Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Symfonische Battle

We zaaien natuurlijk graag een beetje verdeeldheid bij Ondergewaardeerde Liedjes. Maar er zijn weinig muziekstromingen waar de snobs zó tot op het bot over verdeeld zijn als symfonische rock.

En dat is niet zo verwonderlijk. Symfonische rock – of prog-rock – is zonder twijfel de meest pretentieuze soort die de pop ooit heeft voortgebracht.

Voor de wortels moeten we terug gaan naar de jaren zeventig. Een jaar of twintig eerder brak de rock ‘n roll door, met zijn drie-akkoorden-liedjes, vaak gebaseerd op bluesschema’s (I, IV en V, voor de muzikanten onder ons). In de jaren zestig werd er al wat gespeeld met akkoordenschema’s, nieuwe instrumenten, liedjesstructuren en langere tracks. Maar dat mocht nog geen naam hebben in vergelijking met de nietsontziende experimenteerdrift van de jaren zeventig.

Niets was meer heilig: een vierkwartsmaat kon net zo gemakkelijk vervangen worden door vijfkwarts, coupletten en refreinen waren voor watjes en een toonsoort was ook maar relatief. De symfonische muziek zocht (en zoekt) de grenzen op van de popmuziek en bracht daardoor veel vernieuwing met zich mee – moeten zelfs tegenstanders toegeven.

Rond 1977 was de symfonische hype op zijn hoogtepunt en maakten de punkers korte metten met die vage gozers en hun synthesizers. Terug naar de drie akkoorden (zei ik akkoorden? Power chords!), twee minuten rammen en dan de kiet afbreken. De symfonische stroming stroomde ondergronds verder en bracht in de jaren tachtig nog grootheden als Marillion en Dream Theater voort.

Of het nu hoogdravende bagger is ‘die misschien technisch wel knap in elkaar zit’ of het beste wat popmuziek ooit heeft voortgebracht, daarover zullen we het nooit eens worden.

Wat nu het meest ondergewaardeerde symfonische liedje is trouwens ook niet, maar dat terzijde.

Keuze Erik Molkenboer: Yes – Close to the Edge (1972)

Veel pretentieuzer, hoogdravender en gedateerder wordt het niet, en toch.

In de inleiding worden er al een paar genoemd: de (vaak terechte) vooroordelen over symfonische rock. Moeilijkdoenerij, pretentieus, hoogdravend. En vanuit 2013 bekeken: gedateerd. Toch heb ik ooit een kortstondige symfoperiode gehad: ik was een jaar of 18, kwam net uit mijn Top 2000-tijd en vond elk nummer waarin veel gebeurde en dat boven de 10 minuten klokte tof . Goed, beide periodes liggen gelukkig ver achter me, maar dat betekent niet dat er niet af en toe een symfonisch nummer in mijn afspeellijstjes opduiken. Pink Floyd en Porcupine Tree sowieso – dat blijven grote favorieten – maar ook liedjes (of eerder: ‘stukken’) van Genesis (Firth of fifth), of deze van Yes: Close to the Edge.

Veel pretentieuzer, hoogdravender en eigenlijk ook gedateerder dan dit wordt het niet: van kerkorgels en pastoraal gezang tot moeilijk synthesizergeweld en dat natuurlijk 18 minuten lang. En toch: hij komt zelfs in 2013 nog af en toe langs in huize Molkenboer, waar het totaal lijkt te misstaan ‘indiecredible’ namen als Unknown Mortal Orchestra en Parquet Courts. Niets leuker dan een afwisselende (digitale) platenkast. Soms is het gewoon erg fijn om te verdwalen in dit pretentieuze gedoe (en dan kun je ‘pretentieus’ ook prima stiekem vervangen door ‘avontuurlijk’).

Succes:

Keuze Roland Kroes: Electric Light Orchestra – Mister Blue Sky (1978)

Niet op stemmen in de Top 2000, alsjeblieft

Ik hád een vlammend betoog over symfonische rock in mijn hoofd. Wat er toch allemaal mis mee is. Maar in the end is het gewoon muziek. Met onevenredig veel geneuzel tussen al die nummers en albums. Inderdaad, ik heb er niet veel mee. Mijn meest ondergewaardeerde nummer in deze categorie scoort dan ook goed in mijn lijstje guilty pleasures.

Vanaf de eerste tonen van dit nummer krult zich een glimlach om mijn mond. Misschien komt het omdat Jeff Lynne zo overduidelijk leentjebuur heeft gespeeld bij het middenstuk van The Beatles’ A Day In The Life. Je krijgt zin om te gaan lopen, buiten, te genieten van het weer. Het is een jaar of wat geleden nog een béetje verpest doordat het in een commercial voor een of ander margarine merk terecht kwam, maar gelukkig is de populariteit alweer wat aan het zakken. Gelieve er dus niet meer op te stemmen in de Top 2000. Misschien dat ie dan nog eens opduikt in de Snob 2000. Zou mooi zijn!

Keuze Eric van den Kieboom: Mostly Autumn – Goodbye Alone (2001)

Alsof je op een warme zomeravond in de bergen van Noorwegen bent

En toen was daar het voorstel voor een symfonische battle; nog was de keuze voor mij zo makkelijk.

Ik hoorde dit liedje ooit eens bij Symfo Mania op Arrow en ik was gelijk om.

‘Opbouw’ is een woord dat bij symfonische muziek hoort als Zwarte Piet bij Sinterklaas. Dus als je dan het  ultieme symfo- (prog-rock-)liedje moet aanbevelen moet in dat liedje de opbouw toch wel opvallend zijn. Een rustig begin op de piano en na 40 seconden komt daar een viool bij en op de achtergrond hoor je een steeds terugkerend deuntje dat een minuut of vijf aanwezig is, maar nooit dominant. Een mooie openingszin waardoor je je inbeeldt dat je ergens op een warme zomeravond in de bergen van Noorwegen of zo bent:

As the half light of the evening embers on the hill
The warmth of my home

Voorzichtig komt Heather Findley ook mee zingen en de viool is voor even bepalend. Tot 4:03 en dan begint een van de mooiste gitaarsolo’s die ooit gemaakt is. Stiekem denk je dat het David Gilmour is, maar het is Bryan Josh, maar de vergelijkingen met Comfortably Numb zijn gemaakt.En nog steeds hoor je op de achtergrond dat deuntje.

Voor mij is dit de ultieme symfo-plaat!

Als je veel Mostly Autumn nummers hoort, valt het op dat wel erg vaak de gitaarsolo eigenlijk gelijk het outro is en dat gaat wel eens vervelen. Maar bij dit nummer is het werelds en doet dus wel erg sterk aan David Gilmour denken maar so be it.

Bij de live-versie zijn het ook de strijkers die indruk maken en de akoestische gitaren die de song mede dragen, zoals de Eagles of Barclay James Harvest dat ook zo lekker kunnen.

 

Afbeelding: http://www.prog-sphere.com/

 
 

6 Comments

  1. Michiel Driedonks

    http://www.youtube.com/watch?v=dqiPdz_ycF8

    Het Zwitserse Clepsydra is een mooi voorbeeld van “neo-prog”; zeg maar de symfonische rock van de jaren ’90 tot en met nu. Na een pauze van 10 jaar, komen ze in 2014 terug met een tournee : 5 april in De Boerderij in Zoetermeer, en op 18 of 19 juli ook op het befaamde “Night Of The Prog” festival in het mooie amphi-theater boven op de prachtige Loreley aan de Rijn in Duitsland!

    • Christian Bekhuis

      Prog uit de jaren 90 neoprog noemen is te kort door de bocht, want dat is een stijl die al zo rond 1979 / 1980 opdook met bands als Pallas, Twelfth Night, Marillion en IQ. Zo’n band als Clepsydra borduurde met name op die Marillion sound bijna schaamteloos voort, zonder daar naar mijn mening nog iets nieuws aan toe te voegen.

    • Michiel Friedonks

      Clepsydra is slechts een voorbeeld van véél meer. Sommigen schieten dan meteen in de van veel symfomanen bekende Super Serieuze Quasi Modo. En het is waar : Marillion rommelt ook nog steeds wat aan…

  2. Christian Bekhuis

    Tja, wat is pretentieuzer: de waan van de dag achterna lopen of gewoon helemaal je eigen muze volgen? Ik kies dan toch liever voor het laatste. En ja, er was in de 70s veel bombast maar de excessen waren er ook in bijvoorbeeld de hardrock en later de metal. Zogenaamde ‘urenlange’ solo-spots kwamen juist bij de meeste progrock bands helemaal niet voor maar wel bijvoorbeeld bij bands als Deep Purple en Led Zeppelin.

    Voor mij is één van de mooiste albums, waar ik keer op keer weer nieuwe dingen in kan ontdekken, het album As The World (1995) van de Amerikaanse band Echolyn. Een band die altijd zijn eigen pad is gegaan, ja zelfs toen ze na hun tweede album een contract kregen bij Sony. Het resultaat is dus As The World en is totaal compromisloos (wat ze ook al hadden gezegd dat ze zouden doen op hun tweede album). Invloeden van Yes, Gentle Giant, Steely Dan en zelfs een beetje Pat Metheny zitten er in de muziek maar het eindresultaat is uiteindelijk puur Echolyn.

    De afsluiter Never The Same is, om voor mij persoonlijke redenen, het grote kippenvelmoment van het album: http://youtu.be/38jcBs7Qd14

  3. Ach weinig woorden als je je zoontje vernoemd naar deze totaal niet vernieuwde band(was (is) ) iluvatar dat wel chris hou eens je bekhuis..niet meten met 2 maten…Iedereen wacht op aluisio zullen wedden dat je op progdreams bent en zeggen niet voor clepsydra maar toch een natte droom krijgen. .tjaaaaa

    • Christian Bekhuis

      Proficiat, je bent echt de eerste die die grap maakt met mijn achternaam. Zo ken ik je weer Raymond. En nee, Iluvatar is ook niet echt vernieuwend en dat hoor je me ook niet zeggen.

      En ik maak je denk ik blij als ik zeg dat ik NIET op Progdreams te vinden zal zijn. Besteed mijn geld liever ergens anders aangezien het merendeel van de bands me niet of nauwelijks kan boeien.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.