to do but I knew I needed a click, so we put a click on the 24 track.

Hij praat verder over the music of the future en over once you want to free your mind about a concept of harmony and music being correct, you can do whatever you want. En dat is precies wat DP hier doet. Ze creëren ze muziek van de toekomst en laten zich aan het eind van het nummer helemaal gaan en doen helemaal wat ze willen. Het nummer komt tot een onnavolgbare climax (waar ook weer theorieën over bestaan), precies zoals potdomme hoort bij een eerbetoon!

Afbeelding: still uit Elvis is Dead van Living Colour.

 

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *