Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Ja, jaah, jaaahhh…! De extase-battle

Deze is voor de explosies en voor de emotionele climaxen. Maar ook voor de onverwachte wendingen die je van je stuk brengen. En voor de muzikant die zó ultiem opgaat in zijn muziek, dat je er als luisteraar niets anders kan dan blijven luisteren. Of gewoon voor vier minuten complete ecstasy.  Dat, en al het anderen waar wij zoal extatisch van kunnen genieten.

Keuze Martijn Janssen: Prince – The Cross (1987)

Een geniaal eenmansorkest dat je ziel bevrijdt

In extase raken? Dan zijn er een paar mogelijkheden. Religie, seks, drugs of rock ‘n roll. Om met die laatste te beginnen; een lied onder de aandacht brengen waarin het hoogtepunt komt omdat het over muziek gaat resulteert wel in een hele erge meta bijdrage. En met religie, seks of drugs heb je dan nog steeds keuze zat.

De combinatie van religie en seks leidend tot een hoogtepunt is al tijden een hele vruchtbare in de muziek. Dit komt vooral terug in de soulmuziek. Vaak is het niet duidelijk of het onderwerp in vele teksten nu een man (of vrouw) is of een nog hoger gezelschap. Welk gedaante het onderwerp ook heeft, in veel soul-liedjes bereikt de artiest een hoogtepunt door de aanwezigheid van (en handelingen met) het stimulerende hoogtepunt.

Prince is over het algemeen wat duidelijker en houdt de twee onderwerpen strikter gescheiden. Over het algemeen weet je met enige zekerheid of hij het nu heeft over een vrouw of over een hogere macht. Maar waar hij vooral bekend staat als kleine grote geilneef en His Royal Badness zijn zeker ook zijn religieus getinte nummers zeer de moeite waard.

The Cross is hier een perfect voorbeeld van. Over zachte aanslagen op de gitaar begint Prince te zingen over de terugkeer van Jezus op aarde. Maar na dit onzekere begin komt langzaam het vertrouwen bij Prince en de boodschap die hij verkondigt. In hetzelfde rustige ritme wordt op een drum geslagen (eveneens door Prince, die alle instrumenten bespeelt die in dit nummer voorkomen), alsof het tot leven is gekomen en een hartslag heeft gekregen. Halverwege gaat Prince helemaal los. De drums zwellen aan, de gitaren gaan ronken en Prince begint het uit te schreeuwen.

Black day, stormy night
No love, no hope in sight
Don’t cry for
He is coming
Don’t die without knowing the cross

De Dag Des Oordeels is aangebroken. Hallelujah!

P.S. En hoe zit het dan met extase en drugs? Naar verluidt heeft Prince eenmaal XTC ingenomen. Naar aanleiding van de trip die hij toen kreeg besloot hij dat de opvolger van Sign O’ The Times, waar The Cross opstaat, geschrapt moest worden. Dus geen Black Album, maar in plaats daarvan Lovesexy. Stimulerende middelen leiden niet tot muzikale hoogtepunten.

Tenminste, niet bij Prince.

Keuze Eric van den Kieboom: Gary Moore – Parisienne Walkways (live at Montreux, 1990)

Dat moet je gewoon ondergaan zoals Gary dat zelf ook onderging elke keer dat hij dat speelde

Mmm, de extase-battle, wat moet je daar mee? Gaat het over je favoriete liedje of over een deel van een song waarvan je in hogere sferen geraakt? Het eerste wat in me opkwam was Question van The Moody Blues. En dan bepaalt dat deel van de song waar het me niet lukt om het NIET  mee te zingen ,

I’m looking for someone to change my life,
I’m looking for a miracle in my life,
And if you could see what it’s done to me,
To lose the love I knew

Could safely lead me to,
The land that I once knew,
To learn as we grow old,
The secrets of our soul.

Maar eigenlijk is er maar één song die echt voor de extase-battle in aanmerking mag komen en dat is Gary Moore’s Parisienne Walkways, gespeeld in Montreux. De manier waarop hij het speelt en hoe het op je over komt, daar is geen verhaaltje voor nodig. Dat moet je gewoon ondergaan zoals Gary dat zelf ook onderging elke keer dat hij dat speelde.

Keuze Ton van Hoof: Suede – Still Life (1993)

Explosie van extaseverhogende bombast

Extase: toestand van verrukking waardoor je jezelf niet meer bent. Het moment van verrukking kan verschillende oorzaken hebben. Bij mij ontstaat een moment van weemoed als ik Still Life van Suede beluister.

Waarom dan? Het begin als met het lang opzwellende intro, waarbij de band de tijd er voor uittrekt om heel rustig te beginnen. Daarna vraagt zanger Brett Anderson zich hardop af of het leven nog wel interessant is voor hem. Vol weemoed, vol verlangen naar mooie tijden. Later concluderend dat het zo is. Er is en blijft ‘een leven’. Althans, dat is mijn interpretatie ervan.

Maar iedereen die de muziek en teksten van Suede kent (britpop met schitterende bombast), weet dat er velerlei opvattingen kunnen zijn. Maar dat begint de liedje te ontaarden in een bombast die zijn weerga niet kent. Suede trekt alle registers open, en als je denkt: ‘dit is het’. De bombast komt tot zijn climax en het liedje lijkt weg te sterven, komt er een bombast 2.0. Nog grootser, de registers nog verder open, gitarist Bernard Butler die zijn gitaar laat klinken als een zwerm vogels die vertrekken met de wind.

And this still life is all I ever do
But it’s still, still life

En dat laat mij, in de juiste setting, in extase achter. In totale weemoed, zielsgelukkig, maar ook met natte ogen. Wat kan muziek toch vreselijk mooi zijn. Still Life is het ultieme voorbeeld daarvan en brengt mij keer-op-keer in extase.

Keuze Eric van den Bosch: Fishbone – Party At Ground Zero (1995)

Want ‘feesten to the max’

Bij extase denk ik vooral aan feest. En bij feest denk ik aan Fishbone.Party At Ground Zero, om precies te zijn.

Er is ooit een video bij gemaakt, waarvoor duidelijk géén budget was. Het doet bijna af aan de heerlijke mix van ska, funk en rock die Fishbone je voorschotelt. Gelukkig is er een live-video die Fishbone in al zijn glorie laat zien: een vol podium, met feestende, springende, zweterige heren en een publiek dat net zo hard meefeest. U moet wel even bedenken dat Ground Zero bij verschijning nog niet de lading van de aanslagen op de Twin Towers had.

Dat neemt niet weg dat de tekst wel degelijk over een soort apocalyps gaat. Maar net voor die apocalyps mag u samen met Fishbone nog even feesten to the max. Wat zit u hier nog te lezen? Hup! Versterker op elf, stoelen aan de kant en voetjes van de vloer!

Keuze Henk Tijdink: Nils Lofgren  – Shine Silently (1995)

Wat nogal ingetogen begint, groeit na vijf minuten uit in een magisch extatisch moment dat je gewoon móet zien

Een blik op de Snob 2000: niet te vinden. Hij zal toch niet toch in de lijst van Radio 2 staan? Nee, daar staat Nils Lofgren al helemaal niet in. In 2010 voor het laatst….

17 jaar oud was ik toen ik kennismaakte met dit nummer. School, wielrennen en in het weekend stappen, dat waren ongeveer de ingrediënten in mijn leven. En dat alles verbonden met muziek. MTV en 2 Meter Sessies waren de belangrijkste muzikale bronnen, want internet bestond (nagenoeg) niet. Ze zeggen wel eens dat je van alle belangrijke momenten in je leven je precies weet waar je was en wat je deed. Dat heb ik met deze 2 Meter Sessie.

Ik heb hem in ruim 15 jaar slechts twee keer gezien. De eerste keer was ik thuis bij mijn ouders (niet gek, ik woonde nog thuis) en keek samen met mijn moeder. Beiden waren we erg onder de indruk van de prachtige gitaarsolo, maar vooral de passie waarmee het gespeeld wordt. De tweede keer zat ik op mijn studentenkamer op een hometrainer (wielrennen deed ik nog steeds) met op de televisie een compilatie van 2 Meter Sessies En hier kwam deze prachtige opname opnieuw voorbij. En wederom was ik onder de indruk.

Twee jaar geleden kom ik erachter dat er vele prachtige 2 Meter Sessies opnames op YouTube geplaatst zijn. Tot mijn grote vreugde staat Shine Silently van Nils Lofgren er ook bij. Het is een nummer dat je eigenlijk moet zien en niet alleen maar horen. Natuurlijk, alleen geluid is goed, maar de passie waarmee het gespeeld wordt is fascinerend om naar te kijken. Zeldzaam!

De opname duurt zo’n negen minuten. Het eerste gitaargeluid lijkt zowaar op een synthesizer en de stem van Nils ligt ook nog niet helemaal lekker in het gehoor. Het zijn op dat moment nog de prachtige baslijnen en de drums van Andy Newmark (wiens CV, net als dat van Nils Lofgren, behoorlijk indrukwekkend is) die het nummer moeten dragen.

De passie waarmee Nils Lofgren speelt groeit. Na ongeveer vijf minuten speelt niet alleen Nils Lofgren met de ogen dicht; ook Andy Newmark gaat helemaal op in zijn spel en ziet niet wat er om hem heen gebeurt. Wat vervolgens gebeurt is magisch om te zien en niet in woorden te vatten. De bas, drum en toetsen houden vast aan hun prachtige, monotone ritme en het prachtig opgebouwde gitaarwerk brengt het nummer tot een extatisch hoogtepunt.

De kracht van videobeeld is dat je de passie ziet waarmee Nils Lofgren opgaat in zijn spel. Vele jeugdherinneringen zijn groter in je beleving dan in werkelijkheid. Voor deze versie van dit nummer geldt het omgekeerde.

Keuze Hanno Maas: Portishead – Roads (1994)

Ook al weet ik dat veel mensen Portishead waarderen om andere, eh, hoogtepunten

Het zal ergens rond 1995 zijn geweest, dat ik voor het eerst geconfronteerd werd met Portishead. Een goede vriend van me, gecharmeerd van triphop en een behoorlijke stijfpoot, bleef me ermee lastig vallen. Op zich terecht, ik deed bij hem niet veel anders met de bij mij wat populairdere pretpunk. Een tijd waarin nummers en albums weinig afgeluisterd werden en de cd-speler vooral open en dicht ging. Gewild of ongewild.

Ik was ook niet direct onder de indruk van Portishead. Vond het maar zweverig geneuzel, ik stond liever te springen op de dubbele bass van Rodrigo en zijn Satanische Surfers in de WII om maar eens wat te noemen. Tot ergens in 1999, toen ik bij een andere, gezamenlijke vriend die ons muzikaal allebei begreep, Roseland NYC Live hoorde. Mijn muzieksmaak was in die jaren al wel wat verbreed, maar hier kwam de triphop ook keihard binnen.

Ik was meteen verkocht, had de vinylversie van deze plaat binnen de kortste keren in huis. Fantastische live-uitvoeringen van nummers van Dummy en Portishead, met voor mij als absoluut hoogtepunt (hoe toepasselijk) Roads. Stukken beter dan de cd-versie op Dummy, echt een nummer dat uit je boxen knalt als je de stereo open draait! En wat mij betreft nog steeds een van de mooiste nummers ooit. Uiterst subtiel, bijna te traag begin op orgel, het orkest dat langzaam aanzwelt. Beth Gibbons die fragiel en zenuwachtig begint, haar pauzes tijdens het zingen heel bewust kiest en het nummer vol overgave en dramatisch eindigt. Een nummer wat echt opbouwt naar een muzikaal hoogtepunt.

En tja, laten we eerlijk zijn. Met mij kunnen heel wat mensen de muziek van Portishead oprecht op prijs stellen, maar er zijn er misschien nog wel meer die het luisteren voor een andere categorie hoogtepunten.

Keuze Bram Koster: Faithless – Insomnia (1995)

Over voorspel moet je niet lullen

Misschien wel het langste voorspel in de muziek en een van de betere extases. En net als met echt voorspel moet je er niet over lullen, maar… uh, luisteren dus!

Keuze Robin Wollenberg: Underworld – Born Slippy (1995)

Eén grote extacy trip… Born Slippy .NUXX

Eigenlijk is de keuze voor een extase-nummer niet zo heel moeilijk, en beland je al snel in een house-achtige plaat met een opzwepend tempo en ritme. Maar dan 120 bpm is dan al snel het minimum.

Voor mij is Born Slippy van Underworld toch wel de meest ultieme extase-plaat van allemaal. Ondanks mijn voorliefde voor Happy Hardcore, pas ontstaan overigens nadat de muziek al lang uitgedoofd was, steekt deze plaat er met kop en schouders boven uit. Ondergewaardeerd? Wellicht niet, het is tenslotte de bekendste hit van Underworld, maar desondanks kwam het niet verder dan positie 28 in de top 40. Toch gek voor een plaat die velen kennen.

De plaat dankt zijn bekendheid ook meer aan de film Trainspotting, naar het boek van Irvin Welsh. Het vertelt het verhaal van de werkloze Mark, die het leven in Edinburgh kleur probeert te geven door drinken, uitgaan, drugs en voetbal. Absoluut een aanrader met veel, heel veel goede muziek in de soundtrack.

Terug naar Born Slippy. Het nummer is een muzikale vertaling van de rush die je ervaart wanneer een extacypil begint te werken. Eerst de rush, dan de tinteling, steeds weer afwisselen ze elkaar af. En dan, het moment waarop je wel kunt juichen van geluk! Even, heel even is het bestaan zoals het moet zijn! Met 140 bpm geeft Born Slippy dezelfde suggestie van tijdloosheid, zoals iemand die XTC gebruikt zijn/haar trip beschrijft.

Het einde van het liedje beschrijft, volgens frontman Karl Hyde, trouwens een heel ander gevoel. Het is geen lofzang naar de roes, maar een klaagzang over de aanstaande kater. De lyrics in het laatste couplet onderstrepen dat. De song eindigt dan ook met:

And now are you on your way
To a new tension headache

Vaak heb ik op dit nummer gedanst, gezweet, de nacht overleefd. Gek genoeg is mijn beste ervaring met Born Slippy van Underworld wel gelinkt aan een festival, maar wel één waar ik niet was. Nou ja, een klein beetje dan. PukkelPop 2002. Wie het festival kent, kent ook de weg naar Hasselt, die het festivalterrein doorkruist. Elk jaar speelden wij het waterpolo-toernooi van Hasselt dat steevast in hetzelfde weekend wordt georganiseerd. En dat betekent op vrijdagavond het festival doorkruisen. Altijd file, altijd vertraging, maar ook altijd even meegenieten van de act die staat te spelen.

Dat jaar dus ook en net op het moment dat wij het terrein passeren, zet Underworld mij extase nummer in. Groot feest met z’n allen in de auto! Het weekend, het kon niet meer stuk! We speelden niet geweldig dat weekend, maar dat had vast iets te maken met de toon die gezet werd door Underworld. Een handschoen die wij wel moesten oppakken.

Keuze Dimitri Lambermont: Spiritualized – Lord Can You Hear Me (2001)

De gehele Wall of Sound met alle registers – gierende gitaren, het koor jubelt, de trompetten schreeuwen

Ik kwam op het idee voor de hoogtepuntliedjes tijdens een van mijn vele ritten van (of naar) Groningen. Ik had mijn favoriete cd van Spiritualized bij me voor de lange reis van de Randstad naar mijn nieuwe woning in het Hoge Noorden. Niets dan 2,5 uur polder, leegte en je eigen muziek. Het doet iets met een mens.

Tijdens deze reis luisterde ik naar Let It Come Down. Het vierde album van Spiritualized; de band rond frontman Jason Pierce. Tijdens het laatste nummer Lord Can You Hear Me zit zo’n hoogtepunt. Zo’n moment waarop de wolken opengaan en de zon begint te schijnen. Zo’n moment waarop het kippenvel op je armen staat en je mondhoeken gelukzalig omhoog krullen. Extase. Pure extase. Maar daarover zo meer.

Let It ComeDown is uitgekomen op 17 september 2001 en is het vierde album van de band Spiritualized. Opgenomen in Abbey Road en de AIR Studios. Jason Pierce, zanger, gitarist en enige constante bandlid heeft vier jaar gedaan over het album. En dat is niet verwonderlijk met niet minder dan 115 muzikanten, waaronder een volledig orkest en het London Community Gospel Choir.

Ik houd van Spiritualized. Niet veel mensen snappen wat ik er mooi aan vind, maar ik houd echt van deze band. Van breekbaar naar een gigantische Wall Of Sound binnen één nummer, je moet het maar durven. Het is de breekbare stem van Pierce tegenover de meer dan honderd muzikanten die hij om zich heen heeft verzameld. Al jaren koop ik alles blind wat hij uitbrengt. Jason Pierce heeft de gave om The Wall of Sound namelijk menselijk te houden.

Natuurlijk propt hij het hele geluidsbeeld vol. Met trompetten, gitaren, een orkest, een compleet gospelkoor. Triangels als het moet. Natuurlijk is het over the top. Maar daar tegenover is hij zelf breekbaar. De thematiek is breekbaar: de highs en lows van drugsgebruik. Pierce is al jaren grootverbruiker. Na vele jaren ‘taking drugs to make music to take drugs to’ is bijvoorbeeld zijn lever naar de vernieling, maar dat terzijde.

Het is het zoeken naar verlossing. Feesten en de kater. Steeds maar weer. Domme dingen doen. En verlossing zoeken. Weten dat je faalt. Weten dat je menselijk bent. The Twelve Steps kunnen hem ook niet helpen. Hij is op weg naar beneden. En snel ook. Do It All Over Again, Stop Your Crying, The Straight and the Narrow en Out of Sight. Elke misstap wordt bezongen.

Maar Pierce is aan het einde van het album op zijn meest breekbaar. Even daarvoor heeft hij nog gezongen: Won’t Get to Heaven (The State I’m In). Zoals het nu met hem gaat, kan hij de hemel wel vergeten. Het is de ultieme kater. Na een nacht vol feesten, drugs en wangedrag is dit het koude, harde ochtendlicht. Het is een gebroken man die zoekt naar verlossing. Die zoekt naar iets om aan vast te houden. Is het de Lord? Dan is het niet de religieuze Lord. Pierce heeft in meerdere interviews aangegeven het niet religieus te bedoelen. Het is de Lord uit de blues. Uit de rock. Het is de Lord als beeld van een redding voor een verloren ziel. Een ziel die te veel heeft gezien. Te veel heeft gedaan, zoals hij zingt in I Didn’t Mean to Hurt You. Hij maakt alles kapot. De drugs maakt alles stuk. Maar het gevoel high te zijn, is te fijn.

Kun je me wel horen Lord? Kun je me horen? Het is de ultieme vraag… Luistert er eigenlijk wel iemand of ben ik echt helemaal alleen?

Lord Can You Hear Me heeft Pierce al eens opgenomen met zijn eerdere legendarische band Spacemen 3 en komt voor op het album Playing with fire uit 1998. De band Low maakt er een cover van, waarop Jason besluit het nummer nog eens te herzien. Hij maakt er een gospel-ballad van. Na een eenzaam orgel opent Mimi Parker van Low samen met Pierce het nummer. We horen hun breekbare stemmen.

Lord, help me out,
I’d take my life but I’m in doubt
Just where my soul will lie deep in the earth or way up in the sky

De gitaar valt bij en het gospelkoor ondersteunt Pierce tijdens zijn existentiële smeekbede.

Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me, hear me at all?

Kun je me horen? Kun je me eigenlijk wel horen? De rest van de band valt langzaam bij.

All my loves left my side
Can’t get enough of life to keep me satisfied
Oh I’ve lost about everything
Lord, look what shape I am in

Kijk nu eens hoe ik er bij zit Lord. Kun je me horen?

Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me, hear me at all?

Waarna de hemel openbreekt! De gehele Wall of Sound. Alle registers. Het geluidsbeeld knalt in één keer vol. Gierende gitaren. Het koor jubelt. De trompetten schreeuwen. Daar doorheen het steeds hogere orgel. Tranen stromen over mijn wangen. Kippenvel trekt over mijn hele lijf. Nog een keer gaat het voluit. De smeekbede. De vraag. De ultieme vraag. Is daar iemand? Kan iemand me helpen? Kan iemand me alsjeblieft helpen? De eenzame mens op een verrotte aarde.

Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me when I call?
Lord, can you hear me, hear me at all?

Keuze Marèse Peters: The Chemical Brothers – Galvanize (2004)

Niks lekkerder dan een hoogtepunt op de dansvloer

Seks is lekker. Eten is nog lekkerder. Maar het allerlekkerst vind ik dansen. Je kunt het namelijk altijd en overal doen. In je eentje, met je lief of met heel veel verschillende mensen tegelijk. Kinderen doen het zonder erbij na te denken. Het is vrijwel onmogelijk te doen zonder muziek. En wat is er lekkerder dan een hoogtepunt beleven terwijl je op de dansvloer staat?

Het ultieme liedje-met-hoogtepunt is Galvanize van The Chemical Brothers. Typisch zo’n nummer dat zó goed is dat het zijn eigen genre overstijgt. Het begint meteen al met een vet geluidseffect dat je zintuigen op scherp zet. Daarna dat Marokkaans gekruide riedeltje. Coupletje, refeintje, riedeltje, en nog een keer. En zonder dat je het in de gaten hebt, zit je ineens midden in de opbouw naar de climax.

Die opbouw duurt lekker lang: een hele minuut nemen The Chemical Brothers de tijd om je naar hun hoogtepunt te voeren. Dat doen ze in vijf uitgekiende stappen, waardoor je alleen maar wilt schreeuwen: ‘Ga door! Ja, zo! Ja! Ja! Jaaaah!’

Keuze Freek Janssen: Editors – In This Light And On This Evening (2009)

Het hele liedje staat in dienst van 2:50

Alles bestaat bij de gratie van zijn tegenstelling. Het is al jarenlang een van de spaarzame tegeltjeswijsheden die ik regelmatig gebruik.

Noem het een doorgeslagen relativeringsvermogen, of misschien zelfs onverschilligheid, maar de gedachte dat je het alleen leuk kunt hebben als het ook af en toe kut is, heeft mij al door menig kutmoment heen gesleept.

Ik weet niet zeker wie de bron is van deze wijsheid. Ik heb van een vage studievriend die Rutger heette. Rutger las een vaag boek dat Ovidius heette en dat had iets te maken met vage Griekse mythologie en uit dat boek kwam die zin. Ik heb het later nooit meer terug kunnen vinden: als je er nu op googelt, kom je een tweet van mij tegen – en dat was het.

Rutger voegde er altijd aan toe: ‘…en zal dat ook ooit worden’. Omdat ik dat minder vanzelfsprekend vind (behalve bij cycli als dag-nacht, eb-vloed en zomer-winter) laat ik die gemakshalve altijd maar weg.

Tegenstellingen, dus. Een climax bestaat bij de gratie van zijn tegenstelling. En dat is niet de anti-climax, maar de opbouw er naar toe. In This Light And On This Evening heeft misschien niet de meest spectaculaire explosie uit de muziekgeschiedenis, maar zelden heb ik zo’n spannende opbouw gehoord. Alles in het liedje staat in dienst van dat ene moment op 2:50.

I swear to god, in this light and on this evening.
London’s become the most beautiful thing I’ve seen.

Boem.

Keuze Robert Arnold: Woodkid – Run Boy Run (2012)

Het bouwt maar op, en dan: twee handen in de lucht. Wel gevaarlijk achter het stuur.

Beetje mosterd na de maaltijd, deze extase bijdrage, maar ik kon ‘extase’ pas plaatsen na het lezen van jullie bijdrages. Voor mij een van de absolute muzikale hoogtepunten van afgelopen jaar is het album van Woodkid.  Deze Fransoos verdiende zijn voetsporen als videoclip-regisseur. Pareltjes als Katy Perry’s Teenage Dream en Lana Del Rey’s Born To Die komen van zijn hand. Met dank aan Wikipedia, want ik ken deze videoclips niet.

Yoann Lemoine dacht: ‘wat Katy Perry kan, dat kan ik beter’, noemde zichzelf Woodkid en maakte inderdaad waar dat hij het beter kan.

Run Boy Run is het nummer dat opbouwt en opbouwt en resulteert in twee handen omhoog aan het eind. Extase dus. Wel gevaarlijk als je net iets harder dan de toegestaande snelheid na weer een enerverende werkdag naar huis snelt. Dus.

Rennen maar.

 
 

1 Comment

  1. Eric

    Dit was trouwens ook wel een leuke geweest, extase, soort van: http://open.spotify.com/album/6Y3hM9po1BwpdX9y1Jcjks 😉

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.